CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Aanvulling OER actualisatie Omgevingsvisie 2050 .pdf

RAAD 12 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – actualisatie 2025 (VN2025-012779)54.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Het landschap is van iedereen en tegelijk van niemand

Tekst geschrapt.

Achteroverleunen is geen optie, omdat de kwaliteiten van het landschap, onderdeel van de kwaliteit van onze leefomgeving, daarmee te veel achteruitgaan.

Bovendien liggen er in het landschap grote kansen om bij te dragen aan klimaatadaptatie, denk aan het tegengaan van hitte door de aanleg van moeras of nattere weilanden. Daardoor ontstaat meer koele lucht die de stad kan instromen. Of denk aan opvang van piekwater in diepere polders, dat overstroming van de stad deels kan voorkómen.

Opgave klimaatadaptatie

Het landschap is van levensbelang voor Amsterdam en vraagt daarom meer sturing en meer inzet door de gemeente, liefst in samenhang met hogere bijdragen van andere overheden en inzet van private partijen en burgers. Amsterdam kan zijn doelen niet alleen en niet top-down realiseren: we hebben de inzet van anderen nodig om het doel van een duurzaam, met de stad verbonden landschap van hoge kwaliteit te realiseren. Samenwerking, cocreatie en participatie is een onlosmakelijk deel van de manier waarop we werken.

Het landschap is van levensbelang voor Amsterdam en vraagt daarom meer sturing door de gemeente, samen met andere overheden, private partijen en burgers. Zo werken we met regio en Rijk aan de NOVEX-MRA, waarin maatregelen voor het regionale groenblauwe netwerk worden opgenomen. We nemen deel aan gemeenschappelijke regelingen: de zogenaamde recreatieschappen (Twiske-Waterland, Spaarnwoude en Groengebied Amstelland). Ook zijn we partner in het maatschappelijke initiatief ‘De Groene Stelling’, dat werkt aan een natuurrijker en beter toegankelijk landschap waarin meer streekproducten worden gemaakt.

Licht positief effect landschap

Een ontwikkeling naar landschapspark, denk aan aanleg van een tweede Amsterdamse Bos, ligt daar dan ook voor de hand.

Een ontwikkeling naar regionaal landschapspark is, in samenwerking met buurgemeenten, waterschap, provincie en recreatieschappen, ingezet in de Diemer-, Amstel- en Westeinderscheg. De gemeente Amsterdam erkent de belangrijke rol van agrariërs in de transitie van het Amsterdamse buitengebied. Zij dragen niet alleen bij aan de voedselvoorziening, maar spelen ook een sleutelrol in het beheer van het landschap. Tegelijkertijd stellen provinciale, nationale en Europese regelgeving hoge eisen aan de sector, met ingrijpende veranderingen tot gevolg om de landbouw toekomstbestendig te maken.

Kans op verbetering biodiversiteit in buitengebied

De agrarische sector staat hierdoor voor grote uitdagingen. Ook de Amsterdamse ambitie om kringlooplandbouw de norm te maken en het buitengebied in te zetten voor klimaatadaptatie en

blad 45 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam recreatie, wordt door veel agrariërs als ingrijpend ervaren. Dit geldt eveneens voor de ontwikkeling van multifunctionele landbouw in het buitengebied van stadsgebied Weesp. De komende jaren gaat de gemeente in gesprek met ondernemers in het Amsterdamse buitengebied om gezamenlijk te verkennen hoe er beter kan worden samengewerkt aan een toekomstbestendig en aantrekkelijk perspectief voor de landbouw. Meer richting geven aan ruimtelijke kwaliteit gaat prima samen met ruimte bieden aan allerlei vrije vormen van stadmaken, een andere prioriteit van deze omgevingsvisie.

Meer richting geven aan ruimtelijke- of omgevingskwaliteit gaat prima samen met ruimte bieden aan allerlei vrije vormen van stadmaken, een andere prioriteit van deze omgevingsvisie.

Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK)

Commissie Omgevingskwaliteit (COK)

De criteria die de commissie gebruikt zijn vastgelegd in de welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’ (2016, herzien 2019) en in ‘Waarderingskaarten architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit’. In 2017 is de oude Commissie voor Welstand en Monumenten omgevormd tot een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De belangrijkste wijziging ten opzichte van de oude commissie is de toevoeging van een subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit. Deze adviseert het bestuur én initiatiefnemers van bouwprojecten in een vroeg stadium van de planvorming over de kansen en beperkingen die een initiatief met zich meebrengt. Om tegemoet te komen aan de wens van integrale advisering is de commissie breed samengesteld uit architecten, stedenbouwkundigen, cultuurhistorici, landschapsarchitecten en ontwerpers openbare ruimte. De CRK is daarmee qua werkwijze en samenstelling geschikt voor kwaliteitsadvisering onder de Omgevingswet.

De criteria die de commissie gebruikt zijn vastgelegd in de welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam en in ‘Waarderingskaarten architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit’. In 2024 is de oude Commissie Ruimtelijke Kwaliteit omgevormd tot een Commissie Omgevingskwaliteit (COK). Deze adviseert nog steeds over de individuele kwaliteit van bouwplannen in de fase van vergunningverlening, maar heeft ook een subcommissie Integrale Omgevingskwaliteit. Deze adviseert bestuur én initiatiefnemers van bouwprojecten in een vroeg stadium van planvorming. Om integraal te kunnen adviseren, is de commissie breed samengesteld: architecten, stedenbouwkundigen, cultuurhistorici, landschapsarchitecten en ontwerpers openbare ruimte. Per 1-1-2024 zijn daar de expertises duurzaam bouwen en woonkwaliteit aan toegevoegd. Beide thema's zijn op dit moment echter geen weigeringsgrond voor een omgevingsvergunning. Vanaf 2025 worden stappen gezet om binnen de formele taakstelling van de COK invulling te geven aan het begrip ‘omgevingskwaliteit’ onder de Omgevingswet. Hieraan verbonden is de stap om de gewenste mate van verbreding beleidsmatig te verankeren.

Om die reden wordt geëxperimenteerd met regiemodellen waarin supervisie, CRK en ontwerpers intensief samen optrekken om in een open en transparant proces voor de stad te werken aan een optimaal resultaat. Begeleiding door de CRK staat in dat model garant voor een openbaar proces en publieke verantwoording.

Om die reden wordt geëxperimenteerd met regiemodellen waarin supervisie, COK en ontwerpers intensief samen optrekken om in een open en transparant proces voor de stad te werken aan een optimaal resultaat. Begeleiding door de COK staat in dat model garant voor een openbaar proces en publieke verantwoording.

Om de enorme opgave van verduurzaming optimaal te kunnen begeleiden, is de commissie versterkt met specialisten op het gebied van energietransitie en circulair bouwen. Daarin wordt bijvoorbeeld door middel van het project ‘Mooi Verduurzamen’ nadrukkelijk de samenwerking gezocht met corporaties en vve’s.

Om de enorme opgave van verduurzaming optimaal te kunnen begeleiden, is de commissie versterkt met specialisten op het gebied van energietransitie en circulair bouwen. Daarin wordt bijvoorbeeld door middel van het project ‘Duurzaam Renoveren’ nadrukkelijk de samenwerking gezocht met corporaties en vve’s.

Wat moet nader worden uitgewerkt? 1. Verankering van de welstandsnota en waarderingskaarten in het omgevingsplan; door het maken van (gebiedsgerichte) regels voor veelvoorkomende kleine bouwplannen (pvpanelen, warmtepompen, dakkapellen en ingrepen aan de binnenzijde van gesloten bouwblokken) worden deze vergunningvrij en hoeven niet meer getoetst te worden. Daardoor komt voor de CRK ruimte vrij voor advisering

Wat moet nader worden uitgewerkt? 1. Verankering van de welstandsnota en waarderingskaarten in het omgevingsplan; door het maken van (gebiedsgerichte) regels voor veelvoorkomende kleine bouwplannen (pvpanelen, warmtepompen, dakkapellen en ingrepen aan de binnenzijde van gesloten bouwblokken) hoeven deze niet meer te worden getoetst. Daardoor komt voor

blad 46 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam aan de voorkant in plaats van toetsing aan de achterkant. 2. Door de raad moet worden aangegeven welke bouwplannen en stedenbouwkundige ingrepen worden voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of Omgevingskwaliteit.

de COK meer ruimte vrij voor advisering aan de voorkant in plaats van toetsing in de slotfase van het proces. 2. Door de raad kan nader worden aangegeven welke bouwplannen en stedenbouwkundige ingrepen worden voorgelegd aan de Commissie Omgevingskwaliteit.

Veel gebouwen en buurten hebben daarom een beschermde status via de Erfgoedwet of de gemeentelijke erfgoedverordening.

Veel gebouwen en buurten hebben daarom een beschermde status.

De eventuele meerwaarde van cultuurhistorie bij verduurzamen, verdichten en vergroenen willen we onderzoeken in een Bestuursopdracht erfgoed in een dynamische stad.

De meerwaarde van cultuurhistorie bij verduurzamen, verdichten en vergroenen hebben we onderstreept in de Bestuursopdracht Erfgoed in een dynamische stad en de Uitvoeringsagenda Duurzaam Erfgoed.

Hoogbouw De Hoogbouwvisie uit 2011, onderdeel van de Structuurvisie Amsterdam 2040, sluit aan op de vier grote bewegingen uit die Structuurvisie: uitrol binnenstad, het waterfront, de zuidflank en het metropolitane landschap. Een belangrijk uitgangspunt van de visie is dat het Unescogebied beschermd wordt. In de visie wordt hoogbouw gestimuleerd op plekken met hoge dynamiek en ontwikkeldruk (locaties direct grenzend aan het centrum en bij ovknooppunten). Bovendien wordt hoogbouw ingezet ter accentuering van de koppen van de scheggen en ter bescherming van de landschappelijke kenmerken rondom het IJ. Hoogbouw staat aan de open ruimtes van de scheggen en het IJ altijd in de ‘tweede linie’ om het open karakter te behouden. Daarnaast zijn de ruimtelijke karakteristieken van de verschillende ‘ruimtelijke systemen’ (de stedenbouwkundige en architectonische opzet van de verschillende gebieden in de stad) beschreven. Bij elk ruimtelijk systeem hoort een eigen inpassing van hoogbouw. Dit alles zonder inbreuk te doen op de het Unesco-gebied, andere gebieden van bijzondere waarde en het waardevolle omliggende landschap.

Hoogbouw Groeien binnen grenzen betekent verdichting van de bestaande stad. Dat vraagt op sommige plekken om buurten met hoge dichtheden. Deze omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen richting aan verdichting, concentratie en functiemenging. Hoogbouw (wat meestal wil zeggen: hoger dan 30 meter) kan worden gebruikt om zeer hoge dichtheden te realiseren op plekken waar de druk op de ruimte hoog is en die goed zijn ontsloten via openbaar vervoer en fiets, terwijl er ook ruimte blijft voor groene plekken. Daarnaast maken hoogbouwclusters de stad leesbaar. Ze zijn een uitdrukking van de meerkernige ontwikkeling van de stad. Om de ontwikkeling van hoogbouw in goede banen te leiden, is het Hoogbouwbeleid 2024 vastgesteld.

Nieuwe richtingen De ontwikkeling van de stad gaat sneller dan was voorzien in 2011, toen de vigerende hoogbouwvisie werd vastgesteld als onderdeel van de Structuurvisie. Dat is onder andere terug te zien in de toename van de ontwikkeling van hoogbouw. Daarnaast zijn in de huidige visie voor een aantal gebieden de ruimtelijke kaders in relatie tot hoogbouw nog niet benoemd (bijv. Haven-Stad). De versnelling van de ontwikkeling van hoogbouw is aanleiding voor een vernieuwing van het hoogbouwbeleid. Door actualisatie van het hoogbouwbeleid kunnen nieuwe ontwikkelingen in samenhang een plek krijgen. Bovendien is in de afgelopen jaren gebleken dat meer specifieke richtlijnen, duidelijkheid over waar wel en waar niet, de planvorming van en de besluitvorming met betrekking tot hoogbouw zou vergemakkelijken en aan de voorkant meer helderheid en houvast zou geven. De hoofdlijnen uit de vigerende visie blijven van kracht. Verdichting en hoogbouw

Het Hoogbouwbeleid 2024 heeft verschillende consequenties voor verschillende delen van de stad. In een aantal gebieden is hoogbouw heel goed mogelijk, onder voorwaarde van een zorgvuldig samenspel met gebieden van bijzondere waarde. Rondom de spoorlijnen en langs het IJ kan hoogbouw bijdragen aan de verdichtingsopgave. Hoogbouw rondom een aantal ov-stations biedt een goed antwoord op de inzet om op goed bereikbare plekken hoge dichtheden te realiseren. Dat zijn Sloterdijk, Amstel, Zuid, RAI, Lelylaan, Duivendrecht, Bijlmer-Arena, Bullewijk, Science Park en de Hemknoop in Haven-Stad. Hoogbouw kan hier als baken voor het station fungeren en zo bijdragen aan de leesbaarheid van de stad. Ook in Osdorp-Centrum, Amsterdamse Poort en Buikslotermeerplein kan hoogbouw bijdragen aan verdichting en tevens de plek markeren. Langs het IJ en in Haven-Stad geven hogere clusters en accenten van hoogbouw samen met de open ruimte van het water en de toekomstige bruggen het stadsbeeld vorm. In het havengebied zijn - met uitzondering van het luchthavenindelingsbesluit (LiB) - geen beperkingen op de bouwhoogte van installaties als windmolens, kranen en schoorstenen. In andere delen van de stad gaan we terughoudender om met hoogbouw.

Binnen de ring A10 ten zuiden van het IJ, op IJburg en in Buitenveldert is hoogbouw zeer beperkt mogelijk, als uitzonderingen in een stad die overwegend uit laagbouw en middelhoogbouw bestaat. In Noord, Nieuw-West en Zuidoost is hoogbouw mogelijk langs de lange doorgaande straten en lanen en langs infrastructurele lijnen, mits goed ingepast in de stedenbouwkundige structuur. Tenslotte blijven

blad 47 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam Amsterdam groeit binnen zijn grenzen en daarmee werken we aan een compacte stad. Dat vraagt op sommige plekken om buurten met hoge dichtheden. Deze omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen richting aan verdichting, concentratie en functiemenging. Hoogbouw kan worden gebruikt om zeer hoge dichtheden te realiseren op plekken waar de druk op de ruimte hoog is en die goed zijn ontsloten door openbaar vervoer en fiets, terwijl er ook ruimte blijft voor groene plekken in een buurt. Richting vernieuwd beleid De belangrijkste uitgangspunten voor nieuw Amsterdams hoogbouwbeleid zijn, in lijn met het vigerende beleid: 1. We spreken van hoogbouw bij gebouwen hoger dan 30 meter. 2. Bij elke bouwvorm staat de kwaliteit van de openbare ruimte en het leven op straat voorop. 3. We willen flink verdichten op plekken met hoge dynamiek en ontwikkeldruk. Dit zijn locaties direct grenzend aan het centrum en rondom de grote ov-stations. Hoogbouw kan een geschikte gebouwvorm zijn om te verdichten. 4. Rondom het IJ, een centrale open plek in de stad, wordt hoogbouw ingezet om het stadslandschap leesbaar te maken en het stadsbeeld vorm te geven. 5. We beschermen gebieden en landschappen van bijzondere waarde, in het bijzonder het Unesco-erfgoed. 6.

Elke stedenbouwkundige opzet vraagt om een specifieke inpassing van hoogbouw.

we terughoudend op plekken van bijzondere waarde, waar met hoogbouw een grote schaalbreuk zou ontstaan. De bestaande kwaliteiten van de stad zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van de stad. Naast de zorgvuldige inpassing van hoogbouw in de stad als geheel, vinden we het belangrijk om hoge gebouwen op een zorgvuldige wijze in de directe omgeving in te passen, vorm te geven en rekening te houden met functionaliteit en bruikbaarheid voor langere tijd. Daarom kent het hoogbouwbeleid vier principes: 1. Hoogbouw draagt bij aan de levendigheid van de openbare ruimte 2. Het is fijn wonen en werken in hoogbouw 3. Hoogbouw gaat lang mee 4. Hoogbouw maakt op een mooie manier onderdeel uit van het stadssilhouet.

Dit heeft verschillende consequenties voor de verschillende delen van de stad. In een aantal gebieden is hoogbouw heel goed mogelijk, onder voorwaarde van een zorgvuldig samenspel met de gebieden van bijzondere waarde. Rondom de spoorlijnen en langs het IJ kan hoogbouw bijdragen aan de verdichtingsopgave. In het bijzonder biedt hoogbouw rondom een aantal ov-stations een goed antwoord op de inzet om op goed bereikbare plekken hoge dichtheden te realiseren. Het zijn Sloterdijk, Amstel, Zuid, Amsterdam RAI, Lelylaan, Duivendrecht, Amsterdam Bijlmer-Arena, Bullewijk, Science Park en de Hemknoop (in Haven-Stad). Eventueel kan hoogbouw hier als baken voor het station fungeren en zo bijdragen aan de leesbaarheid van de stad. Ook in de stedelijke centra (Osdorp-Centrum, Amsterdamse Poort en Buikslotermeerplein) kan hoogbouw bijdragen aan de verdichtingsopgave en de plek markeren. Langs het IJ en in Haven-Stad geven hogere clusters en accenten van hoogbouw samen met de open ruimte van het water en de toekomstige bruggen het stadsbeeld vorm. In het havengebied zijn geen beperkingen op de bouwhoogte, waar het gaat om installaties als windmolens, kranen en schoorstenen. In andere delen van de stad gaan we terughoudender om met hoogbouw. Binnen de ring A10 ten zuiden van het IJ, op IJburg en in Buitenveldert is hoogbouw zeer

blad 48 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam beperkt mogelijk. Het zijn uitzonderingen in een stad die overwegend uit laagbouw en middelhoogbouw bestaat. In Noord, NieuwWest en Zuidoost is hoogbouw mogelijk langs de lange doorgaande straten en lanen en aan grote parken, mits goed ingepast in de stedenbouwkundige structuur. Ten slotte blijven we terughoudend op plekken van bijzondere waarde waar met hoogbouw een grote schaalbreuk zou ontstaan. De bestaande kwaliteiten van de stad zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van de stad. In sommige gebieden past hoogbouw daar niet bij. Om richting te geven aan het schaalniveau van het gebouw en de buurt kunnen een aantal principes houvast bieden: 1. Hoogbouw levert een bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. 2. Hoogbouw maakt op een mooie manier deel uit van het stadssilhouet. 3. Er is een aangenaam verblijfsklimaat op het maaiveld rondom hoogbouw. 4. Het is fijn wonen en werken in hoogbouw. 5. Hoogbouw draagt bij aan een klimaatneutrale en circulaire stad. Bovenstaande uitgangspunten en principes dienen te worden uitgewerkt in vernieuwd hoogbouwbeleid. Tot dat vernieuwde beleid is vastgesteld geldt het vigerende beleid van de Structuurvisie 2011. Bouwdynamiek

Bouwdynamiek

Verdichting van de stad gebeurt niet alleen in gebiedsontwikkelingen, maar vindt ook spontaan plaats via kleinschalig opbouwen, aanbouwen en onderkeldering van panden in bestaande wijken. Dat doen mensen natuurlijk vooral met het oog op hun eigen belang, maar tot voor kort was daar ook vanuit maatschappelijk belang niet zoveel tegenin te brengen: het gebeurde mondjesmaat en verdichting op zichzelf is prima. Daarom was het beleid voor afwijkingen van het bestemmingsplan gericht op beperking van regeldruk.

Verdichting van de stad gebeurt niet alleen in gebiedsontwikkelingen, maar vindt ook op kleinere schaal plaats via opbouwen, aanbouwen en onderkeldering van panden in bestaande wijken.

Hoewel vooral in naoorlogse stadsdelen deze woninguitbreidingen bij kunnen dragen aan vergroten van het wooncomfort, veroorzaakt het in de meer dichtbebouwde stadsdelen steeds vaker problemen. De ‘bouwdynamiek’, zoals we dat nu noemen, is met name in de stadsdelen Zuid en West zeer sterk toegenomen. Vanwege de concentratie van grote aantallen verbouwingen in een paar wijken ervaren bewoners overlast van stof, lawaai en gebruik van de openbare ruimte. Daarnaast worden privacy en daglichttoetreding van bewoners steeds vaker aangetast. Ook leidt bouwdynamiek tot wijzigingen in de ruimtelijke structuur van de stad, met consequenties voor bijvoorbeeld de klimaatbestendigheid van buurten. Ten slotte verandert het aangezicht van de stad, zowel aan de straat als aan de tuinzijde. We moeten een nieuwe balans vinden tussen de wens tot verdichting en de negatieve gevolgen ervan.

Hoewel deze woninguitbreidingen vooral in naoorlogse stadsdelen bij kunnen dragen aan vergroting van het wooncomfort, veroorzaakt het in de dichter bebouwde stadsdelen steeds vaker problemen. Omwonenden ervaren overlast van bouwmaterialen in de openbare ruimte, afsluitingen van wegen en stoepen, en overlast door lawaai, stof en trillingen, tot zelfs schade door de verbouwingen. De ‘bouwdynamiek’, zoals we dat nu noemen, is met name in de stadsdelen Zuid en West zeer sterk toegenomen.

blad 49 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam De komende jaren worden de regels voor verbouwingen en vergrotingen van bestaande panden in de stad verscherpt. Wat betreft onderkelderingen is die afweging het gemakkelijkst. Aangezien onderkelderingen kunnen leiden tot ernstige problemen met het grondwater, worden regels hier streng en via bestemmingsplannen (en later het omgevingsplan) juridisch waterdicht gemaakt. Zie hiervoor de paragraaf Ondergrond. Ook bovengrondse aanbouwen worden weer vaker vergunningplichtig. De voorwaarden voor een bouwvergunning worden bovendien verscherpt. Er komen meer regels voor onder meer bouwveiligheid, plaatsing van bouwmaterialen in de openbare ruimte, hijszones en communicatie met de omgeving. Hemelwaterverwerking op eigen terrein wordt vanwege klimaatbestendigheid verplicht. Bestemmingsplannen in de stadsdelen Zuid en West, en later het Amsterdamse omgevingsplan, zullen op deze nieuwe richtingen worden toegesneden. Zij worden conserverender, ook wat uitbouwen in binnenterreinen betreft. Soms kan een buurt zelfs als beschermd stadsgezicht worden aangewezen. Vanwege de gebiedsspecifieke kenmerken spelen de stadsdelen een grote rol in beleid, uitvoering en handhaving van bouwdynamiek.

In gebieden waar bouwdynamiek de afgelopen jaren het meest aan de orde was, is vergunningsvrij bouwen in binnentuinen beperkt en zijn bouwbeperkingen ingesteld ten dienste van cultuurhistorische bescherming van waardevolle panden. Er zijn eisen gesteld aan het maximale verhardingspercentage voor binnentuinen en maximale omvang van tuishuisjes en bergingen. Ook is het kruimelgevallenbeleid in Zuid en West aangepast door het opnemen van diverse bouwbeperkingen.

Stimuleren van vele partijen Luchtfoto’s van Amsterdam gaan er de komende jaren gaandeweg anders uitzien. Aangezien de meeste daken geen gemeentelijk eigendom zijn, werken we hierin samen met woningcorporaties, huurderskoepels en vele andere gebouweigenaren. In de ‘Samenwerkingsafspraken 2020-2023 voor de volkshuisvesting’ zijn afspraken gemaakt over het verder benutten van daken. De Dakdokters is een organisatie die zich specifiek richt op het beter gebruiken van dakoppervlakken.

Stimuleren van vele partijen Luchtfoto’s van Amsterdam gaan er de komende jaren gaandeweg anders uitzien. Aangezien de meeste daken geen gemeentelijk eigendom zijn, werken we hierin samen met woningcorporaties, huurderskoepels en vele andere gebouweigenaren.

Er komt voorlopig geen nieuw, geïntegreerd dakenbeleid. Meervoudiger gebruik van daken is als doel immers al in genoemde programma’s verankerd, en nu ook via deze omgevingsvisie. We zetten dus in op versterking van de uitvoering via bijvoorbeeld: • kennisvermeerdering en -deling; • opname van ‘multifunctionele daken’ als criterium in het Plaberum; • intensiveren van bestaande programma’s, bijvoorbeeld het actief benaderen van nieuwprojecten; • ruimhartige beoordeling van vergunningaanvragen voor multifunctioneel gebruik van daken; • subsidiëring.

Met de Omgevingswet is de invloed die bewoners op bouwactiviteiten kunnen uitoefenen toegenomen. Via participatie kunnen zij vroegtijdig hun onzekerheden en zorgen kenbaar maken. We willen bewoners en initiatiefnemers beter informeren over het proces van vergunningverlening en de rechten en plichten van verschillende partijen bij bouwactiviteiten. In de vervolgaanpak van bouwdynamiek richten we ons vooral op maatregelen in de openbare ruimte en op het gebied van communicatie.

We gaan onderzoeken of en waar regels en beleid het gebruik of de inrichting van daken in de weg zitten. En zetten in op versterking van de uitvoering via bijvoorbeeld: • kennisvermeerdering en -deling; • opname van ‘multifunctionele daken’ in beleidschecklists; • intensiveren van bestaande programma’s, bijvoorbeeld het actief benaderen van nieuwe projecten; • ruimhartige beoordeling van vergunningaanvragen voor multifunctioneel gebruik van daken; • subsidiëring.

De Dakdokters is een organisatie die zich specifiek richt op het beter gebruiken van dakoppervlakken.

We werken samen met de stad aan de groei van het daklandschap. Dit doen we op verschillende manieren, zoals door partnerschappen, pilots, kennisuitwisseling en stimuleren met subsidies.

Er komt voorlopig geen nieuw, geïntegreerd dakenbeleid. Meervoudiger gebruik van daken is als doel immers al in genoemde programma’s verankerd, en nu ook via deze omgevingsvisie. We zetten dus in op versterking van de uitvoering via bijvoorbeeld:

We onderzoeken of we met nieuw beleid de regelgevingsdruk kunnen verminderen, zodat multifunctioneel dakgebruik makkelijker te realiseren is. Daarnaast zetten we in op groei van het daklandschap. Het Integraal Dakenplan voor de bestaande stad, met ruimte voor groene en blauwe

blad 50 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam daken en gebruik ten behoeve van duurzame energievoorziening, is een van de verkenningen waaraan wordt gewerkt. In tegenstelling tot de 16e eeuw ligt de ondergrond van Amsterdam tegenwoordig vol met infrastructuur: kabels, leidingen, ondergrondse parkeerruimtes en afvalcontainers, kelders en daarnaast ruimte voor infiltratie van regenwater en boomwortels. Dit zijn zaken die vaak niet gemakkelijk zijn te verplaatsen. Tegelijkertijd zijn de ambities van Amsterdam hoog. De komende jaren wordt in Amsterdam hard gewerkt aan bijvoorbeeld klimaatbestendigheid, circulariteit, aardgasvrij en digitalisering. Al deze ambities hebben een ondergronds ruimte- beslag en leggen dus meer druk op de al krappe ruimte in de ondergrond. Daar komt de woningbouwopgave nog bij, die veelal in transformatiegebieden plaatsvindt, waar weinig ruimte is voor extra ondergrondse infrastructuur. Voorts speelt de vervangingsopgave van kademuren en bruggen en van de riolering. Kortom: er is sprake van ruimteconcurrentie in de ondergrond.

Tegenwoordig ligt de ondergrond van Amsterdam vol met infrastructuur en is er een sterke ruimteconcurrentie van kabels, leidingen, ondergrondse parkeerruimtes en afvalcontainers, kelders en daarnaast ruimte voor infiltratie van regenwater en boomwortels. Tegelijkertijd is er ruimte nodig voor de hoge ambities van Amsterdam, bijvoorbeeld klimaatbestendigheid, circulariteit, energiestrategie en digitalisering. Ook de woningbouwopgave vraagt ondergronds veel ruimte, juist in transformatiegebieden. Voorts speelt de vervangingsopgave van kademuren en bruggen en van de riolering. Tot slot is het stedelijk bodem- en watersysteem door menselijk handelen historisch belast. De bodem is plaatselijk verontreinigd, bijvoorbeeld met lood en PFAS, en ook de bodembiodiversiteit is slechter dan vroeger.

Verder is het stedelijk bodem- en grondwatersysteem door menselijk handelen historisch belast en niet meer in topconditie. De bodem is plaatselijk verontreinigd, bijvoorbeeld met lood of PFAS, en ook de bodembiodiversiteit is slechter dan vroeger. Voorts hebben we, vooral in Amsterdam-Noord, te maken met bodemdaling. Zorgpunten genoeg dus, maar we treden ze ambitieus tegemoet. We willen toe naar een duurzaam beheerde vitale stadsbodem, die de door de stad gevraagde functies kan vervullen. Meer regie op de ondergrond is daarvoor een harde noodzaak. Het volwaardig meenemen van de ondergrond in afwegingen is echter complex door de onzichtbaarheid en onbekendheid ervan, en de traagheid van het bodem- en grondwatersysteem. We hebben uitgangspunten geformuleerd voor goede afwegingen in de toekomst. Zo moe- ten nut en noodzaak van gebruik van de ondergrond worden onderbouwd, en gaan combinaties van functies voor enkelvoudige functies. Bij het programma ‘Kademuren en bruggen’ wordt nagedacht over de inpassing van extra functies. Voorts staan de kenmerken en identiteit van gebieden centraal. Activiteiten vinden liefst plaats op plekken waar de natuurlijke omstandigheden daarvoor het meest geschikt zijn. We streven naar circulariteit met een gesloten grondbalans voor de stad, onder meer via grondbanken. Langetermijnreserveringen worden goed afgewogen tegen kortetermijningrepen.

De ondergrond, het bodem- en grondwatersysteem eindigen tot slot niet bij de gemeentegrens. Voor bijvoorbeeld geothermie (zie Duurzame stad) kijken we op het niveau van metropoolregio of provincie. Als eigenaar van de grond, als integraal ontwerper en beheerder van de openbare

We willen toe naar een duurzaam beheerde gezonde en vitale bodem, die de door de gemeente gevraagde functies kan vervullen. Meer regie op de ondergrond is daarvoor een harde noodzaak. Het volwaardig meenemen van de ondergrond in afwegingen is echter complex door de onzichtbaarheid en onbekendheid van het bodem- en watersysteem. We hebben uitgangspunten geformuleerd voor goede afwegingen. Ten eerste moeten nut- en noodzaak van gebruik van de ondergrond worden onderbouwd, en gaan combinaties van functies voor enkelvoudige functies. Bij het programma ‘Kademuren en bruggen’ wordt nagedacht over de inpassing van extra functies. Ten tweede staan de kenmerken en identiteit van gebieden centraal. Activiteiten vinden bij voorkeur plaats op plekken waar de natuurlijke omstandigheden daarvoor het meest geschikt zijn. Ten derde streven we naar circulariteit met een gesloten grondbalans via onze eigen grondbank en wordt gezocht naar manieren om bagger die vrijkomt bij onderhoud van sloten, als waardevolle grondstof te hergebruiken binnen Amsterdam. Tot slot: de ondergrond en het bodem- en watersysteem eindigt niet bij de gemeentegrens. Voor bijvoorbeeld de diepere ondergrond kijken we naar mogelijkheden voor geothermie (zie Duurzaam Amsterdam) samen met de metropoolregio en provincie Noord-Holland.

De gemeente is de regisseur voor de ondergrond. Hiervoor bestaat het Coördinatiestelsel

blad 51 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam ruimte en als belangrijke ontwikkelaar van de stad is de gemeente de aangewezen regisseur voor de ondergrond. Dat wil niet zeggen dat de gemeente overal eigenaar van is, maar wel dat de gemeente eigendom en beheer van ondergrondse assets in beeld brengt en houdt.

Amsterdam, dat onlangs haar 100 jarig bestaan vierde. Daarnaast kent Amsterdam Werken in Openbare Ruimte (WIOR). Dit is een verordening waarin de aanvraag, beoordeling en de vergunningverlening voor het werken in de openbare ruimte wordt geregeld.

De gemeentelijke regisseur kan veel: prioriteren, gebieden aanwijzen, de ligging van kabel- en leidingnetwerken bepalen, medegebruik van voorzieningen opleggen en de samen- werking organiseren. Idealiter wordt de ondergrond integraal onderdeel van bestaande programma’s, zoals klimaatadaptatie en de energietransitie (zie Duurzame stad). Dit kan vaak goed via een gebiedsgerichte aanpak, zoals dat al gebeurt op het Centrumeiland of in de Sluisbuurt op het Zeeburgereiland. Daar worden ambities voor energie, afval, rainproof en nutsvoorzieningen in samenhang boven- en ondergronds op een hoger niveau getild. In de bestaande stad is regievoering op de ondergrond een grotere uitdaging, maar evengoed een harde noodzaak. Regievoering is ook cruciaal voor de diepere ondergrond, bijvoorbeeld op de positionering van warme en koude bronnen van wkosystemen. Het datadossier Ondergrond helpt hierbij, omdat het inzicht geeft in de eigenschappen van de ondergrond en de in de ondergrond aanwezige assets.

De toenemende druk op de ondergrond vraagt om nieuwe oplossingen. De gemeente heeft allereerst een regisseur ondergrond aangewezen. Deze is verantwoordelijk voor een integraal perspectief op de ondergrond, bijvoorbeeld het afstemmen van programma’s voor boven- en ondergrond, het verbeteren van de informatiepositie, het implementeren van nieuwe technieken (zoals ondergrondse boringen), en het oplossen van acute en concrete problemen. Ook stelt de gemeente het Omgevingsprogramma Ondergrond (OPO) op. Het OPO is sturend voor de strategische langetermijninrichting van de ondergrond, en biedt ontwerpoplossingen aan. Daarnaast wordt gewerkt aan een herijking van het Bodembeleid Amsterdam.

warmte- en koudenetten, vaak in combinatie met wko of aquathermie als buffer en warmteof koudebron;

warmte- en koudenetten, soms in combinatie met warmte-koudeopslag;

Binnen de huidige werkwijze komen nutspartijen vanuit hun eigen opgave met een voorgesteld tracé, dat binnen het Amsterdamse coördinatiestelsel wordt besproken. In de toekomst willen we afwegingen en keuzes over een tracé voor een nutsvoorziening niet meer reactief vanuit één nutsvoorziening maken, maar vanuit het geheel aan opgaven en bovendien op een hoger schaal- niveau. Daarom komt er een strategische netwerk- planning op stadsschaal en wordt onderzocht hoe de ongestoorde ligging van deze strategische ondergrondse hoofdinfrastructuur kan worden geregeld via het omgevingsplan. In gebieden met meerdere opgaven en veel nutsvoorzieningen gaan we ‘Gebiedsplannen Ondergrond en Nuts- voorzieningen’ op gebiedsniveau opstellen.

Deze ontwikkelingen vergen een toenemende regie op alle niveaus. Alle partijen hebben hierbij een rol te vervullen. Het coördinatenstelsel en het WIOR zijn in ieder geval verantwoordelijk voor het tactisch en operationele niveau. Het OPO en de regisseur ondergrond richten zich meer op het strategische en de lange termijn.

We hebben de zorgplicht voor de beschikbaarheid en kwaliteit van drinkwater voor een groot deel van de Metropoolregio Amsterdam. Daarvoor laten we de vaak ondergrondse win-,

In 2021 is de Toekomstvisie drinkwater vastgesteld. Hierin staat dat de win-, productie- en leveringscapaciteit fors moeten worden uitgebreid. De capaciteit van het leidingennet moet ook

De gemeentelijke regisseur kan veel, maar niet alleen. Er zijn twee lijnen om de samenwerking vorm te geven. Volgens de eerste lijn kan de ondergrond integraal onderdeel worden van bestaande programma’s, zoals klimaatadaptatie en energietransitie (zie bijvoorbeeld het Ontwikkelperspectief distributienet Amsterdam). De tweede lijn volgt een gebiedsgerichte aanpak met de zogenaamde Integrale Gebiedsplannen (IGP’s). Voorbeelden hiervan zijn het Centrumeiland, de Sluisbuurt, en de Buiksloterham. Daar worden ambities voor energie, afval, weerproof en nutsvoorzieningen in samenhang boven- en ondergronds op een hoger niveau getild. In de bestaande stad is regievoering op de ondergrond een grotere uitdaging, maar evengoed een harde noodzaak. Regievoering is ook cruciaal voor de diepere ondergrond, bijvoorbeeld op de positionering van warme en koude bronnen van WKO-systemen.

blad 52 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam productie- en distributiecapaciteit meegroeien met de drinkwatervraag. We beheren en beschermen de benodigde gebieden, vestigingen en systemen voor drinkwater goed. Daar- voor werken wij samen met overheden uit de regio’s waar ons drinkwater van afhankelijk is. Zo behouden wij de continuïteit, kwaliteit en betaalbaarheid van schoon drinkwater. De huidige waterwinlocaties, waar Amsterdams drinkwater van afhankelijk is, vragen om capaciteitsuitbreiding. Die uitbreiding kan nog voor lange tijd op de huidige locaties plaatsvinden, maar er wordt al onderzoek gedaan naar een extra waterwinlocatie. In een groeiende en verdichtende stad moet het drinkwaterdistributiesysteem meer leveren binnen een krappere ondergrondse ruimte, zonder dat dit ten koste mag gaan van de temperatuur, druk, continuïteit en kwaliteit. We zullen moeten voorkomen dat door klimaatverandering en de aanleg van hogetemperatuur-warmtenetten de drinkwaterleidingen opwarmen tot boven de toegestane grens van 25 o C. Daarnaast krijgt drinkwater mogelijk een rol in het transporteren van koude voor andere functies, zoals het momenteel koude aflevert bij de bloedbank.

worden uitgebreid om het extra geproduceerde drinkwater te kunnen leveren.

Afvalwater Er zijn weinig zaken crucialer voor de gezondheid van Amsterdammers dan een goede riolering. De zorg voor een robuust rioleringssysteem is dan ook een prioriteit. De gemeentelijke taken op dit vlak worden hierbij efficiënt uitgevoerd, met een goede balans tussen maatschappelijke kosten en acceptabele risico’s.

Afvalwater Er zijn weinig zaken crucialer voor de gezondheid van Amsterdammers dan een goede riolering. De zorg voor een robuust rioleringssysteem is dan ook een prioriteit. De gemeentelijke taken op dit vlak worden hierbij efficiënt uitgevoerd, met een goede balans tussen maatschappelijke kosten en acceptabele risico’s.

Afvalwater is rijk aan grondstoffen en energie. Transport en zuivering zijn op elkaar afgestemd om het systeem als geheel goed te laten functioneren. Terugwinning gebeurt waar dit het meest duurzaam en efficiënt kan: bij de bron, in het transportsysteem en/of op een centrale zuivering. In samenwerking met het waterschap worden zo alle bruikbare componenten aan het afvalwater onttrokken en hergebruikt of vermarkt. Wat niet kan worden hergebruikt, wordt, na eventueel behandeld te zijn, (lokaal) in het milieu teruggebracht. Dankzij duurzame terugwinning tegen acceptabele kosten, levert de circulariteit van afvalwater een belangrijke bijdrage aan het verduurzamen van de samenleving (zie ook Duurzame stad). Naar een Omgevingsprogramma Riolering Het beleid over afvalwater is beschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 20162021. Hierin is onder andere opgenomen dat Amsterdam inzet op het behoud van een robuust en goed functionerend rioolstelsel; zoveel mogelijk scheiding aan de bron realiseert, mede voor het hergebruik van grondstoffen; een ‘ver- zorgde’ onderhoudsstatus van de riolering beoogt, met bijpassende maatschappelijke kosten en risico’s; en samenwerkt met het waterschap AGV om de waterzorgtaken op elkaar af te stemmen.

Ook neemt de druk toe op de beschikbaarheid en waterkwaliteit van de bronnen. Drinkwaterbedrijven zijn niet de enige partijen die gebruikmaken van waterbronnen. De opgave is om de goede waterbronnen beschikbaar te houden voor de drinkwaterproductie. De opgaven worden extra complex door de impact van klimaatverandering, door de energietransitie, de extra watervraag van industriële afnemers, de schaarste van grondstoffen en de biodiversiteitscrisis. Conform de Kamerbrief over de rol van Water en Bodem bij ruimtelijke ordening zetten we ook in op het verminderen van de drinkwatervraag. In een groeiende en verdichtende stad moet het drinkwaterdistributiesysteem meer leveren binnen een krappere ondergrondse ruimte, zonder dat dit ten koste gaat van de temperatuur, druk, continuïteit en kwaliteit. We moeten voorkomen dat door klimaatverandering en de aanleg van hogetemperatuur-warmtenetten de drinkwaterleidingen opwarmen tot boven de toegestane grens van 25 °C. Daarnaast krijgt drinkwater mogelijk een rol in het transporteren van koude voor andere functies, zoals het momenteel koude aflevert bij de bloedbank. Licht positief effect klimaatadaptatie en water

Afvalwater is rijk aan grondstoffen en energie. Transport en zuivering zijn op elkaar afgestemd om het systeem als geheel goed te laten functioneren. Terugwinning gebeurt waar dit het meest duurzaam en efficiënt kan: bij de bron, in het transportsysteem en/of op een centrale zuivering. In samenwerking met het waterschap worden zo alle bruikbare componenten (eventueel ook warmte) aan het afvalwater onttrokken en hergebruikt of vermarkt. Wat niet kan worden hergebruikt, wordt, na eventueel behandeld te zijn, (lokaal) in het milieu teruggebracht. Dankzij duurzame terugwinning tegen acceptabele kosten levert de circulariteit van afvalwater een belangrijke bijdrage aan het verduurzamen van de samenleving (zie ook Duurzame stad). Het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 (OPR) beschrijft de gemeentelijke taken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Het programma is tot stand gekomen in samenwerking tussen gemeente, Waternet en Amsterdam Weerproof. Het OPR heeft als doel om de stad beter te laten omgaan met extreme neerslag. Hiervoor moet de openbare ruimte zo worden ingericht dat deze bestand is tegen extreme buien, zowel boven als onder de grond. Denk hierbij aan het aanleggen van verlaagd groen waar water naartoe kan stromen (wadi).

blad 53 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016- 2021 zal worden opgevolgd door het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027. Deze opvolger geeft uitwerking aan opgaven en ambities zoals geformuleerd in de omgevingsvisie en wordt een nieuw uitvoeringsgericht beleidskader voor de uitvoering van gemeentelijke water- taken rond stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Een vitaal bodem- en grondwatersysteem Een vitaal bodem- en grondwatersysteem kent meerdere facetten die tot nu toe vaak los van elkaar zijn beschouwd, zoals opnamecapaciteit en hoogte van de bodem, milieuhygiënische bodemkwaliteit, kwaliteit en kwantiteit van het grondwater, bodemdiversiteit onder stadsgroen, enzovoorts. Dat moet meer samenkomen. De ambities op het gebied van groen en klimaatadaptatie, stadslandbouw (zie Duurzaam Amsterdam en Leefbaar Amsterdam) geven al wat meer richting. De komende jaren gaan we aan de slag met de ontwikkeling van een soil health index (SHI) om de vitaliteit van de bodem inzichtelijk te maken. Vervolgens zal de huidige kwaliteit van de bodem in beeld worden gebracht, als ijkpunt voor een betere toekomst.

Een gezond en vitaal bodem- en watersysteem Een gezond en vitaal bodem- en watersysteem vervult meerdere functies, zoals waterberging, het ondersteunen van groenstructuren, het bevorderen van de (bodem)biodiversiteit en het tegengaan van hittestress. Deze functies worden momenteel vaak afzonderlijk benaderd, terwijl een integrale benadering noodzakelijk is. De ambities op het gebied van groen en klimaatadaptatie, stadslandbouw (zie Duurzaam Amsterdam en Leefbaar Amsterdam) en de Koersnota Gezonde Bodem 2023 geven al wat meer richting in het werken aan een gezonde en vitale bodem. De afgelopen jaren is er gewerkt aan de ontwikkeling van de Bodemgezondheidsindex Amsterdam (BGI). Vervolgens zal de BGI worden getest in pilotprojecten zodat, naast de chemische- en fysische kwaliteit van de bodem, ook de biologische kwaliteit van de bodem wordt gemeten. Op basis van de opgedane ervaringen wordt de BGI waar nodig aangepast, waarna een bredere toepassing volgt.

Door de eeuwenlange invloed van de mens is de bodem van Amsterdam verontreinigd geraakt. De afgelopen jaren zijn veel bodemverontreinigingslocaties gesaneerd en zijn de risico’s van bodemverontreinigingen sterk gereduceerd. Maar bodemverontreiniging blijft veel aandacht vragen.

De bodem van Amsterdam is verontreinigd geraakt door de eeuwenlange invloed van de mens. De afgelopen jaren zijn veel bodemverontreinigingslocaties gesaneerd en zijn de risico’s van bodemverontreinigingen sterk gereduceerd. Maar bodemverontreiniging blijft veel aandacht vragen.

Het milieuhygiënische bodembeleid is vastgelegd in de Amsterdamse Nota Bodembeheer uit 2019. Dit beleid zoekt een balans tussen benutten en beschermen van de bodem. Hoofddoel is dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet mag verslechteren (standstillprincipe) en liefst wordt verbeterd.

Sinds 2018 is de loodverontreiniging in de bodem beter in beeld gebracht. Alle plekken in de openbare ruimte waar kinderen tot zes jaar spelen, zijn indien nodig gesaneerd. Vanaf 2022 wordt de lood-check actief aangeboden aan bewoners met een tuin en vanaf 2024 ook aan volkstuinders in gebieden met een risico op hoge loodgehaltes. Ook wordt gezocht naar mogelijkheden om tuinders beter te faciliteren in het verbeteren van de bodemkwaliteit in tuinen waar lood verhoogd voorkomt.

Sinds 2018 is de loodverontreiniging in de bodem beter in beeld gebracht. Alle plekken in de openbare ruimte waar kinderen tot zes jaar spelen, worden indien nodig gesaneerd. Mogelijk wordt de loodaanpak uitgebreid naar particuliere tuinen in gebieden met een risico op hoge loodgehaltes. Verder zijn de beleids- regels over PFAS erg in beweging. Voorts gaan we zeer zorgwekkende stoffen beter in kaart brengen. Verbetering van de bodemkwaliteit streven we vooral na op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld wanneer een gebied wordt herontwikkeld. Ook gaan we aan de slag met de programmatische aanpak spoedlocaties Amsterdam (PASA). Voor de openbare ruimte willen we de bodemkwaliteitskaart verbeteren. Waardevolle ecologische gebieden, maar ook bijvoorbeeld voedselbossen, moeten schoon en vitaal blijven.

Verbetering van de effectscore voor bodem

De lood-check was gericht op ‘klassieke’ verontreinigingen als olie, teer en zware metalen zoals lood. ‘Nieuwe’ of opkomende schadelijke stoffen zoals PFAS zijn lang onderbelicht geweest. Er wordt onderzocht of er in Amsterdam nog onbekende plekken zijn waar mogelijk PFAS verhoogd in de bodem aanwezig is door industriële activiteiten of het gebruik van PFAS houdend blusmateriaal bij grote branden. De regels voor Amsterdam staan verspreid in de Omgevingswet, een aantal bijbehorende Algemene Maatregels van Bestuur en in het gemeenteblad. Deze zijn samengevat in het Beleidskader bodem onder de Omgevingswet. Hierbij hoort een bodemkwaliteitskaart. Deze geeft een beeld van de

blad 54 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam Hier willen we daarom beter zorgen voor een gezonde bodem. Sowieso is dit van belang als we de stad rigoureus willen vergroenen.

gemiddelde bodemkwaliteit in bepaalde gebieden en de mogelijkheden bij grondverzet. Het bodembeleid wordt herijkt om beter aan te sluiten op de integrale opgaven die de Amsterdamse bodem kent. Hierbij zal met name aandacht komen voor circulariteit en klimaatadaptatie.

We beogen een goede zorg voor het grondwater en een robuust maaiveldniveau voor de stad, dat voldoende boven het grondwater ligt om alle functies toekomstbestendig mogelijk te maken, zoals bebouwing, wegen, bomen. Dit doen we onder andere door het toepassen van actief grondwaterbeheer. Een voldoende hoog maaiveld ten opzichte van de grondwaterstand geeft mogelijkheden om hemelwater te infiltreren en draagt zo bij aan klimaatadaptatie (zie Duurzame stad). Dat kan alleen als er in de ondergrond ruimte wordt gereserveerd voor drainage- en infiltratieriolering. Een hoger maaiveld vormt ook een betere basis voor groenontwikkeling. Voor de gewenste ontwateringsdiepte, dus de afstand tussen maaiveld en grondwaterstand, gaan we een maat van 0,90 m hanteren bij de ontwikkeling van nieuwe (binnendijkse) gebieden. Dit vereist veelal ophoging, wat bovendien veiliger is in het licht van verwachte waterspiegelstijging. Daarom gebeurt dit waar mogelijk met ophoogmaterialen die de bodemdaling niet verder versterken. Grote delen van Amsterdam staan op diepe veengrond die gevoelig is voor bodemdaling. Deze publieke én private opgave speelt het meest in Amsterdam-Noord, zowel het stedelijke als het landelijke gebied. De bodemdaling bedraagt hier tot wel vijf millimeter per jaar. Door klimaatverandering, met langere perioden van droogte en lagere grondwaterstanden, wordt dit proces versneld.

Ook verlaging van waterpeilen zorgt voor extra bodemdaling. Bodemdaling willen we beperken, al was het maar omdat daarbij broeikasgassen vrijkomen. Andere mogelijke nadelige gevolgen zijn rotting van paalfunderingen, verwrongen en afbrekende rioleringen en verzakking van wegen en stoepen, die vooral optreden bij verschillen in funderingswijze. Voor het stedelijk gebied is van belang dat het grondwaterpeilverschil tussen de huizen en een aantal parken niet mag toenemen. De hui- zen lopen het risico dat de houten funderingen worden aangetast als het grondwater naar de parken sijpelt. De bomen in de parken hebben minder overlevingskans als de dieper gelegen parken natter worden. Soms is ophoging van tuinen en parken een oplossing, hoewel niet gemakkelijk. In landelijk gebied willen we onderzoeken hoe we bodemdaling kunnen beperken, bijvoorbeeld door het waterpeil zelfs te verhogen. De oplossing moet niet alleen natuurwaarden versterken, maar ook agrarische functies behouden. Hier en daar breiden we natuur uit,

We beogen een goede zorg voor het grondwater en een robuust maaiveldniveau in Amsterdam, dat voldoende boven het grondwater ligt om alle functies toekomstbestendig mogelijk te maken, zoals bebouwing, wegen, bomen. Dit doen we onder andere door het toepassen van actief grondwaterbeheer. Bij gebiedsontwikkeling biedt een voldoende hoog maaiveld ten opzichte van de grondwaterstand de mogelijkheid om hemelwater te infiltreren en te bergen en draagt zo bij aan klimaatadaptatie (zie Duurzaam Amsterdam). Uitgangspunt is het benutten van de natuurlijke bergingscapaciteit van de ondergrond. Waar dit niet mogelijk is kan worden gedacht aan wadi's, klimaatadaptieve drainagesystemen en infiltratieriolering. De gemeente gaat de komende jaren aan de slag met een verkenning om te kijken of een Omgevingsprogramma Maaiveldhoogtes noodzakelijk is om de opgaven op dit thema het hoofd te bieden. Een hoger maaiveld vormt ook een betere basis voor groenontwikkeling. Voor de gewenste ontwateringsdiepte, dus de afstand tussen maaiveld en grondwaterstand, hanteren we een maat van 0,90 m bij de ontwikkeling van nieuwe (binnendijkse) gebieden. Dit vereist veelal ophoging met zand, wat bovendien toekomstbestendig is in het licht van de verwachte weersextremen. Amsterdam is gebouwd op een veenbodem. Veenbodems zijn gevoelig voor bodemdaling.

Bodemdaling speelt zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied en is een grotendeels autonoom fenomeen. Bodemdaling kent veel negatieve effecten. Het is een complicerende factor voor omgaan met klimaatadaptatie. Door bodemdaling worden lage delen van Amsterdam nog dieper, komen er broeikasgassen vrij en de kans op wateroverlast en waterveiligheidsrisico’s worden groter. Naast broeikasgassen komt er extra stikstof en fosfaat vrij. Dat laatste belast de kwaliteit van het oppervlaktewater met negatieve gevolgen voor de natuur- en recreatieve waarden. Verdere effecten van bodemdaling zijn een toenemend risico op ernstige gevolgen bij een overstroming, verzakking en funderingsschade aan dijken, wegen en woningen. Een voorbeeld waar sprake is van bodemdaling is de Sluisbuurt. Over een periode van 30 jaar daalt deze niet 20 centimeter zoals werd verwacht, maar 50 tot 80 centimeter. Hier worden nu maatregelen getroffen tegen bodemdaling door middel van drukterpen, verticale drainage en door het gebied op te hogen met bouwmateriaal. Een ander voorbeeld waar bodemdaling een enorme impact uitoefent is Tuindorp Oostzaan. Door bodemdaling loopt het water lastig weg waardoor bomen scheef staan en het hemelwater bij hevige regenval niet meer wegloopt in de bodem. Hier wordt vanuit

blad 55 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam waar dat urgent is vanwege veenbehoud of voor de biodiversiteit. Op die plekken kan het waterpeil veel sterker stijgen of met de seizoenen variëren.

Europees initiatief door de gemeente in samenwerking met vier partners de komende jaren gewerkt aan een fundamenteel andere planningsaanpak voor de openbare ruimte, om zo Tuindorp Oostzaan toekomstbestendig te maken. Landelijk Noord en Waterland Oost hebben een veenbodem van 2 tot 6 meter dik. Doordat de veengronden worden ontwaterd en hierdoor het veen oxideert is het veenpakket aan het inklinken. Met als gevolg verzakking van het maaiveld en verzilting van de bodem, wat weer nadelig is voor de landbouw. Het Rijk en de provincie NoordHolland hebben in het Ruimtelijk arrangement 2025 afgesproken samen te werken aan de vernattingsopgave in veenweidegebieden. Voorbeelden zijn natte teelten, het opbrengen van klei in veengrond en verhogen van het grondwaterpeil naar 20-40 cm onder maaiveld met greppels en onderwaterdrainage. De gemeente Amsterdam ambieert hiermee ook de natuurwaarden te versterken, maar de agrarische functie te behouden. Hier en daar breiden we natuur uit, waar dat urgent is vanwege veenbehoud of voor de biodiversiteit. Op die plekken kan het waterpeil veel sterker stijgen of met de seizoenen variëren.

We gaan de stad vergroenen, met meer en vitalere bomen. Zie Leefbare stad, hoofdstuk Groen. Dan is er dus ook ondergrondse ruimte nodig voor boomwortels. Globaal genomen heeft het ondergrondse wortelstelsel een vergelijkbare omvang als de kruin van een boom. We gaan de bodem- en groeiplaatscondities voor bomen verbeteren.

We gaan de stad vergroenen, met meer en vitalere bomen. Het beleid hiervoor is in verschillende documenten weergegeven: de Hoofdgroenstructuur, Groenvisie 2050 en het Strategisch Huisvestingsplan Bovenwijks Groen.

In een dichtbevolkte stad als Amsterdam is de druk op de beschikbare ruimte groot. Daarom worden steeds meer functies ondergronds gerealiseerd, zoals parkeergarages, verkeerstunnels, gasstations en ondergrondse woonruimtes. Deze ondergrondse bouwwerken kunnen echter grote gevolgen hebben voor stromend grondwater. Bij aaneengesloten ondergrondse bouwwerken kan grondwater niet weg- of toestromen en verandert de grondwaterstand. Het gevolg is dat het te nat of juist te droog wordt. Bomen kunnen daardoor doodgaan, kruipruimtes kunnen nat worden, houten funderingen kunnen gaan rotten. Kortom: hier moeten regels voor zijn.

De druk op de beschikbare ruimte in Amsterdam is groot. Daarom worden steeds meer functies ondergronds gerealiseerd, zoals parkeergarages, verkeerstunnels, gasstations en ondergrondse woonruimtes. Deze ondergrondse bouwwerken kunnen echter grote gevolgen hebben voor stromend grondwater. Bij aaneengesloten ondergrondse bouwwerken kan grondwater niet weg- of toestromen en verandert de grondwaterstand. Het gevolg is dat het te nat of juist te droog wordt. Bomen kunnen daardoor doodgaan, kruipruimtes kunnen nat worden, houten funderingen kunnen gaan rotten. Kortom: hier moeten regels voor zijn.

Tot voor kort ging onderkeldering gemakkelijk en gebeurde het dan ook steeds vaker. De komende jaren worden we een stuk strenger. Amsterdam hanteert vanaf 2021 een Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders voor grote en kleine kelders onder publiek en privaat terrein. Kelderbouw kan alleen onder voorwaar- den, en is in bepaalde gebieden niet toegestaan. Grotere ondergrondse bouwwerken vergen meer maatwerk, onder andere in de vorm van een geohydrologisch rapport.

Positief effect op klimaatadaptatie

Meer bomen vragen ook ondergrondse ruimte voor boomwortels. Globaal genomen heeft het ondergrondse wortelstelsel een vergelijkbare omvang als de kruin van een boom. We gaan de bodem- en groeiplaatscondities voor bomen verbeteren. Door te kiezen voor een robuust maaiveldniveau wordt de bewortelingsdiepte voor bomen vergroot. Hoe beter de bodemcondities, hoe groter de boom, hoe groter het positieve effect op bijvoorbeeld hittestress en biodiversiteit.

Tot een aantal jaren geleden ging onderkeldering gemakkelijk en gebeurde het dan ook steeds vaker. Het beleid is echter aangescherpt. Amsterdam hanteerde sinds 2021 een Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders. Het afwegingskader is inmiddels uitgewerkt in het omgevingsplan. Kelderbouw kan alleen onder voorwaarden, en is in bepaalde gebieden niet toegestaan. Grotere ondergrondse bouwwerken vergen meer maatwerk, rekening houdend met de geohydrologische omstandigheden.

blad 56 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

Hard uitgangspunt is dat kelders voortaan grondwaterneutraal moeten worden aangelegd. Dat betekent dat door de bouw van de kelder de grondwaterstanden en -stromingen niet mogen wijzigen. Omdat de samenstelling van de ondergrond en de grondwatersituatie per buurt kan verschillen, verschillen de regels per buurt of stadsdeel ook. Op sommige plekken kan er niets, op andere plekken moeten bij kelderbouw speciale technische maatregelen worden getroffen, op weer andere plekken kunnen kelders geen kwaad. Deze verschillende uitgangsposities zijn in kaart gebracht in het genoemde afwegingskader. Wij achten hier het belang voor het grondwater zo groot, dat regels over ondergronds bouwen spoedig worden vastgelegd in alle bestemmingsplannen en daarna in het omgevingsplan van Amsterdam. Hiermee wordt de juridische afdwingbaarheid van grondwaterneutraal ondergronds bouwen duurzaam geregeld.

Hard uitgangspunt is dat kelders voortaan grondwaterneutraal moeten worden aangelegd. Dat betekent dat door de bouw van de kelder de grondwaterstanden en -stromingen niet mogen wijzigen. Omdat de samenstelling van de ondergrond en de grondwatersituatie per buurt kan verschillen, verschillen de regels per buurt of stadsdeel ook. Op sommige plekken kan er niets, op andere plekken moeten bij kelderbouw speciale technische maatregelen worden getroffen, op weer andere plekken kunnen kelders geen kwaad. Deze verschillende uitgangsposities zijn in kaart gebracht in het genoemde afwegingskader.

De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vervangt, na vaststelling door de gemeenteraad, de Structuurvisie Amsterdam 2040 als richtinggevend kader voor de ontwikkeling van de stad. De omgevingsvisie zal vanaf dan doorwerken in verschillende planningspraktijken. Denk aan infraprojecten, herinrichting van de buitenruimte, gebiedsontwikkeling, beleidsprogramma’s, regionale samenwerking, bottomupinitiatieven en regelgeving in het omgevingsplan. Dit wordt uitgewerkt in een nader vast te stellen Uitvoeringsagenda omgevingsvisie Amsterdam.

De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is richtinggevend kader voor de ontwikkeling van de stad. Hij werkt door in verschillende planningspraktijken: infraprojecten, herinrichting van de buitenruimte, gebiedsontwikkeling, beleidsprogramma’s, regionale samenwerking, bottom-up initiatieven en regelgeving in het omgevingsplan.

Maar voor het samen werken aan de toekomst van de stad biedt digitalisering ook kansen voor het delen van kennis en het toegankelijker maken van het invloed uitoefen op gemeentelijke besluitvorming. De online participatietools op OpenStad zijn daar een mooi voorbeeld van. De rijksoverheid werkt samen met andere overheden aan een Digitaal Stelsel Omgevingswet. Positief geformuleerd kan digitalisering bijdragen aan versnellen en het toegankelijker maken van ontwikkelprocessen.

Maar voor het samen werken aan de toekomst van de stad biedt digitalisering ook kansen voor het delen van kennis en het toegankelijker maken van gemeentelijke besluitvorming. Positief geformuleerd kan digitalisering bijdragen aan het versnellen en het toegankelijker maken van ontwikkelprocessen.

De invoering van de Omgevingswet Een laatste aanleiding is gelegen in het planologischjuridisch domein. Momenteel wordt gewerkt aan een Omgevingswet. Deze wet zorgt voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Met de wet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt, wordt het bestaande stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. Daarnaast wordt participatie bevorderd. Met de Omgevingswet doen ook een aantal nieuwe ruimtelijke planfiguren hun intrede. De omgevingsvisie is er daar een van, maar daarnaast is iedere gemeente verplicht een omgevingsplan op te stellen en biedt de wet de mogelijkheid voor omgevingsprogramma’s. Dit betekent een nieuwe wettelijke context: een grote verandering in de regelgeving en het beleid voor de fysieke leefomgeving. Deze nieuwe context is bepalend voor hoe de omgevingsvisie haar doorwerking vindt in omgevingsplan en -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16177426/2