28. Bestuurlijke rapportage Evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam
Tekst van het document
Daarnaast kan er door het participatieteam een steekproef worden gemaakt van ingevulde participatieparagrafen om te beoordelen of deze naar verwachting worden gebruikt (op inhoud en vorm) en of deze voldoen aan de maatstaven die hiervoor zijn gesteld. Op basis daarvan kan aan de gremia die gebruik maken van deze paragraaf training, voorlichting of feedback worden gegeven.
Stimuleren en ruimte bieden aan participatie van Amsterdammers Een helder geheel aan kaders, leidraden en handreikingen is van belang voor de uitvoering van een eenduidig participatiebeleid. Het is wenselijk om aandacht te besteden aan hoe dit kader het best gebruikt kan worden door de stadsdelen, zodat het recht doet aan de specifieke context en tegelijkertijd houvast biedt voor de Amsterdammers uit dat stadsdeel. De rol van DB-leden en SDC-leden zou verder verstevigd kunnen worden door meer ruimte te nemen voor contact in de buurten en door meer informatie over de werking van het stelsel en opvolging van adviezen, klachten en participatieopbrengsten te delen. Te denken valt aan: beter gebruik van de participatieparagrafen in DB-besluiten, directe terugkoppeling naar deelnemers aan participatietrajecten, inzicht in benodigd budget en capaciteit om meer zichtbaar in de wijken te zijn en de taken en bevoegdheden behorende tot artikel 18 uit de verordening op de stadsdelen goed uit te kunnen voeren. De participatiemonitor biedt potentie om nog beter te kunnen sturen op transparantie voor bewoners, stimuleren en ruimte bieden voor alle Amsterdammers om te participeren en diversiteit in de mogelijkheden om te participeren. Het is daarnaast een instrument om een leercyclus in te richten, waarmee ervaringen kunnen worden gedeeld en lessen worden verankerd.
Dat kan professionele gebruikers binnen de stadsdeelorganisaties en -besturen helpen om effectief gebruik te maken van de participatiemogelijkheden. Op basis van het onderzoek Ondervertegenwoordigd Amsterdam heeft het college actiepunten benoemd om ondervertegenwoordiging tegen te gaan. De resultaten van deze evaluatie onderstrepen het belang hiervan. Ervaring opdoen met de stadsdeelpanels kost tijd. De doorontwikkeling van dit instrument op basis van de ervaringen, resultaten en evaluatie in de stadsdelen Noord, Oost en West is goed mogelijk. Deze resultaten kunnen worden gedeeld en besproken met de overige stadsdelen, waaronder stadsdeel Zuid dat nu ook een stadsdeelpanel opstart.
23.
4. Doorontwikkeling juridische inrichting Verdeling en afbakening taken en verantwoordelijkheden Het verschil tussen delegatie en mandaat is in de praktijk niet altijd helder en kan in de toelichting op de Verordening duidelijker gemaakt worden. Het verschil is van belang omdat het gevolgen heeft voor de ruimte om van een bevoegdheid gebruik te maken. Het zou de takenlijst en het bevoegdhedenregister ook beter in de context plaatsen. Er zijn vragen over de ruimte die het DB in de praktijk heeft om bepaalde taken uit te voeren of bevoegdheden uit te oefenen. Dit kan worden verduidelijkt in de Verordening, door bijvoorbeeld de algemene bepalingen en beperkingen bij de takenlijst en de bevoegdheden verder uit te werken, de takenlijst en het bevoegdhedenregister samen te voegen en meer aandacht te besteden aan de samenhang. In de Verordening is het doel van de verschillende instrumenten en de verhouding tussen de verschillende organen beperkt toegelicht.
Meer toelichting zou kunnen bijdragen aan een betere balans tussen de positie van het DB en de SDC, bijvoorbeeld door beter te beschrijven wat het verschil is tussen het geven van advies, het aannemen van een motie of het stellen van vragen, en door beter te beschrijven wat het budgetbestedingsadviesrecht precies inhoudt en wat bij het inzetten van de instrumenten de verhouding is tussen de verschillende organen binnen het bestuurlijk stelsel. Op grond van de wet moet in de Verordening geregeld zijn hoe de SDC verantwoording aflegt aan de gemeenteraad. Dat moet aan de huidige Verordening nog toegevoegd worden. Dit kan ook de positie van de SDC verstevigen. Volledigheid en passendheid De Verordening voorziet in ambtelijke ondersteuning van de SDC, maar in de praktijk heeft de SDC behoefte aan meer inhoudelijke ondersteuning en zijn er vragen over de reikwijdte van informatie en advies die vanuit de ambtelijke organisatie aan de SDC’s gegeven moeten worden. Voor raadsleden is dat geregeld via de Verordening ambtelijke bijstand. Voor de SDC zou een soortgelijke regeling getroffen kunnen worden en in elk geval zou kenbaar gemaakt kunnen worden waar zij met inhoudelijke vragen terecht kunnen.
Het college heeft op 1 juni 2023 kenbaar gemaakt dat de SDC’s onder bepaalde voorwaarden gebruik kunnen maken van fractievertegenwoordigers en dat dit bij de nieuwe bestuursperiode plaats krijgt in de Verordening. Het is dus van belang dat dit bij de doorontwikkeling van de Verordening meegenomen wordt. Sommige gebruikers pleiten voor het opnemen van een evaluatiebepaling in de Verordening, gericht op periodieke evaluatie van de werking van het stelsel, waarbij ook is vastgelegd wanneer evaluatie plaatsvindt. Het verdient aanbeveling hier het gesprek verder over te voeren. Er zijn verschillen in de Verordening in wat er beschreven is voor het DB en voor de SDC’s. Zo is in artikel 2, eerste lid, van de Verordening opgenomen dat het DB optreedt als verlengd lokaal bestuur van het college, maar ontbreekt een soortgelijke kwalificatie voor de SDC. Dit terwijl dat bij uitstek de plek is om duidelijkheid te geven over de rol van de SDC. Is het een volksvertegenwoordigend orgaan dat op stadsdeelniveau vergelijkbaar is met de gemeenteraad, of vormt zij de ‘ogen en oren’ van het stadsdeel? Verder spreekt de Verordening voor wat betreft de taken en bevoegdheden van het DB in artikel 9, eerste lid, van de Verordening over ‘opdragen’. Dit betreft zowel delegatie als mandaat.
In artikel 30, eerste lid, van de Verordening is voor wat betreft de taken en bevoegdheden van de SDC het woord ‘overdragen’ gebruikt. Dat woord verwijst in juridische zin naar delegatie. Beide artikelen hebben echter zowel delegatie als mandaat op het oog. Het verdient aanbeveling daarvoor dan ook dezelfde woorden te gebruiken.
24.
De rollen, verhoudingen en instrumenten in het bestuurlijk stelsel zijn niet altijd helder. Een andere structuur van de Verordening zorgt voor meer helderheid daarover. Nu vormen de inrichting en samenstelling van het DB en de SDC de kern. Het advies is het besluitvormingsproces centraal te stellen, zoals bijvoorbeeld in een Reglement van orde gebruikelijk is. Dat biedt ruimte om de rollen en verhoudingen beter te duiden en de verschillende instrumenten in de juiste context te plaatsen.
5.2 Bestendigheid van onderdelen van het stelsel op de langere termijn In de bevindingen van deze evaluatie komen ook aandachtspunten naar voren die de bestendigheid van het stelsel voor de langere termijn meer fundamenteel aan de orde stellen. De ‘doorontwikkeling’ van onderdelen van het huidige stelsel is daarbij niet toereikend om voldoende antwoord op deze punten te geven. Deze aandachtspunten presenteren we dan ook als bespreekpunten voor de langere termijn. Zo zijn ze in deze paragraaf ook beschreven. Bespreekpunt 1: de representatieve legitimiteit van SDC’s Een belangrijke bedoeling van het stelsel is om lokale legitimiteit en betrokkenheid bij het beleid te verkrijgen via stadsdeelvertegenwoordiging in de SDC’s. Dit punt knelt echter in de praktijk van het functioneren, een inzicht dat ook uit het onderzoek Ondervertegenwoordigd Amsterdam naar voren kwam. De legitimiteit van dit representatieve element in het stelsel kent daarmee beperkingen die niet eenvoudig kunnen worden opgelost. Het andere participatieve instrumentarium (en de versterking daarvan) op stadsdeelniveau is nog niet tot volwaardige invulling gekomen in de afgelopen periode. Bespreekpunt is hoe Amsterdam de verhouding tussen participatie en representatie op de langere termijn wil vormgeven en welke rol de SDC daarbij inneemt. Verschillende gedachten zijn daarin mogelijk:
De rol van de SDC wordt verder versterkt met bevoegdheden en verantwoordelijkheden; De rol kan veranderen naar één waarbij de SDC zelf een belangrijke rol heeft als participant bij stadsdeelspecifieke vraagstukken met beperktere betrokkenheid en bevoegdheid voor vraagstukken die een stedelijk en politiek primaat hebben; De rol van de SDC kan vervangen worden door meer directe vormen van participatie op thema.
Verdere uitwerking en gedachtevorming hierover is nodig ter bespreking van dit onderwerp. Bespreekpunt 2: samenhangende programma’s vanuit de stad richting stadsdelen In het afgelopen decennium is de gemeentelijke organisatie sterk gecentraliseerd en heeft het gebiedsgericht werken inbedding gekregen. In de afgelopen jaren is daar de werkwijze van de masterplannen bij gekomen voor Zuidoost, Noord en Nieuw-West. Hiervoor is meer stedelijke sturing ingericht in samenspel met de stadsdelen. Het is belangrijk om te evalueren hoe deze werkwijze zijn uitwerking heeft en welke betekenis hieraan gegeven moet worden voor de werking van het bestuurlijk stelsel als geheel. Bespreekpunt 3: de verbinding tussen gemeenteraad en SDC Een belangrijke kwetsbaarheid in het huidige stelsel is de verbinding tussen SDC en gemeenteraad. Hoewel de SDC een bestuurscommissie is van de raad, is de verbinding in de afgelopen periode beperkt ingevuld. Hieraan liggen diverse oorzaken ten grondslag, waaronder factoren als tijd en prioriteit.
25.
Mede gelet op bespreekpunten 1 en 2 is een belangrijk bespreekpunt welke rol de gemeenteraad wil en kan innemen in het stelsel en wat ervoor nodig is om hieraan invulling te geven.
26.
Bijlage 1 Kader van stelselcriteria, -wijzigingen en uitwerking in de Hoofdlijnennotitie 2022 Stelselwijzigingen 2022 1. De SDC krijgt een duidelijke en steviger positie in de verordening. 2. Verruiming passief en actief kiesrecht 3. Heldere taken, verantwoordelijkheden, instrumenten en ambtelijke ondersteuning 4. College draagt leden van het DB voor, de raad benoemt hen 5. Hoorzittingen voor DB 6. Instelling aparte bestuurscommissies 7. Verbetering werkwijze rond adviezen 8. Invoering van het stadsdeelpanel 9. Nadere uitwerking van het bewonersloket 10. Versterking participatie: a. Versterking participatie bewoners b. Lokaal bestuur krijgt stevige positie in participatie betreffende leefomgeving Criteria stelsel 1. Democratische legitimatie op lokaal niveau
Aansluiting bij Hoofdlijnennotitie 2022 -
-
2. Helder afgebakend takenpakket
-
Twee bestuurscommissies hebben een gelijkwaardige positie doordat zij dezelfde basis in de Gemeentewet hebben. Zij leggen met hun eigen rollen en taken hetzelfde gewicht in de schaal. Betrokkenheid van SDC’s bij de benoeming van DB-leden wordt vergroot door hoorzittingen te houden. Er is een gedeeld besef van gezamenlijke opgaven die vaak een stadsdeelspecifieke en een stadsdeeloverstijgende component hebben. Er is door de leden van de SDC rechtstreekste binding met het stadsdeel. Stad en stadsdelen gunnen elkaar iets, vanuit de gedachte dat beide lagen democratisch gelegitimeerd zijn. Taken en bevoegdheden worden door college en burgemeester overgedragen aan het DB. De raad heeft een bevoegdheid overdragen aan de SDC’s. Hieruit blijkt de directe relatie tussen raad en SDC. In de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 wordt duidelijk gemaakt welke instrumenten de SDC heeft om enerzijds richting te geven aan de uitvoering door het DB en anderzijds om de uitvoering door het DB te controleren.
27.
-
Heldere structuur draagt bij aan goed samenspel binnen het stelsel. Duidelijkheid over de bevoegdheden op stadsdeelniveau draagt bij aan de lokale opgaven.
3. Controle en verantwoording op stadsdeelniveau
-
Sturing door SDC’s op de uitvoering vindt plaats binnen door de raad vastgestelde kaders.
4. Uitlegbaar en transparant voor bewoners
-
Een bestuurscommissie die benoemd is (DB) en een bestuurscommissie die gekozen is (SDC) is een herkenbaar model voor Amsterdammers. Adviezen van SDC’s worden transparant meegenomen in het besluitvormingsproces, zodat deze ook voor de raad zichtbaar zijn. Keuze voor verkiezingen met een lijstenstelsel is herkenbaar voor Amsterdammers.
-
5. Goede bestuurlijke samenwerking (en ambtelijke ondersteuning)
-
-
-
-
-
-
Een bestuurscommissie die benoemd is (DB) en een bestuurscommissie die gekozen is (SDC) levert voor het college en de raad natuurlijke partnerschappen op. Er is een gedeeld besef van gezamenlijke opgaven die vaak een stadsdeelspecifieke – en een stadsdeeloverstijgende component hebben. Doordat het college DB-leden voordraagt, ligt het lokaal bestuur rechtstreeks in het verlengde van het college. DB’s en college werken efficiënt en effectief samen aan het realiseren van grote maatschappelijke opgaven voor de stad. Er is een duidelijke samenwerkings- en verantwoordingsrelatie tussen DB en college. De raad heeft zicht op de opgaven in gebieden. Enkel zwaarwegende redenen kunnen voor het DB leiden tot het naast zich neerleggen van adviezen van de SDC die op een meerderheid kunnen rekenen en binnen stedelijke en budgettaire kaders passen. Adviezen van SDC’s worden transparant meegenomen in het besluitvormingsproces, zodat deze ook voor de raad zichtbaar zijn. Het aantal SDC-leden staat in verhouding tot het takenen rollenpakket en de ambtelijke ondersteuning. Het taken- en rollenpakket van de SDC staat in verhouding tot de beschikbare vergoedingen. De raad geeft invulling aan de versterking van de relatie met de SDC’s (voorbeelden gegeven in evaluatie 2021,
28.
-
6. Stimuleert en biedt ruimte voor participatie
-
-
-
-
instellen van territoriale commissies om besluitvorming in raad voor te bereiden). Heldere structuur draagt bij aan goed samenspel binnen het stelsel. Houding en gedrag van de verschillende actoren in het stelsel draagt bij aan goed samenspel. Bevorderen samenwerkingscultuur door versterken onderlinge relaties. Open en toegankelijke cultuur. Gedeeld eigenaarschap voor het stelsel. Ondersteuning DB bestaat uit bestuursadviseur, bestuursondersteuner, bestuurssecretaresse, woordvoerder en soms een strategisch adviseur. Per directie is er een accounthouder voor de stadsdelen. Integrale werkwijze organisatie voor opgaven in de gebieden. Het DB is verantwoordelijk voor participatie van Amsterdammers op onderwerpen die hun leefomgeving raken. Het DB is verantwoordelijk voor de lokale belangenafweging bij besluitvorming over het stadsdeel of gebieden in het stadsdeel. Participatiebeleid versterkt diverse vormen van participatie. Instelling stadsdeelpanels leidt tot actieve betrokkenheid Amsterdammers. Diverse participatie en grotere inclusiviteit. Nabijheid van bestuur en zeggenschap van burgers. Brede en toegankelijke mogelijkheden om wensen en initiatieven aangaande de eigen leefomgeving kenbaar te maken. Goede verhouding tussen representatieve en participatieve democratie. Participatietrajecten over leefomgeving worden in nauw overleg met het lokaal bestuur vormgegeven.
Borging en formalisering van lessen over het betrekken van inwoners.
29.