CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bestemmingsplan 11e herziening Landelijk Noord.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 22 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 11e herziening Landelijk Noord (VN2023-000968)21.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

Pagina 6 van 18

Beschermde planten uit deze categorie mogen niet opzettelijk worden geplukt of van hun groeiplaats worden verwijderd. Let op! Voor de Europees beschermde soorten geldt dat het niet is toegestaan vaste rust- of verblijfplaatsen opzettelijk of niet, te verstoren. Daarmee is het direct noodzakelijk te onderzoeken of binnen een plangebied sprake is van vaste verblijfplaatsen, zoals die van vleermuizen. Indien vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn is een ontheffing nodig. Ontheffing voor activiteiten waarmee de verbodsbepalingen worden overtreden, kan alleen worden verleend op basis van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. Er is sprake van een groot algemeen belang; 3. Effecten op populatieniveau zijn uitgesloten. Het bevoegd gezag ten aanzien van het verlenen van ontheffingen is de provincie waarin de activiteit plaats vindt. In de ontheffing kunnen voorwaarden worden opgenomen ten aanzien van compenserende en mitigerende maatregelen. Vogels Alle in het wild levende vogels, hun eieren en vaste verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden gevangen, beschadigd of verstoord. Ook geldt een Zorgplicht en dat houdt in dat verstoring tot een minimum wordt beperkt. De nuance tussen wat opzettelijk is en wanneer men kan worden aangesproken op de Zorgplicht, zal uit jurisprudentie moeten blijken.

Let op Een aantal vogelsoorten zijn beschermd op basis van het verdrag van Bern en Bonn. Voor deze soorten geldt dat nesten -tijdens het broeden of anderzijds als vaste rustplaats in gebruik zijn- niet (met of zonder opzet) mogen worden verstoord. Voorbeelden van soorten die genoemd zijn in het verdrag van Bern en die veel voorkomen nabij gebouwen zijn roodborst, pimpelmees en winterkoning. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli. Broeden begint enige tijd voor het leggen van het ei en eindigt nadat het nest niet meer wordt gebruikt. Sommige vogelsoorten hebben een tweede of derde leg. Ook is de start en einde van het broeden en gebruik van het nest verschillend per vogelsoort. Daarmee dient rekening gehouden te worden. Soorten zoals steenuil (bijlage 2 verdrag van Bern) gebruikt het nest bijvoorbeeld het hele jaar als vaste rustplaats en is daarmee het hele jaar beschermd. Ook kunnen foerageergebieden rondom nesten onderdeel zijn van vaste verblijfplaatsen. Activiteiten waarmee een van de verbodsbepalingen voor vogels wordt overtreden kunnen -uiteraard onder voorwaarden- worden toegestaan op basis van een door de provincie verleende ontheffing. Andere soorten In bijlage A en B van de Wet natuurbescherming is een lijst opgenomen van beschermde fauna respectievelijk flora.

Deze soorten mogen niet opzettelijk worden gevangen, beschadigd, verstoord of gedood respectievelijk opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd. Anders dan voor de Europese soorten, geldt een milder beschermingsregime: Vaste rust- of verblijfplaatsen van deze soorten mogen niet opzettelijk worden verstoord of vernietigd.

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

Pagina 7 van 18

Bij wet zijn de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis die in en rondom gebouwen leven, vrijgesteld van de verboden. De provincies kunnen generieke vrijstelling verlenen door het aangeven van een lijst van vrijgestelde beschermde soorten voor ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer. Ook kan de provincie ontheffing verlenen voor: •

Het opzettelijk verstoren van individuen of vaste rust- of verblijfplaatsen van deze soorten, bijvoorbeeld in het kader van het voorkomen van schade aan gewassen.

•

Het opzettelijk verstoren van individuen of vaste rust- of verblijfplaatsen van soorten die niet zijn vrijgesteld bij provinciale verordening.

In de provincie Noord-Holland zijn alle diersoorten in de categorie ‘andere soorten’2 en die algemeen voorkomen, vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen. De volgende soorten die hoge eisen stellen aan hun omgeving zijn niet vrijgesteld: Zoogdieren

Dagvlinders

boommarter

Amfibieën en reptielen alpenwatersalamander

aardbeivlinder

veenbesblauwtje

bunzing

vinpootsalamander

bosparelmoervlinder

veenbesparelmoervlinder

das edelhert

vuursalamander adder

bruin dikkopje bruine eikenpage

veenhooibeestje veldparelmoervlinder

damhert eekhoorn

hazelworm levendbarende hagedis

donker pimpernelblauwtje duinparelmoervlinder

zilveren maan

eikelmuis grijze zeehond gewone zeehond

ringslang libellen

gentiaanblauwtje grote parelmoervlinder grote vos

vissen beekdonderpad beekprik

grote bosmuis hermelijn molmuis

bosbeekjuffer beekkrombout donkere waterjuffer

grote vuurvlinder grote weerschijnvlinder iepenpage

elrits Europese rivierkreeft gestippelde alver

steenmarter

gevlekte glanslibel

kleine heivlinder

grote modderkruiper

veldspitsmuis waterspitsmuis

hoogveenglanslibel Kempense heidelibel

kleine ijsvogelvlinder kommavlinder

kwabaal

wezel

speerwaterjuffer

pimpernelblauwtje

kevers

sleedoornpage spiegeldikkopje

vliegend hert

wild zwijn alle vleermuizensoorten

2

Behalve vogelsoorten

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

3

PROJECTBESCHRIJVING

3.1

Ligging

Pagina 8 van 18

Het projectgebied bestaat uit een vrijstaande boerderij met omringende tuin met het adres ‘t Nopeind 12 te Amsterdam. De projectlocatie is gelegen in de lintbebouwing van het landelijke gebied van Amsterdam-Noord in de provincie Noord-Holland. In afbeelding 1 en 2 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 1 en 2. Ligging plangebied

3.2

Beschrijving van het project

De boerderij met het adres ’t Nopeind 12 is al enige jaren onbewoond en wordt in zijn geheel gerenoveerd en uitgebouwd. Twee bestaande schuren en twee betonnen ronde mestplaten worden gesloopt, en een nieuwe schuur wordt gebouwd op een iets andere locatie in de tuin. Vooralsnog worden geen bomen gekapt. De kavelsloten blijven ongewijzigd. In afbeelding 3 is de bestaande situatie weergegeven en in afbeelding 4 de nieuwe situatie.

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

Afbeelding 3. Bestaande situatie

Afbeelding 4. Nieuwe en situatie

Pagina 9 van 18

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

4

Pagina 10 van 18

BESCHERMDE GEBIEDEN

Het plangebied is niet in of nabij beschermde gebieden gelegen. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebied is ‘Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske’, op een afstand van 2 kilometer van het plangebied, zie afbeelding 5. Het Natuurnetwerk Nederland komt overeen met het Natura 2000gebied, waarvan een groot deel bestaat uit Weidevogelleefgebied, zie afbeelding 6. Het projectgebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied of Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie afbeelding 5 en 6. De lintbebouwing van ’t Nopeind is omringt door weilanden die de status weidevogelleefgebied hebben. Vanwege de kleinschaligheid van het projectgebied en het ongewijzigd gebruik van het perceel als woonfunctie, kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten. Voor de bepaling van de stikstofdepositie op het nabijgelegen Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske zal een aparte stikstofdepositieberekening worden uitgevoerd.

Afbeelding 5: Natura 2000-gebieden nabij het projectgebied (met i aangegeven, Aerius.nl)

Afbeelding 6: Natuurnetwerk Nederland (NNN) nabij het projectgebied (geoapps.noord-holland.nl en eigen bewerking)

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

5

Pagina 11 van 18

ONDERZOEKSMETHODE

De Quickscan is uitgevoerd door een ecoloog met kennis op het gebied van vleermuizen en broedvogels in het stedelijke gebied, mevrouw ir L. van der Valk. Voor het archiefonderzoek is onder andere NDFF en eerder uitgevoerde onderzoeken naar beschermde flora en fauna in de omgeving meegenomen. De te renoveren boerderij en de tuin zijn met daglicht op 14 mei 2021 onderzocht. Gelet is op mogelijke invliegopeningen en is het projectgebied ter plaatse beoordeeld op de geschiktheid als leefgebied voor vleermuizen, huismus en gierzwaluw. De weersomstandigheden waren met 13ᵒ C, zware bewolking, geen neerslag, weinig wind, voldoende om een biotoopanalyse uit te voeren. De afbeeldingen 7-12 geven een indruk van het plangebied. Afbeelding 7. De zij- en voorkant van de boerderij

Afbeelding 8. Het dak van de achterzijde

Afbeelding 9. De achterste houten schuur wordt gesloopt

Afbeelding 10. De achterzijde van het perceel met op de voorgrond de te slopen mestplaten

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

Afbeelding 11. De te slopen tweede schuurtje

Pagina 12 van 18

Afbeelding 12. De binnenzijde van de te slopen schuur

Het projectgebied is langs een lintbebouwing van ’t Nopeind gelegen, met rondom het perceel grenssloten gelegen. De sloten blijven intact. Het aanwezige groen is als tuin in gebruik. Beschermde exemplaren van de soortengroepen vissen en insecten kunnen op voorhand worden uitgesloten en worden buiten beschouwing gelaten. Tijdens het onderzoek is daarom aandacht besteed aan mogelijke locaties voor verblijfplaatsen van vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, amfibieën en reptielen, flora en jaarrond beschermde vogelnesten van soorten zoals gierzwaluw en huismus. Vleermuizen verblijven in bomen en gebouwen. Bomen zijn geschikt als verblijfplaats als deze holtes bevatten die naar boven toe zijn ingerot of in grote (verticale) spleten. Gebouwen zijn geschikt als verblijfplaats als een spouw aanwezig is, een holle ruimte aanwezig is tussen betimmering en de muur of dak, achter daklijsten, achter loodslabben of tussen dakpannen en de betimmering aan de binnenzijde van het dak. Sommige soorten zoals gewone grootoorvleermuis en baardvleermuis hangen ook in grote ruimten zoals kerkzolders en fabriekshallen. Broedvogels zoals huismus en gierzwaluw broeden onder dakpannen (of losse loodslabben), als deze een geschikte opening bevatten.

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

6

RESULTATEN

6.1

Vleermuizen

Pagina 13 van 18

Archiefonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens kunnen zes soorten vleermuizen worden verwacht in het bebouwde gebied van Amsterdam namelijk; gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. Uit het archiefonderzoek komen geen verblijfplaatsen van vleermuizen naar voren in de omgeving van het projectgebied. Waarnemingen van vleermuizen in of in de omgeving van het projectgebied ontbreken ook. Veldonderzoek Het dak heeft dakpannen met verschilende kieren en openingen. Verblijfplaatsen van soorten als laatvlieger kunnen verwacht worden in het dak. De muren hebben geen open stootvoegen, maar wel een spouw, zie afbeedling 13. Deze is toegankelijk via scheuren in het mestelwerk in de overgangen tussen muurdelen en boeidelen, zie afbeelding 14. Vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Een nader onderzoek naar vleermuizen is nodig. Afbeelding 13. De muren hebben een spouw

Afbeelding 14. De muren zijn toegankelijk

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

6.2

Pagina 14 van 18

Broedvogels

Archiefonderzoek In 2013-2017 is in opdracht van Stadsdeel Centrum een onderzoek uitgevoerd naar de verblijfplaatsen van gierzwaluwen in Amsterdam (De Jong en Wonders). Ook is in opdracht van gemeente Amsterdam een inventarisatie uitgevoerd in 2005-2006 naar huismus. Beide inventarisaties zijn verwerkt in de kaart op de website http://maps.amsterdam.nl/vogels/?LANG=nl, (geraadpleegd op 04-05-2021). Op afbeelding 15 is te zien dat in het plangebied nesten van gierzwaluw en huismus zijn aangetroffen. Afbeelding 15. Locaties van nesten van gierzwaluw (zwart) en huismus (oranje) nabij het plangebied (rood omlijnd). Bron: http://maps.amsterdam.nl/vogels/?LANG=nl

Veldonderzoek Tijdens het veldonderzoek zijn circa 10 spreeuwennesten vastgesteld, alsmede 4-5 nesten van huismussen en een mogelijk nest van de gierzwaluw op basis van een laag overvliegende en gierende gierzwaluw. De nesten van spreeuwen en huismus zijn vastgesteld op basis van volwassen exemplaren die met prooidieren onder een dakpan verdwenen. Bij beide buren zijn ook nesten van huismus en spreeuwen op deze manier vastgesteld. Om precies te weten hoeveel en waar huismus en gierzwaluw nestelen is een nader onderzoek naar huismus en gierzwaluw nodig. In de struiken in de tuin komen mogelijk nesten voor van kleine zangvogels, zoals heggenmus. De nesten van deze soorten en die van de spreeuw op het dak zijn in het broedseizoen beschermd. Deze soorten maken elk jaar een nieuw nest, waardoor een nest alleen in het broedseizoen (globaal van 15 maart t/m 15 juli) beschermd is. Indien gehouden wordt aan de zorgplicht, zie hoofdstuk 7, zijn geen aanvullende maatregelen nodig.

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

6.3

Pagina 15 van 18

Grondgebonden zoogdieren

Archiefonderzoek In de omgeving van het projectgebied, vooral aan de rand van het Natura 2000-gebied Ilperveld ten oosten van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van de in Noord-Holland beschermde zoogdiersoorten bunzing, wezel en hermelijn. Andere beschermde soorten zoals waterspitsmuis en noordse woelmuis komen voor in de goed ontwikkelde rietzones van het natura 2000-gebied. Veldonderzoek Voor grondgebonden zoogdieren is gelet op de aanwezigheid van rommelhoeken, water en de aanwezigheid van struiken en groen in en in de omgeving van het projectgebied. Het projectgebied is geschikt voor algemeen voorkomende zoogdiersoorten zoals egel en haas. Vanwege de aanwezigheid van struweel, bomen, water en de watergangen met onbeschoeide oevers is het projectgebied geschikt als leefgebied voor wezel, hermelijn en bunzing. Om de aanwezigheid van deze soorten vast te kunnen stellen of uit te sluiten is nader onderzoek nodig. Dit onderzoek kan alleen in het zomerhalfjaar worden uitgevoerd. Indien deze soorten worden waargenomen gedurende het nadere onderzoek kan ervan uit worden gegaan dat het projectgebied een leefgebied is voor deze soort(en).

6.4

Flora

Archiefonderzoek De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan op basis van verspreidingsgegevens worden uitgesloten. Veldonderzoek Het biotoop dat bestaat uit grasland en tuinplanten en is ongeschikt voor beschermde plantensoorten. Beschermde plantensoorten worden derhalve niet verwacht.

6.5

Amfibieën en reptielen

Archiefonderzoek In de watergangen in de omgeving komen de algemeen voorkomende soorten kleine watersalamander, bastaardkikker, bruine kikker en gewone pad voor. In ondiepe watergangen kan ook de beschermde rugstreeppad voorkomen. Veldonderzoek Omdat de omringende sloten vissen bevat, is dit water ongeschikt als voortplantingswater voor de Europees beschermde rugstreeppad. Daarnaast wordt geen water gedempt, waardoor negatieve effecten op de rugstreeppad niet zal optreden.

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

Pagina 16 van 18

Mogelijk verblijft de gewone pad in de bladeren en in de schaduw van de bomen. Het projectgebied biedt geen belangrijk leefgebied voor amfibieën en reptielen. Bij ruimtelijke ontwikkeling zijn de algemeen voorkomende soorten vrijgesteld. De ringslang wordt op basis van verspreidingsgegevens en het ontbreken van broeihopen niet verwacht.

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

7

Pagina 17 van 18

CONCLUSIE

Onderhavige Quickscan Wet natuurbescherming richt zich op een te renoveren boerderij en de sloop van schuren en mestplaten aan ’t Nopeind 12 te Amsterdam. Als gevolg van de renovatie worden geen effecten op de Ecologische Hoofdstructuur of Natura 2000-gebieden verwacht. Op basis van de in mei 2021 uitgevoerde Quickscan Wet natuurbescherming zijn verblijfplaatsen van huismus in het dak vastgesteld. Met de renovatie van het dak is in elk geval een ontheffing nodig voor de huismus. Ook nesten van de gierzwaluw kunnen verwacht worden. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen niet worden uitgesloten. Omdat de boerderij al enige tijd heeft leeggestaan en er schuren en rommelhoeken aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) niet worden uitgesloten. Een nader onderzoek naar huismus, gierzwaluw, vleermuizen en kleine marterachtigen is nodig, om deze soorten vast te kunnen stellen dan wel uit te kunnen sluiten. Langs de sloten van het projectgebied kunnen algemene soorten amfibieën voorkomen. Bij ruimtelijke ontwikkeling zijn de algemeen voorkomende soorten vrijgesteld van de ontheffingsplicht. De aanwezige wateren zijn ongeschikt als voorplantingswater voor de Europees beschermde rugstreeppad en ringslang. Een nader onderzoek naar amfibieën en reptielen is niet nodig.

Zorgplicht Aan de zorgplicht wordt voldaan als: •

Nader onderzoek naar vleermuizen, huismus, gierzwaluw en kleine marterachtigen wordt uitgevoerd.

•

Tijdens de werkzaamheden kleine zoogdieren en amfibieën de gelegenheid krijgen om weg te vluchten.

•

In de aanwezige bomen en struiken kunnen mogelijk algemene vogelsoorten tot broeden komen. Indien het groen wordt verwijderd, wordt geadviseerd om dit voor 15 maart of na 15 juli uit te voeren. Met deze planning wordt voorkomen dat nesten worden beschadigd en dat sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming.

Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam| 31 mei 2021

Pagina 18 van 18

Literatuurlijst Literatuurlijst • •

NDFF Netwerk Groene Bureau gedragscode (2010), zie http://netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/gedragscode

Websites geraadpleegd op 04-04-2021: • http://maps.amsterdam.nl/vogels/?LANG=nl • waarneming.nl • www.sovon.nl

blz. 88

bestemmingsplan_11e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)

blz. 89

Bijlage 4

Nader onderzoek flora en fauna

Gemeente Amsterdam

cliënt:

J.C. Sap - van Saane

adres:

‘t Nopeind 10B 2027 AE Amsterdam

omschrijving:

Nader onderzoek broedvogels en vleermuizen ’t Nopeind 12 te Amsterdam

van:

ir. L. van der Valk

datum:

15 oktober 2021

Geachte heer Sap - Van Saane, Hierbij ontvangt u de resultaten van het nadere onderzoek naar broedvogels en vleermuizen ter plaatse van de vrijstaande voormalige boerderijwoning aan ’t Nopeind 12 te Amsterdam in de provincie Noord-Holland, zie afbeelding 1 en 2. Afbeelding 1 en 2. Ligging projectgebied (in rood)

Aanleiding In mei 2021 is een Quickscan Wet natuurbescherming1 uitgevoerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat vaste rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen, gierzwaluw en huismus niet konden worden uitgesloten. Een nader onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus is nodig om de aanwezigheid vast te kunnen stellen of uit te kunnen sluiten.

1

Van der valk, L. DresmévanderValk. 2021. Quickscan Wet natuurbescherming ’t Nopeind 12 te Amsterdam, 17p. Nader onderzoek vleermuizen en broedvogels ’t Nopeind 12 te Amsterdam

1

Doel Het doel van het nadere onderzoek naar broedvogels en vleermuizen is het vaststellen dan wel uitsluiten van nesten of vaste verblijfplaatsen in de te renoveren boerderijwoning. Het doel van het nadere onderzoek is meerledig: 1. Vaststellen dan wel uitsluiten van vaste rust -of verblijfplaatsen van vleermuizen, gierzwaluw en/of huismus; 2.

Vaststellen soort(en) en aantal in het projectgebied;

3.

Vaststellen wat de mogelijke effecten zijn op deze soorten;

Onderzoeksstrategie nader onderzoek Methode broedvogelonderzoek Voor het onderzoek naar huismus is gebruik gemaakt van de richtlijnen van de soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene bureaus. Voor de huismus is de geschikte onderzoeksperiode tussen 1 april en 15 juni gelegen en zijn twee onderzoeksrondes benodigd. Tussen de twee onderzoeksrondes zijn minimaal 10 dagen gelegen. In tabel 1 zijn de richtlijnen weergegeven van het Soortinventarisatieprotocol van de huismus. Tabel 1. De richtlijnen voor onderzoek naar de huismus (netwerk Groene bureaus)

Methode gierzwaluwonderzoek Voor het broedvogelonderzoek wordt -zover mogelijk- gebruik gemaakt van de richtlijnen van het Kennisdocument Gierzwaluw van BIJ12. Voor de gierzwaluw is de geschikte onderzoeksperiode tussen 1 juni en 15 juli en zijn drie onderzoeksrondes nodig met een tussengelegen periode van 10 dagen, zie tabel 2. Tabel 2. De richtlijnen voor onderzoek naar de gierzwaluw (BIJ12)

Nader onderzoek vleermuizen en broedvogels ’t Nopeind 12 te Amsterdam

2

Methode vleermuisonderzoek Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector (apparaat die ultrasone geluiden omzet in voor de mens hoorbare geluiden). Op basis van de frequentie van de geluiden, de biotoop en het vlieggedrag kan worden vastgesteld om welke vleermuissoorten het gaat. De geluiden zijn ook achteraf geanalyseerd op basis van Batsound versie 4.2. Vleermuizen verhuizen regelmatig van verblijfplaats en er wordt onderscheid gemaakt tussen winterverblijfplaats, zomerverblijfplaats, kraamverblijfplaats en paarverblijfplaatsen. Daarom worden vier tot vijf inventarisatierondes in het vleermuisprotocol als noodzakelijk geacht. De onderzoeken vinden verspreid plaats tussen mei en september vlak voor zonsondergang en twee uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst. In tabel 3 zijn de uitgevoerde onderzoeksrondes weergegeven. In het najaar zijn geen extra onderzoeksrondes uitgevoerd naar zwermplaatsen die duiden op massawinterverblijfplaatsen. De boerderijwoning heeft onvoldoende massa en variatie in het dak en de spouw om deze functie mogelijk te maken en deze functie kan bij voorbaat worden uitgesloten (zie referentie wijziging nummer 5 in het vleermuisprotocol).

Tabel 3. Bijzonderheden van de veldbezoeken

Datum

Type onderzoek

weersomstandigheden

14-05-2021, 14:00 uur

Huismus

13˚C, geen neerslag, weinig wind

2-06-2021, 12:00 uur

Huismus

22˚C, geen neerslag, weinig

20-06-2021, 20:00 - 00:10 uur

Gierzwaluw en Vleermuizen: zomer- en

17˚C, geen neerslag, weinig

(zonsondergang 22:04 uur)

kraamverblijfplaatsen, foerageergebied en

wind

wind

migratieroutes. 07-07-2021, 19:55 - 00:00 uur

Gierzwaluw en extra avondronde laatvlieger.

(zonsondergang 22:00 uur)

16˚C, geen neerslag, weinig wind

13-07-2021, 3:30 - 5:35 uur

Vleermuizen: zomer- en

17˚C, geen neerslag, weinig

(zonsopkomst 5:34 uur)

kraamverblijfplaatsen, foerageergebied en

wind

migratieroutes. 15-07-2021, 19:50 - 22:15 uur

Gierzwaluw

(zonsondergang 21:53 uur)

18˚C, geen neerslag, weinig wind

30-08-2021, 00:15 - 02:15 uur

Vleermuizen: zomer- en

15˚C, geen neerslag, weinig

(zonsondergang 20:35 uur)

paarverblijfplaatsen, foerageergebied en

wind

migratieroutes. 22-09-2021, 21:40 - 00:00 uur

Vleermuizen: zomer- en

14˚C, geen neerslag, weinig

(zonsondergang 19:40 uur)

paarverblijfplaatsen, foerageergebied en

wind

migratieroutes.

Nader onderzoek vleermuizen en broedvogels ’t Nopeind 12 te Amsterdam

3

Onderzoeksresultaten broedvogels Huismus De huismus is gedurende de onderzoeksrondes in de broedperiode op meerdere locaties in en buiten het projectgebied foeragerend en onder dakpannen waargenomen. Binnen het projectgebied zijn 11 nestlocaties van de huismus vastgesteld onder de dakpannen van de woning. De nesten bevinden zich voornamelijk aan de west- en oostzijde verspreid over dakdelen van het voorhuis, maar ook aan de westzijde van het dakdeel van het achterhuis, zie afbeelding 3. De vele kieren en gaten in het vervallen dak geven de huismus over bijna de gehele oppervlakte toegang tot het dakbeschot. Vrouwtjes- en mannetjesmussen zijn onder dakpannen waargenomen met voedsel in hun snavels waarbij ook geregeld het geluid van juveniele exemplaren hoorbaar was. In de aangrenzende woningen met de adressen ’t Nopeind 14 en 10 zijn eveneens meerdere nestlocaties van de huismus waargenomen. Bij de nestlocaties is tevens het territoriale gedrag van mannetjes waargenomen op de goten, daken en nokvorsten. Gierzwaluw Binnen het projectgebied zijn eveneens 3 nesten van gierzwaluw vastgesteld. Drie afzonderlijke gierzwaluwen zijn invliegend en uitvliegend in nestlocaties onder schuin liggende pannen waargenomen. Eén nest is aan de westzijde en twee nesten zijn aan de oostzijde van het dak vastgesteld, zie afbeelding 3.

Tussen de 3 à 4 gierzwaluwen zijn laagvliegend en gierend waargenomen langs deze delen van de woning ter hoogte van de goot en het midden van het dak. Boven het projectgebied en de omgeving zijn eveneens tussen de 10 à 15 hoogvliegende foeragerende en gierende exemplaren waargenomen. Ook in de aangrenzende woning aan ’t Nopeind 14 is een invliegende gierzwaluw waargenomen. Overige broedvogels Buiten het projectgebied in de aangrenzende woningen met de adressen ’t Nopeind 14 en 10 zijn tientallen spreeuwen met nestindicerend gedrag op de nokken, goten en dakdelen waargenomen. Ook bij de weilanden en tuinen in de omgeving zijn groepen spreeuwen waargenomen. Op het dak van de woning in het projectgebied zijn eveneens enkele keren spreeuwen waargenomen. Hoewel er niet direct nesten zijn vastgesteld is het gezien de waarnemingen aannemelijk dat er enkele spreeuwennesten in de woning binnen het projectgebied aanwezig zijn. Spreeuwen maken echter elk jaar een nieuw nest, waardoor een nest alleen in het broedseizoen (globaal van 15 maart t/m 15 juli) beschermd is. Onderzoeksresultaten vleermuizen Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis Tijdens de onderzoeksrondes in de kraamperiode van 20 juni, 7 juli en 13 juli 2021 zijn twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld in de boerderij binnen het projectgebied, zie afbeelding 3.

Een verblijfplaats van een enkel individu bevindt zich in de noordgevel onder de hier aanwezige gevelbetimmering. De tweede vastgestelde verblijfplaats van 2 à 3 gewone dwergvleermuizen bevindt zich in het gebouw.

Nader onderzoek vleermuizen en broedvogels ’t Nopeind 12 te Amsterdam

4

Het is niet goed mogelijk te achterhalen waar deze verblijfplaats zich precies bevindt, omdat de vleermuizen uit de openstaande deuren vlogen van de Dars. Tijdens de onderzoeksrondes in de kraamperiode zijn maximaal 3 à 4 individuele gewone dwergvleermuizen en een enkele hoog overvliegende rosse vleermuis waargenomen. Er zijn geen andere soorten waargenomen in het projectgebied. Kraamkolonies zijn niet vastgesteld. Paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis Gedurende de avondrondes in de paarperiode van 30 augustus en 22 september 2021 zijn meer gewone dwergvleermuizen waargenomen in de omgeving en rond het projectgebied dan in de kraamperiode (circa 10 individuele dieren). Voornamelijk gewone dwergvleermuizen en een enkele ruige dwergvleermuis zijn foeragerend en baltsend rond de huizen en weilanden waargenomen. Ter plaatse van de vastgestelde zomerverblijfplaatsen in het projectgebied zijn circa 4 foeragerende en baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Op basis van de waarnemingen kan ervan uit worden gegaan dat de zomerverblijfplaatsen ook als paarverblijfplaats worden gebruikt. Zwermplaatsen die op een winterverblijfplaats duiden zijn niet waargenomen. Foerageergebied en migratieroute De directe omgeving, de straten en de bomen, de tuinen en weilanden en het projectgebied worden gebruikt als foerageergebied door gewone dwergvleermuizen.

In het projectgebied zijn gedurende alle onderzoekrondes niet meer dan 4 afzonderlijke dieren waargenomen. Er zijn geen migratieroutes waargenomen in of langs het projectgebied. Afbeelding 3. Functies voor vleermuizen, gierzwaluw en huismus

Nader onderzoek vleermuizen en broedvogels ’t Nopeind 12 te Amsterdam

5

Laatvlieger Er zijn tijdens de onderzoeksrondes geen laatvliegers in of in de omgeving van het projectgebied waargenomen. Verblijfplaatsen van laatvlieger in de woning van het projectgebied kunnen uitgesloten worden. Conclusies Binnen het projectgebied zijn 11 nesten van huismus en 3 nesten van gierzwaluw vastgesteld. Nesten van huismus en gierzwaluw zijn jaarrond beschermd. Indien dakpannen of goten worden verwijderd is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig, omdat dan nesten van huismus en gierzwaluw worden verstoord of vernietigd. Nesten van spreeuw zijn niet met zekerheid vastgesteld binnen het projectgebied, maar zijn gezien de waarnemingen in het gebied mogelijk wel aanwezig. Deze soort is alleen in het broedseizoen beschermd (globaal van 15 maart t/m 15 juli). Als pannen worden verwijderd van het dak dient hier rekening mee te worden gehouden. Van de gewone dwergvleermuis zijn 2 vaste verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld binnen het projectgebied. Het gaat om 2 zomerverblijfplaatsen, die vermoedelijk ook in gebruik zijn als paarverblijfplaats. Met de renovatiewerkzaamheden aan de boerderijwoning in het projectgebied worden deze verblijfplaatsen verstoord of vernield en daarom is een ontheffing van de Wet natuurbescherming benodigd. Indien u naar aanleiding van deze rapportage vragen hebt, kunt u contact opnemen met ondergetekende.

Met vriendelijke groet,

Ir. Linda van der Valk Postbus 225 1970 AE IJmuiden 06-47570615 Linda@dresmevandervalk.nl

Nader onderzoek vleermuizen en broedvogels ’t Nopeind 12 te Amsterdam

6

blz. 96

bestemmingsplan_11e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)

blz. 97

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

Gemeente Amsterdam

APS - Milieu B.V.

Tappersweg 12E 2031 ET Haarlem Tel.: (023) 538 51 91 info@apsmilieu.nl www.apsmilieu.nl

Verkennend bodemonderzoek R21-B927 (versie 2)

’t Nopeind 12 Amsterdam

Opdrachtgever: Aannemersbedrijf Vreeling B.V. Achtergouwtje 1a 1027 AV Amsterdam december 2021 NL52 RABO 0175 8032 77 NL44 INGB 0002 0722 15 KvK Haarlem: 34123303 BTW nr: 815463844B01

APS - Milieu B.V.

Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1 Doel en opzet van het onderzoek................................................................................. 5 2 Vooronderzoek ................................................................................................................... 6 2.1 Historie ........................................................................................................................ 6 2.2 Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................ 7 3 Uitvoering ........................................................................................................................... 8 3.1 Veldwerk ..................................................................................................................... 8 3.2 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................. 9 4 Analyseresultaten ............................................................................................................. 11 5 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................

12 6 Betrouwbaarheid............................................................................................................... 14

Bijlage 1. Topografische kaart............................................................................................. 15 Bijlage 2. Kadastrale kaart................................................................................................... 17 Bijlage 3. Locatietekening met boorpunten......................................................................... 19 Bijlage 4. Boorstaten ........................................................................................................... 21 Bijlage 5. Toetsingskader .................................................................................................... 25 Bijlage 6. Referenties .......................................................................................................... 34 Bijlage 7. Analysecertificaten.............................................................................................. 36

2

APS - Milieu B.V.

Samenvatting Soort onderzoek

verkennend bodemonderzoek NEN-5740

Aanleiding tot het onderzoek

funderingsherstel

Projectcode

R21-B927 (versie 2)

Opdrachtgever

Aannemersbedrijf Vreeling B.V.

Adres opdrachtgever

Achtergouwtje 1a

Woonplaats en postcode

1027 AV Amsterdam

Locatiebenaming

’t Nopeind 12 te Amsterdam

Locatieadres

’t Nopeind 12

Locatie plaats en postcode

1027 AE Amsterdam

Kadastrale aanduiding

Sectie E, nummer 997 van de gemeente Nieuwendam

Coördinaten

X: 126151 / Y: 491567

Oppervlakte onderzoekslocatie 350 m2 Te onderscheiden deellocaties

01. gehele onderzoekslocatie

Aantal boringen en peilbuizen

3 waarvan 1 afgewerkt met een peilbuis

Datum veldwerk

23 november 2021

Datum watermonsters

2 december 2021 en 6 januari 2022

Aantal analyses

6x standaardpakket grond 2x lood 1x standaardpakket grondwater Aangetroffen verontreinigingen bovengrond sterk puinhoudend boring 05: o.a. sterk verontreinigd met lood en matig met PAK. bovengrond matig puinhoudend boring 04: o.a. sterk verontreinigd met lood bovengrond matig puinhoudend boring 03: licht verontreinigd met koper, kwik en lood bovengrond zwak puinhoudend: licht verontreinigd met koper, zink, molybdeen, kwik en lood. ondergrond: licht verontreinigd met zware metalen. grondwater: licht verontreinigd met arseen, molybdeen en barium. Conclusies en aanbevelingen BUS- of Wbb-melding naar Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12402906/1