- 28 Beantwoording SV ontwikkelingen coronacrisis en aansprakelijkheid VrAA input ronde twee schoon
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad
R
Schriftelijke vragen
Jaar
2020
Afdeling
1
Nummer
1222
Datum indiening
7 september 2020
Datum akkoord
23 oktober 2020
Onderwerp
Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Van Schijndel inzake de ontwikkelingen in de coronacrisis en de aansprakelijkheid van de Veiligheidsregio AmsterdamAmstelland c.s.. Aan de gemeenteraad
Toelichting door vragensteller: In verband met de al meer dan een half jaar durende coronacrisis en met het oog op een eventuele tweede golf dit najaar is er aanleiding het college vragen te stellen met betrekking tot: (i) de inbreng van de Amsterdamse GGD in het Outbreak Management Team (OMT); (ii) testbeleid en bron- en contactonderzoek; (iii) het juridisch (afwegings-)kader, in het bijzonder de Wet Veiligheidsregio’s, Wet Publieke Gezondheid en artikel 6:162 BW (overheidsaansprakelijkheid) bij de verdeling van de aansprakelijkheid (draagplicht) van de veiligheidsregio, de gemeente Amsterdam en de buurgemeentes voor schades van derden als gevolg van onrechtmatig handelen bij de bestrijding van de epidemie; (iv) de beleidimplicaties van het bestaan van een virusverspreidingsroute via de lucht in slecht geventileerde binnenruimtes (airborne virus); (v) bijzondere onderwerpen. Ter inleiding op de vragen wordt het juridisch kader en de ‘nieuwe’ verspreidingsroute hieronder beknopt aangeduid. Wet Veiligheidsregio’s (WVr). De burgemeester van Amsterdam is voorzitter van het bestuur van de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. In die hoedanigheid is de burgemeester zelfstandig bevoegd noodverordeningen tegen de verspreiding van het coronavirus uit te vaardigen.
Als voorzitter van de veiligheidsregio handelt zij daarbij in voorkomende gevallen (deels) op aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna ‘de minister van VWS’). Wet Publieke Gezondheid (WPG). Deze wet bepaalt dat het college van B&W tot taak heeft adequate gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen te nemen, waaronder begrepen het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van infectieziekten1. De GGD staat het college daarbij terzijde2. Aansprakelijkheid veiligheidsregio en gemeentes. De veiligheidsregio is – net als een gemeente of provincie – een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam. De veiligheidsregio kan een onrechtmatige daad plegen in de zin van artikel 6:162 1 Artikel 2, eerste lid jo. artikel 1 sub c. WPG 2 De GGD’s zijn regionaal georganiseerd in de veiligheidsregio’s (artikel 14, eerste lid WPG)
1
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
BW indien zij nalatig blijft bij de beteugeling van de verspreiding van het coronavirus. In dat geval kan de veiligheidsregio voor daardoor ontstane schade aansprakelijk worden gehouden. Ook het omgekeerde kan voorkomen. Een overheid die doorschiet en zich (vrijwel) uitsluitend laat leiden door het belang van “de gezondheid” (bijv. gedefinieerd als zomin mogelijk besmettingen) kan burgers en ondernemingen grote financiële en economische schade toebrengen. De vraag naar de rechtmatigheid van zulk overheidshandelen wordt onder meer beoordeeld aan de hand van beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Daarbij zal moeten worden nagegaan of met minder ingrijpende maatregelen eenzelfde (of een beter) resultaat had kunnen worden bereikt. De actuele stand van de wetenschap omtrent de verspreiding van het virus speelt daarbij een essentiële rol. Verspreidingsroutes. Het virus verspreidt zich op twee manieren in de bevolking. De eerste manier is via door hoesten, niezen, zingen of schreeuwen verspreide druppeltjes3. Deze vallen in de nabijheid van de besmette/besmettelijke persoon op de grond. De wetenschappelijke lijn dat het juist om díe druppeltjes draait, vormt de onderbouwing voor de anderhalvemeterregel. In deze zienswijze werd, althans tot voor kort, aangenomen dat er geen (betekenisvolle) andere manieren om besmet te raken, bestaan.
De afgelopen maanden zijn er echter talloze wetenschappelijke publicaties verschenen die uitwijzen dat er een tweede besmettingsroute is. Dit betreft langdurige blootstelling in afgesloten ruimtes aan in de lucht zwevende kleine deeltjes (aerosolen) waarin zich virus bevindt. Gezien het vorenstaande heeft het lid Van Schijndel, namens de Liberaalconservatieve Fractie, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen inzake de aanpak van de epidemie aan het college van burgemeester en wethouders gesteld. Algemene Zaken – De verhouding tussen de Amsterdamse GGD en het OMT Toelichting van de vragensteller: De GGD Amsterdam e.o. is de oudste en tevens een van de grootste GGD’s van Nederland, met een grote staat van dienst in de bestrijding van de HIV/AIDS epidemie. Het Hoofd Algemene infectieziekten van de Amsterdamse GGD is vast lid van het OMT. Betrokkene is arts maatschappelijke gezondheid en ambtenaar in dienst van de gemeente Amsterdam, en heeft een geheimhoudingsverklaring ondertekend.
1) Hoe verhoudt zich het ondertekenen van een geheimhoudingsverklaring met de eed van Hypocrates en relevante ethische normen waar artsen aan zijn onderworpen, nu spreken of waarschuwen een plicht kan zijn wanneer zwaarwegende medische belangen van de bevolking of specifieke groepen daaruit, op het spel staan? Antwoord Deze twee verplichtingen kunnen naast elkaar bestaan. De ambtseed van de Gemeente Amsterdam in combinatie met de Personeelsregelingen Gemeente Amsterdam en de artseneed bevatten geen tegenstrijdigheden. 3 Dit omvat tevens indirecte besmetting door het aanraken van oppervlakken waar die druppeltjes
op vielen en het vervolgens via mond of ogen in het lijf komen van het virus.
2
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
2) Hoe beoordeelt het college de juridische status van ‘landelijke richtlijnen’ van het OMT/RIVM? Deelt het college de wetsuitleg betreffende artikel 2, eerste lid WPG dat er (behoudens specifieke aanwijzingen van de minister van VWS) zijdens het college een eigen bevoegdheid én verantwoordelijkheid bestaat ten aanzien van het al dan niet opvolgen van zulke richtlijnen, zodat het college zich zelfstandig van de deugdelijkheid van die richtlijnen moet vergewissen? Antwoord Het college leest in Artikel 2 van de Wet publieke gezondheid geen verplichting om de richtlijnen van het RIVM te controleren op deugdelijkheid. Bovendien gaat het niet om het vrijwillig volgen van richtlijnen van het RIVM. Het kabinet (via verschillende bewindslieden) legt deze richtlijnen via een aanwijzing aan de veiligheidsregio’s op. De juridische status van de richtlijn is daarmee geborgd. Toelichting door vragensteller: Naar de mening van de Liberaal-conservatieve fractie moet het college in volle omvang ter verantwoording kunnen worden geroepen voor de inbreng van het Hoofd infectieziekten van de Amsterdamse GGD in de besluitvorming van het OMT.
3) Hoe verhoudt zich het ondertekenen van de geheimhoudingsverklaring met de noodzaak van effectieve politieke controle terzake van hetgeen door een hoge ambtenaar van het stadsbestuur wordt ingebracht in een feitelijk beleidsbepalend adviesorgaan van het Rijk? Op grond van welke wetsbepaling zou het OMT kunnen vergen dat betrokkene zich aan een geheimhoudingsverplichting onderwerpt? Antwoord Zoals ook vermeld op de website van het RIVM zitten alle deelnemers op persoonlijke titel in het OMT (https://www.rivm.nl/coronavirus-covid19/omt#OMT). Dit geldt dus ook voor de betreffende medewerkster van de GGD. Zij zit namens het Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding (LOI) in het OMT en dus niet namens GGD Amsterdam of de gemeente.. Het OMT moet als gemengd samengesteld adviescommissie goed onderscheiden worden van het RIVM. Het OMT staat niet gelijk aan het RIVM, maar is een eigenstandige adviescommissie. Beraadslagingen zijn vertrouwelijk, zodat alle meningen in alle vrijheid gewisseld kunnen worden om tot een gedegen advies te komen. Voor verdere toelichting verwijzen wij u naar het RIVM.
4) Hoever strekt de geheimhoudingsverplichting van betrokkene? Mag de inhoud van de beraadslagingen in het OMT met het college worden gedeeld? Zo ja, acht het college zich in dat geval verplicht zulke informatie geheim te houden vanwege de door betrokkene aangegane vertrouwelijkheidsverplichting, dan wel op andere gronden? Antwoord Nee. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 3. Daarnaast worden adviezen van het OMT openbaar gemaakt. Zie ook: https://www.rivm.nl/coronaviruscovid-19/omt 3
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
5) Het college beschikt over een uitstekende informatiepositie indien betrokkene de binnen het OMT gemaakte medische en maatschappelijke afwegingen met het college deelt. Acht het college zich gehouden de raad tijdig en expliciet te informeren over de overwegingen die ten grondslag liggen aan de de vérstrekkende besluiten en adviezen van het OMT? Zo nee, waarom niet? Antwoord Het college beschikt niet over de binnen het OMT gemaakte afwegingen, aangezien er geen ambtenaar namens de gemeente Amsterdam aanwezig is. Het college is net zoals vragensteller voor informatie aangewezen op de website van het RIVM. Er valt de raad hierover niet aanvullend te informeren. 6) Deelt het college de zienswijze dat de ‘black box’ van de besluitvorming in het OMT onverenigbaar is met rechtsstatelijke eisen van openbaarheid en controleerbaarheid van de overheidsmacht? Antwoord Het college deelt de mening niet, dat er een black box van besluitvorming is. De adviezen van het OMT zijn openbaar, zie tevens het antwoord op vraag 4. Bovendien neemt het kabinet uiteindelijk de besluiten, die daarover verantwoording aflegt aan de Tweede Kamer. Daarmee is voldaan aan de rechtsstatelijke eisen van openbaarheid en controleerbaarheid van de overheidsmacht.
7) Deelt het college de opvatting dat het principieel onjuist zou zijn indien het Hoofd Infectieziekten als ambtenaar in dienst van de gemeente Amsterdam à titre personnel deelneemt aan de besluitvorming in het OMT, in plaats van als officiële vertegenwoordiger van een van de voornaamste GGD’s van Nederland? Zo nee, waarom niet? Graag een toelichting. Antwoord Zie antwoord vraag 3 8) Deelt het college de zienswijze van indiener dat het aangaan van geheimhoudingsverplichtingen door leden van het OMT het gevaar in zich bergt de ontwikkeling van voortschrijdend inzicht en actualisering van ingenomen standpunten te belemmeren en ‘groupthink’ te bevorderen? Antwoord Nee 9) Wat is de juridische grondslag voor het als vertrouwelijk aanmerken van de notulen van het OMT? Indien dit gebaseerd is op de gedachte intern de vrije uitwisseling van argumenten te bevorderen, is het college bereid zich sterk te maken voor openbaarmaking van de notulen met een vertraging van, zeg, een maand?
4
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
Antwoord Er worden adviezen van het OMT openbaar gemaakt via https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/omt, dus een juridische grondslag is niet van toepassing. 10) Erkent het college dat in de openbaarheid discussie mogelijk moet zijn over de vraag of richtlijnen van het OMT voldoende zijn toegesneden op een grootstedelijk gebied zoals de regio Amsterdam, en dat voor die discussie kennisname van de beraadslagingen van het OMT onontbeerlijk is? Zo nee, waarom niet? Antwoord Het Rijk heeft reeds rekening gehouden met deze mogelijkheid door regionaal aanvullende maatregelen te nemen indien de pandemie daarom vraagt. Dit is in de afgelopen drie weken ook gebeurd. Kennisname van de beraadslaging is derhalve niet nodig. Bovendien is het college prima in staat zelf advies in te winnen over het grootstedelijk karakter, inclusief advies van de GGD Amsterdam. Tenslotte vermeldt het college nogmaals, dat de richtlijnen via een aanwijzing door het kabinet opgelegd wordt, waardoor een zelfstandige afweging niet aan de orde is.
11) Deelt het college de opvatting dat het uit rechtsstatelijk oogpunt onaanvaardbaar is besluitvorming aangaande in de samenleving diep ingrijpende OMT-adviezen als geheim te bestempelen, ook (of juist) wanneer deze door de minister-president als ‘heilig’ zijn benoemd? Zo nee, waarom meent u dat geheimhouding behoort te prevaleren boven openbaarheid? Antwoord Zie antwoorden op vragen hierboven. 12) Indien er al de jure een geheimhoudingsverplichting zou bestaan, is het college bereid het OMT en/of het Rijk te verzoeken deze op te heffen, zulks in elk geval voor zover het betreft de geleverde inbreng van de Amsterdamse GGD tijdens de beraadslagingen van het OMT? Zo nee, waarom meent u dat van zo’n verzoek moet worden afgezien? Antwoord Er is geen inbreng van de GGD bij het OMT daar alle deelnemers op persoonlijke titel deelnemen. Bovendien is deelname aan het OMT niet op basis van het werken bij de GGD Amsterdam maar op persoonlijke titel. Zie ook het antwoord vraag 3. Toelichting door vragensteller: Wegens het bovengemeentelijke karakter van de epidemie is de voorzitter van de veiligheidsregio bij uitsluiting bevoegd om noodverordeningen af te kondigen. De voorzitter, c.q.
de burgemeester van Amsterdam zal daarbij alle terzakedienende belangen tegen elkaar moeten afwegen, zoals grondrechten, mens en samenleving, gezondheidsbelangen (coronazorg versus reguliere zorg) en economische belangen. Voor wat betreft de gezondheidsbelangen is de burgemeester verplicht het advies van de GGD Amsterdam c.q. het Hoofd Infectieziekten in te winnen.
5
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
13) Deelt het college de opvatting dat het Hoofd Infectieziekten van de GGD Amsterdam bij haar advisering uitsluitend acht moet slaan op de gezondheidsbelangen (inclusief coronazorg versus reguliere zorg) die spelen in de veiligheidregio Amsterdam-Amstelland? Zo nee, waarom niet? Antwoord De arts infectieziekten van de GGD adviseert volgens de WPG artikel 17 en 18 de DPG en de burgemeester, danwel voorzitter van de veiligheidsregio. De arts geeft medisch inhoudelijke adviezen in het belang van de publieke gezondheid. Zie verder antwoord vraag 3. 14) Hoe beoordeelt het college de mogelijkheid dat betrokkene in een conflict van plichten kan komen te verkeren doordat zij als lid van het OMT ‘de landelijke lijn’ moet volgen terwijl die lijn niet aansluit bij de gezondheidssituatie in de regio Amsterdam? Antwoord Dit conflict van plichten is niet mogelijk doordat de arts infectieziekten op persoonlijke titel deelneemt aan het OMT, zoals ook al is aangegeven in de eerdere beantwoording van vraag 3. Toelichting door vragensteller: De minister van VWS heeft de veiligheidsregio’s opgedragen in noodverordeningen de anderhalvemeterregel op te leggen. Dit voorschrift is strafrechtelijk gesanctioneerd.
Klaarblijkelijk beoogt de minister van VWS met de anderhalvemeter (benevens het advies aan burgers om - zo mogelijk - thuis te werken) de verspreiding van het virus te vertragen zodat de ziekenhuizen niet op enig moment door grote aantallen coronapatienten zullen worden overweldigd. 15) Aanpakken verschillen. In België stoelt het coronabeleid zwaar op mondkapjes, in Nederland is de anderhalvemeter de bedrock van dat beleid. Acht het college de anderhalvemeterregel in de open lucht zinvol? Graag een toelichting. Antwoord Ja. Het college heeft geen reden om te twijfelen aan de landelijke richtlijnen. Een eigenstandige afweging over het zinvol zijn van de maatregel is futiel, aangezien hier niet van afgeweken kan worden.. Zorg – Testbeleid Toelichting van de vragensteller: Het OMT/RIVM heeft zich in de eerste fase van de crisis (maart tot en met mei) in de onmogelijkheid gesteld de verspreiding van het virus te volgen. Een groot deel van de testcapaciteit werd in die fase onbenut gelaten omdat men meende dat het beter was testcapaciteit te sparen voor later. Zorgpersoneel kon dus alleen bij klachten worden getest. Echter, de Groningse GGD en het Amphia Ziekenhuis (Noord-Brabant) hebben zich van deze richtlijn niets aangetrokken. Er werd uitgebreid getest en bronen contactonderzoek gedaan. De betrokken instellingen zagen dit – terecht – als hun wettelijke plicht.
6
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
16) Wat was destijds het standpunt van de Amsterdamse GGD over het al dan niet ‘sparen’ van de aanwezige testcapaciteit? Indien de GGD Amsterdam zich bij de richtlijn van het RIVM/OMT heeft neergelegd, hoe beoordeelt het college deze beslissing in het licht van de aloude epidemiologische inzicht dat uitbraken in een zo vroeg mogelijk statium moeten worden vastgesteld en bestreden? Antwoord In de eerste fase van de epidemie was er nog weinig testmateriaal beschikbaar. In dat licht was het niet meer dan normaal om de landelijke richtlijnen te volgen. Dat een tweetal instellingen daar vanaf geweken zijn, doet daar niets aan af. Nogmaals het gaat hier niet om neerleggen bij de richtlijnen: het kabinet legt deze richtlijnen via een aanwijzing op aan de veiligheidsregio’s.
17) Deelt het college de opvatting dat de verantwoordelijkheid voor epidemiebestrijding in de Wet Publieke Gezondheid regionaal is belegd, zodat die verantwoordelijkheid op geen enkele wijze wordt ingeperkt door het OMT en het RIVM als adviesorganen van het Rijk? Deelt het college de mening van indiener dat de eigen verantwoordelijkheid van de (GGD van de) veiligheidregio Amsterdam-Amstelland slechts uitzondering lijdt bij een formele aanwijzing door de minister van VWS? Antwoord Er zijn in de Wet publieke gezondheid verschillende categorieën aangegeven voor infectieziekten, te weten A-ziekten, B1 ziekten, B2 ziekten en C-ziekten. Afhankelijk van de indeling van de infectieziekte ligt de bestrijding op regionaal, dan wel landelijk niveau. Doordat de minister Covid-19 als A-ziekte bestempeld heeft, kan de minister aanwijzingen geven aan de veiligheidsregio (artikel 7, lid 1). De Wet publieke gezondheid wordt dus gevolgd door het Rijk. Van lijden is dan ook geen sprake. 18) Het streven van het Rijk is dat in het najaar 70.000 tests per dag kunnen worden gedaan. Welk deel van dit totaal zal door de GGD Amsterdam moeten worden verricht? Is er momenteel zicht op aanwezigheid van voldoende testcapaciteit in het najaar? Zo nee, hoe zal in afdoende testcapaciteit worden voorzien? Antwoord De benodigde capaciteit is afhankelijk van de spreiding van de epidemie.
In week 39 voerde de GGD met partners ruim 3000 testen per dag uit. Dat zijn ruim 21000 testen per week. Landelijk zijn er ruim 190.000 testen uitgevoerd. GDG Amsterdam voerde dus 11% van het aantal landelijke testen uit. Ter vergelijking: in Amsterdam-Amstelland woont ruim 6% van de inwoners van Nederland (1 op de 17 miljoen). Toelichting door vragensteller: Bij de beantwoording d.d. 3 september 2020 (!) van op 29 april 2020 door de SPfractie ingediende vragen over preventief testen van zorgmedewerkers wordt verwezen naar een algemene, niet specifiek op zorgmedewerkers gerichte tekst op de RIVM-website. Daar staat dat testen weinig zin heeft indien men geen klachten 7
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
heeft. Bovendien meldt het college dat een werkgever haar werknemers niet mag verplichten zich preventief te laten testen. Daarbij wordt verwezen naar een artikel op de website van Zorgvisie over de werking van de Algemene Verordening op de Gegevensbescherming. De strekking: de AVG staat aan preventief testen in de weg, ook als het gebeurt op vrijwillige basis. 19) Na de talloze uitbraken in verpleeghuizen het afgelopen halfjaar en het al in maart 2020 bestaande inzicht dat besmetting door asymptomatische dragers van het virus mogelijk is: is het het college bereid zijn standpunt te herzien? Zo nee, is het college bereid zijn standpunt deugdelijk te onderbouwen? Antwoord Het testbeleid wordt bepaald door het RIVM. Een onderbouwing door het college is hier niet aan de orde. 20) Het artikel in Zorgvisie van 19 maart 2020 (!) behelst een interview met een in arbeidsrecht gespecialiseerde advocaat. Acht het college het met de eis van een zorgvuldige beantwoording van schriftelijke vragen verenigbaar dat in het artikel staat (aan het slot) dat preventief testen mogelijk juist wél verplicht is, op grond van de Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg? Antwoord Dat acht het college verenigbaar met een zorgvuldige beantwoording van schriftelijke vragen.
Zorg – Bron- en contactonderzoek (BCO) Toelichting door vragensteller: Bron- en contactonderzoek is cruciaal om zicht te houden op de verspreiding van het virus. Enkele weken geleden gaven de GGD’s van Amsterdam e.o. en RotterdamRijnmond aan niet meer in staat te zijn het standaard BCO uit te voeren. In plaats daarvan werden positief geteste personen gevraagd zelf hun nauwe contacten te verwittigen. Tijdens de technische sessie van 20 augustus 2020 gaf de directeur publieke gezondheid van de Amsterdamse GGD aan dat zij hoopte dat de week daarop weer het gebruikelijke bron- en contactonderzoek zou kunnen worden verricht. Qua verspreiding gedraagt het virus zich als een griep. Aannemelijk is dat in het najaar vele malen meer bron- en contactonderzoeken zullen moeten worden uitgevoerd dan gedurende de maand augustus. 21) Is het gelukt het aantal BCO-medewerkers zodanig op te schalen dat per datum van indiening van deze vragen weer standaard alle nauwe contacten door de GGD worden gebeld? Zo nee, wanneer zal dat het geval zijn? Antwoord In de week na de technische sessie voor de gemeenteraad is het bron- en contactonderzoek (BCO) weer volledig opgestart. Helaas is het bron- en contactonderzoek in de week van 20 september jl. weer risicogestuurd uitgevoerd, omdat het aantal besmettingen (en de per besmetting aantal contacten) te hard opgelopen is.
Zo lang de besmettingen hard blijven stijgen, is er nog geen zicht op een datum, waarop het bron- en contactonderzoek 8
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
volledig volgens de oorspronkelijke wijze wordt uitgevoerd. De GGD neemt nog steeds 25 mensen per week aan voor het uitvoeren van bron- en contactonderzoek. Dat tempo blijft gelijk. Meer personen per week zijn er niet in te werken, zonder te veel aan kwaliteit in te boeten. 22) Hoe staat het met de ‘surge capacity’ voor het bron- en contactonderzoek? Indien dit najaar sprake zou zijn van een exponentiële toename van het aantal besmettingen, zal het dan mogelijk zijn navenant, dat wil zeggen exponentieel op te schalen? Met andere woorden, is er stand-by een zodanig groot bestand van ingewerkte medewerkers die dan onverwijld kunnen worden ingeschakeld om alle benodigde bron- en contactonderzoeken te verrichten? Indien dat bestand er nu nog niet is, welke acties zullen worden ondernomen voor de werving van zeer grote aantallen extra BCO-medewerkers? Antwoord De stand by die er is, wordt nu ten volle benut om het bron- en contactonderzoek zo compleet mogelijk uit te voeren. Net zoals er aan het aantal IC-bedden een einde zit, is dat aan de capaciteit van het BCO ook zo. Onverwijld inschakelen is dan niet meer aan de orde, omdat er niets meer in te schakelen valt. Daarbij komt bovendien, dat het aantal besmettingen in het hele land nu hard oplopen en de vraag elders om BCO onderzoek ook stijgt.
23) In de eerste fase van de epidemie (maart tot en met mei) heeft de GGD Amsterdam afgezien van het uitvoeren van bron- en contactonderzoeken. Was dit op basis van een richtlijn van het OMT? Zo ja, wat was de reden om deze richtlijn te volgen? Zo niet, welke overwegingen waren redengevend om met het bron- en contactonderzoeken te stoppen? Antwoord De GGD heeft in de eerste fase zeker niet afgezien van het uitvoeren van bron- en contactonderzoek. Ook in de eerste fase heeft de GGD risicogestuurd bron- en contactonderzoek gedaan. Algemene zaken – aansprakelijkheid veiligheidsregio en gemeentes Toelichting door vragensteller: Zowel de Wet gemeenschappelijke regelingen als het Instellingsbesluit van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) bevat géén bepalingen die de aansprakelijkheid van de VrAA en de zes deelnemende gemeentes regelen. In het algemeen geldt dat gemeentes naar rato van hun bevolkingsomvang de VrAA zullen moeten voorzien van de benodigde financiële middelen om door de rechter gehonoreerde aansprakelijkheidsclaims van burgers en ondernemingen te kunnen betalen. 24) Bestaat er overeenstemming tussen de deelnemende gemeentes over de draagplicht naar rato van de bevolkingsomvang? Antwoord Aansprakelijkheidsclaims (mochten die al toegewezen worden) zijn gemeenten individueel voor verzekerd. VrAA is zelfstandig tegen eventuele aansprakelijkheidsclaims verzekerd.
9
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
Zorg en onderwijs – Aerosolen en ventilatie Toelichting van de vragensteller: De WHO heeft na een een open brief van 239 experts haar standpunt over aerosolen gewijzigd . De Duitse viroloog en adviseur van bondskanselier Merkel heeft het belang van een en ander in een opiniebijdrage in Die Zeit grondig onderbouwd . de Volkskrant berichtte op 5 augustus 2020 over een vertrouwelijke rapportage van het RIVM waaruit blijkt dat verspreiding van het virus via lucht kan plaatsvinden . In dat kader heeft het RIVM de zogeheten Ventilatierichtlijn aangescherpt. De nieuwe richtlijn luidt als volgt: “Uit voorzorg wordt geadviseerd om recirculatie binnen één ruimte waar meerdere personen gedurende langere tijd bij elkaar zijn zo veel mogelijk te vermijden en de lucht voldoende te verversen.” De beantwoording d.d. 14 augustus 2020 van vragen van het lid Yilmaz (DENK) inzake ventilatie in schoolgebouwen geeft aanleiding tot nadere vragen. Het college verwijst naar het Bouwbesluit en het Amsterdamse Gezonde Scholen beleid. Het Bouwbesluit maakt een onderscheid tussen vóór en na 2012 gebouwde scholen. Opvallend is dat de ventilatie-eisen voor nieuwe schoolgebouwen meer dan twee keer zo streng zijn als die voor vóór 2012 gebouwde scholen, waaraan het RIVM voorbij gaat.
Voorts is het evident dat de eisen van het Bouwbesluit niet zijn gesteld ter voorkoming van besmettingen door in de lucht zwevende virusdeeltjes. Het college meldt dat iedere school de ventilatiesituatie zélf moet nagaan en dat de GGD Amsterdam daarbij kan adviseren 25) Welke deskundigheid bezit de GGD Amsterdam over ventilatiesystemen om scholen adequaat te kunnen adviseren? Indien de GGD niet of onvoldoende expertise in huis heeft, wordt dan verwezen naar erkende bedrijven in de installatiebranche? Zo ja, wie betaalt de kosten voor zulke adviezen? Antwoord De afdeling leefomgeving van de GGD is al jaren betrokken bij de verbetering van de luchtkwaliteit op scholen. Deskundigen luchtkwaliteit worden ingezet bij het adviseren van scholen in samenwerking met de afdeling onderwijs. 26) Zijn naar het oordeel van het college de scholen die aan het GSA-programma hebben deelgenomen thans uit oogpunt van ventilatie (aerosolen) daadwerkelijk corona-proof? Antwoord Ja Bijzondere onderwerpen – varia Toelichting door vragensteller: Er is inmiddels veel meer bekend over het virus. De besmettelijkheid is zeer groot, de mortaliteit uitermate gering. Andere aandoeningen zoals kanker en cardio-vasculaire ziekten kunnen door het vanwege corona wegdrukken van de reguliere zorg leiden tot een véél hogere sterfte.
Maar die sterfte is onzichtbaar terwijl corona –zeker als het virus mogelijk dit najaar honderden patiënten op de IC’s doet belanden- extreem zichtbaar is door de wet van de grote getallen. 10
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
27) Is het college het ermee eens dat alleen politieke gezagsdragers gelegitimeerd zijn omtrent de risico’s van besmettingen beslissingen te nemen? Zo nee, waarom zou dit aan het gezelschap virologen in het OMT moeten worden overgelaten? Antwoord Ja, de politieke gezagsdragers, in casu het kabinet, nemen ook hierin beslissingen. Het OMT brengt advies uit. Toelichting door vragensteller: Het gezondheidsbelang behoort ruim te worden uitgelegd, aangezien het ook de continuïteit van de reguliere, niet-corona gerelateerde zorg omvat. Daarnaast zijn er de belangen van mens en samenleving alsmede de economische belangen, waarin ook zwaarwegende gezondheidsbelangen schuilgaan. Een substantiële stijging van de armoede kan de lichamelijke en psychische gezondheid van grote delen van de bevolking ernstig schaden. De praktijk wijst uit (gezien het zeer geringe aantal ziekenhuisopnames deze zomer) dat ouderen, anders dan in de beginfase, zich voldoende weten te beschermen tegen besmetting. 28) Erkent het college dat door de extreem lage mortaliteit van corona – ook voor besmette personen van boven 80 jaar – het onrechtmatig is voort te gaan met het paniekerige beleid van de regering? Antwoord Als er al sprake zou zijn van onrechtmatigheid, is dat aan de rechter om te bepalen. Het college is niet bereid deze uitspraak in plaats van de rechter te doen.
Toelichting door vragensteller: Bij de afweging omtrent de adequaatheid van het overheidsoptreden zullen tevens grondrechtelijke overwegingen een voorname rol dienen te spelen. 29) Erkent het college dat overwegingen van grondrechtelijke vrijheden in de paniek in maart en april jongstleden onvoldoende zijn meegewogen, en dat daar in de huidige fase van de epidemie eindelijk acht op moet worden geslagen? Antwoord Het is aan het oordeel van de rechter. In de uitspraken die de rechter tot nu toe gedaan heeft, blijkt niet dat de rechter de mening van de vragensteller deelt. Toelichting door vragensteller: Bij de toepassing van de anderhalvemeter wordt in Nederland géén onderscheid tussen binnenruimtes en de open lucht gemaakt. Als verspreiding via aerosolen mogelijk is, is dit onderscheid echter volstrekt fundamenteel. OMT-voorzitter Van Dissel is on record dat het virus door wind en UV-straling in de buitenlucht snel zal verwaaien.
11
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
30) Deelt het college de opvatting dat het met gepaste maatregelen in de afgelopen zomermaanden mogelijk was geweest festivals doorgang te laten vinden? Antwoord Het college volgt de landelijke richtlijnen. Speculeren over wat had gekund, laat het college aan anderen. 31) Deelt het college de opvatting dat clubs die beschikken over een passend ventilatiesysteem en toezicht om langdurig face-to-face contact te voorkomen, open moeten kunnen? Antwoord Het college volgt de landelijke richtlijnen Toelichting door vragensteller: Het kabinet huldigt inmiddels het standpunt dat maatwerk per regio of gemeente aangewezen kan zijn vanwege grote lokale verschillen. In noodverordeningen kan de burgemeester c.q. de voorzitter van de Veiligheidsregio bijzondere voorschriften geven om de verspreiding van het virus te beteugelen. Voor de uitoefening van deze bevoegdheid relevante epidemiologische factoren zijn: (i) bevolkingsdichtheid, (ii) bevolkingssamenstelling en (iii) binnen bevolkingsgroepen gangbare gedragspatronen (die de verspreiding van het virus in de hand kunnen werken).
32) Deelt het college de opvatting dat het mogelijk is evangelische kerkdiensten bij noodbevel ex artikel 175 Gemeentewet te verbieden indien daar moedwillig niet de hand wordt gehouden aan de coronamaatregelen “omdat God heerst”? Antwoord Handhaving van de opgelegde maatregelen geschiedt in alle settings, dus ook in kerkdiensten. Op voorhand verbieden ligt niet in de rede. 33) De directeur publieke gezondheid van de GGD Amsterdam meldde tijdens de technische sessie dat zou worden onderzocht of de stijging van het aantal besmettingen (deels) werd teweeg gebracht door het offerfeest van 31/07 tot en met 03/08. Wat is de uitkomst van dit onderzoek? Antwoord Uit bron- en contactonderzoek is niet gebleken dat het offerfeest een grote rol heeft gespeeld. Toelichting door vragensteller: Eigen verantwoordelijkheid is essentieel in de corona-aanpak. Deelt het college de visie dat daarbij het beginsel “ken uw kind” centraal moet staan? Met andere woorden, ouders weten of hun kind graag het nachtleven opzoekt, of liever boeken leest in bed. Ouders kunnen dit met hún ouders delen en beslissen wat te doen.
12
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 1 1222 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteblad Schriftelijke vragen, maandag 7 september 2020
R
34) Deelt het college de opvatting dat het de verantwoordelijkheid is van ouders en grootouders om het risico van besmetting door jongeren te voorkómen? Antwoord Het college ziet graag dat elke leeftijdsgroep zijn verantwoordelijkheid neemt. Dat betekent, dat jongeren óók verantwoordelijk zijn om besmettingen te voorkomen. Burgemeester en wethouders van Amsterdam
Femke Halsema, burgemeester
Peter Teesink, secretaris
13