3. Aanvulling OER actualisatie Omgevingsvisie 2050 (2).pdf
Tekst van het document
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050
projectnummer 0502331.100 23 september 2025
www.anteagroup.nl
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025
Auteur(s) P.J. Verhoeven T. Artz
Opdrachtgever Gemeente Amsterdam Postbus 2602 1000 CP AMSTERDAM
datum 23 september 2025
beschrijving definitief
vrijgave drs. T. Artz
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
5
1.1 1.2 1.2.1 1.2.2
De Omgevingsvisie 2050 Een actualisatie van de Omgevingsvisie Welke rol heeft mer (het OER) gespeeld bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie? Hoe is met mer omgegaan voor deze actualisatie?
5 5 5 8
2.
Actualisatie van de huidige situatie en referentiesituatie
9
2.1 2.2 2.3
Beeld van de referentiesituatie voor deze Aanvulling op het OER Belangrijkste wijzigingen die van invloed zijn op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving Nadere actualisatie en uitbreiding van de huidige situatie van de relevante kernwaarden
9 10 10
3.
Impact van de wijzigingen door de actualisatie
11
3.1 3.2 3.3 3.4
Methodologie bij het bepalen van de impact op de fysieke leefomgeving van de wijzigingen Overzicht van wijzigingen met bijbehorende impact Actiepunten Agenda Samen stadmaken Nader beeld van de impact op hoofdlijnen
11 11 62 63
4.
Overzicht van de impact van de actualisatie op de thema’s van de fysieke leefomgeving 66
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
Inclusief en betaalbaar Leefbaar Bereikbaar Milieukwaliteit sociaal fundament: geluid Milieukwaliteit sociaal fundament: Geur en stof Milieukwaliteit sociaal fundament: Luchtkwaliteit Gezond Veilig Klimaatbestendig Ruimtelijke kwaliteit Economisch vitaal Klimaatneutraal Natuurlijk Milieukwaliteit ecologisch plafond: lucht, bodem en water Circulair
66 67 68 68 69 70 70 71 73 75 76 76 77 78 79
5.
Overzicht van de effecten door de fusie met Weesp
81
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15
Inclusief en betaalbaar Leefbaar Bereikbaar Milieukwaliteit sociaal fundament: geluid Milieukwaliteit sociaal fundament: geur en stof Milieukwaliteit sociaal fundament: luchtkwaliteit Gezond Veilig Klimaatbestendig Ruimtelijke kwaliteit Economisch vitaal Klimaatneutraal Natuurlijk Milieukwaliteit ecologisch plafond: lucht, bodem en water Circulair
81 83 83 84 85 86 86 87 88 89 90 91 91 93 93
6.
Aanvulling passende beoordeling
95
6.1
Toelichting
95
6.2
Beoordeling effecten actualisatie OVA 2050
95
7.
Conclusie
96
7.1 7.2
Beantwoording van de hoofdvraag Samenvattend overzicht
96 96
BIJLAGE: Aanvulling op de Passende Beoordeling
98
BIJLAGE: Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie 2021 (separaat genummerd)
111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam
1.
Inleiding
1.1
De Omgevingsvisie 2050 De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vormt het strategisch beleid dat de lange termijnontwikkelingen van de gemeente schetst. Het richt zich op een duurzame en inclusieve groei van de stad, waarbij de nadruk ligt op het behoud van leefbaarheid, bereikbaarheid en een gezonde leefomgeving. De visie is opgebouwd rond diverse thema's zoals woningbouw, mobiliteit, groenvoorziening en economische ontwikkeling, met als doel de stad toekomstbestendig te maken. Een belangrijk aspect van de omgevingsvisie is de focus op duurzame woningbouw. Amsterdam staat voor de uitdaging om voldoende betaalbare woningen te realiseren zonder in te boeten op kwaliteit en duurzaamheid. Dit betekent dat er nieuwe woonwijken zullen worden ontwikkeld met aandacht voor energiezuinige bouwmethoden en het gebruik van circulaire materialen. Daarnaast wordt er ingezet op het verdichten van bestaande wijken, waarbij gemengde woon- en werkgebieden worden gecreëerd die bijdragen aan een levendige stedelijke dynamiek. Mobiliteit speelt eveneens een cruciale rol in de omgevingsvisie. De stad streeft naar een autoluwe binnenstad en investeert in een uitgebreid netwerk van fiets- en wandelpaden. Openbaar vervoer wordt verder geoptimaliseerd om de toegankelijkheid van de stad te waarborgen, waarbij nieuwe technologieën en duurzame oplossingen, zoals elektrisch vervoer, worden gestimuleerd.
Door deze maatregelen hoopt Amsterdam de luchtkwaliteit te verbeteren en de stad aantrekkelijker te maken voor bewoners en bezoekers. Tot slot benadrukt de omgevingsvisie het belang van groen en water in de stad. Groene daken, parken en waterpleinen worden geïntegreerd in nieuwe stedelijke ontwikkelingen om de biodiversiteit te bevorderen en de stad klimaatbestendiger te maken. Watermanagement is een essentieel onderdeel van deze strategie, waarbij innovatieve oplossingen worden ingezet om wateroverlast te voorkomen en de stad te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De Omgevingsvisie, inclusief het OER is op 8 juli 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. Het volledige, destijds vastgestelde OER is als bijlage bij deze aanvulling toegevoegd, vanaf pagina 111.
1.2
Een actualisatie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt in 2025 geactualiseerd om Weesp volwaardig onderdeel te maken van de gemeentelijke omgevingsvisie en om de omgevingsvisie geschikt te maken voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hierbij wordt ook de tekst geactualiseerd om aan te sluiten bij de actuele beleidscontext. Dit is de eerste actualisatie sinds de vaststelling in 2021. De omgevingsvisie wordt periodiek herzien om actueel en goed raadpleegbaar te blijven voor bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Dit stond beschreven in de Omgevingsvisie uit 2021. Inmiddels zijn vijf jaren verstreken en heeft de gemeente onder andere een ontwikkelstrategie als uitvoeringstrategie van de visie uitgewerkt en vastgesteld. Hierbij is ook een aanvulling op het OER uitgevoerd. Het doel van mer bij de Omgevingsvisie en bij de actualisatie is dat om het milieubelang een rol te laten spelen bij afwegingen over de fysieke leefomgeving. Deze aanvulling toetst of de effecten die beschreven zijn bij het OER nog actueel zijn, of dat de actualisatie van de Omgevingsvisie leidt tot andere milieueffecten.
1.2.1
Welke rol heeft mer (het OER) gespeeld bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie? In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met een mogelijk grote impact op de ‘fysieke leefomgeving’ een milieueffectrapportage (MER) op te stellen. Dit gold ook voor de Omgevingsvisie Amsterdam. Waar een MER vroeger alleen milieueffecten behandelde, gaat het tegenwoordig ook over thema’s als mobiliteit, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit, energie en circulair bouwen. Daarom is in 2020/2021 gekozen voor een naam die recht doet aan de brede scope: een OmgevingsEffectRapportage (OER).
blad 5 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam
De rol van mer, oftewel het OER, heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. De volgende elementen stonden centraal:
figuur 1-1 Doelen van het OER bij de OVA 2050
Om de effecten van de Omgevingsvisie goed in beeld te brengen, is gebruikt gemaakt van de begrippen ‘ecologisch plafond’ en ‘sociaal fundament’. Deze komen voort uit de theorie van de ‘Donuteconomie (2017) van Kate Raworth. Raworth gebruikt hiervoor de termen sociaal fundament en ecologisch plafond. Het sociaal fundament zijn de basisbehoeften waar iedereen in voldoende mate over zou moeten kunnen beschikken. Het ecologisch plafond geeft de druk aan die de mensheid uitoefent op de levenschenkende systemen van de aarde. Voor de OER van de omgevingsvisie Amsterdam 2050 is een specifiek beoordelingskader ontwikkeld. Daarvoor zijn de onderdelen van het donutmodel als inspiratiebron gebruikt. Daarbij is door de gemeente en Antea Group gekeken welke waarden, die belangrijk zijn in het kader van de omgevingsvisie Amsterdam, gerelateeerd kunnen worden aan het sociale fundament van Amsterdammers en welke aan het ecologisch plafond. Deze waarden zijn in het OER kernwaarden genoemd. De volgende thema’s zijn beschouwd:
blad 6 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam
figuur 1-2 Beschouwde thema’s in het OER
Per kernwaarde is voor de huidige situatie, referentiesituatie en uiteindelijk (na ook beoordeling van diverse alternatieven) het Voorkeursalternatief (hetgeen in de Omgevingsvisie is opgenomen) een score toegekend, conform onderstaande waardering. Hieruit blijkt in hoeverre de beleidsdoelstellingen voor de kernwaarde gehaald worden.
figuur 1-3 Beoordeling van de huidige situatie, referentiesituatie en Voorkeursalternatief
blad 7 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam
De huidige situatie was het OER 2020/2021. De referentiesituatie was 2050 en gaat over het vastgestelde beleid, inclusief plannen voor woningbouw die al juridisch-planologisch zijn vastgelegd. Dit leverde de volgende analyse op.
figuur 1-4 Beoordeling huidige situatie, referentiesituatie en Omgevingsvisie 2050, inclusief onzekerheidsmarge
Uit de figuur blijkt dat voor vrijwel alle kernwaarden sprake is van een verbetering van de kwaliteit ten opzichte van de huidige situatie en de referentiesituatie. Wel is voor diverse thema’s geconstateerd dat de beoogde ambitie (lang) niet gehaald worden.
1.2.2
Hoe is met mer omgegaan voor deze actualisatie? De mer-procedure voor de OVA 2050 is in 2021 afgerond. Hierin is ook aangegeven dat het OER een levende ‘beleidsanalyse’ is voor de impact op de fysieke leefomgeving. Een nieuw mer is dan ook niet aan de orde. Dit komt ook, omdat de wijzigingen als gevolg van de actualisatie niet significant zijn én de scope van de Omgevingsvisie en daarmee het OER niet fundamenteel gewijzigd zijn. Daarom is gewerkt met een ‘Aanvulling’ op het bestaande OER. Hiertoe is alleen gekeken naar de wijzigingen en is verder de tekst en analyses van het OER nog van kracht. Ook vormt deze Aanvulling niet de eerste monitoring van de Omgevingsvisie, maar biedt het hiertoe wel waardevolle inzichten. In de volgende figuur is het adaptieve proces en bijbehorende inhoud van de OVA en OER schematisch weergegeven.
figuur 1-5 Schematische weergave adaptief proces van actualisatie en aanvulling van de OVA en OER
blad 8 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam
2.
Actualisatie van de huidige situatie en referentiesituatie
2.1
Beeld van de referentiesituatie voor deze Aanvulling op het OER In het OER bij de omgevingsvisie bleek dat de beoordeling van de referentiesituatie voor een drietal kernwaarden mogelijk lager zou kunnen uitpakken dan de huidige situatie. Dit betrof ‘inclusief en betaalbaar’, ‘leefbaar’ en ‘klimaatbestendig’. Voor de meeste kernwaarden is de verwachting dat sprake is van het dichter in de buurt komen van de ambitie (en daarmee een verbetering). Met name voor de thema’s ‘luchtkwaliteit’, ‘klimaatneutraal’, ‘natuurlijk’ en ‘circulair’ is deze verbetering groot (op basis van voorgenomen beleid). Met de ontwikkelstrategie is de omgevingsvisie nader geconcretiseerd en in de bijbehorende Aanvulling OER is ook de beoordeling van het doelbereik (de effecten van de omgevingsvisie, na vaststelling van de ontwikkelstrategie) aangepast. De referentiesituatie en huidige situatie zijn niet beschouwd en dus gelijk gebleven. In de volgende figuur is deze aangepaste beoordeling van de omgevingsvisie te zien.
figuur 2-1 Aangepaste beoordeling Omgevingsvisie 2050, inclusief onzekerheidsmarge na vaststelling ontwikkelstrategie
Uit de figuur blijkt dat door de ontwikkelstrategie op drie kernwaarden positievere effecten te verwachten dan bij de beoordeling van de omgevingsvisie. Dit zijn: • Sociaal en inclusief • Leefbaar • Veilig – risico’s Deze positievere waardering komt voort uit de nadere concretisering en fasering die in de ontwikkelstrategie wordt voorgesteld. Voor de kernwaarde ‘veilig’ komt dit ook voort uit nadere informatie omtrent vervoersaantallen gevaarlijke stoffen. Voor de overige kernwaarden verandert de uiteindelijke score niet. Er zijn wel lokale verschillen door de fasering, maar overall blijft uiteindelijk de scores gelijk. Hierbij geldt uiteraard de kanttekening dat de beoordeling voor heel Amsterdam voor een kernwaarde is en dat lokale verschillen groot kunnen zijn. Voor deze Aanvulling op het OER is de beoordeling, zoals in figuur 2-1 te zien de basis voor de beoordeling van de impact van de actualisatie van de omgevingsvisie. Feitelijk vormt dit nu de referentiesituatie, aangezien dit het beeld is dat ontstaat bij het uitvoeren van het beleid (inclusief ontwikkelstrategie). Deze Aanvulling op het OER blad 9 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam
gaat in op de mogelijk andere beoordeling ten opzichte van de gegeven beoordeling per kernwaarde bij de ontwikkelstrategie. Daarnaast geeft deze Aanvulling op het OER ook een actualisatie van de beoordeling van de huidige situatie. Dit wordt middels een quickscan naar nieuwe monitoringgegevens en beleid van de gemeente aangepast. Ook wordt Weesp hierin meegenomen. Deze informatie wordt na ter inzage legging, maar voor vaststelling van de actualisatie toegevoegd aan deze Aanvulling.
2.2
Belangrijkste wijzigingen die van invloed zijn op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving In deze Aanvulling op het OER is ingegaan op de belangrijkste wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving. Er zijn drie hoofdpunten waarop de actualisatie van de omgevingsvisie leidt tot een relevant effect op de fysieke leefomgeving: 1. Plannen uit de omgevingsvisie zijn concreter geworden, waardoor de impact concreter te duiden is, of effecten meer afgebakend optreden. 2. Nieuwe trends en ontwikkelingen vragen om nieuwe ruimte die niet voorzien was in de omgevingsvisie. 3. Aangepaste effecten als gevolg van de fusie met Weesp. De overige aanpassingen hebben weinig tot geen impact op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, of in elk geval niet zodanig significant dat deze aanpassingen leiden tot een wezenlijk ander verloop van de trendfiguren het uit OER bij de Omgevingsvisie 2021 en Ontwikkelstrategie. In hoofdstuk drie zijn de relevante wijzigingen en bijbehorende impact nader geduid. In hoofdstuk vier is per kernwaarde het effect op de beoordeling besproken.
2.3
Nadere actualisatie en uitbreiding van de huidige situatie van de relevante kernwaarden De informatie van de huidige situatie om de kwaliteit/beoordeling van de kernwaarden uit te voeren was grotendeels afkomstig uit de periode 2019-2020. Dit betekent dat inmiddels circa vijf jaar verstreken zijn en mogelijk nieuwe data beschikbaar is die leidt tot een andere beoordeling van de huidige situatie. Op basis van ervaring kan gesteld worden, dat dergelijke veranderingen in de mate van doelbereik beperkt zijn en grote verschuivingen worden niet verwacht. Daarom wordt middels een quickscan eerst in beeld gebracht voor welke kernwaarden nieuwe informatie beschikbaar is en vervolgens of deze tot significante wijzigingen van de beoordeling van de huidige situatie leidt. Naast actualisatie op basis van recente data en monitoringgegevens van de diverse kernwaarden is ook Weesp nader in beeld gebracht, zodat ook hier volwaardig de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in beeld is. De informatie omtrent de huidige situatie wordt na ter inzage legging, maar voor vaststelling van de actualisatie toegevoegd aan deze Aanvulling.
blad 10 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam
3.
Impact van de wijzigingen door de actualisatie
3.1
Methodologie bij het bepalen van de impact op de fysieke leefomgeving van de wijzigingen De hoofdvraag van het milieuonderzoek bij de actualisatie is als volgt: “In hoeverre is sprake van aanvullende of significant andere effecten door de actualisatie van de OVA (2021) en de gemeentelijke fusie met Weesp ten opzichte van het OER bij de OVA (2021)? ” Om deze hoofdvraag te beantwoorden wordt onderstaande methodiek gevolgd: De gehanteerde methode volgt op hoofdlijnen de werkwijze van inductief redeneren. Dit wil zeggen dat aan de hand van de data (de wijzigingen in de omgevingsvisie) een patroon ontdekt wordt aan wijzigingen in de fysieke leefomgeving. Dit volgt de trits van ‘data verzamelen’-> ‘patroon herleiden’ -> ‘hypothese formuleren (generaliseren)’. De methode volgt dan ook deze drietrap. 1. Data verzamelen. Het onderdeel data verzamelen bestaat uit het bij elkaar plaatsen van alle wijzigingen ten opzichte van de omgevingsvisie uit 2021. Dit omvat de ‘was-wordt-lijst’ die de gemeente opgesteld heeft. Deze gaat over zowel de OVA (2021) als de Omgevingsvisie Weesp 2050 (ook uit 2021). Voor alle wijzigingen is een eerste inschatting van het effect opgesteld door met een vierpuntschaal de omvang van het effect te duiden. Hierbij is onderstaande waarderingsschaal gebruikt:
Impact van de wijzigingen (links weinig milieueffecten – rechts (zeer) significante milieueffecten)
2. Patroon herleiden Op basis van het aantal donkerblauwe vensters wordt bepaald welke thema’s relevante wijzigingen bevatten ten opzichte van OVA (2021) of Omgevingsvisie Weesp 2021. Deze thema’s worden vervolgens in paragraaf 3.4 aangestipt. 3. Generaliseren Vervolgens wordt voor alle thema’s die impact hebben opnieuw naar de kernwaarden uit het beoordelingskader van het OER bij de OVA (2021) gekeken. Voor alle kernwaarden wordt bepaald of er, op basis van de wijzigingen, relevante wijzigingen op zijn getreden. Deze beschouwing is opgenomen in hoofdstuk 4.
3.2
Overzicht van wijzigingen met bijbehorende impact In onderstaande tabel is aan de hand van alle concrete wijzigingen in de Omgevingsvisietekst beoordeeld of en zo ja, in hoeverre er sprake is van een relevant effect. In de linkerkolom staat de tekst zoals die opgenomen was in de omgevingsvisie (2021). In de middelste kolom is de herziene tekst opgenomen, en in de derde kolom de inschatting van de mogelijke impact op de fysieke leefomgeving. De aanvulling op het OER en de actualisatie van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 zijn gelijktijdig en in samenhang tot stand gekomen. Tijdens de actualisatie van de Omgevingsvisie is de term stad (waarmee in de oorspronkelijke omgevingsvisie de gehele gemeente Amsterdam werd bedoeld) systematisch aangepast naar gemeente of Amsterdam als gevolg van de fusie met Weesp. Deze wijziging is ook vastgelegd in het bij de geactualiseerde Omgevingsvisie behorende was/wordt-document. In het OER is deze aanpassing in enkele cellen van de effectbeoordeling niet doorgevoerd. Dit komt doordat de beoordeling al had plaatsgevonden vóór de wijziging, en er vanwege de strakke planning geen gelegenheid meer was dit te corrigeren. Wij verzoeken u daarom in de effectbeoordeling de term stad te lezen als een verwijzing naar de gemeente Amsterdam.
blad 11 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam Was
Wordt
Mogelijke impact op fysieke leefomgeving
De grootste uitdaging is de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen en een minder verspillende manier van leven. De inrichting van stad en regio gaat wezenlijk veranderen. Deze plannen staan deels al op de rol, een ander deel is nieuw. In de omgevingsvisie staat vooral de samenhang centraal en het kiezen van een koers naar 2050.
De grootste veranderingen worden de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen, bestendigheid tegen een veranderend klimaat, en een minder verspillende manier van leven. Deze plannen staan deels al op de rol, een ander deel is nieuw. In de omgevingsvisie staat vooral de samenhang centraal en het kiezen van een koers naar 2050.
In het landschap rond de stad maken we ruimte voor windmolens.
In het landschap rond de stad en in de haven maken we ruimte voor windmolens.
We hebben een drieledig doel: ruimte, schonere lucht en gezonder bewegen.
We hebben vier doelen: ruimte, schonere lucht, gezonder bewegen, en een toegankelijker stad voor iedereen.
• Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Behoud van productieve bedrijvigheid in Amsterdam. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. Verduurzaming van de haven.
• Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Behoud van productieve bedrijvigheid in Amsterdam. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. Verduurzaming van de haven. Rekening houden met klimaatverandering, het water- en het bodemsysteem
Impact van klimaatverandering en -adaptatie op de fysieke leefomgeving
In de circulaire stad is meer ruimte nodig voor energievoorziening en afvalverwerking. Dit betekent een extra ruimtevrager waar we in de verdichtende stad rekening mee moeten houden. Het opwaarderen van grondstoffen, lokale productie, het opslaan van energie vraagt om milieuruimte. Dat betekent dat mengen van deze activiteiten met wonen en werken niet vanzelfsprekend is
In een circulaire gemeente hebben bedrijven voldoende hoge milieuruimte nodig voor circulaire activiteiten en een aansluiting op infrastructuurnetwerken voor aanvoer, retourstromen en afvoer. Een circulaire economie heeft baat bij beschikbaarheid van aan water gelegen bedrijventerreinen die transport over water faciliteren. Diverse circulaire activiteiten gaan gepaard met transport van grote en zware materialen en goederen. Denk aan afvalverwerkende bedrijven, reparatie en revisie van grote apparaten, recycling en circulaire bouwactiviteiten. Dat betekent dat mengen van deze activiteiten met wonen en werken niet vanzelfsprekend is en dat we zuinig dienen om te springen met de hoge milieuruimte (aan het water) die er nog is.
Grotere impact circulariteit (specifiek aan het water)
Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie hebben we gesprekken gevoerd met verschillende groepen in de stad: bewoners, ondernemers, jong en oud, geboren Amsterdammers en nieuwe Amsterdammers. In de zeven stadsdelen van Amsterdam hebben zeven verhalenvangers korte verhalen verzameld over wat mensen in de toekomst nodig hebben. In alle gesprekken kwamen gedeelde waarden over de inclusieve, duurzame en verbonden stad naar voren. Een stad met ruimte voor verschillende gemeenschappen, waar mensen zich thuis kunnen voelen, een toekomst kunnen opbouwen en waar ze zeggenschap hebben over hun eigen leefomgeving. De ideeën en visies vanuit de stad hebben een grote bijdrage geleverd aan de inhoud van deze omgevingsvisie. Een aantal uitspraken zijn letterlijk in de vorm van quotes in deze visie opgenomen. Stuk voor stuk laten de quotes zien wat nodig is en waarom. Een
Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie hebben we gesprekken gevoerd met verschillende groepen in de stad: bewoners, ondernemers, jong en oud, geboren Amsterdammers en nieuwe Amsterdammers. In de zeven stadsdelen van Amsterdam hebben zeven verhalenvangers korte verhalen verzameld over wat mensen in de toekomst nodig hebben.
Toevoeging Weesp
Nadere detaillering Programma windenergie
Na de fusie van Weesp met Amsterdam is Weesp in 2025 onderdeel gemaakt van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Weesp had tot 2025 haar eigen omgevingsvisie. Het verhaal van Weesp is zorgvuldig onderdeel gemaakt van het verhaal voor de gemeente Amsterdam. De opbrengst van de gesprekken in de stadsdelen en het harmoniseren van de Omgevingsvisie Weesp 2050 met die van Amsterdam vinden hun weerslag in de delen WAAR, WAT en HOE. Soms zijn ze concreet te herkennen en soms zijn ze
blad 12 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam groot aantal van de ideeën vindt zijn weerslag in de delen WAAR, WAT en HOE. Soms zijn ze concreet te herkennen en soms zijn ze abstracter verwoord, vanwege de schaal van de omgevingsvisie. Dit zijn de belangrijkste thema’s van de stad, voor de stad:
abstracter verwoord, vanwege de schaal van de omgevingsvisie. Dit zijn de belangrijkste thema’s van de stad, voor de stad:
Voor de deels nog onbekende ruimtevraag voor energie en circulariteit reserveren we voldoende milieuruimte in het havengebied buiten de A10. Het zijn twee nieuwe sectoren waar Amsterdam zich mee kan onderscheiden.
Voor de deels nog onbekende ruimtevraag voor energie en circulariteit reserveren we voldoende hoge milieuruimte in het havengebied buiten de A10. Amsterdam kan zich onderscheiden op het gebied van energie en circulariteit, bijvoorbeeld in sectoren zoals hoogwaardige recycling, waterstof, biochemie en (retour)- logistiek.
Amsterdam in het antropoceen De invloed van de mensheid op de planeet neemt steeds verder toe. De in Amsterdam geboren Nobelprijswinnaar Paul Crutzen opperde als eerste de term ‘antropoceen’. De invloed van de mens is vergelijkbaar met een geologische kracht en de effecten van onze soort op de planeet zullen over honderdduizenden jaren nog voelbaar zijn. De aantasting van het milieu heeft een steeds directer en doordringender effect op onze leefomgeving. De coronacrisis maakt dat duidelijk. Een besmettelijk virus springt op een markt over van dier op mens en in enkele maanden tijd wordt de hele wereld er door geraakt. De klimaatcrisis verloopt langzamer, maar is bedreigender en fundamenteler. Amsterdam ligt op een kwetsbare plek. Zeespiegelstijging, droogte en extreme neerslag en een dalende bodem bedreigen op langere termijn de bewoonbaarheid van heel laag Nederland.
Amsterdam in het Antropoceen De invloed van de mens op de planeet is vergelijkbaar met een geologische kracht. Volgens de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen leven we daarom niet langer in het Holoceen, maar in het tijdperk gekenmerkt door de mens: het Antropoceen. De mens veroorzaakt meetbare overschrijdingen van wetenschappelijk vastgestelde planetaire grenzen, de voorwaarden die de planeet stelt aan veilig kunnen leven door mens en dier. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 streeft naar een groei binnen deze grenzen.
Lokaal zijn de effecten van klimaatverandering al voelbaar: Nederland maakte in 2020 alweer een ongebruikelijk lange hittegolf mee, grote delen van ons land kampen met structurele droogte en extreem weer trekt een zware wissel op de leefbaarheid van dichtbebouwde steden. Er is terecht reden tot grote zorg en somberheid. De doelstelling de opwarming van de aarde tot 1,5 graad te beperken raakt steeds verder buiten beeld. Wellicht bereiken we het moment van 1,5 graad opwarming al vlak na 2030 en van 2 graden nog voor 2050. Dat is nog binnen de horizon van deze omgevingsvisie. Het overschrijden van de tweegradengrens zal leiden tot onbeheersbare wereldwijde klimaatproblemen, zoals hitte, droogte, overstromingen, misoogsten, en klimaatvluchtelingen.
Met name klimaatverandering heeft fundamentele en kostbare gevolgen. De gemeente Amsterdam ligt op een kwetsbare plek. Zeespiegelstijging, droogte, extreme neerslag en een dalende bodem bedreigen op langere termijn de bewoonbaarheid van heel laag Nederland. Sinds 2020 heeft Nederland te maken gehad met stijgende temperaturen en vaker voorkomende en intensere hittegolven, een toename van droogte en verzilting die ecosystemen en landbouw bedreigt, en zware regenval die tot risicovolle situaties leidde. Het KNMI verwacht tot 2100 nattere winters, vaker extreme regenval, en zomers die droger en (tropisch) heter worden met meer piekbuien. Deze ervaring en verwachting zetten de gemeente ertoe aan te investeren in een klimaatbestendige zeroemissiegemeente. Er is terecht reden tot grote zorg. De doelstelling om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden Celsius te beperken is nagenoeg buiten beeld. Het Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering (IPCC) verwacht met de huidige koers een jaargemiddelde van 2 graden warmer tegen 2040, wat nog ruim binnen de horizon van deze omgevingsvisie ligt.
Grotere impact klimaatverandering
Ruimte voor duurzaamheid Amsterdam zet vol in op de transitie naar schone energie en een circulaire economie. Dit zal binnen en buiten de stad ruimtelijke impact hebben. Energieopwekking krijgt deels een plek in het landschap rond de stad en op de daken in bestaande buurten. Schone energie vraagt om nieuwe infrastructuur. Die moet in bestaande en nieuwe buurten en in de ondergrond ingepast
Ruimte voor duurzaamheid Amsterdam zet vol in op de transitie naar schone energie, klimaatbestendigheid en een circulaire economie. Dit zal binnen en buiten de gemeente ruimtelijke impact hebben. Klimaatadaptatie vraagt om plek voor waterberging en -afvoer, en verkoeling. Energieopwekking krijgt deels een plek in het landschap en op daken in bestaande buurten.
Impact warmtenetten
blad 13 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam worden. Omdat de techniek nog sterk in ontwikkeling is, weten we niet met zekerheid met welke ruimtevraag we tot 2050 rekening moeten houden. Dat betekent niet dat we helemaal in het duister tasten. Voor bijvoorbeeld warmtenetten en uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk hebben we de ruimtevraag goed in beeld. We kunnen die ook inpassen, al vraagt dat wel om het maken van keuzes. Verder is het vooral een zaak van het reserveren van voldoende ruimte. Dat geldt meer bepaald voor de circulaire economie. De haven is al gestart met de transitie tot draaischijf in de circulaire economie.
Schone energie vraagt om nieuwe infrastructuur. Die moet in bestaande en nieuwe buurten en in de ondergrond ingepast worden. Voor warmtenetten en uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk hebben we de ruimtevraag goed in beeld. Verder is het vooral een zaak van het reserveren van voldoende ruimte, zonder dat dit wordt afgewenteld op bijvoorbeeld groen en water. Dat geldt vooral voor de circulaire economie, waarin de haven draaischijf wordt.
Duurzaam zijn betekent ook dat we ons voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. De zeespiegel stijgt en het weer wordt onvoorspelbaarder en extremer. Amsterdam ligt op een kwetsbare plek, met een slappe bodem en hoge kosten voor het in stand houden van de stad. Denk alleen al aan de kades en bruggen. Dit brengt voor onze stad extra grote uitdagingen met zich mee bij het tegengaan van wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte. Deze opgave heeft ook gevolgen voor hoe we met het landschap omgaan. We willen bodemdaling tegengaan en zullen en ons waterbeheer en de landbouw hierop aan moeten passen.
Duurzaam zijn betekent ook dat we ons voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. De zeespiegel stijgt en het weer wordt onvoorspelbaarder en extremer. Amsterdam ligt op een kwetsbare plek, met een slappe bodem en hoge kosten voor het in stand houden van wat we hebben. Denk alleen al aan de kades en bruggen. Dit brengt extra grote uitdagingen met zich mee bij het tegengaan van wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte. Dat heeft ook gevolgen voor hoe we met het landschap omgaan. We willen bodemdaling en verzilting tegengaan en zullen ons waterbeheer en de landbouw hierop moeten aanpassen.
Meer Amsterdammers zullen de schaarse ruimte met elkaar delen. En die gedeelde ruimte moet groener worden. Om verschillende redenen is er behoefte aan meer en beter groen in de stad. Groen als ontmoetingsruimte en als ruimte om in te sporten en te bewegen, voor de biodiversiteit en voor een goede omgang met de gevolgen van klimaatverandering. Dit is ook een van de redenen waarom Amsterdam ruimte wil bieden aan groei: om de waardevolle landschappen te ontzien. Maar het gevolg is wel dat de druk op de groene ruimte juist binnen de stadsgrenzen hoger wordt. Het creëren van nieuwe parken en het vergroten van de kwaliteit en de gebruiksmogelijkheden van bestaande groengebieden voor alle Amsterdammers is daarom een grote opgave. Deze opgave kan gekoppeld worden aan de mobiliteitstransitie, omdat er mede door duurzaam en ruimteefficiënt vervoer kansen ontstaan voor een andere inrichting van wegen, straten en pleinen. Tegelijkertijd vragen ruige en stille groengebieden als de volkstuinparken om bescherming. Deze hebben een belangrijke ecologische functie en bieden de stedeling plek voor rust en ontspanning. Ten slotte ligt er de enorme opgave om de stad goed te beheren. Dat gaat deels over onderhoud, maar ook over de zeer kostbare aanpak van kades en bruggen.
Meer Amsterdammers zullen de schaarse ruimte met elkaar delen. En die gedeelde ruimte moet groener en blauwer worden. Om verschillende redenen is er behoefte aan meer en beter groen en blauw in de gemeente. Groen als ontmoetingsruimte en als ruimte om in te sporten en te bewegen, voor de biodiversiteit en voor een goede omgang met de gevolgen van klimaatverandering. Water heeft veel vergelijkbare functies en werkt verkoelend in tijden van hitte. Dit is ook een van de redenen waarom Amsterdam ruimte wil bieden aan groei: om de waardevolle landschappen te ontzien. Maar het gevolg is wel dat de druk op de groene en blauwe ruimte juist binnen de gemeentegrenzen hoger wordt. Het creëren van nieuwe parken en het vergroten van de kwaliteit en de gebruiksmogelijkheden van bestaande groengebieden voor alle Amsterdammers is daarom een grote opgave. Deze opgave kan gekoppeld worden aan de mobiliteitstransitie, omdat er mede door duurzaam en ruimte-efficiënt vervoer kansen ontstaan voor een andere inrichting van wegen, straten, pleinen en ruimte op het water. Tegelijkertijd vragen ruige en stille groengebieden als de volkstuinparken om bescherming. Deze hebben een belangrijke ecologische functie en bieden bewoners plek voor rust en ontspanning. Ten slotte ligt er de enorme opgave om de gemeente goed te beheren.
Dat gaat deels over onderhoud, maar ook over de zeer kostbare aanpak van kades en bruggen.
Groeien binnen grenzen betekent dat Amsterdam de ecologische voetafdruk wil beperken. Compacte verstedelijking is daar een belangrijk middel voor. Compact betekent immers dat landschappen buiten de stad open kunnen blijven, dat reisafstanden kort zijn en we efficiënt omgaan met infrastructuur en voorzieningen. Amsterdam maakt tot 2050 binnen de huidige stadsgrenzen ruimte voor
Groeien binnen grenzen betekent dat Amsterdam de ecologische voetafdruk wil beperken. Compacte verstedelijking is daar een belangrijk middel voor. Compact betekent immers dat landschappen buiten de stad open kunnen blijven, dat reisafstanden kort zijn en we efficiënt omgaan met infrastructuur, energie en voorzieningen. Amsterdam maakt tot 2050 binnen de huidige stadsgrenzen ruimte voor minimaal 150.000
blad 14 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam minimaal 150.000 woningen voor 250.000 Amsterdammers, in met werken en voorzieningen gemengde buurten. Deze groei zetten we in om de sociale kwaliteit van de bestaande stad te vergroten en onze duurzaamheidsdoelstellingen te halen. Groeien binnen grenzen geeft daarmee mede invulling aan de donut-stad, met een stevig sociaal fundament en het minimaliseren van het fysieke ruimtebeslag van de stad, van gebruik van grondstoffen en van de bijdrage aan klimaatverandering.
woningen voor 250.000 Amsterdammers, in met werken en voorzieningen gemengde buurten. Met deze groei vergroten we tevens de kwaliteit van de bestaande stad. Groeien binnen grenzen geeft daarmee mede invulling aan de donut-stad, met een stevig sociaal en klimaatbestendig fundament en het minimaliseren van het fysieke ruimtebeslag van de stad, van gebruik van grondstoffen en van de bijdrage aan klimaatverandering.
Nabijheid is daarvoor van groot belang.
Nabijheid en toegankelijkheid zijn daarvoor van groot belang. Naast de scheggen is er aandacht voor het landschap rond Weesp. Het gebied rond Weesp omvat de Vechtstreek, met onder andere de Keverdijksepolder, die wordt gekenmerkt door stuifduintjes, en de Heijntjesrak- en Broekerpolder. Verder naar het oosten bevinden zich meren en lage veenplassen, gevolgd door de hogere zandgronden van ’t Gooi. Aan de noordzijde liggen de Bloemendalerpolder en Gemeenschapspolder en in het zuiden de Aetsveldse polder. In de Bloemendalerpolder wordt de komende periode het natuurcompensatiegebied ’t Breedland aangelegd. De grenzen van Weesp worden bepaald door het Amsterdam-Rijnkanaal, de Vecht en omliggende polders, waarvan een deel, zoals de Aetsveldse polder, als aardkundig monument is aangewezen
Bestendiging van aandacht voor landschap.
tweede stadsbos
5e Amsterdamse Stadsbos
Keuzes in de openbare ruimte blijven nodig. Beter groen betekent soms minder groen oppervlak. Sociale veiligheid speelt hierbij een rol.
Keuzes in de openbare ruimte blijven nodig.
Zowel boven- als ondergronds zal er vaak onvoldoende ruimte zijn om alles een plek te geven.
Zowel boven- als ondergronds zal er vaak onvoldoende ruimte zijn om alles eenvoudig een plek te geven.
Met kleinere milieucontouren en minder hinder.
Met minder vluchten en dus minder hinder.
Voldoende groen in de buurt, in de openbare ruimte en goede verbindingen met het landschap en het water zorgen voor een leefbare en klimaatbestendige stad
Voldoende groen in de buurt, in de openbare ruimte en goede verbindingen met het landschap en het water dragen bij aan een leefbare en klimaatbestendige stad.
De netwerken voor verkeer en vervoer, water en het netwerk van stadsstraten en stadslanen zullen in de vorm van ruimtelijke reserveringen, samen met de hoofdgroenstructuur, onderdeel worden van ruimtelijke planvorming in projecten en het stadsbrede omgevingsplan.
Tekst geschrapt.
Robuust energie- en warmtesysteem De ruimtevraag van het klimaatneutraal maken van de stad is deels nog een grote onbekende. Binnen de gemeentegrenzen geven we de voorkeursgebieden voor windenergie aan. Daarnaast kunnen datacenters bronnen van warmte zijn. De haven krijgt een belangrijke rol in de opwek en opslag van duurzame energie.
Robuust elektriciteits- en warmtesysteem Binnen de gemeentegrenzen geven we de aangewezen gebieden voor windenergie uit het programma windenergie Amsterdam aan. Ook warmtebronnen gaan op diverse plekken in de stad ruimte innemen, zoals bij geothermie, het gebruiken van datacenter restwarmte of installaties voor piekcapaciteit. De haven krijgt een belangrijke rol in de opwek en opslag van duurzame energie.
Impact warmtenetten en Programma Windenergie
De ontwikkeling van het toekomstig openbaarvervoernetwerk is onderdeel van een regionale schaalsprong en draagt ook in hoge mate bij aan het verbeteren van de nationale bereikbaarheid. De ambities van Amsterdam tot 2050 bouwen voort op bestaande afspraken
In de stad en regio van 2050 speelt het OV een duale rol. Enerzijds is een schaalsprong nodig om een groei in OV-gebruik van circa 40%-50% te faciliteren, met regionale toegangs- en overstappoorten, nieuwe verbindingen en - waar dat in de omgeving past - frequentieverhogingen
Grotere focus OV, inclusief fiets- en loopbereikbaarheid
Kleinere impact Schiphol
blad 15 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam binnen de MRA en met het Rijk. Daar waar ze verder gaan dan de bestaande afspraken, zijn het denkrichtingen en voorzetten voor een gesprek.
op bestaande hoofdverbindingen. Tegelijk vereist een leefbare, autoluwe stad fijnmazigheid en directheid in het lijnennet. Amsterdammers en bezoekers zullen in 2050 afhankelijker zijn van het openbaar vervoer, ouderen en mensen met een beperking des te meer. Het gaat dan om bezoek aan ziekenhuizen en gezondheidscentra, mantelzorg en sociaal-recreatieve bestemmingen. Dit vraagt om OV dat diep doordringt tot in de Amsterdamse wijken. De ambities van Amsterdam tot 2050 bouwen voort op bestaande afspraken binnen de MRA en met het Rijk. Daar waar ze verder gaan, zijn het denkrichtingen en voorzetten voor een gesprek.
3. Dragend openbaar vervoer: Het tram- en busnet voor de verbinding en ontsluiting van wijken en buurten. 4. Onderliggend openbaar vervoer: a. Aanvullend net van tram- en buslijnen voor ontsluiting van buurten. b. Aanvullend net van vraagafhankelijke (MaaS-)diensten voor ontsluiting van dunbevolkte buurten en vervoer op maat.
3. Verbindend openbaar vervoer: Het tram- en busnet voor de verbinding en ontsluiting van wijken en buurten. 4. Ontsluitend OV: a. Aanvullend net van tram- en buslijnen voor ontsluiting van buurten. b. Aanvullend net van vraagafhankelijke (MaaS)diensten voor ontsluiting van dunbevolkte buurten en vervoer op maat.
Veel van het openbaarvervoernetwerk is al aanwezig. In de periode tot 2050 stellen we voor het bestaande netwerk te versterken of om te bouwen in aansluiting op de bovenstaande hiërarchie. Verder stellen we voor het systeem (afhankelijk van het ontwikkeltempo) geleidelijk uit te bouwen, veelal met dragend openbaar vervoer om gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken. Bij de systeemkeuzes bus-tram-metro is de omvang van de (verwachte) vervoervraag en stedelijke structuur leidend. De vervoervraag wordt uiteraard sterk bepaald door keuzes als dichtheden, functiemix en parkeerregimes.
In de periode tot 2050 stellen we voor het bestaande OV-netwerk te versterken of om te bouwen in aansluiting op de bovenstaande hiërarchie. Verder stellen we voor het systeem geleidelijk uit te bouwen, waarbij zowel hoogwaardig als fijnmazig OV nodig is om autoluwe, inclusieve gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken. Bij de systeemkeuzes bus-trammetro is de omvang van de (verwachte) vervoervraag en stedelijke structuur leidend. De combinatie van hoge dichtheden en een autoluwe stad zorgt voor een hoge vervoersvraag en maakt het vaak mogelijk om zowel hoogwaardig als ontsluitend OV aan te bieden. De (IC-)stations en grotere metrostations in de stad krijgen een belangrijke knooppuntfunctie en moeten daarop worden ingericht.
Vergroten van het aantal knooppunten, waardoor de stad op meerdere plekken goed bereikbaar is (o.a. via Zuid, Sloterdijk, CS, Bijlmer/ArenA, Muiderpoort, Lelylaan) en op termijn toevoegen regionale treinstations.
Het meer gelijkmatig verknopen van onderliggend OV op alle knooppunten in de stad in plaats van primair op Amsterdam Centraal, waardoor de stad op meerdere plekken goed bereikbaar is (o.a. via Zuid, Sloterdijk, CS, Bijlmer/ArenA, Muiderpoort, Lelylaan) en op termijn toevoegen regionale treinstations.
3.
4.
IJburg, Uithoorn, Noordelijke IJoevers/Zaanstad. • Uitbreiding hov-busnet/R-net: o Hov-verbinding Zaanstad; o Snelle busverbindingen met omliggende kernen, waarmee we met relatief lage kosten aanvullende betrouwbare, snelle en hoogfrequente verbindingen tussen stad en de rest van de regio creëren. Dragend openbaar vervoer • Verbeteren stedelijke verbindingen door ov over IJ-bruggen. • Nieuwe tram-/busverbindingen in Nieuw-West, Zuidoost/Oost en Noord om gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. • Optimaliseren
3.
4.
IJburg, Uithoorn, Noordelijke IJoevers/Zaanstad. • Uitbreiding hov-busnet/R-net: o Hov-verbinding Zaanstad; o Snelle busverbindingen met omliggende kernen, waarmee we met relatief lage kosten aanvullende betrouwbare, snelle en hoogfrequente verbindingen tussen stad en de rest van de regio creëren. o Verbeteren loop- en fietsroutes naar HOVnetwerk, creëren extra opgangen bij metrostations. Dragend openbaar vervoer • Verbeteren stedelijke verbindingen door ov over de Westbrug. • Nieuwe tram-/busverbindingen in Nieuw-West, Zuidoost/Oost en Noord om gebiedsontwikkeling mogelijk te
Grotere focus OV, inclusief fiets- en loopbereikbaarheid
blad 16 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam
5.
langzaamvervoernetwerk naar busen tramhaltes. Onderliggend openbaar vervoer • Aanvullende openbaarvervoerdiensten, eventueel op maat, waar bovenstaande transformaties (nog) niet te realiseren zijn. 5.
Kenniskwartieren Economische toegevoegde waarde komt in deze tijd steeds meer voort uit innovatie. Innovatie komt voort uit kennis- en ideeënontwikkeling die zeer goed gedijt in grote steden. De afgelopen jaren is een nieuw type werkmilieu ontstaan: innovatiedistricten of kenniskwartieren. Kenniskwartieren zijn werkgebieden in de stad waar kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie centraal staan. Een aantal kenniskwartieren in Amsterdam is ontstaan rond wetenschappelijke kennisinstellingen zoals de Knowledge Mile – rond UVA Roeterseiland en HVA Wibautstraat, Sciencepark bij de Bètafaculteit van de UVA, kenniskwartier Zuidas rond de VU, en het health & medical cluster in de Bijlmer rond het AUMC. In het verleden waren dit voornamelijk campuslocaties, maar ze ontwikkelen zich steeds meer als stedelijke gebieden waar interactie wordt bevorderd en ruimte is voor innovatieve bedrijven die academische kennisontwikkeling benutten voor nieuwe businessmodellen. Amsterdam heeft de ambitie de economische kracht van kenniskwartieren ruimtelijk te versterken, en werkt via de gebiedsontwikkeling aan twee nieuwe kenniskwartieren in Riekerpolder en op het Marineterrein, met o.a. veel ruimte voor interactie en talentontwikkeling. In kenniskwartieren is er ruimte voor werken, wonen en voorzieningen, en de ambitie is om de interactie te bevorderen.
Wel bieden ze, anders dan gemengde stadsbuurten, plek aan grote werkgebouwen, onderzoeks- en onderwijsinstellingen. Maar altijd in combinatie met kleinschaliger werkplekken en vrije ruimte voor experimenten. Veelal hebben de gebieden een ‘anchor’ (een groot kennisintensief bedrijf of instelling) en een netwerk van kleinschalige bedrijven eromheen. Vaak zijn dit start-ups en spin-offs. Dit stimuleert de concentratie en netwerkvorming. Ook hebben kenniskwartieren een bepaalde schaal nodig ten behoeve van uitwisseling, gedeelde voorzieningen en zichtbaarheid. In de RES 1.0 zijn de zoekgebieden verkleind en worden binnen die zoek- gebieden voorkeursgebieden aangewezen.
maken. Door de combinatie van verdichting, meerkernigheid en het toevoegen van OV en voorzieningen kan het aantal te bereiken voorzieningen binnen 15 minuten sterk toenemen. • Optimaliseren langzaamvervoernetwerk naar bus- en tramhaltes. Onderliggend openbaar vervoer • Aanvullende openbaarvervoerdiensten, eventueel op maat, waar bovenstaande transformaties (nog) niet te realiseren zijn. • Onderzoeken of fijnmazig, vraaggestuurd OV mogelijk is, overdag en/of in de nacht, waarbij slimme combinaties met andere vormen van vervoer worden gezocht (WMO, leerlingenververvoer).
Innovatiedistricten Onze samenleving staat voor grote uitdagingen die creatieve en innovatieve oplossingen vereisen. Innovatie biedt niet alleen economische waarde, maar ook brede maatschappelijke voordelen. Het ontstaat uit kennis- en ideeënontwikkeling, die floreert in grote steden. In dit kader zijn de afgelopen jaren innovatiedistricten ontstaan: stedelijke werkgebieden gericht op kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie. Amsterdam heeft negen innovatiedistricten aangewezen, elk in een ander ontwikkelstadium. Veel van deze districten zijn ontstaan rondom kennisinstellingen of clusters van innovatieve bedrijven. Waar ze voorheen vaak campussen waren, ontwikkelen ze zich tot stedelijke gebieden die interactie bevorderen en ruimte bieden aan innovatieve bedrijven die academische kennis vertalen naar nieuwe businessmodellen. Met de Strategie Innovatiedistricten Amsterdam stimuleert Amsterdam deze transformatie van campus naar innovatiedistrict. Deze districten zijn beter geïntegreerd in het stedelijk weefsel, met ruimte voor werken, wonen en voorzieningen. Anders dan reguliere stadsbuurten bieden ze plaats aan grote werkgebouwen en onderzoeks- of onderwijsinstellingen, gecombineerd met kleinschalige werkplekken en experimenteerruimte.
Ze hebben vaak een 'anchor' (een groot kennisintensief bedrijf of instelling) en een netwerk van start-ups en spin-offs, wat concentratie en samenwerking bevordert. Daarnaast vraagt een innovatiedistrict om voldoende schaalgrootte voor uitwisseling, gedeelde voorzieningen en zichtbaarheid. De strategie richt zich op de ontwikkeling van negen gebieden tot volwaardige innovatiedistricten.
In de RES 1.0 zijn de zoekgebieden verkleind en in het Programma Windenergie Amsterdam (PWA) zijn de definitieve zoekgebieden aangewezen.
Nadere detaillering Programma windenergie
blad 17 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam Zon, wind, datacenters en elektriciteit Voorkeursgebied windenergie op Amsterdams grondgebied: Op deze locaties zal de gemeente onder voorwaarden medewerking verlenen aan initiatiefnemers van windprojecten. Hier zal een integrale afweging gemaakt worden ten opzichte van andere functies en iedere plaatsing vraagt een zorgvuldige inpassing. De veiligheid en gezondheid van mens en natuur mogen hierdoor niet in het gedrang komen.
Zon, wind, datacenters en elektriciteit Aangewezen gebieden windenergie op Amsterdams grondgebied: In deze gebieden (vastgelegd in het Programma Windenergie Amsterdam – PWA) zal de gemeente onder voorwaarden medewerking verlenen aan initiatiefnemers van windprojecten. Hier zal een integrale afweging gemaakt worden ten opzichte van andere functies en iedere plaatsing vraagt een zorgvuldige inpassing. De veiligheid en gezondheid van mens en natuur mogen hierdoor niet in het gedrang komen.
Nadere detaillering Programma windenergie
Warmtebronnen De gemeente Amsterdam wil in 2040 helemaal aardgasvrij zijn. Daarbij vindt de gemeente het belangrijk dat het alternatief duurzaam is, de overstap betaalbaar en dat verschillende bronnen de benodigde warmte kunnen leveren. De stad wordt aardgasvrij met de duurzame warmte die er al is. Bovendien verkent de gemeente nieuwe warmtebronnen. Om te voorzien in de toekomstige warmtevraag en om de opwek hiervan te verduurzamen, moeten alternatieve bronnen ontwikkeld worden, zoals aardwarmte (geothermie), lagetemperatuurwarmte uit aquathermie en restwarmte uit datacenters. Er is niet één type warmtebron/techniek die kan voorzien in de toekomstige warmtevraag: er is een slimme combinatie van technieken nodig om te komen tot een optimale mix van betaalbaar, duurzaam en leveringszekerheid. Amsterdam heeft de grootste concentratie van datacenters in Europa. Dat betekent veel locaties, veel vermogen aan servers en dus veel restwarmte. Deze restwarmte kan in de toekomst een belangrijke rol spelen voor de Amsterdamse warmtevoorziening. Veel van de Amsterdamse datacenters zijn geclusterd in en rond Science Park Amsterdam, Haven-Stad, Schinkelkwartier en Amstel III (bedrijvenstrook). Rond die locaties is vaak ook grootschalige gebiedsontwikkeling mogelijk.
Warmtebronnen De gemeente Amsterdam wil in 2040 helemaal aardgasvrij zijn. Het is belangrijk dat het alternatief duurzaam is, dat de overstap betaalbaar is en dat verschillende bronnen de benodigde warmte kunnen leveren. Op dit moment worden de twee grote stadswarmtenetten (in eigendom van Westpoort Warmte en Vattenfall) voorzien van warmte van AEB (afvalverbranding) en Diemercentrale (aftapwarmte van gasgestookte elektriciteitscentrales). Deze twee bronnen zullen stap voor stap vervangen worden door andere bronnen. Ook voor de gebiedsontwikkeling is behoefte aan duurzame warmte. Om te voorzien in de toekomstige warmtevraag en om de opwek hiervan te verduurzamen, moeten alternatieve bronnen ontwikkeld worden, zoals aardwarmte (geothermie), aquathermie en restwarmte uit datacenters. Ook zijn er hulpwarmtecentrales nodig die kunnen bijspringen bij pieken in de warmtevraag. Er is niet één type warmtebron/techniek die kan voorzien in de toekomstige warmtevraag: er is een slimme combinatie van technieken nodig om te komen tot een optimale mix van betaalbaar, duurzaam en leveringszekerheid.
Impact door warmtenetten
In Deel I VISIE is uiteengezet hoe Amsterdam de groei van de stad en de metropoolregio wil aanwenden om een betere stad te worden en richting te geven aan transities en deze waar mogelijk te versnellen. De keuzes voor Meerkernige ontwikkeling, Groeien binnen grenzen, Duurzaam en gezond bewegen, Rigoureus vergroenen en Samen stadmaken vragen deels om nieuwe richtingen in het Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving. Dit deel biedt een overzicht van al het Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving en bevat voorstellen voor uitwerking en aanpassing daarvan. Daarmee vormt dit deel van de omgevingsvisie een samenhangende agenda voor vernieuwing en uitwerking. Het is geen vervanging van het bestaande beleid. Het Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving is grotendeels op orde en actueel. Sinds het vaststellen van de Structuurvisie Amsterdam 2040 is veel beleid in overeenstemming gebracht met het bouwen aan een intensief bebouwde en gemengde, compacte stad. Toch ontstaan er steeds weer spanningen en kansen tussen de verschillende beleidsthema’s. Een reden daarvoor is de doorgaande groei van de stad en de oplopende
In Deel I VISIE is uiteengezet hoe Amsterdam de groei van de stad en de metropoolregio wil aanwenden om een betere stad te worden en richting te geven aan transities en deze waar mogelijk te versnellen. De vijf strategische keuzes vragen deels om nieuwe richtingen in het Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving. Dit deel biedt een samenvattend overzicht van al het geldende Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving en bevat voorstellen voor uitwerking en ontwikkeling daarvan. Het Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving is de afgelopen jaren grotendeels in overeenstemming gebracht met de ambitie van een intensief bebouwde en gemengde, compacte stad. Toch ontstaan er steeds weer spanningen en kansen tussen de verschillende beleidsthema’s. Een reden daarvoor is de oplopende druk op de ruimte. Daarnaast vragen relatief nieuwe opgaven, zoals de energietransitie en circulaire economie, om een meer integrale benadering, die vaak lastig past bij de bestaande sectorale indeling in beleidsthema’s. Ook zijn er nieuwe inzichten, bijvoorbeeld over kansengelijkheid en ruimtelijke segregatie, die doorwerken in verschillende beleidsthema’s. Deze ontwikkelingen vragen om
blad 18 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam druk op de ruimte. Daarnaast vragen relatief nieuwe opgaven, zoals de energietransitie en circulaire economie, om een meer integrale benadering, die vaak lastig past bij de bestaande sectorale indeling in beleidsthema’s. Wat ook meespeelt, is dat er nieuwe inzichten zijn, bijvoorbeeld over kansengelijkheid en ruimtelijke segregatie, die doorwerken in verschillende beleidsthema’s. Deze ontwikkelingen vragen om uitwerking en aanpassing van beleid vanuit een integraal perspectief, maar ook om ruimtelijke keuzes op stedelijk niveau. In het Deel II WAAR wordt al een aantal keuzes op stedelijk niveau toegelicht en uitgewerkt in een ruimtelijk-programmatisch kader.
uitwerking en aanpassing van beleid vanuit een integraal perspectief, maar ook om ruimtelijke keuzes op stedelijk niveau. In het Deel II WAAR wordt al een aantal keuzes op stedelijk niveau toegelicht en uitgewerkt in een ruimtelijkprogrammatisch kader.
Amsterdam wil een inclusieve stad zijn. Een stad waar Amsterdammers en nieuwkomers zich kunnen thuis voelen en die kansen biedt om je te ontwikkelen.
Amsterdam wil een inclusieve stad zijn. Een stad waar Amsterdammers en nieuwkomers zich kunnen thuis voelen en die gelijke kansen biedt om je te ontwikkelen naar behoefte en talent.
Gemeentelijk ruimtelijk beleid kan inclusiviteit en kansengelijkheid niet rechtstreeks waarborgen. Daarvoor is het ook een te breed begrip. Die waarborging verloopt via tientallen vormen van sectoraal beleid, zoals onderwijsbeleid, woonbeleid dat sociale huur in alle stadsdelen beschermt, beleid voor de openbare ruimte, economisch beleid dat ruimte reserveert voor maakbedrijven en werk voor alle opleidingsniveaus, of sportbeleid dat regelt dat in de hele stad kan worden gesport. Deze en andere vormen van inclusief beleid zijn in deze omgevingsvisie terug te vinden in de betreffende hoofdstukken. Inclusieve doelstellingen worden vrijwel allemaal overgenomen in deze omgevingsvisie en hier en daar zelfs van een extra accent voorzien.
De invloed van gemeentelijk ruimtelijk beleid en ontwerp op inclusie en kansengelijkheid is begrensd, maar moet niet worden onderschat. Er zijn tientallen vormen van beleid die het verschil kunnen maken voor een gelijkwaardige en toegankelijke samenleving, zoals onderwijsbeleid, woonbeleid dat sociale huur in alle stadsdelen beschermt, beleid voor de openbare ruimte, mobiliteitsbeleid, economisch beleid dat ruimte reserveert voor maakbedrijven en werk voor alle opleidingsniveaus, of sportbeleid dat regelt dat in de hele stad kan worden gesport. Deze en andere vormen van inclusief beleid zijn in deze omgevingsvisie terug te vinden in de betreffende hoofdstukken.
Onder de naam Expeditie Vrije Ruimte introduceren we ook een breder programma voor broedplaatsen. Verspreid door de stad zijn talloze bijzondere culturele, sociale en groene plekken te vinden die zijn vormgegeven en worden beheerd door burgers en maatschappelijke organisaties:
Onder de naam Expeditie Vrije Ruimte is een breder programma voor broedplaatsen geïntroduceerd. Verspreid door de stad zijn talloze bijzondere culturele, sociale, groene en circulaire plekken te vinden die zijn vormgegeven en worden beheerd door burgers en maatschappelijke organisaties.
We willen bestaande vrije ruimte beschermen en nieuwe vrije ruimte beschikbaar stellen voor Amsterdammers, zowel in gebouwvorm als in de openbare ruimte.
We beschermen bestaande vrije ruimte en stellen nieuwe vrije ruimte beschikbaar voor Amsterdammers, zowel in gebouwen als in de openbare ruimte.
Er komt nog een pakket aan maatregelen en initiatieven voor vrije ruimte. Onderdeel hiervan is het voornemen om in Amsterdam ruimte te maken voor een grote experimentele woonwerkgemeenschap.
Er komt nog een pakket aan maatregelen en initiatieven voor vrije ruimte. Onderdeel hiervan is het voornemen om in Amsterdam ruimte te maken voor een permanente experimentele woonwerkgemeenschap.
Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar ze reflecteren en waar ze kunnen experimenteren. De kracht van deze vorm van ruimtegebruik is dat het initiatief bij burgers ligt, in de luwte van marktwerking en overheidsbeleid.
Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar ze reflecteren en waar ze kunnen experimenteren.
Als ordeningsprincipe helpt het streven naar “homogene straten in heterogene buurten”. Dat zijn dus diverse buurten met daarbinnen straten waarin mensen wonen met ongeveer dezelfde sociaal-economische status. Met dit niveau van menging wordt het negatieve buurteffect geminimaliseerd.
Als ordeningsprincipe helpt het streven naar “homogene blokken in heterogene buurten”. Dat zijn dus diverse buurten met daarbinnen woongebouwen waarin mensen wonen met ongeveer dezelfde sociaal-economische status. Met dit niveau van menging wordt het negatieve buurteffect geminimaliseerd.
blad 19 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam De meeste ruimtelijke consequenties voor de groei van de stad zijn vastgelegd in de in 2018 vastgestelde Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen.
De meeste ruimtelijke consequenties voor de groei van de stad zijn vastgelegd in de in 2024 geactualiseerde Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen.