CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. 21052024 Plan-m.e.r.-beoordeling GOP Nieuw-West.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 3 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West (GOP Nieuw-West) (VN2025-011070)13.303 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Plan-m.e.r.-beoordeling Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West

projectnummer 0489195.100 21 mei 2024

www.anteagroup.nl

Plan-m.e.r.-beoordeling Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West projectnummer 0489195.100 21 mei 2024

Opdrachtgever Gemeente Amsterdam Postbus 2602 1000 CP AMSTERDAM

datum 21 mei 2024

beschrijving Definitief

vrijgave drs. T. Artz

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Inhoudsopgave Samenvatting

5

1.

Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Programma Nieuw-West Aanleiding voor de plan-m.e.r.-beoordeling Inhoud van deze plan-m.e.r.-beoordeling Procedurestappen Relatie met het OER voor de Omgevingsvisie en het OER voor Schinkelkwartier Leeswijzer

6 6 7 8 8 9

2.

Nadere blik op de leefomgeving in Nieuw-West

10

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14 2.15 2.16

Inleiding Inclusief en betaalbaar Leefbaar Bereikbaar Milieukwaliteit sociaal fundament: geluid Milieukwaliteit sociaal fundament: geur en stof Milieukwaliteit sociaal fundament: luchtkwaliteit Gezond Veilig Klimaatbestendig Ruimtelijke kwaliteit Economisch vitaal Klimaatneutraal Natuurlijk Milieukwaliteit: ecologisch plafond Circulair

10 10 12 12 13 16 16 17 19 22 24 25 27 29 31 33

3.

Opgaven waar een nadere keuze voor onderzocht is

34

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Overzicht van opgaven waar een nadere keuze voor speelt Nadere keuze: Rigoureus vergroenen Nadere keuze: Duurzaam en gezond bewegen Nadere keuze: Groeien binnen grenzen en de meerkernige stad Nadere keuze: Zorgvuldige omgang met de bestaande stad

34 34 34 35 35

4.

Integrale toetsing Programma

37

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

Inleiding Inclusief en betaalbaar Leefbaar Bereikbaar Milieukwaliteit sociaal fundament: geluid Milieukwaliteit sociaal fundamant: geur en stof Milieukwaliteit sociaal fundament: luchtkwaliteit Gezond Veilig Klimaatbestendig Ruimtelijke kwaliteit Economisch vitaal Klimaatneutraal Natuurlijk Milieukwaliteit: ecologisch plafond

37 37 38 38 39 40 40 41 41 42 42 44 44 45 45

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

4.16

Circulair

46

5.

Conclusies en aanbevelingen

47

5.1 5.2 5.3

Samenvattende beoordeling Aanbevelingen Monitoring en evaluatie

47 47 47

blad 4 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Samenvatting Een gebiedsgericht omgevingsprogramma voor Nieuw-West De gemeente heeft in 2021 samen met bewoners en andere betrokkenen de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. In deze visie schetst de gemeente een beeld van de fysieke leefomgeving van de stad in 2050. Onder de nieuwe Omgevingswet zullen de grote lijnen van de Omgevingsvisie worden uitgewerkt in gebiedsgerichte en themagerichte programma’s. Met het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West (hierna: GOP NieuwWest) worden de stadsbrede ambities uitgewerkt en specifiek gemaakt voor stadsdeel Nieuw-West. In sommige gevallen leidt dat tot dilemma’s waar keuzes gemaakt dienen te worden. Deze dilemma’s vragen om keuzes op basis van een integrale en navolgbare afweging. Het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma formuleert een antwoord op deze vraagstukken. Plan-m.e.r. beoordeling bij het gebiedsprogramma Om weloverwogen ruimtelijke keuzes te maken voor het stadsdeel, is in kaart gebracht welke milieueffecten er te verwachten zijn bij de keuzes die gemaakt worden in het GOP Nieuw-West. Voor het GOP Nieuw-West geldt dat er een plan-m.e.r. beoordeling is uitgevoerd. Dit is een verkorte variant van een milieueffectrapportage, waarbij de verwachte milieueffecten van ruimtelijke keuzes zijn bepaald aan de hand van reeds beschikbare informatie.

Deze vorm van milieueffectenonderzoek volstaat, omdat het GOP Nieuw-West wel kaderstellend is voor ontwikkelingen in het stadsdeel, maar niet voor ontwikkelingen in de gemeente als geheel (zoals de Omgevingsvisie). De plan-m.e.r. beoordeling bestaat uit een analyse van de huidige staat van de leefomgevingsfoto en een beschouwing en beoordeling van de verwachte effecten van de keuzes die gemaakt worden in het GOP. Voor het beoordelen van het GOP Nieuw-West is gebruik gemaakt van hetzelfde beoordelingskader als voor de Omgevingsvisie van Amsterdam. De belangrijkste uitkomsten van deze beoordeling zijn opgenomen in deze samenvatting. Een volledig overzicht van de huidige staat van de leefomgeving en de verwachte effecten van het GOP is terug te vinden in de Plan-m.e.r.-beoordeling Programma Nieuw West. Conclusies en aanbevelingen De verwachte effecten van de in het GOP gemaakte keuzes zijn per aspect weergegeven in onderstaande tabel. Over het algemeen leiden de plannen in het gebiedsprogramma tot positieve effecten. De plannen leiden niet tot noemenswaardige negatieve effecten. Het opstellen van een plan-m.e.r. is in dit geval dan ook niet noodzakelijk. In het programma worden verschillende keuzes gemaakt die positief doorwerken op de verschillende thema’s, nl.

• Verduurzaming van het mobiliteitsbeeld: Dit zorgt voor meer ruimte voor overige functies, minder emissies, het tegengaan van vervoersarmoede en minder milieubelasting; • Inzet op groen: Dit zorgt voor een klimaatbestendige omgeving, meer verblijfsvriendelijke ruimte op straat en ecologische kwaliteit; • Woningbouw: Dit zorgt voor meer woonruimte in de stad en kan als vliegwiel dienen voor een verbetering voor de aanwezigheid van voorzieningen en verbetering van de leefbaarheid. Het voornaamste aandachtspunt is het aspect geluid. Door de plannen voor verdichting en het mengen van functies is de verwachting dat de geluidsproductie in het stadsdeel toeneemt. Deze effecten worden echter gemitigeerd door het autoluw maken van het stadsdeel. Geluidsoverlast van vliegverkeer is specifiek voor het Schinkelkwartier een punt van aandacht.

blad 5 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

1.

Inleiding

1.1

Programma Nieuw-West De gemeente heeft in 2021 samen met bewoners en andere betrokkenen de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. In deze visie schetst de gemeente een beeld van de fysieke leefomgeving van de stad in 2050. Onder de nieuwe Omgevingswet zullen de grote lijnen van de Omgevingsvisie worden uitgewerkt in gebiedsgerichte en themagerichte programma’s. Elk stadsdeel heeft daarmee een eigen vertaling van de Omgevingsvisie nodig. Met het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West (hierna: GOP Nieuw-West) worden de stadsbrede ambities uitgewerkt en specifiek gemaakt voor stadsdeel Nieuw-West. Gedurende dit proces worden opgaven voor de fysieke leefomgeving samengevoegd. In sommige gevallen leidt dat tot dilemma’s waar keuzes gemaakt dienen te worden. Deze dilemma’s vragen om keuzes op basis van een integrale en navolgbare afweging. Het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma formuleert een antwoord op deze vraagstukken met een brede waarden benadering.

1.2

Aanleiding voor de plan-m.e.r.-beoordeling In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen een zogenaamde m.e.r.-procedure te doorlopen en een milieueffectrapportage (MER) op te stellen. De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan of omgevingsvergunning. Onder de Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 in werking is getreden, is een m.e.r.-beoordeling verplicht voor alle plannen die kaderstellend zijn. Het GOP Nieuw-West is kaderstellend voor ontwikkelingen in het stadsdeel en dus zou een m.e.r. verplicht zijn. Dit is echter niet van toepassing, omdat het GOP Nieuw-West slechts kaderstellend is voor een beperkt gebied binnen de gemeente. Om deze reden volstaat het om een plan-m.e.r. beoordeling uit te voeren bij het GOP Nieuw-West. Deze plan-m.e.r.-beoordeling kan enerzijds aansluiten en voortborduren op hetgeen al in de OER bij de Omgevingsvisie is opgenomen en anderzijds ook als hulpmiddel voor de keuze bij de geformuleerde dilemma’s in het GOP Nieuw-West.

blad 6 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Verschil tussen m.e.r.-procedure en m.e.r.-beoordelingsprocedure M.e.r.-procedure Een m.e.r.-procedure geldt voor (grotere) activiteiten waar op voorhand belangrijke negatieve milieu-effecten worden verwacht. In een milieueffectrapport (MER) worden de effecten van de activiteit onderzocht en beoordeeld, wordt onderzocht of er alternatieven bestaan die op zelfde wijze aan het doel voldoen, maar mogelijk minder negatieve milieueffecten hebben en wordt onderzocht of er maatregelen mogelijk zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel te verminderen (mitigatie). De m.e.r.-procedure bestaat uit verschillende stappen en producten. De procedure is openbaar. Voorafgaand aan het MER wordt de gelegenheid gegeven om reactie te geven op wat in het MER moet worden onderzocht en op welke manier (reikwijdte en detailniveau). Na afronding van het MER mag een reactie worden gegeven over de volledigheid en juistheid van het MER. Ook wordt het MER getoetst door de onafhankelijke Commissie m.e.r. M.e.r.-beoordeling Bij een m.e.r.-beoordeling ligt het besluit of een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden niet bij wet vast, maar moet het bevoegd gezag dit besluiten. Dit op basis van een afweging of sprake is van te verwachten belangrijk negatieve milieueffecten.

Hiervoor wordt meestal een document opgesteld met een beschrijving van de activiteit, beschrijving van de locatie en de aanwezige milieuwaarden en een beschrijving van de verwachten milieueffecten. Dit meestal op basis van al beschikbare informatie, zonder uitgebreide aanvullende onderzoeken. Anders dan bij m.e.r. hoeft in een m.e.r.-beoordeling ook geen alternatievenonderzoek plaats te vinden. Onderzoek naar mitigatiemogelijkheden mag, maar hoeft niet. Anders dan bij m.e.r. kent de m.e.r.-beoordeling veel minder procedurele stappen en eisen. Er hoeft geen inspraak op en toets van de m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Een m.e.r.-beoordeling kent daarom een kortere doorlooptijd dan een m.e.r. Wel is er de vereiste om advies te vragen aan de minister voor Infrastructuur en Waterstaat, de minister voor Natuur en Stikstof en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (of een door hen aangewezen bestuursorgaan). Bovendien moeten bestuursorganen worden geraadpleegd die op grond van een wettelijk voorschrift adviseren over de besluiten die benodigd zijn voor de activiteiten waarop het plan betrekking heeft.

1.3

Inhoud van deze plan-m.e.r.-beoordeling De methodiek voor deze m.e.r.-beoordeling is als volgt opgebouwd: Inzicht in huidige situatie en referentiesituatie •Compacte actualisatie leefomgevingsfoto vanuit OER voor NieuwWest •Benoemen van andere alternatieven, aanvulend op de uiteindelijke keuzes die gemaakt zijn

Keuzes en impact •Impact van mogelijke keuzes op fysieke leefomgeving in beeld voor de diverse dilemma's •Impact van de ingrepen in het gebied op de fysieke leefomgeving

Beoordeling en aanbevelen •Beoordeling eindoncept GOP Nieuw-West •Aanbevelingen voor doorwerking in concrete projecten

Figuur 1-1: Schematische weergave van plan-m.e.r. beoordeling Nieuw-West

Stap 1 – Inzicht in de huidige situatie en referentiesituatie Om de effecten van het Programma Nieuw-West in kaart te brengen, is het belangrijk om eerst inzicht te krijgen in de huidige situatie en referentiesituatie van de fysieke leefomgeving in het gebied. Voor Nieuw-West is dat zowel in het Omgevingseffectrapport (OER) voor de Omgevingsvisie van Amsterdam als het Omgevingseffectrapport voor het Schinkelkwartier reeds gedaan. In dit rapport wordt deze informatie verder aangevuld en gespecificeerd naar stadsdeel Nieuw-West. In het bijzonder wordt ingegaan op de thema’s waarvoor dilemma’s gelden, zoals cultuurhistorie en mobiliteit.

blad 7 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Stap 2 – Keuzes en impact In het programma Nieuw-West liggen dilemma’s voor, waarbij een keuze gemaakt moet worden tussen verschillende alternatieven. De dilemma’s worden beschreven en de alternatieven worden toegelicht. De impact van de verschillende alternatieven wordt in kaart gebracht en afgewogen aan de hand van dashboards.

Stap 3 – Beoordelen en aanbevelen De laatste stap om te komen tot een plan-m.e.r.-beoordeling is een integrale beoordeling van het GOP. Dit wordt gedaan aan de hand van tekstuele beschouwingen (geen plussen en minnen), omdat bij een plan-m.e.r.beoordeling de vraag staat of er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Het rapport sluit af met aanbevelingen voor de vervolgbesluiten.

1.4

Procedurestappen In een plan-m.e.r.-beoordeling (artikel 16.36, lid 3 en 4 Omgevingswet) vindt toetsing plaats door het bevoegd gezag. Hierbij worden de milieueffecten in beeld gebracht van een plan of programma. Uit een plan-m.e.r.beoordeling kunnen twee conclusies volgen: Bij uitsluiting van aanzienlijke milieueffecten hoeft geen plan-m.e.r. opgesteld te worden; Als het niet mogelijk is uit te sluiten dat aanzienlijke milieueffecten optreden dient een plan-m.e.r. opgesteld te worden. De procedure stappen van een plan-m.e.r. zijn tweeledig: In stap 1 beoordeelt bevoegd gezag de effecten van een plan of programma of te bepalen of een planmilieueffectrapportage moet worden doorlopen; In stap 2 motiveert bevoegd gezag de keuze in het programma dat er geen plan-milieueffectrapportage nodig is (artikel 11.1, lid 1, Omgevingsbesluit). Tegen het m.e.r.-beoordelingsbesluit is geen bezwaar mogelijk (artikel 6:3 Awb) . Er is wel inspraak mogelijk op het plan waar het m.e.r.-beoordelingsbesluit bij hoort1.

1.5

Relatie met het OER voor de Omgevingsvisie en het OER voor Schinkelkwartier OER Omgevingsvisie 2050 Voor de Omgevingsvisie van Amsterdam 2 is een m.e.r.-procedure doorlopen die heeft geresulteerd in een Omgevingseffectrapportage (OER) die samen met de visie is vastgesteld door de gemeenteraad. In dit OER staan diverse zaken: • Staat van de leefomgeving in en om de stad voor de gehele fysieke leefomgeving in de huidige situatie en 2050 zonder toepassing van de Omgevingsvisie • Inzicht in alternatieve groeimodellen voor de stad • Beoordeling van de het voorkeursalternatief dat vastgelegd is in de Omgevingsvisie • Aanbevelingen en aanzet tot het monitoringsprogramma Denklijnen die in de Omgevingsvisie Amsterdam zijn onderzocht en uitgelegd vormen de basis van het programma Nieuw-West. Meerkernigheid vormt een concept dat in de Omgevingsvisie onderzocht is en dat nu in stadsdeel Nieuw-West verder wordt uitgewerkt. Zo geeft het gebiedsgericht omgevingsprogramma Nieuw-West een meer lokale uitwerking van principes uit de omgevingsvisie. Daarmee bouwt ook de plan-m.e.r. beoordeling voor het programma voort op inzichten die zijn opgedaan in het OER Omgevingsvisie 2050. OER Schinkelkwartier Schinkelkwartier ligt binnen stadsdeel Nieuw-West.

Het MER dat opgesteld is voor de projectnota Schinkelkwartier bevat daarmee waardevolle informatie over verschillende thema’s die spelen in stadsdeel Nieuw-West. Deze informatie over de huidige en referentiesituatie én de mogelijke effecten geven inzichten die op een grotere schaal in het stadsdeel ook kunnen spelen.

1

IPLO (n.d.) Plan-mer-beoordeling link

2

De omgevingsvisies van Amsterdam en Weesp zijn geschreven in 2021, toen Weesp nog een zelfstandige gemeente was. De twee gemeentes hebben voor het opstellen van de omgevingsvisie verschillende trajecten doorlopen. Voor de omgevingsvisie van Amsterdam is wel een OER opgesteld; de gemeente Weesp heeft ervoor gekozen dit niet te doen.

blad 8 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

1.6

Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd: • In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van de huidige staat van de fysieke leefomgeving in stadsdeel Nieuw-West. Dit wordt gedaan aan de hand van de thema’s en aspecten uit de Omgevingsvisie van Amsterdam. • In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de dilemma’s uit het GOP Nieuw-West en welke keuzes de gemeente gemaakt heeft als antwoord op deze dilemma’s. • Hoofdstuk 4 is een beschouwing en beoordeling van de effecten van keuzes die gemaakt worden in het GOP. • Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen.

blad 9 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

2.

Nadere blik op de leefomgeving in Nieuw-West

2.1

Inleiding In het Omgevingseffectrapport bij de Omgevingsvisie van Amsterdam is aan de hand van de thema’s uit het beoordelingskader een beeld geschetst van de staat van de leefomgeving van Amsterdam. In dit hoofdstuk wordt deze beschrijving verder gespecificeerd voor het stadsdeel Nieuw-West. Trends en ontwikkelingen die in het gemeentebrede Omgevingseffectrapport voor het stadsdeel Nieuw-West naar voren zijn gekomen worden verder uitgediept.

2.2

Inclusief en betaalbaar Segregatie De huizenprijzen zijn in de afgelopen 20 jaar in de gemeente Amsterdam sterk gestegen. Onderstaande figuur toont hoe de huizenprijzen zich tussen 2003 en 2022 hebben ontwikkeld. De huizenprijzen liggen in de wijk Nieuw-West lager dan in andere stadsdelen, maar ook hier zijn de woningwaardes relatief hoog. De WOZ-waarde is tussen 2017 en 2023 gestegen van 208.833 euro naar 400.816 euro.

figuur 2-1: Woningwaarde in euro per m2 in 2003 (links) en in 2022 (rechts) (Bron: gemeente Amsterdam, 2022)

In Nieuw-West een groter aandeel van de woningvoorraad door corporaties wordt door woningcorporaties verhuurd. Het aandeel koopwoningen is relatief gelijk, in stadsdeel Nieuw-West betreft dit 28 procent van de totale woningvoorraad. In de gemeente Amsterdam is dit gemeentebreed 29 procent. Met name het aandeel particuliere huur ligt lager. In Nieuw-West is de beschikbaarheid en kwaliteit van primaire en secundaire voorzieningen lager dan in de rest van de stad. Tussen 2010 en 2022 is het aantal woningen in stadsdeel Nieuw-West toegenomen van ongeveer 62000 naar 73000 woningen. Hierbij is het aantal corporatie woningen relatief gelijk gebleven. Met name het aantal particuliere huurwoningen is toegenomen van ongeveer 9500 naar ongeveer 17500. De verschuiving van koop naar particuliere huur is in een aantal stadsdelen duidelijk te zien. Dit gaat om de stadsdelen Centrum, NieuwWest en Zuidoost. Verschuiving van eigendomssectoren komt natuurlijk niet alleen door wisseling van bewoners, ook door nieuwbouw. In Nieuw-West, waar een grote groei te zien is van particuliere huur, is ook veel huur bijgebouwd. Met name in het hoge huursegment zijn er woningen bijgekomen.

blad 10 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

figuur 2-2: Eigendomsverhouding woningen in stadsdeel Nieuw-West (Bron: Gemeente Amsterdam, 2023)

Ook op het vlak van milieubelasting kan segregatie spelen. Op dit moment zijn in stedelijke omgevingen de relatief arme gezinnen wonen op de plekken waarde milieubelasting hoog danwel het hoogste is. Nieuw-West is één van de stadsdelen met een hoge milieudruk en een relatief arme bevolking. Vervoersarmoede Risico op vervoersarmoede berust op verschillende factoren, zoals de nabijheid van bestemmingen, het inkomen van huishoudens, algemene kenmerken van huishoudens en vervoersmiddelen. Richtend op het deelaspect vervoersmiddelen scoort stadsdeel Nieuw-West gemiddeld. De OV-bereikbaarheid scoort in vergelijking met de auto matig. Daardoor bestaat er een relatief grote afhankelijkheid van de auto (zie ook paragraaf 2.4). Ontmoeten In de buitenruimte zijn verschillende plekken aanwezig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. In het zuiden van stadsdeel Nieuw-West ligt Park de Oeverlanden en centraal in het stadsdeel ligt het Sloterpark. Daarnaast liggen er verschillend overig recreatief groen in het stadsdeel.

figuur 2-3: Stadsparken en overig recreatief groen in stadsdeel Nieuw-West (Bron: Gemeente Amsterdam)

blad 11 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

2.3

Leefbaar Algemene leefbaarheid Bij leefbaarheid is naar data uit de Leefbaarometer gekeken (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), 2020). In stadsdeel Nieuw-West liggen verschillende gebieden die onvoldoende score op het vlak van leefbaarheid. De aspecten Woningvoorraad, Sociale Samenhang en Overlast en onveiligheid scoren voornamelijk negatief t.o.v. het gemiddelde van Nederland. Op het vlak van voorzieningen scoren deze gebieden, en de andere buurten in Nieuw-West, juist bovengemiddeld goed.

figuur 2-4: Leefbaarheid per buurt (Bron: Leefbaarometer,2020)

Uit de Leefbaarometer blijkt dat onveiligheid een belangrijke reden is waarom de score niet ‘goed’ is in plaats van ‘ruim voldoende’. Ook het Amsterdamse onderzoek blijkt hier een aandachtspunt te liggen, zie figuur 4-15. Ook hier scoren Nieuw-West, Zuidoost en delen van Noord matig tot onvoldoende. Op stedelijk niveau beoordeelt men de verwachte ontwikkeling van hun buurt met een 7,1, hetzelfde als in 2017. Vooral in stadsdelen NieuwWest, Noord, Centrum en Zuidoost vindt men wijken met een score voor verwachte ontwikkeling van de buurt onder het stedelijk gemiddelde.

2.4

Bereikbaar Betrouwbare reistijd De keuze voor een bepaald type vervoersmiddel is voor inwoners van stadsdeel Nieuw-West afhankelijk van twee factoren: de reistijd van verschillende vervoersmiddelen én de type bestemming. Op de langere afstanden vormt de auto een aantrekkelijk vervoersmiddel door de kortere reistijden. Alleen inwoners zonder auto zullen de auto pakken als de reistijd met het OV 2 keer zolang is. Bij het type bestemming is de overweging voornamelijk of er voldoende parkeerruimte aanwezig is én wat de kosten van parkeren zijn. Er bestaan grote verschillen in reistijden tussen de verschillende delen van stadsdeel Nieuw-West. Met name de OV-verbinding met Osdorpplein en Schiphol plaza laat relatief sterke verschillen zien in reistijd. tabel 2-1: Modaliteit en reistijd per deelgebied. Bron: Reistijden komen voort uit berekeningen via Googlemaps (geraadpleegd: 2020) buiten de spits, waarbij rekening is gehouden met verschillende locaties binnen deelgebied middels een bandbreedte. De OV-reistijd is inclusief

blad 12 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

looptijd naar halte, maar exclusief wachttijd. Reisrelaties waarbij het reistijdverschil tussen openbaar vervoer en auto gemiddeld circa factor 2 is, is oranje gekleurd. Bij circa factor 3 rood (Bron: Mobiliteitsplan Nieuw-West)

Modal shift Een groot aandeel van de reizigers vanuit Nieuw-West verplaatst zich naar de stadsdelen Centrum, West, Oost en Zuid. Een groot aandeel van de vervoersbewegingen vanuit Nieuw-West blijft binnen de gemeente Amsterdam. Daarnaast zijn er ook reigers die om verschillende redenen (zoals werk en onderwijs) naar andere gemeenten reizen. De Amsterdamse binnenstad en Schiphol zijn twee van de grote werkgevers voor inwoners van stadsdeel Nieuw-West. Vrijetijdsbestedingen, zoals winkelen en sporten, vormt één van de grootste redenen waarom inwoners zich verplaatsen.

figuur 2-5: Dagelijkse verplaatsingen in 2020 tussen Nieuw-West en omgeving per motief. Alle verplaatsingen in relatie tot vrije tijd zoals voor sport, winkelen en bezoek valt onder overig (Bron: Mobiliteitsplan Nieuw-West)

Bij voorkeur verplaatsen inwoners van stadsdeel Nieuw-West zich met de auto. Van alle verplaatsingen is 40 procent met de auto, 38 procent met de fiets en 22 procent met het openbaar vervoer. Wanneer inwoners van Nieuw West zich richting de Haarlemmermeer of Zuid-kennemerland verplaatsen ligt het aandeel reizigers met de auto hoger. Respectievelijk 70 en 86 procent van de verplaatsingen naar deze gemeenten is met de auto. Met verplaatsingen richting de binnenstad vormen de fiets en het openbaar vervoer juist elkaars concurrenten. Voor de korte afstanden is over het algemeen de fiets populairder dan het openbaar vervoer.

2.5

Milieukwaliteit sociaal fundament: geluid Mate van geluidhinder

blad 13 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Onderstaande figuren tonen verschillende bronnen van geluidsbelasting in stadsdeel Nieuw-West. Wegverkeer vormt een grote bron van geluid. Aan de randen van stadsdeel Nieuw-West lopen verschillende snelwegen, de A10, de A4 en de A5. Verkeer op deze wegen dragen sterk bij aan de geluidsbeleving in de buurt. Daarnaast zijn er ook enkele doorgaande wegen, zoals de Cornelis Lelylaan en de Burgemeester Roëllstraat. Ook langs verschillende spoortrajecten in het stadsdeel is de geluidbelasting verhoogd.

figuur 2-6: Wegverkeer (etmaal) (Bron: Amsterdam maps)

figuur 2-7: Railverkeer (etmaal) (Bron: Amsterdam maps)

In de Haarlemmermeerpolder ligt Schiphol. In het stadsdeel Nieuw-West liggen in het westen en in het noorden gebieden waar er sprake is van geluidbelasting als gevolg van luchtvaartgeluid.

blad 14 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

figuur 2-8: Luchtvaartgeluid (etmaal) (Bron: Amsterdam Maps)

In stadsdeel Nieuw-West ligt een deel van een groot gezoneerd industrieterrein. Het gaat om een onderdeel van het havengebied, Westpoort. Dit grote industrieterrein herbergt in hoofdzaak de havenindustrie van de stad. De bijbehorende geluidscontour van 50 dB ligt over forse delen van West en Nieuw-West.

figuur 2-9: Industriegeluid (etmaal) (Bron: Amsterdam maps)

In stadsdeel Nieuw-West ervaart 45 procent van de inwoners geluidsoverlast. Bronnen waar in vergelijking met het stedelijk gemiddelde veel overlast wordt ervaren is wegverkeer (langzamer dan 50 km/uur), vliegverkeer, Schiphol en motoren. Vliegverkeer en wegverkeer vormen ook een bron van ernstige slaapverstoring.

blad 15 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

tabel 2-2: Percentage Amsterdammers dat thuis ernstige geluidshinder ervaart per geluidsbron naar stadsdeel (%) (Bron: GGD Amsterdam)

Bron Wegverkeer > 50 km uur Wegverkeer < 50 km uur Treinverkeer Vliegverkeer Schiphol Brommers en scooters Motoren Buren Bedrijven en industrie (ver)bouwen, slopen en graven

2.6

Amsterdam 6 11 2 8 2 18 19 12 3 16

Nieuw-West 8 14 3 13 4 17 23 13 2 12

Milieukwaliteit sociaal fundament: geur en stof Geur en stof Geur- en stofhinder komen beperkt voor in de gemeente Amsterdam. In en nabij stadsdeel Nieuw-West is geen informatie beschikbaar over geur- en stofhinder.

2.7

Milieukwaliteit sociaal fundament: luchtkwaliteit NO2 De NO2 concentratie in stadsdeel Nieuw-West ligt overwegend tussen de 14 en 16 microgram per m3. Dit is hoger dan de WHO-advieswaarde. Met name rond grotere infrastructurele verbindingen is de NO2 concentratie verhoogd.

figuur 2-10: NO2 concentratie in stadsdeel Nieuw-West

PM10 De concentratie PM10 ligt in stadsdeel Nieuw-West overwegen tussen de 16 en 18 microgram/m3. Dit is boven de advieswaarde van de WHO, maar onder de EU-grenswaarde.

blad 16 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

figuur 2-11: Concentratie PM10 in stadsdeel Nieuw-West

PM2,5 De PM2,5 concentratie ligt in de wijk boven de advieswaarde van het WHO. Op geen enkele plek in Nederland wordt deze waarde behaald. Wel wordt voldaan aan de EU-grenswaarden.

figuur 2-12: PM2,5 concentratie in stadsdeel Nieuw-West

2.8

Gezond Gezond 73 procent van de inwoners van stadsdeel Nieuw-West ervaart de gezondheid als (zeer) goed. Dit is lager dan het gemiddelde van Amsterdam, 79 procent. Met name in de gebieden Geuzenveld/Slotermeer en Osdorp ervaren mensen hun gezondheid vaak niet als (zeer) goed. Respectievelijk 70 en 69 procent geeft aan hun gezondheid als (zeer) goed te ervaren. Laagopgeleiden, mensen zonder betaald werk en inwoners van nietwesterse herkomst (vooral vrouwen) bewegen minder dan gemiddeld. Op plekken waar deze mensen in hogere concentraties wonen is de score op

blad 17 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

bewegen dan ook significant slecht. Dit speelt onder andere in stadsdeel Nieuw-West. 47 procent van de inwoners van stadsdeel Nieuw-West beweegt voldoende en 50 procent sport wekelijks. Voor beide scores scoort het stadsdeel lager dan het gemiddelde voor Amsterdam, respectievelijk 57 en 59 procent. Er bestaan verschillen tussen verschillende deelgebieden. In gebied Slotervaart beweegt 55 procent voldoende, terwijl in de gebieden Geuzenveld/Slotermeer, Osdorp en De Aker/Nieuw-Sloten 44 procent voldoende beweegt. In de Aker/ NieuwSloten en Slotervaart sport respectievelijk 56 en 57 procent wekelijks, terwijl in Geuzenveld/Slotermeer en Osdorp respectievelijk 44 en 45 van de inwoners wekelijks sport. tabel 2-3: Leefgewoonte beweging (GGD Amsterdam)

Leefgewoonte

Amsterdam

Geuzenveld/Slotemeer

Osdorp

Slotervaart

44

De Aker/NieuwSloten 44

Beweegt voldoende Sport wekelijks

57

44

59

44

45

56

57

55

Ook overgewicht is een aspect waar stadsdeel Nieuw-West minder positief scoort dan het gemiddelde van Amsterdam. 51 procent van de inwoners van Nieuw-West heeft overgewicht. 18 procent van de inwoners heeft obesitas. Gemeentebreed ligt dit op respectievelijk 39 en 11 procent. In de gebieden Geuzenveld/Slotemeer, Osdorp, De Aker/Nieuw Sloten heeft een relatief groot aandeel van de inwoners te maken met overgewicht en/of obesitas. Als gekeken wordt naar de verdeling van het type voedselaanbod dan wordt in de stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West in verhouding tot het totale aanbod meer ‘heel erg ongezond’ voedsel (tussen 32,7% en 36,6%) aangeboden dan in andere stadsdelen. In beide stadsdelen kan relatief veel fastfood verkregen worden. Uit de cijfers blijkt een duidelijk positieve trend in het percentage kinderen met overgewicht. Zuidoost en NieuwWest zijn opnieuw de minst scorende stadsdelen. Ook in Noord kampt bijna 3 op 10 kinderen van 10 jaar oud met overgewicht. Positieve uitschieters zijn het Centrum en Zuid. tabel 2-4: Leefgewoonte gewicht (GGD Amsterdam)

Leefgewoonte

Amsterdam

Geuzenveld/Slotemeer

Osdorp

Overgewicht Obesitas

39 11

55 22

58 21

De Aker/NieuwSloten 50 13

Slotervaart 41 14

21 procent van de inwoners van stadsdeel Nieuw-West rookt. Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde voor de gemeente van 22 procent. Wel bestaan er sterke verschillen tussen deelgebieden. In Geuzenveld/Slotemeer rookt 27 procent van de inwoners, terwijl in de gebieden De Aker/Nieuw-Sloten en Slotervaart respectievelijk 17 en 18 procent van de inwoners rookt. De indicator beweegvriendelijke omgeving geeft aan de hand van de scores voor recreatief groen en blauw, sportaccomodaties en nabijheid van voorzieningen een score aan wijken en buurten. De bebouwde gebieden van stadsdeel Nieuw-West score overwegend positief tot zeer positief. Met name op het vlak van recreatief groen en blauw en voorzieningen scoren de buurten goed. Lokaal aandachtspunt is de indicator sportaccomodaties..

blad 18 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

figuur 2-13: Beweegvriendelijke omgeving – Stadsdeel Nieuw West (Bron: Mulier instituut, 2022)

2.9

Veilig Verkeersveiligheid Onderstaande kaart geeft locaties van verkeersongevallen sinds 2003 weer. Hierop is te zien dat er verspreid over Nieuw-West op diverse locaties ongelukken plaatsvinden. De snelwegen die in de nabijheid van Nieuw-West aanwezig zijn vormen plekken waar relatief veel ongelukken plaatsvinden. Verder zijn er op de grotere wegen door Nieuw-West heen, zoals de Meer en Vaart, plekken waar relatief veel ongelukken gebeuren.

blad 19 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Figuur 2-14: Locaties van verkeersongevallen sinds 2003 (bron: BRON, 2023)

Omgevingsveiligheid Op onderstaande figuur zijn de veiligheidsrisico’s voor Nieuw-West weergegeven. Het voornaamste risico wordt gevormd door het transport van gevaarlijke stoffen over de omringende wegen: de A10 west, de A4, de A9 en de N200. Daarnaast wordt het gebied doorkruist door een gasleiding, welke in noord-zuidelijke richting loopt door Osdorp en Nieuw-Sloten.

Figuur 2-15: Risicokaart Nieuw-West (Risiokaart, 2023)

blad 20 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Naast bovengenoemde risicolocaties, wordt de omgevingsveiligheid van Nieuw-West beïnvloed door de nabije ligging van de luchthaven Schiphol. Onderstaande figuur geeft de bouwbeperkingen aan die worden gevormd door opstijgend en landend vliegverkeer boven Nieuw-West. Het betreft een afwegingsgebied geluid en externe veiligheid boven delen van Osdorp en Geuzenveld en, in mindere mate, een beperkingengebied voor geluidsgevoelige gebouwen.

Figuur 2-16: Beperkingen bebouwing door vliegverkeer (bron: Luchthavenindelingsbesluit Schiphol, 2021)

Waterveiligheid Op onderstaande figuur is het overstromingsrisico voor Nieuw-West weergegeven. Uit deze kaart blijkt dat de kans op overstromingen groter dan 20 centimeter relatief klein is (< 1/300 per jaar). Het grootste overstromingsrisico is te vinden in de Aker, de polders rondom de Aker en het gebied rondom de Nieuwe Meer.

blad 21 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Figuur 2-17: Plaatsgebonden kans op overstroming > 20 cm, norm 2050 (Bron: LIWO, 2022)

2.10

Klimaatbestendig Wateroverlast Onderstaande figuur geeft locaties met knelpunten voor wateroverlast weer. Hierop is te zien dat er in een groot deel van Geuzenveld sprake is van een urgent knelpunt. Nog urgenter zijn lokale gebieden rondom de Johan Huizingalaan en het OLVG West.

Figuur 2-18: Knelpunten wateroverlast in Nieuw-West (bron: Amsterdam maps)

Droogte Op de volgende figuur is de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) per peilfilter weergegeven. De grondwaterstand fluctueert en varieert door het weer, diversiteit van bodemopbouw zoals bijvoorbeeld

blad 22 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

ondoorlatende klei of goed doorlatend zand, obstakels en/of drains. De gebieden waar de GLG nu al laag is, kunnen extra kwetsbaar zijn voor extremere droge perioden door klimaatverandering. Op de kaart is te zien dat de grondwaterstand in Nieuw-West relatief variabel is. Over het algemeen genomen is de grondwaterstand in de Aker en de Riekerpolder lager dan in de rest van Nieuw-West.

Figuur 2-19: Gemiddeld laagste grondwaterstand (bron: Amsterdam maps)

Hitte In onderstaande figuur is de gemiddelde gevoelstemperatuur voor 1 juli 2015 tussen 12-18u weergegeven. Dit geeft inzicht in de mate van hittestress die buitenshuis ervaren kan worden. Deze dag is door het RIVM geselecteerd als uitgangspunt voor het uitvoeren van de stresstesten voor hitte omdat deze dag wordt gezien als de representatieve 1 op 1000 hittedag voor de zomerperiode april tot en met september. Dit komt overeen met een kans van 1 op 5,5 jaar voor het huidige klimaat. Op de kaart is te zien dat rondom groene gebieden (bijvoorbeeld de Sloterplas, Westgaarde) in het stadsdeel de gevoelstemperatuur aanzienlijk lager is dan in verharde gebieden. Voornamelijk is Osdorp Midden en de Riekerpolder is de gevoelstemperatuur bijzonder hoog.

blad 23 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Figuur 2-20: Hittestress in Nieuw-West (bron: Amsterdam maps)

2.11

Ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie

Figuur 2-21: Cultuurhistorische waardenkaart (bron: Amsterdam maps)

Niet alleen de grachtengordel met het Werelderfgoed maar ook het jongere erfgoed in de 19deeeuwse ring, de Gordel ’20-’40, Nieuw-West en Zuidoost, maakt Amsterdam tot een aantrekkelijke stad. In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de inzet voor behoud en herstel van de stadsuitbreidingen uit de 19de eeuw en de Gordel ‘20-‘40 zich heeft uitbetaald. Deze wijken kunnen zich verheugen in een stijgende waardering bij een nieuw publiek. Ook de erkenning van het erfgoed van Van Eesteren en het verhaal van zijn Algemeen Uitbreidingsplan

blad 24 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

(AUP) neemt toe. Nieuw-West en Buitenveldert zijn nadrukkelijk in beeld vanwege hun cultuurhistorische betekenis. Om dit te beschermen kent Nieuw-West verschillende beschermde stads- en dorpsgezichten. Deze zijn weergegeven in figuur 3-21. Het betreft onder meer het oude centrum van Sloten, de noordzijde van de Sloterplas en Slotermeer. Daarnaast een groot deel Nieuw-West rondom de Sloterplas aangewezen als Wederopbouwgebied van Nationaal Belang. Dit gebied heeft geen beschermde status, maar er zijn afspraken gemaakt tussen de Rijksdienst en de betrokken gemeenten afspraken om rekening te houden met de bijzondere cultuurhistorische kernkwaliteiten van dit gebied. Landschap, stedenbouw en architectuur Nieuw-West wordt gekenmerkt door een structuur waar stad en groen elkaar ontmoeten. De stedelijke structuren bestaat uit de groen- en waterstructuur en het netwerk van publieke ruimte van de doorgaande straten en lanen. Daaraan liggen stedelijke buurten. Deze structuren zijn de ruimtelijke elementen die het gebied met de omgeving verknoopt en intern verbindt. Naast deze hoofdstructuur kent Nieuw-West nog een bijzondere structuur in de vorm van het bijzonder provinciaal landschap de Tuinen van West. De Tuinen van West bestaan uit een restant veenpolderlandschap en droogmakerijenlandschap ingeklemd tussen stedelijke uitbreidingen, havens en snelwegen.

Delen van de ontginningsgeschiedenis zijn nog goed zichtbaar. De Tuinen van West hebben met functies als stadslandbouw, sport en recreatie, een belangrijke functie in dit deel van de stad.

2.12

Economisch vitaal Ontwikkeling brp In het stadsdeel Nieuw-West liggen verschillende bedrijventerreinen. In het noorden ligt bedrijventerrein Sloterdijk III. Daarnaast zijn er bedrijventerreinen verspreid door het bebouwde gebied aanwezig, zoals bedrijventerrein Schinkel, Rieker business Park, Sloten-Slimmeweg, Businesspark Amsterdam Osdorp en Bedrijvencentrum Osdorp. De leegstand varieert tussen verschillende delen van stadsdeel Nieuw-west en ligt tussen de 10 en 20 procent.

blad 25 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

figuur 2-22: IBIS bedrijventerreinen actueel (Bron: ESRI, 2022)

De economie van de gemeente Amsterdam, en de MRA, ligt op een hoog niveau. Het brp en de werkgelegenheid groeiden in de gemeente Amsterdam sneller dan gemiddeld in de MRA. Sinds 2017 ligt de groei van het Amsterdamse brp wel dichterbij de gemiddelde groei van de MRA. Dit komt doordat de fysieke grenzen van groei in zicht zijn. Voor de gemeente Nieuw-West zijn er geen specifieke gegevens beschikbaar omtrent het brp. Werkgelegenheid en werkloosheid Na een dalende trend sinds 2014, is de werkloosheid de afgelopen jaren in Nieuw-West weer iets gestegen. De werkloosheid lag in 2020 op 7%, wat hoger is dan het stedelijk gemiddelde van 5%. Uitzondering hierop is het gebied Sloten, Nieuw-Sloten en de Aker. In dit gebied zijn minder werklozen dan gemiddeld.

Figuur 2-23: Ontwikkeling werkloosheid in stadsdeel Nieuw-West (bron: Amsterdam O&S, 2020)

blad 26 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Figuur 2-24: Werkloosheid Nieuw-West in relatie tot andere stadsdelen (bron: Amsterdam O&S, 2020)

Nieuw-West kent relatief veel werkgelegenheid. In 2023 waren er tussen de 25 en 30 duizend vacatures in het stadsdeel. Het merendeel van deze vacatures is op HBO en WO niveau (tussen de 60 en 70% van het aanbod). Slechts een kwart van de vacatures is op MBO niveau. Het overige deel van de vacatures is op VMBO niveau.

Figuur 2-25: Aantal vacatures per stadsdeel (Amsterdam O&S, 2023)Figuur 2-26: Ontwikkeling werkloosheid in stadsdeel Nieuw-West (bron: Amsterdam O&S, 2020)

2.13

Klimaatneutraal Emissie broeikasgassen De emissie van broeikasgassen is in de afgelopen 10 jaar op verschillende vlakken afgenomen. Anderzijds zijn er ook enkele sectoren waar juist een hogere emissie wordt geregistreerd. Sectoren waar een afname in CO2 en methaan emissies te zien is, zijn de energiesector, consumenten en handel, diensten en overheid. Sectoren waar een lichte toename te zien is zijn afvalverwijdering en riolering en waterzuiveringsinstallaties. Op het vlak van de methaan emissies waren voor 2010 geen gegevens bekend voor de aspecten Landbouw en Raffinaderijen. Met name voor de landbouw lijkt hierdoor een grote toename in emissies te spelen. Deze conclusie is echter niet uit de cijfers te trekken door het gebrek aan informatie uit 2010.

blad 27 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

3E+09 2,5E+09 2E+09 1,5E+09 1E+09 500000000 0

2010

2020

figuur 2-27: Broeikasgassen emissies (CO2) gemeente Amsterdam (Bron: Emissieregistratie)

30000000 25000000 20000000 15000000 10000000 5000000 0

2010

2020

figuur 2-28: Broeikasgassen emissies (methaan) in CO2 equivalenten in gemeente Amsterdam (Bron: Emissieregistratie)

Er is geen specifieke informatie voor stadsdeel Nieuw-West beschikbaar. Uit de beschikbare cijfers op gemeenteniveau kan echter wel een indicatief beeld verkregen worden over de verdeling van emissies. Op het vlak van CO2 emissies vormen consumenten, verkeer en vervoer en de energiesector de belangrijkste bronnen van emissies. Op het vlak van methaan emissies vormen consumenten, de energiesector en de landbouw grote

blad 28 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

bronnen van emissies. In stadsdeel Nieuw-West is landbouw geen groot grondgebruiker, daarmee speelt deze sector geen belangrijke rol in stadsdeel Nieuw-West.

2.14

Natuurlijk Oppervlak natuur In stadsdeel Nieuw-West liggen verschillende grotere groengebieden. Het gaan onder meer om het Sloterpark, de Tuinen van West en park Westgaarde. Uit de natuurwaardenkaart valt op te maken dat vooral de natuur aan de randen van Nieuw-West een hoge natuurwaarde hebben. Natuur(gebieden) binnen de bebouwde kom van Nieuw-West hebben een lagere natuurwaarde.

Figuur 2-29: Groenstructuur Nieuw-West (bron: Amsterdam maps)

Figuur 2-30: Natuurwaardenkaart (Gemeente Amsterdam, 2016)

blad 29 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Mate van biodiversiteit Een nader beeld van de biodiversiteit in Amsterdam ontstaat ook bij het beschouwen van het aantal waargenomen soorten per km-hok. Deze is weergegeven in onderstaande figuur. Uit deze kaart met alle soorten per km-hok blijkt dat de soortendiversiteit groter is in het stedelijke gebied van Nieuw-West ten opzichte van het gebied daarbuiten. Los van de algehele staat van de biodiversiteit is dit een positief effect vanuit de gemeente bezien.

Figuur 2-31: Soortendiversiteit in soorten per hok (NDFF, 2017)

Emissie van stikstofverbindingen Op de kaart in figuur 3-30 is weergegeven welke concentratie stikstof er gemeten is op verschillende plekken in Nieuw-West. Uit deze kaart valt op te maken dat op alle meetpunten de gemeten stikstofwaarden onder de wettelijke grenswaarden van 40 µg/m3 blijven; De WHO advieswaarde van 10 µg/m3 wordt in veel gevallen wel overschreden. In Amsterdam vindt de emissie van stikstof vooral plaats in oxidevorm. Ammoniak -waarvoor landbouw de grootste bron is - is voor Amsterdam relatief een kleine bron. De bijdrage van Amsterdam als geheel aan stikstofdepositie is de afgelopen jaren gedaald. Ook het schoner worden van het wagenpark en de focus op stedelijke inbreiding zorgden voor een beperkte bijdrage, zo blijkt uit een analyse van diverse ruimtelijke plannen vanuit Amsterdam.

blad 30 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Figuur 2-32: Jaargemiddelde stikstofconcentraties (NO2) in Nieuw-West (bron: Amstedam Maps, 2023)

2.15

Milieukwaliteit: ecologisch plafond Mate van luchtverontreiniging Drie bronnen van luchtverontreiniging (PM 10, PM2,5 en NO2) zijn eerder in dit hoofdstuk besproken (zie paragraaf 2.7). Conclusie voor elk van deze bronnen van luchtverontreiniging dat niet voldaan wordt aan de WHOadvieswaarden. In de afgelopen jaren zijn deze emissies wel afgenomen. Mate van bodem verontreiniging De bodem in de gemeente Amsterdam wordt intensief gebruikt. Het centrale uitgangspunt van de gemeente Amsterdam is dat de kwaliteit van de bodem niet achteruitgaat. De bodemkwaliteitskaart geeft inzicht in het type grond bij welke bodemfunctie gebruikt mag worden. In het stadsdeel Nieuw-West is overwegend zone 1 van toepassing. Lokaal zijn andere zones van kracht. Binnen gebieden met een classificering zone 1 mag alleen grond dat voldoet aan de achtergrondwaarde worden ingezet.

blad 31 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

tabel 2-5: Toepassingseisen en kwaliteitseis aanvulgrond/leeflaag (bodemkwaliteitsklassen) voor grond en bagger.

figuur 2-33: Bodemkwaliteitskaart (2022) (Bron: Gemeente Amsterdam)

Mate van waterverontreiniging In de huidige situatie vinden nagenoeg geen lozingen van ongezuiverd afvalwater uit huishoudens en bedrijven plaats in de gemeente Amsterdam. Daarmee vormt het ook voor stadsdeel Nieuw-West geen groot aandachtspunt. Wel is de waterkwaliteit in de Sloterplas niet van voldoende kwaliteit om als zwemlocatie te dienen. In het water kan blauwalg voorkomen én er zitten teveel poepbacteriën (E. colie en Intestinale Enterococcen) in het water3.

3

Gemeente Amsterdam (2023) Waterkwaliteit Sloterstrand link

blad 32 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

2.16

Circulair Circulair bouwen zet in op het zolang mogelijk hoogwaardig behouden van grondstoffen en bouwmaterialen. Negatieve effecten op gezondheid, klimaat en gezondheid worden zo beperkt, terwijl gebouwen door het sluiten van de kringloop ook een hogere financiële waarde behouden. Bij de keuze van materialen win bebouwing en openbare ruimte wordt onderscheid gemaakt tussen elementen, componenten, en materialen/grondstoffen. Aan elementen is veel meer waarde toegevoegd dan aan materialen, waardoor hergebruik van elementen leidt tot meer waardebehoud dan recycling. Specifieke cijfers over het gebruik van grondstoffen in stadsdeel Nieuw-West in de huidige situatie zijn niet beschikbaar. Wel is bekend dat in de Metropoolregio Amsterdam veel reststromen van bouw en sloop verloren gaan door laagwaardige verwerking. Naar de toekomst toe zet de gemeente Amsterdam in op een meer circulair systeem. De stad moet zo snel mogelijk, maar uiterlijk in 2050, circulair zijn. De volgende ambities zijn gesteld: 2025: 65 procent van al het huishoudelijk afval moet te scheiden zijn voor hergebruik (Agenda duurzaamheid); 2030: 50 procent minder gebruik van primaire grondstoffen dan nu (ondertekening Landelijk Grondstoffenakkoord); 2050: volledig circulaire economie (ondertekening Landelijk Grondstoffenakkoord). Ook op andere manieren wordt ingezet op circulariteit.

Bij nieuwbouw wordt actief gezocht naar mogelijkheden voor circulaire gebiedsontwikkeling. De markt wordt uitgedaagd om energiepositief en circulair te bouwen. Verder wordt geïnvesteerd in een duurzame afvalketen, waarbij die keten een bron van grondstoffen moet worden.

blad 33 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

3.

Opgaven waar een nadere keuze voor onderzocht is

3.1

Overzicht van opgaven waar een nadere keuze voor speelt In het gebiedsgerichte omgevingsprogramma Nieuw-West wordt de redeneerlijn gevormd door dilemma’s die voortvloeien uit het samenbrengen van de opgaven voor de fysieke leefomgeving. Het gaat om dilemma’s op de volgende aspecten: Rigoreus vergroenen; Duurzaam en gezond bewegen; Groeien binnen grenzen en de meerkernige stad; Zorgvuldige omgang met de bestaande stad.

3.2

Nadere keuze: Rigoureus vergroenen Strategische keuze Het vergroten van de gebruikskwaliteit en ecologische kwaliteit van parken en watergangen, het vergroenen van verharde ‘dagelijkse’ openbare ruimte van straten en pleinen voor vergroening, tegengaan hittestress en verbeteren waterberging & -kwaliteit. Dilemma Rigoureus vergroenen klinkt vreemd in een stadsdeel waar al zoveel groen is. Verdichting gaat soms ten koste van bestaand groen en bovendien wordt de door de raad vastgestelde groennorm niet altijd gehaald in de vernieuwde buurten. Verkeer en parkeerplekken concurreren met de ruimte voor groen. Hoven worden bij verdichting vaak ingezet om te parkeren. Genomen keuze 1) In Nieuw-West betekent Rigoureus vergroenen ten eerste het verhogen van de gebruiks- en natuurwaarde van het bestaande groen. Ruimte voor extra groen is er in de straten en pleinen. 2) In de buurten waar verdichting plaatsvindt neemt mogelijk het oppervlak bestaand groen af. Er wordt dan geïnvesteerd in het groen in de dagelijkse leefomgeving van straten en pleinen en in de grote landschapsparken. 3) Ook in buurten waar niet verdicht wordt, wordt extra ingezet op het verbeteren en vergroenen van de verharde dagelijkse leefomgeving. De hoeveelheid groen kan hier toenemen. 4) In de stedelijke buurten worden de hoven waar mogelijk groen en autovrij met parkeren op straat of inpandig.

3.3

Nadere keuze: Duurzaam en gezond bewegen Strategische keuze Mobiliteitstransitie, waarbij lopen, fietsen en OV prioriteit krijgen en de vrijkomende ruimte wordt benut voor vergroenen en verblijf. Beter OV mogelijk maken, loop- en fietsverbindingen aanhelen. Dilemma Matige OV-verbindingen en de noodzaak om een auto voor werk te hebben staan in contrast met de ambitie om minder ruimte voor de auto te geven. Het openbaar vervoer lijkt de komende jaren minder te worden, terwijl er meer behoefte zal zijn vanwege meer bewoners en minder ruimte voor de auto. Parkeerplekken nemen veel plek in de publieke ruimte in. Voor fiets en voetgangers ontbreken er schakels in de hoofdstructuur omdat de auto te dominant is.

blad 34 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Genomen keuze 1) Op een aantal schakelpunten in de hoofdstructuur geven we voorrang aan langzaam verkeer boven autoverkeer. 2) We reserveren voldoende maat in de straten voor eventueel toekomstig OV. 3) Zolang het openbaar vervoer nog niet op orde is, wordt autoluw geleidelijk ingevoerd. 4) Dat betekent dat er voorlopig nog vrij veel parkeren op straat is, maar dat dit gefaseerd zal afnemen. 5) Naast de veelal bestaande oost-westroutes vragen de noord-zuidroutes over de lange afstand om aandacht. Hiermee ontstaan nieuwe relaties van Zaanstad, Haven-Stad, Sloterdijk, Slotermeer, Stadscentrum Osdorpplein tot Schiphol.

3.4

Nadere keuze: Groeien binnen grenzen en de meerkernige stad Strategische keuze Het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor werk en voorzieningen binnen de bestaande stad. Dilemma Spanning tussen verdichten en groenopgave. Spanning tussen verdichten en behoud erfgoed. Spanning tussen woningbouwopgave en opgave voor voldoende voorzieningen en ruimte om te werken. Beperkte mogelijkheid tot verdichting van het stadsdeel vanwege beperkt corporatiebezit en versnipperd bezit.

Genomen keuze 1) We maken onderscheid tussen gebieden waar we extra willen verdichten en gebieden die we extra willen beschermen. 2) We verdichten met name rondom ‘nieuwe’ stedelijke centra. Omdat er beperkte ruimte is om te verdichten geven we in deze gebieden extra bouwmogelijkheden. 3) We zijn terughoudend in buurten waarvan originele opzet nog intact is met ruimtelijke kwaliteit. De doorgaande straten in deze gebieden krijgen iets meer bouwmogelijkheden. 4) Er wordt ruimte voor maatschappelijke voorzieningen gereserveerd, bestaande voorzieningen en werklocaties blijven zoveel mogelijk gehandhaafd. 5) Ruimte voor werken en voorzieningen groeit mee met de uitbreiding van het woonprogramma.

3.5

Nadere keuze: Zorgvuldige omgang met de bestaande stad Strategische keuze Behouden van bestaande voorraad, betere woningen met hogere energielabels, behouden sociale structuren, behouden betaalbare werkruimte en bestaande functies, versterken identiteit en geschiedenis. Dilemma Spanning tussen wens om te vernieuwen van de vaak slechte bouwtechnische staat en het circulaire uitgangspunt om bestaande voorraad zo lang mogelijk te blijven gebruiken. Spanning tussen vernieuwen en behoud erfgoed. Spanning tussen vernieuwen en behoud van bestaande ( vaak betaalbare) werkruimtes. Genomen keuze 1) Bij elke opgave is het bestaande de basis. We kijken nadrukkelijk eerst naar mogelijkheden voor renovatie en circulaire toevoegingen voordat we aan sloop/nieuwbouw denken. 2) Het door het rijk vastgestelde cultuurhistorisch waardevolle Rijkswederopbouwgebied geven we een grotere bescherming. 3) In de gebieden buiten dit Rijkswederopbouwgebied geven we over het algemeen extra bouwmogelijkheden.

blad 35 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

4) 5)

Op specifieke plekken werken we aan herkenbare kwaliteit van cultureel erfgoed. Bestaande commerciële ruimten worden zoveel mogelijk behouden, omdat ze betaalbaarder zijn.

blad 36 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

4.

Integrale toetsing Programma

4.1

Inleiding In dit hoofdstuk is ingegaan op de effecten van het programma Nieuw-West. De verschillende speerpunten van het gebiedsprogramma zijn in Hoofdstuk 3 uitgelicht.

4.2

Inclusief en betaalbaar Effecten gebiedsgericht omgevingsprogramma Met het gebiedsprogramma wordt ingezet op de realisatie van een aanzienlijk aantal woningen door verdichting in stadsdeel Nieuw-West. Verdichting vindt plaats met een gemixt programma van wonen, werken en voorzieningen. Er zijn woningen voor verschillende huishoudens. Hierbij wordt ingespeeld op de lokale karakteristieken. Hierbij wordt ook een deel van de woningen gerealiseerd door woningcorporaties. Daarmee wordt er dus aanvullende bebouwing voor huishoudens met een lager inkomen gerealiseerd. Een uitwerkingspunt voor het programma vormt het meer concrete kaders geven voor de woningbouwopgave in het kader van betaalbaarheid van woningen. Een mix van hogere en lagere inkomenhuishoudens in het bouwblok heeft positieve effecten voor de hele buurt. Het economisch draagvlak voor voorzieningen wordt gestimuleerd door inwoners met een hoger inkomen, waar ook huishoudens met een lager inkomen van meeprofiteren. Daarnaast ontstaan door toevallige ontmoetingen op straat diverse sociale netwerken waar mensen op terug kunnen vallen. Naast dat er maatregelen genomen worden op het vlak van woningbouw worden er ook keuzes gemaakt voor het mobiliteitssysteem van de toekomst. De gemeente wil uiteindelijk stadsdeel Nieuw-West autoluw inrichten.

Dit wordt in stappen gedaan, mede door de grote afhankelijkheid van de auto op dit moment. Dit kan betekenen dat de auto langer dan in andere stadsdelen een belangrijke plek inneemt. Om deze omslag te realiseren wordt er ingezet op beter openbaar vervoer en actieve mobiliteit. Het mobiliteitssysteem van de toekomst betekent dat er stappen gezet worden om vervoersarmoede aan te pakken. Openbaar vervoer en actieve vormen van mobiliteit zijn financieel toegankelijker dan autobezit en vragen geen voorgaande investeringen, zoals een rijbewijs. Daarnaast betekenen de investeringen in het openbaar vervoer dat de beschikbaarheid toeneemt. Er rijden vaker bussen, treinen of trams. Op twee manieren wordt ontmoeten meegenomen in het gebiedsprogramma Nieuw-West. Allereerst is de sociaal-maatschappelijke waarde een aandachtspunt bij keuzes voor het stadsdeel. Zo wordt meegenomen of een plek of gebouw een belangrijke rol speelt bij het samenkomen van een specifieke groep mensen. Op deze manier is er oog voor bestaande ontmoetingsplekken. Ten tweede wordt er met de plannen in het gebiedsprogramma ook ingezet op het creëren van aanvullende ontmoetingsruimte. De openbare ruimte wordt ingericht om ontmoeting een plek te geven. Op straat wordt er ingezet op minder stenen en meer groen. Op deze manier wordt gewerkt aan een prettig verblijfsklimaat, ook in de warme zomermaanden.

Een manier waarop dit plaatsvindt is de transformatie van parkeerruimte naar andere functies, zoals ontmoetingsruimte. Specifieke maatregelen die worden genoemd zijn: Elke buurt krijgt een lokale groene hotspot voor verblijf en ontmoeting. Deze wordt gekoppeld aan een (maatschappelijke) voorziening; In het gebied rondom de Osdorperweg bestaan er kansen voor het creëren van een landschapspark met stedelijke betekenis; Onderscheid tussen de hoven in de buurten in de luwte en de stedelijke buurten. In de buurten in de luwte bieden de hoven plekken voor buren om elkaar te ontmoeten en kinderen te spelen. In de stedelijke buurten kunnen de hoven een meer naar binnen gerichte functie krijgen voor directe omwonenden. Al met al is er aandacht voor de rol van de openbare ruimte voor ontmoeting voor inwoners van alle leeftijden. Hierbij wordt ingezet op een flinke vergroening.

blad 37 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

Beoordeling De voorgaande beschrijving leidt tot de volgende beoordeling:

4.3

Leefbaar Effecten gebiedsgericht omgevingsprogramma Leefbaarheid heeft betrekking op verschillende vlakken van de (leef)omgeving: de woningvoorraad, de fysieke omgeving, voorzieningen, sociale samenhang en overlast & onveiligheid. In de huidige situatie scoren de aspecten Woningvoorraad, Sociale Samenhang en Overlast en onveiligheid voornamelijk negatief t.o.v. het gemiddelde van Nederland. Op het vlak van voorzieningen scoort Nieuw-West juist bovengemiddeld goed. Op het vlak van de woningvoorraad, de fysieke leefomgeving, sociale samenhang en voorzieningen worden in het programma maatregelen genomen. De woningvoorraad in stadsdeel Nieuw-West scoort in de huidige situatie voornamelijk negatief. Met het toevoegen van nieuwe woningen en een verduurzaming van de bestaande woningvoorraad worden er stappen gezet om de leefbaarheid op dit vlak te verbeteren. Door inzet op verbetering van de groenwaarden in het stadsdeel en de algemene inrichting van de openbare ruimte wordt gestreefd naar een verbetering van de fysieke leefomgeving. De inzet op recreatief groen en het verwelkomend inrichten van de openbare ruimte kan ook bijdragen aan meer ontmoetingsmogelijkheden, en daarbij meer sociale samenhang, in de buurt. Op het vlak van voorzieningen wordt de omgeving van bestaande voorzieningskernen geüpgraded en worden nieuwe voorzieningen toegevoegd.

Al met al dragen de maatregelen in het programma bij aan een verbetering van verschillende onderdelen van de leefbaarheid. Indirect kan via een passende inrichting van de leefomgeving ook gestuurd worden op sociale aspecten van de leefbaarheid, zoals overlast en sociale samenhang. Het aspect leefbaarheid scoort daarom positief. Beoordeling De voorgaande beschrijving leidt tot de volgende beoordeling:

4.4

Bereikbaar Effecten gebiedsgericht omgevingsprogramma De plannen in het gebiedsgerichte omgevingsprogramma zetten in op een verschuiving van het mobiliteitsbeeld. In het mobiliteitsbeeld van de toekomst neemt de auto een minder prominente plek in. Het stadsdeel is autoluw ingericht. In plaats van de auto zijn actieve mobiliteitsvormen en openbaar vervoer belangrijke vormen van vervoer geworden. Deze omslag in het mobiliteitssysteem vindt geleidelijk plaats. Voorwaarde voor het autoluw maken van het stadsdeel is beter openbaar vervoer. Er wordt bij plannen rekening gehouden met een verdere ontwikkeling van het openbaar vervoerssysteem op termijn. Zo wordt er voldoende ruimte gereserveerd voor toekomstige bus-, metro- en tramlijnen. De gemeente is afhankelijk van andere partijen in de inrichting van het openbaar vervoer in het stadsdeel. Daarom neemt de gemeente voor om bij alle processen en samenwerkingen te benadrukken dat het belangrijk is om het openbaar vervoer in het stadsdeel Nieuw-West te stimuleren. Deze afhankelijkheid van andere partijen maakt dat er wel onzekerheid bestaat over de verschuiving van het mobiliteitsbeeld naar de

blad 38 van 49

datum 21 mei 2024 projectnummer 0489195.100 betreft Plan-m.e.r.-beoordeling

toekomst. Daarmee zijn ook ontwikkelingen op bepaalde locaties onzeker, omdat deze niet ontwikkeld kunnen worden totdat het openbaar vervoer een impuls heeft gekregen. Geleidelijk wordt er minder ruimte geboden aan de auto. Deze geleidelijke benadering maakt dat inwoners langzamerhand de auto vaker kunnen laten staan. Allereerst wordt ingezet op gebieden in de nabijheid van voorzieningen, winkels, uitgaansplekken en parken. Ook wordt er gekeken naar parkeerruimte. Stapsgewijs wordt parkeerruimte in de openbare ruimte omgevormd tot andere functies. Parkeerruimte wordt het liefst gerealiseerd in gebouwen die op termijn omgevormd kunnen worden tot andere functies. Het stimuleren van wandelen en fietsen wordt gedaan door een uitnodigende inrichting van straten en lanen. Dit gebeurt o.a. door de volgende maatregelen: fietsroutes worden begeleid door water- en groenstructuren; centra, stations en omgeving worden met een fijnmazig netwerk ingericht en het inrichten van de autodominante structuren als belangrijk onderdeel van het fiets- en wandelnetwerk. Al de bovenstaande maatregelen werken door in een verduurzaming van het mobiliteitsbeeld. Er bestaan wel onzekerheden over o.a. de groei van het openbaar vervoer naar de toekomst toe. Een verbetering van het OV betekent wel dat bestaande aandachtspunten voor reistijd in het OV verminderd kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15872224/1