2e Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam -OIS Onderzoek (1)
Tekst van het document
Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
1
In opdracht van: Werk, Participatie en Inkomen Projectnummer: 20353 Auteur: Laure Michon, Francien Meester, Sara Rubingh, Sjors Verhaar, Idske de Jong E-mailadres: l.michon@amsterdam.nl Bezoekadres: Weesperstraat 113-117 Telefoon: 020 251 0333 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam data.amsterdam.nl Amsterdam, juli 2021 Foto voorzijde: Gerrit Rietveldacademie, fotograaf onbekend
2
Inhoud
Samenvatting en conclusie
4
Inleiding
7
Onderzoeksopzet Leeswijzer
8 8
1 Literatuur en opzet onderzoek
10
1.1 Definities laaggeletterdheid 1.2 Factoren die samenhangen met laaggeletterdheid 1.3 Opzet actualisatie schatting laaggeletterden 1.4 Nederlandstalige laaggeletterden 1.5 Opzet schatting Nederlandstalige laaggeletterden
2 Laaggeletterden in de Amsterdamse stadsdelen 2.1 Schatting op basis van de ontwikkeling van de sociaaleconomische score 2.2 Schatting op basis van de ontwikkeling groep eerste generatie met lage SES 2.3 Schatting op basis van de landelijke verdeling naar opleidingsniveau 2.4 Schatting op basis van de landelijke verdeling naar leeftijd 2.5 Schatting aantal laaggeletterden per stadsdeel
3 Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam 3.1 Schatting op basis van de landelijke verdeling naar opleidingsniveau 3.2 Schatting op basis van de landelijke verdeling naar leeftijd
4 Laaggeletterden in Amsterdam Noord 4.1 Beschrijving van de populatie in Amsterdam Noord 4.2 Beschrijving Nederlandstalige laaggeletterden in Noord
Bijlage: bepaling SES
10 11 14 16 17
19 19 21 22 23 24
25 25 26
28 28 31
34
3
Samenvatting en conclusie
In Amsterdam is naar schatting 16% van de personen tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd, ruim 100.000 personen (cijfers 2020; zie https://geletterdheidinzicht.nl/). Zij hebben moeite met lezen en schrijven en kunnen daarom niet optimaal deelnemen aan de samenleving. Onder deze groep bevinden zich veel eerste generatie migranten. Nederlands is vaak niet hun eerste taal en het aanbod voor laaggeletterden houdt daar rekening mee. Nederlandstalige laaggeletterden worden over het algemeen minder goed bereikt. Er is ook niet goed zicht op de omvang van deze groep. Naar aanleiding van een raadsmotie over deze groep heeft WPI aan OIS gevraagd inzicht te geven in de omvang van de groep Nederlandstalige laaggeletterden. Opzet en focus van het onderzoek Dit onderzoek focust op de groep Nederlandstalige laaggeletterden. Het doel van het onderzoek is om de omvang van deze groep in kaart te brengen in Amsterdam en in de Amsterdamse stadsdelen. Daarbij hebben we bijzondere aandacht voor de situatie in stadsdeel Noord. Het onderzoek is uitgevoerd in vier fases: 1. een literatuurstudie, met een focus op de groep Nederlandstalige laaggeletterden; 2. de actualisatie van de cijfers van laaggeletterdheid in de Amsterdamse stadsdelen; 3. de schatting van de groep Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam en in de stadsdelen; 4.
de beschrijving van de groep laaggeletterden in Amsterdam Noord, in het bijzonder de groep Nederlandstaligen onder hen. Cijfers die tot dan toe beschikbaar waren over laaggeletterden in Amsterdam zijn gebaseerd op een internationaal onderzoek uit 2012 (de gegevens uit het ‘Programme for the International Assessment of Adult Competencies’, oftewel PIAAC) en geschat aan de hand van een uitvoerig schattingsmodel voor de bevolkingsopbouw in Amsterdam in 2012 en 2020.1 Voor de stadsdelen zijn de laatst bekende cijfers van 2012. Het PIAAC-onderzoek wordt op dit moment herhaald en zal gebruikt worden om nieuwe cijfers over Amsterdam (en mogelijk de stadsdelen) te genereren. In afwachting hiervan was behoefte aan nieuwe cijfers. Dat doen we met gesimplificeerde schattingsmodellen, waarbij we uitgaan van de factoren die in de literatuur naar voren komen als degenen die het meest samenhangen met laaggeletterdheid, te weten opleidingsniveau, inkomen, geboorteland en leeftijd. Nieuw aan dit onderzoek is de focus op de groep Nederlandstalige laaggeletterden.
De afbakening van deze groep was onderdeel van het onderzoek en op basis van inzichten uit de literatuur zijn we gekomen tot een aantal categorieën die we als Nederlandstalig beschouwen: personen die in Nederland zijn geboren; personen die zijn geboren in een van de voormalige Nederlandse koloniën (Suriname, Nederlands-Indië en de ABCS-eilanden); 1
CINOP Advies, Etil, Kohnstamm Instituut & ROA, 2016, Regionale laaggeletterdheid. Gemeente Amsterdam/ CINOPecbo, ROA, Etil. 2020. https://geletterdheidinzicht.nl/
4
personen die in het buitenland zijn geboren, wiens ouders in Nederland zijn geboren, personen die 0 t/m 12 jaar waren bij hun vestiging in Nederland. Deze Amsterdammers hebben minstens enkele jaren onderwijs in Nederland gevolgd vanwege de leerplicht. Schattingen laaggeletterden per stadsdeel lopen uiteen We werken met vier schattingen die tot uiteenlopende resultaten leiden. Elke schatting richt zich op andere factoren die correleren met laaggeletterdheid, op basis van de literatuur kunnen niet alle factoren in relatie tot elkaar worden bekeken. Met de eerste schatting kijken we naar de ontwikkeling van de groep met een lage sociaaleconomische score sinds 2012. Volgens deze schatting is het percentage laaggeletterden in Amsterdam licht gedaald van 18% naar 17%. Ook in de meeste stadsdelen is sprake van een daling, alleen in stadsdeel Centrum zien we een lichte stijging. Relatief lijkt het percentage laaggeletterden in Noord het meest te zijn gedaald. De tweede schatting vult de eerste aan door ook rekening te houden met de ontwikkeling van de groep eerste generatie migranten, en specifiek de groep met een lage SES. Volgens deze tweede methode is in Amsterdam sprake van een stijging van het percentage laaggeletterden, vooral in Centrum, Oost en Noord.
De twee overige schattingen zijn gebaseerd op de landelijke verdeling van laaggeletterden naar opleidingsniveau en naar leeftijd. Met beide schattingen komen we uit op een (sterke) daling van het percentage laaggeletterden in Amsterdam. We weten echter uit eerder onderzoek dat alleen opleidingsniveau of leeftijd niet goed kunnen verklaren waarom Amsterdam een relatief grote populatie laaggeletterden heeft. De aanwezigheid van een grote groep eerste generatie migranten is daarin veel meer bepalend. Toch gebruiken we deze schattingen omdat ze inzicht geven in de rol die opleidingsniveau en leeftijd spelen in de Amsterdamse cijfers voor laaggeletterdheid. Op basis van de verschillende schattingen komen we uit op aantallen per stadsdeel. Dat levert een brede bandbreedte, waarbij vooral moet worden gekeken naar de trend ten opzichte van de cijfers van 2012. Dan zien we grofweg een stabiel beeld in Centrum, West en Nieuw-West, een daling in Zuidoost en een stijging van het aantal laaggeletterden in Zuid, Oost en Noord. Naar schatting 37.000 tot 49.000 Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam Na de afbakening van de groep Nederlandstaligen onder de bevolking was de volgende stap om te bepalen wie binnen deze groep laaggeletterd is. Dat hebben we gedaan op basis van de verdeling van laaggeletterdheid naar opleidingsniveau en leeftijd.
We hebben eerder aangegeven dat we de totale groep laaggeletterden in Amsterdam niet uitsluitend kunnen schatten op basis van leeftijd en opleidingsniveau, omdat de cijfers in de hoofdstad sterk worden beïnvloed door de grote groep eerste generatie migranten. Voor de schatting van de groep Nederlandstalige laaggeletterden, waaronder voornamelijk mensen die in Nederland zijn geboren, vormen opleidingsniveau en leeftijd echter wel relevante en bruikbare aanknopingspunten. Onder die groep zien we bij deze twee factoren de meeste samenhang met laaggeletterdheid. Het resultaat is dat tussen de acht en elf procent van de groep Nederlandstalige Amsterdammers (tussen 16 en 65 jaar) laaggeletterd zou zijn. Omgerekend naar de totale groep Amsterdammers in dezelfde leeftijdsgroep zou het gaan om zes à acht procent die en Nederlandstalig, en 5
laaggeletterd is. Dat komt neer op 37.000 volgens de ene schatting en 48.900 Amsterdammers volgens de andere schatting. Tabel 1 Schatting aantal laaggeletterden onder de Nederlandstalige bevolking van 16 t/m 65 jaar op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar opleidingsniveau en naar leeftijdsgroepen, naar stadsdeel, 2020 (absolute aantallen, afgerond) op basis van opleidingsniveau
op basis van leeftijdsgroepen
Centrum
2.700
5.400
West
5.800
8.500
Nieuw-West
7.600
7.600
Zuid
4.400
8.300
Oost
5.600
8.400
Noord
7.600
5.700
Zuidoost
5.800
5.000
Amsterdam
37.000
48.900
Deze substantiële groep is bovendien in elk stadsdeel vertegenwoordigd. In de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost is het percentage Nederlandstalige laaggeletterden iets hoger dan gemiddeld in de stad wanneer we kijken naar opleidingsniveau. Op basis van de verdeling naar leeftijd wonen juist in stadsdeel Centrum iets meer Nederlandstalige laaggeletterden. (Nederlandstalige) laaggeletterden in Amsterdam Noord Volgens alle schattingsmethodes wonen in Noord relatief veel laaggeletterden (schattingen lopen uiteen tussen de 15% en 32%). Ook is naar schatting acht procent van de inwoners van Noord Nederlandstalig en laaggeletterd, oftewel de bovengrens van het stedelijk gemiddelde. Omgerekend gaat het om ongeveer 6.500 personen. De helft van hen is laagopgeleid en bijna zes op tien is 45 jaar of ouder. Zoals eerder beschreven is het totale aandeel laaggeletterden in Noord de afgelopen jaren gedaald. In de periode van 2012 tot 2020 zijn meer hoger opgeleiden en jonge mensen in Amsterdam Noord gaan wonen. Dit kan een verklaring zijn voor de afname in het geschatte percentage laaggeletterden. In absolute aantallen is de groep laaggeletterden in Noord wel naar verwachting gesteven.
6
Inleiding
In Amsterdam was naar schatting 16% van de personen tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd in 2020 (zie https://geletterdheidinzicht.nl/). Omgerekend gaat het om 100.000 laaggeletterde personen: zij hebben moeite met lezen en/of schrijven op taalniveau B1/ 2F.2 Door hun laaggeletterdheid kunnen deze Amsterdammers niet optimaal deelnemen aan de samenleving. De Gemeente Amsterdam ontwikkelt daarom verschillende initiatieven om deze moeilijk bereikbare groep te vinden en te ondersteunen. Onder de groep laaggeletterden zijn er in Amsterdam relatief veel mensen met een migratieachtergrond vergeleken met Nederland als geheel (zie figuur 1). Bij de ondersteuning van laaggeletterden is er veel aandacht voor het bereik van met name de groep nieuwkomers (eerste generatie migranten). Er is minder kennis over de groep zonder migratieachtergrond of, in bredere zin, de groep die in Nederland is geboren, en deze groep blijkt in de praktijk lastiger te bereiken voor ondersteuning.3 Figuur 1 Aandeel laaggeletterden per doelgroep in Amsterdam en in Nederland, 2020 (procenten) % 70 57
60 50 40
31 30 20
20
10 0
14 10 3
2
8 4
7
9
17 16 11
Nederlandse Nederlandse Nederlandse oudere jongeren (< 30) migranten werkenden niet-actieven werkenden (30- Nederlandse zonder partner (30+) met (50+) met gezin (50+) met gezin 50 jaar) singles (50+) of kinderen partner en/of kinderen Amsterdam Nederland
overig
bron: ROA, https://geletterdheidinzicht.nl
De raad heeft de gemeente opgeroepen zich ook op de groep laaggeletterden te richten die Nederlands spreekt, in het bijzonder in Amsterdam Noord (motie De Fockert en El Ksaihi, 10 september 2020). In de motie gaat het hierbij om de groep laaggeletterden die ten minste acht
2 3
https://www.amsterdam.nl/werk-inkomen/werkgevers/amsterdams-taalakkoord/ Tubbing, M. & W. Matthijsse. 2018. Het recht op leren: ook voor NT1’ers? 40 jaar bestrijding van laaggeletterdheid. Stichting Lezen & Schrijven.
7
jaar Nederlandstalig onderwijs hebben gevolgd en niet kunnen lezen en/of schrijven op taalniveau B1/ 2F. De focus op Noord is gebaseerd op eerder onderzoek naar laaggeletterden in Amsterdam en de stadsdelen4, dat heeft laten zien dat stadsdeel Noord relatief veel laaggeletterden telt zonder migratieachtergrond. Deze groep vertoont veel overlap met de groep Nederlandstalige laaggeletterden. Omdat het voor het aanbod aan ondersteuning veel uitmaakt welke taal mensen beheersen, is gekozen voor een focus op Nederlandstaligheid en niet op eerste taal of migratieachtergrond. Het doel is om meer kennis te hebben van de groep Nederlandstalige laaggeletterden in Noord, zodat deze groep beter bereikt en ondersteund kan worden. In opdracht van Werk, Participatie en Inkomen (gemeente Amsterdam) is OIS daarom een onderzoek gestart naar de groep die we om praktische redenen Nederlandstalige laaggeletterden zullen noemen. Het doel van het onderzoek is om de omvang van deze groep in kaart te brengen in stadsdeel Noord. Om dit te kunnen hebben we een onderzoeksopzet in meerdere fases gebruikt.
Onderzoeksopzet De complexiteit van dit onderzoek heeft te maken met twee factoren: we beschikken niet over gegevens waarmee we de Nederlandstalige populatie in kaart kunnen brengen, en ook niet over gegevens over geletterdheid van de bevolking. De relatie tussen deze twee kenmerken is ook niet op voorhand bekend. We doorlopen in dit onderzoek daarom een aantal stappen die schematisch zijn weergegeven in figuur 1. Figuur 1 Schema onderzoeksopzet
fase 1 fase 2 fase 3 Fase 4
•Literatuurstudie, focus op Nederlandstalige laaggeletterden
•Actualisatie schatting laaggeletterden per stadsdeel
•Schatting Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam en stadsdelen
•Beschrijving groep (Nederlandstalige) laaggeletterden in Amsterdam Noord
Leeswijzer De opbouw van dit rapport volgt de verschillende fases van het onderzoek. Hoofdstuk 1 vat de belangrijkste inzichten uit de literatuurstudie samen en hoe deze zijn gebruikt voor de opzet van
4
CINOP Advies, Etil, Kohnstamm Instituut & ROA. 2016. Regionale laaggeletterdheid. Gemeente Amsterdam – Stadsdeel Noord.
8
de schattingen. In hoofdstuk 2 presenteren we de actualisatie van de cijfers over laaggeletterdheid in de Amsterdamse stadsdelen, aan de hand van vier schattingsmodellen. In hoofdstuk 3 wordt dit gedaan voor de groep Nederlandstalige laaggeletterden in de Amsterdamse stadsdelen, op basis van twee schattingsmodellen. In hoofdstuk 4 wordt de samenstelling van de bevolking in Amsterdam Noord gerelateerd aan de cijfers over laaggeletterden. Ook beschrijven we de groep Nederlandstalige laaggeletterden in Noord op basis van opleidingsniveau en leeftijd.
9
1 Literatuur en opzet onderzoek
In dit hoofdstuk bespreken we enkele inzichten uit de literatuur over laaggeletterden in Nederland en Amsterdam. We lichten vervolgens toe hoe we deze inzichten gebruiken om tot schattingsmodellen te komen om de groep laaggeletterden in Amsterdam, en in het bijzonder Nederlandstalige laaggeletterden in kaart te brengen.
1.1 Definities laaggeletterdheid Wat is laaggeletterdheid? Volgens de Sociaal Economische Raad (SER) is daarvan sprake wanneer mensen onvoldoende kunnen lezen, schrijven en/of rekenen en/of onvoldoende digitale basisvaardigheden hebben.5 De huidige cijfers over laaggeletterden in Nederland zijn vrijwel allemaal gebaseerd op de internationale afbakening die onder andere gebruikt wordt in het onderzoek ‘Programme for the International Assessment of Adult Competencies’ (PIAAC). Het PIAAC-onderzoek heeft als belangrijkste doel om de vaardigheden van lezen en schrijven, rekenen en het oplossen van problemen in technologierijke omgevingen van de bevolking te beoordelen. Het onderzoek wordt afgenomen in 24 landen, waaronder Nederland. De resultaten worden gepresenteerd op een schaal van 0 tot 500 en worden daarnaast ingedeeld in niveaus. Mensen die 225 punten of minder halen worden geclassificeerd als laaggeletterd. Over het algemeen heeft deze groep een basiswoordenschat en kan eenvoudige informatie uit korte zinnen halen, maar de diversiteit binnen de groep laaggeletterden is groot. Mensen die aan de onderkant van deze groep scoren, ongeveer een kwart, zijn analfabeet of kunnen slechts een beperkte basiswoordenschat lezen, begrijpen en toepassen.
Aan de bovenkant van deze groep zitten vooral mensen die een MBO3opleiding hebben afgerond, maar ook mensen met een universitaire opleiding kunnen laaggeletterd zijn. Resultaten van het PIAAC-onderzoek worden over het algemeen gebruikt om het aantal laaggeletterden in Nederland en hun kenmerken in kaart te brengen. Deze resultaten gebruiken wij ook in dit onderzoek. In een recent rapport beschrijft de SER waarom het lastig is om de groep laaggeletterden te identificeren. De PIAAC-gegevens zijn niet één op één te vertalen naar de Nederlandse situatie, waarin de indeling van de taalniveaus anders is.6 In Nederland worden referentieniveaus gehanteerd om niveaus van taal- en rekenvaardigheden te bepalen. Hierbij wordt taalniveau 2F of het niet hebben van een startkwalificatie als criterium voor laaggeletterdheid genoemd. Niveau 2F is het eindniveau voor taal en rekenen op het vmbo, mbo entree en mbo niveau 2 of 3. Volwassenen die onder dit niveau scoren, worden als laaggeletterd gezien. Volgens deze definitie vallen alle laagopgeleiden ook onder de groep laaggeletterden. De resultaten van het PIAAC-onderzoek geven een ander beeld, zoals we in de volgende paragraaf zullen zien. 5
Sociaal Economische Raad. 2019. Samen werken aan taal. Sociaal Economische Raad. https://www.ser.nl/nl/Publicaties/samen-werken-aan-taal 6 Idem.
10
Een andere definitie van laaggeletterdheid gaat uit van het functioneren in de maatschappij. Volgens een grootschalig internationaal onderzoek, uitgevoerd in de jaren negentig wordt het gedefinieerd als ‘de vaardigheid om gedrukte en geschreven informatie te gebruiken om te functioneren in de maatschappij, om persoonlijke doelstellingen te bereiken en de persoonlijke kennis en kunde te ontwikkelen’7. De cijfers van deze studie zijn inmiddels wat gedateerd (1995) en destijds was de berekening dat 10% van de Nederlandse bevolking laaggeletterd was. Met PIAAC-gegevens was dit in hetzelfde jaar 9%, oftewel vrijwel gelijk. In 2012 was dit aandeel licht gestegen naar 12%. Volgens de laatste schatting, gebaseerd op dezelfde PIAAC-gegevens van 2012, zou het percentage laaggeletterden in Nederland stabiel zijn gebleven op 12%.8 In heel Amsterdam was dit percentage geschat op 18% in 2012 en op 16% in 2020.
1.2 Factoren die samenhangen met laaggeletterdheid De verschillende studies over de groep laaggeletterden benadrukken hoezeer deze groep heterogeen is. Er is niet één groep laaggeletterden met allemaal (min of meer) dezelfde kenmerken. Er zijn jonge en oudere laaggeletterden, met en zonder migratieachtergrond, met of zonder werk, en ook het taalniveau verschilt. Wel zien we dat laaggeletterdheid (veel) vaker voorkomt onder specifieke delen van de bevolking. Uit de verschillende bronnen zien we de volgende factoren als de belangrijkste naar voren komen in de samenhang met laaggeletterdheid: opleidingsniveau; leeftijd; migratieachtergrond; armoede; arbeidsmarktstatus. We hebben het hier nadrukkelijk over samenhang tussen kenmerken: het is vaak lastig om te bepalen van oorzaak en gevolg is. Causaliteit is lastig aan te tonen en is ook niet de focus van ons onderzoek. We lichten deze factoren aan de hand van uitkomsten uit eerdere studies hieronder verder toe. Ook geven we aan wat eerder hierover is vastgesteld voor Amsterdam. Opleidingsniveau Het kenmerk waarbij we de grootste verschillen zien in mate van laaggeletterdheid is opleidingsniveau. Lager opgeleiden zijn (veel) vaker laaggeletterd dan hoger opgeleiden. Op basis van de PIAAC-gegevens van 2012 is voor de Nederlandse bevolking berekend wat het percentage laaggeletterden is voor verschillende opleidingsniveaus.
Daaruit blijkt dat onder de mensen met lager onderwijs als hoogst behaalde niveau 42% laaggeletterd is, tegenover 12% gemiddeld. Vanaf niveau havo/vwo komt het percentage laaggeletterden onder de drie procent.9
7
Bohnenn, E., C. Ceulemans, C. van de Guchte, J. Kurvers, J. & T. Van Tendeloo. 2004. Laaggeletterd in de Lage Landen. Nederlandse Taalunie. 8 CINOP-ecbo, ROA, Etil. 2020. https://geletterdheidinzicht.nl/. 9 Buisman, M. & W. Houtkoop. 2014. Laaggeletterdheid in kaart. Stichting Lezen & Schrijven.
11
Tabel 1.1 Percentage laaggeletterden naar opleidingsniveau, 2012 (procenten) lager onderwijs
42,3
vmbo-bb-kb/mb1
24,4
vmbo-gl/tl
14,0
mbo2 of hoger
9,2
havo/ vwo
2,9
hbo
2,3
wo
2,5 bron: Buisman & Houtkoop. 2014
Amsterdam telt relatief veel hoopopgeleide inwoners. Daarom speelt opleidingsniveau in Amsterdam een andere rol dan landelijk. Ook in Amsterdam is het natuurlijk zo dat laaggeletterdheid relatief het meest voorkomt onder laag- en middelbaaropgeleiden, maar de relatief hoge cijfers voor laaggeletterdheid in Amsterdam worden niet verklaard door het opleidingsniveau van de bevolking.10 Leeftijd Ook leeftijd hangt sterk samen met laaggeletterdheid. Onder de groep van 55 t/m 65 jaar (21%) zijn vier keer zo veel laaggeletterden als onder de groep van 16 t/m 24 jaar (5%). Bij leeftijd speelt ook geslacht een rol: onder oudere vrouwen komt laaggeletterdheid relatief meer voor dan onder oudere mannen. 11 Tabel 1.2 Percentage laaggeletterden naar opleidingsniveau, 2012 (procenten) 16-24 jaar
5,0
25-34 jaar
8,1
35-44 jaar
8,9
45-54 jaar
14,1
55-65 jaar
21,5 bron: Buisman & Houtkoop. 2014
We weten bij leeftijd echter niet wat het mechanisme is op langere termijn: neemt het risico op laaggeletterdheid toe met de leeftijd (leeftijdseffect)? Of is sprake van een cohort-effect, dat wil zeggen: was de groep die nu ouder is op jongere leeftijd al laaggeletterd? Dat zou betekenen dat laaggeletterdheid in de loop der jaren minder zal voorkomen. Het volgende PIAAC-onderzoek zal daar meer inzicht in moeten geven. In Amsterdam zien we dat de bevolking relatief jonger is dan de Nederlandse bevolking maar dat het percentage laaggeletterden relatief hoog is. Dat betekent dat dit hoger aandeel in Amsterdam niet gerelateerd zijn aan de leeftijdsopbouw van de bevolking.12
10 CINOP Advies, Etil, Kohnstamm Instituut & ROA. 2016. Regionale laaggeletterdheid. Gemeente Amsterdam/
CINOP-ecbo, ROA, Etil. 2020. https://geletterdheidinzicht.nl/. 11 Buisman, M. & W. Houtkoop. 2014. Op. cit. 12 CINOP Advies, Etil, Kohnstamm Instituut & ROA. 2016. Op. cit./ CINOP-ecbo, ROA, Etil. 2020. Op. cit.
12
Migratieachtergrond Een van de hoogste percentages laaggeletterden is te vinden onder de groep eerste generatie migranten: onder deze groep (die in het buitenland is geboren) is 37% laaggeletterd. Dit percentage stijgt verder onder de ouderen in deze groep, de inwoners van grote steden en degenen die laag opgeleide ouders hebben.13 Onder de groep die in Nederland is geboren met minstens een ouder die in het buitenland is geboren (de tweede generatie) is negen procent laaggeletterd. Dat is vrijwel gelijk aan het percentage laaggeletterden onder de personen zonder migratieachtergrond: acht procent.14 Uit deze cijfers blijkt dat niet zozeer migratieachtergrond samenhangt met laaggeletterdheid, maar generatie van migratie, aangezien personen die in het buitenland zijn geboren relatief vaker laaggeletterd zijn. In onze eigen afbakening (zie paragraaf 1.5) zullen we dat verder verfijnen omdat we de focus op geboorteland minder relevant vinden dan de focus op beheersing van de Nederlandse taal. Amsterdam telt relatief veel meer inwoners met een migratieachtergrond dan Nederland als geheel (56% vs. 24% in 2020) en veel meer eerste generatie migranten (34% vs. 13%).
Het is vooral dit samenstellingseffect dat samenhangt met de relatief hoge laaggeletterdheid in Amsterdam.15 Dit is terug te zien op stadsdeelniveau: in stadsdelen met relatief veel inwoners met een migratieachtergrond (Zuidoost, Nieuw-West, West, Oost en Noord) is het aandeel laaggeletterden relatief hoog.16 Armoede Laaggeletterden hebben gemiddeld een lager inkomen en zij hebben een relatief hoog risico om in armoede te leven. Volgens onderzoek van de Stichting Lezen en Schrijven moet 19% van de laaggeletterden rondkomen van een inkomen onder de armoedegrens (onder degenen die niet laaggeletterd zijn is dit 9%) en 6% is langdurig arm (vs. 2,5%).17 Dat hogere armoedepercentage blijft ook staan wanneer rekening wordt gehouden met geslacht, herkomst, leeftijd en werk. Volgens de onderzoekers kan de relatie tussen armoede en laaggeletterdheid waarschijnlijk worden verklaard door de rol van het opleidingsniveau (opleidingsniveau hangt zowel samen met geletterdheid als met inkomen) maar ook door de rol van vaardigheden. Geletterdheid (en daarmee samenhangende vaardigheden) kan leiden tot een betere positie op de arbeidsmarkt en daarmee tot een hoger inkomen.18 Amsterdam telt meer inwoners met een laag inkomen dan gemiddeld in heel Nederland.
Ook het percentage langdurige armen is relatief hoog.19 Het hogere percentage laaggeletterden dan landelijk correleert dan ook met de armoede in de stad.
13 Buisman, M. & W. Houtkoop. 2014. Op. cit. 14 Idem. 15 CINOP-ecbo, ROA, Etil. 2020. https://geletterdheidinzicht.nl/. 16 CINOP Advies, Etil, Kohnstamm Instituut & ROA. 2016. Op. cit. 17 Christoffels, I., P. Baay, I. Bijlsma & M. Levels. 2016. Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede. Stiching
Lezen & Schrijven. 18 Idem. 19 OIS. 2020. Amsterdamse Armoedemonitor 2019.
13
Arbeidsmarktstatus Laaggeletterden zijn vaak langdurig werkloos en vaker inactief: buiten het arbeidsproces en nietonderwijsvolgend.20 Toch wordt ook nadrukkelijk gewezen op de grote groep laaggeletterden die werkt: 56 procent van de laaggeletterden in Nederland heeft betaald werk. Wel geldt dat laaggeletterden vaker banen hebben met een minder hoge status dan niet-laaggeletterden. Laaggeletterdheid komt veel voor in specifieke sectoren en beroepen. In de volgende vijf beroepen is een kwart à 40% van de werkenden laaggeletterd: schoonmakers, hulpkrachten bouw en industrie, productiemachinebedieners, hulpkrachten landbouw en keukenhulpen.21 Daarnaast hebben laaggeletterden drie keer vaker een uitkering dan niet laag-geletterden.22 De Amsterdamse arbeidsmarkt en de arbeidsmarktstatus van Amsterdammers hangt ook samen met de cijfers voor laaggeletterdheid in de hoofdstad. In Amsterdam zijn er relatief minder nietwerkende werkzoekenden zonder startkwalificatie dan landelijk. Wel telt Amsterdam relatief veel bijstandsgerechtigden.23
1.3 Opzet actualisatie schatting laaggeletterden Zoals eerder aangegeven zijn voor Amsterdam en voor elk stadsdeel op basis van de cijfers van 2012 schattingen gemaakt van het aantal en percentage laaggeletterden. Dit is gedaan op basis van een schattingsmodel met 18 kenmerken van de bevolking.24 In het kader van ons onderzoek hebben we gekeken naar de mogelijkheden om deze berekeningen te herhalen voor 2020, maar uiteindelijk niet gekozen voor het inzetten van deze kostbare methode. Wanneer de nieuwe PIAAC-gegevens beschikbaar zijn (naar verwachting in 202425) zal een nieuwe schatting worden gemaakt volgens dezelfde methode. In afwachting daarvan is wel behoefte aan een actualisatie. Dat doen we op basis van de inzichten uit de literatuur die hierboven zijn beschreven, en met vier schattingsmodellen. Dit is schematisch weergegeven in figuur 1.3 en we lichten het hieronder verder toe.
20 Buisman, M. & W. Houtkoop. 2014. Op. cit. 21 SER. 2019. Op. cit. 22 Christoffels, I., P. Baay, I. Bijlsma & M. Levels. 2016. Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede. Stichting
Lezen & Schrijven 23 CINOP Advies, Etil, Kohnstamm Instituut & ROA. 2016. Op. cit. 24 Idem. 25 Zie OECD: https://www.oecd.org/skills/piaac/about/piaac2ndcycle/
14
Figuur 1.3 Schattingsmodellen actualisatie cijfers laaggeletterden in Amsterdam en in de stadsdelen variabelen literatuur opleidingsniveau
vier schattingen ontwikkeling in % lage SES 2012-2019
inkomen
ontwikkeling in % lage SES van 1e generatie migranten 2012-2019
geboorteland
soort schatting
gebaseerd op het procentuele verschil sinds 2012
verdeling van Amsterdammers naar opleidingsniveau (16-65)
doorvertaling
in 2020
percentage van
leeftijd
bepaalde groep in verdeling van Amsterdammers
de populatie en
naar leeftijd (16-65) in 2020
percentage laaggeletterden onder die groep
Startpunt bij deze schattingen was dat we hebben gewerkt met factoren die in het literatuuronderzoek naar voren zijn gekomen als de belangrijkste factoren die samenhangen met laaggeletterdheid: opleidingsniveau, leeftijd, geboorteland en inkomen. Ook arbeidsmarktstatus kwam naar voren als een belangrijke factor, die nemen we indirect mee in de twee eerste schattingen. We werken met twee typen schattingen: 1. schattingen waarbij we kijken naar de ontwikkeling sinds 2012 om de trend vast te stellen van de omvang van de groep laaggeletterden; 2. schattingen waarbij we de verdeling van laaggeletterdheid naar belangrijke factoren als uitgangspunt nemen. Bij de eerste type schatting kunnen we dankzij de gebruikte bronnen kijken naar de combinatie van kenmerken. We hebben hierbij de Sociaal-Economische Score (SES) gebruikt, gebaseerd op zowel inkomen als opleidingsniveau (zie bijlage). De SES komt daarmee overeen met een aantal belangrijke factoren die correleren met laaggeletterdheid. Indirect wordt arbeidsmarktstatus ook meegenomen, omdat dit kenmerk zeer sterk samenhangt met de combinatie van opleidingsniveau en inkomen. In de eerste schatting kijken we naar de ontwikkeling van de SES sinds 2012, in de tweede schatting voegen we daar de ontwikkeling van de groep 1e generatie migranten aan toe.
Bij de twee andere schattingen (van het tweede type) kunnen we kenmerken niet combineren. Uit de literatuur kunnen we wel informatie halen over de verdeling van laaggeletterdheid naar opleidingsniveau en naar leeftijd, maar uitkomsten zijn niet systematische gepresenteerd voor combinaties van kenmerken. Daarom gebruiken we in de derde en vierde schatting steeds één factor, respectievelijk opleidingsniveau en leeftijd. De opzet bij deze schatting is dat we percentages laaggeletterden voor elke groep (naar opleidingsniveau en naar leeftijd) gebruiken om met de huidige bevolkingssamenstelling van Amsterdam (gegevens afkomstig van CBS) de
15
groep laaggeletterden in kaart te brengen. Voor- en nadelen van deze verschillende methodes zijn verder toegelicht in hoofdstuk 2.
1.4 Nederlandstalige laaggeletterden In de literatuur komen we de term ‘Nederlandstalig’ niet veel tegen. De belangrijkste indelingen die raken aan deze groep die we wel zien hebben te maken met migratieachtergrond en geboorteland26, of met het onderscheid vanuit het aanbod, tussen NT1 (Nederlands als eerste taal) en NT2 (als tweede taal).27 Met betrekking tot het eerste onderscheid hebben we al de belangrijkste uitkomsten gepresenteerd. Daarbij hebben we aangegeven dat niet migratieachtergrond zelf, maar veel eerder geboorteland de factor is die samenhangt met laaggeletterdheid. Onder de groep die is geboren in Nederland komt laaggeletterdheid minder voor dan gemiddeld, onder de groep die in het buitenland is geboren veel meer dan gemiddeld. Het tweede type onderscheid is zoals gezegd aanbod-gedreven. Bij de ondersteuning van laaggeletterdheid is een belangrijk onderscheid of zij NT1- of NT2-educatie aangeboden krijgen, op basis van wat de eerste taal is van de persoon. In een overzicht van NT1-educatie sinds de jaren 1980 laten Tubbing en Matthijse zien dat het NT2-aanbod in de afgelopen jaren sterk is gestegen door de toename van de groep eerste generatie migranten. Daardoor is er minder aandacht voor het NT1-aanbod. Daarbij komt dat uit onderzoek blijkt dat de NT1-doelgroep lastig te bereiken is.
Door de combinatie van deze factoren nemen steeds minder mensen deel aan NT1-educatie. 28 Dat de doelgroep van NT1-educatie lastig te bereiken is wordt tastbaar gemaakt in het kwalitatieve onderzoek van Stuit en Keizer naar laaggeletterde NT1’ers in Amsterdam-Noord. Een groot deel van de mensen met wie zij hebben gesproken ziet zichzelf niet als laaggeletterd: zij herkennen zich niet in het beeld van iemand die moeite heeft met lezen en schrijven. Professionals identificeren deze groep wel, zeker als zij meer van de problematiek van laaggeletterdheid weten.29 In het onderzoek van Tubbing en Matthijse wordt gewezen op de verschuiving die na de jaren 1990 te zien viel in het profiel van NT1-deelnemers. Niet alleen laaggeletterden zonder migratieachtergrond nemen deel aan NT1-educatie, maar ook steeds meer personen met een Antilliaanse, Surinaamse en Arubaanse achtergrond, en migranten die redelijk Nederlands spreken. Zij hebben in Nederland onderwijs gevolgd en/of hebben het Nederlands als tweede taal geleerd. Dit is een belangrijk inzicht voor onze afbakening van de groep Nederlandstalige laaggeletterden.
26 Buisman, M. & W. Houtkoop. 2014. Op. cit. 27 Tubbing, M. & W. Matthijsse. 2018. Het recht op leren: ook voor NT1’ers? 40 jaar bestrijding van laaggeletterdheid.
Stichting Lezen & Schrijven. 28 Idem. 29 Stuit, A. & J. Keizer. 2019. Onderzoeksrapport NT1-onderzoek Een verkennend kwalitatief onderzoek naar
laaggeletterde NT1’ers in Amsterdam-Noord. Academie van de stad/ Gemeente Amsterdam.
16
1.5 Opzet schatting Nederlandstalige laaggeletterden De literatuur biedt wel enige aanknopingspunten en kennis over de groep Nederlandstalige laaggeletterden, maar definities en afbakeningen zijn niet altijd consistent. Vaak wordt teruggegrepen op migratieachtergrond of geboorteland, terwijl ook duidelijk is dat nuance geboden is. Dat is getracht met de afbakening in de raadsmotie, waarin de focus is gelegd op de groep die acht jaar onderwijs heeft gevolgd in Nederland. Het gaat dan niet alleen om mensen die alleen primair onderwijs hebben gevolgd in Nederland, maar ook om personen die op jonge leeftijd naar Nederland zijn gekomen, enkele jaren primair onderwijs hebben gevolgd en enkele jaren vervolgonderwijs. We beschikken echter niet over informatie om voor alle Amsterdammers vast te stellen wie acht jaar onderwijs in Nederland heeft gevolgd. Onderwijsinschrijvingen zijn alleen voor een beperkte groep Amsterdammers beschikbaar (alleen vanaf het jaar 2000). Gelet op de voor ons beschikbare bronnen hebben we de categorie ‘Nederlandstalig’ geoperationaliseerd door te werken met een aantal categorieën. We gaan ervanuit dat Amsterdammers die in Nederland zijn geboren Nederlandstalig zijn. Daarnaast zijn sommige Amsterdammers geboren in een van de voormalige Nederlandse koloniën: Suriname, Nederlands-Indië en de ABCS-eilanden.
Vanwege deze geschiedenis zijn deze Amsterdammers waarschijnlijk op jonge leeftijd in aanraking gekomen met de Nederlandse taal. Hetzelfde geldt voor Amsterdammers die zelf elders zijn geboren, maar wiens ouders wel in Nederland zijn geboren. Tot slot nemen we de groep mee die 0 t/m 12 jaar was bij vestiging in Nederland. Deze Amsterdammers hebben immers enkele jaren onderwijs in Nederland gevolgd vanwege de leerplicht. De cijfers die we hiervoor gebruiken zijn afkomstig van CBS. De volgende stap is om te bepalen wie binnen deze groep laaggeletterd is. Dat doen we op basis van de verdeling van laaggeletterdheid naar opleidingsniveau en leeftijd. De methode hierbij is hetzelfde als bij het tweede type schattingen voor de totale groep laaggeletterden. We kunnen de groep Nederlandstalige Amsterdammers verder verdelen naar opleidingsniveau en leeftijd, vervolgens berekenen voor elke subgroep hoe groot de groep laaggeletterden is. Eerder is opgemerkt dat opleidingsniveau en leeftijd niet goed samenhangen met het relatief hoge percentage laaggeletterden in Amsterdam omdat de groep eerste generatie migranten daar sterk in doorspeelt. Dat is bij de focus op Nederlandstalige laaggeletterden minder aan de orde en daardoor bieden deze verdelingen juist goede houvast om tot schattingen te komen.
17
Figuur 1.4 Opzet schatting Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam en in de stadsdelen
Stap 1 : Bepalen wie Nederlandstalig is Nederlandstalig: - geboren in Nederland - geboren in het buitenland, ouders geboren in Nederland - geboren in voormalig Nederlands Indië, Indonesië, ABCS-eilanden, Suriname
Stap 2: Kenmerken in de Amsterdamse populatie Stap 3: schatting Neder- samenstelling naar landstalige laaggeletterden opleidingsniveau - schatting per stadsdeel - samenstelling naar leeftijd - op basis van de verdeling - per stadsdeel van laaggeletterden in 2012 naar opleidingsniveau en naar leeftijd
- vestiging in NL t/m 12 jaar Niet Nederlandstalig: - elders geboren
18
2 Laaggeletterden in de Amsterdamse stadsdelen
Startpunt voor de schatting van de cijfers in 2020 zijn de cijfers van 2012, zoals berekend door CINOP Advies, Etil, Kohnstamm Instituut en ROA voor Amsterdam en de zeven stadsdelen. Deze schattingen zijn gebaseerd op de gegevens uit 2012 van het internationale onderzoek ‘Programme for the International Assessment of Adult Competencies’ (PIAAC) en op CBSgegevens over kenmerken van de bevolking waarvan bekend is dat zijn van invloed zijn op laaggeletterdheid (opleidingsniveau, leeftijd, arbeidsmarktstatus, geslacht, migratieachtergrond en generatie van migratie). Tabel 2.1 Schatting laaggeletterden onder de bevolking 16 t/m 65 jaar, naar stadsdeel, 2012 percentage
aantal (90% betrouwbaarheidsinterval)
Centrum
13
6.200-11.200
West
20
15.600-21.300
Nieuw-West
21
17.000-24.100
Zuid
9
3.000 - 8.700
Oost
17
11.100-16.900
Noord
29
14.000-18.300
Zuidoost
32
17.000-22.200
18
94.800-114.600
Amsterdam
bron: CINOP Advies, Etil, Kohnstamm Instituut & ROA (2016)
We presenteren in dit hoofdstuk vier verschillende actualisaties van de cijfers over laaggeletterden in Amsterdam en in elk stadsdeel. Deze methodes zijn gepresenteerd en grafisch weergegeven in paragraaf 1.3. We lichten voor elke methode toe wat de voor- en nadelen zijn en wat het belang is van de uitkomsten. Elke methode richt zich op andere factoren die correleren met laaggeletterdheid die in hoofdstuk 1 aan de orde zijn gekomen en werpt daarmee een andere blik op de groep laaggeletterden.
2.1 Schatting op basis van de ontwikkeling van de sociaaleconomische score Voor de eerste nieuwe schatting voor 2020 maken we gebruik van de ontwikkeling van de Sociaal-Economische Score (SES). De SES wordt berekend voor elke Amsterdammer en is gebaseerd op de volgende gegevens: gestandaardiseerd huishoudinkomen (CBS) hoogst voltooide opleiding (CBS) onderwijsinschrijving (DUO). Hoe de SES wordt berekend is beschreven in de bijlage. 19
De SES komt daarmee overeen met een aantal belangrijke factoren die correleren met laaggeletterdheid, te weten opleidingsniveau en inkomen. Indirect wordt arbeidsmarktstatus ook meegenomen, omdat dit kenmerk zeer sterk samenhangt met de combinatie van opleidingsniveau en inkomen. De SES is beschikbaar voor de jaren 2016 t/m 2019. Om aan de sluiten bij de leeftijdsgroep waaronder laaggeletterdheid eerder is berekend is de groep van 16 t/m 65 jaar geselecteerd. De SES van 2016 is gekoppeld met de bevolking van 2012: als iemand in 2016 een lage SES had, dan nemen we aan dat dit in 2012 voor het merendeel van de gevallen ook zo was. Vervolgens is gekeken naar de ontwikkeling van het percentage per stadsdeel van de groep met een lage SES tussen 2012 en 2019. Tabel 2.3 Schatting percentage laaggeletterden onder de bevolking van 16 t/m 65 jaar in 2012 (Cinop cs.) en voor 2019 op basis van de ontwikkeling van de groep met een lage SES, naar stadsdeel (procenten) schatting 2012
schatting 2019
Centrum
13
14
West
20
19
Nieuw-West
21
20
Zuid
9
8
Oost
17
17
Noord
29
27
Zuidoost
32
31
Amsterdam
18
17
Met deze methode komen we voor heel Amsterdam uit op een percentage van 17% laaggeletterden in 2019, waar Cinop cs. in 2020 uitkomen op 16% volgens dezelfde methodiek als de cijfers van 2012.30 Met andere woorden: deze schatting ligt iets hoger maar de trend is hetzelfde. Volgens deze eerste schatting is het percentage laaggeletterden gedaald in de meeste stadsdelen; alleen in stadsdeel Centrum zien we een lichte stijging. Relatief lijkt het percentage laaggeletterden in Noord het meest te zijn gedaald. Dit heeft ook te maken met de veranderingen in de bevolking in dit stadsdeel, met de instroom van veel inwoners met een hoge SES, zoals we zullen laten zien in hoofdstuk 4. Veranderingen in de bevolkingssamenstelling spelen een grote rol in deze schatting die kijkt naar de ontwikkeling tussen 2012 en 2019. Voordelen van de schatting op basis van de ontwikkeling van de groep met een lage SES: Dit is een robuuste schatting omdat het is gebaseerd op gegevens over elke Amsterdammer over belangrijke factoren die correleren met laaggeletterdheid, te weten opleidingsniveau en inkomen. Een voordeel van deze schatting is dat we de ontwikkeling in de tijd voor deze kenmerken kunnen gebruiken.
30 CINOP-ecbo, ROA, Etil. 2020. https://geletterdheidinzicht.nl/
20
De trend voor heel Amsterdam, een lichte daling van 18% naar 17% , komt overeen met de schatting voor 2020 van Cinop cs. (16%). Nadelen: We kunnen deze schatting berekenen voor 2019 maar nog niet voor 2020. De verschillen in een jaar tijd zijn echter waarschijnlijk klein. We controleren niet voor twee andere factoren, te weten leeftijd en generatie van migratie.
2.2 Schatting op basis van de ontwikkeling groep eerste generatie met lage SES In de publicatie van de Amsterdamse cijfers voor 2012 schreven Cinop cs. dat het percentage laaggeletterden in de hoofdstad vooral hoger dan landelijk ligt vanwege de groep eerste generatie migranten. Amsterdam telt relatief veel inwoners in deze groep en onder hen zijn er veel meer laaggeletterden dan gemiddeld. In 2012 was 37% van de eerste generatie migranten in Nederland laaggeletterd. De tweede methode focust daarom op de groep eerste generatie migranten. Dat kunnen we combineren met gegevens over de SES en kijken naar de ontwikkeling tussen 2012 en 2019 van het percentage van de bevolking dat tot de eerste generatie migranten behoort met een lage SES. Met deze schatting komen voor heel Amsterdam uit op 20% laaggeletterden in 2019, vs. 16% in de schatting die Cinop cs. hebben gemaakt voor 2020. Oftewel: als we kijken naar generatie van migratie en SES lijken we hoog uit te komen. Dat heeft te maken met het feit dat voor een grote groep eerste generatie migranten het opleidingsniveau onbekend is, en bijvoorbeeld studenten onder deze groep een lage SES krijgen. Dat leidt waarschijnlijk tot een overschatting van de lage SES onder deze groep dat sterk doorwerkt in deze schatting. De sterke stijging in Centrum, maar ook in Oost en Noord zouden daarmee – al is het deels – te maken kunnen hebben.
Tabel 2.4 Schatting percentage laaggeletterden onder de bevolking van 16 t/m 65 jaar in 2012 (Cinop cs.) en voor 2019 op basis van de ontwikkeling van de groep eerste generatie migranten met een lage SES, naar stadsdeel (procenten) schatting 2012
schatting 2019
Centrum
13
21
West
20
20
Nieuw-West
21
21
Zuid
9
11
Oost
17
17
Noord
29
30
Zuidoost
32
31
Amsterdam
18
19
Voordelen van de schatting op basis van de ontwikkeling van de groep eerste generatie migranten met een lage SES: Deze schatting combineert de drie factoren die het sterkst correleren met laaggeletterdheid: opleidingsniveau, inkomen en generatie van migratie. 21
Het is net als de eerste methode gebaseerd op de feitelijke ontwikkeling in de tijd van deze factoren. Nadelen: We kunnen deze schatting berekenen voor 2019 maar nog niet voor 2020. De verschillen in een jaar tijd zijn echter waarschijnlijk klein. We controleren niet voor leeftijd.
2.3 Schatting op basis van de landelijke verdeling naar opleidingsniveau De derde methode die we gebruiken zoomt in op één factor die sterk samenhangt met laaggeletterdheid: opleidingsniveau. Met de PIAAC-cijfers van 2012 is voor heel Nederland en voor elke groep met een bepaald hoogste behaald opleidingsniveau (in zeven categorieën) het percentage laaggeletterden berekend. Dit verschilt van 42% onder de groep met alleen lager onderwijs tot 2,5% onder de groep met wetenschappelijk onderwijs (zie paragraaf 1.2). We gebruiken deze landelijke verdeling en rekenen met de samenstelling van de bevolking naar opleidingsniveau in elk stadsdeel. De cijfers in tabel 2.4 laten een duidelijke daling van het percentage laaggeletterden in Amsterdam, en sterke dalingen in Noord en Zuidoost. In Zuid zou het percentage laaggeletterden volgens deze methode juist stijgen. Tabel 2.5 Schatting percentage laaggeletterden onder de bevolking van 16 t/m 65 jaar in 2012 (Cinop cs.) en voor 2020 op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar opleidingsniveau, naar stadsdeel (procenten) schatting 2012
schatting 2020
Centrum
13
13
West
20
14
Nieuw-West
21
17
Zuid
9
13
Oost
17
13
Noord
29
15
Zuidoost
32
18
Amsterdam
18
14
Voordelen schatting op basis van de landelijke verdeling naar opleidingsniveau: Deze schatting is gebaseerd op de feitelijke percentages van laaggeletterden naar opleidingsniveau, weliswaar op landelijk niveau. Opleidingsniveau is een van de belangrijkste factoren die samenhangen met laaggeletterdheid. Het opleidingsniveau is bekend van bijna drie kwart van de Amsterdammers van 16 t/m 65 jaar in 2020 (73%). Nadelen: Het gaat om de landelijke verdeling in 2012. We weten niet hoe deze verdeling in 2020 is, en ook niet of de Amsterdamse verdeling afwijkt van de landelijke verdeling. Het opleidingsniveau is weliswaar voor 73% bekend, maar vooral onder de groep eerste generatie migranten relatief vaak onbekend. Amsterdam telt veel inwoners in deze groep. We controleren niet voor andere belangrijke factoren (inkomen, arbeidsmarktstatus, leeftijd en generatie van migratie). 22
Deze schatting komt duidelijk lager uit dan de schatting die voor Amsterdam is gemaakt voor 2020 door Cinop cs. (16%). Eerder is opgemerkt dat het opleidingsniveau van Amsterdammers relatief hoog is en opleidingsniveau daarom niet sterk verband houdt met het relatief hoge aandeel laaggeletterden in de stad.
2.4 Schatting op basis van de landelijke verdeling naar leeftijd De laatste methode is gebaseerd op enkel leeftijd. Op basis van de PIAAC-gegevens van 2012 is bekend hoeveel laaggeletterden er zijn onder elke leeftijdsgroep: hoe ouder, hoe groter het aandeel laaggeletterden. Van de 16 t/m 24-jarigen was 5% laaggeletterd, van de groep van 55 t/m 65 jaar 22% (zie paragraaf 1.2). We gebruiken deze landelijke verdeling en rekenen met de samenstelling van de bevolking naar leeftijdsgroep in elk stadsdeel. Deze schatting levert een opvallend laag percentage laaggeletterden op en weinig verschil tussen de stadsdelen. Dat duidt er op dat de verdeling van laaggeletterdheid naar leeftijd in Amsterdam waarschijnlijk anders is dan landelijk. Tabel 2.6 Schatting percentage laaggeletterden onder de bevolking van 16 t/m 65 jaar in 2012 (Cinop cs.) en voor 2020 op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar leeftijdsgroepen, naar stadsdeel (procenten) schatting 2012
schatting 2020
Centrum
13
11
West
20
11
Nieuw-West
21
11
Zuid
9
11
Oost
17
11
Noord
29
12
Zuidoost
32
11
Amsterdam
18
11
Voordelen schatting op basis van de landelijke verdeling naar leeftijd: Deze schatting is gebaseerd op de feitelijke percentages van laaggeletterden naar leeftijd, weliswaar op landelijk niveau. Leeftijd is een belangrijke factor die samenhangt met laaggeletterdheid. Leeftijd is voor alle Amsterdammers bekend. Nadelen: Het gaat om de landelijke verdeling in 2012. We weten niet hoe deze verdeling in 2020 is, en ook niet of de Amsterdamse verdeling afwijkt van de landelijke verdeling. We controleren niet voor andere belangrijke factoren (inkomen, arbeidsmarktstatus, leeftijd en generatie van migratie). We weten uit eerder onderzoek dat de leeftijdsopbouw van de Amsterdamse bevolking niet sterk verband houdt met het relatief hoge aandeel laaggeletterden in de stad.
23
2.5 Schatting aantal laaggeletterden per stadsdeel Om tot aantallen te komen op basis van deze verschillende schattingen gebruiken we niet deze laatste schatting, omdat deze het meest afwijkt. De andere uitkomsten leveren voor elk stadsdeel en voor heel Amsterdam een brede bandbreedte op, conform de verschillen in percentage die we eerder hebben aangetoond. De aantallen moeten ook niet te precies worden bekeken, het gaat om de trend ten opzichte van de cijfers van 2012. Dan zien we grofweg een stabiel beeld in Centrum, West en Nieuw-West, een daling in Zuidoost en een stijging van het aantal laaggeletterden in Zuid, Oost en Noord. Tabel 2.7 Schatting laaggeletterden onder de bevolking 16 t/m 65 jaar, naar stadsdeel, 2020 (absolute aantallen, afgerond) Centrum
8.800-13.600
West
15.600-24.600
Nieuw-West
19.100-24.500
Zuid
10.200-13.700
Oost
13.400-22.900
Noord
10.200-21.700
Zuidoost
11.600-20.700
Amsterdam
92.100-125.700
24
3 Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam
Om een schatting te maken van het aantal en aandeel Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam, hebben we eerst bepaald wie Nederlandstalig is. Dat is toegelicht in paragraaf 1.5 en herhalen we hier. In dit onderzoek gaan we ervanuit dat Amsterdammers die in Nederland zijn geboren of voor hun dertiende naar Nederland zijn gemigreerd Nederlandstalig zijn. Deze Amsterdammers hebben op z’n minst vier tot zes jaar onderwijs in Nederland gevolgd vanwege de leerplicht (tot 16 of 18 jaar). Daarnaast zijn sommige Amsterdammers geboren in een van de voormalige Nederlandse koloniën: Suriname, Nederlands-Indië en de ABCS-eilanden. Vanwege deze geschiedenis zijn deze Amsterdammers waarschijnlijk op jonge leeftijd in aanraking gekomen met de Nederlandse taal. Hetzelfde geldt voor Amsterdammers die zelf elders zijn geboren, maar wiens ouders wel in Nederland zijn geboren. Op basis van de in hoofdstuk 2 genoemde landelijke verdeling van laaggeletterden naar opleidingsniveau en leeftijd kunnen we vervolgens schattingen maken van het aantal en aandeel Nederlandstalige laaggeletterden in de stadsdelen. Op basis van twee methoden komen we op een percentage tussen acht en elf procent Nederlandstalige laaggeletterden in Amsterdam in de leeftijdsgroep 16 tot en met 65 jaar. Dat is omgerekend tussen de zes en acht procent van alle Amsterdammers in deze leeftijdsgroep.
In de volgende twee paragrafen worden de twee methoden verder toegelicht en gekeken naar het percentage Nederlandstalige laaggeletterden in de stadsdelen.
3.1 Schatting op basis van de landelijke verdeling naar opleidingsniveau De eerste methode die we gebruiken zoomt in op één factor die sterk samenhangt met laaggeletterdheid: opleidingsniveau. Met de PIAAC-cijfers van 2012 is zoals beschreven in paragraaf 1.2 voor heel Nederland per hoogst behaalde opleidingsniveau (in zeven categorieën) het percentage laaggeletterden berekend. Om het aantal laaggeletterden te schatten gebruiken we wederom deze landelijke verdeling en rekenen met de samenstelling van de bevolking naar opleidingsniveau in elk stadsdeel. Voor een deel van de Amsterdammers is het opleidingsniveau onbekend. Dat kan te maken hebben met een opleiding in het buitenland of dat de opleiding is afgerond toen de registraties nog onvolledig waren. Wel weten we uit de literatuur het landelijke percentage laaggeletterden voor mensen geboren in Nederland (8%) én voor mensen die elders zijn geboren (37%). Voor de Amsterdammers van wie het opleidingsniveau onbekend is, hebben we daarom deze percentages gebruikt om het percentage laaggeletterden te berekenen. De cijfers in tabel 3.1 laten zien dat er relatief veel Nederlandstalige laaggeletterden wonen in Nieuw-West, Noord en Zuidoost. In Centrum en Zuid wonen relatief weinig Nederlandstalige 25
laaggeletterden. Het gemiddelde in Amsterdam is acht procent laaggeletterden onder de groep Nederlandstaligen van 16 t/m 65 jaar. Dit komt overeen met het landelijke percentage van laaggeletterden geboren in Nederland (ook 8%). Wanneer we kijken naar de totale bevolking van 16 t/m 65 jaar (ongeacht taalgebruik) gaat het om zes procent. Tabel 3.1 Schatting percentage en aantal laaggeletterden onder de Nederlandstalige bevolking van 16 t/m 65 jaar op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar opleidingsniveau, naar stadsdeel, 2020 (procenten en absolute aantallen, afgerond) aantal
percentage
Centrum
2.700
6
West
5.800
7
Nieuw-West
7.600
10
Zuid
4.400
6
Oost
5.600
7
Noord
5.100
10
Zuidoost
5.800
13
Amsterdam
37.000
8
3.2 Schatting op basis van de landelijke verdeling naar leeftijd De tweede methode is gebaseerd op enkel leeftijd. Op basis van de PIAAC-gegevens van 2012 is zoals beschreven in paragraaf 2.4 bekend hoeveel laaggeletterden er zijn onder elke leeftijdsgroep. We gebruiken wederom deze landelijke verdeling en rekenen met de samenstelling van de bevolking naar leeftijdsgroep in elk stadsdeel. Deze schatting levert een hoger percentage laaggeletterden op onder de groep Nederlandstaligen dan de methode op basis van opleidingsniveau. Daarnaast zien we bij deze methode weinig verschil tussen de stadsdelen. Omgerekend gaat het om acht procent van de totale groep Amsterdammers van 16 t/m 65 jaar. Tabel 3.2 Schatting percentage en aantal laaggeletterden onder de Nederlandstalige bevolking van 16 t/m 65 jaar op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar leeftijdsgroepen, naar stadsdeel, 2020 (procenten en aantallen) aantal
percentage
Centrum
5.400
12
West
8.500
11
Nieuw-West
7.600
10
Zuid
8.300
11
Oost
8.400
11
Noord
5.700
11
Zuidoost
5.000
11
Amsterdam
48.900
11
Concluderend kunnen we stellen dat Amsterdam naar schatting tussen 37.000 en 48.900 Nederlandstalige laaggeletterden telt in de groep van 16 t/m 65 jaar. Van de totale groep 26
laaggeletterden (ruim 100.000) komt dit neer op 37% à 49%. Het vormt niet de grootste groep laaggeletterden: laaggeletterdheid is in Amsterdam vooral gerelateerd aan de groep eerste generatie migranten. Alsnog gaat het om een grote groep die in elk stadsdeel vertegenwoordigd is.
27
4 Laaggeletterden in Amsterdam Noord
Uit eerder onderzoek blijkt dat stadsdeel Noord relatief veel laaggeletterden telt. Ook op basis van onze schattingen komt stadsdeel Noord hoger uit dan gemiddeld in Amsterdam, alhoewel het aandeel laaggeletterden in Noord wel gedaald is sinds 2012. Wanneer we een schatting maken van het percentage Nederlandstalige laaggeletterden in Noord komen we op 10%-11%. In de volgende paragraaf wordt de samenstelling van de bevolking in Amsterdam Noord beschreven en hoe deze is veranderd sinds 2012. Dit is een mogelijke verklaring voor de daling in het aandeel laaggeletterden in Amsterdam Noord. Vervolgens gaan we dieper in op de Nederlandstalige laaggeletterden in Noord en kijken we naar de verschillende kenmerken van deze groep.
4.1 Beschrijving van de populatie in Amsterdam Noord In aanvulling op een schatting van het aantal laaggeletterden in Amsterdam Noord is het relevant om een beschrijving te hebben van de populatie in Amsterdam Noord aan de hand van kenmerken die gerelateerd zijn aan laaggeletterdheid: leeftijd opleidingsniveau sociaaleconomische score migratieachtergrond werkloosheid uitkeringsafhankelijkheid Gedurende de periode 2012-2020 is de bevolking van Noord gemiddeld genomen jonger geworden. Met name het aantal 25- tot 34-jarigen is sterk toegenomen, net als het aantal 35- tot 44-jarigen. Overige leeftijdsgroepen zijn minder snel gegroeid waardoor de bevolking in zijn geheel jonger is geworden. Een jongere bevolking heeft over het algemeen minder laaggeletterden. Het aantal 55- tot 65-jarigen is in absolute zin wel toegenomen, zoals te zien in figuur 4.1, en onder deze groep komt laaggeletterdheid relatief vaker voor. Zoals opgemerkt in paragraaf 1.2 gaan we hierbij wel uit van een leeftijdseffect (bij gebrek aan andere gegevens), oftewel het idee dat toename van de groep ouderen ook betekent dat laaggeletterdheid groeit.
28
Figuur 4.1 Verdeling van de leeftijd van de bevolking van Amsterdam Noord, 2012-2020
18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 2012 15-24 jaar
2020
25-34 jaar
35-44 jaar
45-54 jaar
55-65 jaar bron: OIS/BBGA
De verdeling van lager, middelbaar en hoger opgeleiden in Noord is aanzienlijk veranderd tussen 2012 en 2020. Het aandeel hoger opgeleiden is sterk toegenomen, ten koste van het aandeel lager opgeleiden. Omdat laaggeletterdheid voornamelijk voorkomt onder lager en middelbaar opgeleiden zou deze verandering kunnen leiden tot relatief minder laaggeletterdheid in Noord. Ondanks de bevolkingsgroei in Noord, is in absolute zin het aantal lager opgeleiden ook afgenomen. Figuur 4.2 Verdeling van het opleidingsniveau van de bevolking van 15 t/m 74 jaar van Amsterdam Noord, 2012-2020
45 % 40 35 30 25 20 15 10 5 0 2012 Lager opgeleid
Middelbaar opgeleid
2020 Hoger opgeleid bron: OIS/BBGA
29
Het aantal eerste generatie migranten in Amsterdam Noord is in 2020 toegenomen ten opzichte van 2012 (groei van 26%). Eerste generatie migranten zijn vaker laaggeletterd, dus dit kan voor Amsterdam Noord resulteren in een toename van het aantal laaggeletterden. Omdat de populatie in Noord in dezelfde periode met 14% is gegroeid, is het aandeel eerste generatie migranten afgenomen. Figuur 4.3 aantal eerste generatie migranten (alle leeftijden) in Amsterdam Noord, 2012-2020
30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 2012
2020 bron: OIS/BBGA
Het aantal inwoners in Amsterdam Noord met een lage Sociaal-Economische Score (SES) is tussen 2012 en 2019 licht gestegen. Met name het aantal personen met een hoge SES is sterk toegenomen. Zoals beschreven in hoofdstuk 2, is een lage SES een indicator voor laaggeletterdheid. Figuur 4.4 Verdeling van de Sociaal-Economische Score de bevolking van Amsterdam Noord, 2012-2019
25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 2012 SES Laag
2019 SES Midden
SES Hoog bron: OIS/BBGA
30
De werkloosheid in Amsterdam Noord is over de afgelopen jaren sterk afgenomen, waar deze in 2014 nog ruim boven het stedelijk gemiddelde lag (12% in Noord, 9% in Amsterdam) is dit in 2020 gelijkgetrokken (5% in Noord en Amsterdam). Werkloosheid zelf is geen directe indicator voor laaggeletterdheid, maar laaggeletterden blijken wel vaker afhankelijk te zijn van een uitkering. In lijn met de werkloosheid, is ook het aantal personen in Noord dat uitkeringsafhankelijk is afgenomen tussen 2012 en 2020. Het aantal personen met een bijstandsuitkering is zo goed als gelijk gebleven, maar het aantal personen met een WW- of arbeidsongeschiktheidsuitkering is afgenomen. Figuur 4.5 aantal uitkeringsafhankelijken (WW, bijstand en AO) in Amsterdam Noord, 2015-2020
6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 2015
2020 Bijstand
AO
WW bron: OIS/BBGA
Samenvattend laten de verschillende kenmerken van de bevolking in Noord zien dat Noord over de afgelopen jaren is veranderd. Over de periode 2012 tot 2020 is er instroom geweest van veelal hoger opgeleide, jonge mensen. Tegelijkertijd zijn er ook meer eerste generatie migranten in Noord gaan wonen. De eerstgenoemde groepen zijn groepen die minder vaak laaggeletterd zijn, terwijl eerste generatie migranten juist vaker laaggeletterd zijn. Dit is ook terug te zien in de schattingen van het aantal laaggeletterden in hoofdstuk 2.
4.2 Beschrijving Nederlandstalige laaggeletterden in Noord Tien tot elf procent van de Nederlandstalige bewoners van Amsterdam Noord tussen de 16 en 65 jaar is laaggeletterd. Omgerekend is dat acht procent van alle inwoners van Noord in deze leeftijdsgroep. Een relatief groot aandeel van deze bewoners is laagopgeleid, namelijk de helft van hen (50%). Ook in Nederland als geheel is een groot aandeel van de laaggeletterden laagopgeleid. Gemiddeld in Amsterdam Noord is een kwart van de bewoners in deze leeftijdsgroep laagopgeleid.
31
Tabel 4.6 Schatting percentage en aantal laaggeletterden onder de Nederlandstalige bevolking in Amsterdam Noord van 16 t/m 65 jaar op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar opleidingsniveau, 2020 (procenten en absolute aantallen, afgerond) opleidingsniveau kort
opleidingsniveau uitgebreid
aantal
percentage
laag
lager onderwijs
middelbaar hoog onbekend
1.360
26
vmbo b/k en mbo1
990
19
vmbo g/t
220
4
mbo 2 of hoger
990
19
havo/vwo
190
4
hbo
150
3
wo
240
5
onbekend
990
19
5.130
100
totaal
Figuur 4.7 Bewoners Amsterdam Noord en Nederlandstalige-laaggeletterde bewoners in Amsterdam Noord naar opleidingsniveau, 2020
Amsterdam Noord
26
39
Nederlandstaligelaaggeletterden in Amsterdam Noord
50
35
23
8
19 %
0 laagopgeleid
20
40
middelbaar opgeleid
60 hoogopgeleid
80
100 onbekend
Net als landelijk is een relatief hoog percentage van de Nederlandstalige laaggeletterden in Noord tussen de 45 en 65 jaar (59%). Onder alle bewoners in Noord valt 37 procent in deze leeftijdsgroep. Toch is een kwart van de Nederlandstalige laaggeletterden 34 jaar of jonger. Tabel 4.8 Schatting percentage en aantal laaggeletterden onder de Nederlandstalige bevolking in Amsterdam Noord van 16 t/m 65 jaar op basis van de landelijke verdeling van laaggeletterdheid naar leeftijdsgroepen, 2020 (procenten en absolute aantallen, afgerond) aantal