CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2a. Bijlage monitor_groen_2022_gepubliceerde versie 20240104.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 4 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadinformatiebrief ter afdoening van de toezegging over ‘Vaststellen van de Begroting 2024’ (VN2023-021033) ten aanzien van vergroening van de stad TA2023-001198 (VN2024-010664)16.406 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In welke mate het groen in de stad bijdraagt aan dit aspect wordt beschreven onder ‘sociale recreatie’. Sociale contributie, een bijdrage leveren aan de maatschappij, kan gedaan worden in het samen beheren van groen. In welke mate het groen in de stad bijdraagt aan dit aspect wordt beschreven onder ‘gezamenlijk beheer’.

2.1 Sociale recreatie Sociale recreatie is elke vorm van recreatie waarbij ontmoeting een rol speelt. Onder deze indicator wordt het aanbod beschreven van voorzieningen in het groen die in potentie ontmoetingen faciliteren en stimuleren. Hierbij is een selectie van vijf subindicatoren gemaakt: de aanwezigheid van zitbanken, speelplaatsen, horeca, hondenlosloopgebieden en evenementen. Elk van deze kenmerken wordt hieronder apart beschreven.

2.1.1 Zitbanken in het groen Hoge dichtheid zitbanken in stadsparken in centrale delen van de stad Zitbanken in het groen bieden een plek waar je samen kunt zijn met naasten, maar ook in gesprek kunt raken met andere bezoekers. Het vergroot daarmee de potentie voor ontmoeting in een groengebied. In totaal zijn er 1.300 bankjes in groengebieden in Amsterdam, waarvan het 24 Bron: Keyes, Corey Lee M. Social well-being. Social Psychology Quarterly, juni 1998.

31

merendeel (578) te vinden is in stadsparken, plantsoenen (275) en groene verbindingen (238). We zien dat de dichtheid bankjes hoger is in kleine groengebieden, zoals stadsplantsoenen, en lager in grotere groengebieden, zoals landschappen (zie figuur 2.1). Dit strookt met de functies van de groengebieden. Opvallend zijn de hoge dichtheden zitbanken in de groene verbindingen in de stad, aangezien dit type groengebied niet per definitie een ontmoetingsfunctie heeft. Door de recreatieve functie van stadsparken zou je verwachten dat de dichtheid zitbanken hier over het algemeen hoog is. Dit geldt inderdaad voor een aantal grotere stadsparken in Zuid (Vondelpark, Beatrixpark, Sarphatipark), Oost (Flevopark) en Zuidoost (Nelson Mandelapark, Gaasperpark). Stadsparken in de rest van de stad kennen een lagere dichtheid. Figuur 2.1 Dichtheid van zitbanken in groengebieden, 2022 (aantal per hectare)

bron: OpenStreetmap, bewerking O&S

2.1.2 Speelplaatsen in het groen Groengebieden binnen de ring hebben meestal een speeltuin Speelplaatsen in het groen zijn een plek waar kinderen samen kunnen spelen, maar zijn ook voor ouders en verzorgers een belangrijke ontmoetingsplek. De speelplaatsen in het groen zijn redelijk gelijkmatig verdeeld over de stad. In en rondom het centrum heeft vrijwel elk groengebied een speelplaats, met uitzondering van enkele kleine stadsplantsoenen (zie figuur 2.2). De aanwezigheid van speelplaatsen verschilt per type groengebied. Zo hebben de grote stadsparken één of, naar mate ze groter zijn, meerdere speelplaatsen. In gedenkparken en sportparken staan over het algemeen geen speeltoestellen. Dit past ook bij de functie van deze gebieden. De groene verbindingen in stadsdelen Noord, Oost en Zuidoost hebben speelplaatsen terwijl dat in de rest van de stad niet zo is. De volkstuinparken binnen de ring bieden ook speelplaatsen. 32

Figuur 2.2 Aanwezigheid van speelplaatsen in groengebieden, 2022

bron: OpenStreetmap, bewerking O&S

2.1.3 Horecagelegenheden in het groen Horeca in het groen biedt een plek waar mensen samen kunnen zitten, maar ook nieuwe sociale contacten kunnen opdoen. De aantrekkingskracht van deze voorziening vergroot daarmee de potentie tot ontmoeting in het groen. De aanwezigheid van horeca in het groen heeft betrekking op de volgende CBS-categorieën horecagelegenheden: restaurants, cafés, hotel-restaurants, kantines en contractcatering, fastfoodrestaurants, cafetaria's, ijssalons, eetkramen. Honderd horecagelegenheden In het Amsterdamse groen zijn honderd horecagelegenheden verdeeld over iets minder dan vijftig gebieden. Veel hiervan bevinden zich in stadsparken aan de buitenrand van stadsdeel Centrum, zoals Westerpark, Vondelpark en Oosterpark, en stadsplantsoenen in diezelfde ring, zoals het Leidsebosje, Weteringplantsoen en Tolhuisweg (zie figuur 2.3). In natuurparken, groene verbindingen en gedenkparken zijn over het algemeen geen horecagelegenheden, passend bij de functie van deze gebieden. Een deel van de sportparken biedt horeca in de vorm van cafetaria's en kantines, maar ook cafés en brasseries. De horeca in landschappen zijn vaak restaurants. In lang niet alle stadsparken is horeca te vinden. In sommige gevallen zijn er wel allerlei gelegenheden die direct aan het park grenzen, zoals bij Rembrandtpark en Sarphatipark.

Maar er zijn ook parken waarbij dat er niet is in de omliggende gebieden, zoals Martin Luther Kingpark en Nelson Mandelapark.

33

Figuur 2.3 Aanwezigheid van horecagelegenheden in groengebieden, 2022

bron: ARRA

2.1.4 Hondenlosloopgebieden in het groen Hondenlosloopgebieden in het groen bieden ruimte voor honden om vrij te bewegen en zijn daarmee voor hun eigenaren aantrekkelijke gebieden om te bezoeken. Dit biedt mogelijkheid om samen te komen met andere hondeneigenaren. Voor het kenmerk ‘hondenlosloopgebied’ is gekeken naar het aandeel oppervlakte van het groengebied dat doorlopend als hondenlosloopgebied is aangewezen. Vaak hondenlosloopgebied in groene verbindingen en parken De gebieden met een hoog aandeel hondenlosloopgebied zijn veelal groene verbindingen (zie figuur 2.4). Ook stadsparken bieden vaak ruimte voor honden. Bij de gebieden met een groot aandeel hondenlosloopgebied zit bijvoorbeeld ook het Vondelpark, waarvoor bij de schenking van het park aan de Gemeente Amsterdam in 1953 als voorwaarde is gesteld dat honden vrij mochten blijven rondrennen. In gedenkparken en landschappen is over het algemeen weinig ruimte om honden los te laten lopen. Dit geldt ook voor de meeste tuinparken. Dit ligt in lijn met de functie van deze gebieden.

34

Figuur 2.4 Aandeel hondenlosloopgebied in groengebieden, 2022 (procenten)

bron: maps.amsterdam.nl

2.1.5 Evenementen in het groen Evenementen in het groen zijn er in alle soorten en maten. Van buurtborrel voor een gemoedelijk publiek tot een grootschalig festival dat bezoekers van buiten de stad aantrekt. Elk met een eigen doelgroep vergroten zij de potentie tot ontmoetingen. Voor elk groengebied is het totale aantal evenementenbezoekers bepaald op basis van de gegevens aangeleverd bij de vergunningaanvraag van het evenement. 25 Hieruit is een bezoekersdichtheidsgraad berekend: het aantal evenementenbezoekers op jaarbasis, per oppervlakte land van het groengebied. Hoge bezoekersdichtheid van evenementen in het Westerpark, Oosterpark en het Nelson Mandelapark In groene gebieden waar in 2022 evenementen zijn georganiseerd is de bezoekersdichtheid vaak in lijn met de functie van het gebied. Zo wordt in natuurpark Diemerpark een avondvierdaagse georganiseerd, op sportpark Elzenhagen een atletiekevenement en stadsplantsoen Stenen Hoofd het meerdaagse filmfestival Pluk de Nacht. In verschillende gedenkparken hebben rond Allerzielen bijeenkomsten plaatsgevonden. In stadsnatuur, landschappen en tuinparken hebben geen evenementen plaatsgevonden. Evenementen in de stadsparken tellen de grootste aantallen bezoekers (zie figuur 2.5). Hiermee veranderen zij van een buurtpark naar een gebied met een culturele functie voor de hele stad.

Zo vonden bijvoorbeeld in Westerpark zo'n twintig middelgrote evenementen plaats, zoals een 25

Koningsdag is vanwege het uitzonderlijke karakter hierin buiten beschouwing gelaten.

35

fotografiebeurs of een kermis, maar ook een dancefestival met nagenoeg twintigduizend bezoekers. Grote evenementen zoals Kwakufestival, Keti Koti en Roots Festival zorgen voor een hoge dichtheid aan bezoekers in het relatief kleine Nelson Mandelapark en Oosterpark. In de grotere stadsparken rond de Sloterplas en Gaasperplas hebben meerdere muziekfestivals met 15 tot 25 duizend bezoekers plaats gevonden. De meeste bezoekers kwamen naar stadspark Osdorper Binnenpolder in Nieuw-West. Naast middelgrote evenementen vonden hier drie festivals plaats met ieder vijftien duizend bezoekers. Naast grote festivals worden in de stadsparken ook nog steeds evenementen georganiseerd die juist op de buurt gericht zijn. Figuur 2.5 Bezoekersdichtheid van evenementen in groengebieden, 2022 (aantal bezoekers op jaarbasis per hectare)

bron: DECOS, bewerking O&S

2.2 Gezamenlijk beheer Onder de paraplu van gezamenlijk beheer beschrijven we het aanbod aan voorzieningen dat gelegenheid biedt om samen aan groen te werken. 26 Hierbij is een selectie van twee subindicatoren gemaakt: volkstuinparken en schoolwerktuinen. Deze zijn hieronder apart beschreven.

26

In de stad is er vaker sprake van gezamenlijk beheer van groen. Vanwege de beperkte informatie over de plekken en manieren waarop dit beheer precies plaatsvindt is dit niet meegenomen in deze publicatie.

36

2.2.1 Volkstuinparken in het groen Volkstuinparken is een verzamelnaam voor nutstuinparken, dagrecreatieve tuinparken en verblijfstuinparken. Ze zijn door hun gevarieerde inrichting en aandachtig beheer waardevolle groene plekken in de stad voor de tuinders en bezoekers. Op deze parken wordt naast privaat beheer op een gepacht stukje grond ook aan gezamenlijk beheer gedaan van het gemeenschappelijke groen. Volkstuinparken zijn een subcategorie van tuinparken, zoals beschreven in de Hoofdgroenstructuur. Veertig volkstuinparken, vooral aan de randen van de stad In Amsterdam zijn zo’n veertig volkstuinparken (zie figuur 2.6). De nutstuinparken en dagrecreatieve tuinparken zijn over het algemeen kleiner en verspreid over de stad. De verblijfstuinparken zijn groter en dichter bij elkaar gelegen op een aantal plekken zoals in Noord en Nieuw-West. In deze stadsdelen liggen dan ook de meeste volkstuinparken. In Centrum en Zuid is nagenoeg geen aanbod. Nabij Zuid liggen wel enkele tuinparken buiten de gemeentegrenzen die worden gehuurd door de gemeente Amsterdam. Een van de ambities in de Groenvisie is het verder openstellen van de volkstuinparken, zodat deze niet alleen gebruikt kunnen worden door Amsterdammers die daar een tuin hebben. In hoeverre de volkstuinparken zijn opengesteld voor het publiek is op basis van de huidige gegevens nog niet inzichtelijk te maken.

Figuur 2.6 Volkstuinparken in groengebieden, 2022

bron: Beleidskader Hoofdgroenstructuur

37

2.2.2 Schoolwerktuinen in het groen Schoolwerktuinen bieden jaarlijks zo’n zevenduizend basisscholieren een plek in de stad om te leren over natuur en milieu en samen te werken in een tuin. Op deze manier leveren zij nu en in de toekomst een bijdrage aan het groen in onze stad. Ook schoolwerktuinen zijn een subcategorie van tuinparken, zoals beschreven in de Hoofdgroenstructuur. Geen schoolwerktuinen in het Centrum Amsterdam telt dertien schoolwerktuinen die niet gelijkmatig over de stad verdeeld zijn (zie figuur 2.7). In Nieuw-West liggen vijf schoolwerktuinen die ook door scholen uit West bezocht worden. Scholen in Centrum en Zuid liggen verder van de schoolwerktuinlocaties. Anders dan bij de volkstuinparken is deze afstand voor basisscholieren minder makkelijk te overbruggen. Tuinen die deels worden ingezet voor schooltuinen, zoals bij het Rijksmuseum en op volkstuinpark Amstelglorie, zijn daarmee een welkome aanvulling. Figuur 2.7 Schoolwerktuinen in groengebieden, 2022

bron: Beleidskader Hoofdgroenstructuur

2.3 Groen voor sociaal welzijn De subindicatoren van sociale reactie (zitbanken, evenementen, horeca, hondenlosloopgebieden, speeltuinen) zoals in dit hoofdstuk beschreven worden samengenomen om voor elk groengebied in de stad tot één index voor de potentiële waarde voor sociaal welzijn te komen (zie technische bijlage). We hebben ervoor gekozen om de subindicatoren voor gezamenlijk beheer niet mee te nemen in deze index omdat die betrekking hebben op te weinig gebieden en de invloed daarvan op de index te groot zou worden.

38

De subindicatoren binnen groengebieden kunnen conflicteren doordat de aanwezigheid ervan de toegankelijkheid voor andere bezoekers juist kan verminderen, bijvoorbeeld door afzetting van een gebied ten behoeve van een evenement, horeca waar niet alle bezoekers de financiële middelen voor hebben of een gebied dat gemeden wordt vanwege loslopende honden. Ook kunnen groengebieden die vergelijkbaar scoren op sociaal welzijn van elkaar verschillen: het ene groengebied scoort bijvoorbeeld hoog op evenementen en horeca, terwijl een ander gebied juist hoog scoort op zitbanken en hondenlosloopplekken. Deze groengebieden verschillen in de manier waarop ze waarde kunnen hebben voor sociaal welzijn. Bij het interpreteren van de index sociaal welzijn voor een groengebied is het dus belangrijk om ook de onderliggende subindicatoren te bekijken. De indexwaarde geeft wel aan in welke mate het groen in potentie een bijdrage kan leveren aan het sociaal welzijn van de bezoekers van dit gebied. We beschrijven met deze index dus niet de waarde van elk groengebied op het sociaal welzijn in de gehele stad. Daarbij spelen namelijk ook andere factoren een rol, zoals sociale cohesie, die buiten het bereik van deze monitor vallen. De index sociaal welzijn is bepaald voor groengebieden die op het grondgebied van de gemeente Amsterdam liggen.

Het gaat hierbij om dezelfde groengebieden die in hoofdstuk 1 zijn beschreven. Van de groengebieden die op de grens van de gemeente liggen is alleen het gedeelte dat binnen de gemeentegrenzen ligt meegenomen. Voor agrarische groengebieden en stadsnatuur die niet binnen een groengebied liggen is geen index-waarde berekend. Stadsparken scoren hoog op de index sociaal welzijn Stadsparken scoren vaak hoog op de index sociaal welzijn, waarbij driekwart van de oppervlakte van stadsparken bovengemiddeld scoort (zie figuur 2.8). Het Vondelpark scoort het hoogst op de index, aangezien het op de meeste subindicatoren van sociale recreatie maximaal scoort, enkel op evenementen scoort het groengebied gemiddeld. Kijken we naar de groengebieden met een andere functie, dan zien we dat minder dan een vijfde van de oppervlakte van deze gebieden een (sterk) bovengemiddelde index score behaalt. Verder zien we bij deze gebieden veel variatie in de indexwaarde. Figuur 2.8 Verdeling oppervlakte naar indexscore sociaal welzijn per type gebied, 2022 (procenten)

bron: O&S

Elk stadsdeel heeft ten minste een groengebied dat goed scoort op de index sociaal welzijn, waarbij het in de meeste gevallen gaat om een of meerdere stadsparken. Als iemand in de 39

nabijheid van een stadspark woont, zal dat betekenen dat er bovengemiddeld veel mogelijkheden zijn om sociaal te recreëren. Tegelijkertijd verschilt de totale oppervlakte met een hoge indexwaarde wel sterk per stadsdeel. Figuur 2.9 Geografische verdeling index sociaal welzijn, 2022*

* Een gebied dat op het stedelijke gemiddelde ligt heeft een indexwaarde van 100. bron: O&S

40

3 De waarde van groen voor gezondheid

Een groene omgeving draagt bij aan mentale en fysieke gezondheid en daarnaast aan een gezonde levensstijl. Zo zet groen in de omgeving aan tot beweging, doordat het aantrekkelijker wordt om een rondje door een park te lopen of door een straat met bomen te fietsen. 27 In dit hoofdstuk wordt naar het thema gezondheid gekeken vanuit het perspectief van de groengebieden. Ook het groen buiten de groengebieden kan in potentie bijdragen aan de gezondheid van Amsterdammers. Bijvoorbeeld bomen en geveltuinen in de openbare ruimte of groen dat zich bevindt in achtertuinen. In deze versie van de monitor beperken we ons tot de Amsterdamse groengebieden en kijken we specifiek hoe de indeling van deze gebieden kan bijdragen aan de gezondheid van bezoekers. 28 Deze keuze is gemaakt op basis van de beschikbaarheid van gegevens en de mogelijkheid om een directe link te leggen met de gezondheid van bezoekers van het groen. Verblijven in het groen kan ook bijdragen aan de mentale gezondheid vanwege het rustgevende effect. Op dit moment is niet duidelijk welke precieze eigenschappen van een groengebied bijdragen aan het mentale welzijn van bezoekers. In deze publicatie richten we ons daarom op de bijdrage van groen aan de fysieke gezondheid.

3.1 Bewegen in het groen Om te beschrijven in welke de mate de Amsterdamse groengebieden van waarde kunnen zijn voor de gezondheid van bezoekers kijken we in deze versie van de monitor naar twee aspecten van het groen: wandel- en fietsmogelijkheden in het groen en de aanwezigheid van sport- en speelvoorzieningen.

3.1.1 Wandel- en fietspaden Het groen in de stad biedt bewoners de mogelijkheid om te wandelen en te fietsen. Deze indicator bestaat uit twee onderdelen: het eerste onderdeel is gedefinieerd als de dichtheid van fiets- en wandelpaden in het groengebied en het tweede onderdeel als de mogelijkheid om een lange wandel- of fietstocht te maken. Hiervoor is gekozen omdat in kleinere groengebieden de dichtheid van wandel- en fietspaden hoog kan zijn, terwijl door de beperkte omvang er geen langere wandel- en fietstochten gemaakt kunnen worden. Hoge dichtheid wandel- en fietspaden in stadsparken en plantsoenen 27 28

https://research.wur.nl/en/publications/groennormen-in-de-stad-en-omgeving-een-verkenning-vanuit-de-weten In hoofdstuk 1 is wel de hoeveelheid en locatie van andere typen groen (buiten groengebieden) in de woonomgeving beschreven.

41

De resultaten in figuren 3.1 en 3.2 laten zien dat stadsparken en groene verbindingen vaak een redelijke hoge dichtheid van wandel-/fietspaden hebben, maar ook dat ze niet altijd de mogelijkheid bieden om een lange wandel-/fietstocht af te leggen. Het Vondelpark scoort relatief goed op beide kenmerken, maar bijvoorbeeld het Oosterpark en het Beatrixpark alleen wat betreft de dichtheid van paden. Ook plantsoenen scoren relatief goed op de dichtheid van paden, maar scoren door hun vaak beperkte omvang minder goed op de mogelijkheid om een lange tocht af te leggen. Mogelijkheid tot langere tochten groter in landschappen en natuurparken Gebieden die vaak een groter oppervlakte beslaan (landschappen, natuurparken) scoren wat betreft de dichtheid van wandel/fietspaden minder goed. In het geval van landschappen komt dit vaak doordat een gedeelte van het oppervlak bestaat uit niet-toegankelijk agrarisch gebied. Een lange wandel-/fietstocht kan in deze grotere gebieden vaak wel worden gemaakt. Het gaat hierbij om gebieden zoals Waterland (landelijk Noord), de Oeverlanden (noordelijke gedeelte van het Amsterdamse Bos) en het Diemerpark. Figuur 3.1 Dichtheid van wandel- en fietspaden in groengebieden, 2022 (strekkende meter wandel-/fietspad per hectare)

bron: BGT, bewerking O&S

42

Figuur 3.2 Maximale wandel-/fietsafstand in groengebieden, 2022

bron: BGT, bewerking O&S

3.1.2 Sport- en speelvoorzieningen Eén van de belangrijke eigenschappen van het groen in de stad is dat het de mogelijkheid biedt om te sporten en spelen. Het kan hierbij gaan om kinderen die spelen in de speeltuin of het aanbod van sportvoorzieningen (tafeltennistafel, basketbalveld, fitnesstoestellen) in het groen. Daarom wordt in deze paragraaf gekeken naar de dichtheid van sport- en speelvoorzieningen in de groengebieden. In tegenstelling tot hoofdstuk 2 is er wel voor gekozen om te kijken naar het aantal sport- en speelvoorzieningen en niet alleen de aanwezigheid hiervan, omdat een groter aanbod en daarmee vaak ook grotere diversiteit een grotere groep mensen stimuleert om te bewegen. De sportparken, waarvan het primaire doel is om te kunnen bewegen, zijn apart in de kaart weergeven. Plantsoenen en stadsparken bieden veel mogelijkheden tot sporten en spelen Het zijn met name plantsoenen en een aantal stadsparken die een hoge dichtheid aan sport- en speelvoorzieningen hebben (zie figuur 3.3). Opvallend is dat een aantal relatief grote stadsparken (Sloterplas, Rembrandtpark, Vondelpark) wat betreft het absolute aantal sport- en speelvoorzieningen niet onder doen aan de kleinere stadsparken, maar uiteindelijk door hun grote oppervlakte wel een lagere dichtheid hebben.

Landschappen, natuurparken en gedenkparken hebben vaak een lage dichtheid van speel- en sportvoorzieningen, passend bij de functie van deze gebieden.

43

Figuur 3.3 Dichtheid sport- en speelvoorzieningen in groengebieden, 2022

bron: maps.amsterdam.nl

3.2 Groen voor gezondheid De indicatoren zoals in dit hoofdstuk beschreven worden samengenomen om voor elk groengebied in de stad tot één indexwaarde voor gezondheid te komen (zie technische bijlage). Deze index geeft aan in welke mate het groen in potentie een bijdrage kan leveren aan de gezondheid van de bezoekers van dit gebied. De index gezondheid is bepaald voor groengebieden die binnen de grenzen van de gemeente Amsterdam liggen. Het gaat hierbij om dezelfde groengebieden die in hoofdstuk 1 zijn beschreven. Van de groengebieden die op de grens van de gemeente liggen is alleen het gedeelte dat binnen de gemeentegrenzen ligt meegenomen. Voor agrarische groengebieden en stadsnatuur die niet binnen een groengebied liggen is geen indexwaarde berekend. Vooral stadsparken en sportparken potentiële hoge waarde voor gezondheid Van de totale oppervlakte van zowel de stadsparken als de sportparken scoort een groot aandeel (meer dan 80%) bovengemiddeld op de berekende potentiële waarde voor gezondheid. Hoewel van de stadsplantsoenen een kleiner aandeel bovengemiddeld scoort dan van stadsparken, is het aandeel stadsplantsoenen dat sterk bovengemiddeld scoort op potentiële waarde voor gezondheid wel aanzienlijk groter dan dat van stadsparken. Hier staat tegenover dat de totale oppervlakte van stadsplantsoenen drie keer zo klein is als de gecombineerde oppervlakte van alle stadsparken.

Landschappen en gedenkparken scoren lager dan gemiddeld op de index gezondheid. Kijken we naar de ruimtelijke spreiding dan zien we dat in elk stadsdeel een of 44

meerdere gebieden liggen die bovengemiddeld van waarde kunnen zijn voor de gezondheid van bezoekers. Figuur 3.4 Verdeling indexscore gezondheid per type groengebied, 2022 (procenten)

bron: O&S Figuur 3.5 Geografische verdeling index gezondheid, 2022*

* Een gebied dat op het stedelijke gemiddelde ligt heeft een indexwaarde van 100. bron: O&S

45

4 De waarde van groen voor klimaatadaptatie

Amsterdam wil goed voorbereid zijn op het veranderende klimaat. Goed aangelegd en onderhouden groen in de stad draagt daaraan bij, zo staat in de Groenvisie. De gevolgen van de verandering van het klimaat zijn de laatste jaren namelijk steeds meer voelbaar. Het weer wordt extremer: warmer en droger maar bij tijde ook natter. Dit heeft effect op de leefbaarheid. Bij flinke regenbuien kan het water op sommige plekken niet goed worden doorgelaten vanwege de aanwezige verharding. Daarnaast kan tijdens een zomerse hittegolf de temperatuur van asfalt en stenen bestrating hoog oplopen en wordt deze warmte vervolgens ook lang vastgehouden. Mensen, dieren, bomen en planten hebben last van deze opwarming van de leefomgeving. Door de leefomgeving anders in te richten, door bijvoorbeeld meer en beter te onderhouden groen aan te leggen, kunnen de effecten van extremer weer worden opgevangen. Groen is namelijk belangrijk voor hittedemping. Bomen in straten en pleinen kunnen schaduw bieden in de buurt en grotere groene gebieden zijn bij hitte koeler dan bebouwd gebied. Ook kan goed aangelegd groen regenwater opvangen en (tijdelijk) bergen zodat het geleidelijk afgevoerd kan worden. In dit hoofdstuk worden twee indicatoren beschreven voor de potentiële waarde van groen voor klimaatadaptatie: het infiltratievermogen van de grond en het vermogen om hitte te verminderen.

4.1 Overlast van water: het infiltratievermogen van de grond Het infiltratievermogen van de grond speelt een grote rol bij het tegengaan van wateroverlast. Bij extreme regenbuien is het van belang dat het water snel de grond in kan of dat het afvloeit via het watersysteem om de overlast voor de publieke ruimte te beperken. Risico’s zijn onder andere het onderlopen van straten met als gevolg schade aan het wegdek en verslechterde bereikbaarheid, het afsterven van bomen en planten in parken, schade aan kelders en gebouwen, uitval van vitale functies zoals de stroomvoorziening en een afname van de kwaliteit van het oppervlaktewater. 29 Op plaatsen in de stad waar veel verharding aanwezig is zal het water niet of minder snel in de grond worden opgenomen. Om een indicatie te geven van het infiltratievermogen van de grond, kijken we naar de verschillende typen verharding in de publieke ruimte, zoals asfalt, grind of tegels. Hiervoor is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Hierin vinden we de verschillende vormen van bodembedekking, ook wel ‘fysiek voorkomen’ genoemd, en, in het geval van verharding, het type. In tabel 4.1 is deze indeling weergegeven.

29

Bron: Beter Bouw- en Woonrijp Maken/SBR. Waterrobuust bouwen: De kracht van kwetsbaarheid in duurzaam ontwerp. Rotterdam, 2009.

46

Tabel 4.1 Fysiek voorkomen naar verhardingstype fysiek voorkomen voorbeeld verharding

verhard

gesloten verharding

asfalt

X

half verhard

grind

X

open verharding

tegels

X

onverhard

onverhard

-

X

zand

-

X

groen

-

X

Landschappen en natuurparken zijn weinig verhard In figuur 4.2 is per type groengebied weergegeven welk gedeelte van het grondoppervlak is verhard en welk gedeelte bestaat uit onverhard terrein. Hierbij is de verharding onderverdeeld in gesloten, half verhard en open verharding. 30 In natuurgebieden en landschappen is het merendeel (meer dan 95%) van de totale oppervlakte onverhard. Nemen we de andere gebiedstypes dan zien we dat hier tussen de 18 en 34 procent landoppervlak verhard is. Bij de groengebieden waar het mogelijk is om specifieker te kijken naar de aanwezige verharding zien we dat bij met name de sportparken veel gesloten verharding aanwezig is. In vergelijking met de sportparken is in stadsparken en plantsoenen het aandeel gesloten verharding ongeveer twee keer zo klein. Figuur 4.2 Verhouding verhard en onverhard in functionele gebieden, 2022 (procenten)*

* Voor de tuinparken en gedenkparken is het niet mogelijk om de verharding nader te specificeren, omdat deze voor een groot gedeelte bestaan uit privaat terrein. bron: BGT, bewerking O&S

Als we kijken naar de groengebieden dan zie we dat met name aan de randen van de stad, waar we de natuurparken en landschappen vinden, weinig verharding aanwezig is (zie figuur 4.3). Ook zien we dat er tussen gebieden met dezelfde functie nog variatie aanwezig is. Zo bestaat bijvoorbeeld zestien procent van het landoppervlak van het Gaasperpark uit verharding, terwijl dit in het Oosterpark 33 procent is.

30

Voor de tuinparken en gedenkparken is het niet mogelijk om de verharding nader te specificeren, omdat deze voor een groot gedeelte bestaan uit privaat terrein.

47

Figuur 4.3 Aandeel onverhard landoppervlak in groengebieden, 2022 (procenten)

bron: BGT, bewerking O&S

4.2 Overlast van hitte: schaduw door bomen Bomen geven schaduw en dragen hierdoor bij aan de reductie van hitte op warme dagen. Schaduw is prettig wanneer je door de stad fietst of wandelt. Ook in parken en plantsoenen, waar we zoeken naar rust, komen om te ontmoeten, of actief bezig te zijn, vervullen bomen deze functie. Stadparken, natuurparken en gedenkparken meest schaduwrijke gebieden Voor alle groengebieden is de oppervlakte boomkroon als aandeel van het landoppervlak afgeleid. De meest schaduwrijke gebieden zijn de stadsparken, natuurparken en gedenkparken. Landschappelijke gebieden en sportparken zijn minder schaduwrijk. Dit is niet geheel onverwacht. De landschappelijke gebieden bestaan voor een groot deel uit agrarisch land en in sportparken is vanwege de sportvelden minder ruimte voor bomen. Schaduwrijke groengebieden zijn redelijk goed verdeeld over de stad. Enkel in Centrum, waar ook minder groengebieden te vinden zijn, zien we weinig schaduwrijk groen.

48

Figuur 4.4 Aandeel landoppervlak bedekt door boomkroon in groengebieden, 2022 (procenten)

bron: O&S

4.3 Groen voor klimaatadaptatie De indicatoren zoals in dit hoofdstuk beschreven worden samengenomen om voor elk groengebied in de stad tot één index voor klimaatadaptatie te komen. Deze index geeft aan in welke mate het groen in potentie een bijdrage kan leveren aan de klimaatadaptatie van dit gebied. De index klimaatadaptatie is bepaald voor groengebieden die binnen de grenzen van de gemeente Amsterdam liggen. Het gaat hierbij om dezelfde groengebieden die in hoofdstuk 1 zijn beschreven. Van de groengebieden die op de grens van de gemeente liggen is alleen het gedeelte dat binnen de gemeentegrenzen ligt meegenomen. Stadsparken en gedenkparken relatief hoge potentiële waarde voor klimaatadaptatie Van de totale oppervlakte van de stadsparken en gedenkparken scoort ongeveer de helft bovengemiddeld op de index klimaatadaptatie (zie figuur 4.5). Ook in natuurparken en stadsplantsoenen scoort ruim een kwart van de oppervlakte bovengemiddeld. Verreweg de meeste gebieden hebben een gemiddelde score op de index klimaatadaptie. Dat komt omdat er veel gebieden zijn die weinig verharding hebben, maar ook weinig bomen, of veel verharding en veel bomen. Sportparken hebben het grootste aandeel oppervlakte dat onder gemiddeld scoort. Wanneer we kijken naar de ruimtelijke spreiding dan zien we dat in elk stadsdeel een of meerdere gebieden liggen die bovengemiddeld scoren (zie figuur 4.6).

En zijn er geen gebieden die sterk boven- of onder gemiddeld scoren. In stadsdeel Zuid zijn redelijk wat groengebieden zichtbaar die onder gemiddeld scoren, waarbij het in de meeste gevallen gaat om sportparken. 49

Figuur 4.5 Verdeling indexscore klimaatadaptatie per type functioneel gebied, 2022 (procenten)

bron: O&S Figuur 4.6 Geografische verdeling index klimaatadaptatie, 2022*

* Een gebied dat op het stedelijke gemiddelde ligt heeft een indexwaarde van 100. bron: O&S

50

5 De waarde van groen voor natuur

In eerdere hoofdstukken is het groen in hoeveelheden en waarden beschreven in de context van de mens als gebruiker. Groen in en om de stad heeft ook als doel om de dieren in de stad een passende leefomgeving te bieden. Zo staat in de Groenvisie: natuur en biodiversiteit zijn de basis van al het leven, dus ook het leven in de stad. Groen in en om de stad draagt bij aan de waarde voor natuur. Deze waarde vertaalt zich naar het verhogen en beschermen van de biodiversiteit en het beschermen of aantrekken van doelsoorten (fauna). Daarom zoomen we in dit hoofdstuk in op de flora, het natuurlijk groen in de stad.

5.1 Leefomgeving voor flora en fauna Om een inschatting te maken van het groen dat dient als leefomgeving voor flora en fauna kijken we naar groengebieden die (grotendeels) bestaan uit natuurlijk groen (zie figuur 1.1). Specifiek gaat dit om drie verschillende typen leefomgeving: • Natuurgebieden; • Natuurparken; • Groen aangewezen als stadsnatuur. Van deze typen is per groengebied het aandeel natuurlijk groen en de diversiteit van het groen berekend. Van deze twee kenmerken wordt de potentiële waarde van het groen voor de natuur afgeleid. Het aandeel natuurlijk groen is van belang omdat de gebieden met deze functie primair bedoeld zijn als biotoop voor de dieren in de stad. De diversiteit van groen draagt zowel bij aan de biodiversiteit als aan een gezond ecosysteem. 31 De aanwezigheid van doelsoorten in een groene leefomgeving zou een goede indicatie kunnen geven van de biodiversiteit in dat gebied. Op dit moment zijn de periodieke inspecties van aanwezige doelsoorten in groengebieden in de stad nog niet compleet. Om deze reden zijn deze gegevens niet in deze versie van de monitor opgenomen.

5.1.1 Natuurlijk groen Aandeel natuurlijk groen hoog in natuurgebieden, natuurparken en groene verbindingen In figuur 5.1 is te zien dat het aandeel groen bestaande uit natuurlijk groen het grootst is in de natuurgebieden, natuurparken en groene verbindingen. Het Diemerbos en de Gaasperzoom in Amsterdam Zuidoost en de Volgermeerpolder zijn natuurparken. Deze gebieden hebben een aandeel stadsnatuur van tachtig procent of meer. Ook polder IJdoorn, dat als landschap is bedoeld, heeft een relatief hoog aandeel natuurlijk groen van 96 procent. De lichter gekleurde gebieden bestaan voor kleinere delen uit stadsnatuur. Dit zijn vooral de stadsparken en

31

Bron: WUR eDepot. Factsheet Biodiversiteit. Geraadpleegd via: https://edepot.wur.nl/460542

51

plantsoenen met een recreatieve functie. De grotere landschappelijke gebieden, zoals te vinden in Nieuw-West, hebben vooral een agrarisch karakter. Figuur 5.1 Aandeel natuurlijk groen in groengebieden, 2022 (procenten)

bron: BGT, bewerking O&S

5.1.2 Diversiteit van groen Binnen de groengebieden is van het groen een diversiteitsindicator berekend. Deze diversiteit geeft een globale indruk van de verschillende aanwezige groentypen in het gebied, zoals grasland, bos, struiken of rietland. Een laag getal geeft aan dat het groen weinig divers is, een hoog getal meer divers. Voor een technische toelichting van de operationalisatie van deze indicator, zie de technische bijlage. Veel diversiteit van groen in natuurparken, stadsparken en groene verbindingen Wanneer we naar de diversiteit van het groen per type groengebied kijken, zien we dat de natuurparken, stadsparken en groene verbindingen het meest divers zijn. Minder divers zijn gedenk- en sportparken, stadsplantsoenen en de delen stadsnatuur die binnen een ander type groengebied liggen, zoals in een stadspark. De lagere diversiteit van het groen in gedenk- en sportparken is vooral het gevolg van de grotere hoeveelheid groen dat bedoeld is voor de specifieke gebruiksfunctie binnen dergelijke gebieden, zoals voor sportactiviteiten. Stadsnatuur met een minder diverse samenstelling komt verder veel voor langs de bermen van spoorbanen, rijks- en provinciale wegen.

52

Figuur 5.2 Diversiteit van het groen in groengebieden, 2022

bron: BGT, bewerking O&S

5.2 Groen voor natuur Door het aandeel natuurlijk groen en de diversiteit van het groen samen te nemen, wordt inzichtelijk welke groengebieden in de stad mogelijk meer waarde toevoegen aan de natuur dan andere. Figuur 5.3 geeft het totaalbeeld weer. 32 33 Hieruit blijkt dat de natuurparken en de groene verbindingen met een ecologische functie relatief goed scoren. Dit is goed te zien in Amsterdam Noord en het gebied langs de Ringvaart in Oost. Landschappelijke gebieden, zoals de polders in Nieuw-West en Waterland in Noord, scoren minder goed. Een groot deel van deze gebieden bestaat uit agrarisch gras.

32 33

Een gebied dat op het stedelijke gemiddelde ligt heeft een index-waarde van honderd. De berekening van de potentiële waarde van groen voor natuur, afgeleid van het aandeel natuurlijk groen en de diversiteit van het groen, is nader toegelicht in de technische bijlage.

53

Figuur 5.3 Geografische verdeling index voor natuur, 2022

* Een gebied dat op het stedelijke gemiddelde ligt heeft een indexwaarde van 100. bron: O&S

Natuurparken en groene verbindingen kunnen sterk bijdragen aan natuur in de stad Zoals besproken hangt de mate waarin een groengebied bij kan dragen aan de natuur af van de inrichting daarvan. Die inrichting verschilt sterk per type groengebied. Logischerwijs is een gedenkpark op een compleet andere wijze opgezet dan een natuurpark. We zien dan ook dat de potentiële waarde van het groen voor de natuur sterk verschilt per type groengebied (zie figuur 5.4). Gemiddeld kunnen de natuurparken in potentie het sterkst bijdragen aan de Amsterdamse natuur. Circa negentig procent van het totale groenoppervlak dat valt onder deze categorie scoort sterk bovengemiddeld op de index. Ook de groene verbindingen hebben potentie om sterk bij te dragen. De overige typen groengebieden dragen in aanzienlijk mindere mate bij aan de natuur in de omgeving. Met name de sport- en gedenkparken bieden weinig gelegenheid voor biodiversiteit. Figuur 5.4 Verdeling indexscore natuur per type groengebied, 2022 (procenten)

bron: O&S

54

5.3 De stadsbiotoop Ook groen dat meer geïntegreerd is met de stedelijke omgeving kan natuurlijk groen bevatten en dienen als een leefomgeving voor flora en fauna. Dit noemen we de stadsbiotoop. Aanvullend kijken we daarom in deze paragraaf naar groen dat dient als biotoop elders in de stad, buiten de afgebakende groengebieden. We kijken hierbij zowel naar publiek als privaat groen. Dit doen we door de aanwezigheid van natuurlijk groen te beschrijven.

5.3.1 Publiek groen als biotoop Het publieke deel van de stadsbiotoop bestaat uit buurtgroen, natuurgebieden en groen aangewezen als stadsnatuur. Stadsnatuur zijn stukken groen die binnen een functioneel groengebied liggen, zoals een stadspark, maar een andere functie dienen. Een voorbeeld van stadsnatuur is de Koeien- en schapenweide in het Vondelpark (zie afbeelding 5.5). De gemeente erkent stadsnatuur en natuurgebieden als biotoop in de stad. Buurtgroen, stukjes groen in de directe woonomgeving, zoals buurtperkjes, geveltuintjes of postzegelparkjes, zijn niet door de gemeente aangewezen als stadsnatuur. Vanwege de waarde voor natuur zien we buurtgroen als onderdeel van de stadsbiotoop. Afbeelding 5.5 Stadsnatuur in het Vondelpark

bron: www.inhetvondelpark.nl, Hans Homburg

In de centrale stad is relatief weinig biotoop aanwezig in de publieke ruimte Publiek groen als biotoop is vooral veel gelegen aan de buitenranden van Amsterdam. Dit gaat met name om (beschermde) natuurgebieden en stadsnatuur, zoals in Noord, Waterland Oost, de randen van Weesp, het Amsterdamse Bos en de Bretten in Nieuw-West (zie figuur 5.6). Op veel plekken in de stad tussen de natuurgebieden en stadsnatuur in ligt buurtgroen. Dit maakt dat een groot deel van de stad geschikt is als biotoop. Enkel in en rond het Centrum is minder biotoop aanwezig, met uitzondering van het Vondelpark. Ook in Westpoort zien we dat de publieke ruimte minder geschikt is als biotoop. 55

Figuur 5.6 Stadsbiotoop in de publieke ruimte, 2022

bron: Natuurnetwerk Nederland, Hoofdgroenstructuur 2022, BGT, bewerking O&S

5.3.2 Privaat groen als biotoop Het groen op private terreinen bestaat uit groene tuinen en daken. Voor een aantal diersoorten is groen op privaat terrein geschikt als biotoop wanneer dit aan elkaar grenst. In deze monitor wordt privaat groen als biotoop onderkend wanneer: • er minimaal drie groene tuinen aan elkaar grenzen; • waarvan de oppervlakte groen meer dan vijf vierkante meter bedraagt en • het voor minimaal dan tien procent uit groen bestaat. Veel privaat groen geschikt als biotoop in Zuid en West Op basis van het private groen zoals beschreven in hoofdstuk 1 is het aandeel dat volgens bovenstaande definitie kan dienen als biotoop, van het totale oppervlakte erf berekend. 34 Het resultaat hiervan is per buurt weergegeven in figuur 5.7. De buurten met het grootste aandeel privaat biotoop liggen in stadsdeel West en het noordelijke deel van Zuid. In deze buurten is veertig procent of meer van het totale erfoppervlak geschikt als biotoop. De gebieden met meer dan vijftig procent aan de randen van de stad, zoals in Nieuw-West en Noord, zijn buurten met volkstuinen. Deze tuinen en scoren met hun groene karakter relatief hoog in het aandeel dat geschikt is als biotoop.

34

Voor een beschrijving in meer detail, zie technische bijlage.

56

Figuur 5.7 Stadsbiotoop op privaat terrein: aandeel biotoop naar oppervlakte erf, 2022 (procenten)

bron: BGT, bewerking O&S

5.4 Ecologische verbindingen Om te zorgen dat de soorten zich kunnen verplaatsen tussen de natuurlijke leefomgevingen lopen er verbindingen tussen groengebieden door de stad. Dit zijn verbindingen over land en ecopassages. Hiermee wordt het leefgebied voor dier- en plantensoorten vergroot. In de Hoofdgroenstructuur zijn deze verbindingen aangewezen als ‘ecologische verbindingen’. In deze paragraaf worden de ecologische verbindingen in de stad in kaart gebracht. Ook bomen kunnen voor diverse soorten als verbinding dienen. Dit is in deze versie van de monitor nog niet opgenomen. In deze rapportage kijken we specifiek naar de groengebieden uit de Hoofdgroenstructuur en hoe deze zijn verbonden. 35 Als aanvulling is het Amsterdamse Bos opgenomen (het deel binnen de gemeentegrenzen). Deze groengebieden zijn met elkaar verbonden als ze dicht genoeg tegen elkaar aanliggen of wanneer ze worden verbonden door ecologische passages, verbindingslijnen uit de Hoofdgroenstructuur of verbindingen uit de ecologische hoofdstructuur. Verbondenheid via water wordt hierin niet meegenomen. Er is geen onderscheid gemaakt tussen verbindingen die meer geschikt zijn voor specifieke doelsoorten. De analyse geeft een globaal beeld van de verbindingen over land.

Voor een uitgebreide beschrijving van de methode die is gebruikt om de verbinding tussen groengebieden in kaart te brengen, zie de technische bijlage.

35

De nieuwe Hoofdgroenstructuur zoals deze is vastgelegd in november 2022

57

Veel groen verbonden via ecologische verbindingen, behalve in centrale delen van de stad De ruimtelijke weergave van ecologische verbindingen in de stad (figuur 5.8) laat zien dat deze zich concentreren in de perifere delen van de stad. Daarmee wordt zichtbaar dat de groengebieden in de centrale delen van de stad niet met elkaar in verbinding staan. Figuur 5.8 Ecologische verbindingen en ecopassages in en rondom Amsterdam, 2022

bron: maps.amsterdam.nl: Hoofdgroenstructuur, ecopassages en ecologische hoofdstructuur

Ecologische verbindingen zorgen voor grotere groene leefomgeving in Noord, Nieuw-West, Zuid, Zuidoost en Oost In stadsdelen Noord, Nieuw-West, Zuid, Zuidoost en Oost is de totale oppervlakte aan verbonden groengebied relatief groot (zie figuur 5.9). De grootste oppervlakte verbonden groen is te vinden in stadsdeel Noord (donkerblauw). De oppervlakte van de groengebieden die hier met elkaar zijn verbonden maken 43 procent van de totale oppervlakte groengebieden uit (3.100 ha). Dit verbonden gebied omvat onder andere Waterland, delen van het Noorderpark en de Noorder-IJplas. Het grote vlak met verbonden gebieden in Nieuw-West (lichtblauw) betreft 27 procent van het totale oppervlak aan groengebieden (1.900 ha). Hierbinnen liggen onder andere natuurpark de Bretten, het Sloterpark en het Rembrandtpark. Door de ecologische verbindingen tussen Zuidoost en Oost zijn groengebieden uit deze stadsdelen ook met elkaar in verbinding. Zo is het Gaasperpark in Zuidoost verbonden met onder andere het Flevopark en park Frankendael in Oost. De verbonden groengebieden in dit gebied (donkerrood) beslaan in totaal veertien procent van de oppervlakte aan groengebieden in de gemeente Amsterdam. De verbonden groengebieden in stadsdeel Zuid (lichtbruin) beslaan zes procent van de oppervlakte.

58

Rondom het Centrum is het oppervlakte verbonden groen kleiner In het Centrum van de stad is minder ruimte voor grote groengebieden en verbindingen. Groengebieden rondom het Centrum zijn vaak niet verbonden met andere groengebieden. Zo zijn onder andere het Vondelpark, het Oosterpark, het Weteringplantsoen en het Sarphatipark in beperkte mate verbonden met andere groengebieden. Voor diersoorten die over land bewegen is het dus moeilijk om zich vanaf deze groengebieden naar andere groengebieden te verplaatsen. Figuur 5.9 Verbonden groengebieden uit de Hoofdgroenstructuur. Groengebieden die met elkaar zijn verbonden hebben dezelfde kleur, 2022*

*Groengebieden zijn verbonden als ze minder dan 25 meter van elkaar af liggen of wanneer ze zijn verbonden door ecologische verbindingen (ecopassages, hoofdgroenstructuur verbindingslijnen of verbindingen uit de ecologische hoofdstructuur, zie technische verantwoording). bron: maps.amsterdam.nl, Hoofdgroenstructuur, ecopassages en ecologische hoofdstructuur, bewerking O&S

59

Bijlagen

Figuur 1 Aandeel groen van de publieke buitenruimte*, in hexagonen van 100 meter, 2022 (procenten)

bron: BGT, bewerking O&S * Dit gaat om het aandeel groen in de publieke ruimte ten opzichte van het aandeel oppervlak bestaande uit water en wegen. Tabel 2 Definities hoofdtypen publiek groen Soort groen

Definitie

Buurtgroen

Al het groen in de directe woonomgeving niet gelegen in een park, plantsoen, natuur- of agrarisch gebied.

Recreatief groen

Het groen waar men kan verblijven zoals stadspark, stadsplantsoen, natuurpark, gedenkpark en sportpark

Natuurlijk groen

Het groen gelegen in natuurgebieden en gebieden die zijn aangewezen als stadsnatuur

Agrarisch groen

Groen dat is bedoeld voor agrarisch gebruik

60

Figuur 3 Ontwikkeling van recreatief groen per buurt, 2018-2023 (procenten)

bron: BGT, bewerking O&S Figuur 4 Ontwikkeling van natuurlijk groen per buurt, 2018-2023 (procenten)

bron: BGT, bewerking O&S

61

Figuur 5 Ontwikkeling van agrarisch groen per buurt, 2018-2023 (procenten)

bron: BGT, bewerking O&S Figuur 6 Gemiddelde afstand per buurt van woningen naar landschappen*, 2022 (meters)

bron: O&S *4 kilometer fietsen duurt gemiddeld vijftien minuten

62

Onderzoek en Statistiek

Postbus 658 1000 AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14446504/1