CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3.0 Notitie herijking beleidskader Puccinimethode.pdf

Raadscommissie Wonen en Bouwen 9 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Actualisatie van het Handboek Groen van de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld (Puccinimethode) (ZD2022-000351)2.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Herijking van het

Beleidskader Puccinimethode (2018)

De standaard voor het Amsterdamse straatbeeld

December 2021 1

Voorwoord In Amsterdam zijn we trots op onze openbare ruimte. Onze straten, parken, pleinen en plantsoenen zijn de plek waar Amsterdammers elkaar ontmoeten, bezoekers de stad ontdekken en ondernemers ondernemen. Die ruimte moet duurzaam, veilig en functioneel zijn, maar ook mooi en samenhangend. De afgelopen jaren hebben we daarbij gezien hoe belangrijk het is dat we de openbare ruimte goed kunnen beheren, zonder dat de kosten daarvoor te hoog worden. Om al die doelen te bereiken werken we in Amsterdam volgens de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld, de Puccinimethode. Daar zijn we trots op. In 2018 is het ‘Beleidskader Puccinimethode’ vastgesteld door de gemeenteraad. Met die basis zijn we aan de slag gegaan. Nu, ruim drie jaar later, zien we dat de praktijk ons voor nieuwe keuzes stelt. De stad wordt gaandeweg steeds autoluwer en groener, met meer verblijfskwaliteit. Dat is een fantastisch resultaat. Via onze handboeken voor de openbare ruimte willen we daaraan blijven bijdragen. Dat vraagt om nieuwe ontwerpoplossingen. Tegelijkertijd staan ook de budgetten voor investeringen en onderhoud onder druk. Dat betekent dat we samen strakker moeten sturen op het werken conform de standaard, zodat iedereen in Amsterdam kan rekenen op een goede openbare ruimte.

In deze notitie nemen we je mee in de keuzes die we daarin voor de komende jaren maken, via de actualisaties van de Handboeken Rood en Groen. We kijken er naar uit om samen met alle Amsterdammers te blijven bouwen aan een prettige openbare ruimte.

Wethouder J.J. Wedemeijer Openbare ruimte

Wethouder E.J. de Vries Verkeer

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................. 4 2 Handboek Rood ...................................................................................................... 4 2.1 De Vloerkaart: stoeptegels als standaard in Zone B en Zone F .................................................. 4 2.2 Fietsinfrastructuur: extra voorzieningen voor de fietser bij 30 km/uur....................................... 5 2.3 Autoluw: buurtstraten <30 km/uur ............................................................................................ 6 3 Handboek Groen ..................................................................................................... 7 3.1 Meer aandacht voor groen op kades en oevers ..........................................................................7 4 Strakker sturen op de standaard ............................................................................... 8

3

1 Inleiding Sinds in 2018 het ‘Beleidskader Puccinimethode, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld’ werd vastgesteld is er veel bereikt op straat. Onze openbare ruimte is het visitekaartje van de stad en in alle buurten worden aantrekkelijke en toegankelijke straten aangelegd, met goed groen en hoogwaardige en duurzame materialen. Om te zorgen dat die openbare ruimte ook mooi, beheerbaar en betaalbaar blijft is het belangrijk dat we ons blijven committeren aan de standaarden. In deze notitie lees je welke keuzes we daarin voor de komende jaren maken. Daarbij blijven we binnen de kaders die in 2018 geschetst zijn, maar passen we ons gelijktijdig aan aan de nieuwe opgaven die op ons afkomen. We ‘herijken’ kortom het beleid op een aantal punten. Een volledige actualisatie van het beleidskader staat gepland voor 2023. Dat is het moment waarop we met een nog bredere blik ons beleid opnieuw zullen bekijken en aanpassen waar nodig, in samenspraak met alle belanghebbenden, met inspraak voor alle Amsterdammers. In de tussentijd werken we samen verder aan de stad op basis van het Handboek Rood en Handboek Groen, met daarin de herijkingen die in deze notitie worden toegelicht.

2 Handboek Rood De handboeken, zoals vastgesteld door het college van B&W, zijn een technische uitwerking van het ‘Beleidskader Puccinimethode, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld’ (2018) dat is vastgesteld door de gemeenteraad. Vanuit de ontwikkelingen in de stad kan het nodig zijn om de standaard via het handboek op punten aan te scherpen of aan te vullen, zodat de standaard blijft aansluiten op wat er in de stad gebeurt. In deze paragraaf lichten we drie nieuwe onderdelen toe die zijn opgenomen in de actualisatie van het Handboek Rood (2021).

2.1 De Vloerkaart: stoeptegels als standaard in Zone B en Zone F In het beleidskader is de Vloerkaart opgenomen, waarop per zone is aangegeven welke verhardingsmaterialen standaard worden toegepast in rijbaan en trottoir. Voor twee gebieden scherpen we onze standaard nu aan: zone B (19e-eeuwse gordel, tuindorpen en de Noordelijke IJoevers) en zone F (het transformatiezone Havengebied). Voor Zone B is in het beleidskader het volgende opgenomen: “Trottoir: 19e-eeuwse gordel en Tuindorpen: In principe 300 x 300 betontegel met toeslag. Gebakken klinkers, dikformaat rood/bruin onder voorwaarden toegestaan. Noordelijke IJ-oever: In principe 300 x 300 betontegel met toeslag. Gebakken klinkers, lingeformaat, rood/bruin onder voorwaarden toegestaan.” Vanaf nu geldt - strikter nog dan voorheen- dat dit een “Nee, tenzij” principe is. Alle projecten dienen standaard uit te gaan van stoeptegels in de trottoirs, óók bij herinrichtingen van straten waar nu al klinkers liggen en waar het materiaal aan vervanging toe is. De ‘voorwaarden’ waaronder klinkers bij uitzondering toegestaan kunnen worden zijn als volgt: 4

Het projectgebied betreft een klein deelgebied binnen een omgeving waar de trottoirs al volledig in gebakken klinkers zijn aangelegd en die niet op korte termijn (binnen 10 jaar) vervangen worden. De Commissie Puccinimethode kan dan overwegen klinkers toe te staan om de samenhang in het gebied te behouden. Er is sprake van een buurtplein, waar - na akkoord van de Commissie Puccinimethode- een materiaal uit het buurtpleinenpalet kan worden toegepast, zoals gebakken klinkers. In zone B worden buurtpleinen op dezelfde manier beoordeeld als in alle andere delen van de stad, conform het beleid uit het Beleidskader Puccinimethode (2018).

Dit is als zodanig opgenomen in de actualisatie van het Handboek Rood (2021). Voor Zone F is in het beleidskader het volgende opgenomen: “Indien deze zone transformeert naar een stedelijk woon- en werkmilieu dan zal voor de vloer de materialisatie gaan gelden van zone B of C.” Tot op heden is dit door projecten vaak geïnterpreteerd als beleidsruimte om klinkers toe te passen in de trottoirs van te transformeren gebieden. In lijn met bovenstaande aanscherpingen voor Zone B geldt vanaf nu ook voor Zone F dat stoeptegels in de trottoirs de standaard zijn. Ook dit is als zodanig opgenomen in de actualisatie van het Handboek Rood, eind 2021. De reden voor bovengenoemde aanscherpingen is tweeledig. Enerzijds streven we naar samenhang en een ongedeelde stad. Vanuit die gedachte zijn de 19e-eeuwse gordel, de tuindorpen, de Noordelijke IJ-oever en de nieuwe delen van de stad gebaat bij eenduidigheid en helderheid: de stoeptegel is hier de standaard voor de stoep. Anderzijds zien we dat de budgetten voor de aanleg en het beheer van de openbare ruimte onder druk staan. Dat maakt dat we ook om financiële redenen noodzaak zien om het materiaalgebruik te vereenvoudigen en minder gebakken klinkers toe te passen in trottoirs.

2.2 Fietsinfrastructuur: extra voorzieningen voor de fietser bij 30 km/uur Conform het beleidskader geldt qua materialisering van fietsinfrastructuur het volgende: “Vrijliggende fietspaden en fietsstroken worden uitgevoerd in rood asfalt, uitgezonderd (delen van) routes op bijzondere plekken en beeldbepalende plekken (bijvoorbeeld UNESCO gebied)”. Die redenering gaat er vanuit dat fietsstroken of fietspaden hoofdzakelijk voorkomen bij gebiedsontsluitingswegen met een snelheidsregime van 50 km/uur, conform de landelijke standaarden. In Amsterdam introduceren we de laatste jaren vaker fietspaden en fietsstroken bij wegen waar 30 km/uur gereden wordt, om veilige ruimte voor de fietser te waarborgen. Dat vraagt om een andere afweging betreffende de materialisering. In het bestuurlijk vastgestelde ‘Afwegingskader Fietsstraten, fietspaden, fietsstroken’ (2020) is daarom opgenomen dat het in 30 km/uur straten met een uitgesproken verblijfskarakter óók mogelijk is de fietsstroken of –paden in gebakken klinkers uit te voeren. Zie als voorbeeld de Maasstraat en de Vijzelstraat. Met fietsvoorzieningen in klinkers wordt het verblijfskarakter van de straat benadrukt, maar bieden we toch voldoende veilige ruimte voor de fietser binnen het 30 k/m uur profiel. Met fietsstroken- of paden in asfalt wordt juist het belang van de comfortabele doorstroming van het fietsverkeer benadrukt.

Ook combinatieprofielen, waarbij een rijbaan in klinkers gecombineerd wordt met fietsinfrastructuur in asfalt, zijn mogelijk. 5

Dit betreft dus een herijking ten opzichten van het beleidskader die eerder al is vastgesteld in voorgenoemd afwegingskader en nu via de meest recente actualisatie van het Handboek Rood (2021) ook hierin is opgenomen. Daarnaast zijn in het Handboek Rood (2021) een aantal andere ontwerpopties opgenomen die aan een ‘gewone’ erftoegangsweg kunnen worden toegevoegd om het fietscomfort te verhogen. Het gaat om:  Voorrang ten gunste van de fietsroute  Voldoende afstand tussen rijdende fiets en geparkeerde auto  Fundering en type klinker  Fietsstroken  Fietspaden In het Handboek Rood (2021) is in lijn met eerdergenoemd afwegingskader ook het standaard profiel voor de Amsterdamse Fietsstraat opgenomen. Een Amsterdamse Fietsstraat is een gemengde 30 km/uur straat op het plusnet fiets waar de doorstroming van het doorgaand fietsverkeer prioriteit krijgt. Auto’s zijn er te gast. De Fietsstraat kent specifieke inrichtingskenmerken, waaronder voorrang op de zijwegen, uitvoering in rood asfalt en bijbehorende bebording. Bij de actualisatie van het ‘Beleidskader Puccinimethode, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld’ die gepland staat voor 2023 zullen alle profielen en hun toepassing waar nodig aangepast worden op het uitgangspunt dat 30 km/uur in Amsterdam de standaard snelheid wordt.

2.3 Autoluw: buurtstraten <30 km/uur In 2020 stelde de gemeenteraad de Agenda Amsterdam Autoluw vast. Met deze agenda werken we toe naar een stad die autoluwer en dus groener, leefbaarder en gezonder is. Daarbij horen ook nieuwe profielen. Het boekje ‘Inrichtingsprincipes voor een autoluwe stad’ (2020), dat bij de Agenda Amsterdam Autoluw werd vastgesteld, gaf daartoe een eerste aanzet. Inmiddels zijn de ambities om straten groener, autoluwer en leefbaarder te maken ook doorvertaald naar het Handboek Rood. Hierin zijn profielen opgenomen voor autoluwe buurtstraten met een snelheid die gemiddeld lager ligt dan 30 km/uur. Met een smalle rijbaan en drempels wordt de snelheid voor gemotoriseerd verkeer beperkt. Door parkeerplaatsen weg te laten, wanneer de parkeerdruk dat toelaat, ontstaat ruimte voor meer groen. Een goede inpassing van het groen en voldoende maat zorgen dat het groen zich duurzaam ontwikkelt en goed te beheren is. Het beperken van het hoogteverschil tussen trottoir en rijbaan benadrukt het verblijfskarakter van de straat. Dit buurtstratenprofiel is dus een nieuw element binnen de standaard, voortgekomen uit nieuwe beleidsambities en nieuwe wensen uit de praktijk. Dat betekent dat dit profiel niet terug te vinden is in het Beleidskader Puccinimethode uit 2018.

Bij de actualisatie van het beleidskader in 2023 wordt dit profiel toegevoegd aan de inrichtingsprincipes. Een andere autoluwe inrichtingsvorm is het erf. Erven laten zich lastig vatten in standaard profielen; het ontwerp is sterk afhankelijk van de verkeerskundige en stedenbouwkundige situatie. Toch vinden we het belangrijk om binnen de standaard ook ruimte te bieden voor dit type 6

ontwerpen. Daarom zijn bij de actualisatie van het Handboek Rood in 2021 uitgangspunten opgenomen voor het ontwerp van een goed erf, waarbij ook is aangegeven onder welke omstandigheden erven wel of niet passend kunnen zijn.

3 Handboek Groen De handboeken, zoals vastgesteld door het college van B&W, zijn een technische uitwerking van het ‘Beleidskader Puccinimethode, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld’ (2018) dat is vastgesteld door de gemeenteraad. Vanuit de ontwikkelingen in de stad kan het nodig zijn om de standaard via het handboek op punten aan te vullen of aan te scherpen, zodat de standaard blijft aansluiten op wat er in de stad gebeurt. In deze paragraaf lichten we één herijking toe ten opzichten van het beleidskader die is opgenomen in de actualisatie van het Handboek Groen (2021).

3.1 Meer aandacht voor groen op kades en oevers In het ‘Beleidskader Puccinimethode, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld’ (2018) is een tabel opgenomen waarin de standaard groentoepassingen voor ‘grachten’ en ‘oevers’ beschreven staan. Afgelopen jaren is gebleken dat deze tabel niet altijd goed aansloot op de praktijk, wat leidde tot vragen en tot wensen voor meer groen op oevers en kades. Oevers lopen over het algemeen schuin af kennen van oorsprong al een overwegend groen karakter, wat maakt dat de ruimte voor vergroening hier groot is. In het Handboek Groen is dit beleid nu verhelderd, door toe te lichten hoe het groen van de oeverzijde zich verhoudt tot groentoepassingen elders in het profiel. De toepassing van groen op verharde kades, bijvoorbeeld in de grachtengordel of (voormalig) havengebied, is complexer. Dit vraagt om een zorgvuldige inpassing, gezien de grote cultuurhistorische waarde van veel Amsterdamse kades en het unieke karakter van een kade in het stedenbouwkundig ensemble. Bij het herijken van het beleid is gekeken naar de cultuurhistorische waarde van kades, de historische en de huidige functie van de kades en de stedenbouwkundige structuren waarin onze kades zich bevinden. Uit deze analyse volgt een aanpassing in het Handboek Groen, waarmee meer ruimte geboden wordt voor de toepassing van groen op kades.

Het vergroenen van kades gebeurt in eerste instantie nog steeds door bomen toe te passen en waar mogelijk de plantafstand te verkleinen; bomen zorgen niet alleen voor een groene aanblik, maar dragen ook bij aan de biodiversiteit en zijn onmisbaar in het klimaatbestendig maken van de stad. Ze bieden schaduw en verkoeling. In aanvulling daarop is nu in het Handboek Groen opgenomen dat op kades ook geveltuinen, aangeplante boomspiegels en bloempotten- en bakken mogelijk zijn op initiatief van bewoners. Dit sluit aan op de huidige praktijk in de stad, maar biedt meer ruimte voor vergroening dan het handboek voorheen deed. Deze formulering, die enerzijds meer ruimte biedt voor vergroening en anderzijds rechtdoet aan de stedenbouwkundige, functionele en cultuurhistorische betekenis van kades, is tot stand gekomen in overleg met ontwerpers, cultuurhistorici en groenexperts. 7

Afstemming heeft plaatsgevonden met de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad en Erfgoedvereniging Heemschut, die beide hebben aangegeven hier positief tegenover te staan. Wat behouden blijft, is het uitgangspunt dat groentoepassingen zoals plantvakken, hagen en bosschages op kades vooralsnog in principe niet zijn toegestaan. Uiteraard kunnen er altijd plekken zijn waar de uitzondering op die regel geldt; maatwerk is mogelijk via de daartoe ingestelde commissie, waar alle voorgenomen afwijkingen van de standaard van advies voorzien worden. Bij de actualisatie van het Beleidskader Puccinimethode, die gepland staat voor 2023, zal de kwestie ‘groen op kades’ opnieuw integraal onderzocht worden. Daaruit volgen mogelijk voorstellen om meer groen toe te staan of meer differentiatie aan te brengen in kadetypologieën. Deze voorstellen zullen dan te zijner tijd in de inspraak gebracht worden en daarna aan de gemeenteraad worden voorgelegd ter besluitvorming.

4 Strakker sturen op de standaard Sinds vijf jaar beoordeelt te Commissie Puccinimethode voorstellen die afwijken van de standaarden. Deze commissie is door het college aangesteld als ambtelijk adviesorgaan dat tot taak heeft om gevraagd en ongevraagd te adviseren over voorgenomen ingrepen in de inrichting van de openbare ruimte die afwijken van de standaarden zoals vastgelegd in het ‘Beleidskader Puccinimethode, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld’ (2018) en de handboeken Rood en Groen. Momenteel vindt een ontwikkeling plaats richting één integrale toetscommissie, waarin de Commissie Puccinimethode en andere commissies naar verwachting zullen opgaan. Maar, de functie van een dergelijke commissie blijft onveranderd: op projectniveau beoordelen in hoeverre een voorgestelde afwijking van de standaard passend en wenselijk is binnen de principes van het beleid, wat leidt tot een positief of negatief advies. We hebben de afgelopen jaren gezien dat er in projecten steeds meer gewerkt werd binnen het palet van de standaard mogelijkheden. Dat betekent dat er minder projecten bij de commissie langskomen. En dat de projecten die wel langskomen vaak een goed doordacht ontwerp presenteren, dat zo veel mogelijk recht doet aan de standaarden die we met elkaar hebben afgesproken. Dat is goed nieuws. Toch zien we ook dat er nog dingen niet goed gaan.

Bijvoorbeeld ontwerpen die verregaande afwijkingen voorstellen om een statement te maken of ontwerpen waar dure en slecht beheerbare materialen worden voorgesteld. Of initiatieven vanuit de stad die onvoldoende getoetst worden en daarmee pas in een laat stadium onuitvoerbaar of onbeheerbaar blijken. Dat moet anders. Daarom heeft het college eind 2021 opnieuw bekrachtigd dat in alle openbare ruimte ontwerpen de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld het uitgangspunt moet zijn, met als uitzondering de ‘bijzondere plekken’ van de Vloerkaart en de ‘buurtpleinen’ zoals omschreven in het beleid. De standaard is dus altijd het startpunt, in ieder ontwerp. Dit leidt niet alleen tot samenhang, herkenbaarheid en kwaliteit in het straatbeeld, het bespaart ook kosten in het ontwerpproces, de uitvoering en het beheer. Zo weten we zeker dat wat mooi is bij aanleg, ook mooi blijft; onze standaarden hebben zich bewezen als Amsterdamse best practice.

8

Afwijkingen dienen alleen nog ter beoordeling aan de daarvoor bestemde commissie te worden voorgelegd als uitputtend verkend is of het ontwerp niet met standaard materialen, ontwerpoplossingen en details uitgevoerd kan worden. En deze commissie heeft van het college de opdracht gekregen strenger te toetsen. Die toetsing vindt nog steeds plaats conform de Algemene Uitgangspunten zoals opgenomen in Bijlage 1 van het ‘Beleidskader Puccinimethode, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld’ (2018). Indien een project een negatief advies van de commissie ontvangt, staat natuurlijk altijd de weg open naar het College van B&W om de gewenste afwijking daar voor te leggen. Toch vragen we aan een ieder die aan projecten werkt om hier terughoudend mee om te gaan en vooral samen te werken, conform de standaard, zodat we ook de komende decennia de kwaliteit van de openbare ruimte in heel Amsterdam op orde houden.

Colofon ‘Notitie: herijking van het Beleidskader Puccinimethode’ December 2021 Opgesteld door: Verkeer & Openbare Ruimte Ruimte & Duurzaamheid www.amsterdam.nl/puccini puccinimethode@amsterdam.nl

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11091502/1