2b. regels Bestemmingsplan Luttenbergweg 8.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Luttenbergweg 8
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Luttenbergweg 8
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.T1901BPGST-VG01
Datum print
8 Augustus 2023
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Hoofdstuk 4 Artikel 8 Artikel 9
5 Inleidende regels
6
Begrippen Wijze van meten
6 9
Bestemmingsregels
10
Kantoor
10
Algemene regels
12
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
12 13 15 16
Overgangs- en slotregels
17
Overgangsrecht Slotregel
17 18
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)
blz. 5
Regels
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan
het bestemmingsplan Luttenbergweg 8 met identificatienummer NL.IMRO.0363.T1901BPGST-VG01 van de gemeente Amsterdam. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
automatenhal
iedere besloten ruimte waar meer dan twee speelautomaten of andere mechanische toestellen in de zin van artikel 30 van de Wet op de Kansspelen zijn opgesteld ten behoeve van het publiek; 1.6
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7
belwinkel
een voor publiek toegankelijke gelegenheid waar de hoofdactiviteit wordt gevormd door het bedrijfsmatig gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, waaronder mede begrepen het verzenden van faxen; 1.8
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.9
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.10
bestaand
a. voor bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, dan wel mag worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (of de Woningwet); b. voor gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan met de daarbij behorende gebruiksregels; bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)
blz. 7
1.11
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.12
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.13
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.14
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.16
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.18
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.19
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van het perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.20
kantoor
het bedrijfsmatig verlenen van diensten met een administratief karakter, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;
Gemeente Amsterdam
blz. 8
1.21
nutsvoorziening
een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding, de distributie van gas, water en elektriciteit, de telecommunicatie, en openbaar vervoer, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, gemalen, telefooncellen en zendmasten; 1.22
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.23
peil
a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg of een tuin grenst: de hoogte van die weg of tuin ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw; b. als in het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.24
seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin handelingen of vertoningen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: a. een prostitutiebedrijf: een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen een materiële vergoeding; b. erotisch getinte vermaaksfunctie: Een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische / pornografische aard, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een erotische videotheek, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, wel of niet in combinatie met elkaar; 1.25
smartshop
een winkel waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door detailhandel in psychotrope stoffen; 1.26
verbeelding
de verbeelding van het bestemmingsplan 'Luttenbergweg 8 '
bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)
blz. 9
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
de hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.7
bebouwingspercentage
een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak of bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Kantoor
Bestemmingsomschrijving
De voor Kantoor aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoor; b. parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in- en uitritten, ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; c. nutsvoorzieningen; d. wegen; e. voet- en fietspaden; f. pleinen en daarmee vergelijkbare verblijfsruimten; g. groenvoorzieningen; h. water. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Voor de in lid 3.1 genoemde gronden gelden de volgende bouwregels: a. op en onder de in lid 3.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. b. voor de kantoorfunctie genoemd in lid 3.1 geldt een maximum brutovloeroppervlakte van 7.889 m². 3.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. maximum bebouwingspercentage bouwvlak: 100%; b. maximum bouwhoogte: zoals met de aanduiding "maximale bouwhoogte" staat aangegeven; 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen het bestemmingsvlak mogen bouwwerken geen, gebouw(en) zijnde worden opgericht met inachtneming van de volgende maxima: a. bouwhoogte licht- en vlaggenmasten: 8 meter; b. bouwhoogte overige bouwwerken: 3 meter.
3.2.4
Specifieke bouwregels
Voor de in lid 3.1 genoemde gronden gelden de volgende specifieke bouwregels: a. bij een aanvraag omgevingsvergunning bouwen wordt voorzien in voldoende fietsparkeerplaatsen. Dit betekent dat wordt voldaan aan de normen die gelden voor de specifieke functie genoemd in de 'Nota Parkeernormen Fietsen en Scooters'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. Hierbij geldt een minimum aantal fietsparkeerplaatsen van 114. bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)
blz. 11
b. de normen uit lid 3.3 zijn overeenkomstig van toepassing. 3.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 3.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksbepalingen: a. b. c. d.
voor de kantoorfunctie genoemd in lid 3.1 geldt een maximum brutovloeroppervlakte van 7.889 m². voor de in lid 3.1 genoemde gronden geldt een maximum aantal autoparkeerplaatsen van 177. voor de in lid 3.1 genoemde gronden geldt een minimum aantal scooterparkeerplaatsen van 20. voor de in lid 3.1 genoemde gronden geldt een minimum aantal fietsparkeerplaatsen van 114.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)
blz. 13
Artikel 5 5.1
Algemene bouwregels
Toegestane overschrijdingen
Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings- en bouwgrenzen te overschrijden: a. ten behoeve van stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,2 meter; b. ten behoeve van gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan maximaal 1 meter en deze werken niet lager zijn gelegen dan 4,2 meter boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,5 meter langs een rijweg, 2,4 meter boven een rijwielpad en 2,2 meter boven een voetpad, voor zover dit rijwielpad of voetpad geen deel uitmaakt van bedoelde strook van 1,5 meter; c. tot ten hoogste 2 meter ten behoeve van hijsinrichtingen. 5.2
Maximale maten
a. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in de voorgaande lid van dit artikel uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 5.3
Ondergronds bouwen
5.3.1
Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. nieuwe ondergrondse bouwwerken zijn niet toegestaan; b. bij het berekenen van de bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen voor zover deze buiten de buitenwerkse gevelvlakken van een bovengronds gebouw gelegen zijn; c. in afwijking van het bepaalde onder a en b zijn afvalinzamelpunten, met een maximale bouwdiepte van 3,5 m1, en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding (bergbezinkbassin) buiten bouwvlakken wel toegestaan. 5.3.2
Afwijking ondergronds bouwen
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bepaling 5.3.1 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m¹ onder peil, onder de voorwaarde dat: a. b. c. d. e. f.
gebouwd wordt binnen het bouwvlak; de technische haalbaarheid is aangetoond; het gebruik ten dienste is van de functie van het erboven gesitueerde hoofdgebouw; aangetoond wordt dat de waterhuishouding niet wordt verstoord; advies wordt ingewonnen bij de waterbeheerder; geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. Gemeente Amsterdam
blz. 14
bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)
blz. 15
Artikel 6
Algemene gebruiksregels
6.1
Verbodsregels
6.1.1
Verboden gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), wordt in ieder geval begrepen het gebruiken, of laten gebruiken, van gronden of bouwwerken als: a. ten dienste van bedrijven die worden begrepen onder bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht; b. automatenhallen, seksinrichtingen, belwinkels, smartshops, coffeeshops, internetcafés en geldwisselkantoren, één en ander behoudens de op grond van hoofdstuk 2 toegestane locaties; c. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen; d. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. opslagplaats van bagger en grondspecie, tenzij zulks plaatsvindt langs een waterloop en in verband met het onderhoud van de waterloop. 6.1.2
Afwijking
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels, zoals genoemd in 6.1.1, wanneer strikte toepassing daarvan leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan teneinde: a. in het plangebied de volgende bebouwing toe te staan: 1. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen met een maximum bouwhoogte van 6 meter en een maximum bruto vloeroppervlak van 25 m², alsmede; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken, reclameobjecten, vrijstaande muren, geluidwerende en windhinder beperkende voorzieningen, bruggen, steigers, duikers en andere waterbouwkundige constructies, mits hiertoe gezamenlijk niet meer dan 2% van de totale oppervlakte van het plangebied wordt aangewend; b. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, worden toegestaan, mits de afwijking in situering niet meer dan 2 meter bedraagt; c. de in de regels toegestane maximale bouwhoogten met niet meer dan 1 meter wordt vergroot; d. de in de regels toegestane maximale bouwhoogten, anders dan bedoeld in c, met ten hoogste: 1. 5 meter worden overschreden ten behoeve van schoorstenen, ventilatie-inrichtingen, vlaggenmasten, bouwkundige maatregelen ten behoeve van een stille zijde, antennes en vergelijkbare bouwwerken voor de opwekking van duurzame energie zoals windturbines en zonnepanelen; 2.
3 meter worden overschreden ten behoeve van lift- en trappenhuizen en algemene technische ruimten;
bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)
blz. 17
Hoofdstuk 4 Artikel 8 8.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 8.2
Afwijking
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 8.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 8.1 met maximaal 10% 8.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Bepaling 8.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 8.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, zoals bedoeld in 8.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 8.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in 8.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 8.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Bepaling 8.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Artikel 9
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Luttenbergweg 8'.
bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)