2b Onderzoek Sociale Inclusie - Impact taaltrajecten Amsterdam 2019-2021
Tekst van het document
Impact taaltrajecten voor inwoners van Amsterdam op plek in de samenleving en op de arbeidsmarkt in 2019 - 2020 - 2021 Resultaten monitor educatietrajecten gemeente Amsterdam als onderdeel van de Nederlandse Monitor Volwasseneneducatie door Prof. Dr. Maurice de Greef Jaarlijks faciliteert de gemeente Amsterdam taaltrajecten voor haar volwassen inwoners met als doel, dat zij een betere plek in de samenleving krijgen. Vraag is wat de impact van deze trajecten is en ook op de verschillende levensdomeinen. De gemeente Amsterdam heeft ook in 2019, 2020 en 2021 in samenwerking met diverse taalaanbieders trajecten volwasseneneducatie gefaciliteerd. Deze rapportage beschrijft de uiteindelijke impact van de educatieve trajecten uit 2019, 2020 en 2021 voor de samenleving in de gemeente Amsterdam. Hierbij wordt gekeken of de doelstellingen van het ‘Uitvoeringsplan Taaloffensief’ van de gemeente Amsterdam zijn behaald. Investeren in taal loont Volgens het CBS (2014) kent Nederland nog steeds een groot percentage inwoners, dat uitgesloten is van sociale deelname aan de samenleving, te weten 15%. Dit zijn mensen, die in de meeste gevallen niet kunnen meedoen aan activiteiten, werk, maar ook minder contacten hebben in hun eigen omgeving. Volgens Bijl et al. (2011) komt het probleem van sociale ongelijkheid door het verschil in opleiding.
Het verschil in opleidingsniveau veroorzaakt namelijk een kloof tussen hoog- en laagopgeleiden (Bijl et al., 2011). Dit effect zien we ook terug in onze werkloosheidscijfers. Volgens het CBS (2020) is circa 72% van de werkloze beroepsbevolking laag- of middelbaar opgeleid. Een bijkomend probleem van mensen die sociale uitsluiting of uitsluiting van de arbeidsmarkt ervaren, is dat deze mensen onder andere de taal vaak niet voldoende meester zijn. Investering in educatietrajecten voor deze laag- en middelbaar opgeleiden zou deze problematiek en de bijbehorende kosten kunnen tegengaan. Met de trajecten volwasseneneducatie in de gemeente Amsterdam wordt zoveel mogelijk inwoners die nog niet of onvoldoende (kunnen) participeren, een educatief aanbod aangeboden. Een aanbod dat gekoppeld is aan de maatschappelijke context en dat bijdraagt aan het beoogde maatschappelijk effect. In deze rapportage leest u de uitkomsten van het onderzoek naar de impact van deze trajecten in 2019, 2020 en 2021. 1 © Artéduc, Vught
Onderzoeksmethodiek In 2019, 2020 en 2021 is onder een groot aantal deelnemers aan educatieve trajecten in de gemeente Amsterdam een vragenlijst afgenomen. Er zijn in principe 2 meetmomenten geweest, te weten: T0 en na circa 15 weken T1. Dit is verspreid over de jaren 2019, 2020 en 2021 daar niet alle trajecten een gelijktijdig startmoment hadden. Door de beperkende maatregelen van COVID-19 hebben we helaas minder mensen bereikt dan zijn benaderd. We constateren ook dat vooral mensen met één op één begeleiding of onderwijs in kleine groepen zijn bereikt. Met het online onderwijs is het lastig gebleken de vragenlijsten klassikaal af te nemen. De deelnemers hebben hier vaak toelichting bij nodig. Dit betekent ook dat we deze resultaten met enige voorzichtigheid moeten bezien. Vanaf 2022 wordt weer vol ingezet om alle doelgroepen te bereiken. Uiteindelijk hebben 343 deelnemers beide vragenlijst ingevuld. Hierbij is gevraagd naar hoe de deelnemers hun huidige plek in de samenleving en op de arbeidsmarkt ervaren. Tijdens de metingen zijn allereerst de socio-demografische kenmerken, zoals geslacht, nationaliteit, leeftijd, hoogste vooropleiding, aantal opleidingsjaren, het hebben van een diploma of een (vrijwilligers)baan in kaart gebracht (gebaseerd op onderzoek van Verté et al., 2007).
Bij de meting is daarnaast gebruik gemaakt van de gevalideerde SIT-vragenlijst (Sociale Inclusie na Transfer) van De Greef, Segers en Verté (2010). Van het SIT-instrument (Sociale Inclusie na Transfer) van De Greef, Segers en Verté (2010) zijn verschillende variabelen gebruikt. Allereerst de variabele ‘Nationale Taalvaardigheden’. Deze variabele bestaat uit negen items met een Likertschaal van 1 - 10. Voorbeelden van items zijn: §
Ik kan schrijven wat ik bedoel.
§
Ik kan de krant, een boek of iets anders lezen.
Ten tweede is gebruikt gemaakt van de variabele ‘Digitale vaardigheden’ (bestaande uit drie items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik kan de computer gebruiken.
§
Ik kan internet gebruiken.
Ten derde is gebruikt gemaakt van de variabele ‘Assertiviteit’ (bestaande uit vijf items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik kan voor mezelf opkomen.
§
Ik kan problemen oplossen.
De vierde variabele is ‘Ontmoeten & ondernemen’ (bestaande uit vier items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik ontmoet voldoende mensen.
§
Ik doe nieuwe contacten op. 2
© Artéduc, Vught
De vijfde variabele bracht in kaart of men ervaart meer te gaan deelnemen aan natuur- en sportactiviteiten middels de variabele ‘Natuur- en sportactiviteiten’ (bestaande uit vier items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik ga de natuur in.
§
Ik neem deel aan sportactiviteiten.
Als zesde is door middel van de variabele ‘Afname sociaal isolement’ (bestaande uit vier items met een Likertschaal van 1 - 10) in kaart gebracht of men ervaart uit een isolementspositie te komen. Voorbeelden van items zijn: §
Ik mis een echte goede vriend of vriendin.
§
Vaak voel ik me alleen.
Ten zevende brengt de variabele ‘Financiële vaardigheden’ in kaart of de deelnemers ervaren hun financiën beter te kunnen beheren. Deze variabele bestaat uit 8 items met een Likertschaal van 1 - 10. Voorbeelden van items zijn: §
Ik koop pas iets, als ik het kan betalen
§
Ik kan mijn geldzaken zelf regelen
Vervolgens is expliciet in kaart gebracht voor de trajecten taal en ouderbetrokkenheid of de deelnemers ervaren een betere mate van ouderbetrokkenheid te krijgen. Hierbij zijn de volgende variabelen gebruikt: §
‘Opvoeding & gedrag’ (bestaande uit 4 items) met als voorbeelditem: Ik voed mijn kinderen goed op.
§
‘Extern contact’ (bestaande uit 7 items) met als voorbeelditem: Ik heb contact met ouders van de school van mijn kinderen.
§
‘Leesbevordering’ (bestaande uit 6 items) met als voorbeelditem: Ik vind het leuk om met mijn kinderen te lezen.
§
‘Kindcontact’ (bestaande uit 4 items) met als voorbeelditem: Ik stel vragen als ik met mijn kinderen praat.
Ten slotte is in kaart gebracht of de arbeidsmarktpositie van de deelnemers verbeterd is door te kijken naar het verkrijgen of beter functioneren in een betaalde baan (met of zonder begeleiding), het verkrijgen van vrijwilligerswerk, het gaan zoeken van een baan of het gaan stage lopen. Om de impact van het educatietraject in kaart te brengen, zijn middels SPSS 27.0 verschilvariabelen gemaakt en is per variabele het percentage deelnemers, dat een groei heeft doorgemaakt, bepaald.
3 © Artéduc, Vught
Impact van het leertraject op de plek in de samenleving en de arbeidsmarkt Uit tabel 1 wordt duidelijk, dat in 2019, 2020 en 2021 de trajecten er allereerst voor zorgen, dat een meerderheid van de deelnemers ervaart beter zijn of haar taalvaardigheden te kunnen toepassen in de praktijk (circa 79%). In vergelijking met de landelijke benchmark van 2012 (De Greef et al., 2012) is deze score hoger en geeft het aan, dat door de meeste deelnemers het doel van de georganiseerde taaltrajecten behaald wordt, namelijk het beter toepassen van de taal in de praktijk. Daarnaast ervaart meer dan 50% tot 75% een betere plek in de samenleving te krijgen in vrijwel alle variabelen van sociale inclusie, wat zich onder andere vertaalt in het feit dat men bijvoorbeeld ervaart meer mensen te ontmoeten, meer te ondernemen en assertiever te zijn geworden (zie tabel 1). Voor wat betreft ouderbetrokkenheid wordt uit tabel 1 duidelijk dat circa 55% tot 70% aangeeft een grotere ouderbetrokkenheid ervaart te hebben gekregen. Dit vertaalt zich onder in andere in het feit dat men ervaart de kinderen beter te kunnen opvoeden, beter contact te kunnen krijgen met de kinderen, dat het lezen bevorderd wordt en beter contact te krijgen met instellingen van de kinderen (zoals de basisschool). Ook hier zijn de scores in vergelijking met een landelijke benchmark hoger (De Greef et al., 2015).
Daarnaast blijkt er een impact te zijn op het gebied van de arbeidsmarktpositie van de deelnemers. Volgens tabel 1 ervaart vanuit de educatieve trajecten in de gemeente Amsterdam circa 20% beter te gaan functioneren op de werkvloer of een betaalde baan te krijgen. Daarnaast ervaart circa 25% een baan te gaan zoeken en circa 27% (meer) vrijwilligerswerk te gaan doen (zie tabel 1). Ook hier wordt duidelijk, dat als men deze resultaten vergelijkt met het landelijk onderzoek van 2012 (waarbij dezelfde soort trajecten onderzocht zijn, te weten taal-, reken- en basisvaardigheidstrajecten in diverse (non-) formele onderwijssettingen voor volwassenen) dat alle variabelen bij de trajecten in de gemeente Amsterdam vergelijkbaar of hoger scoren.
4 © Artéduc, Vught
Tabel 1: Percentage deelnemers met betrekking tot toename mate van sociale inclusie in Amsterdam in 2019, 2020 en 2021 Leercontext → Aantal deelnemers met toename sociale inclusie per variabele van sociale inclusie in % ↓ Sociale inclusie Nationale Taalvaardigheden Digitale Vaardigheden Assertiviteit Financiële vaardigheden Ontmoeten & ondernemen Natuur- en sportactiviteiten Afname sociaal isolement Ouderbetrokkenheid Opvoeding & gedrag Extern contact Leesbevordering Kindcontact Arbeidsmarktpositie Betaalde baan Vrijwilligerswerk Stage Op zoek naar baan Betaalde baan met begeleiding
Trajecten Amsterdam 2019, 2020 en 2021
Landelijk onderzoek
78.6 49.6 56.7 78.0 55.5 50.2 50.0
58.2 51.4 54.2
53.2 69.8 61.9 57.1
38.0 62.0 50.0 49.0
19.4 27.2 13.3 24.5 16.7
19.5 21.4 7.3 19.8 14.3
-*
48.8 49.3 45.1
Noot: *Deze variabalen zijn niet gemeten tijdens dit landelijk onderzoek.
De zelfperceptiemaat onder de respondenten blijkt een betrouwbare maat te zijn voor deze resultaten aangezien eerder onderzoek van De Greef et al. (2009) heeft aangetoond, dat door het zelf scoren van de beheersing van diverse vaardigheden de verwachte overschatting van de deelnemers uitbleef. Dezelfde scores door docenten (over de betreffende vaardigheden van de deelnemers) bleken namelijk veel hoger te zijn dan die van de deelnemers zelf. Daarnaast tonen Kok en Scholte (2013) door vergelijking van scores op de schalen van het SIT-instrument met scores op objectieve internationale taaltoetsen (Alamprese et al., 2011; Sabatini et al., 2011;, Greenberg et al., 2011; Hock & Mellard, 2011) aan, dat de gemiddelde stijging van de testscores van deelnemers vergelijkbaar zijn. Hierbij is de hoogte van de scores op de objectieve internationale taaltoetsen vergeleken met de hoogte van de scores via het SITinstrument. Leertrajecten voor volwassenen in de gemeente Amsterdam hebben impact: Meeste doelen van ‘Taaloffensief’ behaald Investering in een duurzame infrastructuur voor volwasseneneducatie met een aantal partners blijkt haar vruchten af te werpen. Er is gebleken, dat een groot aantal deelnemers ervaart een
5 © Artéduc, Vught
betere plek in de samenleving te hebben gekregen, dankzij deelname aan een traject volwasseneneducatie in 2019, 2020 of 2021. Uit de impactmeting wordt duidelijk, dat §
bijna 80% van de deelnemers ervaart een betere taalbeheersing te krijgen;
§
circa 50% tot 75% van de deelnemers ervaart een betere plek in de samenleving te krijgen;
§
circa 55% tot 70% van de deelnemers ervaart een betere mate van ouderbetrokkenheid te krijgen;
§
circa 20% tot 25% van de deelnemers ervaart een betere arbeidsmarktpositie te krijgen.
Uit de analyses blijkt, dat investering in volwasseneneducatie ervoor zorgt dat de inwoners in de gemeente Amsterdam alsnog een betere plek in de samenleving en op de arbeidsmarkt kunnen krijgen. Kijkend naar de doelen van het ‘Uitvoeringsplan Taaloffensief’ wordt duidelijk dat de meeste zijn behaald (Gemeente Amsterdam, 2019). Door tijdens leertrajecten te werken aan basisvaardigheden ervaart: §
circa 80% van de deelnemers een betere taalbeheersing (oftewel basisvaardigheden) te krijgen;
§
circa 20% tot 25% een betere arbeidsmarktpositie en nieuwe kansen op werk te krijgen;
§
circa 50% tot 75% meer kansen te krijgen om mee te doen in de samenleving;
§
circa 55% tot 70% een betere betrokkenheid bij school te krijgen;
§
circa 75% beter inzicht in geldzaken te krijgen.
6 © Artéduc, Vught
Referenties Alamprese, J.A. et al. (2011). Effects of a structured decoding curriculum on adult literacy learners’ reading development. Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): pp. 154172. Bijl, R., Boelhouwer, J., Cloïn, M. & Pommer, E. (2011). De sociale staat van Nederland 2011. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. CBS. (2014). Nederland presteert bovengemiddeld op thema’s Europa 2020. 07-06-2014. <http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/dossiers/eu/publicaties/archief/2014/2014-4058wm.htm>. CBS (2020). Arbeidsdeelname; onderwijsniveau. Retrieved: 04-11-2020. <https://opendata.cbs.nl/statline/?dl=3E79E#/CBS/nl/dataset/83031NED/table>. De Greef, M., Hanekamp, M., Segers, M., Verté, D. en Lupi, C. (2012). Leren in verschillende contexten. ’s-Hertogenbosch: CINOP. De Greef, M., Segers, M., Nijhuis, J. (2015). Impactonderzoek trajecten Taal voor Thuis door Stichting Lezen & Schrijven op het gebied van ouderbetrokkenheid, sociale inclusie en taalvaardigheid. Maastricht: Maastricht University. De Greef, M., Segers, M., Verté, D., De Greef, R. & Meulenbrug, J. (2009). Leren voor Leven een eigen plek in het dagelijks leven. Velp: Spectrum CMO Gelderland. De Greef, M., Segers, M. & Verté, D. (2010). Development of the SIT, an instrument to evaluate the transfer effects of adult education programs for social inclusion, Studies in Educational Evaluation (36), 42 - 61.
Gemeente Amsterdam. (2019). Uitvoeringsplan Taaloffensief. Amsterdam: Gemeente Amsterdam. Greenberg, D. et al. (2011). A Randomized Control Study of Instructional Approaches for Struggling Adult Readers. Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): pp. 101-117. Hock, M.F. & Mellard, D.F. (2011). Efficacy of learning strategies instruction in adult education. Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): 134-153. Kok, L. & Scholte, R. (2013). Rendement van cursussen voor laaggeletterden. Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek. PWC. (2015). Het rendement van taaltrajecten: casus gemeente Amsterdam. Amsterdam: PWC. Sabatini, J.P. et al. (2011). Relative effectiveness of reading intervention programs for adults with low literacy. Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): 118-133. Verté, D., De Witte, N. & De Donder, L. (2007). Schaakmat of aan zet? Monitor voor lokaal ouderenbeleid in Vlaanderen. Brugge: Uitgeverij Van den Broele.
7 © Artéduc, Vught