CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Beantwoording vragen leden Van Renssen en Nadif inzake minder uitstoot van stikstof en CO2 in de bouw

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 22 maart 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen v/d raadsinformatiebrief ter afdoening v/d toezegging over de gevolgen v/d Porthos-uitspraak voor woningbouw in Amsterdam en de vragen in de vergadering van de commissie RO van 16 november 2022 over bestemmingsplan Centrumeiland blok 3 en 16. Nr. VN2023-0070962.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

Bijlage

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 21 maart 2023 Woningbouw, Ruimtelijke ordening, Verkeer en vervoer, Water en Luchtkwaliteit Reinier van Dantzig, Melanie van der Horst Ruimte & Duurzaamheid, bestuurszaken.rd@amsterdam.nl) Beantwoording schriftelijke vragen van de leden Van Renssen en Nadif inzake minder uitstoot van stikstof en CO2 in de bouw (TA2023-000048). ‘Plan van Aanpak - Ontwikkelen Amsterdamse aanpak Schone Mobiele Werktuigen’.

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 19 januari 2023 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van de leden Van Renssen en Nadif inzake minder uitstoot van stikstof en CO2 in de bouw. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan. Toelichting door de vragenstellers Op 2 november 2022 werd in een uitspraak van de Raad van State opnieuw landelijk stikstofbeleid onderuit gehaald. De bouwvrijstelling, die de bouwsector van de regels over stikstofuitstoot uitzonderde, is in strijd met Europese regelgeving. Vanaf nu moet er (wederom) voor [de bouwfase van] elk te vergunnen project worden onderzocht wat de stikstofuitstoot zal zijn en of die schade aan de natuur zal veroorzaken. Hoewel de bouwsector voor veel koolstofuitstoot zorgt (voornamelijk door het gebruik van cement), is het aandeel in de stikstofuitstoot relatief klein (0,6%). De fractie van GroenLinks vindt dat alle sectoren moeten bijdragen aan het verminderen van uitstoot van broeikasgassen, daarbij kunnen we ook de bouwsector niet buiten beschouwing laten in de aanpak van de stikstofcrisis en de klimaatcrisis. Bovendien dragen maatregelen die voor minder stikstof zorgen (bijvoorbeeld elektrificatie van materieel), ook bij aan CO2-reductie.

De vermindering van de uitstoot gedurende de bouwwerkzaamheden draagt bij aan de doelen van Amsterdam Klimaatneutraal 2050 en kan ook de ambities voor de gebouwde omgeving uit Amsterdam Circulair versterken. Gelukkig wordt er in de bouwsector al hard gewerkt aan innovatie op het gebied van duurzaamheid. Zo nam de BAM groep twee jaar geleden bijvoorbeeld ‘s werelds eerste elektrische wals in gebruik. Hoewel het aanbod elektrische machines op dit moment beperkt en duur is, verwacht Movares na onderzoek, dat elektrisch bouwmaterieel binnen 5 jaar de markt zal domineren. Ook in de bouwlogistiek kan duurzamer worden gewerkt, het BTIC doet hier onderzoek naar binnen haar kennis- en innovatieprogramma duurzaam bouwen.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 maart 2023 Pagina 2 van 7

Het college kan de gestelde vragen als volgt beantwoorden. 1. Op welke Natura 2000-gebieden zou er sprake zijn van mogelijk significante effecten van stikstofuitstoot van bouwprojecten in Amsterdam inclusief stadsgebied Weesp? Welke bouwprojecten betreft het? Op dit moment zijn er binnen gemeente Amsterdam inclusief stadsgebied Weesp geen bouwprojecten met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, al dan niet na het nemen van maatregelen die als voorschrift aan de natuurvergunning verbonden zijn. Dit kan meerdere oorzaken hebben: Amsterdam heeft door een relatief ruime afstand tot Natura 2000 gebieden die met stikstofgevoelige habitattypen zijn aangemerkt, een relatief comfortabele ligging. Daarnaast dient nieuwbouw in Amsterdam gasloos te zijn en hanteert Amsterdam een lage parkeernorm waardoor ook in de gebruiksfase vaak geen negatieve effecten door de stikstofdepositie ontstaan op de langere termijn. Ook het elektrificeren van bouwmaterieel kan hierin helpen 2. Kan (eventueel in samenwerking met ODNZKG en andere gemeenten) worden onderzocht op welke manier ervoor gezorgd kan worden dat bouwwerkzaamheden geen negatieve effecten hebben voor de Natura 2000 gebieden? Zoals bij vraag 1 aangegeven, zijn er op dit moment geen projecten die significante gevolgen hebben voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, al dan niet na het treffen van maatregelen.

De huidige wetgeving geeft een prikkel aan de bouwsector en we zien nu dat met het vervallen van de bouwvrijstelling er een extra prikkel is ontstaan om emissie-arm te bouwen. Zo wordt al steeds meer rekening gehouden met het gebruik van emissie-arm materieel om te zorgen dat er geen stikstofdepositie is te verwachten op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Te nemen maatregelen, zoals het gebruik van emissie-arm materieel kan alleen met voorschriften aan de natuurvergunning verbonden worden, als dit nodig is om te voorkomen dat er stikstof depositie is op de stikstofgevoelige habitat-typen in Natura 2000-gebieden. Overigens is het college van GS van Noord-Holland bevoegd gezag voor de natuurvergunning en niet het college van B&W van de gemeente Amsterdam. Ook vanuit het Actieplan Schone Lucht worden er eisen aan het bouwmaterieel gesteld die tevens als neveneffect dat minder stikstof uitgestoten wordt. 3. Is het college het ermee eens dat zo snel mogelijk inzetten op uitstootvermindering voordelig is op de lange termijn, omdat daardoor tijd en geld zullen worden bespaard bij het aanvragen van vergunningen? Het is goed mogelijk dat inzet op uitstootvermindering binnen de context van het stikstofdossier zal leiden tot een besparing van tijd en geld bij de aanvragen van vergunningen.

Want als zeker is dat geen sprake is van stikstofemissie, is een stikstofberekening niet meer nodig. Zoals de beantwoording van vragen 1 en 2 laat zien, zijn er binnen Amsterdam geen projecten die significante nadelige effecten laten zien voor stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000gebieden. Dit komt mede doordat in de gebiedsontwikkeling al direct of indirect ingezet wordt op uitstootvermindering. Daarnaast blijkt dat Amsterdam met Actieplan Schone lucht inzet op uitstootvermindering tijdens de bouwfase. Wel moet in acht worden genomen dat door de

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 maart 2023 Pagina 3 van 7

bouwsector wordt aangegeven dat emissie-arm of -loos bouwen ook weer tot hogere kosten leidt en dat nog niet voor alle type werkzaamheden emissie-arm of -loos materieel beschikbaar is (zie ook vraag 5).

4. Wat wordt er in Amsterdam al gedaan om uitstoot van stikstof en CO2 vanwege de gebouwde omgeving te verminderen? Uitstootvermindering omvat naast de reductie van uitstoot van stikstof (stikstofdioxide) ook de fijnstof- en CO2-uitstoot. Vanuit de dossiers luchtkwaliteit en duurzame mobiliteit wordt er op uitstootvermindering van met name fijnstof (PM10 en PM2,5), stikstofdioxide (NO2) en CO2 ingezet. Dit heeft te maken met de Amsterdamse klimaatdoelstellingen zoals geformuleerd in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal (reductie CO2), en het Actieplan Schone Lucht, maar ook met de verwachtte aanscherping van de EU-normen voor luchtkwaliteit (die volgt op de in 2021 aangescherpte WHO advieswaarden voor luchtkwaliteit (fijnstof (PM10 en PM2,5), stikstofdioxide (NO2). Indien in Amsterdam niet tijdig kan worden voldaan aan de (aangescherpte) EUgrenswaarden dan komt de realisatie van bouwprojecten mogelijk om die reden in gevaar. Amsterdam werkt aan schonere lucht op basis van het Actieplan Schone lucht van oktober 2019. In dat actieplan wordt voor verschillende modaliteiten beschreven hoe de gemeente de uitstoot van modaliteit wil gaan beperken. De uitstoot van bouwprojecten komt in twee modaliteiten terug in de het actieplan, enerzijds door bestel- en vrachtverkeer die zorgen voor de aanvoer van goederen, anderzijds bij het gebruik van mobiele werktuigen.

Op het gebied van uitstootvrije bouwlogistiek werkt de gemeente, net als zo’n dertig andere gemeenten, aan een uitstootvrije zone per 2025. Vanaf dat moment mogen de meest vervuilende bestel- en vrachtauto’s niet meer binnen de ring A10 rijden. De invoering van die uitstootvrije zone gaat gefaseerd. Hiervoor worden overgangsregelingen opgesteld. Het ‘Plan van Aanpak Ontwikkelen Amsterdamse aanpak Schone Mobiele Werktuigen’ (Bijlage) dat in mei 2022 is vastgesteld door het College van B&W voorziet in een Amsterdamse aanpak om de uitstoot van mobiele werktuigen te beperken. Het Rijk opereert via het Programma en routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB). Samen met de bouwsector, medeoverheden en kennisinstellingen wordt er gewerkt aan een routekaart. Deze routekaart verbindt de doelstellingen op het gebied van natuur (stikstof), klimaat (CO2) en schone lucht (fijnstof en stikstof) en beschrijft hoe we deze kunnen halen door steeds slimmer en meer schoon en emissieloos bouwmaterieel in te zetten. In een bijbehorend Convenant maken de Rijksoverheid, sectorpartijen en medeoverheden afspraken over de uitvoering van de maatregelen uit de routekaart. De bijdrage van Amsterdam hieraan zit in de boven beschreven Amsterdamse aanpak. De reden voor een eigen Amsterdamse aanpak is drievoudig. Allereerst om het landelijk convenant te vertalen naar lokale Amsterdamse context.

Ten tweede omdat de scope van de nationale routekaart SEB alleen de bouwsector betreft en Amsterdam alle mobiele werktuigen wil verschonen. En ten derde, omdat de ambities van het SEB niet in lijn zijn met de hogere ambities uit het Actieplan Schone Lucht.

5. Welke obstakels ervaart de bouwsector voor het verminderen van haar stikstofuitstoot?

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 maart 2023 Pagina 4 van 7

Er zijn meerdere uitdagingen voor de bouwsector voor het verminderen van haar stikstofuitstoot, hieronder staan de voornaamste drie die gelden voor mobiele werktuigen. De beschikbaarheid van uitstootvrij materieel is een van de grootste uitdagingen. Op dit moment is er nog niet voor alle werkzaamheden een uitstootvrij alternatief. Kleine mobiele werktuigen zijn inmiddels elektrisch beschikbaar, maar midden, zwaar en specialistisch materieel is schaarser, heeft langere levertijden, is nog helemaal niet verkrijgbaar of is nog in ontwikkeling. Daarnaast is de energievoorziening voor uitstootvrij materieel een zorg. Voor een groot deel van de mobiele werktuigen geldt dat ze (op termijn) elektrisch beschikbaar zullen zijn. Dit betekent dat ze van elektriciteit voorzien moeten worden om te kunnen werken. De (tijdige) beschikbaarheid van energievoorziening wordt als cruciaal gezien. Het gebrek aan netcapaciteit en de lange doorlooptijden voor bouwstroom worden als obstakel ervaren. Alternatieve energievoorzieningen zullen ook nodig zijn. Alternatieven als laadpaalgebruik, private stroompunten, batterijcontainers worden onderzocht en getest, maar zijn nog niet standaard. Op dit moment is uitstootvrij werken duurder dan traditioneel werken. Dat heeft o.a.

te maken met uitstootvrij materieel dat duurder is, dat minder lang kan draaien door beperkte accucapaciteit en door faalkosten, omdat het nog nieuw is. De sector is benieuwd hoe opdrachtgevers hier invulling aan zullen geven en hoopt op perspectief en duidelijkheid.

6. Is het college al in gesprek met de sector over stikstofreductie? We zijn in gesprek met de sector over uitstootvermindering, niet uitsluitend over stikstofreductie. Over de noodzaak voor een eigen aanpak verwijzen we graag naar het antwoord op vraag (4). Ter aanvulling daarop: vanuit de Amsterdamse Aanpak Schone Mobiele Werktuigen zijn we in gesprek met de sector over de transitie naar werken met uitstootvrije mobiele werktuigen. Dit om te zorgen dat de ambities aansluiten bij de realiteit in de sector. Mobiele werktuigen stoten naast fijnstof en CO2 ook stikstof uit. Er is veel bereidheid om hier actief aan bij te dragen, gezien de landelijke ontwikkelingen. Er hebben zich inmiddels ca. 40 marktpartijen gemeld om actief deel te nemen. Het doel van deze marktgroep is om de Amsterdamse Aanpak aan te laten sluiten bij de realiteit in de sector. Dat gebeurt via bijeenkomsten en consultaties. Verder is het voornemen om nieuwe projecten, waarbij de verwachte stikstof uitstoot bij de uitvoering van werkzaamheden een uitdaging is door het wegvallen van de bouwvrijstelling, een koplopersrol te laten spelen m.b.t. uitstootvrij materieel. Hiermee leveren ze een bijdrage aan de gewenste transitie naar emissieloos bouwen. 7. Strandeiland is aangelegd met boten die minder stokstof uitstoten, wat kunnen we leren van het project Strandeiland voor overige bouwprojecten?

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 maart 2023 Pagina 5 van 7

Wat het project Strandeiland heeft laten zien dat het bouwen en aanleggen van projecten waarvan significante gevolgen op voorhand niet zijn uitgesloten, toch mogelijk zijn als gebruik wordt gemaakt van materieel dat minder of geen stikstof uitstoot. Mocht eenzelfde knelpunt optreden bij een ander project, dan bieden daar mogelijke vereisten aan de aanlegfase ook een oplossing. De stikstofemissie in de aanleg- en/of gebruiksfase zullen wel per project onderzocht moeten worden. 8. Is er volgens het college wat betreft stikstofreductie in de bouw laaghangend fruit? (Bijvoorbeeld het sneller uitzetten van machines, of het niet onnodig heen en weer rijden). Welke maatregelen kunnen worden ingezet? Ja, dat is er. Qua gebruik zorgt minder stationair draaien voor een directe uitstootreductie. Wat betreft het materieel zelf geldt dat aggregaten en klein materieel nu de meeste potentie heeft voor uitstootreductie op korte termijn. Mogelijke maatregelen zijn stimulerend, faciliterend, regulerend of communicerend van aard. Een stimulerende maatregel is het stellen van minimumeisen en gunningscriteria in de inkoop. Dit gebeurt al en er wordt gewerkt aan beleid om dit op te voeren. Het faciliteren richt zich op de energievoorziening. Een voorbeeld daarvan is de Duurzame Bouwstroomkaart: Openbare stroompunten zijn beschikbaar gesteld voor mobiele werktuigen via een online kaart.

De stroompuntenkaart is operationeel en wordt continu uitgebreid. Op het gebied van communicatie wordt er gekeken hoe we met campagnes, mogelijk in combinatie met een lokaal convenant, kunnen bijdragen aan bewustwording en draagvlak voor zuiniger gebruik. Er wordt onderzocht hoe we bestaande initiatieven kunnen gebruiken, zoals bijvoorbeeld Het Nieuwe Draaien. Van extra belang in dit verband zijn de maatregelen met betrekking tot het schoner maken van de in de stad gebruikte bouwlogistiek mobiele werktuigen. De inzet van deze mobiele werktuigen is namelijk - veelal - direct gekoppeld aan bouwactiviteiten en daarmee dragen de maatregelen om ze schoner te maken ook direct bij aan van een verantwoorde uitvoering van ruimtelijke projecten. Amsterdamse maatregelen zoals het uitstootvrij maken van het verkeer richting 2030 en het invoeren (en geleidelijk uitbreiden) van zero-emissiezones kunnen meer indirect bijdragen aan het verantwoord realiseren van ruimtelijke projecten. 9. Welke voorwaarden kunnen worden verbonden aan de uitvoeringsfase van de bouwwerkzaamheden? Uitstoot in de bouwfase raakt aan meerdere dossiers, zoals beschreven in het antwoord van vraag 4. Als opdrachtgever kan de gemeente eisen stellen over de inzet van uitstootarm of -vrij materieel. Vanaf 2023 is er een standaard uitstootvrije minimumeis opgenomen voor licht materieel.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 maart 2023 Pagina 6 van 7

Als de gemeente géén opdrachtgever is, zijn de mogelijkheden op dit moment beperkt. Een uitstootvrije zone biedt mogelijkheden om te sturen op de bouwlogistiek, zie het antwoord op vraag 4, maar het verbieden van mobiele werktuigen met uitstoot is op dit moment niet mogelijk. De Omgevingswet lijkt hier wel mogelijkheden te gaan bieden. Dit via het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Het BBL stelt dat er voor het bouwen van een bouwwerk ‘adequate emissie reducerende maatregelen’ genomen moeten worden. Landelijk is een routekaart in ontwikkeling die invulling geeft aan deze wettelijke verplichting. Bij de verdere uitwerking van de Amsterdamse Aanpak Schone Mobiele Werktuigen zullen we nader onderzoeken welke mogelijkheden de Omgevingswet gaat bieden.

10. Kan de gemeente in bouwprojecten eisen over materieel en logistiek meenemen om uitstootvrije bouw te stimuleren? Ja, dat kan. Zie het antwoord op vraag 9. Door richting 2030 steeds hogere eisen te stellen, kan de gemeente uitstootvrije bouw stimuleren. 11. Kan uitstootvrije bouw ook worden gekoppeld aan de ambities voor een circulaire gebouwde omgeving, zoals een betere MPG en meer biobased bouwmateriaal, zodat deze doelen elkaar versterken? Minder nieuw bouwmateriaal (circulair) kan resulteren in uitstootreductie in de productiefase. Hoe dit elkaar kan versterken vraagt nader onderzoek. Hierover worden verkennende gesprekken gevoerd binnen de gemeente. 12. Als bij het bouwen elektrische materieel wordt gebruikt, moet dat ook ergens kunnen worden opgeladen. Ziet het college een rol voor de gemeente en of andere partijen om dit te faciliteren? En zo ja, op welke wijze? Ja, het College ziet een rol. De beschikbaarheid van een goede laadinfrastructuur is een van de belangrijkste uitdagingen bij emissieloos bouwen. De doorlooptijden voor bouwaansluitingen zijn nu soms langer dan de tijd tussen gunning en start werkzaamheden. Er wordt onderzocht hoe de gemeente een rol kan vervullen in het tijdig faciliteren van een bouwaansluiting samen met de netbeheerder en de Nationale Agenda Laadinfrastructuur.

Verder faciliteert de gemeente in de rol van opdrachtgever bouwhubs waar laadinfrastructuur georganiseerd wordt voor bouwlogistiek en mobiele werktuigen. De verantwoordelijke partij van die bouwhub is verantwoordelijk voor het organiseren van de laadvoorzieningen. Als de gemeente opdrachtgever, eigenaar of anderszins is van zo’n bouwhub zijn daar de nodige verantwoordelijkheden wel te nemen door de gemeente. De invulling van de energiestrategie en structurele rolneming van de gemeente voor mobiele werktuigen wordt uitgewerkt, zie daarvoor ook het plan van aanpak. Deze energiestrategie moet invulling geven aan de vraag welke rol de gemeente kan en wil innemen ten aanzien van het faciliteren van verschillende vormen van energievoorziening voor mobiele werktuigen (zoals

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 maart 2023 Pagina 7 van 7

bouwaansluitingen, batterijen, stroompunten, laadpalen en waterstof). Er is hiervoor al het e.e.a. gerealiseerd, zoals het beschikbaar stellen van openbare stroompunten voor mobiele werktuigen via een online kaart. Verder wordt er ervaring opgedaan met verkennende activiteiten, zoals het inzetten van bestaande reguliere laadpalen voor licht materieel. Meer voorbeelden zijn terug te vinden in de bijlage ‘Plan van Aanpak - Ontwikkelen Amsterdamse aanpak Schone Mobiele Werktuigen’.

Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke ontwikkeling

Bijlage: Plan van Aanpak – Ontwikkelen Amsterdamse aanpak Schone Mobiele Werktuigen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12531688/1