CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. besluit-hogere-waarden-BP-FR55.docx

RAAD 27 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Zuidas-Parnas Fred Roeskestraat 55 partiële herziening’ (VN2024-000980)2.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit hogere waarden Wet geluidhinder t.b.v. Bestemmingsplan Zuidas-Parnas Fred. Roeskestraat 55 Versie 9 januari 2024

1

Inleiding Het bestemmingsplan Zuidas-Parnas Fred. Roeskestraat 55 voorziet in de ontwikkeling van een gebouw met wonen en werken. Voorliggend besluit tot vaststelling van hogere geluidwaarden zoals bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh) is noodzakelijk om woningbouw mogelijk te maken op een locatie waar niet overal de voorkeursgrenswaarden voor geluid worden gehaald. Omschrijving plangebied Het plangebied is gelegen op de locatie, waar voorheen het tijdelijke rechtbankgebouw aan de Fred. Roeskestraat 55 (kavels C2/C3) gevestigd was. Het tijdelijke rechtbankgebouw is reeds gedemonteerd en beide kavels van het plangebied zijn braakliggend. Direct ten oosten van het plangebied is kavel C1, waar in bouwdelen E en F van het voormalige rechtbankgebouw aan de Parnassusweg 220 een nieuw museum komt. Het plangebied is gelegen ten zuiden van de Fred. Roeskestraat, ten westen van de Parnassusweg, ten noorden van de rijksweg A10 Zuid en ten oosten van het tracé van de Fred. Roeskestraat, dat toegankelijk is vanaf de Amstelveenseweg. Binnen het bestemmingsplan Zuidas-Parnas Fred. Roeskestraat 55 gaat de bestemming “Gemengd-1” gelden. Voor de functie wonen binnen de bestemming “Gemengd-1” is totaal maximum BVO 4.550 m2 toegestaan, waarvan maximaal 12% vrije sector woningen en minimaal 88% middeldure huurwoningen. Woningen mogen uitsluitend op de vijfde bouwlaag of hoger worden gesitueerd.

Wettelijk kader Indien de voorkeursgrenswaarde die de Wet geluidhinder aangeeft wordt overschreden, dan is het mogelijk om zogenaamde hogere waarden (dan de voorkeursgrenswaarde) vast te stellen. Deze hogere waarden zijn aan een wettelijk maximum gebonden. Boven dat maximum zijn geen woningen toegestaan tenzij sprake is van dove gevels (gevels zonder te openen delen), eventueel gecombineerd met balkons, loggia’s of dergelijke. De waarden van de voorkeursgrenswaarden en de maximale hogere waarden zijn afhankelijk van de aard van de geluidbron. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. Het vaststellen van een hogere waarde is conform artikel 110a, lid 5, van de Wet geluidhinder slechts mogelijk indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting van de gevel van de betrokken woningen tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Gemeentelijk beleid Daar waar sprake is van een hogere waarde dient te worden voldaan aan de eisen uit het Amsterdams geluidbeleid Hogere waarden Wet geluidhinder 2016 (laatst gewijzigd op 5 maart 2019).

Het doel van het geluidbeleid is het borgen van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij het bouwen van woningen en andere geluidgevoelige functies op geluidbelaste locaties. Belangrijke aspecten in het Amsterdamse geluidbeleid zijn:

2

•

•

•

•

• • •

Voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is in elk geval nachtrust van essentieel belang. In dat verband is belangrijk dat geslapen kan worden met geopend raam bij een aanvaardbare geluidbelasting. Hierbij wordt mede in ogenschouw genomen dat de keuze van een bewoner om een raam wel of niet te kunnen openen – en daarbij de mogelijkheid heeft om met open raam te slapen – bijdraagt aan het vergroten van het wooncomfort. Iedere woning heeft in principe een stille zijde. Een stille of geluidluwe zijde (de termen zijn synoniem) is een (deel van een) gevel waar de gesommeerde geluidbelasting gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde of lager. De gesommeerde geluidbelasting wordt per bronsoort bepaald (wegverkeerslawaai, spoorweglawaai, industrielawaai van gezoneerde industrieterreinen). Ondanks dat de stedelijke omgeving van Amsterdam met zich meebrengt dat op veel plaatsen een hoge geluidbelasting aanwezig is, moeten ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven. Een hogere waarde kan niet altijd vermeden worden en zelfs een stille zijde is niet altijd mogelijk, maar wel blijft de bescherming van het woon- en leefklimaat van belang. Het Amsterdams geluidbeleid biedt de basis en het gereedschap voor het maken van een evenwichtige afweging van belangen.

Indien voor een woning een hogere waarde nodig is en diezelfde woning ondervindt een geluidbelasting door een andere geluidbron die boven de voorkeursgrenswaarde ligt dan wordt de cumulatieve geluidbelasting bepaald. Het bevoegd gezag kan slechts hogere waarden vaststellen als de gecumuleerde geluidbelastingen (na correctie van de geluidbijdrage van het wegverkeerslawaai volgens de Wet geluidhinder) niet leiden tot een naar hun oordeel onaanvaardbare geluidbelasting. Er treedt conform het Amsterdamse geluidbeleid geen onaanvaardbare geluidbelasting op als de gecumuleerde waarde niet meer dan 3 dB hoger is dan de hoogste van de voor de woningen relevante maximaal toegestane ontheffingswaarden.

Geluidonderzoek De resultaten van het geluidonderzoek zijn vastgelegd in het rapport “Zuidas Parnascomplex in Amsterdam; onderzoek omgevingsgeluid” van 11 januari 2023, referentienummer 09432-5723203. Voor het onderhavige project zijn de volgende geluidbronnen van toepassing: • Wegverkeer autosnelweg A10 (Zuidasdok) • Wegverkeer Parnassusweg • Wegverkeer Strawinskylaan • Spoorvak RAI-Schiphol • Metro lijnen 50 en 51 Het plangebied is gelegen binnen de Zuidas grenzend aan het Zuidasdok (A10). Daarmee is sprake van een steeds wijzigende situatie: • Huidige situatie, zonder Zuidasdok • Zuidasdok in aanleg • Zuidasdok gereed Op grond van de Wet geluidhinder en het Reken- en meetvoorschrift moet worden gerekend met de geluidbrongegevens in het geluidregister van Rijkswaterstaat. Deze geluidbrongegevens 3

corresponderen met de geluidsituatie zoals deze is na uitvoering van het Tracébesluit Zuidasdok. Dat betekent dat onder meer moet worden uitgegaan van de schermen zoals deze in het Tracébesluit zijn opgenomen. In het geluidregister zijn per 11 mei 2016 de uitgangspunten en maatregelen van het Tracébesluit opgenomen. Vanaf 8 december 2022 heeft voor de duur van zes weken het ontwerpbestemmingsplan ZuidasZuidasdok 2022 ter inzage gelegen. Dit ontwerpbestemmingsplan voorziet in de wettelijke verplichting dat (wijzigings)tracébesluiten ingepast worden in een bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan past, conform de wettelijke verplichting, de (wijzigings)tracébesluiten een-op-een in, met uitzondering van de tunnels en het stationsgebied van het Station Amsterdam Zuid (die zijn al ingepast in het bestemmingsplan Zuidasdok). Daarbij maakt dit ontwerpbestemmingsplan de door de gemeente Amsterdam bestelde (extra en bovenwettelijke) geluidschermen ter hoogte van het van tennispark Joy, het Beatrixpark, het Amstelpark , de woningen in deelgebied Ravel en het Schinkelkwartier juridisch-planologisch mogelijk. Deze aanvullende geluidsmaatregelen liggen buiten het onderzoeksgebied van het Parnascomplex, om die reden is niet gerekend met deze aanvullende geluidmaatregelen. Ook de gecumuleerde geluidbelastingen zijn berekend.

Omdat de metrolijnen 50-51 niet als spoorlijn zijn aangegeven op de geluidplafondkaart volgens de Regeling geluidplafondkaart milieubeheer en ook niet op de zonekaart spoorwegen volgens de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder, is voorgeschreven dat het geluid van de metro moet worden berekend als spoorweglawaai, maar moet worden beoordeeld als wegverkeerslawaai. De berekeningen van de geluidbelastingen zijn uitgevoerd volgens de Standaardrekenmethode 2 uit bijlage III van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (wegverkeerslawaai) en volgens de Standaardrekenmethode 2 uit bijlage IV van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (spoor- en metrolawaai). Hoewel de woningen alleen op de vijfde bouwlaag of hoger mogen worden gesitueerd, zijn in het akoestisch onderzoek de geluidbelastingen ter plaatse van alle bouwlagen en gevels berekend. De rekenresultaten geven het volgende beeld: Wegverkeergeluid Rijksweg A10 Ter plaatse van circa 38% van de gevels (toevalligerwijs is dat ook 38% van de woninggevels) wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden, maar niet de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Ter plaatse van circa 7% van alle gevels (dat is circa 12% van de woninggevels) worden de voorkeursgrenswaarde en ook de maximale ontheffingswaarde van 53 dB overschreden.

Voor die gevels waar de geluidbelasting niet voldoet aan de voorkeursgrenswaarde maar wel voldoet aan de maximale ontheffingswaarde zijn hogere waarden benodigd. Op de locaties waar ook de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden moeten dove gevels worden toegepast. Wegverkeergeluid Parnassusweg Met betrekking tot het geluid van de Parnassusweg wordt overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Met betrekking tot de Parnassusweg zijn nergens dove gevels nodig en ook geen hogere waarden.

4

Wegverkeergeluid Strawinskylaan Met betrekking tot het geluid van de Strawinskylaan wordt overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Met betrekking tot de Strawinskylaan zijn nergens dove gevels nodig en ook geen hogere waarden. Spoorgeluid Ter plaatse van circa 44% van de gevels (toevalligerwijs is dat ook 44% van de woninggevels) wordt de voorkeursgrenswaarde van 55 dB overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 68 dB wordt echter nergens overschreden. Met betrekking tot het hoofdspoor zijn nergens dove gevels nodig. Wel zijn, indien geen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen, hogere waarden benodigd. Deze worden verleend voor die gevels die vanwege de A10 geen dove gevel nodig hebben. Metrogeluid Ter plaatse van circa 41% van de gevels (dat is 44% van de woninggevels) wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden (metrogeluid wordt in deze situatie als wegverkeerslawaai beoordeeld). De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt echter nergens overschreden. Met betrekking tot de metrolijnen zijn nergens dove gevels nodig. Wel zijn, indien geen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen, hogere waarden benodigd. Deze worden verleend voor die gevels die vanwege de A10 geen dove gevel nodig hebben. Cumulatie van geluid De gecumuleerde geluidbelasting L(VL,cum) bedraagt ten hoogste 62 dB (inclusief aftrek).

De op het wegverkeerslawaai afgestemde grenswaarde van L(VL,cum) = 66 dB (63+3) wordt nergens overschreden. Op basis van de gecumuleerde geluidbelastingen zijn geen extra maatregelen nodig in de vorm van bijvoorbeeld dove gevels. Maatregelen Ten aanzien van mogelijke geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in artikel 110a, lid 5, van de Wet geluidhinder geldt het volgende: - Afgezien van de onvoldoende doeltreffendheid liggen geluidbeperkende maatregelen aan de treinen en railconstructie (raildempers) niet voor de hand gezien het heersende wegverkeerslawaai. - De A10 wordt reeds uitgevoerd met een geluidreducerend wegdek. - Langs de A10 en het doorgaande spoor worden in het kader van het project Zuidasdok geluidschermen gerealiseerd. - De stedenbouwkundige opzet van het plangebied en de verdere omgeving biedt geen ruimte om de woningen op grotere afstand van de wegen te projecteren. - Iedere woning heeft, naast een of meer gevels met een hogere waarde, ook een stille/geluidsluwe zijde. Deze stille zijde is ter plaatse van circa 46% van alle gevels (dat is circa 40% van alle woninggevels) direct aanwezig (natuurlijke stille zijde).

Aan woningen die niet direct over een natuurlijke stille zijde beschikken worden – ter realisering van stille zijden - gebouwmaatregelen getroffen in de vorm van balkons of loggia’s, al dan niet volledig (verdiepingshoog) verglaasd, of worden vergelijkbare oplossingen getroffen met 5

gelijkwaardige geluidreducerende eigenschappen. Deze oplossingen zijn omschreven in het genoemde onderzoeksrapport. Advies Het conceptbesluit hogere waarden is op 14 juni 2023 ter advisering voorgelegd aan het Technisch Ambtelijk Vooroverleg Geluid Amsterdam (TAVGA). De conclusies en het advies van het TAVGA zijn: • Stille zijde voor alle woningen borgen in bestemmingsplan; • Alleen ter plaatse van dove gevels, bouwaanduideling ‘dove gevel’ opnemen in bestemmingplan, desgewenst met afwijkbevoegdheid voor college als met akoestisch onderzoek wordt aangetoond dat geluidbelasting niet hoger is dan de maximale ontheffingswaarde; • Slaapkamers bij voorkeur aan de stille zijde; • Met inachtneming bovenstaande, TAVGA akkoord. Bovenvermelde conclusies en adviezen zijn doorgevoerd. Ontwerpbesluit Overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is kennis gegeven van het ontwerpbesluit en is het ontwerpbesluit inclusief de bijbehorende stukken met ingang van 7 september 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegd met de mogelijkheid voor belanghebbenden om zienswijzen in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingebracht tegen het ontwerpbesluit.

Vast te stellen hogere waarden Binnen de ontwikkeling van Zuidas kunnen stedenbouwkundige maatregelen of bouwkundige maatregelen aan woongebouwen worden ingezet, die ertoe zouden kunnen leiden dat de geluidbelastingen op woninggevels wijzigen. Dove gevels die nu vanwege het geluid van de A10 benodigd zijn kunnen ten gevolge van die maatregelen komen te vervallen, wanneer de maximale geluidbelasting alsnog blijft binnen de vast te stellen hogere waarden. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om door middel van een afwijking af te zien van de dove gevel wanneer aan de vastgestelde hogere waarden wordt voldaan. Ook voor deze afwijkingssituatie worden in dit besluit hogere waarden vastgesteld, niet alleen vanwege de A10, maar ook vanwege andere geluidsbronnen (hier: het spoor en de metro 50-51) waarvan het geluid op de betreffende gevel niet aan de voorkeursgrenswaarde voldoet. BESLUIT Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft besloten in te stemmen met het voorliggend besluit tot de vaststelling van de onderstaande hogere waarden voor het wegverkeerslawaai en spoorweglawaai zoals bedoeld in de Wet geluidhinder: Geluidsbron

Voorkeursgrenswaarde 48 dB

Aangevraagde waarde 53 dB

hoofdspoor

55 dB

61 dB

metro

48 dB

53 dB

A10

6

Kadastrale gegevens De hogere waarden worden vastgesteld ten behoeve van de kadastrale percelen: - kadastraal object gemeente Amsterdam, sectie AB, nummer 2148; - kadastraal object gemeente Amsterdam, sectie AB, nummer 3003.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13943845/1