CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2f Laaggeletterden in de 22 Amsterdamse gebieden -OIS Onderzoek (2)

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 9 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Jaarrapportage Taaloffensief 2021 Nr. VN2022-0155376.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laaggeletterden in de 22 Amsterdamse gebieden Onderzoek, Informatie en Statistiek

1

In opdracht van: Werk, Participatie en Inkomen Projectnummer: 21289 Auteur: Laure Michon, Sara Rubingh, Sjors Verhaar, Idske de Jong E-mailadres: l.michon@amsterdam.nl Bezoekadres: Weesperstraat 113-117 Telefoon: 020 251 0333 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam data.amsterdam.nl Amsterdam, november 2021 Foto voorzijde: Gerrit Rietveldacademie, fotograaf onbekend

2

Inhoud

Inleiding

4

1 Laaggeletterden per gebied

6

1.1 Schattingen per stadsdeel 1.2 Schatting op basis van opleidingsniveau per gebied 1.3 Schatting op basis van leeftijd per gebied 1.4 Bevolking met een lage Sociaal-Economische Score 1.4.1 Bevolking met een lage SES per gebied 1.4.2 Verandering in bevolking met lage SES sinds 2012

2 Nederlandstalige laaggeletterden per gebied 2.1 Schattingen per stadsdeel 2.2 Schattingen per gebied 2.2.1 Stadsdeel Centrum 2.2.2 Stadsdeel West 2.2.3 Stadsdeel Nieuw-West 2.2.4 Stadsdeel Zuid 2.2.5 Stadsdeel Oost 2.2.6 Stadsdeel Noord 2.2.7 Stadsdeel Zuidoost

6 6 8 9 10 11

12 12 13 14 15 16 18 19 21 22

3

Inleiding

Volgens een recente schatting van OIS is 11 tot 19% van de personen tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd in Amsterdam (OIS, 2021: Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam). Omgerekend gaat het om een groep van tussen de 92.100 en 125.700 personen in 2020. Laaggeletterden hebben moeite met lezen en schrijven en kunnen daarom niet optimaal deelnemen aan de samenleving. Onder deze groep bevinden zich veel eerste generatie migranten. Nederlands is vaak niet hun eerste taal en het aanbod voor laaggeletterden houdt daar rekening mee. Nederlandstalige laaggeletterden worden over het algemeen minder goed bereikt. Er is ook geen goed zicht op de omvang van deze groep. Naar aanleiding van een raadsmotie over deze groep heeft WPI aan OIS gevraagd inzicht te geven in de omvang van de groep Nederlandstalige laaggeletterden per stadsdeel. In deze aanvullende publicatie voegen we daar een schatting per gebied aan toe.

Onderzoeksopzet Voor de opzet van het onderzoek en de manier waarop het percentage en aantal laaggeletterden wordt geschat verwijzen we naar de publicatie ‘Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam’ (OIS 2021). Belangrijk om hier te herhalen is dat vier schattingen zijn gemaakt per stadsdeel:  op basis van de ontwikkeling van de groep met een lage Sociaal-Economische Score (SES) sinds 2012;  op basis van de ontwikkeling van de groep eerste generatie migranten met een lage SES sinds 2012;  op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterden naar opleidingsniveau;  op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterden naar leeftijd. De eerste twee schattingen kunnen we niet toepassen per gebied. Bij deze schattingen gaat het om de ontwikkeling tussen 2012 en 2020 van de omvang van de groep laaggeletterden. Dit kunnen we per stadsdeel berekenen omdat we over een schatting beschikken van het percentage en aantal laaggeletterden per stadsdeel in 2012. Deze cijfers zijn echter niet beschikbaar per gebied in 2012. De groep Nederlandstalige laaggeletterden schatten we met de twee laatste schattingsmodellen: op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterden naar opleidingsniveau en naar leeftijd. Onder de groep Nederlandstaligen zien we bij deze twee factoren de meeste samenhang met laaggeletterdheid.

Bij deze schattingen gebruiken we het landelijke percentage laaggeletterden per opleidingsniveau en per leeftijdsgroep.1 Op basis van de samenstelling van de Amsterdam bevolking naar opleidingsniveau en leeftijdsgroepen berekenen we hoeveel laaggeletterden er zijn. Cijfers over de samenstelling van de

1

Zie: Buisman, M. & W. Houtkoop. 2014. Laaggeletterdheid in kaart. Stichting Lezen & Schrijven.

4

Amsterdamse bevolking zijn afkomstig van het CBS. Ook voor de schatting naar gebied gebruiken we deze methodiek.

Leeswijzer In hoofdstuk 1 geven we schattingen van het aantal en het percentage laaggeletterden per gebied. Dit doen we op basis van opleidingsniveau en leeftijd. Deze schattingen vullen we aan met cijfers over de bevolking met een lage Sociaal-Economische Score (SES), omdat dit sterk samenhangt met laaggeletterdheid. In hoofdstuk 2 zoomen we in op de groep Nederlandstalige laaggeletterden. We brengen deze groep in kaart in elk gebied en kijken naar de samenstelling wat betreft opleidingsniveau en leeftijdsgroepen.

5

1 Laaggeletterden per gebied

In dit hoofdstuk presenteren we cijfers over het aantal en percentage laaggeletterden in de Amsterdamse gebieden. We beginnen met de schattingen per stadsdeel uit het eerdere rapport om de context te geven. Vervolgens geven we schattingen gebaseerd op opleidingsniveau en op leeftijd. Aanvullend presenteren we gegevens over de bevolking per gebied met een lage Sociaal-Economische Score (SES), omdat dit sterk samenhangt met laaggeletterdheid.

1.1 Schattingen per stadsdeel Startpunt voor de 2020-schatting per stadsdeel zijn de cijfers over laaggeletterdheid uit 2012, zoals berekend door CINOP Advies, Etil, Kohnstamm Instituut en ROA voor Amsterdam en de zeven stadsdelen. Deze schattingen zijn gebaseerd op de gegevens uit 2012 van het internationale onderzoek ‘Programme for the International Assessment of Adult Competencies’ (PIAAC) en op CBS-gegevens over kenmerken van de bevolking waarvan bekend is dat deze correleren met laaggeletterdheid (opleidingsniveau, leeftijd, arbeidsmarktstatus, geslacht, migratieachtergrond en generatie van migratie). Tabel 1.1 Schatting laaggeletterden onder de bevolking 16 t/m 65 jaar, naar stadsdeel, 2012 (CINOP c.s.) en 2020 (OIS) schatting % 2012

schatting aantal 2012

schatting % 2020

schatting aantal 2020

13

6.200-11.200

11-21

8.800-13.600

West

20

15.600-21.300

11-20

15.600-24.600

Nieuw-West

21

17.000-24.100

11-21

19.100-24.500

Zuid

9

3.000 - 8.700

8-13

10.200-13.700

Oost

17

11.100-16.900

11-17

13.400-22.900

Noord

29

14.000-18.300

12-30

10.200-21.700

Zuidoost

32

17.000-22.200

11-31

11.600-20.700

Amsterdam

18

94.800-114.600

11-19

92.100-125.700

Centrum

bron 2012: CINOP Advies, Etil, Kohnstamm Instituut & ROA (2016)/ bron 2020: OIS (2021)

De cijfers voor 2020 in tabel 1.1 zijn gebaseerd op vier schattingsmodellen waarvan we er twee kunnen toepassen per gebied: op basis van opleidingsniveau en op basis van leeftijd.

1.2 Schatting op basis van opleidingsniveau per gebied Opleidingsniveau hangt sterk samen met laaggeletterdheid. Met de PIAAC-cijfers van 2012 is voor heel Nederland en voor elke groep met een bepaald hoogste behaald opleidingsniveau (in zeven categorieën) het percentage laaggeletterden berekend. Dit verschilt van 42% onder de groep met alleen lager onderwijs tot 2,5% onder de groep met wetenschappelijk onderwijs. We gebruiken deze landelijke verdeling en rekenen met de samenstelling van de bevolking naar 6

opleidingsniveau in elk gebied om het aantal laaggeletterden te berekenen. Deze methode heeft nadelen (zie hieronder) maar biedt wel inzicht in de populatie laaggeletterden in Amsterdam op basis van beschikbare gegevens. De uitkomsten moeten vooral in relatie tot elkaar worden bekeken, oftewel in termen van verschillen tussen gebieden. Tabel 1.2 Schatting aantal (afgerond) en percentage laaggeletterden onder de bevolking van 16 t/m 65 jaar op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar opleidingsniveau, naar gebied, 2020 schatting aantal

schatting percentage

Centrum-West

4.500

13

Centrum-Oost

4.300

13

Westerpark

3.700

13

Bos en Lommer

4.300

15

Oud-West, De Baarsjes

7.600

13

Geuzenveld, Slotermeer, Sloterdijken

6.100

19

Osdorp

5.000

18

De Aker, Sloten en Nieuw Sloten

2.600

13

Slotervaart

5.400

16

Oud-Zuid

4.800

12

Buitenveldert, Zuidas

2.800

16

De Pijp, Rivierenbuurt

5.900

12

Oud-Oost

3.700

14

Indische Buurt, Oostelijk Havengebied

4.000

13

Watergraafsmeer

3.000

11

IJburg, Zeeburgereiland

2.700

13

Noord-West

3.800

15

Oud-Noord

3.000

14

Noord-Oost

3.300

16

Bijlmer-Centrum

3.900

19

Bijlmer-Oost

3.800

19

Gaasperdam, Driemond

3.900

17

Amsterdam

92.100

14

Op basis van deze schatting zien we belangrijke verschillen tussen gebieden, en in een paar gevallen ook binnen stadsdelen. Zo komen we uit op een duidelijk hoger geschat percentage laaggeletterden (17 à 19%) dan gemiddeld (14%) in alle gebieden van Zuidoost. Binnen NieuwWest zien we verschillen: het percentage laaggeletterden zou relatief hoog zijn in Geuzenveld, Slotermeer, Sloterdijken en Osdorp, maar dichtbij het stedelijk gemiddelde in De Aker, Sloten en Nieuw Sloten. Dat zien we ook in Noord, waar het percentage laaggeletterden relatief hoog zou zijn in Noord-Oost en Noord-West, terwijl het in Oud-Noord op het niveau van het stedelijk gemiddelde zou liggen volgens deze schatting. In alle gebieden in Centrum, West en Oost ligt het percentage laaggeletterden naar schatting rondom het stedelijk gemiddelde. In Zuid zien we een relatief hoog geschat percentage in Buitenveldert, Zuidas, en relatief laag in de andere gebieden.

7

Het grootste aantal laaggeletterden schatten we te vinden in Oud-West, De Baarsjes en Geuzenveld, Slotermeer, Sloterdijken; het laagste in het gebied IJburg, Zeeburgereiland. We herhalen hier de voor- en nadelen van deze schatting zoals in de publicatie ‘Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam’ uiteen zijn gezet. De voordelen van deze schatting op basis van de landelijke verdeling naar opleidingsniveau zijn de volgende:  Deze schatting is gebaseerd op de feitelijke percentages van laaggeletterden naar opleidingsniveau, weliswaar op landelijk niveau.  Opleidingsniveau is een van de belangrijkste factoren die samenhangen met laaggeletterdheid.  Het opleidingsniveau is bekend van bijna drie kwart van de Amsterdammers van 16 t/m 65 jaar in 2020 (73%). Nadelen:  Het gaat om de landelijke verdeling in 2012. We weten niet hoe deze verdeling in 2020 is, en ook niet of de Amsterdamse verdeling afwijkt van de landelijke verdeling.  Het opleidingsniveau is weliswaar voor 73% bekend, maar vooral onder de groep eerste generatie migranten relatief vaak onbekend. Amsterdam telt veel inwoners in deze groep.  We controleren niet voor andere belangrijke factoren (inkomen, arbeidsmarktstatus, leeftijd en generatie van migratie).  Deze schatting komt duidelijk lager uit dan de schatting die voor Amsterdam is gemaakt voor 2020 door CINOP c.s. (16%).

Het opleidingsniveau van Amsterdammers is relatief hoog en opleidingsniveau verklaart het relatief hoge aandeel laaggeletterden in de stad niet goed.

1.3 Schatting op basis van leeftijd per gebied De tweede schattingsmethode die we kunnen toepassen per gebied is gebaseerd op leeftijd. Op basis van de PIAAC-gegevens van 2012 is bekend hoeveel laaggeletterden er zijn onder elke leeftijdsgroep: hoe ouder, hoe groter het aandeel laaggeletterden. Van de 16 t/m 24-jarigen was 5% laaggeletterd, van de groep van 55 t/m 65 jaar 22%. We gebruiken deze landelijke verdeling en rekenen met de samenstelling van de bevolking naar leeftijdsgroep in elk stadsdeel. De uitkomsten van deze schatting zitten heel dicht op elkaar: het varieert van 10 tot 12% per gebied. Daarin zien we een teken dat de schatting op basis van leeftijd waarschijnlijk minder bruikbare resultaten oplevert door de vertaling van de landelijke verdeling op de Amsterdamse situatie. We zien ook dat de uitkomsten slecht te vergelijken zijn met die van de schatting op basis van opleidingsniveau: zo valt de schatting van het percentage laaggeletterden in de gebieden in Zuidoost nu veel lager uit omdat de bevolking in dat stadsdeel relatief jong is. Deze uitkomst moet zo worden vertaald: op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar leeftijdsgroepen verwachten we relatief weinig laaggeletterden in Zuidoost.

Er kunnen echter ook andere kenmerken van de bevolking een rol spelen, zoals we eerder zagen, waardoor de schatting van de groep laaggeletterden hoger kan zijn. We zien hier wel opnieuw dat OudWest, De Baarsjes in absolute zin de meeste laaggeletterden telt. Dit komt deels doordat dit gebied relatief veel inwoners heeft.

8

Tabel 1.3 Schatting aantal (afgerond) en percentage laaggeletterden onder de bevolking van 16 t/m 65 jaar op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar leeftijd, naar gebied, 2020 schatting aantal

schatting percentage

Centrum-West

3.800

11

Centrum-Oost

3.800

11

Westerpark

3.300

12

Bos en Lommer

2.900

10

Oud-West, De Baarsjes

6.200

11

Geuzenveld, Slotermeer, Sloterdijken

3.500

11

Osdorp

3.000

11

De Aker, Sloten en Nieuw Sloten

2.500

12

Slotervaart

3.300

10

Oud-Zuid

4.300

11

Buitenveldert, Zuidas

1.900

11

De Pijp, Rivierenbuurt

5.300

11

Oud-Oost

3.000

11

Indische Buurt, Oostelijk Havengebied

3.600

12

Watergraafsmeer

2.800

11

IJburg, Zeeburgereiland

2.200

11

Noord-West

3.100

12

Oud-Noord

2.500

11

Noord-Oost

2.300

11

Bijlmer-Centrum

2.400

12

Bijlmer-Oost

2.100

10

Gaasperdam, Driemond

2.800

12

Amsterdam

70.500

11

Voordelen schatting op basis van de landelijke verdeling naar leeftijd:  Deze schatting is gebaseerd op de feitelijke percentages van laaggeletterden naar leeftijd, weliswaar op landelijk niveau.  Leeftijd is een belangrijke factor die samenhangt met laaggeletterdheid.  Leeftijd is voor alle Amsterdammers bekend. Nadelen:  Het gaat om de landelijke verdeling in 2012. We weten niet hoe deze verdeling in 2020 is, en ook niet of de Amsterdamse verdeling afwijkt van de landelijke verdeling.  We controleren niet voor andere belangrijke factoren (inkomen, arbeidsmarktstatus, leeftijd en generatie van migratie).  We weten uit eerder onderzoek dat de leeftijdsopbouw van de Amsterdamse bevolking niet sterk verband houdt met het relatief hoge aandeel laaggeletterden in de stad.

1.4 Bevolking met een lage Sociaal-Economische Score We kunnen per gebied geen schatting maken op basis van de ontwikkeling van de groep met een lage Sociaal-Economische Score (SES). Wel presenteren we hieronder gegevens over de groep met een lage SES-score, waaronder de groep eerste generatie migranten (geboren in het 9

buitenland) met een lage SES-score, per gebied. De SES is gebaseerd op het gestandaardiseerd huishoudinkomen, de hoogst voltooide opleiding en onderwijsinschrijving. De SES komt daarmee overeen met belangrijke factoren die correleren met laaggeletterdheid (opleidingsniveau en inkomen). Indirect wordt arbeidsmarktstatus ook meegenomen, omdat dit kenmerk sterk samenhangt met de combinatie van opleidingsniveau en inkomen.

1.4.1 Bevolking met een lage SES per gebied Het percentage inwoners met een lage SES in een gebied geeft geen informatie over hoeveel laaggeletterden er zijn in dat gebied, maar met de omvang van de groep met een lage SES zien we wel welke gebieden een kwetsbare bevolking hebben met een groot risico op laaggeletterdheid. Een dergelijke kwetsbaarheid zien we in alle gebieden van Zuidoost maar ook van Noord, en drie van de vier gebieden van Nieuw-West. Tabel 1.4 Aantal en percentage Amsterdammers van 16 t/m 65 jaar met een lage SES, en aantal en percentage 1e generatie migranten met een lage SES, naar gebied, 2019* % onder de 1e generatie % onder de aantal bevolking migranten bevolking Centrum-West

6.970

21

3.880

12

Centrum-Oost

6.800

21

3.840

12

Westerpark

6.570

23

3.470

12

Bos en Lommer

8.230

30

5.540

21

Oud-West, De Baarsjes

13.590

24

7.770

14

Geuzenveld, Slotermeer, Sloterdijken

13.690

43

9.280

29

Osdorp

10.060

39

6.640

26

De Aker, Sloten en Nieuw Sloten

4.070

21

2.110

11

Slotervaart

9.590

30

6.670

21

Oud-Zuid

5.950

16

3.010

8

Buitenveldert, Zuidas

3.420

20

2.160

12

De Pijp, Rivierenbuurt

9.520

19

4.640

9

Oud-Oost

6.870

25

4.220

15

Indische Buurt, Oostelijk Havengebied

7.520

24

4.720

15

Watergraafsmeer

4.630

18

2.500

10

IJburg, Zeeburgereiland

3.580

19

2.210

12

Noord-West

8.320

34

4.140

17

Oud-Noord

6.880

33

3.330

16

Noord-Oost

6.670

35

4.210

22

Bijlmer-Centrum

7.650

41

5.950

32

Bijlmer-Oost

7.950

39

6.090

30

Gaasperdam, Driemond

7.800

34

5.140

22

166.540

27

101.660

16

Amsterdam

* in deze tabel staan feitelijke aantallen in tegenstelling tot de schattingen in de eerdere tabellen. Aantallen zijn hier wel afgerond op tientallen.

bron: CBS/ bewerking OIS

10

Uit de eerdere publicatie over laaggeletterden in Amsterdam bleek dat de omvang van deze groep voor een groot deel te maken heeft met het relatieve hoge aantal inwoners die in het buitenland zijn geboren. In 2012 was 37% van de eerste generatie migranten in Nederland laaggeletterd, dit werkt door in de schatting die CINOP c.s. hebben gemaakt voor Amsterdam (CINOP-ecbo, ROA, Etil. 2020. https://geletterdheidinzicht.nl). Om dit criterium ook mee te nemen zijn in tabel 1.4 ook cijfers opgenomen over de groep eerste generatie migranten met een lage SES. De verwachting is dat de groep laaggeletterden relatief groot is onder hen. Deze cijfers laten zien dat hun aantal vooral groot is, zowel in absolute als in relatieve zin, in de gebieden van Nieuw-West en Zuidoost. In Nieuw-West heeft alleen De Aker, Sloten en Nieuw Sloten een relatief laag aandeel eerste generatie met een lage SES.

1.4.2 Verandering in bevolking met lage SES sinds 2012 We beschikken over gegevens over de SES in 2012 en kunnen daarom kijken naar de ontwikkeling tussen 2012 en 2019. Dit geeft een indicatie van hoe de groep laaggeletterden zich waarschijnlijk heeft ontwikkeld in die periode. Het gaat om trends die we hier kort beschrijven. De bevolking van 16 t/m 65 jaar met een lage SES vooral is gestegen in de twee gebieden van Centrum. Daar is ook het percentage eerste generatiemigranten met een lage SES het meest gestegen. Dat zien we ook in Buitenvelders, Zuidas, Watergraafsmeer en Oud-Zuid. We zouden op basis daarvan kunnen verwachten dat het percentage laaggeletterden is gestegen sinds 2012, maar daar zijn twee kanttekeningen bij te plaatsen. Ten eerste is in die gebieden het percentage eerste generatie migranten met een lage SES in 2019 relatief laag. Ten tweede kan hier sprake zijn van de toestroom van eerste generatiemigranten van wie de opleidingsgegevens ontbreken: aan hen wordt automatisch een laag opleidingsniveau toegekend. Verder zien we in een aantal gebieden dat het percentage van de bevolking met een lage SES stabiel is of licht is gedaald, maar het percentage eerste generatiemigranten met een lage SES (licht) gestegen.

Dat geldt voor twee gebieden van Nieuw-West (Osdorp en De Aker, Sloten en Nieuw Sloten) en voor Oud-West, De Baarsjes (West), De Pijp, Rivierenbuurt (Zuid), IJburg, Zeeburgereiland (Oost), Noord-West (Noord) en Gaasperdam, Driemond (Zuidoost). In die gebieden is lastig in te schatten hoe het percentage laaggeletterden naar schatting zich heeft ontwikkeld. In alle overige gebieden is het percentage bewoners met een lage SES, en het percentage eerste generatiemigranten met een lage SES onder de bevolking gedaald tussen 2012 en 2019. In die gebieden kunnen we verwachten dat het percentage laaggeletterden stabiel is gebleven of (licht) is gedaald.

11

2 Nederlandstalige laaggeletterden per gebied

In dit hoofdstuk brengen we de groep Nederlandstalige laaggeletterden in kaart in de 22 Amsterdamse gebieden. Om een schatting te maken van het aantal en aandeel Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam, hebben we eerst bepaald wie Nederlandstalig is. In dit onderzoek gaan we ervanuit dat Amsterdammers die in Nederland zijn geboren of voor hun dertiende naar Nederland zijn gemigreerd Nederlandstalig zijn. Deze Amsterdammers hebben minstens vier tot zes jaar onderwijs in Nederland gevolgd vanwege de leerplicht (tot 16 of 18 jaar). Daarnaast zijn sommige Amsterdammers geboren in een van de voormalige Nederlandse koloniën: Suriname, Nederlands-Indië en de ABCS-eilanden. Vanwege deze geschiedenis zijn deze Amsterdammers waarschijnlijk op jonge leeftijd in aanraking gekomen met de Nederlandse taal. Hetzelfde geldt voor Amsterdammers die zelf elders zijn geboren, maar wiens ouders wel in Nederland zijn geboren. Onze definitie van de groep Nederlandstaligen houdt met andere woorden geen verband met migratieachtergrond, maar met een combinatie van geboorteland en leeftijd bij migratie. We maken de schattingen van de groep laaggeletterden onder de Nederlandstalige bevolking op basis van opleidingsniveau en op basis van leeftijd. Daarmee kunnen we ook iets zeggen over de samenstelling van de groep naar opleidingsniveau en naar leeftijdsgroepen.

We beginnen met de schattingen per stadsdeel, waarmee we de methodiek van de schattingen ook toelichten.

2.1 Schattingen per stadsdeel Op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterden naar opleidingsniveau en leeftijd kunnen we schattingen maken van het aantal en aandeel Nederlandstalige laaggeletterden in de stadsdelen. Met deze twee methoden komen we uit op naar schatting tussen de zes en acht procent van de Amsterdammers tussen 16 en 65 jaar die laaggeletterd en Nederlandstalig is. De cijfers in tabel 2.1 laten zien dat er naar schatting relatief veel Nederlandstalige laaggeletterden wonen in Nieuw-West, Noord en Zuidoost. In Centrum en Zuid zouden relatief weinig Nederlandstalige laaggeletterden wonen. Gemiddeld in Amsterdam is naar schatting zes procent laaggeletterd onder de groep Nederlandstaligen van 16 t/m 65 jaar.

12

Tabel 2.1 Schatting percentage en aantal laaggeletterden onder de Nederlandstalige bevolking van 16 t/m 65 jaar op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar opleidingsniveau, naar stadsdeel, 2020 (procenten en absolute aantallen, afgerond) schatting aantal

schatting percentage

Centrum

2.700

4

West

5.800

5

Nieuw-West

7.600

7

Zuid

4.400

5

Oost

5.600

4

Noord

5.100

8

Zuidoost

5.800

9

Amsterdam

37.000

6

De tweede methode, gebaseerd op enkel leeftijd, levert een hoger percentage laaggeletterden op onder de groep Nederlandstaligen dan de methode op basis van opleidingsniveau. Daarnaast zien we bij deze methode weinig verschil tussen de stadsdelen. Gemiddeld gaat het om acht procent van de groep Nederlandstalige Amsterdammers van 16 t/m 65 jaar. Tabel 2.2 Schatting percentage en aantal laaggeletterden onder de Nederlandstalige bevolking van 16 t/m 65 jaar op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar leeftijdsgroepen, naar stadsdeel, 2020 (procenten en aantallen) schatting aantal

schatting percentage

Centrum

5.400

8

West

8.500

7

Nieuw-West

7.600

7

Zuid

8.300

8

Oost

8.400

8

Noord

5.700

8

Zuidoost

5.000

8

Amsterdam

48.900

8

Concluderend kunnen we stellen dat Amsterdam naar schatting tussen 37.000 en 48.900 Nederlandstalige laaggeletterden telt in de groep van 16 t/m 65 jaar. Van de totale groep laaggeletterden (ruim 100.000) komt dit neer op 37% à 49%. Het vormt niet de grootste groep laaggeletterden: laaggeletterdheid is in Amsterdam vooral gerelateerd aan de groep eerste generatie migranten. Alsnog gaat het om een grote groep die in elk stadsdeel vertegenwoordigd is.

2.2 Schattingen per gebied In de volgende paragrafen kijken we per stadsdeel naar het aantal en percentage Nederlandstalige laaggeletterden per gebied. Vervolgens gaan we dieper in op de verschillende kenmerken van deze groep. De kenmerken van de groep Nederlandstalige laaggeletterden hangen over het algemeen samen met de kenmerken van de totale bevolking. Bijvoorbeeld in gebied Centrum-West wonen relatief veel hoogopgeleide Amsterdammers. Dit zien we ook

13

terug in het geschatte aandeel hoogopgeleiden onder de Nederlandstalige laaggeletterden in het gebied; deze is relatief hoog.

2.2.1 Stadsdeel Centrum Naar schatting is zes tot twaalf procent van de Nederlandstalige bewoners van stadsdeel Centrum tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd. Omgerekend is dat vier tot acht procent van alle inwoners van het stadsdeel in deze leeftijdsgroep. Dit is ongeveer gelijk in beide gebieden in het stadsdeel. Tabel 2.3 Schatting Nederlandstalige laaggeletterden onder de bevolking 16 t/m 65 jaar in stadsdeel Centrum, naar gebied, 2020 schatting aantal

schatting percentage

Centrum-West

1.300-2.600

4-8

Centrum-Oost

1.400-2.700

4-8

Stadsdeel Centrum

2.700-5.400

4-8

Binnen de groep Nederlandstalige laaggeletterden is volgens onze schatting een relatief groot aandeel in Centrum-West hoogopgeleid (hbo of wo afgemaakt); namelijk een kwart (24%). Dit is ook het geval in Centrum-Oost. Dit heeft ook te maken met het feit dat er relatief veel hoogopgeleide Amsterdammers in deze gebieden wonen. Figuur 2.4 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Centrum naar gebied, en opleidingsniveau, 2020 (procenten)

Centrum-West (n=1.300)

27

Centrum-Oost (n=1.400)

30

Amsterdam (n=37.000)

25 23

42

23

24

25

23

24

14

22 %

0 laagopgeleid

20

40 middelbaar opgeleid

60 hoogopgeleid

80

100 onbekend

In lijn met het landelijke beeld is volgens onze schatting een relatief hoog percentage van de Nederlandstalige laaggeletterden in Centrum-West en Centrum-Oost tussen de 55 en 65 jaar (40% en 41%). Toch is ruim een kwart van de Nederlandstalige laaggeletterden 34 jaar of jonger.

14

Figuur 2.5 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Centrum naar gebied, en leeftijdsgroepen, 2020 (procenten)

Centrum-West (n=2.600)

7

20

12

22

40

Centrum-Oost (n=2.700)

7

19

12

22

41

Amsterdam (n=48.900)

8

22

15

21

34 %

0 16-24 jaar

20 25-34 jaar

40

60 35-44 jaar

80 45-54 jaar

100 55-65 jaar

2.2.2 Stadsdeel West Zeven tot elf procent van de Nederlandstalige bewoners van stadsdeel West tussen de 16 en 65 jaar is naar schatting laaggeletterd. Omgerekend is dat vijf tot zeven procent van alle inwoners van West in deze leeftijdsgroep. Dit is ongeveer gelijk in de drie gebieden in het stadsdeel. In Oud-West, De Baarsjes zijn in absolute zin de meeste Nederlandstalige laaggeletterden te vinden. Tabel 2.6 Schatting Nederlandstalige laaggeletterden onder de bevolking 16 t/m 65 jaar in stadsdeel West, naar gebied, 2020 schatting aantal

schatting percentage

Westerpark

1.400-2.400

5-8

Bos en Lommer

1.500-1.800

5-6

Oud-West, De Baarsjes

2.800-4.400

5-8

Stadsdeel West

5.800-8.500

5-7

Volgens de schatting is een relatief hoog percentage van de Nederlandstalige laaggeletterden in stadsdeel West laagopgeleid (basisschool, vmbo of mbo-1 afgemaakt). Dit is in lijn met het landelijke beeld. Vooral in Bos en Lommer is dit het geval, 46% van de Nederlandstalige laaggeletterden in dat gebied is laagopgeleid.

15

Figuur 2.7 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel West naar gebied, en opleidingsniveau, 2020 (procenten)

Westerpark (n=1.400)

39

Bos en Lommer (n=1.500)

22

20

46

Oud-West, De Baarsjes (n=2.800)

39

Amsterdam (n=37.000)

42 0

23 21 23

20

laagopgeleid

40

19 16

21

19

14

22

60

middelbaar opgeleid

16

%

80

100

hoogopgeleid

onbekend

Volgens de schatting is binnen de groep Nederlandstalige laaggeletterden in Bos en Lommer een relatief groot deel jonger dan 35 jaar, namelijk 44 procent. Samen met Slotervaart heeft geen ander Amsterdams gebied zo’n hoog aandeel van die leeftijdsgroep onder de Nederlandstalige laaggeletterden. In Oud-West, De Baarsjes geldt in mindere mate dat deze leeftijdsgroep relatief groot is (35%). Figuur 2.8 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel West naar gebied, en leeftijdsgroepen, 2020 (procenten)

Westerpark (n=2.400)

5

21

16

Bos en Lommer (n=1.800)

10

Oud-West, De Baarsjes (n=4.400)

7

28

Amsterdam (n=48.900)

8

22

22

34

36

20

16

15

19

18

20

21

28

34 %

0 16-24 jaar

20 25-34 jaar

40

60 35-44 jaar

80 45-54 jaar

100 55-65 jaar

2.2.3 Stadsdeel Nieuw-West Op basis van de twee gebruikte schattingsmethoden is tien procent van de Nederlandstalige bewoners van stadsdeel Nieuw-West tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd. Omgerekend is dat zeven procent van alle inwoners van Nieuw-West in deze leeftijdsgroep. In de vier gebieden van Nieuw-West ligt dit percentage ongeveer op hetzelfde niveau. Alleen in De Aker, Sloten en Nieuw-Sloten is het percentage relatief hoger: met een bovengrens van 10% is dit het hoogste percentage van alle Amsterdamse gebieden (samen met Gaasperdam, Driemond).

16

Tabel 2.9 Schatting Nederlandstalige laaggeletterden onder de bevolking 16 t/m 65 jaar in stadsdeel NieuwWest, naar gebied, 2020 schatting aantal

schatting percentage

Geuzenveld, Slotermeer, Sloterdijken

2.000-2.400

6-8

Osdorp

1.800-2.000

+/- 7

De Aker, Sloten en Nieuw Sloten

1.400-1.900

7-10

Slotervaart

1.800-2.000

5-6

+/- 7.600

+/- 7

Stadsdeel Nieuw-West

Op basis van de schattingscijfers is een relatief hoog percentage van de Nederlandstalige laaggeletterden in stadsdeel Nieuw-West laagopgeleid. Dit komt overeen met het landelijke beeld. Vooral in Geuzenveld, Slotermeer, Sloterdijk en Osdorp is dit het geval, respectievelijk 54 procent en 49 procent van de Nederlandstalige laaggeletterden in deze gebieden is laagopgeleid. Het aandeel laagopgeleiden onder de groep Nederlandstalige laaggeletterden is in Geuzenveld, Slotermeer, Sloterdijk het hoogste van alle Amsterdamse gebieden. Figuur 2.10 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Nieuw-West naar gebied, en opleidingsniveau, 2020 (procenten)

Geuzenveld, Slotermeer, Sloterdijken (n=2.400)

54

Osdorp (n=2.000)

24

49

De Aker, Sloten en Nieuw Sloten (n=1.400)

25

36

24

Slotervaart (n=1.800)

45

Amsterdam (n=37.000)

42

5 5

21

8

32

26 23

18

12

17

14

22

% 0 laagopgeleid

20

40

middelbaar opgeleid

60 hoogopgeleid

80

100

onbekend

Volgens de schatting is een relatief groot deel van de Nederlandstalige laaggeletterden in Nieuw-West jonger dan 35 jaar. Dit heeft te maken met het relatief grote aantal jonge Amsterdammers die in het stadsdeel wonen. Alleen in de Aker, Sloten en Nieuw Sloten is het aandeel 55- tot 65-jarigen onder de Nederlandstalige laaggeletterden relatief hoog, namelijk bijna de helft van hen (48%). Dit is het grootste aandeel 55-plussers onder de Nederlandstalige laaggeletterden van alle Amsterdamse gebieden.

17

Figuur 2.11 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Nieuw-West naar gebied, en leeftijdsgroepen, 2020 (procenten)

Geuzenveld, Slotermeer, Sloterdijken (n=2.000)

13

24

Osdorp (n=1.800)

12

21

16

10

23

De Aker, Sloten en Nieuw Sloten (n=1.900)

8

Slotervaart (n=2.000)

13

Amsterdam (n=48.900)

8 0

16-24 jaar

11

17

32 15

20

40

28

19

31 48

15

22

25-34 jaar

17

35-44 jaar

16

24

21

34 60

80 45-54 jaar

% 100 55-65 jaar

2.2.4 Stadsdeel Zuid Naar schatting is zes tot elf procent van de Nederlandstalige bewoners van stadsdeel Zuid tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd. Omgerekend is dat vier tot acht procent van alle inwoners van Zuid in deze leeftijdsgroep. Dit percentage is voor alle gebieden ongeveer gelijk. Het absolute aantal Nederlandstalige laaggeletterden is in Buitenveldert, Zuidas relatief laag. Tabel 2.12 Schatting Nederlandstalige laaggeletterden onder de bevolking 16 t/m 65 jaar in stadsdeel Zuid, naar gebied, 2020 schatting aantal

schatting percentage

1.600-3.200

4-8

Buitenveldert, Zuidas

700-1.200

4-7

De Pijp, Rivierenbuurt

2.200-3.900

4-8

Stadsdeel Zuid

4.400-8.300

4-8

Oud-Zuid

Op basis van de schatting is naar verwachting een relatief groot aandeel van de Nederlandstalige laaggeletterden in Oud-Zuid en De Pijp, Rivierenbuurt hoogopgeleid (hbo of wo afgemaakt); namelijk een kwart (26%). In geen van de andere Amsterdamse gebieden is dit percentage zo hoog. In Buitenveldert is het percentage hoogopgeleiden ook relatief hoog, zij het iets minder (19%). Dit heeft ook te maken met dat er relatief veel hoogopgeleide Amsterdammers in deze gebieden wonen.

18

Figuur 2.13 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Zuid naar gebied, en opleidingsniveau, 2020 (procenten)

Oud-Zuid (n=1.600)

27

Buitenveldert, Zuidas (n=700)

32

24

De Pijp, Rivierenbuurt (n=2.200)

33

23

21

Amsterdam (n=37.000)

26

42 0

laagopgeleid

19

25

26 23

20

25

40

14 60

middelbaar opgeleid

19 22 80

hoogopgeleid

% 100

onbekend

Een relatief hoog aandeel van de Nederlandstalige laaggeletterden in stadsdeel Zuid valt in de leeftijdsgroep 25 tot en met 34 jaar. Dit is vooral het geval in De Pijp, Rivierenbuurt. In dit gebied valt 28 procent in deze leeftijdsgroep, terwijl dit landelijk 22 procent is. Figuur 2.14 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Zuid naar gebied, en leeftijdsgroepen, 2020 (procenten)

Oud-Zuid (n=3.200)

7

21

14

24

35

Buitenveldert, Zuidas (n=1.200)

8

21

12

21

37

De Pijp, Rivierenbuurt (n=3.900)

7

28

Amsterdam (n=48.900)

8

22

15

20

40

0 16-24 jaar

25-34 jaar

14

35-44 jaar

20

31

21

34 60

80 45-54 jaar

%

100 55-65 jaar

2.2.5 Stadsdeel Oost Van de Nederlandstalige bewoners van stadsdeel Oost tussen de 16 en 65 jaar is volgens onze schattingen zeven tot elf procent laaggeletterd. Omgerekend is dat vijf tot acht procent van alle inwoners van Oost in deze leeftijdsgroep. Dit is ongeveer gelijk in de vier gebieden in het stadsdeel.

19

Tabel 2.15 Schatting Nederlandstalige laaggeletterden onder de bevolking 16 t/m 65 jaar in stadsdeel Oost, naar gebied, 2020 schatting aantal

schatting percentage

Oud-Oost

1.500-2.100

5-8

Indische Buurt, Oostelijk Havengebied

1.700-2.600

6-8

Watergraafsmeer

1.200-2.200

5-8

IJburg, Zeeburgereiland

1.200-1.600

6-8

Stadsdeel Oost

5.600-8.400

5-8

Een relatief hoog percentage van de Nederlandstalige laaggeletterden in stadsdeel Oost is volgens de schatting laagopgeleid. Alleen in Watergraafsmeer is dit in mindere mate het geval. Een derde van de Nederlands laaggeletterden in dit gebied is laagopgeleid. Figuur 2.16 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Oost naar gebied, en opleidingsniveau, 2020 (procenten)

Oud-Oost (n=1.500)

42

Indische Buurt, Oostelijk Havengebied (n=1.700)

40

Watergraafsmeer (n=1.200)

21

19

21

33

24

18

18

22

23

20

Ijburg, Zeeburgereiland (n=1.200)

41

23

16

20

Amsterdam (n=37.000)

42

23

14

22

% 0 laagopgeleid

20

40

middelbaar opgeleid

60 hoogopgeleid

80

100

onbekend

Volgens de schatting valt een relatief groot aandeel van de Nederlandstalige laaggeletterden in Oud-Oost in de leeftijdsgroep 25 tot en met 34 jaar. In IJburg, Zeeburgereiland valt een relatief hoog aandeel in de groep 45- tot 54-jarigen, namelijk 35 procent van hen.

20

Figuur 2.17 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Oost naar gebied, en leeftijdsgroepen, 2020 (procenten)

Oud-Oost (n=2.100)

8

Indische Buurt, Oostelijk Havengebied (n=2.600)

7

Watergraafsmeer (n=2.200)

9

Ijburg, Zeeburgereiland (n=1.600)

10

15

Amsterdam (n=48.900)

8

22

15

20

40

0 16-24 jaar

27 20

15 15

23

25-34 jaar

19

32

23 14

36

21

17

33 35

35-44 jaar

23

21

34 60

80 45-54 jaar

% 100 55-65 jaar

2.2.6 Stadsdeel Noord Naar schatting is tien tot elf procent van de Nederlandstalige bewoners van Amsterdam Noord tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd. Omgerekend is dat acht procent van alle inwoners van Noord in deze leeftijdsgroep. Dit is ongeveer gelijk in de drie gebieden in het stadsdeel. Het absolute aantal laaggeletterden is relatief hoog in Noord-West. Tabel 2.18 Schatting Nederlandstalige laaggeletterden onder de bevolking 16 t/m 65 jaar in stadsdeel Noord, naar gebied, 2020 schatting aantal

schatting percentage

Noord-West

2.100-2.300

8-9

Oud-West

1.600-1.900

7-9

Noord-Oost

+/- 1.500

+/- 7

5.100-5.700

+/- 8

Stadsdeel Noord

In lijn met het landelijke beeld is volgens de schatting een relatief hoog percentage van de Nederlandstalige laaggeletterden in stadsdeel Noord laagopgeleid, namelijk de helft van hen. Dit is het geval in de drie gebieden van Noord.

21

Figuur 2.19 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Noord naar gebied, en opleidingsniveau, 2020 (procenten)

Noord-West (n=2.100)

50

23

6

21

Oud-Noord (n=1.600)

50

22

11

17

Noord-Oost (n=1.500)

49

24

7

20

Amsterdam (n=37.000)

42 0

23

20

laagopgeleid

14

40

60

middelbaar opgeleid

22 80

hoogopgeleid

% 100

onbekend

Volgens de schatting is een relatief hoog percentage van de Nederlandstalige laaggeletterden in Stadsdeel Noord tussen de 55 en 65 jaar. Dit is in lijn met het landelijke beeld. Toch is bijna een derde van de Nederlandstalige laaggeletterden in Noord-Oost 34 jaar of jonger (29%). Figuur 2.20 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Noord naar gebied, en leeftijdsgroepen, 2020 (procenten)

Noord-West (n=2.300)

8

13

Oud-Noord (n=1.900)

7

21

Noord-Oost (n=1.500)

11

Amsterdam (n=48.900)

8 0

16-24 jaar

15

23

40

15

21

36

18

16

21

34

22

15

21

34

20

40

25-34 jaar

35-44 jaar

60

80 45-54 jaar

%

100 55-65 jaar

2.2.7 Stadsdeel Zuidoost Op basis van onze twee schattingsmethoden is elf tot dertien procent van de Nederlandstalige bewoners van stadsdeel Zuidoost tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd. Omgerekend is dat acht tot negen procent van alle inwoners van Zuidoost in deze leeftijdsgroep. Dit is ongeveer gelijk in de drie gebieden in het stadsdeel, alleen het percentage in Bijlmer-Oost is relatief laag. In Gaasperdam, Driemond is het juist relatief hoog, en met een bovengrens van 10% zien we in dit gebied het hoogste percentage Nederlandstalige laaggeletterden van alle Amsterdamse gebieden (samen met De Aker, Sloten en Nieuw Sloten).

22

Tabel 2.21 Schatting Nederlandstalige laaggeletterden onder de bevolking 16 t/m 65 jaar in stadsdeel Zuidoost, naar gebied, 2020 schatting aantal

schatting percentage

Bijlmer-Centrum

1.600-2.000

8-9

Bijlmer-Oost

1.300-1.700

6-8

Gaasperdam, Driemond

2.100-2.200

9-10

Stadsdeel Zuidoost

5.000-5.800

8-9

Ook in stadsdeel Zuidoost is volgens de schatting een relatief hoog percentage van de Nederlandstalige laaggeletterden laagopgeleid. Dit is in alle drie de gebieden bijna de helft. Figuur 2.22 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Zuidoost naar gebied, en opleidingsniveau, 2020

Bijlmer-Centrum (n=2.000)

47

21

Bijlmer-Oost (n=1.700)

48

22

Gaasperdam, Driemond (n=2.200)

46

22

Amsterdam (n=37.000)

42 0

laagopgeleid

28 4

29

14

40

60

middelbaar opgeleid

26

4

23

20

4

22 80

% 100

hoogopgeleid

onbekend

Op basis van de schattingscijfers is in stadsdeel Zuidoost een groot aandeel van de Nederlandstalige laaggeletterden 55 tot 65 jaar. Alleen in Bijlmer-Oost is een relatief groot aandeel jonger dan 34 jaar, namelijk 37 procent. Figuur 2.23 Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam en stadsdeel Zuidoost naar gebied, en leeftijdsgroepen, 2020

Bijlmer-Centrum (n=1.600)

11

Bijlmer-Oost (n=1.300)

15

Gaasperdam, Driemond (n=2.100)

8

Amsterdam (n=48.900)

8 0

16-24 jaar

16

13

15

20

22

12

13

20

22

15

20

40

25-34 jaar

35-44 jaar

38 18

33 46

21

34 60

80 45-54 jaar

%

100 55-65 jaar

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11538071/1