CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. 2021Nota van wijzigingen BP Bedrijvenstrook Zeeburgereiland DEFVARIANT1603.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 14 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Bedrijvenstrook, Zeeburgereiland. (ZD2021-002232)932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van wijzigingen ten behoeve van vaststelling

Bestemmingsplan Bedrijvenstrook, Zeeburgereiland

Colofon Opdrachtgever Opdrachtnemer Datum

Grond en Ontwikkeling Ruimte & Duurzaamheid maart 2021

Het ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenstrook, Zeeburgereiland heeft met ingang van 19 november 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn 3 inhoudelijk verschillende zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan binnengekomen. Deze zienswijzen zijn in een Nota van Beantwoording zienswijzen beantwoord. De zienswijzen leiden tot wijzigingen in het bestemmingsplan. De wijzigingen worden in deze nota opgenomen. Deze nota maakt onderdeel uit van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen. Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, zoals dat ter inzage heeft gelegen, zijn de volgende wijzigingen aangebracht.

Planregels a. Aan artikel 3.2.2 wordt een sub j toegevoegd dat luidt; ‘j. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding –1‘, geldt dat de maximale omvang van een bedrijfsunit ten hoogste 250m2 bvo bedraagt’ b. Artikel 3.3.1 onder e vervalt; c. Aan artikel 3 wordt een lid toegevoegd; ‘Artikel 3.5 Voorwaardelijke verplichting Het is verboden een gebouw als bedoeld in artikel 3.2.2 te bouwen als de aanvrager van de omgevingsvergunning voor bouwen voor het betrokken gebouw niet een plan heeft overlegd aan het bevoegd gezag waarin voldaan wordt aan de volgende eisen, overeenkomstig pagina 30-32 (‘natuurinclusief en klimaatbestendig’) van het Stedenbouwkundig Plan Bedrijvenstrook in bijlage 2 bij deze regels: a. op het kavel wordt minimaal 30% groen tot stand gebracht en in stand gehouden; b. het groen dient bij te dragen aan de biodiversiteit, lokale ecologie, waterberging en het voorkomen van hittestress; c. het groen wordt toegepast op maaiveld, dak en/of gevel; d. voor groen aan de gevel geldt een minimale diepte van 30 cm en een minimale breedte van 120 cm.’ d. Artikel 3.4.2 onder a vervalt; e. Artikel 4.3.1 onder d vervalt; f.

Aan artikel 4 wordt een lid toegevoegd;

‘Artikel 4.6 Voorwaardelijke verplichting Het is verboden een gebouw als bedoeld in artikel 4.2.2 te bouwen als de aanvrager van de omgevingsvergunning voor bouwen voor het betrokken gebouw niet een plan heeft overlegd aan het bevoegd gezag waarin voldaan wordt aan de volgende eisen, overeenkomstig pagina 30-32 (‘natuurinclusief en klimaatbestendig’) van het Stedenbouwkundig Plan Bedrijvenstrook in bijlage 2 bij deze regels: a. op het kavel wordt minimaal 30% groen tot stand gebracht en in stand gehouden; b. het groen dient bij te dragen aan de biodiversiteit, lokale ecologie, waterberging en het voorkomen van hittestress; 2

c. d.

het groen wordt toegepast op maaiveld, dak of gevel; voor groen aan de gevel geldt een minimale diepte van 30 cm en een minimale breedte van 120 cm.’

Aan de bijlagen van de regels wordt het Stedenbouwkundig Plan Bedrijvenstrook Zeeburgereiland toegevoegd. Daar waar aan de orde worden opsommingen als gevolg van deze toevoegingen, aangepast.

Toelichting In paragraaf 3.2.2. wordt de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 opgenomen, in plaats van de per november 2020 vervallen verordening. De verwijzing in paragraaf 3.1.3 naar DOPRES vervalt in de toelichting. In paragraaf 6.2 wordt een passage over natuur op kavels opgenomen. In de bijlagen van de toelichting wordt de definitieve versie van het Ontwikkelperspectief perifere detailhandel 2020-2026 (dd december 2020) toegevoegd.

3

Ambtshalve wijzigingen.

Planregels Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, zoals dat ter inzage heeft gelegen, worden ambtshalve de volgende wijziging aangebracht: a. In artikel 1 wordt het begrip bebouwingspercentage toegevoegd, en luidt als volgt: ‘het bebouwingspercentage wordt bepaald door het meten van het percentage van het bouwperceel voor zover gelegen binnen het bouwvlak dat met gebouwen en overkappingen maximaal mag, danwel minimaal moet worden bebouwd; een en ander met dien verstande dat vergunningvrije bouwwerken niet worden meegenomen bij de berekening van het bebouwingspercentage. Kelders en ondergrondse ruimten tellen niet mee voor de bepaling van de bebouwde oppervlakte;’ b. In artikel 2.4 wordt de uitleg van bebouwingspercentage verduidelijkt nu in het bestemmingsplan uitsluitend sprake is van een minimaal bebouwingspercentage. Artikel 2.4 luidt als volgt: 2.4 Bebouwingspercentage ‘een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak of bouwperceel aangeeft dat minimaal moet of maximaal mag worden bebouwd.’ c. In artikel 3 en 4 wordt een flexibiliteitsbepaling toegevoegd die het mogelijk maakt om onder voorwaarden af te wijken van het voorgeschreven minimale bebouwingspercentage. Hiermee ontstaat meer flexibiliteit in de uitwerking van bouwplannen. Aan artikel 3.5 wordt een sub b toegevoegd dat luidt: b.

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om af te wijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder c, indien dit noodzakelijk is voor een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, en mits dit niet leidt tot onevenredige bezwaren van stedenbouwkundige aard. Aan artikel 4 wordt een lid 4.5 toegevoegd dat luidt: 4.5 Afwijken van de bouwregels Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om af te wijken van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder c, indien dit noodzakelijk is voor een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, en mits dit niet leidt tot onevenredige bezwaren van stedenbouwkundige aard. d. In artikel 3.2.3. onder d en artikel 4.2.3 onder d wordt de bouwbepaling voor bouwwerken, geen gebouwen aangepast. Hiermee ontstaat meer flexibiliteit in de uitwerking van bouwplannen, zoals het mogelijk maken van schijngevels. Sub d luidt als volgt; ‘d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 6m1’ e. In artikel 7.1 vervallen de woorden ‘met daarbij behorende’ in de opsomming. Hiermee wordt de opzet van het artikellid uniform met de bestemming Groen gemaakt.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9959425/1