2a. Regels_bijlagen 7e herziening Landelijk Noord.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam
blz. 18
a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel mag niet meer bedragen dan 1 m; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2 m; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen, anders dan overkappingen, mag niet meer bedragen dan 3 m. 3.2.5
Voorwaardelijke verplichting - omgevingsvergunning bouw
De omgevingsvergunning voor de bouw wordt uitsluitend verleend mits het ingediende bouwplan voldoet aan de in Bijlage 1 opgenomen bouwplan. 3.3
Specifieke gebruiksregels
a. Op de gronden met de bestemming Wonen is – in samenhang daarmee – ook het gebruik toegestaan van gedeelten van hoofdgebouwen voor aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover het vloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw. b. Paardenbakken zijn niet toegestaan, uitgezonderd bestaande paardenbakken waarvan de bestaande maten als ten hoogste toelaatbaar zijn.
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 19
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) – tevens bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 4.2
Bouwregels
Op en onder de in lid 4.1 genoemde gronden mag uitsluitend gebouwd worden ten dienste van de dubbelbestemming en de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. voor zover met betrekking tot de in lid 4.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen een archeologisch rapport te overleggen; b. aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder a kunnen de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het Dagelijks Bestuur bij de vergunning te stellen kwalificaties; c. het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op een bodemverstoring: 1. die het normale onderhoud betreft; 2. die reeds in uitvoering is op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 4.3
Nadere eisen
Het Dagelijks Bestuur is bevoegd ter bescherming van de in lid 4.1 genoemde archeologische waarden nadere eisen te stellen aan de situering van de bouwwerken, indien uit het archeologisch rapport is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden zoals bedoeld in lid 4.1 aanwezig zijn. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden, mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1 genoemde bestemming en de overige aan de gronden toegekende bestemmingen uitgevoerd worden, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. op en onder de in lid 4.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden, uit te voeren: 1. het uitvoeren van grondbewerkingen onder maaiveld of indien het water betreft dieper dan de waterbodem, waartoe onder meer wordt gerekend het ophogen, egaliseren, roeren en omwoelen van gronden; 2. het aanbrengen van drainage; 3. het aanleggen en verbreden van wateren; 4. het verlagen of verhogen van het waterpeil; 5. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen; 6. het verrichten van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; b.
de aanvrager van een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a dient een archeologisch rapport te overleggen; Gemeente Amsterdam
blz. 20
c. de onder a genoemde werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden, mogen de archeologische waarden zoals bedoeld in lid 26.1 niet onevenredig schaden; d. aan de onder a genoemde vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het Dagelijks Bestuur bij de vergunning te stellen kwalificaties; e. het bepaalde onder a en d is niet van toepassing op een bodemverstoring: 1. die het normale onderhoud betreft; 2. die reeds in uitvoering is op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 4.5
Wijzigingsbevoegdheid
Het Dagelijks Bestuur is bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de bestemming 'Waarde Archeologie - 1' geheel of gedeeltelijk kan worden geschrapt, indien: a. uit nader onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan voorziet in bescherming van deze waarden.
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 21
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten
a. Voor een bouwwerk, dat krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. Ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. c. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing. 6.2
Afstanden van woningen tot landbouwbedrijven
Onverminderd hetgeen in hoofdstuk 2 is bepaald, dient ten minste de volgende afstand in acht genomen te worden tussen landbouwbedrijven en gevoelige objecten: inrichting waar landbouwhuisdieren worden gehouden
inrichting waar geen landbouwhuisdieren worden gehouden
minimum afstand tot objecten categorie I en II
100 m
50 m
minimum afstand tot objecten categorie III, IV en V
50 m
25 m
6.3
Toegelaten overschrijdingen
Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings- en/of bouwgrenzen te overschrijden ten behoeve van a. hijsinrichtingen en ander ondergeschikte delen van gebouwen mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 2 m voor zover deze de vrije doorgang van het verkeer niet belemmeren; b. stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,2 m; c. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m en deze werken niet lager zijn gelegen dan 4,2 m boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,5 m langs een rijweg, 2,4 m boven een fietspad en 2,2 m boven een voetpad, voor zover dit fietspad of voetpad geen deel uitmaakt van de bedoelde strook van 1,5 m. 6.4
Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van geheel of gedeeltelijk beneden het maaiveld gelegen gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. het bouwen van ondergrondse ruimten is uitsluitend toelaatbaar op agrarische bouwvlakken; b. de bouw van ondergrondse ruimte behorende bij en dienstbaar aan de woning is uitsluitend
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 23
toelaatbaar voor zover zich op het bouwvlak een woning bevindt; c. de ondergrondse ruimte mag uitsluitend vanuit de binnenzijde van het gebouw waaronder het wordt gerealiseerd, toegankelijk zijn; d. per bouwvlak is één ondergrondse ruimte toegestaan; e. het oppervlak van het deel van de ondergrondse ruimte niet gelegen direct onder de woning mag ten hoogste 50 m² bedragen.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen gebruiksverbod
Tot gebruik strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bebouwing ten dienste van: a. het is verboden de in het bestemmingsplan begrepen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken of in gebruik geven op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming of de daarbij behorende regels; b. de gronden en bouwwerken te gebruiken of laten gebruiken of in gebruik geven ten dienste voor inrichtingen en bedrijven als aangewezen in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Stb. 2010, nr. 143); c. onder verboden gebruik wordt in ieder geval begrepen: 1. automatenhal, prostitutiebedrijf, seksinrichting, geldwisselkantoor, smartshop, transferwinkel, telefoneerinrichting, belhuis, detailhandel in volumineuze goederen, opslag en verkoop van motorbrandstoffen, opslag en verkoop van vuurwerk en/of gevaarlijke stoffen; 2. de opslag en/of stalling van kampeermiddelen, voer- of vaartuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen, en aan hun gebruik onttrokken machines, behoudens gebruik dat strekt tot realisering van de bestemming en gebruik dat voortvloeit uit het normale dagelijkse gebruik en onderhoud dat ingevolge de bestemming is toegestaan; 3.
het storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover noodzakelijk in verband met het op de bestemming gericht gebruik van de grond; d. het gebruik van bijgebouwen als woonruimte. 7.2
Toegelaten milieuhindercategorieën
a. Slechts functies die in de van deze regels deel uitmakende 'Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten' (Standaard SvB) vallen onder de in de toepasselijke regels aangegeven milieuhindercategorieën zijn toegestaan, tenzij elders in deze regels anders aangegeven. b. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd af te wijken van het bepaalde onder a voor het bouwen en het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van een functie die: 1. niet in de 'Standaard SvB' voorkomt en niet meer milieuhinder veroorzaakt dan functies die vallen onder de toegestane categorieën; 2. al dan niet na uitbreiding of wijziging in de 'Standaard SvB' valt onder één categorie hoger dan toegestaan, mits de desbetreffende functie niet meer milieuhinder veroorzaakt dan functies die vallen onder de toegestane categorieën.
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 25
Artikel 8 8.1
Algemene aanduidingsregels
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone 1' zijn de betreffende gronden, naast de daarvoor aangewezen andere bestemmingen en aanduidingen, mede bestemd voor de bescherming van het belang van grondwaterneutraal bouwen als genoemd in 1.45. 8.2
Bouwregels
a. Binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone 1' is het verboden onder bestaande en nieuwe gebouwen kelders te bouwen, dan wel bestaande kelders te vergroten. b. Binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone 1' zijn uitsluitend bestaande kelders toegestaan welke legaal aanwezig waren ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan, alsmede kelders waarvoor voorafgaand aan het moment waarop dit plan in ontwerp ter inzage is gelegd een omgevingsvergunning is verleend waar nog uitvoering aan gegeven kan worden dan wel een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend en deze omgevingsvergunning niet geweigerd kan worden.
Gemeente Amsterdam
blz. 26
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingsregel
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels van dit bestemmingsplan ten behoeve van: a. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijke en/of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, wegen en anderszins, of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in situering niet meer dan 2 m bedraagt; b. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen met een maximale bouwhoogte van 6 m en een maximaal bruto vloeroppervlak van 100 m²; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken, vrijstaande muren, geluidswerende en windhinder beperkende voorzieningen, bruggen, duikers en andere waterstaatkundige werken, mits hiertoe niet meer dan 2% van de totale oppervlakte van het plangebied wordt aangewend; d. bouwwerken waarbij de in de regels toegestane maximale bouwhoogte met niet meer dan 0,3 m wordt vergroot; e. bouwwerken waarbij de in de regels toegestane maximale bouwhoogte, anders dan bedoeld in c, met ten hoogste 3 m worden overschreden ten behoeve van lift- en trappenhuizen, centrale verwarmingsinstallaties, schoorstenen, glasbewassingsinstallaties en ventilatie-inrichtingen; f.
de op de kaart aangegeven bestemmings- of bouwvlakgrenzen met ten hoogste 3 m mag worden overschreden ten behoeve van balkons, bordessen, galerijen, luifels, buitentrappen, lift- en trappenhuizen en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen.
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 27
Artikel 10 10.1
Overige regels
Parkeren, laden en lossen
a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en/of voor het veranderen van het gebruik van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om omgevingsvergunning wordt aangetoond dat in voldoende mate ruimte wordt aangebracht voor het op eigen terrein parkeren van auto's overeenkomstig het vigerende parkeerbeleid; b. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort; c. Ruimte voor het parkeren van auto's en voor het laden of lossen van goederen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte krachtens dit lid is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik. 10.2
Afwijkingsbevoegdheid parkeren, laden en lossen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 10.1 onder a. en b. overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het vigerende parkeerbeleid. b. het bepaalde in lid 10.1 onder c. voor zover op andere wijze in laad- of losruimte wordt voorzien.
Gemeente Amsterdam
blz. 28
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig ontheffing verlenen van het gestelde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het gestelde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het gestelde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 29
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 7e Herziening Landelijk Noord.
Gemeente Amsterdam
blz. 64
Bijlage 4
Verbeelding in PDF
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
8
Gemeente Amsterdam
NWD01 E 639
6
21 NWD01 E 631
NWD01 E 637
17
NWD01 E 685
NWD01 E 647
15
NWD01 E 686
NWD01 E 617
NWD01 NWD01 NWD01 E 638 E 646 E 642 NWD01 NWD01 E 623 E 636
19
NWD01 E 683
Plangebied
NWD01 E 634
NWD01 E 684
NWD01 E 682
NWD01 E 640
7e Herziening Landelijk Noord NWD01 E 625
Bestemmingen Wonen
W
Dubbelbestemmingen WR-A1
13
NWD01 E 619
Waarde - Archeologie - 1
Gebiedsaanduidingen
NWD01 E 687
NWD01 E 635 NWD01 ENWD01 632 E 627 NWD01 E 616 NWD01 ENWD01 624 E 645
overige zone - 1
Bouwvlakken 11
9
7
5
bouwvlak
overige zone - 1
Bouwaanduidingen
[sba-2]
NWD01 E 620
NWD01 E 183
[sba-2]
NWD01 E 622
3,2
3
W
NWD01 E 708
NWD01 E 185
NWD01 E 184
4 9,2
3,6
Maatvoeringen
Broekergouw
NWD01 NWD01 E 633 E 643
specifieke bouwaanduiding - 2
3
maximum aantal wooneenheden
3,6
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
7,6
12,8
7,6 NWD01 E 230
NWD01 E 504 13
11
7-9
WR-A1
NWD01 E 707
Verklaringen NWD01 E 146
Ondergrond ontleend aan GBKA sep 2019
0
10
35m
Planinformatie Datum Planstatus 01-02-2023 Ontwerp 30-03-2023 Vastgesteld
Informatie bij Gemaakt door Locatie Formaat Plan id Plotdatum
Bestemmingsplan Verbeelding NWD01 E 267
Ruimte en Duurzaamheid Wissing b.v - J.Konings Stadsdeel Noord A3 Schaal 1:500 NL.IMRO.0363.N1904PBSTD-VG01 30-03-2023