CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Algemene en artikelsgewijze toelichting bij verordening 14 juli 2021.docx

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 28 oktober 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Stand van zaken referendumverordening (ZD2021-011788)3.696 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting bij referendumverordening Amsterdam Algemene toelichting Aanleiding voor de herziening In de oude ‘Verordening op het burgerinitiatief, het volksinitiatief en het referendum’ bestonden hoge drempels voor de aanvraag van referenda en de indiening van volksinitiatieven en waren veel onderwerpen uitgezonderd. Mede hierdoor hebben er sinds 2002 geen (stadsbrede) referenda meer plaatsgevonden. Tevens was de verordening een aantal keren (soms ingrijpend) gewijzigd waardoor de samenhang verdwenen is. Zo was de beperking tot formele besluiten in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht alleen voor referenda doorgevoerd en niet voor burger- en volksinitiatieven. Dit betekent dat over (de wijziging van) een verordening dus geen referendum mogelijk is, maar wel een volksinitiatief. Voor volksinitiatieven gold in de oude verordening geen opschortende werking van raadsbesluiten, waardoor burgers het volksinitiatief niet konden gebruiken om een alternatief voor een ontwerp raadsbesluit in te dienen. Vanuit de wens de drempels voor referenda te verlagen, meer besluiten referendabel te maken en meer interactie tussen burgers en bestuur te, is besloten een geheel nieuwe referendumverordening in te stellen.

Vergelijking tussen de oude en nieuwe verordening Instrumenten: De oude verordening regelde een correctief referendum (over ontwerp raadsbesluiten) en een referendum op volksinitiatief (over eigenstandige voorstellen van burgers). De nieuwe verordening regelt ook een mengvorm hiertussen: een ‘alternatief referendum’ waarbij burgers een alternatief voorstel doen als vervanging voor een ontwerp raadsbesluit. Bij zowel correctieve referenda als alternatieve referenda wordt de besluitvorming door de raad opgeschort. De oude verordening maakte ook een burgerinitiatief mogelijk waarmee burgers een voorstel op de agenda van de raad kunnen plaatsen maar dat geen recht geeft op een referendum. Dit burgerinitiatief is nu in een aparte verordening geregeld. Referendabele onderwerpen: De oude verordening beperkte de mogelijkheid van referenda tot besluiten van de raad in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. Veel raadsbesluiten vallen daarbuiten. In de nieuwe verordening is die beperking geschrapt en worden ook referenda mogelijk over collegebesluiten die op grond van artikel 169 Gemeentewet voor wensen en bedenkingen worden voorgehangen aan de raad.

Uitzonderingen: De oude verordening zonderde de volgende onderwerpen uit van correctieve referenda: a. beslissingen van de raad op bezwaar dan wel inzake het voeren van rechtsgedingen; b. beslissingen met betrekking tot individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen en geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers en hun nabestaanden; c. het voor kennisgeving aannemen van nota's en rapporten; d. het vaststellen van de begroting en de rekening; e. het vaststellen van gemeentelijke tarieven en belastingen; f. beslissingen in het kader van deze verordening; g. beslissingen ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; h. de vaststelling, de herziening of de intrekking van een bestemmingsplan; i. andere beslissingen dan de beslissing die door de raad in de startnotitie inrichting besluitvormingsproces als referendabel wordt aangewezen bij grote (infrastructurele) projecten; j. het instellen, het samenvoegen of het opheffen van bestuurscommissies; k. beslissingen waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de ermee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen. In de nieuwe verordening blijven de uitzonderingen a t/m h gehandhaafd. Bestemmingsplannen (h) blijven vooralsnog uitgezonderd omdat nog onduidelijk is hoe de nieuwe Omgevingswet uitpakt voor gemeenten.

De uitzonderingen i (besluiten bij grote infrastructurele projecten) en j (bestuurscommissies) zijn geschrapt. Uitzondering k (spoedeisendheid) is nu geclausuleerd: na een referendumverzoek kan de raad een besluit toch nemen maar dan vindt het referendum alsnog achteraf plaats. Aantal ondersteuningsverklaringen: Om een correctief referendum aan te vragen of een volksinitiatief in te dienen zijn in de oude verordening voor de eerste stap 1.200 ondersteuningsverklaringen nodig, voor de tweede stap 6.750 ondersteuningsverklaringen binnen 3 weken en voor de derde stap 27.000 ondersteuningsverklaringen binnen 6 weken. De indiening van een volksinitiatief vereist in de eerste stap 1.200 handtekeningen en in de tweede en laatste stap 27.000 handtekeningen (zonder termijn). In de nieuwe verordening is het aantal ondersteuningsverklaringen verlaagd, de termijnen verlengd en zijn de tweede en derde stap bij de aanvraag van een correctief referendum samengevoegd. Voor het inleidend verzoek voor een correctief referendum of de raadsbehandeling van een volksinitiatief of alternatief burgervoorstel zijn 1.000 ondersteuningsverklaringen nodig. Voor het definitief verzoek voor het houden van een referendum zijn 10.000 ondersteuningsverklaringen nodig binnen 10 weken.

Geldigheid van de uitslag: In de oude verordening gold een referendumuitslag als ongeldig wanneer niet minstens 20 procent van de kiesgerechtigden deelnam aan het referendum. In de nieuwe verordening is deze eis vervallen en geldt dat raadsleden, al dan niet per fractie, vooraf aangeven welke gevolgen zij aan de uitslag zullen verbinden. Deze vorm van zelfbinding van de raad was eerder al praktijk in Amsterdam maar krijgt nu ook een plek in de verordening door een moment aan te wijzen (de raadsvergadering waarin de raad besluit dat een referendum wordt gehouden) waarop ieder raadslid de gelegenheid krijgt om aan te geven welk gevolg hij of zij aan de uitslag verbindt. Mogelijkheid van stemmen via internet en brief: In de oude verordening werd uitgegaan van stemmen in de stembureaus, vergelijkbaar met de verkiezingen. De nieuwe verordening maakt mogelijk dat de raad ook kan besluiten tot stemmen via het internet of via brief.

Procedures bij de verschillende referendumvormen Deze verordening maakt drie verschillende vormen van referendum mogelijk, die elk een eigen verloop hebben. Correctief referendum: Hiermee kunnen de initiatiefnemers een besluit van de raad of het college tegenhouden. Het inleidend verzoek met 1.000 ondersteuningsverklaringen moet niet later worden ingediend dan twee dagen voor de raadsvergadering waarvoor het besluit is geagendeerd. Vervolgens kijkt de initiatief- en referendumcommissie of het besluit waarop het referendumverzoek zich richt niet onder de uitzonderingen valt. Is dat niet het geval, dan adviseert de commissie aan de raad om het inleidend verzoek in te willigen en beslist de raad overeenkomstig. Zij schort dan de besluitvorming op in afwachting tot het houden van het referendum, of tot het moment waarop vaststaat dat geen referendum gehouden zal worden. Vervolgens hebben de initiatiefnemers 10 weken de tijd om 10.000 ondersteuningsverklaringen in te zamelen voor een definitief verzoek. Bij de beoordeling van het definitief verzoek kijkt de raad alleen of voldoende geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. De toetsing of het onderwerp op zichzelf referendabel is, is immers al in de inleidende fase gedaan.

Alternatief referendum: Hierbij kunnen de initiatiefnemers een alternatief burgervoorstel indienen als vervanging voor een raads- of collegebesluit waarmee zij het niet eens zijn. Het inleidend verzoek met 1.000 ondersteuningsverklaringen moet niet later worden ingediend dan twee dagen voor de raadsvergadering waarvoor het besluit is geagendeerd. Vervolgens kijkt de initiatief- en referendumcommissie of het besluit waarop het referendumverzoek zich richt niet onder de uitzonderingen valt. Is dat niet het geval, dan adviseert de commissie aan de raad om het inleidend verzoek in te willigen en beslist de raad overeenkomstig. Zij schort behandelt dan het alternatief burgervoorstel. Neemt zij dit aan, dan eindigt het initiatief. De raad kan ook pogen om een

compromis te bereiken met de initiatiefnemers, waarbij het presidium namens de raad het voortouw neemt. Als dat lukt, dan trekken de initiatiefnemers hun alternatief burgervoorstel in. Wil de raad echter vasthouden aan haar oorspronkelijke ontwerp besluit, dan hebben de initiatiefnemers nog 10 weken om 10.000 ondersteuningsverklaringen in te dienen voor een referendum. Bij de beoordeling van het definitief verzoek kijkt de raad alleen of voldoende geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. De toetsing of het onderwerp op zichzelf referendabel is, is immers al in de inleidende fase gedaan. Ook tijdens de inzameling voor dit definitief verzoek kunnen de raad en de initiatiefnemers nog een compromis bereiken en zo een referendum voorkomen (dat beide zijden immers kunnen verliezen). Bij het referendum kan het electoraat kiezen tussen het oorspronkelijke raads- of collegebesluit, het alternatief burgervoorstel, of geen van beide (ofwel de status quo). De vraagstelling is zodanig dat burgers zich tegen beide voorstellen apart voor of tegen kunnen uitspreken. Als beide voorstellen geen meerderheid krijgen, worden zij beide geacht te zijn verworpen. Als beide voorstellen een meerderheid krijgen, dan wordt het voorstel met de meeste stemmen geacht te zijn aangenomen.

Volksinitiatief: Een volksinitiatief is een eigenstandig voorstel van burgers zonder dat er sprake is van een ontwerp raads- of collegebesluit dat zij tegelijk willen tegenhouden. Om die reden geldt er geen termijn voor een volksinitiatief. Via een inleidend verzoek kunnen de initiatiefnemers met 1.000 ondersteuningsverklaringen een raadsbehandeling van hun volksinitiatief afdwingen. De initiatief- en referendumcommissie toetst vooraf of het onderwerp niet onder de uitzonderingen valt. Is dat niet het geval, dan adviseert de commissie aan de raad om het volksinitiatief inhoudelijk te behandelen en besluit de raad overeenkomstig. De raad kan het volksinitiatief overnemen; dan eindigt het initiatief. Het presidium kan namens de raad ook in overleg treden met de initiatiefnemers om een compromis te bereiken. Lukt dat, dan trekken de initiatiefnemers hun volksinitiatief terug. Neemt de raad het niet over en komen de initiatiefnemers en de raad niet tot overeenstemming, dan hebben de initiatiefnemers de mogelijkheid om een definitief verzoek voor een referendum over hun volksinitiatief af te dwingen door indiening van 10.000 ondersteuningsverklaringen in 10 weken. Bij de beoordeling van het definitief verzoek kijkt de raad alleen of voldoende geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend.

De toetsing of het onderwerp op zichzelf referendabel is, is immers al in de inleidende fase gedaan. Ook tijdens de inzameling voor dit definitief verzoek kunnen de raad en de initiatiefnemers nog een compromis bereiken en zo een referendum voorkomen (dat beide zijden immers kunnen verliezen). Wordt het referendum gehouden, dan heeft de raad het recht om een tegenvoorstel te zetten naast het volksinitiatief. De kiezers kunnen zich dan voor of het volksinitiatief uitspreken en voor of tegen het alternatief raadsvoorstel. Als beide voorstellen geen meerderheid krijgen, dan worden beide geacht te zijn afgewezen (en verkiest men dus de status quo). Als beide voorstellen een meerderheid krijgen, dan wordt het voorstel met de meeste stemmen geacht te zijn aangenomen.

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1: Definties De definities zijn onder meer van belang opdat het verschil tussen het correctief referendum, het alternatief referendum en het referendum op volksinitiatief duidelijk wordt. Artikel 2: Initiatief, soorten referenda, onderwerpen Dit artikel geeft de reikwijdte en de uitzonderingen aan voor zowel correctieve referenda als voor alternatieve burgervoorstellen en volksinitiatieven die tot een referendum kunnen leiden. Over aangelegenheden die onder competentie van de raad vallen, evenals collegebesluiten die op grond van de Gemeentewet voor wensen of bedenkingen voorgehangen moeten worden aan de raad, kunnen referendumverzoeken, alternatieve burgervoorstellen of volksinitiatieven worden ingediend. Een aantal onderwerpen is uitgezonderd (derde lid). De initiatief- en referendumcommissie en de raad toetsen marginaal: is een onderwerp toegelaten en niet uitgezonderd, dan wordt het verzoek van initiatiefnemers toegelaten. Artikel 3: Termijnen Passim. Artikel 4: Initiatief- en referendumcommissie De commissie bestaat uit een voorzitter en vier leden. Het college draagt zorg voor ambtelijke ondersteuning van de commissie.

Artikel 5: Taken van de initiatief en referendumcommissie De commissie neemt een onafhankelijke positie in en geeft zwaarwegende adviezen aan de raad en het college, in ieder geval over de vraag of een referendumverzoek, alternatief burgervoorstel en volksinitiatief onder de uitzonderingen vallen, de formulering van de vraagstelling, het houden van referenda in een of enkele stadsdelen in plaats van in de hele gemeente, wijzigingen van deze verordening. Verder is de commissie verantwoordelijk voor de redactie van de referendumkrant, toezicht op de informatievoorziening en een eerlijk verloop van het proces en de behandelingen van klachten van burgers. Er wordt een apart reglement opgesteld ten behoeve van de vergaderingen en de werkwijze van de commissie. Artikel 6: Inleidend verzoek correctief referendum Een inleidend verzoek voor een correctief referendum wordt als volgt ingediend. Duizend ondersteuningsverklaren van kiesgerechtigde Amsterdammers moeten zijn ingediend niet later dan twee dagen voor de raadsvergadering waarvoor een ontwerp raads- of collegebesluit staat geagendeerd. De raad kan in deze vergadering beslissen over de toelaatbaarheid van een referendumverzoek, maar kan dat besluit ook verdagen, indien het ontwerp besluit maar wordt aangehouden tot het referendum heeft plaatsgevonden dan wel totdat onherroepelijk vaststaat dat geen referendum wordt gehouden.

Een ondersteuningsverklaring afgeven moet op lijsten verstrekt door het college die zowel op papier als via internet beschikbaar worden gemaakt.

Artikel 7: Opschortende werking Hangende het onderzoek of een referendumverzoek over een ontwerp raads- of collegebesluit wordt toegelaten en voldoende ondersteund is, wordt het ontwerp besluit aangehouden. Spoedeisende besluiten mogen wel genomen worden maar dan vindt het referendum alsnog achteraf plaats. Artikel 8: Definitief verzoek correctief referendum Een definitief verzoek voor een correctief referendum wordt als volgt ingediend. Tienduizend ondersteuningsverklaren van kiesgerechtigde Amsterdammers moeten zijn ingediend binnen tien weken na het raadsbesluit dat het inleidend verzoek voldoende geldig ondersteund wordt. Een ondersteuningsverklaring afgeven moet op lijsten verstrekt door het college die zowel op papier als via internet beschikbaar worden gemaakt. In dit stadium toetst de raad nog slechts of voldoende geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. Is dat het geval, dan wordt het definitief verzoek toegelaten. Artikel 9: Vraagstelling Dit artikel stelt dat de vraagstelling kort en helder moet zijn en legt de vorm van de vraagstelling vast. Artikel 10: Vaststelling van de uitslag De uitslag wordt bepaald bij gewone meerderheid van het totaal uitgebrachte aantal geldige stemmen. De verordening regelt geen minimaal vereist opkomst- of deelnamepercentage.

Artikel 11: Inleidend verzoek alternatief burgervoorstel Een inleidend verzoek voor behandeling van een alternatief burgervoorstel (een voorstel van burgers dat zij in plaats van een ontwerp raadsbesluit agenderen) wordt ingediend als volgt. Duizend ondersteuningsverklaren van kiesgerechtigde Amsterdammers moeten zijn ingediend niet later dan twee dagen voor de raadsvergadering waarvoor een ontwerp raads- of collegebesluit staat geagendeerd. De raad kan in deze vergadering beslissen over de toelaatbaarheid van een referendumverzoek, maar kan dat besluit ook verdagen, indien het ontwerp besluit maar wordt aangehouden tot het referendum heeft plaatsgevonden dan wel totdat onherroepelijk vaststaat dat geen referendum wordt gehouden. Een ondersteuningsverklaring afgeven moet op lijsten verstrekt door het college die zowel op papier als via internet beschikbaar worden gemaakt. Artikel 12: Opschortende werking Hangende het onderzoek of een alternatief burgervoorstel aan de voorwaarden voldoet en voldoende wordt ondersteund, wordt het ontwerp besluit aangehouden. Spoedeisende besluiten mogen wel door de raad genomen worden maar dan vindt het referendum alsnog achteraf plaats. Artikel 13: Raadsbehandeling en overleg met initiatiefnemers De behandeling van alternatieve burgervoorstellen door de raad vindt plaats als volgt. De raad kan een alternatief burgervoorstel overnemen.

Dan eindigt het initiatief. Het presidium kan namens de raad ook in overleg treden met de initiatiefnemers. Het recht van initiatiefnemers om hun alternatief burgervoorstel in te trekken, maakt het mogelijk voor de raad en de initiatiefnemers om in overleg te treden en tot een compromis te komen. Zo kunnen beide een referendum met een voor beide

onzekere uitkomst voorkomen. Lukt het bereiken van een compromis niet, dan hebben de initiatiefnemers het recht om met steun van tienduizend burgers een definitief verzoek voor een referendum in te dienen. Tijdens de handtekeningeninzameling voor de definitieve fase kunnen de raad en de initiatiefnemers alsnog tot een compromis komen. Het referendum gaat dan niet door. Artikel 14: Definitief verzoek alternatief referendum Een definitief verzoek voor een alternatief referendum wordt ingediend als volgt. Tienduizend ondersteuningsverklaren van kiesgerechtigde Amsterdammers moeten zijn ingediend binnen tien weken na het raadsbesluit dat het inleidend verzoek voldoende geldig ondersteund wordt. Een ondersteuningsverklaring afgeven moet op lijsten verstrekt door het college die zowel op papier als via internet beschikbaar worden gemaakt. In dit stadium toetst de raad nog slechts of voldoende geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. Is dat het geval, dan wordt het definitief verzoek toegelaten. Het referendum gaat dan over zowel het ontwerp raads- of collegebesluit en het alternatief burgersvoorstel. Artikel 15: Vraagstelling Dit artikel stelt dat de vraagstelling kort en helder moet zijn en legt de vorm van de vraagstelling vast. Kiezers kunnen voor en tegen het ontwerp raads- of collegebesluit stemmen en voor of tegen het alternatieve burgervoorstel.

Indien beide geen meerderheid krijgen, gelden beide als verworpen. De status quo blijft dan bestaan. Indien beide voorstellen een meerderheid krijgen, dan geldt het voorstel dat de meeste stemmen kreeg. Artikel 16: Vaststelling van de uitslag De uitslag wordt bepaald bij gewone meerderheid van het totaal uitgebrachte aantal geldige stemmen. De verordening regelt geen minimaal vereist opkomst- of deelnamepercentage. Artikel 17: Inleidend verzoek volksinitiatief Een inleidend verzoek voor behandeling van een volksinitiatief (een eigenstandig voorstel van burgers) wordt ingediend als volgt. Duizend ondersteuningsverklaren van kiesgerechtigde Amsterdammers moeten zijn ingediend. Er is geen termijn voor het inleidende verzoek. Een ondersteuningsverklaring afgeven moet op lijsten verstrekt door het college die zowel op papier als via internet beschikbaar worden gemaakt. Artikel 18: Raadsbehandeling en overleg met initiatiefnemers De raad kan een volksinitiatief overnemen. Dan eindigt het initiatief. Het presidium kan namens de raad ook in overleg treden met de initiatiefnemers. Het recht van initiatiefnemers om hun volksinitiatief in te trekken, maakt het mogelijk voor de raad en de initiatiefnemers om in overleg te treden en tot een compromis te komen. Zo kunnen beide een referendum met een voor beide onzekere uitkomst voorkomen.

Lukt het bereiken van een compromis niet, dan hebben de initiatiefnemers het recht om met steun van tienduizend burgers een definitief verzoek voor een referendum in te dienen. Tijdens de handtekeningeninzameling voor de definitieve fase kunnen de raad en de initiatiefnemers alsnog tot een compromis komen. Het referendum gaat dan niet door. Artikel 19: Definitief verzoek alternatief referendum

Tienduizend ondersteuningsverklaren van kiesgerechtigde Amsterdammers moeten zijn ingediend binnen tien weken na het raadsbesluit dat het inleidend verzoek voldoende geldig ondersteund wordt. Een ondersteuningsverklaring afgeven moet op lijsten verstrekt door het college die zowel op papier als via internet beschikbaar worden gemaakt. In dit stadium toetst de raad nog slechts of voldoende geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. Is dat het geval, dan wordt het definitief verzoek toegelaten. Artikel 20: Alternatief raadsvoorstel De raad mag een alternatief raadsvoorstel indienen dat tegelijk met het volksinitiatief ter stemming wordt gebracht. Voor een alternatief raadsvoorstel gelden dezelfde vormvereisten als voor een volksinitiatief. Artikel 21: Vraagstelling Dit artikel stelt dat de vraagstelling kort en helder moet zijn en legt de vorm van de vraagstelling vast. Kiezers kunnen voor en tegen het volksinitiatief stemmen en voor of tegen het alternatieve raadsvoorstel. Indien beide geen meerderheid krijgen, gelden beide als verworpen. De status quo blijft dan bestaan. Indien beide voorstellen een meerderheid krijgen, dan geldt het voorstel dat de meeste stemmen kreeg. Artikel 22: Vaststelling van de uitslag De uitslag wordt bepaald bij gewone meerderheid van het totaal uitgebrachte aantal geldige stemmen.

De verordening regelt geen minimaal vereist opkomst- of deelnamepercentage. Artikel 23: Zelfbinding van de raad De grondwet en de Gemeentewet laten nog geen bindende referenda toe. Zelfbinding door individuele raadsleden, eventueel fractiegewijs, is wel toegestaan en is eerder gepraktiseerd in Amsterdam en in veel andere gemeenten. Daarom wijst dit artikel een moment aan - de raadsvergadering waarin de raad besluit dat een referendum wordt gehouden – waarop ieder raadslid de gelegenheid krijgt aan te geven welk gevolg hij of zij aan de uitslag verbindt. Artikel 24: Datum referendum Dit artikel regelt de vaststelling door de raad van de datum van het referendum. Om voldoende tijd te laten voor de campagne, vindt het referendum niet eerder dan vijf maanden plaats na de vaststelling van het definitief verzoek voor een referendum. Om te grote vertraging te voorkomen is de maximumtermijn gesteld op tien maanden. De raad kan deze termijn met maximaal twee maanden te verlengen om de combinatie met een verkiezing mogelijk te maken of om te voorkomen dat een stemming tijdens de schoolvakanties voorde regio Amsterdam plaatsvindt.

Artikel 26: Organisatie van de stemming De stemming wordt op zoveel mogelijk dezelfde wijze georganiseerd als de raadsverkiezingen. De raad kan echter ook besluiten tot een stemming via internet of via brief.

Artikel 27: Stadsdeelreferenda Als de raad van mening is dat een onderwerp een kleiner deel van de gemeente raakt, kan de raad besluiten om een referendum in een of meerdere stadsdelen te houden. Het aantal ondersteuningsverklaringen voor het inleidende verzoek blijft op 1.000, onafhankelijk van de grootte van het stadsdeel. Het aantal ondersteuningsverklaringen voor een definitief verzoek wordt verlaagd naar vijfduizend (voor stadsdelen met minder dan 100.000 inwoners), zeveneneenhalfduizend (voor al dan niet gecombineerde stadsdelen tussen 100.000 en 300.000 inwoners) en gehandhaafd op 10.000 voor (gecombineerde) stadsdelen met meer dan 300.000 inwoners. Artikel 28: Budget en subsidie Voor wat betreft de financiën en de subsidie voor initiatiefnemers, wordt ervan uitgegaan dat het gemeentebestuur, in concreto het college, zich actief uitspreekt voor de door haar gewenste optie bij het referendum, terwijl de initiatiefnemers zich uitspreken voor de andere optie. De raad stelt een budget vast voor de praktische organisatie van het referendum, inclusief opening van de stembureaus, versturen van oproepkaarten en huis-aan-huis verspreiding van de referendumkrant. Daarnaast kan de raad ook een budget vaststellen voor inhoudelijk campagnevoeren. Dit budget wordt rechtens verdeeld over de wethouder die verantwoordelijk is voor het onderwerp van het referendum en de initiatiefnemers.

Het overheidsbudget is immers door zowel voor- als tegenstanders opgebracht. Zo is er een gelijk speelveld als het om de inzet van publieke middelen gaat. Andere (maatschappelijke) organisaties kunnen in het kader van deze verordening geen aanspraak maken op subsidie. Wel kunnen zij eigen middelen besteden aan zowel een voor- als een tegencampagne. Artikel 29: Referendumkrant Een maand voor het referendum verspreidt het college huis-aan-huis een referendumkrant. Om de objectiviteit en onpartijdigheid van de informatie te waarborgen, is de initiatief- en referendumcommissie verantwoordelijk voor de redactie. Naast zakelijke informatie over het referendum en het voorliggende voorstel c.q. de voorstellen, krijgen het college en de initiatiefnemers gelijke ruimte voor hun argumenten. Artikel 30: Gevolgen van de uitslag Dit artikel regelt de rechtsopvolging door de raad van de uitslag van het referendum. Artikel 31: Strafbepalingen Dit artikel bevat de strafbepalingen voor degenen die overtredingen begaan bij de inzameling van ondersteuningsverklaringen en de stemming. Artikel 32: Evaluatie De referendumverordening en de gevolgen hiervan in de praktijk worden drie jaar na de invoering geëvalueerd op de werkwijze en de resultaten in het licht van de doelstellingen uit de door de raad op 22 april 2021 vastgestelde hoofdlijnennotitie. Artikel 33: Intrekking oude verordening

Deze verordening komt in de plaats van de ‘Verordening op het burgerinitiatief, het volksinitiatief en het referendum’. Gelijktijdig met deze verordening wordt een aparte verordening ingediend voor het burgerinitiatief. Artikel 34: Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel bevat de inwerkingtreding en de citeertitel van deze verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10664865/1