CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bestedingsvoorstel B&MO

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 25 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het verlenen van financiële dekking uit het Klimaatfonds voor subsidies voor het aardgasvrij maken van bedrijven en maatschappelijke organisaties en de Banne Noord (ZD2021-013062)5.012 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestedingsvoorstel stadsbrede aardgasvrij subsidie voor bedrijven en maatschappelijke organisaties Een bestedingsvoorstel voor een besteding uit het Klimaatfonds van de gemeente Amsterdam

Opgesteld door:

C.E. Ligthert

In opdracht van:

R. Doornewaard

Adviseur Subsidies en Middelen Teamleider Energietransitie gebouwde omgeving

+31626942904

C.Ligthert@amsterdam.nl

+31613627959

R.Doornewaard@amsterdam.nl

1

1 Aanleiding

Eind 2018 heeft de gemeente Amsterdam een klimaatfonds in het leven geroepen. Bij de uitwerking van de governance voor dit fonds is er gekozen voor het gebruik van bestedingsvoorstellen om bestedingen uit het fonds te onderbouwen. Deze onderbouwing dient ertoe het college, raad en de burger inzicht te geven in de beoogde besteding van middelen uit het klimaatfonds. Naast een uitleg van het plan voor de beoogde besteding gaat deze onderbouwing ook in op de mate waarin de beoogde besteding past binnen de randvoorwaarden en uitgangspunten die de raad meegegeven heeft bij de oprichting van het klimaatfonds. Als onderdeel van de Strategie naar een stad zonder aardgas geeft de gemeente Amsterdam al sinds 12 september 2017 subsidie om Amsterdammers te stimuleren hun woning aardgasvrij te maken. De aardgasvrij focus van de gemeente ligt hoofdzakelijk op woningen. De aardgasvrij opgave in de gebouwde omgeving is echter breder. Bedrijven en maatschappelijke organisaties maken ook gebruik van aardgas in hun gebouwen en in hun bedrijfsvoering. Om een aardgasvrije en klimaatneutrale stad te worden zullen ook deze organisaties de energietransitie moeten doormaken. Om dat te bewerkstellingen zullen ondernemers en maatschappelijke organisaties meer betrokken worden in de gebiedsgerichte aardgasvrij aanpak. Wijkuitvoeringsplannen zullen naast de woningen ook ingaan op de andere gebouwen.

De verwachting is dan ook dat de gebiedsgerichte uitwerkingen van de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij in de toekomst ook subsidie voor bedrijven en maatschappelijke organisaties zullen bevatten. De gemeente Amsterdam heeft tussen 24 juli 2018 en 31 december 2019 al een subsidie beschikbaar gesteld die maatschappelijke organisaties stimuleerde om hun gebouwen aardgasvrij te maken. Het animo voor deze subsidie was redelijk. Na de looptijd van de regeling was 60% van de beschikbare middelen besteed. Een moskee, een school, een rugbyclub en een kinderdagverblijf werden aardgasvrij. Mooie voorbeelden die duidelijk maken dat de verbreding van de focus nodig is, want ook voor bedrijven en maatschappelijke organisaties is de Energietransitie een uitdaging. Niet alle organisaties kunnen (of willen) wachten tot de gebiedsgerichte aanpak bij hun in de buurt komt. Om ook deze organisaties te stimuleren om investeringsmomenten te benutten wordt voorgesteld, om net als gedaan wordt voor woningen, een bescheiden bedrag vrij te maken om niet alleen maatschappelijke organisaties, maar ook bedrijven over de hele stad te stimuleren om aardgasvrij te worden. Met een stadsbreed beschikbare subsidie komen de initiatieven boven, leren wij waar de energie ligt en hoe wij die energie los maken.

2 Samenvatting

Voorgesteld wordt om € 1.000.000,- in het klimaatfonds te oormerken voor besteding door middel van een stadsbrede subsidie om bedrijven en maatschappelijke organisaties (voortaan: B&MO) te stimuleren om de gebouwen in Amsterdam waarin de bedrijfsmatige of maatschappelijke activiteiten worden uitgevoerd aardgasvrij te maken. Aanvullend wordt voorgesteld om € 42.500,in het klimaatfonds te oormerken om de uitvoeringslasten van deze subsidie te dekken. De subsidie zou worden ondergebracht onder de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam. De looptijd van deze subsidie wordt gelijk gesteld met de looptijd van de reeds bestaande subsidie voor woningen. De hoogte van de beoogde subsidie zal afhankelijk zijn van de hoeveelheid aardgas die een B&MO gebruikt met een maximum van €3,- per jaarlijks bespaarde kubieke meter aardgas. De hoogte van de subsidie zal verder afhankelijk zijn van het feit of er sprake is van een bedrijf of een maatschappelijke organisatie. Waarbij voor bedrijven de subsidie maximaal 25% van de kosten bedraagt tot een maximum van €30.000,- per verblijfsobject. Voor maatschappelijke organisaties gelden respectievelijk 50% van de kosten en maximaal €60.000,- per verblijfsobject. Aanvullend is een kleine subsidie beoogd van 50% van de meerkosten van aardgasvrije bedrijfsmiddelen tot een maximum van €1000,- per verblijfsobject.

3

3 Het voorstel

3.1 Omschrijving Het voorstel is om €1.000.000 in het klimaatfonds te oormerken voor besteding door middel van een subsidie waarmee bedrijven en maatschappelijke organisaties door de gehele stad gestimuleerd worden om de gebouwen waar vanuit zij hun activiteiten uitoefenen aardgasvrij te maken. Aanvullend wordt voorgesteld om € 42.500,- in het klimaatfonds te oormerken om de uitvoeringslasten van deze subsidie te dekken Een partij wordt geacht een maatschappelijke organisatie te zijn als voldaan wordt aan deze voorwaarden: De partij is een rechtspersoon zonder winstoogmerk; De partij is statutair gericht op maatschappelijk belang; en De partij heeft een publieke functie op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, maatschappelijke opvang of zorg. In de toekomst worden scholen die onder de onderwijshuisvestingsverordening vallen mogelijk uitgesloten, omdat voor deze scholen een andere stimuleringsmaatregel in voorbereiding is. Een kamer van koophandel registratie is voldoende om te bewijzen dat er sprake is van een bedrijf. De beoogde subsidie zou bestaan uit het toevoegen van de volgende drie subsidiabele activiteiten in het stadsbrede hoofdstuk 2 van de bestaande subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij: 1.

In bestaand maatschappelijk vastgoed, welke daardoor aardgasvrij wordt, de gasgestookte ruimte- en tapwaterverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije ruimte- en tapwaterverwarmingsinstallatie en het door de netbeheerder laten verwijderen van de aardgasaansluiting. 2. In een bestaande bedrijfsruimte, welke daardoor aardgasvrij wordt, de gasgestookte ruimte- en tapwaterverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije ruimte- en tapwaterverwarmingsinstallatie en het door de netbeheerder laten verwijderen van de aardgasaansluiting. 3. In een bestaande bedrijfsruimte of bestaand maatschappelijk vastgoed, welke daardoor aardgasvrij wordt, omzetten van aardgas verbruikende bedrijfsmiddelen naar bedrijfsmiddelen die dezelfde functie vervullen zonder aardgas verbruiken. De subsidiabele activiteiten met nummer 1 en 2 zijn identiek behalve dat ze respectievelijk de doelgroep maatschappelijke organisaties en bedrijven hebben. De toevoeging van deze subsidiabele activiteiten aan de bestaande op woningen gerichte subsidieregeling heeft als gevolg dat er voor het aardgasvrij maken van ieder bestaand gebouw in de stad een aardgasvrij subsidie beschikbaar zal zijn. Ook voor B&MO’s geldt, net als bij woningen, dat er voor nieuwbouw geen subsidie is. Nieuwbouw wordt geacht aardgasvrij gerealiseerd te worden.

Uitgangspunt is dat winstzoekende gebouweigenaren met bedrijven gevraagd kan worden om een groter deel van de kosten van de transitie zelf te dragen. Het voorstel is daarom om in principe

4

een groter deel van de kosten voor het aardgasvrij maken te subsidiëren als de eigenaar van het gebouw een maatschappelijke organisatie1 (50%) is dan wanneer de eigenaar een bedrijf is (25%). Een risico is deze opzet zal kunnen leiden tot gevallen waar een verhuurder met een ‘formeel’ winstoogmerk, die ‘uit liefdadigheid’ voor een zachte huur aan een maatschappelijke organisatie verhuurt, niet in aanmerking zal komen voor de hogere subsidie en daardoor benadeeld zal zijn. Wij schatten dat risico als laag in. Verder is het uitgangspunt dat grotere organisaties gevraagd kunnen worden om meer bij te dragen dan kleinere. Daarom stellen wij voor om een maximumbedrag per gebouw in te stellen van €60.000 voor een gebouw van een maatschappelijk gebouweigenaar en €30.000 voor een gebouw van een winstzoekende gebouweigenaar. Het laatste uitgangspunt is dat we alleen redelijke en kosten efficiënte maatregelen subsidiëren. Daarom is het voorstel om een maximum van €3,- subsidie per jaarlijks bespaarde m3 aardgas als maximum te gebruiken. Dit bedrag is ongeveer 60% van het bedrag dat eerder is gehanteerd als maximum in de op maatschappelijk vastgoed gerichte aardgasvrij subsidie. Daarbij werd namelijk een maximum gehanteerd €5000,- per 35GJ (een woningequivalent) aan jaarlijks bespaard gasverbruik.

Na een omrekening op basis van de verbrandingswaarde van gas kwam dat neer op iets minder dan €5,- subsidie per jaarlijks bespaarde m3 aardgas. Deze percentuele vermindering ten opzichte van de voorgaande (niet meer beschikbare) subsidie is zeer vergelijkbaar aan de vermindering die plaatsgevonden heeft voor stadsbrede subsidies voor woningen ten tijde van de introductie van de gebiedsgerichte subsidie. Deze ging van €5000,- per woning naar € 3000,- per woning. De subsidiabele activiteit met nummer 3 richt zich op het stimuleren dat ook de bedrijfsmiddelen aardgasvrij worden. Er is op dit moment weinig zicht op welke aardgas verbruikende bedrijfsmiddelen er allemaal in gebruik zijn. Vast staat wel dat ze er zijn, door de stad heen zijn er de nodige terrasverwarmers, kookstelletjes, frituurinstallaties, koelkasten en ovens. Met een bescheiden subsidie krijgt de gemeente Amsterdam beter zicht alle diverse soorten gasverbruikende bedrijfsmiddelen en de kosten die daarmee gemoeid gaan. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van deze subsidie om de vervanging van kostbare en grote installaties die nog niet voldoende zijn afgeschreven uit te lokken. Maar wel om het de moeite waard te maken voor ondernemers om te onderzoeken of een elektrische of anderszins aardgasvrije variant van het bedrijfsmiddelen te overwegen. De beoogde subsidie bedraag 50% van de meerkosten.

De meerkosten bedragen het verschil tussen de investeringskosten voor een vervangend aardgas verbruikend bedrijfsmiddel dat de functie van het bestaande bedrijfsmiddel kan vervullen en het duurdere bedrijfsmiddel dat die functie vervult zonder aardgas te verbruiken. Op die manier draait de gemeente niet op investeringen in bedrijfsmiddelen die het bedrijf sowieso moet maken. Door slechts de helft van de kosten te dragen borgt de gemeente dat de investeringen redelijk zijn. De eigenaar moet immers de andere helft zelf betalen.

5

Deze subsidiabele activiteiten zijn nadrukkelijk gericht op de gebouweigenaren en niet de huurders. Wij achten een bedrijf of een maatschappelijke organisatie die een gebouw huurt, niet of zeer beperkt verantwoordelijkheid voor de verduurzaming van dat gebouw. Beoogde wordt om het plafond voor deze drie subsidiabele activiteiten aanvankelijk te stellen op €500.000,-. Als er veel animo is voor deze subsidie en de uitkomsten wenselijk blijken dan kan het college kiezen om het subsidieplafond verhogen tot €1.000.000,-. Mochten de resultaten tegenvallen, dan kan de niet gecommitteerde €500.000,- vrij vallen naar het Klimaatfonds. De looptijd van deze stadsbrede subsidie voor B&MO’s wordt gelijk gesteld met de looptijd van de stadbrede subsidie voor woningen. Als er niet tussentijds verlengd wordt loopt deze op 31 december 2022 af.

3.2 Het doel Het doel van de subsidie die met de middelen uit het klimaatfonds zal worden betaald is het stimuleren van maatschappelijke organisaties en bedrijven om hun in Amsterdam gelegen gebouwen aardgasvrij te maken. Het doel is daarmee volledig in lijn met het doel van het fonds om Amsterdam in 2040 aardgasvrij te maken. Het draagt bij aan de realisatie van de doelen het transitiepad gebouwde omgeving. Het Verdiept bestedingsperspectief voor het klimaatfonds geeft dan ook aan dat een beperkte bijdrage mogelijk is om initiatieven die lijden tot aardgasvrij vastgoed buiten de wijkaanpak te stimuleren. Het deel van de subsidie voor maatschappelijke organisaties past goed binnen de 8-17 miljoen die in het bestedingsperspectief tussen 2019 en 2022 geraamd was voor het transitie gereed en aardgasvrij maken van maatschappelijk vastgoed. De voorgestelde ondersteuning van bedrijven was niet voorzien in het bestedingsperspectief.

3.3 De resultaten De resultaten van de voorgestelde besteding liggen op voorhand niet vast. Daar zijn verschillende redenen voor: 1. Het is niet zeker in hoeveel animo er is voor de subsidies; als de subsidie niet aangevraagd wordt is er geen effect; en 2. Er is één subsidieplafond voor drie verschillende activiteiten, de verschillende activiteiten hebben verschillende effecten. De eerste onzekerheid kan buiten beschouwing gelaten worden als aangenomen wordt dat het subsidieplafond gedurende de looptijd verhoogd wordt en de €1.000.000 geheel verleend wordt. Ondanks de tweede onzekerheid kan toch wel enig inzicht in de resultaten verschaft worden door een bepaalde verdeling van de middelen over de verschillende activiteiten aan te nemen. We nemen aan dat er voor €600.000,- door bedrijven en voor €350.000 door maatschappelijke

6

organisaties wordt aangevraagd om het gebouwen aardgasvrij te maken en dat de resterende €50.000,- wordt besteed aan bedrijfsmiddelen. Op basis van gegevens over het gasverbruik van zakelijke aansluitingen in Amsterdam is de onderstaande distributie van gasverbruik per bedrijf of maatschappelijke organisatie bepaald: Gasverbruik in m3 per jaar

0 – 1.999

2.000 – 3.999

4.000 – 9.9992

10.000 – 19.9993

> 20.000

Vergelijkbaar met

1 woning

2 woningen

3 tot 5 woningen

5 tot 10 woningen

Meer dan 10 woningen

Aantal aansluiting

11.489 (54%)

3.476 (16%)

3.026 (14%)

1.525 (7%)

1.645 (8%)

Tabel 1: Distributie van zakelijke gasaansluitingen in Amsterdam naar gasverbruik per jaar

De volgende distributie van subsidieaanvragen kan voorspeld worden door: - aan te nemen dat de subsidie volgens de bovenstaande distributie verdeeld zal worden; - aan te nemen dat het gasverbruik van organisaties in iedere categorie precies het gemiddelde van de boven- en onderwaarde van die categorie is; en Gasverbruik in m3 per jaar

0 – 1.999

2.000 – 3.999

4.000 – 9.999

10.000 – 19.999

> 20.000

Vergelijkbaar met

1 woning

2 woningen

3 tot 5 woningen

5 tot 10 woningen

Meer dan 10 woningen

Aantal aanvragen

28 (54%)

9 (16%)

7 (15%)

4 (7%)

4 (8%)

Tabel 2: Schatting van distributie van aanvragen voor subsidie over de gehele looptijd op basis van de gasverbruikgegevens op zakelijke aansluitingen.

Er moeten veel en grote aannames gedaan worden om tot de bovenstaande raming te komen. De getallen kunnen daarom slechts als indicatie dienen. Wat wel vast staat is dat er niet meer dan €3,- subsidie per m3 jaarlijks bespaard aardgas wordt gegeven. Dat betekent dat als er, zoals aangenomen, €950.000 subsidie naar het aardgasvrij maken van gebouwen van bedrijven en maatschappelijke organisaties gaat. Dat er jaarlijks 316.667 m3 minder aardgas verbrand wordt. Elke m3 verbrand aardgas stoot 1,785 Kg CO2 uit. Dat is dus 565.250 Kg CO2 die jaarlijks niet uitgestoten wordt. De daadwerkelijke CO2 besparing kan uitsluitend bepaald worden als duidelijk is welke alternatieve warmtebron benut wordt. Het bespaarde gasverbruik vertaalt zich vaak in meer elektriciteitsgebruik of afname van warmte uit

Bedrijven met een groter verbruik dan deze categorie kunnen niet meer subsidie dan de grootste bedrijfsmatige verbruikers in deze verbruikscategorie. Dit als gevolg van het subsidiemaximum van €30.000 per bedrijfsgebouw. 3 Maatschappelijke organisaties met een groter verbruik dan deze categorie kunnen niet meer subsidie krijgen dan de grootste maatschappelijke organisaties in deze verbruikscategorie. Dit als gevolg van het subsidiemaximum van €60.000 per maatschappelijk gebouw. 2

7

het warmtenet. Een overstap naar het stadwarmtenet of naar een goede warmtepomp zou al snel 60% vermindering met zich mee brengen. In dat geval zou het gaan om 339 ton CO2 per jaar. Vanwege de diversiteit van de verschillende maatregelen die gesubsidieerd zouden kunnen worden op basis van de subsidie voor bedrijfsmiddelen en de complete afwezigheid van bruikbare informatie hierover, omdat een dergelijke subsidie niet eerder verleend is, is het in het vrijwel niet mogelijk om te bepalen welke resultaten verwacht kunnen worden van deze subsidie. Voor veel bedrijfsmiddelen is de elektrische oplossing niet, nauwelijks of zelf minder energie-efficiënt dan de gasoplossing. De verwachte gerealiseerde CO2 besparing van deze maatregelen is daarom vrijwel nihil. Het zijn desondanks wel kosten die een bedrijf of maatschappelijke organisatie moet maken om de Energietransitie te kunnen maken.

3.4 De locatie De subsidie kan uitsluitend verleend worden voor in Amsterdam gelegen gebouwen en in Amsterdam gebruikte bedrijfsmiddelen.

3.5 Stakeholders Er is sprake van een stadsbrede en algemeen beschikbare subsidie. De belangrijkste stakeholders bij deze subsidie zijn: - Bedrijven met gebouwen in Amsterdam; en - Maatschappelijke organisaties met gebouwen in Amsterdam Ter oriëntatie zijn vertegenwoordigers van enkele bedrijven die voorheen onsuccesvolle subsidieaanvragen hadden ingediend voor het aardgasvrij maken van hun bedrijfsgebouw geïnterviewd om te achterhalen waar de behoefte ligt. Vanuit de stadsdelen Nieuw-West en West is er op ambtelijke niveau gesproken over maatschappelijke organisaties die met deze subsidie over de drempel gehaald zouden worden. Eén van deze organisaties heeft de eerdere subsidie mogelijkheid voor maatschappelijke organisaties net gemist. Bij de voorbereiding van dit bestedingsvoorstel is vanuit de directie Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam afgestemd met de volgende gemeentelijke directies: - Economische Zaken - Subsidiebureau

3.6 Leerkansen en adaptatie De subsidie in de bestedingsvoorstel is gericht op het creëren en benutten van een tweetal belangrijke leerkansen. 1. Inzicht verkrijgen in welke mate bedrijven en maatschappelijke organisaties met subsidie te stimuleren zijn om hun gebouwen aardgasvrij te maken.

8

2. Het identificeren van bestaande niet noodzakelijk aan het gebouw verbonden bedrijfsmiddelen die aardgas gebruiken. Het identificeren van knelpunten bij het aardgasvrij maken van die bedrijfsmiddelen. Geheel nieuw is voor de gemeente Amsterdam om subsidie te verlenen aan bedrijven om hun gebouwen (geen woningen zijnde) aardgasvrij te maken. Bedrijven en maatschappelijke organisaties beslaan een behoorlijke deel van het in Amsterdam gelegen vastgoed. Het is dus essentieel om ervaring op te doen met het ondersteunen van deze organisaties. Ook geheel nieuw is het voor de gemeente Amsterdam om subsidie te verlenen om bedrijfsmiddelen aardgasvrij te maken. Het gaat om een zeer bescheiden bedrag het feit dat er aan aanvragers gevraagd wordt om de meerkosten inzichtelijk te maken is belangrijk om inzicht te krijgen in de financiële overwegingen die schuil gaan achter het wel of niet vasthouden aan de gasoplossing. Het plafond van deze subsidie zal aanvankelijk slechts de helft van de in het bestedingsvoorstel gevraagde €1.000.000 beslaan. De reden hiervoor is een evaluatiemoment te creëren. Als het plafond bijna uitgeput dreigt te worden kan op basis van de ervaringen met de eerste aanvragen de subsidieregeling met een relatief eenvoudig en snel collegebesluit worden aangepast.

Als het animo voor de subsidie onverhoopt laag blijft kan de nog niet gecommitteerde €500.000,eenvoudig beschikbaar gemaakt worden voor andere bestedingen.

3.7 Het Rijk Met de aardgasvrij subsidie voor bedrijven en maatschappelijke organisatie blijft de gemeente Amsterdam zich bewijzen als koploper bij de Energietransitie. Ook op Rijkniveau ligt de nadruk voor aardgasvrij nu eenmaal bij woningen en particulieren. Er lijkt een lacune te zijn als het aankomt op het aardgasvrij maken van bedrijven en maatschappelijke organisaties. Veel van de ondersteuningsfaciliteiten voor bedrijven zijn op lening gericht, maar daarmee wordt niet onderkent dat het aardgasvrij maken van bedrijven in de huidige markt meestal een onrendabele investering is. Bedrijven zijn niet geneigd om geld te lenen voor onrendabele investeringen en veel maatschappelijke organisaties kiezen er liever voor om de beperkte beschikbare middelen in te zetten om de doelen van de organisatie te bereiken. Vermindering van de uitstoot is voor deze organisaties geen top prioriteit. Met deze subsidie geeft de gemeente Amsterdam een belangrijk signaal af dat de ambitie tot aardgasvrij verder strekt dan woningen. Er zijn op het moment zeer veel verschillende wetsontwerpen in voorbereiding die impact zullen hebben op de energietransitie. De gemeente Amsterdam oefent op daar basis van haar ervaring op het gebied van woningen onder andere via het Programma Aardgasvrije Wijken regelmatig invloed op uit.

De ervaring met het ondersteunen van bedrijven die opgedaan wordt met behulp van deze subsidie wordt opgedaan zal de gemeente Amsterdam in staat stellen om ook op dit gebied uit waardevolle praktijkervaringen en – voorbeelden te putten om de wetgeving te beïnvloeden.

9

4 Financieel

4.1 Investeringsbedrag Subsidie Uitvoeringslasten Totaal

€ € €

1.000.000,42.500,1.042.500,-

4.2 Investeringsvorm Subsidie door de gemeente Amsterdam vanuit het kader van de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij of na naamsverandering de subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen.

4.3 Zakelijke afweging Het voorgestelde subsidiebedrag dekt een deel van de kosten voor het aardgasvrij maken van bedrijfsgebouwen en gebouwen van maatschappelijke organisatie. Het is op voorhand niet mogelijk om te bepalen hoe groot het deel van de kosten is dat gesubsidieerd zal worden, omdat er een grote diversiteit aan maatregelen is die eigenaren kunnen overwegen. Het is op voorhand niet mogelijk te bepalen hoe groot de door de subsidie uitgelokte investeringen zullen. De te verwachten variatie aan aangevraagde subsidiebedragen en de diversiteit aan potentiele te treffen maatregelen is daarvoor te groot. Elke gesubsidieerde woningequivalent aardgasverbruik die bespaard wordt kunnen de volgende investering van de verschillende partijen uitlokken. 1. Enkele duizenden tot tienduizenden euro’s investering door de bedrijven bovenop de subsidie 2. Een onbekende investering door de elektriciteitsnetbeheerder om in de vergrootte elektriciteitsbehoefte te voorzien. De bepaling van de kosten die de netbeheerder zal maken is geen onderdeel van deze subsidieregeling. 3. Een onbekende investering door de aanbieder van een warmtenet om de woning van warmte te voorzien. De bepaling van de kosten die de warmteaanbieder zal maken is geen onderdeel van deze subsidieregeling.

Kostenbesparingen De keuze voor aardgasvrij brengt op dit moment over het algemeen geen kostenbesparing teweeg voor de eindgebruiker of de vastgoedbezitter. Met het oog op de stijgende gasprijzen is het mogelijk dat de eindgebruiker of de vastgoedbezitter wel kostenbesparing heeft door van het aardgas af te gaan. Aardgasvrijmaatregelen kunnen tot gevolg hebben dat op moeilijk te voorspellen plaatsen in de stad stevige piekbelastingen in het elektriciteitsgebruik en daarmee in de benodigde elektriciteitsopwekking kunnen ontstaan. Een consequentie daarvan is dat de netbeheerder, om

10

de leveringszekerheid (wettelijke taak) te borgen, genoodzaakt zal zijn om relatief veel te investeren in het elektriciteitsnet in Amsterdam. De kosten zullen worden verhaald op alle elektriciteitsgebruikers binnen het verzorgingsgebied van de netbeheerder. Een gebiedsgerichte aanpak stelt de netbeheerder beter in staat om de capaciteit van het elektriciteitsnet gericht en gepland uit te voeren.

4.4 Uitvoeringslasten De €42.500,- die gereserveerd wordt voor uitvoeringslasten is geraamd op basis van historische gegevens over de uitvoeringslasten van duurzaamheidssubsidie, een relatief lange behandeltijd voor aanvragen en het verwachte aantal verleende subsidies. De relatief lange geschatte behandeltijd is een gevolg van de verhoogde complexiteit die de verschillende subsidiemaxima met zich meebrengen en de complicaties die kunnen optreden bij het bepalen van de meerkosten van aardgasvrije bedrijfsmiddelen. Het verwachte aantal verleende subsidies is gebaseerd op de aantallen die in paragraaf 3.3 zijn bepaald. Dit aantal is verhoogd met 20%, om rekening te houden met de gevolgen van afwijzing van subsidieaanvragen.

4.5 Kasritme Om tot een kasritme te komen moeten een aantal zaken aangenomen worden. Wij gaan uit van een lineaire verlening van de subsidie gedurende de looptijd van de regeling en een tijdige verhoging van het subsidieplafond om het gehele bedrag van 1 miljoen beschikbaar te stellen. Er is geen aanleiding om een hausse aan het begin of het einde van de looptijd van de regeling te verwachten en hoewel werkzaamheden aan verwarmingsinstallaties meestal buiten de vorstperiode gebeuren is de verwachting dat dit weinig impact zal hebben op het gemiddelde aanvraagmoment. Verder gaan wij uit van een realisatie die gemiddeld 9 maanden na het moment verlening zal plaatsvinden. De maximale realisatieperiode is, behoudens verlening van uitstel, 12 maanden. Meestal gebruiken aanvrager niet de gehele realisatieperiode. Wij nemen verder aan dat de subsidieregeling september 2021 in werking treedt. Op basis van de voorgaande aannames ontstaat de volgende kasritme prognose. De uitvoeringslasten worden geacht vrijwel lineair gerealiseerd te worden.

Subsidieplafond Subsidies verleend / verplicht Subsidies vastgesteld / gerealiseerd Uitvoeringslasten gerealiseerd

2021 € 500.000 € 250.000 0 € 5.000

2022 € 500.000 € 750.000 € 437.500 € 20.000

2023 0 0 € 562.500 € 17.500

4.6 Kostenefficiency Op dit moment heeft de gemeente geen bevoegdheden om af te dwingen dat vastgoedbezitters maatregelen treffen om woningen aardgasvrij te maken. Het met subsidie verleiden van de eigenaren en huurders is daarom een belangrijk instrument.

11

Het subsidiebedrag is vergelijkbaar met de stadsbrede subsidie die op dit moment voor woningbezitters in Amsterdam geldt. Voor woningen is er sprake van €3.000,- per woning. Het gemiddeld gasverbruik in een woning in Amsterdam is volgens het CBS 800 m3 per jaar4. Wat neerkomt op gemiddeld €3,75 per jaarlijks bespaarde kubieke meter aardgas. Met deze regeling is er, de subsidie voor bedrijfsmiddelen buiten beschouwing latende, €3.- per jaarlijks bespaarde kubieke meter aardgas. Uit ervaring met de subsidieregeling aardgasvrij blijkt dat de voorgestelde subsidie laag is in vergelijking met de kosten die de eigenaar moet maken om de beoogde maatregelen te treffen maar desondanks welkom en effectief.

4 Centraal Bureau voor de Statistiek – Energieverbruik particuliere woningen; woningtype en regio’s,

laatste gewijzigd op 14 augustus 2020, beschikbaar via https://www.cbs.nl/nlnl/cijfers/detail/81528NED?q=amsterdam

12

5 Risicoanalyse en - mitigatie

Risico 1: De subsidieregeling krijgt geen of nauwelijks aanvragen. Consequentie: Er komen minder aardgasvrije bedrijfsruimten en ruimten voor maatschappelijke organisaties tot stand en de door het fonds beschikbaar gestelde middelen blijven onbenut. Mitigatie: Het gebrek aan ervaring met het subsidiëren van deze doelgroep brengt dit risico met zich mee. Gekozen wordt om het plafond aanvankelijk op €500.000,- te zetten in plaats van de voorgestelde €1.000.000,-. Als de aanvragen uitblijven kan gekozen worden om het geld terug te laten stromen naar het Klimaatfonds. Als de aanvragen uitblijven zal bij partners als 02025, !Woon, het regionaal energieloket en via de signalen die het programma aardgasvrij via de sociale media ontvangt achterhaald moeten worden wat de oorzaak is. Vele mogelijke andere oorzaken kunnen geadresseerd worden door aan het college een wijzigingsvoorstel voor te leggen. Risico 2: Subsidies worden aangevraagd en verleend, maar men gaat niet over tot uitvoering. Consequentie: De middelen zijn gecommitteerd maar de doelen worden niet gerealiseerd. Mitigatie: De verwachting is dat de subsidie in principe met goede bedoelingen aangevraagd wordt en dat aanvrager daadwerkelijk doorzet in zijn intentie om zijn of haar bedrijfsruimte aardgasvrij te maken.

De hoeveelheid werk die het verzamelen van offertes en het verkrijgen en afzeggen van een opdrachtbevestiging van Liander met zich meebrengt maakt het frauduleus aanvragen van subsidie onwaarschijnlijker is. Het subsidieproces is ingericht om het risico van onjuiste besteding te minimaliseren. Het subsidieproces bestaat uit de volgende stappen: 1. een aanvraag tot verlening: door de benodigde stukken aan te leveren maakt de aanvrager de wens tot subsidie duidelijk; 2. verlening: het college beoordeelt de stukken een geeft te kennen hoeveel subsidie de aanvrager kan krijgen als hij de subsidiabele activiteiten uitvoert; 3. een aanvraag tot vaststelling: de subsidieontvanger heeft de activiteiten uitgevoerd en geeft, door inzending van de gevraagde stukken, aan dat hij de toegezegde subsidie wil ontvangen; 4. vaststelling: Het college beoordeeld de gevraagde stukken en geeft te kennen hoeveel subsidie de aanvrager krijgt. Het college betaalt de subsidie uit. De aanvrager is gebonden aan een uitvoeringstermijn van in principe 1 jaar tussen 2 en 4. Als binnen 1 jaar de uitvoering niet is afgerond en de aanvrager geen uitstel verzocht en verleend gekregen heeft, dan wordt de subsidie op nihil vastgesteld. Eventuele ten onrechte uitbetaalde voorschotten worden teruggevorderd. De verlening van subsidie wordt gemaximeerd door het subsidieplafond.

Als de beschikbare €1.000.000,- geheel verleend wordt, maar er slechts voor €800.000,- tot vaststelling komt, dan blijft €200.000,- in de praktijk onbesteed. Het college kan op een later moment beslissen of ze geld laten vrijvallen, zodat het vanuit het Klimaatfonds voor andere zaken geoormerkt kan worden, ook

13

kan er gekozen worden om het subsidieplafond te verhogen, naar €1.200.000,-, zodat er ruimte ontstaat voor nieuwe aanvragen. Risico 3: Na bezwaar of beroep wordt een afgewezen subsidie toch toegekend, terwijl het plafond al bereikt is Consequentie: Het college is genoodzaakt om een meer subsidie uit te keren dan door het klimaatfonds beschikbaar is gesteld. Mitigatie: De belangrijkste mitigatiemaatregel op dit vlak is ervoor te zorgen dat de subsidieregeling voldoende duidelijk zijn. De ervaringen die opgedaan zijn met de subsidieregeling Amsterdam aardgasvrij hebben de basis gevormd voor aanscherping van deze subsidieregeling. Desondanks kan het gebeuren dat dit risico zich voordoet. Tegenover dit risico staat de verwachting dat een klein deel van de verleende subsidies niet vastgesteld kan worden of op nihil vastgesteld moet worden. De middelen die daarmee vrijvallen kunnen worden ingezet om dit risico af te dekken. Risico 4: Een problematische duiding van de bezwaar of beroepscommissie maakt dat de regeling een ongewenst effect krijgt Consequentie: De regeling functioneert niet meer zoals bedoeld en de middelen worden niet doelmatig meer besteed. Mitigatie: De belangrijkste mitigatiemaatregel op dit vlak is ervoor te zorgen dat de subsidieregeling voldoende duidelijk zijn.

De ervaringen die opgedaan zijn met de subsidieregeling Amsterdam aardgasvrij hebben de basis gevormd voor aanscherping van deze subsidieregeling. Desondanks kan het gebeuren dat dit risico zich voordoet. In dat geval kan met een spoedvoordracht aan het college een herziening van de regeling gerealiseerd dient te worden. Het probleem kan op die manier binnen enkele dagen geadresseerd worden. Met een verwacht aantal aanvragen van gemiddeld één aanvraag per dag is de verwachte schade als gevolg van dit risico beperkt. Risico 5: Met subsidie afgesloten van het aardgasnet en vervolgens toch weer aangesloten Consequentie: De middelen worden niet doelmatig aangewend Mitigatie: De subsidieregeling heeft als verplichting dat de eigenaar de bedrijfsruimten niet opnieuw aansluit aan het aardgas. De naleving van deze verplichting is moeilijk te handhaven, omdat de gemeente vanwege privacy redenen geen informatie kan krijgen over de aansluiting van individuele bedrijfsruimten aan het aardgas. Het vermoeden bestaat dat de netbeheerder deze informatie zelf niet of zeer beperkt voorhanden heeft. Dit risico doet zich ook voor als een bedrijfsruimte verkocht wordt of een nieuwe huurder krijgt. Periodieke huisbezoeken zijn onrealistisch en onwenselijk. Dit risico is het grootst wanneer is sprake is van verandering van eigenaar of huurder.

De voornaamste sanctie die de gemeente heeft om deze voortdurende afsluiting te waarborgen is het intrekken van de subsidie. De consequentie van die intrekking komt echter voor rekening van de vorige eigenaar/huurder. Gelukkig zijn er wel kosten verbonden aan het opnieuw aansluiten van de bedrijfsruimte aan het aardgas en het opnieuw aanbrengen van een aardgas gestookte installatie. Het college heeft een bevoegdheid op grond van artikel 10, lid 7 onder b van de Gaswet waarmee zij kan verzekeren dat in bepaalde gebieden geen nieuwe aardgasaansluitingen mogen komen. Het gebruik van deze bevoegdheid kan in potentie dit risico van ondoelmatige besteding geheel wegnemen. Risico 6: De noodzakelijke sturingsformatie is niet op een toegankelijke manier beschikbaar. Consequentie: Het is niet goed mogelijk om nauwkeurig te rapporteren en sturen op werking van deze regeling.

14

Mitigatie: Er wordt op het moment een nieuw subsidiebeheersysteem ingericht. Hoewel op voorhand duidelijk vereisten zijn meegegeven die bij zullen dragen op het beschikbaar krijgen van de noodzakelijk sturingsinformatie staat op dit moment nog vast dat die ook beschikbaar zullen zijn. Als specifieke sturingsinformatie niet voldoende toegankelijk is zal verdere ontwikkeling van het subsidiebeheersysteem daar op termijn oplossing voor moeten bieden. De beschikbaarheid van onmisbare informatie met betrekking tot de uitputting van het subsidieplafond en het beheer van de termijnen is ook binnen het nieuwe subsidiebeheersysteem geborgd.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10776781/2