- 28 Notitie Van Schijndel inzake Voortgangsbrieven aanpak COVID-19
Tekst van het document
NOTITIE Van
: Anton van Schijndel (Forum voor Democratie)
Aan
: de leden van de Gemeenteraad van Amsterdam
Datum : 20 april 2021 Betreft : Agendapunt 28 – Voortgangsbrieven aanpak COVID-19
Inleiding. In de commissievergadering voor Algemene Zaken van 18 maart 2021 heb ik de brief van de voorzitter van de Veiligheidsregio d.d. 26 februari 2021 ‘gepiept’ voor behandeling in de Raad. Inmiddels zijn er nieuwe brieven d.d. 12 maart en 26 maart 2021. De brieven geven een update van de stand van zaken bij het uitvoeren van de door het Rijk voorgeschreven aanpak van de epidemiebestrijding. Doel. Doel van deze notitie is tweeëlei: 1) korte schets van het wettelijk kader én de ruimte om af te wijken van het landelijke beleid, en 2) een aantal links naar persberichten met uitspraken van experts ter illustratratie dat het besmettingsgevaar in de open lucht miniem is. Deze notitie bouwt voort op aan het college op 7 september 2020 gestelde schriftelijke vragen (zie i.h.b. antwoord op vraag 2). Wet Publieke Gezondheid (WPG). Deze wet regelt de taken en de bevoegdheden van de overheid op het terrein van de publieke gezondheidszorg. Met publieke gezondheidszorg wordt gedoeld op de gezondheidsbeschermende en -bevorderende maatregelen die worden getroffen voor de bevolking als geheel of voor specifieke groepen daaruit, met inbegrip van het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten. ‘De spoedwet’. Vanaf 1 december 2020 wordt via een nieuw Hoofdstuk Va de bestrijding van de epidemie geregeld. Belangrijke regels zijn de volgende.
- De te nemen maatregelen moeten evenredig zijn met de ernst van de bedreiging van de volksgezondheid en passen in een democratische rechtsstaat (artikel 58b WPG). - Er is voorzien in een fors aantal vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals de anderhalvemeter (door de minister van VWS uitgevaardigd bij Algemene Maatregel van Bestuur). - De minister van VWS is voorts bevoegd (en heeft dat ook gedaan) via een ministeriële regeling vrijheidsbeperkende regels op te leggen met betrekking tot groepsvorming (buiten de woning), de horeca en winkels, scholen en hoger onderwijsinstellingen, en de avondklok (artikel 58j sub f. WPG), De door de minister van VWS gestelde regels staan hier; zie in het bijzonder Hoofdstuk 4 ‘Publieke plaatsen’: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-62031.html Differentiatie en lokaal maatwerk (artikel 58e). Krachtens dit wetsartikel kan de burgemeester met het oog op bijzondere omstandigheden in individuele gevallen een ontheffing verlenen van de regels inzake groepsvorming, toegang tot publieke plaatsen en evenementen. Er bestaat dus wel degelijk een (beperkte) mogelijkheid tot lokaal maatwerk.
Ruimte voor alternatief en/of aanvullend beleid (artikel 2, eerste lid WPG). Krachtens dit artikellid heeft het college van B&W tot taak gezondheidsbeschermende en -bevorderende maatregelen te nemen. Naar mijn mening is dit een algemene taakstelling die grondslag kan zijn voor ‘slim, aanvullend’ beleid. Essentieel is dat gezondheidsbeschermende maatregelen niet per se vrijheidsbeperkend hoeven te zijn. Bijvoorbeeld kunnen de navolgende (niet-vrijheidsbeperkende) gezondheidsbeschermende maatregelen worden genomen: - Schaal de zorg op door het tijdelijk loslaten van BIG-eisen - Bescherm de kwetsbaren via de huisartsen - Verminder het aantal besmettingen op het werk door luchtverversing. Nu Amsterdam in economisch opzicht door de vrijheidsbeperkende maatregelen tweekeer zo hard getroffen wordt dan Nederland als geheel, ligt het in de rede richting het Rijk constructieve voorstellen te doen. Het virus muteert. Nieuwe varianten kunnen jongere leeftijdsgroepen treffen. Met het oog op komend najaar en winter dient men daarom de komende zomermaanden te benutten om alternatieve plannen te ontwikkelen. Ingevolge artikel 2, eerste lid WPG is dit mijns inziens een wettelijke verplichting van het college. Verschil binnenruimtes en open lucht. Het RIVM c.q. het OMT heeft niet de wijsheid in pacht over de actuele stand der wetenschap.
Het college moet acht slaan op de navolgende wetenschappelijke inzichten: Prof. Jaap van Dissel, de Volkskrant, 20 mei 2020: ‘Maar dat het virus buiten minder verspreidt, is zeker waar. Het kan er verwaaien en je hebt er zonlicht met uv-straling die het virus inactiveert.’ https://www.volkskrant.nl/wetenschap/onderzoek-nauwelijks-kans-op-besmetting-inbuitenlucht~b28c006b/ Prof. Daniel Bonn, Universiteit van Amsterdam – UMC-A (28 mei 2020): ‘In de buitenlucht drijven die kleinste druppeltjes sneller weg, waardoor de besmettingskans drastisch afneemt.’ https://www.parool.nl/nederland/uva-studie-goed-ventileren-is-essentieel-tegenvirusverspreiding~b9c94e61/ The Lancet (15 april 2021) ‘Although other routes can contribute, we believe that the airborne route is likely to be dominant. The public health community should act accordingly and without further delay.’ https://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(21)00869-2/fulltext