CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. beantwoording advies CAWA

RAAD 24 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Amsterdams atelier- en broedplaatsenbeleid 2023-2026 (VN2024-002710)3.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op advies CAWA De CAWA is gevraagd om advies uit te brengen op het concept Amsterdamse Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2024. Vooruitlopend op het advies zoals hieronder behandeld is bij de totstandkoming van het beleid regelmatig overleg gevoerd met de CAWA. Hieronder de adviezen met daarbij de inhoudelijke reactie en verwerking van de adviezen. Loting a. Loting voor een (woon)werkatelier wordt vanwege de kans op willekeur afgeraden en is bij atelierruimte ook niet nodig. Loting is nodig bij grote aantallen inschrijving om zo het werk van de CAWA beheersbaar te houden. In de afgelopen jaren is gebleken dat er in sommige gevallen zeer veel aanmeldingen zijn en wanneer deze allemaal getoetst moeten worden levert dat onevenredig veel werk op. Daarom wordt er voor gekozen om bij meer dan 30 aanmeldingen een voorselectie te maken door middel van loting.. b. Vanwege de soms exorbitant hoge aantallen aanvragen voor (met name) atelierwoningen is het wel zaak om daar een oplossing voor te vinden. CAWA adviseert om het aantal reacties van ateliers en atelierwoningen daarom te begrenzen tot een maximum van 30 reacties. De ervaring leert dat dit aantal voldoende is om tot een goede afweging te komen. Begrenzing op 30 aanmeldingen houdt in dat degenen die het snelst reageren de grootste kans maken.

Dat is net als loting dat is ook een vorm van willekeur en een die geïnteresseerden dwingt non-stop de site bij te houden voor nieuwe publicaties. Daarin is gekozen voor loting. Verruiming Criteria a. Sta broedplaatsen toe binnen de afgesproken ABA percentages zelf invulling te geven aan een gedeelte ‘vrije ruimte’. Dit deel is dan vrij invulbaar door de broedplaats, waarbij de criteria CAWA niet van toepassing zijn. Binnen die speelruimte is plek voor makers die geen commerciële praktijk hebben, maar via de bestaande criteria niet in aanmerking komen. Te denken valt aan: sociaalmaatschappelijke initiatieven, ambachtslieden, startende makers zonder professionele praktijk. Zo kunnen de bestaande criteria gehandhaafd blijven en wordt er ruimte geboden tot verruiming naar eigen inzicht van de broedplaats. In het nieuwe CAWA reglement wordt opgenomen dat de CAWA de ruimte heeft om onderbouwd af te wijken van de bestaande toetsingscriteria. Op deze manier kunnen de hierboven genoemde makers broedplaatsspecifiek positief getoetst worden en hebben we toch zicht op wie gebruik maakt van de gesubsidieerde ruimte.

Gemeente Amsterdam

Datum 23 januari 2024 Pagina 2 van 8

Verplichte doorstroom = uitstroom a.

Zie af van de voorgenomen doorstroomregeling en probeer een permanente oplossing te vinden voor het voorgenomen doorstroombeleid aangezien dit onnodige extra onrust veroorzaakt binnen de doelgroep en slechts een korte termijn oplossing creëert die ten koste gaat van de gevestigde kunstenaars. b. Indien uit het onderzoek blijkt dat er meer meters nodig zijn dan er beschikbaar komen dan is natuurlijk de enige echte oplossing meer m2 broedplaatsen realiseren We streven ernaar om zoveel mogelijk kunstenaars de mogelijkheid te bieden om zich te ontwikkelen in gesubsidieerde ruimtes binnen broedplaatsen en ateliers. Aangezien het niet haalbaar is om voor elke kunstenaar een plek te maken is gekozen voor een doorstroomregeling. Op deze manier krijgt elke huurder de kans om zich gedurende maximaal tien jaar zowel artistiek als commercieel te ontwikkelen in een gesubsidieerd atelier, waarna er ruimte vrijkomt voor een nieuwe huurder. Met de doorstroomregeling kunnen meer Amsterdamse kunstenaars en creatieven gebruik maken van de met gemeenschapsgeld betaalbaar gehouden ruimte. c.

Om de druk op ruimte op korte termijn te verminderen: Maak het delen van ateliers in Gemeentelijk Vastgoed en het verhuren aan collectieven/kunstenaarsduo’s mogelijk om zo de grote vraag naar ruimte op te vangen. Nu is dit bij Gemeentelijk Vastgoed alleen maar mogelijk bij de duurdere ateliers. Dit past niet bij de hedendaagse vaak hybride praktijk van de kunstenaar of bij hun beperkte financiële armslag. Het is mogelijk een atelier te delen door middel van onderhuur. De constructie waarbij meerdere gebruikers op het contract staan leidt tot ongewenste situaties wanneer een van de huurders vertrekt of zorgt ervoor dat ateliers door het doorlopend aanbrengen van nieuwe medehuurders indirect onderhands worden overgedaan zonder selectie. Daarom is het mogelijk is een atelier te delen maar staat slechts 1 van de gebruikers als huurder op het contract.

Woonruimte voor makers a. Verhoog de ijzeren voorraad in ieder geval van het huidige getal van 293 naar 350 individuele woningen. Het daadwerkelijke aantal atelierwoningen ligt namelijk hoger en zo wordt behoud en de gewenste te realiseren groei beter bestendigd. Afspraken over de ijzeren voorraad zijn onderdeel van de prestatieafspraken van de gemeente Amsterdam met de woningcorporaties en kunnen niet eenzijdig en beleidsmatig worden aangepast.

Gemeente Amsterdam

Datum 23 januari 2024 Pagina 3 van 8

b. Stem af met woningcorporaties dat de huurprijzen aansluiten bij het inkomensniveau van de kunstenaar. De opbouw van huurprijzen voor atelierwoningen is nu ondoorzichtig. Voor kunstenaars is het essentieel dat huurtoeslag mogelijk is voor het woongedeelte en dat voor het werkgedeelte een maatschappelijke huurprijs moet gelden. Dit is wenselijk gezien de inkomenseis die wordt gesteld aan de kunstenaars. Afspraken over de ijzeren voorraad zijn onderdeel van de prestatieafspraken van de gemeente Amsterdam met de woningcorporaties en kunnen niet eenzijdig en beleidsmatig worden aangepast. De woningcorporaties zijn volgens de samenwerkingsafspraken vrij het segment van de atelierwoning te bepalen. Vanuit de gemeente wordt aan de corporaties de wens uitgesproken de ruim zo betaalbaar mogelijk te houden. c. Zorg dat de hoeveelheid atelierwoningen evenredig meegroeit met de groei van de bevolking van Amsterdam, zoals dit nu ook van toepassing is voor de ateliers. Woonruimte is moeilijker te realiseren dan atelierruimte, onder andere door de juridische beperkingen. Daar waar mogelijk ontwikkelen we een combinatie van woon- en werkruimte. d. Bied zo veel mogelijk atelierwoningen aan in de sociale huur zodat het betaalbaar is voor de doelgroep. We constateren nu dat middeldure atelierwoningen overgeheveld worden naar vrije sector huur, bijvoorbeeld Lieven De Key/Touwslagerstraat 25.

Zie B. e. e. Inventariseer welke atelierwoningen nu onder sociale huur, middeldure huur en vrije sector huur vallen (en welke bij mutatie wellicht ook in de vrije sector huur terechtkomen). Deze inventarisatie zal worden uitgevoerd. f. Inventariseer de huidige voorraad atelierwoningen. Zijn de huidige bewoners daadwerkelijk (nog) kunstenaars? Zo niet, dan moet de labeling van een atelierwoning verwijderd worden en in ruil een reguliere vergelijkbare woning aan de ijzeren voorraad atelierwoningen toegevoegd. Er zal overleg worden gevoerd met de woningcorporaties of dit mogelijk is. g. Verken een mogelijke doorstroomregeling op maat als de bewoner van een atelierwoning bereid is om te vertrekken naar een reguliere woning (zoals Van Groot naar Beter).. Er zal overleg worden gevoerd met de woningcorporaties of dit mogelijk is. h. Om verdere gentrificatie tegen te gaan is het belangrijk expliciet toe te zien op het behoud van woonruimte in de gehele stad. In de Samenwerkingsafspraken 2020-2023 hebben corporaties de mogelijkheid om te ‘ruilen’ maar dit zou dan wel binnen hetzelfde stadsdeel moeten plaatsvinden (met inachtneming van de metrages en kwaliteit van de desbetreffende ruimte). Er zal overleg worden gevoerd met de woningcorporaties of dit mogelijk is

Gemeente Amsterdam

Datum 23 januari 2024 Pagina 4 van 8

i. Biedt vanwege de schaarste van individuele atelierwoningen (voor onbepaalde tijd) deze alleen ter beschikking aan de gerenommeerde kunstenaars en dus niet via een jongerencontract of basistoets. Gebruik hiervoor de aanvullende criteria (nu Toptoets) om instroom van ‘gelegenheidskunstenaars’ te voorkomen. De kans op 'scheefwonen' wordt hiermee verkleind. Reserveer de individuele atelierwoningen uit de ijzeren voorraad dus alleen voor gerenommeerde kunstenaars en bied jongerencontracten voortaan aan voor kunstenaarswoningen in broedplaatsen. De CAWA heeft de ruimte voor individuele atelierwoningen de aanvullende criteria te hanteren. Met betrekking tot de contractvorm is de eigenaar van de woning (de corporatie) de partij de de keuze maakt. In de praktijk blijkt dat er makkelijker afspraken te maken zijn voor woningen met een jongerencontract. Indien dit de enige mogelijkheid is wordt hier voor gekozen. Kunstenaarswoningen a. Realiseer minimaal 50 nieuwe kunstenaarswoningen per jaar en niet alleen voor jongeren die door hun jongerencontract vijf jaar later weer op straat komen te staan. Daar waar de mogelijkheid bestaat worden kunstenaarswoningen gerealiseerd. Hiervoor zijn we afhankelijk van ontwikkelaars en woningcorporaties. Met betrekking tot de contractvorm blijkt dat in de praktijk makkelijker afspraken te maken zijn voor woningen met een jongerencontract.

Indien dit de enige mogelijkheid is wordt hier voor gekozen. Beheercoöperaties a.

Start in de komende beleidsperiode enkele pilots met groepen kunstenaars en creatieve makers en woningbouwcorporaties voor de realisatie van beheercoöperaties, waardoor nieuwe woningen beschikbaar komen.

b.

Ondersteun beheercoöperaties in oprichting die nu uit reguliere woningen bestaan. In deze beheercoöperaties zou door middel van broedplaatsensubsidie een percentage aan atelierwoningen gerealiseerd kunnen worden of zelfstandige werk- en/of presentatieruimte in de plint gerealiseerd kunnen worden. Woon- en beheercoöperaties krijgen in Amsterdam de ruimte. De uitwerking hiervan wordt getrokken door Team Zelfbouw. Ateliers en Broedplaatsen zal met Team Zelfbouw in overleg treden om te onderzoeken of en hoe het mogelijk is de coöperaties te koppelen aan een broedplaatsfunctie. Coöperaties hebben binnen de voorgestelde subsidiemethodiek de mogelijkheid om een aanvraag te doen.

Wooncoöperaties/ koopcoöperaties a.

Maak optimaal gebruik van het beleidsdoel van de gemeente Amsterdam op het gebied van wooncoöperaties. Ondersteun de komende beleidsperiode minstens 4 nieuwe groepen die een pand

Gemeente Amsterdam

Datum 23 januari 2024 Pagina 5 van 8

willen realiseren dat zowel een broedplaats als wooncoöperatie is. Haak hierbij aan bij het bestaande tenderprogramma voor wooncoöperaties om het gemeentelijk beleid op het gebied van huisvesting te versterken. Hierdoor kunnen geclusterde sociale huur- en middeldure huurwoningen in eigendom van coöperatie van huurders worden gerealiseerd, zoals Het Nieuwe Bajesdorp. Ateliers en Broedplaatsen kan een faciliterende rol spelen in het ondersteunen van dergelijke initiatieven. Ook kan Ateliers en Broedplaatsen koopcoöperaties in oprichting ondersteunen die hun financiering moeilijk rond krijgen. Woon- en beheercoöperaties krijgen in Amsterdam de ruimte. De uitwerking hiervan wordt getrokken door Team Zelfbouw. Ateliers en Broedplaatsen zal met Team Zelfbouw in overleg treden om te onderzoeken of en hoe het mogelijk is de coöperaties te koppelen aan een broedplaatsfunctie. Permanente broedplaatsen a. Reserveer een deel van het totaalbedrag dat voor de totstandkoming van Broedplaatsen beschikbaar komt om tot permanente oplossingen te komen. Het subsidiebudget kan binnen de huidige voorwaarden worden ingezet om aan permanente oplossingen te werken. Daarvoor is geen reservering nodig. De reservering kan daarnaast tot gevolg hebben dat geld niet optimaal wordt ingezet. b.

Realiseer strategische aankopen vanuit onder meer het broedplaatsenbudget in samenwerking met Gemeentelijk Vastgoed bijvoorbeeld in Nieuw West, Noord en Zuidoost (bijvoorbeeld de geplande Broedplaats XL in Zuidoost). In het beleid is opgenomen dat we wanneer mogelijke en wenselijk meewerken aan de aankoop van vastgoed. Het broedplaatsenbudget is doorgaans niet toereikend om (vastgoed)aankopen uit te doen. Bij de broedplaats XL in zuidoost is geen sprake van strategische aankoop. c.

Ondersteun waar mogelijk zelfbeheer nog meer door onder meer het bieden van advies, maar ook door het verkennen van financieringsmogelijkheden via banken en mogelijke investeerders. (Potentiële) zelfbeheerders kunnen gebruikmaken van de subsidieregeling sterke broedplaatsen om zich beter te organiseren. Voor financiering via banken is er het Borgstellingsfonds broedplaatsen.

Maatschappelijke invulling en financiering Broedplaatsen a. CAWA moedigt over het combineren van maatschappelijke- en kunst en cultuurbudgetten een verkennende dialoog aan met portefeuillehouders van verschillende beleidsterreinen waaronder: jeugd, onderwijs, sport en welzijn, participatie, zorg, armoede en economie. Combinatie van maatschappelijk en kunst en cultuurbudget in broedplaatsen vindt al plaats in broedplaatsen als Lycka, de Kazerne en de Vlugt. Daarnaast huisvesten veel broedplaatsen organisaties die gefinancierd worden uit maatschappelijk budget. We zullen in aanvulling daarop op projectbasis verkennen wat de mogelijkheden zijn voor verdere combinaties.

Gemeente Amsterdam

Datum 23 januari 2024 Pagina 6 van 8

b. De RIMI regeling (Regeling Integraal Maatschappelijk Initiatief) is per 2024 ten einde gekomen. Er loopt nu een onderzoek naar een mogelijk vervolg. CAWA benadrukt het belang van de continuering van deze beleidsterreinoverstijgende financieringsvorm zodat ook Broedplaatsen gebruik kunnen blijven maken van deze regeling. De RIMI regeling maakt geen onderdeel uit van dit beleid. Het advies is ter kennisname aangenomen. Overige aanbevelingen a. Houd de ABA-huur betaalbaar voor kunstenaars. Maak het onderscheid tussen de huurprijs van een ABA en niet-ABA ruimte groter (realistisch houden qua prijsverschil). Er moet nog wel een significant financieel voordeel blijven bestaan bij een ABA ruimte ten opzichte van een niet ABA ruimte gezien de toelatingseisen. Op projectbasis wordt bekeken wat het beste onderscheid is. Hierin spelen marktwaarde, indeling van het pand en looptijd van de broedplaats een rol. b. Doorgaans zien we dat er in broedplaatsen ateliers worden gecreëerd van 20m2 en soms kleiner. Zorg voor een gevarieerd aanbod voor de verschillende type kunstenaars. Nu bestaat een maximum huurprijs per kunstenaar, maar geen minimum metrage. Kwetsbare huurdersgroepen verdienen een betere bescherming tegen ‘ophokplicht’. Ook verdwijnen grote ateliers bij Gemeentelijk Vastgoed doordat een ruimte wordt opgesplitst in meerdere ateliers. Zorg ook hier voor voldoende variatie.

Waar mogelijk worden betaalbare grote ateliers gemaakt. Door de druk op het amsterdamse vastgoed wordt dit echter steeds lastiger. c.

De huurprijs van ateliers van Gemeentelijk Vastgoed is een maatschappelijke huurprijs en wordt per pand berekend. Hierdoor kan de huurprijs hoog uitvallen als het onderhoud aan een pand duurder is. CAWA adviseert om hier een maximale huurprijs af te spreken zodat deze betaalbaar blijft voor kunstenaars. Dit betreft een advies op het gemeentelijk vastgoedbeleid. Het advies wordt ter kennisname aangenomen.

d. CAWA adviseert dat broedplaatsen, net zoals Gemeentelijk Vastgoed, als leidraad nemen dat huurcontracten worden afgesloten voor de periode van 5 jaar. Is de huurtermijn korter dan 5 jaar, wat nu de praktijk is bij een aantal broedplaatsen, dan zou in het huurcontract wel opgenomen moeten worden dat er de intentie is om een huurcontract af te sluiten voor 5 jaar. Dit geeft meer rust voor een potentiële huurder die zich vooral wil focussen op de beroepspraktijk in plaats van een mogelijk vertrek. Broedplaatsen in de permanente vastgoedportefeuille krijgen een huurcontract voor 10 jaar. Wanneer het pand waarin een broedplaats is gehuisvest is aangekocht voor gebiedsontwikkeling zijn de huurcontracten gekoppeld aan de planning van de ontwikkeling. Daar is het niet altijd mogelijk om huurcontracten voor 5 jaar af te sluiten. e. CAWA adviseert om de overgangsregeling te handhaven in de doorstroomregeling. Z0 wordt er recht gedaan aan de jarenlange, vrijwillige inzet van kunstenaars voor specifieke werkpanden. Bij

Gemeente Amsterdam

Datum 23 januari 2024 Pagina 7 van 8

veel van deze panden is er een lange geschiedenis van zorg voor het pand en de artistieke gemeenschap. Maak het voor CAWA in ieder geval mogelijk om bij behoud van het doorstroombeleid een uitzondering te maken voor een langere huurperiode van ateliers in de ijzeren voorraad in een collectief gebouw (atelier verzamelgebouw), zoals dit bij broedplaatsen ook mogelijk wordt. We streven ernaar om zoveel mogelijk kunstenaars de mogelijkheid te bieden om zich te ontwikkelen in gesubsidieerde ruimtes binnen broedplaatsen en ateliers. Aangezien het niet haalbaar is om voor elke kunstenaar een plek te maken is gekozen voor een doorstroomregeling. Op deze manier krijgt elke huurder de kans om zich gedurende maximaal tien jaar zowel artistiek als commercieel te ontwikkelen in een gesubsidieerd atelier, waarna er ruimte vrijkomt voor een nieuwe huurder. Met de doorstroomregeling kunnen meer Amsterdamse kunstenaars en creatieven gebruik maken van de met gemeenschapsgeld betaalbaar gehouden ruimte. De commissie krijgt in het nieuwe reglement een algemene mogelijkheid tot afwijken. Dus zowel voor toetsing bij broedplaatsen als individuele ateliers. f.

Wijs de 3Package Deal kandidaten ateliers in broedplaatsen toe en niet ateliers van Gemeentelijk Vastgoed. Dit is meer passend bij hun carrière (talentvolle jonge maker). Er komen jaarlijks zo’n 3550 ateliers in de ijzeren voorraad beschikbaar en daarom is het niet wenselijk dat deze met voorrang aan 3Package Deal kandidaten worden toegewezen. Daarnaast is het reëler dat ze na hun 3Package Deal periode in een broedplaats kunnen blijven huren, terwijl dat bij een atelier in de ijzeren voorraad vaak niet het geval is omdat ze (nog) niet aan de benodigde criteria voldoen. Dit schept verkeerde verwachtingen en veroorzaakt onnodige teleurstelling bij de 3Package Deal kandidaten als blijkt dat ze niet kunnen blijven bij hertoetsing. Het 3Package Deal programma haalt toptalent naar Amsterdam wat vervolgens vaak zijn plek vindt in de Amsterdamse kunst- en cultuursector. Doordat het programma jaarlijks op een moment start is het van belang dan alle opties voor huisvesting open te houden om het programma succesvol te maken. De deelnemers worden expliciet gewezen op de kaders van de huisvesting waardoor er geen sprake is van onnodige teleurstelling.

g.

In het nieuwe atelier- en broedplaatsenbeleid wordt onder andere het internationale kunstklimaat in Amsterdam benadrukt, maar de praktijk wijst uit dat internationale ex-residenten van de Rijksakademie en de Ateliers niet aan betaalbare woonruimte kunnen komen. Mocht Amsterdam dus daadwerkelijk het internationale kunstklimaat willen stimuleren dan zal er natuurlijk ook meer gerichte aandacht voor woonruimte moeten komen. Daar waar mogelijk worden kunstenaarswoningen en atelierwoningen gerealiseerd.

h.

Belangrijk aandachtspunt bij de broedplaats XL is dat lokale bottom-up initiatieven/organisaties een samenwerking aangaan met lokale kartrekkers in samenspraak met een expertgroep van insiders/ervaringsdeskundigen. Ten behoeve van het eigenaarschap is een binding met de buurt essentieel. In het beleid is opgenomen dat er een voorkeur is voor lokaal gebonden initiatieven. In het geval van de broedplaats XL zal bij invulling worden gekeken hoe en in welke mate deze initiatieven de ruimte krijgen binnen de ontwikkeling.

Gemeente Amsterdam

i.

Datum 23 januari 2024 Pagina 8 van 8

Maak een handleiding voor het opzetten van een broedplaats Het ontwikkelen van een broedplaats is voor zowel de ontwikkelaars als (nieuwe) initiatiefnemers een ingewikkeld proces. Het is daarom van belang om ontwikkelaars en potentiële broedplaats makers goed wegwijs te maken in het proces. Er is een stappenplan voor het maken van een broedplaats beschikbaar op de website van de gemeente Amsterdam.

j.

Maak een vervolg op het magazine Ruimte Delen waarbij alle aspecten naar voren worden gebracht bij het ontwikkelen van een broedplaats. Nut en noodzaak zullen onderzocht worden.

k.

Maak een duidelijk onderscheid tussen de verschillende benamingen in het broedplaatsenbeleid, Reglement CAWA en de communicatie naar buiten toe. CAWA kan en wil niet verantwoordelijk worden gehouden voor de inhoud van het beleid dat tot stand is gekomen vanuit Ateliers en Broedplaatsen en de visie van de Wethouder. Daarom is het belangrijk de dingen te benoemen zoals ze zijn. Gebruik de term ABA voor de bepalingen die voortvloeien vanuit het beleid dat door ABA wordt geformuleerd en gebruik alleen CAWA als dit de activiteiten van de commissie betreft. Het advies word ter kennisgeving aangenomen.

l.

Verander de naam Broedplaatsen naar bijvoorbeeld Cultuurhuizen. Broedplaatsen is een ingeburgerde naam voor Amsterdammers die bekend zijn met het beleid, maar de naam Broedplaatsen dekt echter niet de lading en moet aan nieuwkomers te vaak uitgelegd worden. Daarnaast suggereert de term dat er alleen gebroed wordt terwijl er veel meer gebeurt dan alleen broeden. Tot slot heeft de term broeden iets prematuurs, terwijl dit geen recht doet aan de volwassenheid van de verschillende projecten die binnen de verzamelgebouwen tot stand komen. Het advies word ter kennisgeving aangenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14059649/2