CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2 bij brief, Notitie Hitte en Koelbehoefte in woningen.docx

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 4 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de uitwerking nieuwe koers warmtetransitie (VN2025-010607)8.393 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2025-01-08

Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Managementsamenvatting Verschillende ontwikkelingen maken het noodzakelijk om voorzieningen voor de warmtevraag in Amsterdam integraal af te wegen en te combineren met de groeiende behoefte aan het koelen van woningen, ofwel de koudevraag. Hitte in woningen én de koudevraag die hierbij ontstaat, neemt in de toekomst toe door klimaatverandering, met wezenlijke gevolgen voor de inwoners van Amsterdam. Die gevolgen zijn bovendien niet gelijk verdeeld en hierdoor is er een toenemende ongelijkheid te zien die door klimaatverandering wordt verergerd1. Daarnaast is er een flinke autonome groei te zien van individuele lucht-luchtwarmtepompen en airco’s als voorziening om mee te koelen2 en is het nu nog onduidelijk wat de gevolgen hiervan zijn. Voor bestaande woningen is er nog geen wet- en regelgeving voor het tegengaan van hitte in woningen, zoals die al wel bestaat voor nieuwbouw3. Als laatste is bij de vaststelling van de Transitievisie Warmte besloten dat het onderwerp koeling in de geplande herijking van de TVW wordt meegenomen. Uit een eerdere studie van DGMR in 2021 en een recent onderzoek van de HvA in 20244 blijkt dat het te heet wordt in een overgroot deel van de onderzochte woningtypen. Om meer inzicht te krijgen in hitte in Amsterdamse woningen, is voor deze notitie een simulatiestudie uitgevoerd door W/E adviseurs.

In de simulatieresultaten wordt duidelijk dat in de drie meest voorkomende woningtypen in Amsterdam (portiekflat, galerijwoning, tussenwoning) temperatuurnormen ver overschreden worden5. De HvA laat dit ook zien met hittemetingen in bestaande bouw. De ontwikkeling en spreiding van de koudevraag en de impact van het niet voorzien in deze vraag is nog niet eerder in beeld gebracht voor Amsterdam. De impact op buurt- of gebiedsniveau is verschillend. Bovendien zijn de gevolgen van hitte ongelijk verdeeld, en die ongelijkheid neemt toe door klimaatverandering. Klimaatverandering en daaruit volgende toename van hitte in woningen vraagt daarom om het maken van keuzes tussen verschillende maatregelen op gebieds, gebouw- en gebruikersniveau. Passieve maatregelen, zoals zonwering en ventilatie, zijn mogelijkheden om hitte te verminderen zonder energievraag. Samen kunnen zij in theorie zorgen voor een afname tot wel 92%. Het is in de praktijk echter niet in alle woningen mogelijk om al deze maatregelen (gecombineerd) toe te passen. Daarnaast is in de praktijk te zien dat mensen airco’s aanschaffen tegen hitte, en dus niet altijd kiezen voor passieve maatregelen.

Verschillende beperkende en versterkende factoren zorgen ervoor dat sommige buurten in Amsterdam extra gevoelig zijn voor gevolgen van 1 Hoe klimaatverandering ongelijkheid meer zichtbaar maakt - Klimaatadaptatie(klimaatadaptatienederland.nl) 2 TNO (2024) Energievraag van ruimtekoeling in woningen (tno.nl)

3 In de nieuwbouw geldt de TO-juli norm. Deze norm geldt sinds 2021 voor nieuwbouwwoningen 4 Hitte in de woning (2024) factsheets-raak-hitte-in-de-woning-hva-spread.pdf

5 Het onderzoek van W/E adviseurs hanteert de TOjuli norm. Deze norm wordt in deze studie toegepast op

bestaande woningen. Deze norm stelt dat een woning niet meer dan 450 gewogen overschrijdingsuren (GTO) mag hebben. Dit zijn uren waarin het in de woning 27C of meer is.

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

hittestress. Voor deze buurten is het advies om de mogelijkheden voor een integrale aanpak voor warmte en koude te onderzoeken en te vergelijken met een gescheiden aanpak voor hitte in woningen en de warmtetransitie. De gemeente kan het Warmteprogramma inzetten om een deel van deze keuzes te maken (op het gebied van actieve maatregelen) en te verankeren in beleid. Daarnaast heeft het college de Strategie Klimaatadaptatie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie eerder vastgesteld. Hierin staat onder ander beschreven wat de gemeentelijke inzet is op passieve maatregelen in de publieke ruimte met betrekking tot hitte en in het Isolatieplan Amsterdam is opgenomen wat de inzet is op sturing op gebouwniveau. Tot slot werkt de GGD op verschillende manieren aan informatievoorziening op gedragsmaatregelen, zoals het Amsterdams hitteplan6. Er is nog geen overkoepelend integrale visie op gecombineerde inzet van passieve en actieve maatregelen om in de koudevraag te voorzien.

De HvA concludeert dat een integrale aanpak op verschillende schaalniveaus wel nodig is om de leefomgeving van bewoners daadwerkelijk hittebestendig te maken: 'Er is geen probleem-eigenaar, het thema dwingt tot samenwerken.' Deze notitie heeft als doel om een advies voor te leggen op basis waarvan een bestuurlijk besluit genomen kan worden ten aanzien van het meenemen van koude als onderdeel van de afwegingen binnen het Warmteprogramma. Er wordt geadviseerd om op drie punten in te zetten op koude: 1.

In het traject van het Warmteprogramma het koudevraagstuk te agenderen en in te zetten op passieve maatregelen in de hele stad als onderdeel van ondersteunend beleid bij het Warmteprogramma. Het advies is om een gemeentelijke subsidieregeling voor zonwering op te zetten.

2. In het traject van het Warmteprogramma koppelkansen te benutten, zoals het betrekken van koude als ondersteunend besliscriterium bij de keuze voor een warmte-oplossing per buurt in het Warmteprogramma. Dit betekent dat wanneer de nationale kosten voor verschillende warmte-oplossingen in een buurt dicht bij elkaar liggen, de voorkeur uit gaat naar een systeem wat ook kan voorzien in de koudevraag. Het advies is om dit onderdeel te maken van de Uitgangspuntennotitie van het Warmteprogramma. 3. Voor enkele geprioriteerde buurten nader te onderzoeken hoe een integrale aanpak vormgegeven kan worden, waarbij onder andere in beeld wordt gebracht wat de impact is van integrale, actieve warmte-koudevoorzieningen. Dit onderzoek kan een onderdeel worden van het uitvoeringsplan bij het Warmteprogramma, waarbij alvast gestart kan worden met het uitwerken van de onderzoeksaanpak.

6 Amsterdams Hitteplan 2024 - openresearch.amsterdam

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Inhoud

1 Achtergrond.............................................................................................................6 1.1 Aanleiding.................................................................................................................................6 1.2 Transitievisie Warmte (TVW) ....................................................................................................8 1.3 Wettelijk kader ........................................................................................................................10 2 Onderzoeksvragen..................................................................................................11 3 Analyse ..................................................................................................................12 3.1 Hitte in Amsterdamse woningen .............................................................................................12 3.1.1 Onderzoek DGMR.................................................................................................................12 3.1.2 Onderzoek HvA ....................................................................................................................13 3.1.3 Simulatiestudie W/E adviseurs ..............................................................................................14 3.2 Hitte-analyse op buurtniveau

..................................................................................................15 3.2.1 Resultaten analyse scenario 1 ...............................................................................................16 3.2.2 Resultaten analyse toekomstscenario’s ...............................................................................18 3.3 Hitte in woningen verminderen ...............................................................................................21 3.4 Hitte gevoelige buurten ..........................................................................................................24 4 Advies....................................................................................................................26

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

1 Achtergrond

1.1 Aanleiding Amsterdam heeft te maken met klimaatverandering die nu al merkbaar is. In het recent gepubliceerde KNMI rapport Klimaatscenario ’23 is een doorvertaling gemaakt van het hoge uitstootscenario (Hd) in 2100 voor een Amsterdamse buurt; in Osdorp Noord kan het aantal tropische nachten toenemen van 2 naar 26 per jaar, meer dan een vertienvoudiging. Hittestress is fysiologische stress gerelateerd aan warmte7 en leidt tot gezondheidsproblemen, toename in sterfte en verminderde productiviteit. Sterftecijfers van het CBS laten zien dat het aantal doden door hitte in de zomermaanden in Nederland toeneemt8. Hitte in woningen wordt in het nieuws vaker in relatie gebracht met gezondheidsrisico', zoals te zien in figuur 1.

Figuur

1:

hitte

in

woningen

in

recente

nieuwsartikelen. Bronnen: Volkskrant (2023); Financieel dagblad (2023); Groene Amsterdammer (2024); Energeia (2024)

7 CAS: hitte: Hittestress (klimaatadaptatienederland.nl)

8 Hitte van juni eist haar tol: CBS ziet oversterfte | Het Parool

5

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Daarnaast zijn de gevolgen van hittestress niet gelijk verdeeld. Hitte in woningen is één van de voorbeelden van toenemende ongelijkheid als gevolg van klimaatverandering9.. De gevolgen die iemand ervaart van extreem weer en klimaatverandering zijn onder andere afhankelijk van je woning, je leefomgeving en je gezondheid. Of en hoe je jezelf kan beschermen is daarbij afhankelijk van jouw handelingsperspectief. Beperkingen zijn bijvoorbeeld financiële middelen, vermogen om gedrag en routines aan te passen, fysieke en mentale gezondheid, sociale netwerk en of je eigenaar of huurder bent van je woning10.

Tegelijkertijd is er in Nederland een trend te zien van de toename van airco’s. TNO publiceerde recent dat het aantal airco’s in Nederland snel stijgt. Gemiddeld schaft 3,4% van de huishoudens de laatste jaren een vaste een airco aan 11. 89% van het aantal airco’s is in de afgelopen 5 jaar geplaatst8. Dit is in lijn met een algemene stijging van de vraag naar koeling in Europa, die in de afgelopen 40 jaar is verviervoudigd11. Hitte in woningen en daarmee de vraag naar koude nu, én de toename daarvan in de toekomst, is evident.

Met koudevraag wordt de functionele vraag naar koeling bedoeld12. Deze vraag ontstaat op het moment dat de temperatuur in huis boven een gewenste temperatuur uit komt en vormt daarmee de energetische vraag die nodig is om een gewenst binnenklimaat te handhaven. De temperatuurgrens is afhankelijk van de voorkeur van bewoners en kan variëren bij verschillende activiteiten (slapen, werken, of koken bijvoorbeeld). Daarnaast wordt de koudevraag beïnvloedt door hoe snel en in hoeverre de woning opwarmt, afhankelijk van gebouwkenmerken (bijvoorbeeld isolatieniveau, raamoppervlak), gedrag (zoals gebruik van zonwering, ventilatie en het dragen van geschikte kleding) en het klimaat. De koudevraag van een woning wordt dus beïnvloedt door veel verschillende factoren (zie figuur 2).

9 Hoe klimaatverandering ongelijkheid meer zichtbaar maakt - Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl) 10 Klimaatrechtvaardigheid - Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl)

11 Statistics | Eurostat (europa.eu) en Air conditioning is 'exacerbating the climate crisis' but how many Europeans

use it? | Euronews 12 TNO, Energievraag van ruimtekoeling in woningen (tno.nl)

6

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Figuur 2: Invloed factoren op koelbehoefte en koudevraag van woningen (bron: TNO)

De verwachte toename van de vraag naar koude als gevolg van het veranderde klimaat en de uitbreiding van de stedelijke omgeving komt ook in andere studies naar voren als een belangrijk aandachtspunt voor energiesystemen die in ontwikkeling zijn. Volgens International Energy Agency (IEA) is "koeling een kritieke blinde vlek in het klimaatdebat" (2018)13. Volgens onderzoek van CEDelft verandert de verhouding tussen de warmte- en koudevraag van de gebouwde omgeving in Nederland. Er wordt geschat dat de huidige koudevraag van de gebouwde omgeving in Nederland ongeveer 30% bedraagt van de warmtevraag en dit kan oplopen tot ongeveer 80% tot 205014.

1.2 Transitievisie Warmte (TVW) De Transitievisie Warmte (TVW), vastgesteld door de gemeenteraad in 2020, geeft richting aan het toekomstig warmtesysteem. De TVW presenteert voor elke buurt een warmteoplossing, als maatregel om klimaatverandering tegen te gaan (klimaatmitigatie). Bij het vaststellen van de TVW is de notitie Zomercomfort opgesteld15 waarin de omvang van de koude-opgave wordt geschetst. Verder wordt beschreven op welke manieren hier mogelijk rekening mee gehouden kan worden bij het inrichten van het warmtesysteem van de toekomst. Gemeentelijke inzet op koeling kan namelijk een aanleiding vormen om aardgasvrije warmteopties te heroverwegen. Als door oververhitting de leefbaarheid en gezondheid in de zomer onder druk staat en dit alleen maar toeneemt in de toekomst, dan kan dit een argument zijn om als alternatief voor aardgas een techniek te gebruiken waarmee verwarmd en (actief) gekoeld kan worden (klimaatadaptatie; het omgaan met klimaatverandering die al plaats vindt). Bij het afdoen van motie (1125.20) is vastgelegd dat de nota zomercomfort betrokken zal worden bij de herijking van de TVW. 13 The Future of Cooling – Analysis - IEA

14 CE_Delft_220429_Kansen-voor-warmte-koudenetten_def-1.pdf (cedelft.eu)

aar aanleiding van motie 1125.20

15 N

7

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

In de huidige TVW van 2020 is de koelbehoefte dus niet meegenomen in de afweging tussen de verschillende warmte-oplossingen. Verschillende warmte oplossingen zijn o.a. bepaald op basis van de laagst maatschappelijke kosten. Het verschilt per warmte oplossing in hoeverre deze te combineren is met invulling van de koudevraag. In onderstaande tabel zijn de mogelijkheden voor koeling per warmte-oplossing beschreven. Tabel 1: Weergave van de warmte-oplossing in de TVW, het gepland aantal WEQ en mogelijkheden voor koeling. De tabel is inclusief de nog te realiseren nieuwbouwopgave. Opt-out is het aantal woningen dat binnen een buurt waarschijnlijk kiest voor andere warmte-oplossing dan de voorkeur uit de TVW. Warmte-oplossing uit de Gepland aantal Mogelijkheden voor invullen koudevraag binnen de huidige TVW WEQ in TVW preferente warmte-oplossing Aardgasvrij gasnet 113.000 (14%) Geen mogelijkheid voor een collectieve koude oplossing, zonder sturing zal de koudevraag in deze buurten worden ingevuld door airco's. Midden temperatuur (MT) 350.000 (44%) Geen mogelijkheid voor een collectieve koude oplossing, zonder warmtenetten (70°C) sturing zal de koudevraag in deze buurten worden ingevuld door airco's. Lagetemperatuur 85.000 (10%) Deze warmte-oplossing is in de huidige TVW voorzien voor warmtenetten (40°C) nieuwbouw en transformatie.

In nieuwbouw wordt rekening gehouden met koeling vanwege de TOjuli eis. Dit is niet altijd toereikend. Lokale bronnetten 77.000 (9%) Het is mogelijk (met een WKO-systeem) om zowel te verwarmen als te koelen. All-electric 14.000 (2%) Keuze aan de woningeigenaar om een warmte-oplossing te kiezen die ook ingezet kan worden voor koeling. Dit zullen doorgaans lucht-waterwarmtepompen zijn op basis van huidige stand van techniek All-electric opt-out 96.000 (12%) Keuze aan de woningeigenaar om een warmte-oplossing te kiezen die ook ingezet kan worden voor koeling. Dit zullen doorgaans lucht-waterwarmtepompen zijn op basis van huidige stand van techniek Lokale bronnetten opt-out 75.000 (9%) Het is mogelijk (met een WKO-systeem) om zowel te verwarmen als te koelen.

Uit de tabel is af te leiden dat de TVW voor 11% van het aantal woningen in Amsterdam voorziet in een warmteoplossing die gecombineerd kunnen worden actieve koudevoorzieningen zonder significante aanpassingen. Dit zijn de all-electric en bronnet-buurten. Als het verwachte opt-out percentage binnen warmtenet- en aardgasvrije gasnetbuurten wordt meegenomen, is dit 31% van de totale woningvoorraad. Voor minstens 69% van de woningen in Amsterdam is in het huidige beleid dus geen visie op het invullen van de koudevraag met actieve voorzieningen. Er is behoefte om inzichtelijk maken in hoeverre dit wel nodig is. De efficiëntie van koeloplossingen verschilt ook. Voor individuele systemen is deze doorgaans lager. Een airconditioning is het minst efficiënt en heeft te weinig vermogen. Een individuele warmtepomp, in combinatie met een bodembron, werkt vaak beter. Het meest efficiënt is de collectieve warmtepomp die gebruik maakt van koude uit oppervlaktewater of een open bron. Voor

8

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

de inzet van individuele airco's heeft de HvA in kaart gebracht wat de totale energievraag is. Deze is een stuk hoger dan de energievraag van collectieve koelsystemen16. Daarnaast verandert de verhouding tussen de warmte en koudevraag. De verduurzamingsopgave leidt tot betere isolatie van huizen, waardoor de warmtevraag afneemt. Tegelijkertijd neemt de koelvraag toe, vooral tijdens warme zomers. Deze verschuiving in energiebehoeften biedt kansen om aan te sluiten op een integraal systeem.

1.3 Wettelijk kader TOjuli norm In de Nederlandse wet- en regelgeving is alleen het recht op warmte vastgelegd, niet het recht op koelte. Normen voor het vaststellen van oververhitting in woningen zijn er nog niet. In nieuwbouw zijn wel wettelijke kaders en definities vastgesteld in het bouwbesluit voor het beperken van het risico op oververhitting. Sinds 2021 is de TOjuli-indicator de maatstaf voor het risico op temperatuuroverschrijding. De indicator wordt bepaald aan de hand van de berekende koelbehoefte over de maand juli in de BENG-berekening volgens NTA8800. Omdat TOjuli een indicatiegetal is, kan nauwkeuriger worden gekeken naar temperatuuroverschrijding met een Temperatuuroverschrijdingsberekening (TOB). Deze richt zich op verblijfsruimten, terwijl TOjuli de gemiddelde koelbehoefte van de hele woning weergeeft. De bouwregelgeving hanteert de methode van gewogen temperatuuroverschrijding (GTO) als standaard en bepaalt dat de GTO17 per jaar maximaal 450 uren boven de 27 graden Celsius mag zijn. De TOjuli eis impliceert niet dat er geen koudevraag bestaat onder de 27 graden in een woning; het is een indicatie van het risico op temperatuuroverschrijding. Het daadwerkelijke risico op oververhitting en daaruit volgende koudevraag/koelbehoefte is afhankelijk van gebouw specifieke kenmerken, de omgeving en het gedrag van de bewoner.

Daarnaast houdt de TOjuli norm geen rekening met het stedelijk hitte-eiland effect, wat van groot belang is in het lokale klimaat van Amsterdam. Ook houdt de TOjuli norm geen rekening met het toekomstige klimaat, terwijl dit een belangrijke factor is in het evalueren van risico's op lange termijn. Wet gemeentelijk instrumentarium warmte De herijking van de TVW van Amsterdam vindt plaats met het Warmteprogramma op basis van de aanstaande Wet gemeentelijk instrumentarium warmte (wgiw). In de huidige conceptteksten van de Wgiw staan geen verplichtingen voor het opnemen van de koudevraag in het Warmteprogramma. Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) heeft onlangs de Handreiking Warmteprogramma opgeleverd als ondersteuning voor gemeenten om een Warmteprogramma op te stellen. Hierin wordt benoemd dat (landelijke) modellen, zoals de Startanalyse, zich op de toekomstige warmtevraag van gebouwen richten. De koudevraag wordt hierbij wel in beeld gebracht, maar deze worden nog niet meegenomen in de integrale

16 Hitte in de woning (2024) factsheets-raak-hitte-in-de-woning-hva-spread.pdf

Uren worden zwaarder gewogen naarmate de temperatuur in dat uur hoger is. Een uur 30 graden Celsius in een woning telt dus vaker mee dan een uur 27 graden Celsius voor het totaal aantal uren in een jaar. 17

9

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

kostenberekeningen. Dit kan mogelijk wel een rol spelen bij de keuze voor een geschikte warmtechniek.

Het Warmteprogramma biedt een kans om de warmte- en koudevraag in Amsterdam integraal te benaderen. Deze notitie vormt de basis voor de afweging van een integraal, actief, thermisch energiesysteem, waar zowel koude als warmte onderdeel van zijn. Het doel is om een keuze te maken over de scope van het Warmteprogramma en de mate waarop de gemeente in de toekomst wil sturen op het invullen van de koudevraag met actieve maatregelen.

2 Onderzoeksvragen

Deze notitie heeft als doel om een advies voor te leggen over het invullen van de koudevraag. Op basis hiervan kan bestuurlijk besloten worden om koude onderdeel te maken van de afwegingen binnen het Warmteprogramma. Daarom wordt de impact van de koudevraag zo goed als mogelijk in beeld gebracht, waarbij antwoord wordt gegeven op onderstaande onderzoeksvragen: 1. Hoe groot is het risico op hitte in Amsterdamse woningen, nu en in de toekomst? 2. In welke buurten in Amsterdam is het risico op hitte het grootst, nu en in de toekomst? 3. Welke maatregelen zijn nodig voor het voorkomen van hitte in woningen en in welke mate vullen deze de koudevraag in?

10

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

3 Analyse

3.1 Hitte in Amsterdamse woningen

Hoe groot is het risico op hitte in Amsterdamse woningen? Uit verschillende studies blijkt dat hitte een toenemend probleem is in woningen in Amsterdam. In deze paragraaf worden de resultaten van eerder onderzoek door DGMR, recent onderzoek van de HvA en een eigen simulatiestudie en analyse van de verdeling van de koudevraag over Amsterdam besproken. Voor deze notitie is gekeken naar de drie meest voorkomende woningtypen in Amsterdam. Dit zijn galerijflat, portiekflat en tussenwoning. Dit is ongeveer 96% van de woningvoorraad van Amsterdam18. In onderstaande tabel is een verdeling van de woningvoorraad weergegeven. De woningtypen galerijflat en portiekflat vallen onder de categorie meergezinswoning. Tabel 2: Frequentie totaal aantal woningen per woningtype en bouwperiode. Bron: Isolatieplan Amsterdam

3.1.1 Onderzoek DGMR In 2021 is door adviesbureau DGMR-onderzoek gedaan naar hitte in Amsterdamse woningen. Voor dit onderzoek zijn de 3 meest voorkomende woningtypen in Amsterdam genomen als voorbeeld. Op basis van de resultaten van deze modelstudie kan geconcludeerd worden dat in een huidig jaar ("T5") bijna alle bestudeerde woningtypen en oriëntaties in de huidig situatie al als 18 Dit percentage is het aantal meergezinswoningen en tussenwoningen bij elkaar opgeteld.

11

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

“slecht” beoordeeld wordt volgens de ATG-norm. Met andere woorden: huidige woningen waarin geen zonwerende maatregelen of koelingsmaatregelen getroffen zijn, worden nu al zeer vaak onaangenaam warm. In sommige woningen wordt de grens voor een acceptabel aantal overschrijdingsuren tot wel een factor vijf overschreden.

3.1.2 Onderzoek HvA De HvA heeft in samenwerking met woningcorporaties, de GGD en verschillende adviesbureaus tussen 2022 en 2024 onderzoek gedaan naar hitte in woningen in verschillende Nederlandse steden19. Deze resultaten zijn ook van toepassing op woningen in Amsterdam. Hitte in woningen is in beeld gebracht door 3 verschillende onderzoeksmethoden: 1) Hitte metingen, 2) Simulaties en 3) Belevingsonderzoek. Uit alle resultaten blijkt dat het erg warm wordt in woningen, dat hitte alleen maar zal toenemen en dat dit in zekere mate beperkt kan worden door combinaties van maatregelen. De resultaten van de simulaties staan in de volgende paragraaf beschreven. Hitte metingen In het onderzoek van de HvA zijn gedurende 2 zomers metingen gedaan in 75 woningen in Nederlandse steden. Een aantal van deze zijn woningen van woningcorporaties in Amsterdam. Deze woningen hebben verschillende oriëntaties en woningtypen. De woningtypes komen ook vrijwel allemaal voor in Amsterdam. Uit de metingen blijkt dat verschillende woningtypen erg warm worden in hete periodes en moeilijk afkoelen. Figuur 2 laat een voorbeeld van een hittemeting zien in een portiekflat. Deze woning kan na een aantal hete dagen niet meer een temperatuur onder de 27 graden bereiken, mede omdat het stedelijk hitte-eiland effect de mate waarin de woning hitte af kan staan aan de buitenomgeving sterk beperkt.

Figuur 1: Hittemeting in een portiekflat over een periode van 6 dagen. De woning koelt na 3 warme dagen niet meer af naar onder de 27 graden Celsius.

19 Hitte in de woning (2024) factsheets-raak-hitte-in-de-woning-hva-spread.pdf

12

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

De HvA concludeert dat een integrale aanpak op verschillende schaalniveaus nodig is om de leefomgeving van bewoners daadwerkelijk hittebestendig te maken. ‘Er is geen probleemeigenaar, het thema dwingt tot samenwerken.’ Belevenis-onderzoek onder bewoners Naast metingen heeft de HvA tijdens 2 zomers ook onderzocht hoe hitte door bewoners wordt beleefd. In de woningen waar werd gemeten werden bewoners ook gevraagd om een vragenlijst in te vullen. Twee derde van de bewoners die de vragenlijst hebben ingevuld, ervaren ’s zomers vaak tot zeer vaak last van hitte in de woning. Het is opvallend dat vooral jongere bewoners (onder de 65 jaar) dit aangeven. Er wordt dus overlast door hitte ervaren, ook al onder een temperatuur van 27° C in de woning. 80% van de ondervraagden vond het vanaf 25 graden Celsius te warm in de slaapkamer. De wettelijke norm voor temperatuur overschrijding ligt op 27 graden Celsius, terwijl bewoners al dus al eerder hinder ervaren. Daarnaast geven veel van de ondervraagden in het belevenisonderzoek aan dat zij al maatregelen treffen tegen hitte. Een grote meerderheid lucht hun woning in de nacht. Er zijn echter ook veel redenen waarom bewoners de ramen gesloten houden: kans op inbraak, geluidsoverlast, geur van buiten en insecten.

3.1.3 Simulatiestudie W/E adviseurs Om een beter beeld te krijgen van hitte in Amsterdamse woningtypen, is voor deze notitie een simulatie uitgevoerd door W/E adviseurs van drie woningtypen met typisch Amsterdamse woningkenmerken. Dit zijn: 1. Een rijwoning uit bouwperiode 1975-1991 2. Een portiekwoning uit bouwperiode voor 1945 3. Een galerijflat of corridorwoning uit bouwperiode 1975-1991 De precieze uitgangspunten voor de woningtypen staan beschreven in de achtergrondrapportage die is meegestuurd als bijlage van deze notitie. In dit onderzoek is voor elk van de typen woningen een model gemaakt waarbij de warmtebalans wordt gemodelleerd. Het model probeert een zo realistisch mogelijke weergave te geven van de werkelijke situatie. De buitenomgeving is meegenomen in deze studie waarbij rekening is gehouden met een minimaal stedelijk hitte-eiland effect, omdat dit later in de ruimtelijke analyse op gebouwniveau wordt meegenomen. Daarnaast is rekening gehouden met schaduwwerking van bomen en tegenoverliggende gebouwen. Ook zijn in de simulatie de verschillende effecten van maatregelen op gebouwniveau meegenomen. Het is mogelijk om in de resultaten de effecten van isolatie te zien, van spuigedrag, van de kiepstand van ramen en van zonwering. Tot slot zijn effecten van verschillende oriëntaties van woningen en ook toekomstige klimaatjaren onderzocht.

13

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

In de simulatie is een temperatuursoverschrijdingsberekening uitgevoerd op basis van een methode van gewogen temperatuuroverschrijding (GTO). Deze methode is in het kader van bouwregelgeving maatgevend20 en wordt ook aangeduid als de TOjuli-norm. Voor het onderzoek is bij bestaande woningen uitgegaan van dit uitgangspunt voor nieuwbouw, omdat er voor bestaande bouw nog geen landelijke richtlijnen zijn. In de resultaten is te zien dat woningtypes portiekwoning en corridorwoning voor alle oriëntaties de temperatuurnormen overschrijden (een score hoger dan 450 uur). Voor rijwoningen is dit niet zo, in het huidig klimaatjaar hebben rijwoningen voor alle oriëntaties een score onder de 450 uur. Het is volgens deze simulatie in veel woningen in Amsterdam dus te vaak te warm. Deze resultaten gaan ervan uit dat er geen buitenzonwering is, en geen ideaal spuigedrag. In de volgende paragraaf wordt beschreven hoe deze resultaten zich verdelen over buurten in Amsterdam. Tabel 1: Voorbeeld resultaten tabel van de simulatie van een portiekwoning. Deze tabel geeft de resultaten voor de GTO-uren weer in een huidig klimaatjaar, met ventilatie aan de randen van de dag met ramen op de kiepstand, huidig isolatie niveau en alleen gordijnen als zonwering.

3.2 Hitte-analyse op buurtniveau In welke buurten in Amsterdam is het risico op hitte het grootst, nu en in de toekomst?

De resultaten van de simulatiestudie zijn gebruikt om in kaart te brengen waar in de stad hitte in woningen nu en in de toekomst het meest voor zal komen. De resultaten zijn gekoppeld aan vrijwel alle woningen in Amsterdam om de geografische spreiding van hitte inzichtelijk te maken. Om deze analyse te kunnen doen zijn een aantal aannames gedaan over de woningvoorraad van Amsterdam, in afstemming met directie Wonen: -

De categorie meergezinswoningen is opgesplitst in de woningtypen portiekwoningen en galerijwoningen. Alle woningen met bouwjaar voor 1965 vallen onder de categorie

20 TO-juli - Nieman, https://www.nieman.nl/specialismen/energie-en-duurzaamheid/to-juli/

14

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

-

-

-

2025-01-08

portiekwoning. Alle woningen na het bouwjaar 1965 vallen onder de categorie galerijwoning. Voor woningen tussen 1965 en 1980 (AUP-periode) is een extra uitsplitsing gemaakt omdat hier extra informatie beschikbaar is over de woningtypologie. Meergezinswoningen gebouwd na 1965 aangeduid als duplexwoning, portiekwoning en maisonnette vallen ook onder de categorie portiekwoning. De oriëntatie van de woningen is bepaald door het adres te koppelen aan de dichtstbijzijnde straat met dezelfde naam. De oriëntatie van de woning is dus voor de meeste gevallen de windrichting waarin de deur zich bevindt. Voor gebouwen met meer dan 5 adressen is gekozen om de oriëntatie niet per pand, maar per adres te bekijken. Dit betekent dat verschillende woningen in 1 pand, verschillende oriëntaties hebben. Dit komt dichter bij de werkelijke situatie dan als alle adressen in het gebouw dezelfde oriëntatie hebben.

Op basis van de simulatiestudie van W/E adviseurs zijn vier scenario's van hitte in woningen in Amsterdam in beeld gebracht: 1. Huidig klimaatjaar, geen woningverbetering en maatregelen tegen hitte 2. Toekomstig klimaatjaar 2050 (lage, natte scenario)21, verbeterde woning maar geen maatregelen tegen hitte 3. Toekomstig jaar 2050 (hoge droge scenario)15, verbeterde woning maar geen maatregelen tegen hitte 4. Toekomstig jaar 2050 (lage natte scenario), verbeterde woning, maatregelen tegen hitte

3.2.1 Resultaten analyse scenario 1 In onderstaande afbeelding (figuur 3) is een verdeling van hitte in woningen te zien. De afbeelding laat scenario 1 'huidig klimaatjaar, geen woningverbetering' zien. In de resultaten zijn redelijk grote verschillen tussen buurten te zien. Oriëntatie van de woningen speelt hierin een grote rol. Buurten waar veel woningen op het noorden georiënteerd zijn hebben daarom een lager gemiddeld aantal overschrijdingsuren. Daarnaast is op de kaart te zien dat dichter bebouwde buurten een groter hitteprobleem hebben volgens deze analyse. Dit komt waarschijnlijk omdat het type portiek en galerijwoning hier veel voorkomt, en in deze woningen meer hitte voorkomt dan tussenwoningen. Dit is ook terug te zien in tabel 4, waarin meer inzicht in hete periodes in de woning wordt gegeven. In rijwoningen is het minder vaak, en ook minder lang heet dan in portiek en galerijwoningen. Ook is in de tabel te zien dat het in het huidige klimaat voornamelijk in de avond heet is in woningen. De avond is in deze analyse de periode tussen 15:00 en 23:00.

21 KNMI'23 Klimaatscenario's voor Nederland

15

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Figuur 2: Hitte in woningen in Amsterdam voor het huidige klimaat, zonder maatregelen tegen hitte. De kleur van de buurt geeft aan of de buurt gemiddeld een hoger hitteprobleem heeft dan andere buurten: hoe roder, hoe hoger het hitteprobleem in de buurt. Het getal geeft het gemiddeld aantal GTO-uren van de buurt weer. De TOjuli norm gaat uit van maximaal 450 GTO-uren. Bijna alle buurten in Amsterdam hebben een gemiddelde score die hoger is dan 450 uur.

16

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Woningtype

Oriëntatie

Tabel 2: Overschrijdingsuren en aantal hete dagdelen voor scenario 1: huidig klimaatjaar, geen maatregelen tegen hitte

Rijwoning Rijwoning Rijwoning Rijwoning Corridor Corridor Corridor Corridor Portiek Portiek Portiek Portiek

Zuid Oost West Noord Zuid Oost West Noord Zuid Oost West Noord

Totalen per jaar

TO per dagdeel

Aantal "hete" dagdelen

Aantal aaneengesloten "hete" dagdelen

GTO Nacht Overdag Avond Nacht Overdag Avond Nacht Overdag Avond 268 9 35 95 0 2 13 0 0 1 239 11 46 81 1 8 11 0 0 1 199 11 4 89 1 0 13 0 0 1 83 4 3 47 0 0 5 0 0 1 5129 227 294 395 30 42 54 2 2 4 5202 221 367 381 28 51 52 2 3 4 4100 201 218 359 27 27 48 2 2 2 2746 145 184 276 18 22 38 2 2 2 3570 181 197 269 23 25 35 2 2 3 3667 175 218 258 22 30 34 2 2 2 3201 178 160 253 23 20 33 2 2 2 2513 151 145 204 20 18 27 2 2 2

Aantal Langste hete hete periodes1 periode2 0 0 0 0 0 0 0 0 2 12 2 12,5 2 12 2 10 2 11 2 11 2 11 2 10,5

1 Aantal keer langer dan 3 dagen te warm 2 Maximaal aantal aaneensluitende te warme dagen

3.2.2 Resultaten analyse toekomstscenario’s De verwachting is dat hitte in woningen in de toekomst zal toenemen door klimaatverandering. Dit is in onderstaande kaarten en tabellen in beeld gebracht. Voor de toekomst is een laag en hoog klimaatscenario onderzocht. Lage natte scenario Figuur 4 en tabel 5 laten het jaar 2050 zien in het lage, natte scenario van het KNMI. Op de kaart is te zien dat hitte in woningen licht toeneemt in dit scenario. Voor rijwoningen is de toename groter, het totaal aantal GTO stijgt hier voor iedere oriëntaties. Voor de galerij en portiekwoningen blijft het gemiddelde aantal GTO voor de verschillende oriëntaties ongeveer gelijk. Dit is wel, net als in scenario 1.ver boven de TOjuli norm. De relatief kleine toename is te verklaren door het nattere weer waardoor er meer bewolking en dus minder zoninstraling is, en door snellere windsnelheden waardoor woningen sneller afkoelen.

17

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Figuur 3: hitte in woningen in de toekomst (2050) in het scenario natte, lage scenario. Hitte in woningen blijft ongeveer gelijk in dit scenario zonder maatregelen

Woningty pe

Oriëntati e

Tabel 3: overschrijdingsuren en aantal hete dagdelen voor scenario 2: toekomstig klimaatjaar, nat en laag, geen maatregelen tegen hitte.

Rijwoning Rijwoning Rijwoning Rijwoning Corridor Corridor Corridor Corridor Portiek Portiek Portiek Portiek

Zuid Oost West Noord Zuid Oost West Noord Zuid Oost West Noord

Totalen per jaar

TO per dagdeel

Aantal "hete" dagdelen

Aantal aaneengesloten "hete" dagdelen

GTO Nacht Overdag Avond Nacht Overdag Avond Nacht Overdag Avond 1449 97 108 162 13 14 20 1 1 1 1323 102 117 144 12 18 18 1 1 1 1195 99 74 154 12 10 21 1 1 1 899 78 68 113 10 9 15 1 1 1 5897 265 392 562 34 50 83 3 4 3 6177 289 524 536 36 76 78 3 5 3 4514 243 256 491 30 33 68 3 4 3 2696 183 209 287 24 29 38 3 2 4 3736 199 236 338 25 28 48 4 3 4 3912 210 276 308 27 39 42 5 3 4 3424 209 199 316 27 26 44 4 3 4 2556 170 180 234 21 23 31 4 3 3

aantal langste hete hete periodes1 periode2 1 9 1 9 1 9 1 7,5 3 19 3 19 3 19 3 10 4 10 4 10 4 10 3 10

1 Aantal keer langer dan 3 dagen te warm 2 Maximaal aantal aaneensluitende te warme dagen

18

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Hoge droge scenario In figuur 5 en tabel 6 is hitte in woningen in beeld gebracht voor het hoge, droge scenario in 2050. Op deze kaart is te zien dat het aantal GTO in dit toekomstscenario sterk toeneemt. De kaart geeft het gemiddelde per buurt weer, en in de legenda is te zien dat de maximale gemiddelden toenemen van 4.923 naar 11.865 GTO-uren. Daarnaast is te zien dat in geen enkele buurt aan de TOjuli norm van 450 uur wordt voldaan. Het minst hoge aantal GTO uren is in dit scenario 2.371 uur, een overschrijding van 5 keer zoveel uren. Dit is ook terug te zien in de tabel over hete periodes. Het aantal hete dagdelen neemt sterk toe, maar vooral ook de lengte van deze hete periodes. In dit scenario zijn er periodes waar in de woning 36 dagen achter elkaar de TOjuli norm wordt overschreden, ten opzichte van maximaal 12,5 in het huidige scenario. Dit betekent dat het in deze woningen langer dan een maand warmer is dan ongeveer 27 graden Celsius.

Figuur 4: hitte in woningen in 2050 voor het hoge, droge scenario. Hitte neemt in dit scenario sterk toe als er geen maatregelen worden genomen

19

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Woningty pe

Oriëntatie

Tabel 4: Overschrijdingsuren en aantal hete dagdelen voor scenario 3: toekomstig klimaatjaar, hoog en droog, geen maatregelen tegen hitte.

Rijwoning Rijwoning Rijwoning Rijwoning Corridor Corridor Corridor Corridor Portiek Portiek Portiek Portiek

Zuid Oost West Noord Zuid Oost West Noord Zuid Oost West Noord

Totalen per jaar

TO per dagdeel

Aantal "hete" dagdelen

Aantal aaneengesloten "hete" dagdelen

GTO Nacht Overdag Avond Nacht Overdag Avond Nacht Overdag Avond 3441 216 269 383 28 37 51 4 2 3 3537 220 299 339 28 42 46 4 4 3 3137 221 210 364 27 29 51 4 2 3 2372 200 189 273 26 26 36 3 2 3 12497 607 694 847 77 97 112 5 6 5 13039 630 825 829 82 110 111 7 6 8 9974 525 528 813 65 66 109 4 3 6 6467 381 418 558 48 55 76 3 2 4 8429 462 509 687 59 65 95 6 4 7 8801 474 605 678 59 87 90 5 5 6 7695 456 414 665 59 55 92 5 4 6 5741 380 355 485 49 46 64 4 3 3

aantal langste hete hete periodes periode 4 9,5 4 8,5 4 9,5 3 8,5 5 36 7 24 4 36 3 23 6 23 5 23 5 23 3 23

1 Aantal keer langer dan 3 dagen te warm 2 Maximaal aantal aaneensluitende te warme dagen

3.3 Hitte in woningen verminderen

Welke maatregelen zijn nodig voor het voorkomen van hitte in woningen en in welke mate vullen deze de koudevraag in? Maatregelen tegen hitte in woningen kunnen getroffen worden op het niveau van gebied, gebouw en gebruiker. Maatregelen op gebiedsniveau zijn klimaat-adaptieve maatregelen in de openbare ruimte zoals het vergroenen van straten en tuinen en het creëren van extra schaduw. Daarnaast kan het toevoegen van waterbergende maatregelen in de openbare ruimte ook zorgen voor een verlaging van het stedelijk hitte-eiland effect. Maatregelen op gebouwniveau zijn passieve maatregelen zoals het plaatsen van zonwering en het mogelijk maken van ventileren. Maatregelen op gebruikersniveau richten zich op het aanpassen van het gedrag van de bewoner tijdens hete periodes, zoals het aanpassen van kledingdracht, activiteiten zoals koken en sporten, en (nacht)spuien. In verschillende simulatiewoningen zijn de effecten van zon weren en ventileren onderzocht. In de onderstaande tabel 7 is het effect op het aantal gewogen temperatuuroverschrijdingsuren (GTO) weergegeven in drie gesimuleerde woningen. Volgens de TOjuli norm mag het aantal GTO maximaal 450 uur per jaar zijn. Als eerste is duidelijk dat de maatregel zonwering een groot effect heeft op het aantal GTO.

Gecombineerd met nachtventilatie leiden deze maatregelen tot een zeer laag aantal GTO in de rijwoningen en portiek appartementen. Daarnaast is te zien dat het in een galerijflat, waar niet aan beide zijden ramen open kunnen, minder verlaging van het aantal GTOuren mogelijk is. Het effect van zonwering is hier nog steeds erg groot.

20

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Tabel 5: gesimuleerde overschrijdingsuren in een rijwoning, portiek appartement en galerijflat. Het effect van de maatregelen zonwering en ventileren is weergegeven. De oriëntatie in deze simulatie is zuidoost. De grenswaarde is 450 GTO-uren.

In de volgende gevallen wordt het in woningen erg warm, en is er volgens het onderzoek van HvA urgentie om maatregelen te treffen: 1. Bij niet-geïsoleerde dakverdiepingen (gebouwniveau) 2. Bij woningen zonder enige vorm van zonwering (gebouwniveau, gebiedsniveau, gebruikersniveau) 3. Bij woningen waar niet gespuid wordt in de nacht (gebruikersniveau) 4. Bij woningen waar niet gespuid kan worden in de nacht (gebiedsniveau, gebouwniveau, gebruikersniveau) In onderstaande figuur 6 is te zien wat het effect is van het toepassen van passieve maatregelen op het gemiddeld aantal GTO-uren van buurten in Amsterdam. De afbeelding laat zien dat er een grote afname (92%) van het aantal GTO-uren mogelijk is. Daarnaast is het duidelijk dat het aantal GTOuren voor veel buurten nog hoger ligt dan de norm (450 uur). In figuur 6 is ook te zien dat buurten waar het aantal portiekwoningen hoog is, gemiddeld meer hitte woningen blijft bestaan, ook als er maatregelen worden getroffen. Het is wel de vraag of het voor iedere woning mogelijk is om zonwering te plaatsen en goed te ventileren. In de praktijk kan het in woningen dus nog heter blijven dan op deze kaart weergegeven wordt. De lengte van hete periodes neemt ook sterk af als er passieve maatregelen worden toegepast. Die is in dit scenario afgenomen van maximaal 19 dagen naar maximaal 3,5 dagen voor de verschillende woningtypes.

Daarnaast is het aantal hete dagdelen ook aanzienlijk minder. Er zijn gemiddeld nog maar 4 nachten (ten opzichte van gemiddeld ongeveer 22) in het jaar waar de temperatuur in de woning boven de 27 graden Celsius blijft.

21

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Figuur 5: GTO-uren per buurt voor scenario 4: het lage natte scenario met passieve maatregelen (buitenzonwering en goed spuigedrag)

Oriëntatie

Woningtype

Tabel 6: overschrijdingsuren en aantal hete dagdelen voor scenario 4: toekomstig klimaatjaar, nat en laag, met maatregelen tegen hitte Totalen per jaar

TO per dagdeel

Aantal "hete" dagdelen

Aantal aaneengesloten "hete" dagdelen

GTO Nacht Overdag Avond Nacht Overdag Avond Nacht Overdag Avond Rijwoning Zuid 472 27 30 61 4 4 8 0 0 1 Rijwoning Oost 477 27 31 63 4 4 8 0 0 1 Rijwoning West 469 27 31 60 4 4 8 0 0 1 Rijwoning Noord 477 26 32 63 4 4 8 0 0 1 650 33 39 88 4 6 13 0 1 1 Corridor Zuid 682 35 40 94 4 6 13 1 1 1 Corridor Oost 664 34 40 93 4 6 13 0 1 1 Corridor West 706 36 41 98 4 6 13 1 1 1 Corridor Noord Portiek Zuid 749 41 40 99 5 6 13 1 1 1 Portiek Oost 768 41 41 102 5 6 14 1 1 1 Portiek West 744 42 41 97 5 6 13 1 1 1 Portiek Noord 758 40 42 102 5 6 14 1 1 1 1 Aantal keer langer dan 3 dagen te warm 2 Maximaal aantal aaneensluitende te warme dagen

aantal langste hete hete periodes1 periode2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 3,5 0 0 1 3,5 1 3,5 1 3,5 1 3,5 1 3,5

22

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

3.4 Hitte gevoelige buurten Mogelijkheden voor passieve maatregelen in Amsterdam In bovenstaande afbeeldingen is goed te zien dat het effect van zonwering en ventilatie erg groot kan zijn. Deze passieve maatregelen bieden daarom een geschikte oplossing voor hitte in woningen. Er zijn echter een aantal beperkende en versterkende factoren die zorgen dat deze passieve maatregelen beperkt toegepast kunnen worden: Beperkende factoren: 1. Zonwering: welstandsbeleid voor monumenten en beschermde stadgezichten legt beperkingen op voor zonwering. 2. Ventilatie: geluid, geur, insecten, huisdieren en inbraakrisico zorgen ervoor dat mensen hun raam niet openen. Het geluid van verkeer is goed in kaart gebracht voor Amsterdam, voor de andere factoren is het bekend dat deze veel invloed hebben, maar niet in beeld te brengen op buurtniveau Versterkende factoren: 3. Sociale kwetsbaarheid22: Hittegolven hebben meer impact in buurten waar de sociale kwetsbaarheid hoog is. De sociale kwetsbaarheid is een combinatie van 2 factoren: 65plussers met een broze gezondheid en huishoudens onder of rond het sociaal minimum. 65plussers hebben zijn gevoeliger voor deze gezondheidsproblemen door hitte, en kunnen zich minder goed kunnen aanpassen tijdens hete periodes.

Huishoudens onder het sociaal minimum hebben niet genoeg geld om bijvoorbeeld airconditioning of zonwering aan te schaffen, en zijn daarmee ook extra kwetsbaar 4. Stedelijk hitte-eiland effect: Door het stedelijke hitte-eiland effect warmt de stad overdag sneller op en houdt de stad die warmte vervolgens langer vast. Vervolgens straalt de stad ‘s nachts enorme warmte uit waardoor er minder effectief gekoeld kan worden door het nachtelijk spuien. Op basis van deze factoren is in onderstaande afbeelding (figuur 7) weergegeven welke buurten in Amsterdam meer risico lopen op hitte in de woning (voor een betere weergave zie het dashboard: Hoge risico buurten (arcgis.com). Dit is gedaan door ieder gebouw een score toe te kennen op basis van het aantal overschrijdingsuren, de beperkte mogelijkheden voor zonwering en ventilatie ’s nachts (door geluid), sociale kwetsbaarheid, en stedelijk hitte-eiland effect. Een gebouw wordt vervolgens aangemerkt als ‘hittegevoelig’ als deze op minstens 4 van de volgende 5 indicatoren ‘ja’ scoort: 1) Het gebouw heeft een score van meer dan 450 GTO-uren 2) beperkte mogelijkheden voor zonwering vanwege beperkingen door monumentale of beschermde status 3) Beperkte mogelijkheden voor ventileren vanwege geluidsoverlast of geluid 4) Een hoge score op sociale kwetsbaarheid 22 Sociale kwetsbaarheid hitte - Klimaateffectatlas

23

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

5) Een gemiddeld omgevingstemperatuur (PET) van meer dan 39 graden Celsius De buurten met het hoogste aantal ‘hittegevoelige’ gebouwen met een score 4 of 5, zijn hier donkerrood weergegeven op de kaart.

Figuur 6: hoge hitte-risicobuurten. De buurten zonder kleur hebben geen woningen met score van 4 of 5 en worden daarom niet weergegeven.

Uit deze kaart volgen 5 buurten waar zich de meeste woningen bevinden met een hoge hittegevoeligheid (4 of 5 punten). Deze buurten zijn aangegeven in figuur 7 met een donkerrode kleur en een getal wat het aantal hittegevoelige woningen weergeeft in die buurten. Dit zijn de volgende buurten: 1. Elandsgrachtbuurt (1715 adressen) 2. Sarphatiparkbuurt (1598 adressen) 3. Scheldebuurt-West (1530 adressen) 4. Van der Pek Buurt (1468 adressen) 5. Weesperbuurt (1411 adressen)

24

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

4 Advies

In het merendeel van de bestaande woningvoorraad in Amsterdam is er al sprake van een behoefte aan koude, als gevolg van een toename van hitte in woningen. Bewoners ervaren hierdoor nu al hittestress in hun woning en dit neemt vanwege klimaatverandering alleen maar toe. Toenemende hittestress heeft negatieve gevolgen voor onder andere gezondheid, productiviteit en sociale gelijkheid. Maatregelen om dit te verminderen zijn daarom nodig.

In delen van de stad lijken gecombineerde passieve maatregelen op gebied-, gebouw-, gebruiker niveau, afhankelijk van de woningtype en de woningoriëntatie, de koudevraag te beperken tot acceptabele niveaus. De oproep is om het vraagstuk koude in het Warmteprogramma stadsbreed te agenderen en in ieder geval stadsbreed in te zetten op passieve maatregelen. Maatregelen zoals zonwering kunnen de koudevraag nu en in de toekomst sterk verminderen. Algemene informatie hierover gaat worden aangeboden via de nieuwe gemeentelijke website ‘Duurzaam wonen’. Om de aanschaf van zonwering verder te stimuleren is het advies om hiervoor een gemeentelijke subsidieregeling op te zetten.

Gecombineerde passieve maatregelen zijn niet altijd mogelijk en dus is er een restvraag aan koude op te lossen. Deels komt dit door praktische beperkingen, zoals het enerzijds beperkt kunnen spuien in de nacht in galerijwoningen of woningen langs drukke wegen en anderzijds beperkte mogelijkheden voor zonwering. Naast praktische beperkingen kunnen bewoners verder beperkt zijn in het nemen van maatregelen tegen hittestress, door beperkte middelen of omdat aanpassingen aan het gebouw door de gebouweigenaar dienen uitgevoerd te worden. Als gevolg ontstaat de situatie dat kwetsbare groepen toenemende hittestress zullen ondervinden of een energierekening die verder onder druk komt te staan door het energieverbruik van (individuele) airco's. Aanvullende inzet op actieve koudemaatregelen op gebied-, gebouw- of gebruikersniveau is hiervoor nodig. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van collectieve koudenetten, gebouwgebonden WKO's of individuele airco's.

Verder kunnen in het traject van het Warmteprogramma koppelkansen benut worden, zoals het betrekken van koude als ondersteunend besliscriterium bij de keuze voor een warmte-oplossing per buurt in het Warmteprogramma. Dit betekent dat wanneer de nationale kosten voor verschillende warmte-oplossingen in een buurt dicht bij elkaar liggen, de voorkeur uit gaat naar een systeem wat

25

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

ook kan voorzien in de koudevraag. Dit zal worden opgenomen in de uitgangspuntennotitie van het Warmteprogramma. Als derde is de spreiding van verhoogd risico op hittestress in woningen is voor Amsterdam in kaart gebracht. Hierbij is geprioriteerd door een top 5 buurten samen te stellen waar sprake is van gecombineerde effecten. Voor het overgrote merendeel van de woningen in deze buurten geldt dat er sprake is van relatief veel temperatuuroverschrijdingsuren, waarbij nachtspuien beperkt mogelijk is en relatief veel sociaal kwetsbaren wonen. Extra aandacht is voor deze buurten nodig. Voor deze buurten volgt het advies om te onderzoeken in hoeverre een integrale ontwikkeling van warmte en koudesystemen haalbaar is. In het Warmteprogramma worden keuzes gemaakt met betrekking tot duurzame warmtevoorzieningen. Bij het maken van deze keuzes kan voor de geïdentificeerde buurten nader worden uitgewerkt hoe koude en warmte gecombineerd ingevuld kunnen worden. De haalbaarheid van een integraal systeem kan vervolgens worden getoetst en vergeleken met gescheiden systemen voor warmte en koude, op basis van de indicatoren tempo, kosten, leefbaarheid, gezondheid, netimpact en energieverbruik (CO2-uitstoot). Dit onderzoek kan een onderdeel worden van de uitvoeringsstrategie binnen het Warmteprogramma, waarbij alvast gestart kan worden met het uitwerken van de onderzoeksaanpak.

Bij de keuze voor de definitieve pilotbuurten in dit onderzoek dienen de top 5 hittegevoelige buurten worden meegewogen, maar ook nog een aantal andere kenmerken van de buurten, zoals de mate waarin recent al woningen zijn gerenoveerd. Bij de buurtkeuze dient ook een link te worden gelegd met de 14 buurten die uit de Knelpuntenaanpak Klimaatstress van programma Klimaatadaptatie zijn gekomen. Deze quickscan richt zich op risico’s van klimaatverandering in de openbare ruimte en dit is een belangrijk raakvlak met deze analyse naar hitte in woningen.

Het voorgaande sluit aan bij het advies wat de HvA naar aanleiding van het onderzoek ook geeft aan gemeenten: ‘’Zet in op een integrale benadering voor een warmte- koudetransitie: Neem de koeltevraag mee in de Transitievisie Warmte en de daaropvolgende Wijkuitvoeringsplannen’’. Binnen het Warmteprogramma is het nog niet mogelijk, en voor het abstractieniveau van het Warmteprogramma niet gewenst, om koudesystemen voor iedere buurt te ontwikkelen. Dit hangt samen met een gebrek aan normen en richtlijnen voor bestaande bouw met betrekking tot het aantal overschrijdingsuren. Een gecoördineerde, integrale strategie voor de inzet van een mix van passieve en actieve maatregelen op gebied-, gebouw- en gebruikersniveau wordt geadviseerd. Deze maatregelen liggen bij verschillende organisatieonderdelen, zoals Wonen, programma Klimaatadaptatie en GGD. Goede afstemming onderling is hiervoor nodig en het advies is om samen gebiedsgericht na te denken over de gemeentelijk inzet op passieve en actieve maatregelen.

26

Gemeente Amsterdam Programma Energie voor de Stad – Directie UIE Notitie hitte en koelbehoefte in woningen

2025-01-08

Tot slot wordt aanbevolen om bij toekomstige herijkingen van het Warmteprogramma opnieuw een inschatting te maken van de koudevraag, de ontwikkeling en spreiding daarvan. Kennis over koude is volop in ontwikkeling en klimaatverandering heeft bewezen sneller te gaan dan voorzien. Er wordt geadviseerd om koude een structureel onderdeel te maken van afwegingen binnen de warmtetransitie. Dit kan leiden tot nieuwe gebieden waar ook integrale sturing op warmte en koude-oplossingen nodig is.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15876865/1