CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Aanvulling OER actualisatie Omgevingsvisie 2050 .pdf

RAAD 13 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – actualisatie 2025 (VN2025-012779)54.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

De Omgevingswet Een laatste aanleiding is gelegen in het planologisch-juridisch domein. Sinds 2024 zorgt de Omgevingswet voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Met deze wet is het bestaande stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. Daarnaast wordt participatie bevorderd. Met de Omgevingswet hebben ook een aantal nieuwe ruimtelijke planfiguren hun intrede gedaan: omgevingsvisie, omgevingsplan, omgevingsprogramma’s. Dit betekent een nieuwe wettelijke context: een grote verandering in de regelgeving en het beleid voor de fysieke leefomgeving. Deze nieuwe context is bepalend voor hoe de omgevingsvisie haar doorwerking vindt.

blad 57 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam programma’s, maar ook wat hiervan de consequenties zijn voor ruimtelijke projecten en vergunningverlening. (Koptekst) Met Samen stadmaken willen we meer ruimte voor diversiteit en eigenheid in de manier waarop we aan de stad bouwen. We hebben een open en nieuwsgierige houding en zijn gericht op goede samenwerking. We werken samen met professionele partijen, zoals de woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars, beleggers en grote instellingen, maar zijn tegelijk op zoek naar het verbreden van het ontwikkelpalet. Een uitdrukkelijke wens is om Amsterdammers een meer actieve en gelijkwaardige rol te geven. Dat geldt voor beheer en programmering van de eigen leefomgeving, ruimte voor lokaal ondernemerschap, maar ook bij het daadwerkelijk bouwen aan de stad en het invulling geven aan de energietransitie.

(Koptekst) Samen Stadmaken betekent zo vroegtijdig en gelijkwaardig mogelijk samenwerken met de stad. We willen meer ruimte voor diversiteit en eigenheid in de manier waarop we aan de stad bouwen. We hebben een open en nieuwsgierige houding. We werken als vanouds samen met professionele partijen als woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars, beleggers en grote instellingen, maar zijn tegelijk op zoek naar verbreding van het ontwikkelpalet. Een uitdrukkelijke wens is om Amsterdammers een actievere en bepalender rol te geven. Dat geldt voor beheer en programmering van de eigen leefomgeving, ruimte voor lokaal ondernemerschap, maar ook bij het daadwerkelijk bouwen aan de stad en het invulling geven aan de energietransitie.

Coöperaties Er komt ook meer ruimte voor woon- en energiecoöperaties en verschillende vormen van collectief zelf beheer (commons, zie kader). Stadslandbouw, woon- en energiecoöperaties zijn voorbeelden van hoe bewoners verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de directe leefomgeving. Ruimte maken voor collectief zelf beheer in de stad betekent niet alleen ruimte maken voor lokale netwerken en coöperatieven, ook maken we daarmee ruimte voor democratische vernieuwing en sociale innovatie, met meer gezamenlijke vormen van publieke waardecreatie in de wijk en de buurt. Daarom verbindt deze Agenda Samen stadmaken zich met de democratiseringsagenda van het college, waarin afspraken gemaakt worden over de samenwerking tussen de gemeente en lokale coöperatieven om de publiek-collectieve samenwerking te verankeren.

Coöperaties Er komt ook meer ruimte voor woon- en energiecoöperaties en verschillende vormen van collectief zelfbeheer (commons, zie kader). Stadslandbouw, woon- en energiecoöperaties zijn voorbeelden van hoe bewoners verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de directe leefomgeving. Ruimte maken voor collectief zelfbeheer in de stad betekent niet alleen ruimte maken voor lokale netwerken en coöperatieven, ook maken we daarmee ruimte voor democratische vernieuwing en sociale innovatie, met meer gezamenlijke vormen van publieke waardecreatie in de wijk en de buurt. Om de benodigde samenwerking tussen de gemeente en lokale coöperatieven om de publiek-collectieve samenwerking te verankeren is inmiddels het Actieprogramma AmsterDOEN! in het leven geroepen.

Concreter zullen we ook kleinere, bottom-upinitiatieven ondersteunen en volgen, zoals de Community Land Trust Bijlmer (CLT). In de Hbuurt in Zuidoost is een collectief bezig met het realiseren van duurzame, betaalbare woningen voor en door de lokale gemeenschap. Groepen als deze pionieren op het gebied van nieuwe, collectieve vormen van eigenaarschap en zeggenschap over zowel vastgoed en grond, als ‘losgoed’ (spullen) en diensten (denk o.a. aan beheer). In dit soort projecten wordt ook het belang van capaciteitsopbouw erkend. Dit is nodig om op langere termijn een mate van zelforganisatie bij brede groepen te ontwikkelen, om dingen effectief voor elkaar te krijgen, ook (of juist) voor burgers bij wie dit nu niet zo vanzelfsprekend is (zoals nieuwkomers, burgers met beperkingen en/of achterstand t.o.v. de ‘gemiddelde Amsterdammer’). Een investering aan de voorkant verdient zich op die manier op termijn terug, want bewoners kunnen zelf aan de slag en weten effectief wensen, zorgen Deel IV | Hoe 251 en ideeën om te zetten naar acties, met onder andere de gemeente als partner.

Tekst geschrapt.

Buurtbewoners, stadmakers en creatieve makers

Buurtbewoners, stadmakers en creatieve makers

blad 58 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam Met de omgevingsvisie willen we de stadmakerscultuur en de hoge mate van zelforganisatie in Amsterdam versterken. De Agenda Samen stadmaken maakt de ruimte hiervoor groter en gelijkwaardiger. Uiteindelijk is iedereen die actief bijdraagt aan de stad een stadmaker. Er zijn stadmakers die zich hebben ontwikkeld tot (semi)professionele sleutelfiguren die zeer betrokken zijn bij lokale ontwikkelingen en initiatieven. Zij zijn in staat te schakelen tussen de formele wereld van planen besluitvorming en de informele wereld van de alledaagse praktijk in de buurten. Ook zijn creatieve makers nodig om complexe, maatschappelijke uitdagingen, zoals gebiedsontwikkeling, mede het hoofd te bieden. Zij zijn in staat met innovatieve werkwijzen anders te kijken naar problemen en oplossingen. De gemeente gaat daarom nauwer samenwerken met de Sociaal Creatieve Raad.

Met de omgevingsvisie willen we de stadmakerscultuur en de hoge mate van zelforganisatie in Amsterdam versterken. De Agenda Samen stadmaken maakt de ruimte hiervoor groter en gelijkwaardiger. Uiteindelijk is iedereen die actief bijdraagt aan de stad een stadmaker. Er zijn stadmakers die zich hebben ontwikkeld tot (semi)professionele sleutelfiguren die zeer betrokken zijn bij lokale ontwikkelingen en initiatieven. Zij zijn in staat te schakelen tussen de formele wereld van plan- en besluitvorming en de informele wereld van de alledaagse praktijk in de buurten. Ook zijn creatieve makers nodig om complexe uitdagingen, zoals gebiedsontwikkeling, mede het hoofd te bieden.

Als gemeente gaan we met de stadmakersbeweging en creatieve makers uit van het principe dat alle deelnemers (van buurtbewoner tot projectontwikkelaar) aan het samen stadmaken experts zijn, allen op verschillende manieren. Dit komt onder andere tot uiting in het verankeren van organisch ontwikkelen met buurtfocus. In aansluiting op de grotere vormen van gebiedsontwikkeling is het met name in de toekomst nodig om de aandacht te verschuiven van uitleg van de stad naar zorgvuldige ingrepen in de bestaande stad. Organisch ontwikkelen met buurtfocus gaat over het koesteren van wat waardevol is, de kleinere ingrepen die als kantelpunt werken, de alledaagse praktijk van beheer en onderhoud, sociale veiligheid, toegankelijkheid, het organiseren en uitlokken van ontmoeting, het alledaagse werk van bewonerscommissies enzovoort. Het gaat om met een liefdevolle en verfijnde blik kijken naar wat er al is en groeit en hoe buurtbewoners betekenis aan hun eigen leven en leefomgeving geven. In de Visie op de Binnenstad van Amsterdam 2040 wordt dit uitgelegd als ‘tuinieren’. Met deze benadering blijven we dichter bij de leefwereld van buurten en lokaal initiatief.

Als gemeente gaan we met stadmakersbeweging en creatieve makers uit van het principe dat alle deelnemers (van buurtbewoner tot projectontwikkelaar) experts zijn, allen op verschillende manieren. Dit komt onder andere tot uiting in het verankeren van organisch ontwikkelen met buurtfocus. De aandacht verschuift van uitleg van de stad naar zorgvuldige ingrepen in de bestaande stad. Organisch ontwikkelen met buurtfocus gaat over het koesteren van wat waardevol is, kleinere ingrepen die als kantelpunt werken, beheer en onderhoud, sociale veiligheid, toegankelijkheid, het uitlokken van ontmoeting, het alledaagse werk van bewonerscommissies enzovoort. Het gaat om met een liefdevolle en verfijnde blik kijken naar wat er al is en groeit en hoe buurtbewoners betekenis aan hun eigen leven en leefomgeving geven. In het Masterplan Zuidoost, Nationaal Programma Samen NieuwWest en de Aanpak Noord is dit opgenomen als een belangrijk uitgangspunt.

Werken aan de geleefde stad Daarvoor is openheid naar de collectieve kennis uit de stad nodig. We dagen onszelf als gemeente en professionele partijen uit manieren te zoeken om de geplande stad beter te laten aansluiten op de geleefde stad. De planners, ontwerpers, bouwers en ontwikkelaars van de stad zijn hierin partners met onmisbare expertise en capaciteiten. Om dit te oefenen gaan we aan de hand van de nieuwste inzichten over planningsprocessen het experiment aan in een nader te bepalen ruimtelijk project (werktitel voor het experiment: Werken aan de geleefde stad).

Werken aan de geleefde stad Daarvoor is openheid naar de collectieve kennis uit de stad nodig. We dagen onszelf als gemeente en professionele partijen uit manieren te zoeken om de geplande stad beter te laten aansluiten op de geleefde stad. De planners, ontwerpers, bouwers en ontwikkelaars van de stad zijn hierin partners met onmisbare expertise en capaciteiten.

Zo zoeken we naar een manier waarde-extractie uit de buurten te voorkomen, en juist waardecreatie in de buurten te bevorderen. Een interessant experiment om te ondersteunen vanuit deze agenda is de actielijn Community Wealth Building (vrij vertaald: bouwen aan gemeenschapswelzijn) van het Fearless Cityprogramma van de gemeente

Zo zoeken we naar een manier waarde-extractie uit de buurten te voorkomen, en juist waardecreatie in de buurten te bevorderen. Aan deze benadering geven we vorm op verschillende plekken in de stad, onder andere in Nieuw-West onder de paraplu van het Nationaal programma Samen Nieuw-West. Community wealth buildingprojecten (vrij vertaald: bouwen aan

blad 59 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam gemeenschapswelzijn) gaan wij verder stimuleren, gericht op duurzame waardeontwikkeling en behoud. Tegelijkertijd wordt de maatschappelijke meerwaarde van collectieve zelforganisaties beter zichtbaar gemaakt met het nog te ontwikkelen ‘Waarderend Kader’. Zo zal lokaal initiatief gewaardeerd worden op basis van de maatschappelijke, economische, democratische én duurzame waarde. Daarbij wordt ook gebruikgemaakt van het donutmodel. Uiteindelijk willen we maatschappelijke meerwaarde zichtbaar maken én meer ruimte bieden. Dit betekent dat in de toekomst maatschappelijke, sociale en duurzame criteria zwaarder gaan wegen bij aanbestedingen.

Tegelijkertijd wordt de meerwaarde van collectieve zelforganisaties beter zichtbaar gemaakt met instrumentarium dat wordt ontwikkeld vanuit het Actieprogramma AmsterDOEN. Het is belangrijk dat lokaal initiatief gewaardeerd kan worden vanuit maatschappelijk, economisch, democratisch én duurzaam perspectief. Ook onderzoeken we hoe we meer ruimte kunnen maken voor maatschappelijke, sociale en duurzame criteria bij aanbestedingen en inkoop, en bij andere vormen van samenwerking met de stad.

Nieuwe financieringsconstructies Om publieke waardecreatie op een krachtige manier te ondersteunen, gaan we verkennen wat de mogelijkheden zijn van een woningbouwfonds voor coöperaties, met als uitgangspunt dat betaalbare woningen en werkruimtes binnen werkbare financiële kaders moeten kunnen worden aangeboden. Als onderdeel van het eindrapport Aan de slag met Wooncoöperaties worden ook al een leningsfaciliteit uitgewerkt voor wooncoöperaties en de mogelijkheid van een solidariteitsfonds onderzocht. Het geeft bovendien de mogelijkheid met partijen van eigen keuze te werken. Dit betekent dat zelfbouwinitiatieven zoals wooncollectieven en coöperaties een serieuze mogelijkheid worden om middeldure huurwoningen en multifunctionele ruimtes te bouwen. Dit zou een verbreding van het huidige palet aan ontwikkelvormen betekenen, met grote maatschappelijke meerwaarde, zeker in de verdichtingsgebieden in de naoorlogse stad. Daarnaast onderzoeken we de optie van een regionaal investeringsfonds.

Nieuwe financieringsconstructies Om publieke waardecreatie op een krachtige manier te ondersteunen, is als onderdeel van het Eindrapport Aan de slag met Wooncoöperaties in 2021 de stimuleringslening wooncoöperaties uitgewerkt, met als uitgangspunt dat betaalbare woningen en werkruimtes binnen werkbare financiële kaders beschikbaar zijn. Met het verstrekken van een lening maakt de gemeente hoofdfinanciering door banken mogelijk. Daarnaast is de rijksoverheid bezig met het opzetten van een landelijk leenfonds ter ondersteuning van initiatieven. De wooncoöperaties zijn bezig met het opzetten van een solidariteitsfonds om initiatieven te financieren.

Vrije ruimte Zoals uitgelegd in hoofdstuk Inclusieve stad kent vrije ruimte vele verschijningsvormen, met als gemeenschappelijk kenmerk dat vrijeruimteinitiatieven van onderop zijn ontstaan en collectief zijn vormgegeven. Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, reflecteren en kunnen experimenteren. De kracht van deze vorm van ruimtegebruik is dat het initiatief bij burgers ligt, in de luwte van marktwerking en overheidsbeleid. Dit betekent kansen voor lokale waardecreatie. Daarom zal een duurzame, coöperatieve samenwerking worden opgericht tussen de gemeente, gebruikers en experts, ter bevordering van vrije ruimte. In een leeromgeving gaan we experimenteren en onderzoeken hoe vrije ruimte op de langere termijn een vast onderdeel kan worden in de planvorming van de stad

Vrije ruimte Zoals benoemd onder ‘Inclusieve stad’ kent vrije ruimte vele verschijningsvormen, met als gemeenschappelijk kenmerk dat vrijeruimteinitiatieven van onderop ontstaan en collectief zijn vormgegeven. Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, reflecteren en kunnen experimenteren. De kracht van deze vorm van ruimtegebruik is dat het initiatief bij burgers ligt, in de luwte van marktwerking en overheidsbeleid. Het gaat om lokale waardecreatie op het gebied van circulariteit, ecologie en sociale verbinding. In samenwerking met gebruikers en experts onderzoeken we hoe vrije ruimte op de langere termijn een vast onderdeel kan worden in de planvorming van de stad.

Tot slot verkennen we hoe de invoering van buurtrechten bij kan dragen aan het creëren van een gelijker speelveld tussen gemeente, professionele partijen en buurtgroepen en initiatieven van onderop. Mogelijke buurtrechten zijn: 1) Het recht om uit te dagen Bewonersgroepen krijgen het recht om lokale

Tot slot zijn met de in 2024 vastgestelde Amsterdamse Participatieverordening verschillende buurtrechten ingevoerd. Deze dragen bij aan het creëren van een gelijker speelveld tussen gemeente, professionele partijen en buurtgroepen en initiatieven van onderop. De buurtrechten zijn: 1) Het uitdaagrecht - Het

Het gaat om woningen die niet uitgepond kunnen worden en dus eeuwigdurend betaalbaar blijven. Bewoners hebben zeggenschap over ontwikkeling, bestuur, beheer en onderhoud van hun eigen woongebouw. Dit alles verbreedt het huidige palet aan ontwikkelvormen, met grote maatschappelijke meerwaarde, zeker in de verdichtingsgebieden in de naoorlogse stad. Daarnaast onderzoeken we de optie van zelfbouw binnen transformatiegebieden, zowel in de vorm van nieuwbouwwooncoöperaties als beheercoöperaties.

blad 60 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam dienstverlening vorm te geven en uit te voeren. 2) Het eerste biedingsrecht – georganiseerde bewoners en maatschappelijke ondernemers mogen als eerste bieden op grond en vastgoed. Zo zorgen we ervoor dat lokale initiatieven niet door kapitaalkrachtige marktpartijen weggedrukt worden. 3) Het recht om te plannen – bewoners krijgen het recht om zelf ruimtelijke plannen te initiëren. 4) Het buurtplatformrecht – buurtgroepen krijgen de ondersteuning om zich te organiseren als lokale vertegenwoordiging.

indienen van een plan om bestaande taken van de gemeente uit te voeren of te coproduceren, wanneer de indieners menen beter aan te kunnen sluiten bij wat er speelt in buurt of stad, 2) Het biedingsrecht – Het doen van een bod voor de huur of koop van een pand in eigendom van de gemeente voor de realisatie van een maatschappelijke functie, 3) Het buurtplanrecht– Het indienen van een plan voor de inrichting van de openbare ruimte. Daarnaast bevat de participatieverordening de voorwaarden voor erkenning en samenwerking met buurtplatforms.

Buurtomgevingsvisies Met buurtomgevingsvisies willen we buurten mobiliseren om onder de paraplu van de stedelijke omgevingsvisie een eigen visie te ontwikkelen. Door lokale visievorming te ondersteunen worden gemeenschappen verenigd en kan er een goede uitwisseling ontstaan met stedelijke vraagstukken. Momenteel loopt al een dergelijk experiment in de Sierpleinbuurt in Nieuw-West; dit wordt voortgezet. We gaan verkennen welke buurten hiervoor nog meer interessant zijn.

Buurtomgevingsvisies Met buurtomgevingsvisies willen we buurten mobiliseren om onder de paraplu van de stedelijke omgevingsvisie een eigen visie te ontwikkelen. Door lokale visievorming te ondersteunen worden gemeenschappen verenigd en kan er een goede uitwisseling ontstaan met stedelijke vraagstukken. Tijdens het maakproces van de Omgevingsvisie is dit gedaan in de Sierpleinbuurt in Nieuw-West. Voor andere buurten bestaat deze mogelijkheid ook.

Nieuwe vormen van continue dialoog Op stedelijk niveau en regionaal niveau gaan we experimenteren met nieuwe vormen van invloed en zeggenschap van bewoners in de vorm van continue dialoog. Daarvoor gaan we verschillende vormen ontwikkelen. Het burgerberaad (geïnspireerd op het internationaal beproefde idee van de citizens’ assembly) is daar een van. We gaan beginnen met het opzetten van een wisselende burgeradviesraad die op complexe, ruimtelijke thema’s adviezen geeft aan het bestuur van de stad. Zogeheten citizens’ assemblies hebben al een doorslaggevende rol gespeeld in bijvoorbeeld Frankrijk over het klimaatbeleid en in Ierland over abortuswetgeving. Ze kunnen helpen bij het doorbreken van politieke impasses en het vinden van draagvlak voor oplossingen voor zeer complexe problemen. Voorwaarde bij het oprichten van een burgerberaad is dat dit inclusief en transparant gebeurt. Goede, ambtelijke ondersteuning is nodig om het voor elke Amsterdammer daadwerkelijk mogelijk te maken om ten volle mee te doen.

Nieuwe vormen van continue dialoog Op stedelijk en regionaal niveau verkennen we nieuwe vormen van invloed en zeggenschap van bewoners in de vorm van continue dialoog. Daarvoor is onder andere het Beleidskader Burgerberaden ontwikkeld. Burgerberaden komen van pas bij complexe (en ruimtelijke) thema’s waarbij de gemeenteraad en het stadsbestuur adviezen ontvangt. Zogeheten burgerberaden hebben al een doorslaggevende rol gespeeld in bijvoorbeeld Frankrijk over het klimaatbeleid en in Ierland over abortuswetgeving. In Amsterdam is dit instrument al ingezet op de onderwerpen duurzaamheid, afval en groen. Ze kunnen helpen bij het doorbreken van politieke impasses en het vinden van draagvlak voor oplossingen voor zeer complexe problemen.

Om deze reden hebben we in het maakproces van de omgevingsvisie de WomenMakeTheCityvrouwenadviesraad opgericht. Zie het hoofdstuk Verantwoording proces. Hun bijdrage heeft een verrijking van de visie opgeleverd. We gaan daarom door met deze samenwerking bij de uitvoering en evaluatie van de omgevingsvisie. Daarnaast gaan we verkennen welke projecten en programma’s nog meer op deze manier het vrouwelijke perspectief een plek kunnen geven.

Om deze reden hebben we ons in het maakproces van de omgevingsvisie laten adviseren door de WomenMakeTheCity-vrouwenadviesraad: zie het hoofdstuk Verantwoording proces. We blijven zoeken naar manieren om vanuit diversere perspectieven naar projecten en programma’s te kijken.

Samen leren Het leertraject Amsterdams Stadmaken biedt een omgeving om samenwerking en samen leren in gebiedsgerichte projecten vorm te geven en in te richten. Deze tijd vraagt er meer dan ooit om. Het leertraject vindt o.a. plaats in het kader van de nieuwe Omgevingswet en de leeromgeving van Vrije Ruimte. In een aantal bestaande en nieuwe projecten komt de focus te liggen op samen leren door betrokkenen:

Tekst geschrapt.

blad 61 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam bewoners, ondernemers, ambtenaren en bestuurders. Leren gebeurt o.a. aan de hand van inspirerende praktijkvoorbeelden en de lessen zullen breed gedeeld worden. 3.3

Actiepunten Agenda Samen stadmaken

Tekst geschrapt, opgegaan in nieuwe lijst met uitwerkingsopgaven.

We hebben de verschillende acties en aandachtspunten in onderstaande opsomming verdeeld in drie categorieën. In de ‘licht’categorie staan de snelle acties. Het zijn punten die niet veel extra kosten en/of omdat ze relatief weinig extra organisatie vergen (deels omdat sommige punten al belegd zijn). In de ‘medium’-categorie zijn de acties terug te vinden die meer organisatie, voorbereiding of onderzoek vergen. We onderzoeken hoe we deze op de middellange termijn kunnen uitvoeren. De ‘zwaar’-categorie staat voor de acties en aandachtspunten die ingrijpender en fundamenteler zijn voor de organisatie. Dat heeft met juridische, financiële en politieke aspecten te maken. Licht • Experiment met community wealth building • Nauwere samenwerking met Sociaal Creatieve Raad • Uitwerken sociale impact bij bouwprojecten en gebiedsontwikkeling met Bureau Social Return • Neerzetten van informatieborden bij aanvang planvorming • Verdere ondersteuning Buurtomgevingsvisie Sierpleinbuurt en mobilisatie andere buurten • Voortzetten WMTCvrouwenadviesraad • Verankeren publiek-collectieve samenwerking t.b.v. coöperaties (in verbinding met democratiseringsagenda) en commons • Experiment ‘Werken aan de geleefde stad’ (Designing Disorder) • Oprichting Leertraject Amsterdams Stadmaken

Tekst geschrapt, opgegaan in nieuwe lijst met uitwerkingsopgaven.

Medium • Nieuwe accenten t.b.v. lokaal ondernemerschap, onder meer bij het horecabeleid, detailhandelsbeleid, bedrijvenbeleid • Uitwerken en verankeren van organisch ontwikkelen met buurtfocus • Verkennen community benefits agreement-instrument (buurtbatenovereenkomst) • Verkenning opzetten van ‘transparantieportaal’ (naar Hamburgs voorbeeld) • Openbaar maken plan-, ontwerp- en rekeninstrumentarium • Ondersteuning duurzame, coöperatieve samenwerking met diverse partijen t.b.v. • vrije ruimte • Organiseren planvorming fysiek in de buurt

Tekst geschrapt, opgegaan in nieuwe lijst met uitwerkingsopgaven.

blad 62 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam • Optimaliseren gelijkwaardige informatiepositie (digitalisering) • Oprichting inclusief en transparant burgerberaad • Verankeren betrokkenheid kinderen en jongeren • Uitwerken mogelijkheden om betekenisvolle, lokale betrokkenheid te bewerkstelligen bij particulier initiatief • (als onderdeel van te ontwikkelen participatiebeleid) Zwaar • Onderzoek buurtrechten • Ontwikkeling waarderend kader • Verkenning woningbouwfonds voor coöperaties • Verkenning regionaal investeringsfonds

3.4

Tekst geschrapt, opgegaan in nieuwe lijst met uitwerkingsopgaven.

Nader beeld van de impact op hoofdlijnen Op basis van bovenstaande analyse zijn verschillende conclusies te trekken over de onderwerpen: Belangrijkste aanpassingen vanuit het belang van de fysieke leefomgeving Er zijn drie hoofdpunten waarop de actualisatie van de omgevingsvisie leidt tot een relevant effect op de fysieke leefomgeving: -

Plannen uit de omgevingsvisie zijn concreter geworden, waardoor de impact concreter te duiden is, of effecten meer afgebakend optreden. Nieuwe trends en ontwikkelingen vragen om nieuwe ruimte die niet voorzien was in de omgevingsvisie. Aangepaste effecten door de integratie van de Omgevingsvisie Weesp 2050 in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050.

De overige aanpassingen zijn geen van alle significant, of in elk geval niet zodanig significant dat deze aanpassingen leiden tot een wezenlijk ander verloop van de trendfiguren het uit OER bij de Omgevingsvisie 2021. Plannen uit de omgevingsvisie zijn concreter geworden, waardoor de impact concreter te duiden is, of effecten meer afgebakend optreden Deze categorie van effecten treedt vooral op rondom onderwerpen die in de periode 2021-2025 concreter zijn geworden. De twee meest nadrukkelijke voorbeelden gaan over opwek van energie door wind en circulariteit. Effecten door aanpassingen in ambities door opwek van windenergie Voor windenergie is ten opzichte van de Omgevingsvisie 2021 het aantal zoekgebieden sterk verkleind. In het OER bij de omgevingsvisie zijn windturbines als belangrijke bron van negatieve effecten gepresenteerd. Met de actualisatie van de omgevingsvisie (en vaststelling van het Ontwerp Programma Windenergie Amsterdam) is het aantal zoekgebieden verkleind, waardoor effecten beperkt worden tot effecten in het de haven en zuidoost. Door deze aanpassingen in de OVA geeft de gemeente invulling aan het in het OER gesignaleerde aandachtspunt voor nadere uitwerking1. De effecten die in het OER beschreven waren worden door de concretisering van locaties opgelost voor zover de effecten plaatsvonden in gebieden nu geschrapt zijn.

Voor de verschillende locaties resteren alsnog aandachtspunten voor de uitwerking (zoals de impact op landschap en natuur in de Diemerscheg 1

In het OER 2021 was het volgende aandachtspunt opgenomen:

Specifieke aandacht voor conflicten tussen ontwikkelgebieden en gebieden met specifieke waarden met voorkeursgebieden uit de RES 1.0 In de RES 1.0 zijn voorkeursgebieden aangegeven. Voor acht voorkeurslocaties of reservegebieden vallen deze samen met aanwezige (natuur/recreatie)waarden en/of ontwikkelgebieden vanuit de Omgevingsvisie. Dit vormt een aandachtpunt voor de nadere uitwerking.

blad 63 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

en de impact op stadsontwikkelingen nabij het Havengebied). Deze aandachtspunten zijn ook verwoord in het planMER bij het Programma Windenergie Amsterdam (april 2024). Effecten door aanpassingen in circulariteitsambities Voor het onderwerp circulariteit geldt dat het beleid sterk geconcretiseerd is. De grote onzekerheidsmarge die in het OER van 2021 geconstateerd is kan daardoor kleiner gemaakt worden. Nieuw is de ambitie om in 2030 20% minder materiaal te gebruiken dan in 2018. De concretisering van deze behoefte doet ze onder meer door: • In de actualisatie heeft de gemeente Amsterdam de circulariteitsambitie geconcretiseerd door onder meer de indicatoren uit Het Nieuwe Normaal (HNN) te omarmen. Daarnaast heeft ze de voorwaarden voor inkoop tot 100% in 2030 geconcretiseerd. • De gemeente vergroot de inzet op de ambitie voor circulaire woningbouw, in lijn met de Green Deal Houtbouw. De ambitie (jaarlijks minimaal 20% van de gehele woningbouwproductie in de MRA (en dus gemeente Amsterdam) in houtbouw) blijft gelijk, maar de gemeente geeft nu aan hogere ambitieniveaus te accepteren. • De gemeente heeft een routekaart voor een circulaire textielsector opgesteld en verwerkt in de omgevingsvisie. Deze routekaart bevat o.a. een forse opschaling van recycling. Dit versterkt de mate van circulariteit.

Voor het onderdeel circulariteit is vanwege bovenstaande wijzigingen sprake van een licht positief effect ten opzichte van de beoordeling in 2021 (niet in zodanige mate dat de destijds met een ‘+’ beoordeelde score hoger wordt), en is de onzekerheidsmarge wat naar beneden bijgesteld. Aandachtspunt bij de vergroting van de circulariteitsambities is: - Het vergroten van inzet op houtbouw kan gevolgen hebben voor het geluidklimaat. Hoewel ook houtbouw moet voldoen aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), kan het geluidklimaat anders zijn (bijvoorbeeld een grotere hoeveelheid laagfrequent geluid binnen de woningen) doordat hout geluid anders absorbeert dan conventionele bouwmethoden. Nieuwe trends en ontwikkelingen vragen om nieuwe ruimte die niet voorzien was in de omgevingsvisie Er zijn twee onderwerpen waarvoor nieuwe trends hebben geleid tot wat grotere actualisaties van de omgevingsvisie. Dit gaat over de onderwerpen ‘klimaatadaptatie’ en ‘warmtetransitie’. Beide ruimtevragen waren weliswaar in beeld tijdens de totstandkoming van de omgevingsvisie, maar het ruimtevragend effect van deze onderwerpen is nader geconcretiseerd in de actualisatie van de omgevingsvisie.

Klimaatadaptatie De gemeente heeft de klimaatopgave nader geconcretiseerd door deze als onderdeel van de ambitie ‘groeien binnen grenzen’, volwaardig naast andere opgaven als woningbouw, verduurzaming en bedrijvigheid te plaatsen. Dit veronderstelt een grotere ruimtevraag dan in de huidige situatie, en ook meer ruimte dan alleen in de bestaande groenstructuren. Dit vraagt om ruimte voor waterberging en – afvloei en verkoeling. Daarnaast vraagt schone energie om ruimte voor nieuwe infrastructuur. De gemeente heeft niet in kaart geduid waar (grootschalig) ruimte gemaakt gaat worden voor klimaatadaptatie, maar verwacht wordt wel dat de ruimte voor openbaar groen groter moet worden dan vastgelegd in de OVA (2021). Dit kan tot de volgende (milieu)knelpunten leiden: •

•

Ruimte voor klimaatadaptatie vraagt om een meer robuuste groenstructuur. In dit kader is relevant dat de vernieuwing van de Hoofdgroenstructuur (HGS) als gevolg van een raadgevend referendum is verworpen door de Amsterdamse gemeenteraad. Als gevolg hiervan worden géén nieuwe te beschermen groengebieden aangewezen, wordt watergebieden niet toegevoegd aan de HGS én wordt het principe “er wordt niet gebouwd in groengebieden, tenzij de groenfunctie wordt versterkt” niet beleidsmatig verankerd wordt. Dit zet druk op de ambitie op ruimte voor klimaatadaptatie te creëren. In de praktijk is het dus nog maar de vraag of er meer ruimte gevonden wordt voor klimaatadaptatie, maar indien dit wel het geval is, gaat dit mogelijk ten koste van andere ruimtevragers. Autonoom treden in de openbare ruimte wel verbeteringen op, bijvoorbeeld door het herinrichten van wegen met ruimte voor waterberging en verkoeling door vergroening. De ambitie voor stedelijke herontwikkelingen in gebieden waar nu weinig ruimte voor klimaatadaptatie voorhanden is moet omhoog. Dit drukt de grondbalans van deze ontwikkelingen.

blad 64 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

Warmtenetten Amsterdam wil gebruik maken van geo- en aquathermie. Ze heeft daar zelf al voor geraamd dat er meerdere voetbalvelden aan ruimte voor nodig is binnen de bestaande stad. Dit kan dus andere functies verdringen. Andere aandachtspunten voor het gebruik van geothermie zijn: Een OBES kan de grondwaterkwaliteit beïnvloeden door menging van verschillende watertypen, wat leidt tot verstoppingen of verspreiding van verontreiniging. In stedelijke gebieden kan dit snel gebeuren doordat er veel systemen in elkaars invloedssfeer staan, maar hier is verdunning vaak groot. OBES kunnen ook verontreinigingen naar diepere watervoerende lagen brengen, wat drinkwaterbronnen kan bedreigen. Daarnaast kunnen OBES de grondwaterstand verlagen, wat verdroging en zettingen veroorzaakt, met gevolgen voor vegetatie en monumenten. Grootschalig gebruik kan merkbare veranderingen in de grondwaterstanden veroorzaken, afhankelijk van de bodemgesteldheid. Gezien de grote hoeveelheid OBES nodig om aan de warmtevraag te voldoen zijn dit risico’s waar aandacht aan moet worden besteed. •

•

•

•

Bij toepassing van een open bodemenergiesysteem (OBES) kan de grondwaterkwaliteit beïnvloed worden door menging van verschillende watertypen, wat leidt tot verstoppingen of verspreiding van verontreiniging. In stedelijke gebieden kan dit snel gebeuren doordat er veel systemen in elkaars invloedssfeer staan, maar hier is verdunning vaak groot. OBES kunnen ook verontreinigingen naar diepere watervoerende lagen brengen, wat drinkwaterbronnen kan bedreigen. Daarnaast kunnen OBES de grondwaterstand verlagen, wat verdroging en zettingen veroorzaakt, met gevolgen voor vegetatie en monumenten. Grootschalig gebruik kan merkbare veranderingen in de grondwaterstanden veroorzaken, afhankelijk van de bodemgesteldheid. Gezien de grote hoeveelheid OBES nodig om aan de warmtevraag te voldoen zijn dit risico’s waar aandacht aan moet worden besteed. Door het aanleggen van gesloten bodemenergiesystemen (GBES) ontstaan risico’s op verontreiniging van het grondwater. Door het doorboren van de bodemlagen wordt de kans op lekkages tussen de verschillende watervoerende pakketten vergroot. Dit betekent dat de kans op verontreinigingen in schaars zoetwater vergroot wordt. Dit is specifiek aan de orde bij individuele GBES-oplossingen.

In vergelijking met OBES is het aantal boringen voor GBES 100 tot 150 keer meer voor hetzelfde aantal woningequivalenten (WEQ) en in vergelijking met geothermie is dit zelfs 5.000 keer meer. Aardwarmtesystemen kunnen negatief uitpakken in hun effect op archeologische en cultuurhistorische waarden. Met name in de historische binnenstad ligt hier een complexe opgave. Een mitigerende actie hierin is het toepassen van maatwerk. Monumenten en andere erfgoed vragen om een individuele aanpak, waarbij ook het isoleren al een belangrijke opgave is. Dit kan bijvoorbeeld door een traject te ondernemen voor de inpassing van transformatorhuisjes of warmteoverdrachtstations in beschermde stadsgezichten of werelderfgoed, inpassing van het warmtenet in de ondergrond van het grachtengordelgebied of het ontwikkelen van een beoordelingsmethodiek en/of handvatten voor de aankomende isolatieopgave. De aanleg van deze systemen kan bij bouw leiden tot CO2-emissies en geluidhinder of veranderingen van stikstofdepositie. Dit kan in de aanlegfase negatieve effecten veroorzaken.

Al met al kan de toegenomen inzet op warmtenetten leiden tot (1) toegenomen drukte in de ondergrond, (2) aantasting van het bodemarchief of andere erfgoedwaarden of (3) tijdelijke hinder door de grootschalige aanleg hiervan. Op meer lange termijn voorkomt de warmtetransitie een grote hoeveelheid CO 2-emissies.

blad 65 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

4.

Overzicht van de impact van de actualisatie op de thema’s van de fysieke leefomgeving In het OER voor de omgevingsvisie Amsterdam 2050 zijn verschillende kernwaarden beschreven en beoordeeld. In dit hoofdstuk is ingegaan op dezelfde kernwaarden. Op gemeentebreed niveau is zo in beeld gebracht wat de impact is van de geactualiseerde omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving. Hiervoor is hetzelfde beoordelingskader en ambitieniveau gebruikt als bij de effectbeoordeling voor de Omgevingsvisie (het OER). Voor verreweg de meeste kernwaarden geldt dat de beoordeling niet wezenlijk anders is dan bij de Omgevingsvisie. Dit is logisch, omdat de actualisatie voortborduurt op de visie en vooral een nadere invulling geeft.

4.1

Inclusief en betaalbaar Definitie kernwaarde Binnen de kernwaarde Inclusief en betaalbaar is aandacht voor de mate van segregatie, vervoersarmoede en ontmoeten. Kernwaarde

Criterium

Mate van segregatie

Inclusief en betaalbaar

Vervoersarmoede

Ontmoeten

Streefwaarde/Ambitie Een stad waar de plek waar je opgroeit niet bepalend is voor je ontplooiingskansen

• •

Een 30-minutenmetropool voor kwetsbaren, praktisch en middelbaar geschoolden

•

Een stad waarin ontmoetingen met anderen aangemoedigd wordt door de inrichting van de ruimte

•

•

•

Gewenste beweging Meer koopwoningen dan nu op plekken waar dat betaalbaar kan Relevant werk en hoge kwaliteit van voorzieningen naar (of in bereik van) kwetsbare wijken brengen Meer knooppunten waar clusters van midden- en praktisch opgeleide banen en werknemers samen komen Middenbanen naar de perifierie, ontsluiten centraal gelegen praktische en middenbanenclusters Beter bereikbaar maken groene gebieden rondom stedelijk gebied. Groene plekken voor ontmoeting en spelen vergroten sociale interactie en verminderen eenzaamheid.

Beschrijving effecten OER De betaalbaarheid van de woningvoorraad in de gemeente Amsterdam staat onder druk. De betaalbaarheid is in de afgelopen jaren verminderd. Met name in de ring A10 is de woningdiversiteit verslechterd. Al is er in een grote stad als Amsterdam altijd een diversiteit aan woonmilieus aanwezig. Geconcludeerd kan worden dat de segregatie sinds 2000 is toegenomen. In de gemeente Amsterdam speelt vervoersarmoede minder. Er bestaan verschillende manieren om de afstanden binnen de stad af te leggen. Met name voor praktisch opgeleiden van buiten Amsterdam die in Amsterdam werken is de afstand relatief groot. In de gemeente is er relatief veel groen aanwezig. Al bestaat er wel druk op deze groene plekken. Ook is er op verschillende nieuwbouwlocaties relatief weinig groen aanwezig. Met de plannen die de gemeente adresseert in de Omgevingsvisie verbetert de kernwaarde sterk. Ook omdat verdichtingslocaties een plek vinden in stadsdelen waar nu belangrijke aandachtspunten bestaan. Een verbetering van de vervoersarmoede wordt bereikt door verbeterde OV-mogelijkheden naar regiogemeenten. Betaalbaarheid is en blijft een belangrijk aandachtspunt. De waardeontwikkeling van de bestaande woningen wijst erop dat ook bij nieuwe woningen die gerealiseerd worden de betaalbaarheid onder druk kan komen te staan.

Effecten actualisatie Omgevingsvisie Vanuit het perspectief van sociaal en leefbaar is vooral de wijziging in de omgevingsvisie die gaat over het herinrichten van de openbare ruimte relevant. Hierin heeft de gemeente aangegeven aan te sluiten bij “Amsterdam maakt Ruimte (2023)”, waarin doelstellingen zijn opgenomen voor “een openbare ruimte in de blad 66 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

groeiende stad die toekomstbestendig is op een ecologisch veilige en sociaal rechtvaardige manier, met oog voor alle huidige en toekomstige gebruikers van de gezamenlijke huiskamer”. Op het criterium ‘ontmoeten’ scoort de geactualiseerde omgevingsvisie dus licht positiever. In het beleidskader “Amsterdam maakt Ruimte (2023)” zijn voorbeelden opgenomen van de wijze waarop dit gaat werken en op het moment al uitgevoerd wordt. Deze beleidslijn leidt tot een meer inclusieve inrichting van de openbare ruimte. Het criterium ‘vervoersarmoede’ wordt beïnvloed door de aanscherping van het mobiliteitsuitgangspunt in de Omgevingsvisie. In de OVA (2021) werd eenzijdig gericht op het autoluw maken van Amsterdam. Hiervoor komt beleid dat meer is gericht op doelgroepen voor in de plaats, waarbij ruimte ontstaat voor belangrijke motorvoertuigen zoals bevoorradings-, bouw- en onderhoudsverkeer, of hulpdiensten. De gemeente werkt aan een ‘Beleidskader Verkeersnetten’, waarin per vervoerstype specifiek naar doelgroepen gekeken wat de ruimtelijke impact is van de wensen van doelgroepen. Dit pakket kan in potentie tot een kleine verbetering van de mate van vervoersarmoede hebben. Dit leidt ook tot een kleine positieve bijstelling van de score. Voor het criterium ‘Mate van segregatie’ is vooral de actualisatie voor woonwagens belangrijk.

Het Beleidskader woonwagens en standplaatsen (2023) betekent een lichte beleidsmatige trendbreuk. De gemeente gaat actief op zoek naar nieuwe plekken en uitbreiding van het aantal woonwagenplaatsen. Op deze manier kan de gemeente de woonwagendoelgroep een plek in Amsterdam geven. Dit leidt ertoe dat zij niet afhankelijk zijn van een woonplek buiten de stad. De vraag naar standplaatsen overstijgt echter alsnog het aanbod, ook met dit beleidskader. De actualisatie levert wel een licht positieve bijdrage aan de score voor inclusief. Tegelijkertijd biedt het ruimte geven aan woonwagens (een woonvorm met zeer lage dichtheid) risico’s voor de ambitie om grootschalig te verdichten. Om bovenstaande redenen pakt de totaalscore voor ‘inclusief en leefbaar’ licht positiever uit dan in het OER beschreven.

4.2

Leefbaar Definitie kernwaarde Binnen de kernwaarde Leefbaar is aandacht voor de leefbaarheid. Kernwaarde Leefbaar

Criterium Score leefbaarheidssituatie

Streefwaarde/Ambitie Een score ‘goed’ (Vanaf 7,5)

•

•

Gewenste beweging Afname van het aantal slecht scorende wijken/buurten Stijging van de gemiddelde score

Beschrijving effecten OER De leefbaarheid in de gemeente Amsterdam scoort matig tot positief. Hierin bestaan er duidelijke verschillen tussen de stadsdelen. Zuid en Centrum scoren sinds het begin van de metingen van de leefbaarheid positief tot zeer positief. In Oost en West heeft de leefbaarheid in de afgelopen 20 jaar zich sterk verbeterd. Aandachtspunten blijven bestaan in stadsdeel Nieuw-west en in mindere mate Zuidoost en Noord. Het voorkeursalternatief dat beoordeeld is in het OER leidt tot een sterke verbetering op het vlak van de leefbaarheid in de gemeente. In de verschillende wijken waar aandachtspunten voor de leefbaarheid bestaan kan de verdichtingsopgave die geprojecteerd wordt een impuls geven aan een verbetering van de leefbaarheid. Effecten actualisatie Omgevingsvisie Voor de leefbaarheidsscore zijn de volgende punten relevant: 1. In de actualisatie van de omgevingsvisie wordt meer aandacht besteed aan zorggeschikte woningen. Moderne combinaties van wonen en zorg zijn uitgewerkt in een woon-zorgvisie (als onderdeel van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting). De actualisatie verplicht tot de bouw van zorggeschikte woningen in de komende jaren (door marktpartijen en corporaties). Dit is positief voor de leefbaarheidsscore. 2. In lijn met de beoordeling voor inclusief en betaalbaar verbetert de leefbaarheid enigszins door investeringen in de openbare ruimte. 3.

De inzet op het vergroten van het aantal standplaatsen voor woonwagens kan mogelijk de leefbaarheid beperkt aantasten, zeker wanneer het gaat om grotere woonwagenlocaties. blad 67 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

Op hoofdlijnen verandert de leefbaarheidsscore niet wezenljk. Mogelijk pakt deze licht positiever uit door verbeteringen in de openbare ruimte.

4.3

Bereikbaar Definitie kernwaarde Binnen de kernwaarde Bereikbaar is aandacht voor een betrouwbare reistijd en de modal shift. Kernwaarde

Criteria

Streefwaarde/Ambitie Hoogwaardig OV bij iedereen in de buurt • Betrouwbare reistijd in de spits • Lager aandeel autogebruik in verplaatsingen dan nu en een optimale inrichting voor voetgangers, fietsers en het OV •

Betrouwbare reistijd

Bereikbaar Modal shift

Gewenste beweging Toename HOV in de gemeente Minder vertraging bij kruisingen en voldoende OV-aanbod Afname van het aandeel autogebruik ten opzichte van fiets, lopen en OV. Hogere kwaliteit (ongehinderd fietsen en lopen) en sneller OV.

Beschrijving effecten OER De mobiliteit in de gemeente staat er overwegend goed voor. De auto wordt relatief weinig gebruikt. Daarnaast is gedurende de spits de vertraging redelijk tot goed op zowel het stedelijk wegennet als het hoofdwegennet. Aandachtspunten zijn de reistijd in het westelijk deel binnen de ring en de zichtbaarheid van de auto op straat. Verschillende maatregelen worden getroffen om deze trend voort te zetten. In het voorkeursalternatief worden verschillende ingrijpende maatregelen getroffen. De stapeling van deze maatregelen geeft een forse impuls aan de al ingezette modal-shift. Door de toename van hoogwaardig OV wordt de betrouwbaarheid van de reistijd verbeterd. Wel kan er een beperkte groei van autoverkeer plaatsvinden en werkt dit door in lokale aandachtspunten. Effecten actualisatie Omgevingsvisie De ambities van Amsterdam tot 2050 bouwen voort op bestaande afspraken binnen de MRA en met het Rijk. Daar waar ze verder gaan, zijn het denkrichtingen en voorzetten voor een gesprek. In de actualisatie wordt de focus op OV en fiets- en loopbereikbaarheid iets groter. In de actualisatie wordt o.a. het verbeteren van loop- en fietsroutes naar het HOV-netwerk en het creëren van extra opgangen bij metrostations genoemd. Er worden ten opzichte van de OVA geen nieuwe infrastructurele verbindingen aangekondigd.

De beoordeling van deze kernwaarde verandert daardoor niet ten opzichte van de Omgevingsvisie, of slechts marginaal.

4.4

Milieukwaliteit sociaal fundament: geluid Definitie kernwaarde Binnen de kernwaarde Milieukwaliteit sociaal fundament: geluid is aandacht voor de mate van geluidhinder van verschillende bronnen. Kernwaarde Milieukwaliteit Geluid

Criteria Mate van geluidhinder van (weg)verkeer, vliegtuigen, rail en industrie

• • •

Streefwaarde/Ambitie Voldoen aan de WHOadvieswaarden voor geluid Alle (nieuwe) woningen hebben een stille zijde Percentage ernstig geluidgehinderen daalt bij elke nieuwe GGD monitor

• • •

Gewenste beweging Afname van de geluidsbelasting Toename van het percentage woningen met een stille zijde Afname van het aantal ernstig geluidgehinderden

Beschrijving effecten OER blad 68 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

In de huidige situatie wordt in het OER een negatieve trend gesignaleerd. De geluidbelasting en -hinder neemt toe. De beoogde streefwaarden worden niet gehaald. Autonoom worden verschillende stappen ondernomen om de geluidsbelasting te beperken, zoals het aanpakken van de overlast door brommers. Daarnaast komen er wel nieuwe geluidsbronnen bij door klimaatverandering en de energietransitie. De maatregelen die binnen het voorkeursalternatief worden genomen leiden tot een verlaging van de algehele geluidbelasting in de gemeente. Maatregelen die genomen zijn hierbij zijn lagere snelheden, de herpositionering van de A10 en de transformatie van drukke wegen. Wel speelt er een toename van het aantal geluidgehinderen bij spoorwegen en rondom Schiphol. Daarnaast zijn er verschillende ontwikkelgebieden nabij industriegebieden gelegen. Omdat de verwachting is dat eerst de woningbouw wordt gerealiseerd en dan de industrie verdwijnt, neemt eerst de geluidhinder toe om later weer af te nemen. Effecten actualisatie Omgevingsvisie Een aantal maatregelen uit de actualisatie van de omgevingsvisie is relevant: 1. Het Programma Windenergie heeft locaties aangewezen voor windenergie. Ten opzichte van de OVA (2021) is het aantal locaties waar hinder kan ontstaan beperkter. De afstandseisen tot woningen (350 meter) en daarmee samenhangende risico’s op geluidhinder zijn hetzelfde. 2.

In de OVA (2021) werd het jaar 2030 gekoppeld aan de ambitie om alleen nog uitstootvrije mobiliteit te hebben. Uit een RIVM-rapport uit 2008 blijk dat bandengeluid bij auto’s dominant wordt vanaf 40 á 50 km/uur. Daaronder is het motorgeluid dominant. Binnenstedelijk (grotendeels 30km/u in Amsterdam) kan het loslaten van het jaar 2030 om volledig uitstootvrij te zijn op korte termijn negatief uitpakken. Immers vertraagt dit de snelheid van de transitie naar emissievrije mobiliteit, waardoor mobiliteit met motorgeluid nog veel in de binnenstad komt. De positieve verandering treedt later op dan in het OER verondersteld. 3. De ambities rondom Schiphol zijn in de actualisatie nader gedetailleerd. Amsterdam pleit voor het terugdringen van het aantal (nacht)vluchten op Schiphol, waar in de OVA (2021) nog vrijblijvender gestuurd werd op het ‘terugdringen van milieucontouren’. Deze scherpere grondhouding (minder vluchten) kan op termijn leiden tot het verminderen van de milieuimpact (door geluid) van Schiphol. 4. In de actualisatie verkleint de gemeente Amsterdam de minimale afstand tussen woningen en snelwegen/stedelijke wegen. In de OVA (2021) moeten gevoelige bestemmingen op minimaal 300 meter van snelwegen en 50 meter van stedelijke wegen/provinciale wegen (>10.000 mvt/etm) gelegen zijn. In de actualisatie worden afstanden van 150 meter en 25 meter aangehouden.

De geluidhinder in de eerstelijnsbebouwing kan hierdoor (licht) toenemen. In combinatie met een grotere circulaire ambitie (hout absorbeert geluid anders dan beton/metselwerk) kan dit tot een verslechtering van het binnengeluidklimaat van woningen leiden. Hiertegenover staat de aanpassing van de maximumsnelheid in grote delen van de stad, die sinds de Omgevingsvisie doorgevoerd is. Het positieve effect van deze maatregel was al opgenomen in het OER bij de Omgevingsvisie. Deze uitgangspunten leiden tot een lichte verslechtering van het aspect geluid ten opzichte van de beoordeling van de OVA (2021).

4.5

Milieukwaliteit sociaal fundament: Geur en stof Definitie kernwaarde Binnen de kernwaarde Milieukwaliteit sociaal fundament: geur en stof is aandacht voor het aantal gehinderden. Kernwaarde Milieukwaliteit

Criteria Geur en stof

•

Streefwaarde/Ambitie Geen ernstig geur- en stofgehinderden

Gewenste beweging Afname van het aantal geuren stofgehinderden

Beschrijving effecten OER Geurhinder komt in Amsterdam alleen voor rond het westelijk havengebied. Doordat de geurcontouren over nieuwe woongebieden heen liggen neemt het aantal gehinderden wel toe. Ook op grotere afstand, zoals Sloterdijk, is sprake van enige geurhinder.

blad 69 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

Grote geurveroorzakende bedrijven verdwijnen uit de Coen- en Vlothaven binnen het voorkeursalternatief. Ook in mindere mate speelt de transformatie van Cornelis Douwes een rol. Dit leidt tot een zeer positief effect op de geurhinder van bestaande buurten. Effecten actualisatie Omgevingsvisie In de actualisatie kondigt de gemeente aan dat in een geurbeleidskader vastgelegd wordt wat aanvaardbare geurhinderniveaus zijn. Deze aankondiging leidt niet direct tot een verwachte verbetering van de mate van geurhinder, maar kan daar wel aanleiding toe geven. Verder zijn voor geur vooral de herontwikkelingen in geurbelaste gebieden belangrijk. De actualisatie stelt hier geen wijzigingen in voor. De beoordeling van deze kernwaarde verandert daardoor niet ten opzichte van de Omgevingsvisie

4.6

Milieukwaliteit sociaal fundament: Luchtkwaliteit Definitie kernwaarde De kernwaarde luchtverontreiniging heeft impact op het welzijn van mensen (en dieren). Daarmee is het onderdeel van het sociaal fundament. De criteria waarop de luchtverontreiniging beoordeeld zijn, zijn de concentraties NO2 en PM10/PM2.5. In de tabel is naast deze criteria ook de streefwaarde en beoogde beweging opgenomen. Kernwaarde Milieukwaliteit Luchtkwaliteit

Criteria NO2 PM10 PM2,5

Streefwaarde/Ambitie 40 μg/m3 Maximaal 20 μg/m3 Maximaal 10 μg/m3

Gewenste beweging Afname van de concentraties NO2, PM10 en PM2.5

Beschrijving effecten OER De luchtverontreiniging is in de stad Amsterdam de afgelopen jaren sterk afgenomen. In 2020 was de luchtkwaliteit verbeterd naar een matige tot redelijk goede staat. Er blijven wel grote aandachtspunten bestaan voor de luchtkwaliteit. Zo wordt op diverse plekken nog niet voldaan aan de WHO streefwaarden. Voor NO 2 betreft dit enkele drukke straten. Voor PM10 voldoen grote delen van de stad en voor PM2,5 ligt een fractie boven de gewenste streefwaarde. Op verschillende manieren wordt ingezet op het verder verbeteren van de luchtkwaliteit. Het voorkeursalternatief heeft vier effecten op de luchtkwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen kan de toename van verkeer leiden tot een toename van de concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijnstof. Door het verdwijnen van bedrijvigheid bij transformatie, de lagere snelheid en minder verkeer in het centrum en de herpositionering van de A10 nemen de concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof af. Effecten actualisatie Omgevingsvisie De maatregelen die leiden tot een verslechtering van het geluidsbeoordeling leiden op vergelijkbare manier ook tot een verslechtering van de luchtkwaliteitsbeoordeling, m.u.v. de beoordeling die voortkomt uit het Programma Windenergie.

Ook voor de luchtkwaliteit geldt dus dat als gevolg van de beleidsvoornemens rondom het toestaan van woningbouw op kleinere afstand van (snel)wegen en het uitstellen van ambities tot 2050 de luchtkwaliteit wat negatiever beoordeeld wordt dan in 2021. Het gaat niet zozeer om een verslechtering van de feitelijke luchtkwaliteit, maar wel om een toename van blootstelling door wonen op kortere afstand van wegen. Het terugdringen van het aantal (nacht)vluchten op Schiphol draagt positief bij. Vanwege een potentiële toename van het aantal blootgestelden is de effectscore licht negatief bijgewerkt ten opzichte van het OER bij de OVA (2021).

4.7

Gezond Definitie kernwaarde De criteria waarop de mate van gezondheidsbevordering beoordeeld zijn, zijn bewegen, overgewicht, gezond voedselaanbod en een rookvrije omgeving. Voor bewegen is een norm vastgelegd die uitgaat van: op vijf of meer dagen per week minimaal een half uur matig lichamelijk actief zijn. Voor mensen van 55 jaar en ouder is blad 70 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

deze beweegnorm minder streng. Voor overgewicht geldt dat specifiek gekeken is naar het percentage obesitas (een BMI van meer dan 30) en het percentage overgewicht (een BMI tussen de 25 en 30). Kernwaarde Gezond

• • • •

Criteria Beweegvriendelijke omgeving Overgewicht Gezond voedselaanbod Rookvrije omgeving

Streefwaarde/Ambitie Overgewicht lager dan gemiddeld in Nederland • Minstens 50% van het voedselaanbod is gezond • 70% Amsterdammers voldoen aan de beweegnorm • Minstens 50% van de openbare ruimte voldoet aan de bouwstenen van de beweeglogica • Het percentage rokers is lager dan gemiddeld in Nederland •

• • • • • •

Gewenste beweging Afname van het percentage overgewicht Toename percentage gezond voedselaanbod Toename percentage mensen (kinderen) dat voldoet aan beweegnorm Toename mensen die aan de beweegnorm voldoen Afname van het percentage rokers Toename van het oppervlak rookvrij gebied

Beschrijving effecten OER In vergelijking tot de G4 en de rest van Nederland staat de gezondheid van de gemiddelde Amsterdammer er redelijk tot goed voor. Er bestaan wel grote verschillen tussen verschillende stadsdelen. De stadsdelen Nieuwwest, Zuidoost en Noord scoren significant slechter op overgewicht, bewegen, voeding en roken dan andere delen van de stads. In de afgelopen jaren zijn er in de gehele gemeente stappen gezet op het vlak van bewegen. Met name de stadsdelen nieuw-West, Zuidoost en Noord blijven achter. De gemeente heeft verdere ambities om de gezondheid van haar inwoners op verschillende vlakken te verbeteren. Wel laat de landelijke trend zien dat beweging en een gezond gewicht (onder kinderen) onder druk staat. Binnen het voorkeursalternatief worden ingrepen genomen die uitnodigen tot meer bewegen. Verder is het positief dat verdichtingslocaties nabij gebieden liggen die meer aandacht behoeven. Effecten actualisatie Omgevingsvisie In de actualisatie wordt verwezen naar de beleidskaders die ingaan op de inrichting van de openbare ruimte (Beleidskader Puccinimethode (2024), Beleidskader Verlichting (2017) en Amsterdam maakt Ruimte (2023)). De hierin opgenomen maatregelen, voor zover ze leiden tot een groenere openbare ruimte, kunnen bijdragen aan de gezondheid van inwoners.

Daarnaast onderzoekt de gemeente om bij actualisatie van het Stedelijk Kader Buitenreclame reclames inhoudelijk te beperken indien deze verleidt tot gedrag dat strijdig is met de Amsterdamse doelen op het gebied van o.a. volksgezondheid. Het positieve effect hiervan kan nog niet ingeboekt worden. Voor de overige wijzigingen geldt dat de actualisatie geen relevante aanpassingen bevat. De beoordeling van deze kernwaarde verandert daardoor niet ten opzichte van de Omgevingsvisie

4.8

Veilig Definitie kernwaarde De kernwaarde veiligheid omvat drie onderwerpen. De criteria, streefwaarde/ambitie en gewenste beweging zijn opgenomen in onderstaande tabel. Kernwaarde

Veiligheid

Criteria Aantal ernstige slachtoffers en doden bij verkeersveiligheid

• •

Streefwaarde/Ambitie 90 ernstige slachtoffers per 100.00 inwoners in 2020 0 verkeersdoden in 2050

Gewenste beweging Afname (25% reductie tussen 2010-2020) van het aantal slachtoffers door verkeersongevallen

blad 71 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

Kernwaarde

Criteria Omgevingsveiligheid

•

Waterveiligheid

• •

Streefwaarde/Ambitie Geen nieuwe extra kwetsbare functies nabij risicobronnen Zo laag mogelijke overstromingskans Niet bouwen op plekken die een extra waterveiligheidsrisico hebben

• •

Gewenste beweging Geen nieuwe risicobronnen bewoond gebied Afname risicobronnen

in

Beschrijving effecten OER Op het vlak van verkeersveiligheid is te zien dat het aantal gewonden en doden in het verkeer is afgenomen. De gestelde ambities worden echter niet gehaald, en in de afgelopen jaren is een lichte verslechtering van de verkeersveiligheid te zien. Net als in de rest van Nederland wordt het risico van gevaarlijke stoffen met basisregels zeer klein gehouden. De afgelopen jaren is het risico van met name stationaire bronnen sterk verminderd. Door het herpositioneren van de A10 binnen het voorkeursalternatief worden positieve effecten verwacht op de verkeersveiligheid. Een aandachtspunt voor de verkeersveiligheid vormt de verwachte toename van het aandeel en aantal fietsers in de stad. Op het vlak van externe veiligheid betekent de ontwikkeling van Havenstad en de Noordelijke IJ-oevers, in de beoordeling van de Omgevingsvisie 2050, dat er stationaire risicobronnen worden weggehaald. De veiligheidssituatie op deze locatie verbeterd. De verdichting langs de A2 en nabij stationslocaties leiden wel tot aandachtspunten op het vlak van externe veiligheid. Overal in de stad wordt nu, dan wel in 30 jaar, voldaan aan de wettelijke eisen voor waterveiligheid. De stedelijke ontwikkelingen binnen de bestaande stadsstructuur zijn met name voorzien in gebieden waar geen tot een kleine kans op overstroming is.

Een aantal ontwikkellocaties ligt in gebied met een middelgrote overstromingskans, zoals de locaties in Amstel III en een locatie in Nieuw-West, de Brettenscheg en Noord. Effecten actualisatie Omgevingsvisie Verkeersveiligheid Amsterdam heeft gewerkt aan het verlagen van de maximumsnelheden in heel de stad. Beleidskeuzes uit de beleidsnotitie ’30 km/u in de stad’ maken dat aanpassingen in de inrichting nu nodig zijn. Hierin zijn koppelingen te maken met de verkeersveiligheid in de stad. Het opnieuw profileren van stadswegen biedt mogelijkheden om verkeersstromen van elkaar te scheiden en daardoor de verkeersveiligheid te verbeteren. Op locaties heeft Amsterdam hier al ervaring mee opgedaan, bijvoorbeeld op de Westerdokskade, zie navolgende foto’s uit 2019 en 2024. Daarnaast bleek uit onderzoek al dat het aantal verkeersongelukken in Amsterdam in 2024 voor het eerst sinds 2019 weer daalde. Ten dele is deze afname te danken aan het veiliger inrichten van straten en het beperken van de maximumsnelheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16220798/1