CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 1.4 PlanMER - Technische bijlage versie 2.1.pdf

RAAD 12 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uiten van wensen en bedenkingen inzake het voorgenomen collegebesluit over het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA) en het PlanMER (VN2024-013643)31.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

2 alinea's met “ringweg”: 155 168

Bosch & van Rijn

Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466

Auteurs Daan Booij, Marlin ter Huurne, Laurens Kik, Floris Moerkens, Rutger Neutel, Stephan Woninck Redactie: Steven Velthuijsen

Opdrachtgever

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Datum

3 april 2024

Versie

2.1

Auteurs

Daan Booij Ludo van Broekhuizen Marlin ter Huurne Quinten Isselmans Laurens Kik Floris Moerkens Rutger Neutel Stephan Woninck Steven Velthuijsen

Eindredactie

Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:

030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl

© Bosch & Van Rijn 2024 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Inhoud PLANMER WINDENERGIE AMSTERDAM TECHNISCHE BIJLAGE 1 1 INLEIDING 2 UITGANGSPUNTEN 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

5 BIJLAGEN BIJLAGE A A.1 A.2 A.3 A.4

BIJLAGE B BIJLAGE C C.1 C.2

BIJLAGE D D.1 D.2

Zoekgebieden Referentie-windturbinetypen Belemmeringenanalyse Onderzoeksopstellingen Referentiesituatie: Huidige situatie en autonome ontwikkelingen Stadsontwikkelingen

1 3 4 4 4 4 6 6 9

EFFECTBEOORDELING ZOEKGEBIEDEN

14

Energieopbrengst Leefomgeving: geluid Leefomgeving: gezondheid Slagschaduw Externe veiligheid Ecologie Ondergrond (bodem, water, archeologie) Landschap & Cultuurhistorie Recreatie Netinpassing Milieueffecten in de aanlegfase Samenvatting effectbeoordeling Toelichting per zoekgebied

15 18 36 44 50 58 115 118 164 173 173 174 174

DE ALTERNATIEVEN

175

Doelbereik alternatievenonderzoek Alternatief Energie Alternatief Gezondheid Alternatief Natuur Alternatief Landschap Effectbeoordeling alternatieven

175 175 175 175 175 175

VERVOLG 188 BELEIDSKADER

187

Inleiding beleidskader Regionaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

189 191 191 195

LITERATUUR GELUIDSCONTOUREN

199 201

Zoekgebieden Alternatieven

201 208

SLAGSCHADUWCONTOUREN

210

Zoekgebieden Alternatieven

210 217

189

2 Inleiding

2

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

1 Inleiding Deze technische bijlage hoort bij het PlanMER Windenergie t.b.v. het Programma Windenergie Amsterdam en is niet bedoeld om zelfstandig te lezen. De hoofdstukindeling van de technische bijlage loopt gelijk aan die van het planMER zelf. Op die manier is het voor een lezer van het planMER eenvoudig om verdieping bij een bepaald onderwerp te vinden, indien gewenst. Deze technische bijlage bevat informatie die technisch en/of zeer inhoudelijk van aard is, en dient ervoor om het planMER zelf goed leesbaar te houden. Het is niet aan te bevelen om dit document lineair door te nemen, aangezien essentiële of verbindende informatie vaak in het hoofddocument van het planMER te vinden is.

3 Inleiding

3

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

2 Uitgangspunten 2.1

Zoekgebieden De RES-zoekgebieden zijn, samen met de RES 1.0, in april 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. Omdat de begrenzing van deze zoekgebieden alleen rekening houdt met woningen moet uit een nadere belemmeringenanalyse blijken waar binnen de zoekgebieden windturbines niet op voorhand afvallen. Deze belemmeringenanalyse is in het kader van het MER uitgevoerd en bekijkt het gehele grondgebied van gemeente Amsterdam, om zeker te stellen dat geen geschikte locaties over het hoofd worden gezien. Locaties buiten de RES-zoekgebieden zouden alleen in beeld komen al er binnen de zoekgebieden geen wind mogelijk blijkt te zijn.

2.2

Referentie-windturbinetypen Voor sommige van de milieuthema’s is het noodzakelijk om een concreet windturbinetype te selecteren. Onderstaande tabel toont de typen die voor de verschillende klassen gekozen zijn.

Tabel 1

Windturbinetypes planMER. Voor geluid wijken sommige types hier van af. Zie paragraaf 3.2.2.2 voor meer toelichting). FabriRotordiameAshoogte Tiphoogte Klasse Type kant ter (m) (m) (m) Haven Vestas V110 Vestas 110 75 130 Klein Vestas V126 Vestas 126 82 145 Midden Vestas V150 Vestas 150 137 212 Hoog Vestas V172 Vestas 172 154 240

2.3

Belemmeringenanalyse De gehanteerde afstanden in de belemmeringenanalyse zijn afkomstig van adviesafstanden en expert judgement. De onderstaande tabel laat zien welke belemmeringen zijn toegepast. Enkele belemmeringen die alleen spelen in de haven of hier een andere status hebben zijn toegelicht in 2.3.1.

Tabel 2

Gehanteerde bufferafstanden harde belemmeringen. ForZone mule Hoog: tip Zone MidBelemmering afstand 240m den: 212m Spoorwegen 0,5 RD + 11 m 97m 86m Rijkswegen 0,5 RD 86m 75m Buisleidingen 0,5 RD 86m 75m

Uitgangspunten

Zone Laag: tip 145m 74m 63m 63m

Zone Westpoort: tip 130m 66m 55m 55m

4 4

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Belemmering Hoogspanningsinfrastructuur Vaarwegen Vaargeul IJmeer Overige wegen Gevoelige objecten, ligplaatsen en standplaatsen Strand- en Buiteneiland en Bloemerdalerpolder Enkelbestemming water Stadslandbouw

2.3.1

Formule afstand

Zone Hoog: tip 240m

Zone Midden: 212m

Zone Laag: tip 145m

Zone Westpoort: tip 130m

0,5 RD geen geen 20m 350m

86m 0m 0m 20m 350m

75m 0m 0m 20m 350m

63m 0m 0m 20m 350m

55m 0m 0m 20m 350m

350m

350m

350m

350m

350m

geen geen

0m 0m

0m 0m

0m 0m

0m 0m

Uitzonderingen havengebied Vanwege de wens van inwoners en de gemeente Amsterdam om zoveel mogelijk windenergie in de haven te realiseren is er met extra detail gekeken naar de mogelijkheden voor de plaatsing van windturbines in Westpoort. Hierbij is anders omgegaan met de volgende belemmeringen:

Tabel 3 Afwijkende belemmeringen havengebied Belemmering Zone Laag: Zone Westpoort: tip 145m tip 130m Gevoelige objecten, lig0m 0m plaatsen en standplaatsen op gezoneerd industrieterrein Panden 10m 10m

Insteekhavens

0m

0m

Spoorwegen zonder bovenleiding

10m

10m

Helikopterroute UMC

0m

0m

Toelichting In de gezoneerde industrieterreinen op en rond de haven liggen geluidsgevoelige objecten waar niet voldaan hoeft worden aan de geluidsnormen. Omdat het mogelijk is een windturbine deel te laten nemen aan de inrichting is het mogelijk om over panden te draaien. Vanwege de fundering is wel 10 m afstand gehouden. Als mogelijk is windturbine geplaatst buiten overdraaiafstand. De insteekhavens in Westpoort zijn geen vaarwegen in beheer van Rijkswaterstaat. Ontwikkeling is hier logischerwijs niet mogelijk. Overdraai is ongewenst en wordt als mogelijk voorkomen bij plaatsing. Spoorwegen zonder bovenleiding worden niet beheerd door ProRail. Hierdoor is de adviesafstand niet van kracht. Vanwege de fundering is wel 10 m afstand gehouden. In Westpoort is een helikopterlandingsplaats gerealiseerd van het UMC. De route van deze helikopter is niet geschikt voor windturbines.

5 Uitgangspunten

5

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

2.4

Onderzoeksopstellingen Elk zoekgebied kent een ‘onderzoeksopstelling’. Uitgangspunt is dat per zoekgebied een maximaal aantal windturbines is ingetekend. Zo worden de maximale milieueffecten inzichtelijk. Elk van deze opstellingen wordt individueel beoordeeld op de milieueffecten. Elk van de zoekgebieden wordt beoordeeld op alle beoordelingscriteria.

2.5

Referentiesituatie: Huidige situatie en autonome ontwikkelingen

2.5.1

Beschrijving huidige situatie Hieronder staat per zoekgebied dat is onderzocht in het planMER aangegeven wat de huidige situatie in en om de zoekgebieden is. Zoekgebied 1A: Havengebied Zoekgebied 1A Havengebied van Amsterdam betreft een grootschalig industrie- en havengebied, waar veel bedrijvigheid aanwezig is. The Port of Amsterdam, zoals de haven ook wel wordt genoemd, is één van Europa’s grootste zeehavens. De haven is gelegen langs het Noordzeekanaal en verdeelt in vier zones: Afrikahaven, Amerikahaven, Petroleumhaven en Westhaven. Zoekgebied 1B: Haven Zuid Zoekgebied 1B is gelegen ten zuiden van het havengebied van Amsterdam (zoekgebied 1A) en ten noorden van de Haarlemmerweg (N200). In dit gebied ligt een lange smalle natuurstrook genaamd de Lange Bretten. Binnen dit gebied bevindt zich een volkstuinpark (De Bretten), speeltuin en wandelroute gelegen. Het gebied heeft over het algemeen een natuurlijk en recreatief karakter. Zoekgebied 3: Ring A10 Noord Zoekgebied 3 Ring A10 Noord is gelegen aan de noordzijde van de autosnelweg A10. Het gebied heeft naast grootschalige infrastructuur in het zuidelijke gedeelte voornamelijk een agrarisch karakter, waarbij het noordelijke gedeelte een meer landelijk en parkachtig karakter heeft. Zoekgebied 4A: Science Park Zoekgebied 4A Science Park is gelegen ten zuiden van de Universiteit van Amsterdam (Science park Campus).

Het gebied heeft voornamelijk een infrastructureel karakter, gezien de ligging binnen een oksel van de autosnelweg A10 en spoorwegen. Zoekgebied 4C: Strand-/Buiteneiland Zoekgebied 4C Strandeiland betreft een opgespoten eiland en toekomstige woonbuurt aan de oostkant van Amsterdam en is gelegen binnen het IJmeer.

Uitgangspunten

6 6

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Buiteneiland betreft het sluitstuk van IJburg en wordt een natuureiland van ca. 40 hectare met recreatieve, sport- en cultuurvoorzieningen. Het zoekgebied heeft momenteel voornamelijk een vaar- en waterbestemming. Verder grenst het zoekgebied aan het beschermde Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer, waardoor het zoekgebied een belangrijke natuurfunctie heeft. Zoekgebied 4D: IJburg Baai Zoekgebied 4D IJburg Baai is gelegen ten westen van zoekgebied 4C. IJburgbaai zal ruimte bieden aan een strand met watersportfuncties. Het zoekgebied heeft momenteel voornamelijk een recreatieve- en waterbestemming. Verder ligt het zeer dichtbij het beschermde Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer, waardoor het zoekgebied een belangrijke natuurfunctie heeft. Het zoekgebied grenst aan Amsterdamse (vergunningplichtige) natuurcompensatie voor de realisatie van IJburg 2, namelijk de mosselbanken langs de Bert Haanstrakade en het Natuureiland. Deze mosselbanken zijn gerealiseerd voor naar mossels foeragerende respectievelijk op land broedende watervogels (doelsoorten Natura 2000). Het water tussen de mosselbanken en het natuureiland heeft een belangrijke natuurfunctie. Zoekgebied 4E: IJburg Diemerpark Zoekgebied IJburg Diemerpark is gelegen op een eiland ten noordoosten van het Amsterdam-Rijnkanaal. Binnen het gebied zijn met name sportparken en (recreatieve) parken aanwezig.

Het zoekgebied heeft daarnaast een natuurfunctie. Naast de Amsterdamse Ecologische Structuur en Hoofdgroenstructuur, loopt het NNN over de Diemerzeedijk, als onderdeel van het Diemerpark Zoekgebied 5A: Diemerscheg Zoekgebied 5A Diemerscheg is gelegen tussen Amsterdam-Zuidoost en Weesp en bestaat voornamelijk uit natuurgebieden. Het zoekgebied behoort tot NNN. Het groene en landelijke karakter van het gebied trekt veel recreanten aan, waardoor het gebied ook een recreatief karakter heeft. Zoekgebied 5B Weesperkarspel/Gein Zoekgebied 5B Weesperkarspel/Gein betreft een landelijk gebied op de grens van provincie Noord-Holland en provincie Utrecht. Ten westen van het zoekgebied ligt de woonwijk Gaasperdam. Zoekgebied 5C: Gaasperplas Zoekgebied 5C Gaasperplas is gelegen ten noorden van de wijk Gaasperdam, binnen de Gaasperplas dat voornamelijk een recreatieve waterfunctie heeft. Zo is er o.a. een strand, hondenstrand, zeilvereniging en zijn er verschillende parken aanwezig. Het zoekgebied heeft een belangrijke natuurfunctie en behoort bijna geheel tot NNN. Zoekgebied 6a: Knooppunt Holendrecht Zoekgebied 6a betreft een locatie aan de oostzijde van knooppunt Holendrecht. Knooppunt Holendrecht is een verkeersknooppunt voor de aansluiting autosnelwegen A2 en A9 tussen Amsterdam-Zuidoost en Ouderkerk aan 7 Uitgangspunten

7

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

de Amstel. Het gebied heeft voornamelijk een infrastructureel karakter en is gelegen binnen het terrein van een golfclub. Het gebied is dus naast infrastructuur gelegen, maar heeft ook een natuur-, recreatieve- en sportfunctie. Zoekgebied X1: Landelijk Noord Zoekgebied X1 Landelijk Noord betreft een extra zoekgebied en wordt als theoretische exercitie ten behoeve van zuivere methodologische aanpak meegenomen. Het zoekgebied Landelijk Noord betreft een groot gebied, waardoor het gebied veel verschillende functies heeft. Het is een gebied in het noorden van Amsterdam en bestaat voornamelijk uit landelijke dorpen en buurtschappen. Het zoekgebied Landelijk Noord bestaat uit veenweide landschap en valt onder het Bijzonder Provinciaal Landschap. Ook liggen er delen van NNN in het zoekgebied. Zoekgebied X2: IJmeer Zoekgebied X2 IJmeer betreft een extra zoekgebied en wordt als theoretische exercitie ten behoeve van zuivere methodologische aanpak meegenomen. Het zoekgebied X2 IJmeer betreft een randmeer tussen de polders. Het zoekgebied heeft voornamelijk een vaar- en waterbestemming. Verder ligt het zoekgebied volledig in het beschermde Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer, mede doordat het een belangrijke natuurfunctie heeft.

Overige gebieden Voor de RES-zoekgebieden Noorder IJplas (2A) en Cornelis Douwesterrein (2B) is een projectMER opgesteld en de vergunningprocedure voor dit project is reeds vergaand in voorbereiding. In 2012 is voor deze zoekgebieden in het kader van de Windvisie Amsterdam reeds een planMER uitgevoerd. Het gebied rond de Noorder IJ-plas is hierbij aangemerkt als een ruimtelijk gewenst en kansrijk gebied voor windenergie. Deze zoekgebieden worden daarom niet meegenomen in de effectbeoordeling van het planMER. Wel wordt het initiatief rond de Noorder IJ-plas en het Cornelis Douwesterrein beschouwd als autonome ontwikkeling, waardoor er verder geen mogelijkheden voor windenergie in het kader van het Programma Windenergie Amsterdam zijn. Deze locaties blijven verder in het planMER dan ook buiten beschouwing. Op basis van een belemmeringenanalyse (zie paragraaf 2.3) blijkt dat zoekgebieden Zeeburgereiland (4B), Amstell III (6B) en Kop Amstelscheg (7) geen ruimte bevatten voor de realisatie van windturbines. Deze zoekgebieden zijn derhalve niet meegenomen in de effectbeoordeling van het planMER.

2.5.2

Beschrijving autonome ontwikkelingen De milieueffecten van de onderzochte locatiealternatieven worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie: de situatie die in de toekomst zal ontstaan wanneer het project niet wordt gerealiseerd. De referentiesituatie bestaat uit de huidige legale situatie en de autonome ontwikkelingen. 8

Uitgangspunten

8

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Onder autonome ontwikkelingen worden in een MER verstaan: die ontwikkelingen waarvan reeds een ontwerp (bestemmingsplan of vergunning) is gepubliceerd. Het betreft dus redelijk concrete plannen, met een grote kans van doorgang. Algemene ontwikkelingen, zoals de land-bouwtransitie of infrastructurele projecten in de vooronderzoeksfase, vallen niet onder de definitie van autonome ontwikkeling en worden dus niet beschouwd. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de autonome ontwikkelingen. Tabel 4

Autonome ontwikkelen in/nabij gemeente Amsterdam

Ontwikkeling

2.6

Gemeente

Windpark Noorder IJ-plas

Amsterdam

Windpark Westpoortweg

Amsterdam

Strand- & Buiteneiland

Amsterdam

Bloemendalerpolder

Amsterdam

Toelichting Windpark bestaande uit 3 windturbines rondom de Noorder IJ-plas. Vergunningstraject is reeds lopende en een separaat projectMER is opgesteld. Windpark bestaande uit 4 windturbines op het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie Amsterdam West van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De vergunningen zijn reeds afgegeven voor het windpark en ook is het plan vastgelegd in het bestemmingsplan. Strandeiland maakt een deel uit van de wijk IJburg en betreft een kunstmatige eilandengroep aan de zuidwestelijke rand van het IJmeer. Strandeiland wordt gerealiseerd ten noordoosten van de al bestaande eilanden van IJburg. Het plan is reeds vastgelegd in het bestemmingsplan. Buiteneiland wordt voornamelijk een natuureiland, maar er is ook plaaits voor maximaal 500 woningen. Er is een omgevingsvergunning voor Buiteneiland verleend. Bloemendalerpolder of Weespersluis is een nieuwbouwwijk in de voormalige gemeente Weesp. Een deel van de woningen zijn ten tijde van dit planMER al gebouwd en opgenomen in de BAG. De overige woningen zijn als willekeurige punten in de bouwblokken opgenomen en gebruikt in de belemmeringenanalyse en beoordeling.

Stadsontwikkelingen De milieueffecten van de locatiealternatieven worden in het planMER vergeleken met de referentiesituatie (huidige situatie tezamen met de autonome ontwikkelingen). Binnen en nabij de gemeente Amsterdam (buurgemeenten) zijn er ook ontwikkelingen over stedelijke verdichting die formeel nog niet als autonome ontwikkeling worden aangemerkt, omdat er nog geen concrete ruimtelijke besluitvorming heeft plaatsgevonden, maar die al wel globaal bekend zijn voor de lange termijn. Deze ontwikkelingen volgen uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. In het planMER worden deze ontwikkelingen aangemerkt als ‘stadsontwikkelingen’.

Uitgangspunten

9 9

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

De effecten van windturbines op deze stadsontwikkelingen worden in het planMER niet opgenomen in de effectbeoordeling. De locatiealternatieven worden dus niet gescoord op beoordelingscriteria van stadsontwikkelingen. Wel worden de effecten van windturbines op de stadsontwikkelingen en de (on)verenigbaarheid van de locatiealternatieven in beeld gebracht. Op deze manier kan het belang van de stadsontwikkelingen volwaardig worden meegenomen in de belangenafweging voor de voorkeurslocaties in het Programma Windenergie Amsterdam. Hieronder staat een opsomming van de stadsontwikkelingen: Stadsontwikkeling

Toelichting

Amsterdam Noord Centrumgebied Amsterdam Noord (realisatie 2020 - 2030)

Delflandpleinbuurt (realisatie 2019 – 2025)

Banne Noord (realisatie 2022 – 2024)

Amsterdam Oost IJburg Centrumeiland (na 2027)

Vernieuwing Diemerpark en uitbreiding sportpark

Havengebied Haven-Stad (realisatie tussen 2025 – 2050)

Waterstofnetwerk Noordzeekanaalgebied

Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) is het gebied rond station Noord van de Noord/Zuidlijn. Het gebied wordt ontwikkeld naar nieuw stedelijk centrum met ca. 7.000 woningen en verschillende voorzieningen om te wonen, werken, winkelen en ontspannen. De Delflandpleinbuurt is gelegen in Nieuw-West, waarbij de A10-West de buurt doorsnijdt en scheidt in een westelijk en oostelijk deel. Er worden woningen (woontoren) met winkels, kantoorruimten en een parkeergarage gerealiseerd. Ook worden het Delflandplein en de omliggende straten vernieuwd. Banne Noord is gelegen aan de rand van Amsterdam onder de Ringweg A10. De wijk Banne Noord wordt opgeknapt en zal de eerste wijk zijn die aardgasvrij wordt. Naast de plannen voor het opknappen van de wijk worden ook extra woningen gebouwd. Ten zuiden van de Pampuslaan wordt de buitenhaven ingericht (land gemaakt in 2021/2022). Daarnaast op de Noordpunt een culturele voorziening en stedelijke allure realiseren. De noordzijde betreft het laatste stuk van het Centrumeiland. Het sportpark binnen Diemerpark wordt uitgebreid. Het Diemerpark is gelegen tussen Diemen, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Rieteilanden op IJburg. Het vernieuwen van het sportpark is de laatste stap van de uitbreiding.

Ook is de infrastructuur (fietspaden, parkeren en ontsluitingswegen) reeds verbeterd, zijn de recreatiemogelijkheden vergroot en zijn er losloopgebieden voor honden toegevoegd. Haven-Stad bestaat uit 12 deelgebieden ten westen en noordwesten van het centrum, waaronder Sloterdijk, Westerpark, Coen- en Vlothaven en een deel van de Noordelijke IJ-oever. De ontwikkeling betreft een complete stad met alles in de buurt: scholen, sportfaciliteiten, winkels, zorg en groen. Hynetwork Services B.V.– een dochteronderneming van de Gasunie - ontwikkelt landelijk een hogedruknetwerk voor het transport van waterstof. Voor het deel in het Noordzeekanaalgebied is 15 februari 2024 een voorkeursalternatief gepresenteerd. Voor een aanzienlijk deel kan het bestaande gasleidingennetwerk gebruikt worden voor het vervoeren van waterstof. Op twee locaties in het waterstofnetwerk NZKG dienen aanvullende tracés gelegd te worden.

Amsterdam Zuidoost

Uitgangspunten

10 10

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Woningbouwprojecten Vreeswijkpad (Gein), Lopikhof Nellestein, Holendrecht en Reigersbos (realisatie na 2026)

Gaasperdammertunnelzone (realisatie na 2025) Vernieuwing Gaasperplas (realisatie na 2024)

Tennet onderstation AMC Vluchtelingenopvang/woningen op ‘Foodstrip Amsterdam’ Helicopterwegvliegroute (na 2029) Buiten gemeentegrenzen Gemeente Zaanstad Ontwikkeling Achtersluispolder

Hembrugterrein

Gemeente Landsmeer Havenzathe

Vakantieresort Breeck

Reigersbos is een wijk in stadsdeel Zuidoost en is onderdeel van Gaasperdam. Het projectgebied bevindt zich aan de Reigersbosdreef. Een deel van het projectgebied is onderdeel van Holendrecht Oost. Holendrecht ligt in stadsdeel Zuidoost, om precies te zijn tussen Gaasperdammertunnel, Reigersbos, het landelijke gebied in het zuiden en de spoorbaan naar Utrecht. Er worden in de buurt Holendrecht ongeveer 700 woningen bijgebouwd. Pilotprogramma voor woningbouw. De Gaasperplas ligt tussen de woonwijken Nellestein en Gein, Waternet en de Gaasp. De vernieuwing houdt in: - vernieuwing fiets-, wandel en rolstoelroute rondom de plas; - vernieuwing van de hoofdingang vanaf het metrostation - verhoging biodiversiteit en natuurwaarden - meer plek voor sport, spel en recreatie Tennet onderstation bij locatie AMC West Amsterdam Holendrecht Op de Foodstrip Amsterdam Zuid-Oost worden in de toekomst een vluchtelingenopvang en/of woningen gerealiseerd Het helikopterplatform is gevestigd op de VUmc. Het plan is om dit platform te verplaatsen naar de locatie AMC. Hiervoor is een LIB in voorbereiding. Dit proces kan 6-7 jaar duren. Toelichting De Achtersluispolder is onderverdeeld in een aantal deelgebieden. In het zuidelijke gedeelte (Havenkwartier) ligt (en blijft) de focus op economische functies.

In het centrale deelgebied (Sluiskwartier) en noordelijke deelgebied (Thorbecke zone) zijn woningbouwplannen. Binnen de Thorbeckezone is ruimte voor ca. 750 tot 1250 woningen en binnen Sluiskwartier is ruimte voor ca. 750 nieuwe woningen. Bouwen nieuwbouwwoningen (ca. 950 woningen) in noordelijk deel en aan de westrand van terrein. Daarnaast worden buurtvoorzieningen gerealiseerd, zoals schoollocatie, hotellocatie, projectfabriek, kunstgebouw, aanplant en inrichting bos (Plofbos en Naoorlogse Bos) uitbreiding waterstructuur en bos. Herinrichting en uitvoering in de wijk Havenzathe in Landsmeer. De herinrichting van de wijk wordt in fases uitgevoerd in de periode van 2021 tot en met 2028. Locatie langs de ringweg A10 wordt gezien als een mogelijke locatie om invulling te geven aan recreatie en toerisme. In december 2022 is in navolging op het raadsakkoord een onderzoek gestart of woningbouw op de locatie van het resort mogelijk is.

Gemeente Ouder-Amstel De Nieuwe Kern

Ontwikkeling Manegeterrein

Uitgangspunten

Binnen gebied ‘De Nieuwe Kern’ komt ruimte voor ca. 5.000 woningen rondom een stadspark, 250.000 m2 voor bedrijven, horeca, kantoren en uitbreiding van sportcomplex De Toekomst van Ajax. Planning woningen 2026. Plan voor 36 woningen. Gemeente, eigenaar en provincie zijn bezig om de mogelijkheden voor de ontwikkeling van het terrein in kaart te brengen.

11 11

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Werkstad OverAmstel

Gemeente Diemen Rietschuurhof

Sociale woningbouw de Griend Gemeente Ronde Venen Bon-gronden

Gemeente Haarlemmermeer Sectorpark

Werkstad OverAmstel is verdeeld in vier gebieden. In Werkstad Zuid wordt verdichting mogelijk gemaakt gericht op werken en stedelijke voorzieningen. In Entrada, Werkstad Noord en Weespertrekvaart worden werkvoorzieningen en woningen mogelijk gemaakt. De Rietschuur wordt ontwikkelt voor actieve senioren (65+). In het hof komen ca. 45 woningen, waarvan 35 appartementen en 10 woningen. Project staat momenteel on hold; plan om 1085 sociale huurwoningen te realiseren. Ca. 280-300 woningen op de Bon-gronden. Plan dient nog verder te worden uitgewerkt. Verwachte oplevering eerste woningen 2026-2027.

Op het terrein van de vroegere gemeentewerf van Haarlemmerliede en Spaarnwoude in Halfweg is het plan om woningen te realiseren.

Naast stadsontwikkelingen zijn in buurgemeenten ook RES-zoekgebieden voor windenergie aangewezen. De ligging van de RES-zoekgebieden ten opzichte van de locatiealternatieven is in beeld gebracht (effecten niet opgenomen in effectbeoordeling). RES-zoekgebieden op grote afstand (>3 km) van de locatiealternatieven zijn niet meegenomen, aangezien de windturbines door de grote afstand geen effecten op elkaar hebben. Voor de gemeenten: Landsmeer, Oostzaan, Stichtse Vecht, Ronde Venen, Haarlemmermeer, Haarlem, Beverwijk, Amstelveen, Aalsmeer, Waterland en Uithoorn geldt dat deze geen zoekgebieden voor wind hebben aangewezen of dat deze op dermate grote afstand gelegen zijn. Hieronder staat een opsomming van de RES-zoekgebieden nabij de locatiealternatieven: RES-zoekgebied Gemeente Zaanstad Wind in Noordzeekanaalgebied Zon en Wind in Noordzeekanaalgebied

Gemeente Velsen Noordzeekanaal

Gemeente Ouder-Amstel A2/A9 Oudekerkerplas

Uitgangspunten

Toelichting

Kansen rondom Noordzeekanaal voor de combinatie van wind en zon waarbij gebruik gemaakt kan worden van cable-pooling. In het oostelijke gedeelte van het zoekgebied, van Industriegebied Westerspoor tot aan gemeentegrens Beverwijk ziet de gemeente enkel mogelijkheden voor windenergie. In het westelijke gedeelte van het zoekgebied wordt zowel gekeken naar mogelijkheden voor windenergie als voor zonne-energie. Zoekgebied betreft een zoekgebied voor zowel windenergie als zonne-energie. Zie toelichting hierboven. Het gebied rondom het wegenknooppunt leent zich voor de opwek van duurzame windenergie langs infrastructuur. Impactstudie ecologie en landschap zijn uitgevoerd. Er wordt een verdiepend onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen voor

12 12

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage de ecologische waarden. Daarnaast worden de effecten van Schiphol in kaart gebracht. Gemeente Diemen Wind A, B, C en D

Diemen heeft vier mogelijke geschikte locaties voor windturbines rond knooppunt Diemen. Verschillende opstellingen zijn in het (concept) MER Wind Diemen onderzocht. College van B&W ziet mogelijkheden in 2 varianten: opstellingsvariant 2 bestaande uit een lijnopstelling van 3 windturbines in zoekgebieden A, C en D of opstellingsvariant 1 met een windturbine in elk zoekgebied A, B, C en D.

13 Uitgangspunten

13

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

3 Effectbeoordeling zoekgebieden Het MER brengt de effecten van windturbines op een aantal milieuthema’s in beeld. Elk milieuthema bestaat uit meerdere ‘beoordelingscriteria’. Per beoordelingscriterium geeft het MER elk zoekgebied en elk alternatief een score op een vijfpuntsschaal: - - - 0 + ++ Het MER is dus te zien als een verzameling deelonderzoeken, die samen inzicht geven in de geschiktheid van elke onderzochte opstelling. Per beoordelingscriterium is een indeling in de klassen gekozen die onderling vergelijk van de zoekgebieden vergemakkelijkt. De meeste beoordelingscriteria gebruiken enkel de negatieve en neutrale scores. Bij het bepalen van de klassegrenzen is op basis van ‘expert judgement’ een indeling gemaakt, die zo veel mogelijk recht doet aan de verschillen tussen de zoekgebieden. Zo kan het MER optimaal worden gebruikt bij het maken van het windbeleid. Voorbeeld van bepalen beoordelingsklassegrenzen: Voor het beoordelingscriterium ‘aantal overige objecten met Lden > 42 dB’ zijn de resultaten weergegeven in onderstaande figuur. De kleur van de balken komt overeen met de toegekende score. Het effect in zoekgebieden 1A en Landelijk Noord is zo veel groter dan bij de overige zoekgebieden dat deze de beoordeling - - hebben gekregen. De grens tussen 0 en - is op 10 gelegd, zodat beide klassen een aantal keer voorkomen.

14 Effectbeoordeling zoekgebieden

14

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

3.1

Energieopbrengst

3.1.1

Beoordelingscriteria Per opstelling wordt een inschatting gemaakt van de energieopbrengst en bijbehorende emissiereductie. De vermindering van deze emissies is een direct gevolg van de energieopbrengst en wordt om dubbeltelling tegen te gaan niet apart beoordeeld. Daarnaast wordt in relatie tot het doelbereik het opgesteld vermogen van de alternatieven beoordeeld.

Tabel 5

3.1.2

Beoordelingscriteria Energieopbrengst.

Thema

Beoordelingscriterium

Methode

Energieopbrengst Energieopbrengst

Elektriciteitsproductie Opgesteld vermogen

Kwantitatief Kwantitatief

Rekenmethode en resultaten Op basis van het lokale windaanbod en technische eigenschappen van windturbines is de te verwachten elektriciteitsopbrengst van de alternatieven berekend. Deze paragraaf beschrijft de berekening om te komen tot de geschatte elektriciteitsproductie. Bij deze berekening is ervoor gekozen om uit te gaan van commercieel beschikbare windturbinetypes. Zie onderstaande tabel voor een beschrijving van de windturbinetypes die zijn gebruikt voor deze berekeningen.

Tabel 6

Technische eigenschappen windturbinetypes Klasse

Type

Vermogen (MW)

Fabrikant

RD (m)

Ashoogte (m)

Tiphoogte (m)

Haven Klein Midden

V110 2.0 V126 3.8 V150 5.6

2.0 3.8 5.6

Vestas Vestas Vestas

110 126 150

75 82 137

130 145 212

Hoog

V172 7.2

7.2

Vestas

172

154

240

Om te komen tot een jaarlijkse verwachte bruto elektriciteitsproductie is het aantal uren per jaar dat een bepaalde windsnelheid voorkomt, vermenigvuldigd met het vermogen van de windturbine bij die windsnelheid (de zogenaamde ‘power curve’ van de windturbines). Optelling hiervan levert de jaarlijkse verwachte bruto elektriciteitsproductie. De langjarig gemiddelde windsnelheidsverdeling wordt beschikbaar gesteld door het KNMI en wordt ook gebruikt bij de geluids- en slagschaduwberekeningen. De coördinaten die zijn gebruikt voor het onderdeel energieopbrengst zijn: X-coördinaat = 123.164, Y-coördinaat = 486.614. Figuur 1 toont de windsnelheidsverdeling van deze locatie op de verschillende ashoogtes.

15 Effectbeoordeling zoekgebieden

15

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage Figuur 1

Windsnelheidsverdeling op verschillende ashoogtes.

De power curves voor commercieel beschikbare types zijn openbaar beschikbaar gesteld door de fabrikanten. Deze zijn voor de betreffende turbinetypes in Figuur 2 weergegeven. Figuur 2

Power curves van de verschillende representatieve types.

De netto jaarproductie van het windpark is vervolgens berekend door de bruto productie te vermenigvuldigen met het aantal windturbines, en een afslag te doen van 13% op de bruto productie. Deze afslag is een schatting die termen bevat voor parkverliezen, onderhoud, storing en transportverliezen. Eventuele stilstand t.g.v. stilstandvoorzieningen voor het beperken van slagschaduwhinder zijn niet in de berekening verwerkt. Wanneer windturbines elektriciteit produceren wordt op dat moment minder ‘grijze’ stroom door kolen- en (vooral) gascentrales geproduceerd, met bijbehorende vermindering van CO2-, fijnstof en emissies van verzurende stoffen. De fossiele emissiefactor zal door de toenemende vergroening in de elektriciteitssector de komende jaren naar verwachting afnemen. Omdat de windturbines naar verwachting rond 2030 worden ontwikkeld zijn ook de kentallen van 2030 Effectbeoordeling zoekgebieden

16 16

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

gebruikt. De CO2-emissies per gemiddelde opgewekte kWh zijn in Nederland als volgt1. Tabel 7

Verwachte uitstoot per kWh in 2030 (op basis van energiemix in NL).

Uitstoot per kWh

CO2 357 g

In Tabel 8 is het totaaloverzicht weergegeven van de elektriciteitsproductie en de vermeden emissies. Naast vermeden CO2-emissies zijn er ook vermeden NOx, SOx en fijnstofemissies maar wegens een gebrek aan recente data zijn die niet in de berekening meegenomen. Tabel 8

Vermeden emissies op basis van de verwachte jaarproductie. Alternatief Vermogen Productie CO2 MW GWh/jr ton/jr 1A 131 337 120.255 1B 8 18 6.436 3 38 110 39.144 4A 6 18 6.568 4C 26 87 30.965 4D 22 74 26.273 4E 6 18 6.568 5A 15 36 12.872 5B 6 18 6.568 5C 17 55 19.705 6A 6 18 6.568 X1 229 770 274.862 X2 221 760 271.177

3.1.3

Beoordeling Onderstaande tabel toont de beoordeling van de criteria.

Tabel 9

Beoordelingstabel energieopbrengst -n.v.t. n.v.t. 0 < 25 GWh/jaar + 25 – 100 GWh/jaar ++ > 100 GWh/jaar

Tabel 10

Beoordelingstabel relatie tot doelbereik -n.v.t. n.v.t. 0 < 31 MW + 31 – 50 MW ++ > 50 MW

1

17

van Cappellen L. et al, 2021. Emissiefactor elektriciteit uit fossiele bronnen.

Effectbeoordeling zoekgebieden

17

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Voor de alternatieven is de verwachte energieproductie inzichtelijk gemaakt voor de windturbines (Tabel 11). Daarnaast is het vermogen in relatie tot het doelbereik weergegeven in Tabel 12. De alternatieven scoren op de thema’s energieproductie en relatie tot doelbereik als volgt: Tabel 11

Tabel 12

Beoordeling energieopbrengst Alternatief Productie (GWh/jr) 1A 337 1B 18 3 110 4A 18 4C 87 4D 74

Score ‘Opbrengst’ ++ 0 ++ 0 + +

4E 5A

18 36

0 +

5B 5C 6A

18 55 18

0 + 0

X1 X2

770 760

++ ++

Beoordeling relatie tot doelbereik (aantal MW) Alternatief Vermogen (MW) Score ‘relatie tot doelbereik’ 1A 131 ++ 1B 8 0 3 38 + 4A 6 0 4C 26 0 4D 22 0 4E 5A 5B

6 15 6

0 0 0

5C 6A

17 6

0 0

X1 X2

229 221

++ ++

3.2

Leefomgeving: geluid

3.2.1

Beoordelingscriteria Als beoordelingscriterium voor het aspect ‘Aantal nabijgelegen gevoelige objecten’ wordt het aantal gevoelige objecten gehanteerd dat is gelegen binnen

18 Effectbeoordeling zoekgebieden

18

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

de zogenaamde 42, 45 en 47 dB Lden contouren van de gemodelleerde windturbines. Dezelfde methode is gebruikt om het aantal overige objecten rondom de onderzoeksposities te berekenen. Naast een absolute beoordeling van het aantal gevoelige objecten binnen de 42, 45 en 47 dB Lden contouren zit er een meerwaarde in een relatieve beoordeling. De beoordelingscriteria zijn relatief te maken door de hoeveelheid woningen in de contouren te delen door de energieopbrengst van het alternatief. Windturbines in of nabij stiltegebied doen af aan de kwaliteit van deze stiltegebieden. In de geconsolideerde Omgevingsverordening NH 2022 is het volgende opgenomen over stiltegebieden: “Voorkomen moet worden dat hierdoor een toename plaatsvindt van de geluidsbelasting in het stiltegebied, anders dan ten gevolge van de gebiedseigen geluiden. Binnen het stiltegebied blijven ontwikkelingen die bij het gebied horen, zoals agrarische activiteiten en stille vormen van recreatie mogelijk. Hiermee dienen de raden bij ruimtelijke besluitvorming rekening te houden.” In de verordening zijn windturbines niet expliciet genoemd. Ook zijn er geen algemene streef- of grenswaarden opgenomen. Om deze reden is de afstand van de windturbines tot de stiltegebieden opgenomen als beoordelingscriteria.

Voor de cumulatie van windturbinegeluid met andere geluidsbronnen, en een kwantificering van het aantal ernstig gehinderden, zie paragraaf 3.3.

3.2.2

Rekenmethode

3.2.2.1

Parameters

In dit planMER is de keuze gemaakt om geluidsberekeningen te maken om in kaart te brengen welk geluidsniveau mogelijk kan optreden bij objecten rondom de onderzoeksopstellingen. Om geluidsberekeningen uit te kunnen voeren zijn enkele parameters nodig. De volgende parameters zijn benodigd: • Windturbinetype, per afmetingklasse • Windsnelheidsverdelingen, afgeleide van de locatie en ashoogte • Bodembestanden met de absorberende waarde van de grond • Immissiepunten; gevoelige en overige objecten • Huidig geluidsniveau t.b.v. cumulatie Hieronder is aangegeven welke keuzes zijn gemaakt om tot de juiste parameters te komen. 3.2.2.2

Windturbinetype

Het planMER gaat uit van vier afmetingsklassen. Bij de selectie voor de windturbinetypes die in de akoestische berekeningen worden gebruikt is eerst de check gedaan of windturbinetypes van de betreffende afmetingen uitzonderlijk Effectbeoordeling zoekgebieden

19 19

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

luid of stil zijn. Deze windturbines zijn niet representatief, en kunnen daarmee niet gebruikt worden in deze analyse. Hiervoor zijn de geluidsgegevens van 31 windturbinetypen opgehaald. Deze typen zijn ingedeeld bij de vier afmetingsklassen. Hieronder zijn deze klassen weergegeven: Tabel 13

Beschouwde afmetingsklassen

Klasse Haven Klein Midden Hoog

Reikwijdte rotordiameter 100 – 120 meter 120 – 140 meter 140 – 160 meter 160 – 180 meter

Aantal turbinetypen 10 8 7 6

Deze windturbinetypen zijn gemodelleerd op de ashoogten die horen bij de gehanteerde afmetingsklassen. Onderstaande grafiek laat zien wat de jaargemiddelde bronsterkte is van de windturbinetypen op de relevante ashoogte. Binnen elk afmetingklasse is een representatief type gekozen, als mogelijk passend bij typen die in de belemmeringenanalyse en andere sectorale onderzoeken gebruikt zijn. De gekozen, representatieve windturbinetypen zijn weergegeven in het groen. Figuur 3

Jaargemiddelde bronsterkte van windturbinetypen behorende bij de vier afmetingsklassen. 112

Enercon E-160 EP5 E3 V150-5,6 (GEEN STE)

111

Vestas V172 7.2 GE 6.0-164

Enercon E147 E2

Jaargemiddelde bronsterkte (LE,den)

Nordex N163/6.X V110 2.0

110

GE-158 5.5

SG 6.6-170

SG 6.6-155 GE 2.75-120

N149 5.X

109

E136 EP5 4.65 SWT 3.3

N100 2500

108

V117-3.6

V150-6.0

GE-158 4.8

GE137 V162-6.8

N131

SWT-3.0-108

107

V100 2200

E-115 EP3 4260

106

V105-3.45

N117/3600

105

V126

N133 V136 E126 EP4

E-101 3,5MW

104 100

110

120

130

140

150

160

170

180

Rotordiameter (in m)

Ashoogte = 75m

Ashoogte = 82m

Ashoogte = 137m

Ashoogte = 154 m

De vier gebruikte windturbinetypen in het akoestisch onderzoek zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 14

Gebruikte windturbinetypen in akoestisch onderzoek Klasse

Type

Effectbeoordeling zoekgebieden

Fabrikant

RD

Ashoogte

Lw, max

LE, den

20 20

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Haven

SWT-3.0-108

Siemens

108

75

107

101,1

Klein Midden

V126 3.8 N149 5.X

Vestas Nordex

126 149

83 137

105 105,6

100,1 102,3

Hoog

Vestas V172 7.2

Vestas

172

154

106,9

104,3

Voor de afmetingsklassen ‘Haven’ en ‘Midden’ zijn andere typen gekozen dan voor de andere milieuthema’s gebruikt zijn. Voor klasse ‘Haven’ omdat de V110 uitzonderlijk luid is, en voor klasse ‘Midden’ omdat de V150 uitzonderlijk stil is. Met de gekozen typen zijn de resultaten meer representatief voor de onderzochte klasse. 3.2.2.3

Windaanbod

De geluidsproductie van een windturbine is afhankelijk van de eigenschappen van het type gecombineerd met het lokale windaanbod. Ten behoeve van de berekeningen is de meest recente KNMI-dataset toegepast met het windsnelheidsaanbod op basis van langjarige gemiddelden, voor zowel dag, avond en nacht. Per alternatief is het windsnelheidsaanbod van de meest zuidwestelijke positie gedownload. Deze verdeling is gebruikt voor het gehele alternatief, behalve als er meer afmetingsklassen in een alternatief aanwezig zijn, dan is logischerwijs de windsnelheidsverdeling voor meerdere ashoogten gebruikt. De onderstaande grafiek laat de windsnelheidsverdelingen zien op de verschillende ashoogten. Deze windsnelheidsverdelingen zijn opgevraagd bij een locatie in het midden van de gemeente Amsterdam. Figuur 4

Windsnelheidsverdelingen op de onderzochte ashoogten

3.2.2.4

Bodemabsorptie en -reflectie

De absorberende of reflecterende waarde van bodems heeft invloed op de afmeting van geluidscontouren. Een harde ondergrond, zoals water, beton of as-

21 Effectbeoordeling zoekgebieden

21

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

falt reflecteert geluid. Een zachte ondergrond zoals akkers of grasland absorbeert juist geluid. De onderstaande afbeelding laat een voorbeeld zien van deze bodemwaarden. Figuur 5

Harde en zachte bodems rondom onderzoeksposities 1B (als voorbeeld).

3.2.2.5

Immissiepunten

In de NRD is opgenomen dat voor gevoelige en zogenaamde overige objecten de geluidsniveaus in kaart worden gebracht. De set van gevoelige objecten bestaat uit woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen die niet op gezoneerde industrieterreinen gelegen zijn. Woningen op industrieterreinen kennen een afwijkend beschermingsregime. Deze woningen worden wel beschouwd als overige objecten, omdat het verblijfslocaties zijn waar mensen kunnen overnachten. Verder is er gekeken naar autonome ontwikkelingen rond de onderzoeksposities. Zo is herkend dat er 500 en 8000 woningen worden gebouwd op Buiten- en Strandeiland respectievelijk. Binnen de plangebieden zijn willekeurig stippen geplaatst die worden meegenomen als gevoelig object. Ook wordt nabij zoekgebied 5A een nieuwe woonwijk gebouwd: Weespersluis. Een deel van deze woningen is al opgenomen in de BAG, echter is voor een deel

22 Effectbeoordeling zoekgebieden

22

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

de locatie nog onduidelijk. In de wijk worden maximaal 3550 woningen gebouwd2. Van 1922 woningen konden we de locatie uit de BAG halen, de resterende 1628 woningen zijn willekeurig geplaatst in de overige blokken van de woonwijk. Onderstaande afbeelding laat de situatie zien. Figuur 6

Bestaande (in rood) en nog op te leveren (in paars) gevoelige objecten rond zoekgebied 5A.

Tot de overige objecten behoren naast woningen op gezoneerde industrieterreinen ook volkstuinen, verblijfobjecten met een logiesfunctie en recreatieterreinen. Voor het thema Gezondheid is het benodigd om verder te kijken dan het aantal woningen in de 42, 45 en 47 dB Lden contouren. Er is gekozen om gevoelige en overige objecten te beschouwen die een immissie van 38 dB Lden of meer ontvangen van de windturbines. 38 dB Lden is de geluidbelasting waarbij 1% van de mensen binnenshuis nog ernstige hinder ervaart. Vanwege het hoge achtergrondgeluid in de gehele gemeente Amsterdam is de kans dat windturbines duidelijk hoorbaar zijn nihil bij lagere geluidswaarden dan 38 dB Lden. Vanwege beide redenen is 38 dB Lden de ondergrens. Na de berekening van de geluidscontouren rondom de verschillende onderzoeksposities is een set van objecten aangemaakt die voldoen aan die voorwaarde.

2

23

https://bloemendalerpolder.mett.nl/kaart+deelplan+6/default.aspx

Effectbeoordeling zoekgebieden

23

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage Figuur 7

Voorbeeld van beschouwde gevoelige en overige objecten rondom onderzoekspositie 6A

3.2.2.6

Rekenmethode

Met het softwarepakket GeoMilieu (v2023.1) zijn geluidscontouren van 38 tot en met 50 dB Lden gecreëerd. Deze contouren zijn gebruikt om voor nabijgelegen woningen de jaargemiddelde geluidsbelasting Lden te berekenen. Dit is een speciaal gemiddelde, waarbij de avond- en nachtperiode zwaarder meetellen door een straffactor van respectievelijk 5 en 10 dB. De geluidscontouren van 38 tot 50 dB Lden zijn nodig bij het berekenen van het aantal ernstig gehinderden. Deze contouren kunnen gebruikt worden om de nodige 42, 45 en 47 dB Lden contouren te creëren.

3.2.3

Resultaten

3.2.3.1

Aantallen objecten binnen geluidscontouren

Per zoekgebied is nagegaan hoeveel geluidsgevoelige en overige objecten in de verschillende geluidscontouren (oftewel Lden-ringen). De onderstaande afbeelding laat dit zien voor zoekgebied 6A. In dit voorbeeld liggen er geen geluidsgevoelige of overige objecten binnen de 45 en 47 dB Lden contouren. Wel liggen er negen geluidsgevoelige objecten binnen de 42 dB Lden contour.

24 Effectbeoordeling zoekgebieden

24

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage Figuur 8

Ligging van geluidsgevoelige en overige objecten binnen de 42-45-47 dB Lden contouren.

Als deze exercitie wordt uitgevoerd voor alle zoekgebieden resulteert dat in de volgende aantallen objecten waar meer dan 42, 45 of 47 dB Lden voorkomt.

Weesperkarspel

Gaasperplas

Holendrecht

Land. Noord

6A 9 0 0 0 0 0

X1 X2 4557 1289 1166 238 807 87 69 11 50 10 48 6

IJmeer

Diemerscheg

5B 5C 253 4016 0 1461 0 22 0 3 0 1 0 0

IJburg Baai

5A 9 0 0 7 4 2

S/B-eiland

1B 3 4A 4C 4D 4E 1368 2936 375 2090 7710 960 167 56 100 460 2417 5 0 9 0 50 176 0 3 25 8 6 11 0 2 20 5 0 9 0 2 12 5 0 4 0

Science Park

1A 399 55 41 79 26 15

Ring A10 Noord

Diemerpark

Zoekgebieden Aantal GO met Lden > 42 dB Aantal GO met Lden > 45 dB Aantal GO met Lden > 47 dB Aantal OO met Lden > 42 dB Aantal OO met Lden > 45 dB Aantal OO met Lden > 47 dB

Haven-Zuid

Geluidsgevoelige en overige objecten met 42, 45 of 47 dB Lden per zoekgebied

Haven

Tabel 15

Ten behoeve van de relatieve beoordeling dienen bovenstaande resultaten te worden gedeeld door de elektriciteitsproductie van het betreffende zoekgebied. Deze energieproductie per zoekgebied is overgenomen uit 3.1.

25 Effectbeoordeling zoekgebieden

25

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Science Park

S/B-eiland

IJburg Baai

Diemerpark

Diemerscheg

Weesperkarspel

Gaasperplas

Holendrecht

Land. Noord

IJmeer

Aantal GO met Lden > 42 dB per GWh/jr Aantal GO met Lden > 45 dB per GWh/jr Aantal GO met Lden > 47 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 42 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 45 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 47 dB per GWh/jr

Ring A10 Noord

Zoekgebieden GWh/jr

Haven-Zuid

Geluidsgevoelige en overige objecten per GWh met 42, 45 of 47 dB Lden per zoekgebied

Haven

Tabel 16

1A 337 1 0,2 0,12 0,23 0,08 0,04

1B 18 76 9,3 0,00 0,17 0,11 0,11

3 110 27 0,5 0,08 0,23 0,18 0,11

4A 18 20 5,4 0,00 0,43 0,27 0,27

4C 87 24 5,3 0,58 0,07 0,00 0,00

4D 74 105 32,8 2,39 0,15 0,12 0,05

4E 18 52 0,3 0,00 0,00 0,00 0,00

5A 36 0 0,0 0,00 0,19 0,11 0,06

5B 18 14 0,0 0,00 0,00 0,00 0,00

5C 55 73 26,5 0,40 0,05 0,02 0,00

6A 18 0 0,0 0,00 0,00 0,00 0,00

X1 770 6 1,5 1,05 0,09 0,06 0,06

X2 760 2 0,3 0,11 0,01 0,01 0,01

Voor alle zoekgebieden zijn figuren getekend met alle geluidscontouren van 37 t/m 50 dB Lden (inclusief dus de 42, 45 en 47 dB Lden-contouren waarbinnen de woningen als beoordelingscriterium tellen) en opgenomen in Bijlage C. 3.2.3.2

Stiltegebieden

Onderstaande afbeelding laat de ligging van de onderzoeksposities en de stiltegebieden uit de provinciale Omgevingsverordening zien. Figuur 9

Relatie tussen onderzoeksposities zoekgebied 3 en het nabijgelegen stiltegebied.

26 Effectbeoordeling zoekgebieden

26

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Beide extra zoekgebieden (X1 en X2) kennen windturbines die in het stiltegebied in Landelijk Noord gelegen zijn. Enkele windturbines van zoekgebied 3 liggen binnen 500 meter van dit gebied.

3.2.4

Gevoeligheidsanalyse In dit MER is naast de beoordeling van zoekgebieden ook een gevoeligheidsanalyse opgenomen. Een gevoeligheidsanalyse laat de effecten op geluid zien als de parameters van het onderzoek per stuk worden aangepast. De gevoeligheidsanalyse is opgenomen om tegemoet te komen aan een signaal uit de stad, namelijk om te berekenen wat de geluidsbelasting op hogere hoogte, zoals flats, kan zijn. Er is gekozen om naast het effect van een verandering van de ontvangerhoogte ook het effect van andere mogelijke veranderingen te berekenen. De methode en resultaten van de gevoeligheidsanalyse worden hieronder gepresenteerd. Buiten de gevoeligheidsanalyse wordt er gerekend met realistische en daadwerkelijk voorkomende parameters. Een optelling van de aanpassing van alle 6 parameters naar een ultiem worst-case scenario wordt hier niet uitgevoerd, en biedt ook geen realistisch beeld. Zelfs als deze situatie bij een concreet zou voorkomen, moet altijd nog voldaan worden aan de nog vast te stellen nationale normen. De gevoeligheidsanalyse biedt inzicht in de geluidsbelasting van windturbines bij aanpassing van verschillende parameters. Zo zijn de volgende zaken onderzocht: • Ontvangerhoogte van gevoelige objecten: 2, 5, 10, 15, 20, 30 en 50 meter. • Bodemreflectie: harde, halfharde en zachte bodems. • Ashoogten: 93, 107, 120, 133, 147 en 160 meter.

• Verschillende windturbinetypen. • Maximaal momentaan geluid vs. gemiddeld geluid zonder straffactoren. • Laagfrequent geluid. Voor een set van vier afstanden (350, 500, 750 en 1000 meter) is steeds inzichtelijk gemaakt in hoeverre de verschillende parameters invloed hebben op het geluidsniveau. Dit geluidsniveau is gepresenteerd in dB Lden, tenzij anders aangegeven. Uitgangspunt is een voorbeeldopstelling met de volgende kenmerken: • Drie windturbines in lijn, 500 meter uit elkaar. • Ontvangerhoogte: 5 meter. • Bodemreflectie: 0,5. Gehele bodem in omgeving deze reflectiewaarde. • Ashoogte: 120 meter, windsnelheidsverdeling van midden Amsterdam. • Windturbinetype: N163, representatief groot type, waarvan veel gegevens bekend zijn (inclusief spectraaldata).

27 Effectbeoordeling zoekgebieden

27

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Onderstaande afbeelding laat de 47, 45 en 42 dB Lden contouren zien bij deze parameters. Deze reiken op het verste punt tot 460, 608 en 885 meter respectievelijk. De geluidsbelasting aan de kopse kant van de voorbeeldopstelling is geringer, omdat daar vrijwel alleen de bijdrage van de dichtsbijgelegen windturbine meespeelt. Figuur 10

Geluidscontouren en ontvangerpunten bij voorbeeldopstelling gevoeligheidsanalyse.

3.2.4.1

Ontvangerhoogte

Onderstaande grafiek laat het effect van de ontvangerhoogte zien op het geluidsniveau aldaar. Ontvangers die zich dichter bij de bodem bevinden ontvangen minder geluid bij een bodemreflectie van 0,5. De deels dempende werking van de bodem is groter voor punten nabij deze bodem. Hoge punten zoals op 50 meter kennen deze demping nauwelijks, en ontvangen dan ook een hogere geluidswaarde. Het verschil tussen een ontvangerhoogte van 2 en 50 meter op de geluidswaarde is 1,2 dB Lden.

28 Effectbeoordeling zoekgebieden

28

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage Figuur 11

Effect van ontvangerhoogte op geluidsniveau dB Lden op 500 meter afstand (N163).

3.2.4.2

Bodemreflectie

De (niet-)dempende werking van bodems is ook onderzocht. De voorbeeldopstelling rekent met een bodemreflectie van 0,5. De invloed van de aanpassing van de bodem is inzichtelijk gemaakt. Geen (B=0) en gehele (B=1) bodemreflectie zijn gemodelleerd. Onderstaande grafiek laat de resultaten zien. Figuur 12

Geluidsniveau per toetspunt, verschillende bodems

Het effect van de bodemhardheid is maximaal ca. 2,2 dB Lden. 3.2.4.3

Ashoogten

Ter plaatse van de middelste windturbine van de voorbeeldopstelling zijn de windsnelheidverdelingen voor 6 verschillende ashoogte toegepast (bron: KNMI). Hiermee is de geluidsproductie berekend. De onderstaande afbeelding

29 Effectbeoordeling zoekgebieden

29

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

laat zien wat de impact is van de ashoogte op het geluid bij de vier ontvangerpunten. Figuur 13

Geluidsniveau per toetspunt, verschillende ashoogten

Het effect van de ashoogte is groter op grotere afstand van het windpark en bedraagt ca. 1,4 tot 2,0 dB Lden op 350 respectievelijk 1000 meter afstand. 3.2.4.4

Windturbinetypen

In de voorbeeldopstelling is het representatieve N163 type van Nordex gemodelleerd. Onderstaande grafiek geeft weer wat de verschillen zijn tussen dit typen en de vier typen gebruikt voor de geluidsberekeningen van de verschillende windturbines in het planMER. Figuur 14

Geluidsniveau per toetspunt, verschillende typen, zelfde ashoogte

30 Effectbeoordeling zoekgebieden

30

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Het ondervonden effect van het windturbinetype bedraagt ca. 3 dB Lden. N.B. er bestaan luidere en stillere windturbinetypes dan meegenomen in deze gevoeligheidsanalyse (zie bijvoorbeeld Figuur 3). Een andere manier om dit weer te geven is met behulp van de 42 dB Lden-contouren. Zoals Figuur 15 laat zien kan het toepassen van een stil ander windturbine de 42 dB Lden contour honderden meters kan doen verschuiven. Figuur 15

42 dB Lden-contouren van het representatieve type samen met het luidste en stilste type waarmee in de zoekgebieden is gerekend. De contour ligt op 550-700 meter van de windturbines bij toepassing van een stil windturbinetype. Bij een luid windturbinetype varieert deze afstand van 750-1000 meter. De variatie wordt veroorzaakt door de orientatie t.o.v. de lijnopstelling (doordat haaks op de lijn meerdere windturbines significant bijdragen aan de geluidsbelasting.

Toepassen van een ander type kan dus andere effecten hebben. Voor de keuze voor aan te wijzen zoekgebieden zal dit weinig gevolgen hebben, maar in het kader van de inrichting van concrete projecten wel. Daarom is het aanbevelenswaardig om in een projectMER windturbines met verschillende bronsterktes te onderzoeken. 3.2.4.5

Maximaal momentaan geluid vs. gemiddeld geluid zonder straffactoren

Waar bovenstaande gevoeligheidsstappen directe aanpassingen zijn aan de gemodelleerde windturbine of omgeving, kijkt deze stap naar de geluidseenheid. In deze stap is aangegeven wat het verschil is tussen ➢ Lden: jaargemiddelde geluidsbelasting, waarbij geluid in de avond en nacht een straffactor krijgen van 5 respectievelijk 10 dB. ➢ Lgemiddeld: de jaargemiddelde geluidsbelasting zonder straffactoren. Effectbeoordeling zoekgebieden

31 31

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

➢ Lmax: de maximale momentane geluidsbelasting. Figuur 16

Verschil tussen de jaargemiddelde geluidsbelasting (met en zonder straffactoren) en maximale (momentane) geluidsniveau.

Windturbines draaien een groot deel van de tijd op maximaal vermogen 3. Daarom is het verschil tussen de gemiddelde en maximale belasting niet zo groot als wellicht verwacht. 3.2.4.6

Laagfrequent geluid

Windturbines maken geluid over het hele spectrum van lage en hoge tonen, waaronder laagfrequent geluid. Het laagfrequente geluid van windturbines is vergelijkbaar met andere geluidsbronnen, zoals wegverkeer4. Vanuit de expertgroep Gezondheid is gevraagd om extra aandacht te geven aan het onderwerp laagfrequent geluid (LFG). Laagfrequent geluid is geluid van 25 tot 160 Hz en is bij een juist werkende windturbine niet tonaal. Dat betekent dat geen specifieke toon gehoord kan worden bij dit laagfrequent geluid. In plaats daarvan kan een lage ruis worden waargenomen. Ondanks dat deze ruis minder goed te registreren is, kunnen omwonenden van windturbines toch hinder ondervinden van dit geluid. Hieronder wordt door middel van een representatieve voorbeeldberekening inzichtelijk gemaakt welke geluidsbelasting van windturbines leidt tot welke laagfrequente geluidsniveaus en in hoeverre dit hinderlijk kan zijn. Om laagfrequent geluid in kaart te brengen is het geluidsniveau per frequentie als input voor de berekeningen nodig. Deze informatie is opgevraagd bij Nordex

3

4

De onderzochte windturbine, de Nordex 6.X draait rond de 60% van de tijd op maximaal vermogen. Bolin et al., (2011) Infrasound and low frequency noise from wind turbines: exposure and health effects.

Effectbeoordeling zoekgebieden

32 32

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

en toegepast. Onderstaande grafiek laat de frequentieverdeling zien. Per octaafband is weergegeven welk geluidsniveau de N163 6.X produceert. Zoals veel geluidsbronnen produceert een windturbine vooral veel geluid in de middenfrequenties en minder laag- en hoogfrequent geluid. Dit resulteert in de volgende curve, die representatief is voor de meeste windturbinetypes: Figuur 17

Geluidsemissie N163 6.X uitgesplitst per frequentieband (octaaf), van 31 tot 8000 Hz.

Laagfrequent maakt samen met midden- en hoogfrequent het totale geluidsniveau. Hieronder is weergegeven hoe de maximale geluidsimmissie zich verhoudt tot de maximale laagfrequente geluidsimmissie alhier. Figuur 18

Lmax vs. LFGmax

Om iets te kunnen zeggen over de hinderlijkheid van het laagfrequente geluid van de windturbines worden de bovenstaande gegevens vergeleken met de zogenaamde “Vercammen 3-10%-curve”. In 1990 is er in opdracht van het ministerie van VROM een rapport samengesteld waarin normen worden voorgesteld die gehanteerd zouden kunnen worden bij vergunningverlening. In dit rapport Effectbeoordeling zoekgebieden

33 33

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

werd een grenswaarde voorgesteld waarbij 3 tot 10% van de doorsnee bevolking hinder zou kunnen ondervinden. De Vercammen-curve is een normstelsel voor binnenshuis. Door bij de waarden van de curve een waarde behorende bij een standaard gevel op te tellen is een Vercammen-curve voor buitenshuis te berekenen.5 Onderstaande tabel laat de curves voor binnen en buiten zien. Tabel 17 Vercammen-curve binnen- en buitenshuis 10 12,5 16 20 25 Frequentie [Hz] Vercammen binnengrenswaarde Geluidwering standaard gevel Vercammen gevelwaarde

31,5

40

50

63

83

100

125

86

82

76,7

70,5

64,7

59,4

54,6

50,2

46,2

42,5

39,1

36,1

5 91

6 88

7 83,7

8 78,5

9 73,7

10 69,4

11 65,6

12 62,2

13 59,2

14 56,5

15 54,1

17 53,1

Het laagfrequente geluidsniveau bij de vier ontvangerpunten is in de grafiek hieronder weergegeven, evenals de Vercammen-curve voor buitenshuis. Voor de toetspunten is de laagfrequente, maximaal mogelijke geluidsbelasting berekend (zonder A-weging!) en in onderstaande figuur afgezet tegenover de Vercammen-curve. Figuur 19

Laagfrequente gevelwaarden vs. Vercammenwaarde

Bovenstaande grafieken laten zien dat de laagfrequente immissie (niet A-gewogen) bij afstanden minder dan 500 meter de Vercammencurve overschrijdt. Dit resultaat is deels toe te schrijven aan het specifieke windturbinetype, de N163 6.X die relatief veel geluid produceert in 50, 63 en 80 Hz tertsbanden, en de methode hoe deze tertswaarden worden berekend. Uit GeoMilieu, de gebruikte software, komen alleen frequentiewaarden in octaafvorm. Om de vergelijking te maken moeten deze octaafwaarden worden geëxtrapoleerd naar tertsbanden. Hierbij kan een overschatting worden gemaakt van de berekende terstbanden.

5

Royal HaskoningDHV, 2017, Laagfrequent geluid in het kader van het MER HHTT

Effectbeoordeling zoekgebieden

34 34

PlanMER windenergie Amsterdam Technische bijlage

Ondanks deze aanmerkingen geeft de berekening een informatief resultaat. Mocht op deze afstand een project ontwikkeld worden, dan dient er getoetst te worden of de gekozen windturbines kunnen voldoen aan de Vercammen-curve. Een ander type met andere parameters resulteert in een ander resultaat.

3.2.5

Beoordeling Per beoordelingscriterium zijn klassegrenzen gedefinieerd om een goed vergelijk tussen de zoekgebieden mogelijk te maken. Zie ook de algemene inleiding van dit hoofdstuk voor een toelichting.

Tabel 18

Beoordelingskader Leefomgeving: geluid en gezondheid. GO: geluidsgevoelige objecten. OO: overige objecten.

Thema Geluid Geluid Geluid Geluid Geluid Geluid Geluid Geluid Geluid Geluid Geluid Geluid

Beoordelingscriterium6 Aantal GO met Lden > 42 dB Aantal GO met Lden > 45 dB Aantal GO met Lden > 47 dB Aantal GO met Lden > 42 dB per GWh/jr Aantal GO met Lden > 45 dB per GWh/jr Aantal GO met Lden > 47 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 42 dB Aantal OO met Lden > 45 dB Aantal OO met Lden > 47 dB Aantal OO met Lden > 42 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 45 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 47 dB per GWh/jr

Stiltegebied

Ligging t.o.v. stiltegebieden

->1000 GO >100 GO >10 GO >25 GO/GWh >10 GO/GWh >1 GO/GWh >50 OO >10 OO > 5 OO >0,3 OO/GWh >0,2 OO/GWh >0,1 OO/GWh Windturbines in stiltegebied

100-1000 GO 10-100 GO 1-10 GO 1 -25 GO/GWh 1-10 GO/GWh 0-1 GO/GWh 10-50 OO 1-10 OO 1-5 OO 0,15 -0,3 OO/GWh 0,1 -0,2 OO/GWh 0-0,1 OO/GWh Windturbines <500 m van stiltegebied

0 0-100 GO 0-10 GO Geen GO <=1 GO/GWh < GO/GWh 0 GO/GWh 0-10 OO 0-1 OO Geen OO 0-0,15 OO/GWh 0-0,1 OO/GWh 0 OO/GWh Windturbines >500 m van stiltegebied

Als we het beoordelingskader toepassen op de resultaten leidt dit tot onderstaande tabel.

6

Science Park

S/B-eiland

IJburg Baai

Diemerpark

Diemerscheg

Weesperkarspel

Gaasperplas

Holendrecht

Land. Noord

1A 399 55 41 1 0,2 0,12 79 26 15 0,23 0,08 0,04

1B 1368 167 0 76 9,3 0,00 3 2 2 0,17 0,11 0,11

3 2936 56 9 27 0,5 0,08 25 20 12 0,23 0,18 0,11

4A 375 100 0 20 5,4 0,00 8 5 5 0,43 0,27 0,27

4C 2090 460 50 24 5,3 0,58 6 0 0 0,07 0,00 0,00

4D 7710 2417 176 105 32,8 2,39 11 9 4 0,15 0,12 0,05

4E 960 5 0 52 0,3 0,00 0 0 0 0,00 0,00 0,00

5A 9 0 0 0 0,0 0,00 7 4 2 0,19 0,11 0,06

5B 253 0 0 14 0,0 0,00 0 0 0 0,00 0,00 0,00

5C 4016 1461 22 73 26,5 0,40 3 1 0 0,05 0,02 0,00

6A 9 0 0 0 0,0 0,00 0 0 0 0,00 0,00 0,00

X1 X2 4557 1289 1166 238 807 87 6 2 1,5 0,3 1,05 0,11 69 11 50 10 48 6 0,09 0,01 0,06 0,01 0,06 0,01

IJmeer

Ring A10 Noord

Zoekgebieden Aantal GO met Lden > 42 dB Aantal GO met Lden > 45 dB Aantal GO met Lden > 47 dB GO met Lden > 42 dB per GWh/jr GO met Lden > 45 dB per GWh/jr GO met Lden > 47 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 42 dB Aantal OO met Lden > 45 dB Aantal OO met Lden > 47 dB OO met Lden > 42 dB per GWh/jr OO met Lden > 45 dB per GWh/jr OO met Lden > 47 dB per GWh/jr

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14938076/1