CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

28-03-23 Rondetafelgesprek Amsterdamse markten

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 19 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de voortgangsbrief markten en straathandel en de monitor warenmarkten 2022 (VN2023-010466)6.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rondetafelgesprek Amsterdamse markten Datum en tijd: 28 maart 2023, 19:00 – 20:42 uur Locatie: Flex427, Kerkstraat 427, Amsterdam Aanwezig: Amel Namane, gespreksleider) Gemeenteraad: Rutger van den Bosch (beleidsmedewerker JA21), Erik Schmit (D66), Elisabeth IJmker (GroenLinks), Anouar Yacoubi (DENK) Ambtenaren: Ellen Veul (EZ), Karin Selbach (manager markten), Nicky Vos (griffier commissie SED) Ondernemers: Achttien ondernemers van Waterloopleinmarkt, Plein 40-45, Van der Pekstraat, CVAH, Noordermarkt, Dappermarkt, diverse markten in Centrum, Reuringmarkt, Ten Katemarkt, biomarkt Nieuwmarkt Afmelding: Carolien de Heer (DB Oost) Notulist: Martin Kuiper / Vi.a.Vi Office Management

1. Opening Amel Namane opent het rondetafelgesprek met Amsterdamse marktondernemers en leden van de gemeenteraad. Zij heet alle aanwezigen van harte welkom. Zij is gemeenteraadslid in Amsterdam namens de PvdA met de portefeuille Marktzaken. Dit is de tweede bijeenkomst van de twee geplande rondetafelgesprekken. Het eerste gesprek was op 7 maart. Daarvan is een verslag gemaakt dat iedereen moet hebben ontvangen. Mensen die het nog niet hebben gekregen kunnen dat aan het eind van deze bijeenkomst aan haar laten weten. Ook van dit rondetafelgesprek zal een verslag worden gemaakt dat later aan de deelnemers wordt toegezonden. De namen van de deelnemende ondernemers zullen worden weggelaten, zodat iedereen zich vrij kan voelen om te spreken. Er wordt voor het verslag een geluidsopname gemaakt. Bij de aanwezigen zijn ondernemers aanwezig van zowel particuliere als gemeentelijke markten. Van de gemeenteraad zijn de leden IJmker, Schmit en Yacoubi aanwezig. Namens JA21 doet beleidsmedewerker Rutger van den Bosch mee aan het gesprek. Als toehoorder zijn aanwezig de ambtenaren Ellen Veul en Karin Selbach en de commissiegriffier van de raadscommissie SED, Nicky Vos. Dit rondetafelgesprek is een vervolg op eerdere rondetafelgesprekken die plaatsvonden in december 2021, februari 2022 en 7 maart 2023.

In dat laatste rondetafelgesprek werd ingegaan op de plannen voor de markten, de regels voor de markten en communicatie tussen de markten en de gemeente. Deze onderwerpen staan ook voor vanavond op de agenda. Ook kan gesproken worden over het recente rapport Marktwaarde van de ombudsman. Aan het einde van deze bijeenkomst kunnen door de deelnemers nog onderwerpen ingebracht worden in ‘Wat verder ter tafel komt’. De aanwezigen stellen zich aan elkaar voor.

Gemeente Amsterdam

Pagina 2 van 12

Erik Schmit is raadslid namens D66 en heeft met andere raadsleden het initiatief genomen voor deze gesprekken. Achtergrond daarvan zijn het komende rapport van de ombudsman, de nieuwe marktvisie en de nieuwe marktverordening. Het idee is om eerst te luisteren naar de marktondernemers, zodat de raadscommissie weet wat goed gaat en wat beter moet. Raadsleden vertegenwoordigen bewoners en ondernemers in de gemeenteraad. De wethouder en de ambtenaren zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. De uitvoering is dus niet de taak voor raadsleden. RONDETAFELGESPREK 2.

Plannen voor de markt / Regels voor de markt / Communicatie

Amel Namane herinnert aan de uitkomsten van de vorige bijeenkomst. 1. De behoefte aan een langetermijnvisie waarin rekening wordt gehouden met de individuele kenmerken van de verschillende markten. 2. Voorspelbaarheid van de kant van de gemeente wat betreft regels en aansturing. 3. Het belang van zekerheid van een standplaats in de toekomst voor de huidige ondernemers. Ondernemer 1 (diverse markten in Centrum) hoorde op het nieuws over marktondernemers die vanwege Europese regelgeving binnen anderhalf jaar weg moeten van de brug in Utrecht. Zij hoorde dat de marktondernemers in Amsterdam dat ook te wachten staat. Klopt dat? Ondernemer 2 (CVAH) is regiomanager voor de CVAH en in die hoedanigheid nauw betrokken bij Utrecht. Zij vond de informatie in het nieuws daarover veel te summier en vreesde al dat de Amsterdamse marktkooplui hiervan zouden schrikken. In Utrecht gaat het om solitaire staanplaatsen die tien jaar geleden te horen hebben gekregen dat hun vergunningen tien jaar geldig waren. Dit jaar krijgen ze daarom te horen dat het eind van dit jaar op een andere manier moet worden georganiseerd. Ook Utrecht moet zich houden aan de Europese dienstenregeling. De CVAH wijst de mogelijkheid van een loting, zoals door Utrecht werd geopperd, absoluut af. De CVAH geeft nu begeleiding om het op een andere manier te gaan doen.

Maar dit is totaal iets anders dan de situatie van totale markten, zoals vanavond besproken wordt. Het gaat vanavond niet over solitaire staanplaatsen. Ondernemer 1 (diverse markten in Centrum) vernam dat de anciënniteit gaat verdwijnen. Ondernemer 2 (CVAH) heeft daarover niets gehoord, in ieder geval voor zover het Amsterdam betreft. Ellen Veul bevestigt dat er iets gaan veranderen in Amsterdam. Er moet voldaan worden aan de Europese Dienstenrichtlijn. De huidige marktplaatsen in Amsterdam zijn schaars, en volgens de Europese Dienstenrichtlijn moeten schaarse vergunningen opengesteld worden voor alle ondernemers. Iets dergelijks geldt voor de locaties voor speelautomaten in de stad, waarop dus iedereen moet kunnen inschrijven. Avondwinkels krijgen ermee te maken, en uiteindelijk ook de marktkramen. Er komt een heel traject om het samen met de marktondernemers te gaan doen. In nauw overleg met de CVAH wordt begonnen met de staanplaatsen (buiten de markt). Daarna zullen ook de marktvergunningen eronder gaan vallen.

Gemeente Amsterdam

Pagina 3 van 12

Ondernemer 7 (Noordermarkt)) merkt op dat dit onderwerp uitgebreid aan de orde kwam bij het vorige rondetafelgesprek. Daarbij kwam naar voren dat men het in België en Frankrijk niet zo doet. Ondernemer 16 (Biomarkt Nieuwmarkt) vraagt waarom men de term ‘schaarste’ gebruikt. Er is volgens de Marktvisie sprake van leegstand op de markten. En nu zijn de plaatsen plotseling schaars. Dit beleid is belachelijk. Er is geen schaarste; er zijn plekken zat. Ondernemer 3 (Waterloopleinmarkt) heeft dezelfde vraag. Wat is de definitie van schaarste? Verder wijst ze erop dat de anciënniteit altijd heilig is geweest. Die af te schaffen lijkt haar het slechtst mogelijke idee. Dat zou grote onderlinge spanningen geven. Mensen hebben in de loop der tijd zoveel rechten opgebouwd. Je kunt na 25 jaar toch niet zeggen dat een ondernemer iemands plaats komt innemen, omdat die betere producten heeft? Ondernemer 8 (Noordermarkt)) is het met de vorige sprekers eens. Anciënniteit was de kern van het bestaan van marktondernemers. Toen hij op de Noordermarkt begon, hoefde hij de eerste vier jaar niet te komen, want zijn nummer was te laag. Zo was het systeem. Inmiddels is er geen schaarste meer. Iedereen die nieuw is komt aan de beurt. De anciënniteit maakt dat je een goede locatie kan kiezen. Na de anciënniteit is het tweede punt een goede herindeling. Die laat op veel markten op zich wachten.

Erik Schmit (raadslid) kan zich voorstellen dat een ondernemer langdurig geïnvesteerd heeft in zijn zaak. Hij staat tien of twintig jaar op de markt; hij heeft iets opgebouwd. Dan moet je voorkomen dat diegene zomaar zijn rechten kwijtraakt. Waarom zou je anders aan een marktkoopman vragen om te investeren in zijn kraam? Een mooie nieuwe kraam kost misschien 100.000 euro, maar hoe moet dat als je niet kan vertrouwen op je anciënniteit? Verder vergt moderne retail dat je regelmatig moet herindelen. De markt moet met de tijd meegaan. Vanuit Europa komt de regelgeving met schaarstevergunningen op Amsterdam af. De gemeenteraad moet zich daaraan houden. De vraag is hoe die Europese regelgeving vertaald moet worden in de marktverordening. En dat is wel iets waar de gemeente een rol in heeft. De zorg die hij hier hoort neemt hij daarbij graag mee. Je moet zorgen dat mensen die al lang een business hebben, die ook kunnen houden. Ook hij ziet op de markten dat er nog veel lege plekken zijn. Graag hoort hij vanavond van de aanwezigen wat er gedaan kan worden om markten voller te krijgen. Wat zijn de knelpunten? Ondernemer 10 wil graag weten waar de aanduiding ‘schaarste’ vandaan komt. Er wordt bij de loting bijna nooit meer iemand naar huis gestuurd, dus er zijn genoeg kramen. Ellen Veul antwoordt dat het om Europese regelgeving gaat.

Op verzoek van de CVAH heeft de Tweede Kamer er onderzoek naar gedaan. Er zal op een zorgvuldige manier vorm aan moeten worden gegeven. Er zal rekening gehouden worden met bestaande rechten van ondernemers en afschrijftermijnen van verkoopwagens etc. Maar uiteindelijk moet wel aan de Europese regelgeving voldaan worden. Ondernemer 2 (CVAH) licht toe dat het principe van ‘schaarse vergunningen’ onder de Dienstenrichtlijn valt, die in Brussel bedacht is. Dit principe gaat voor heel Europa gelden, waarbij dit principe zich in het ene land gemakkelijker voegt naar de wetgeving dan in het andere. In Frankrijk zijn markten bijvoorbeeld op een andere manier geregeld dan in Nederland. Je hebt daar een aantal straten waar mensen hun kraam neer kunnen zetten. In Nederland is het anders, met afgebakende terreinen. Door een afgebakend terrein is er schaarste. Dat heeft dus niets te maken met het aantal ondernemers dat op dat terrein staat. Er is een afgebakend terrein waarop de gemeente een markt faciliteert. Er zijn twee rapporten

Gemeente Amsterdam

Pagina 4 van 12

gemaakt, waarvan een door de SEO. De SEO heeft een bepaalde visie op de tijdsduur. Het rapport van SEO dateert van voor corona, de energieproblematiek en de oorlog. In dezelfde periode kwam ook de CVAH met een rapport, waarin een ander advies stond dan dat van de SEO. De SEO adviseert 9-12 jaar, en de CVAH van 12-15 jaar. De CVAH wil dat advies nog veranderen, want door alles wat er in de afgelopen jaren gebeurd is, kan een ondernemer zijn investeringen niet meer binnen die termijn terugverdienen. Er moet minimaal aan 20 jaar worden gewerkt. Als je bijvoorbeeld in 2025 gaat werken met de schaarsevergunningenregeling betekent dat dat alle ondernemers binnen Amsterdam te maken krijgen met een nieuwe vergunning. Die gaat 2025 in. Als die vergunning voor twintig jaar uitgegeven wordt, betekent het dat iedereen in 2045 een nieuwe vergunning moet krijgen. Wat is dan de rol van anciënniteit nog? Het kan alleen een rol hebben in plaatsverbetering. Iedere gemeente gaat het op zijn eigen manier aanpakken. Ondernemer 12 (Reuringmarkt) is zeven jaar geleden een particuliere markt begonnen op IJburg, toen niemand nog gehoord had van schaarse vergunningen. Zij wilde als eventorganisator meerdere markten oprichten. Sindsdien ligt zij al jaren in de clinch met de gemeente en het winkelcentrum ernaast. Telkens werden haar vergunningen een jaar verlengd.

Zij heeft dus in al die jaren niets kunnen opbouwen. Investeren, bijvoorbeeld in een goede communicatiecampagne, was onmogelijk. Zij kon marktkooplieden niets beloven voor de verdere toekomst. Daardoor ontstond een instabiele markt, de ene keer wat groter, de andere keer wat kleiner. Zij heeft nu hopelijk zicht op een wat langere vergunning. Aan de raadsleden geeft zij het volgende mee. Als zij tevoren had geweten hoe moeilijk het haar werd gemaakt om voet aan de grond te krijgen, was zij er nooit aan begonnen. Dat is zonde, want het is momenteel een heel fijne markt. Erik Schmit is blij dat hier ook iemand van een private markt aanwezig is. Hij vraagt waar Ondernemer 12 (Reuringmarkt) tegenaan is gelopen. Ondernemer 12 (Reuringmarkt) vond het bij de gemeente ontbreken aan duidelijkheid over de duur en de kosten. De gestelde voorwaarden voor het organiseren van de markt waren onduidelijk. Die onduidelijkheid maakt het moeilijk om marktondernemers aan je te binden. Dat merkt zij nog steeds, ook al is de markt een succes. Als zzp’er zag zij de markt indertijd als haar pensioenvoorziening. Het is raar dat de termijn nu plotseling naar vijftien of twintig jaar gaat. Als je een winkel begint is dat ook voor je leven. Ook marktondernemers moeten de ruimte krijgen. Elisabeth IJmker vraagt wat er veranderd is, dat het nu wel voor langer dan een jaar verlengd wordt.

Ondernemer 12 (Reuringmarkt) antwoordt dat er een onderzoek naar de markt is geweest. Daaruit bleek dat het een goede markt is. Dat heeft geholpen. Hopelijk gaat het nu naar iets langer. Een groenteboer heeft een vrachtwagen van een ton gekocht. Elk keer tegen de tijd dat de vergunning weer afliep, maakte hij zich grote zorgen of het door kon gaan. Ondernemer 16 (Biomarkt Nieuwmarkt) brengt naar voren dat alles wat nu niet goed gaat, ontstaan is uit de Marktvisie. De eerste regel daarvan zegt dat het niet goed gaat op de markten in Amsterdam. Dan komt er een lang verhaal over hoe dat beter zou moeten worden. Inmiddels is het duidelijk dat het sindsdien alleen maar slechter is geworden. Hij is het eens met de ombudsman over dit onderwerp. De Marktvisie, die zoveel onzekerheid voor de marktondernemers heeft gebracht, zou van tafel moeten en in een andere vorm terug moeten komen.

Gemeente Amsterdam

Pagina 5 van 12

Rutger van den Bosch begrijpt dat de marktondernemers in de clinch liggen met de gemeente. Er zijn problemen met de duidelijkheid en de regelgeving. De gemeente kan natuurlijk niet doen wat ze wil; ze moet zich houden aan de Europese regelgeving. Hij vraagt tegen welke gemeentelijke regels de marktondernemers aan lopen. Ondernemer 16 (Biomarkt Nieuwmarkt) antwoordt dat hij op het Waterlooplein staat. De herinrichting daar is een traject van jaren. Hij heeft al meer dan twintig van dit soort bijeenkomsten meegemaakt, met honderden mensen. Er is ingesproken, en nog eens ingesproken. Uiteindelijk neemt niemand verantwoordelijkheid. Het komt nooit tot de kern. Al die bijeenkomsten over het Waterlooplein, die een themamarkt moest worden, waren zoethoudertjes. Hij heeft zijn eigen spul ontwikkeld, maar mag het niet verkopen omdat het woordje ‘Amsterdam’ erop staat. Hij wil gewoon zijn eigen spullen verkopen. Als het nou beter werd met een themamarkt… Maar het wordt alleen maar slechter. Rutger van den Bosch merkt op dat recycling en duurzaamheid centraal stonden. En dat zint hem niet? Ondernemer 16 (Biomarkt Nieuwmarkt) antwoordt dat de gemeente, zoals ook de ombudsman schrijft, begint met iets wat men graag wil. Men wil iets, en gaat het dan in regelgeving vastleggen.

De gemeente heeft tientallen juristen in dienst die het zo opschrijven dat niemand er nog een speld tussen kan krijgen. En het wordt uiteindelijk voor niemand beter. Hij hoopt dat dit rondetafelgesprek deze keer iets oplevert. Ondernemer 8 (Noordermarkt)) vindt niet dat je het Waterlooplein kan veranderen in een themamarkt, want sommige marktkooplui staan er al dertig of veertig jaar. Een themamarkt kan je beginnen op een nieuw marktje in Zuid. Of bijvoorbeeld het Sierplein op IJburg. Maar een markt als de Westerstraat kan je geen themamarkt maken. Vooral door corona is de Westermarkt aan het doodbloeden. Veel mensen zijn iets anders gaan doen. Het kan verbeterd worden, maar niet door het tot een themamarkt te maken. Er zijn veel kleine, nieuwe marktjes gekomen. Er is enorm veel aanbod. Daarom is het logisch dat de Ten Katemarkt, die er al honderd jaar is, wat minder gaat lopen. Waarom loopt de Albert Cuyp niet? Toen die markt nog goed was, waren al die nieuwe markten er nog niet. Ondernemer 3 (Waterloopleinmarkt) brengt onder de aandacht dat de helft van de marktondernemers op de Waterloopleinmarkt niet op de hoogte was van deze avond. De communicatie is dus niet goed gegaan. Zij heeft met een aantal collega’s vandaag over deze avond gesproken, en ze wisten het gewoon niet. De notulen van de vorige bijeenkomst zouden rondgestuurd zijn, wat ook niet gebeurd is.

Ondernemer 7 (Noordermarkt)) merkt op dat sommige marktondernemers niet aanwezig willen zijn bij rondetafelgesprekken, omdat ze niet met ambtenaren willen spreken. Anouar Yacoubi vraagt zich af hoe de input van deze marktondernemers, die aangeven waar de knelpunten liggen, meegenomen kan worden in de beleidsvorming. Hij hoort hier veel over dingen die al heel veel jaren spelen, en dat er ondanks alle bijeenkomsten etc. niet geluisterd wordt. Hoe kan dat deze keer anders gaan? Erik Schmit antwoordt dat op 19 april het rapport van de ombudsman aan de orde komt in de raadscommissie. Samen met de wethouder gaan de raadsleden dan in gesprek over het rapport van de ombudsman. Alle input van deze bijeenkomsten kan een rol spelen in het gesprek met de wethouder. Er kunnen vragen over gesteld worden. Marktvisie en Marktverordening zijn heel belangrijk. Bij de behandeling van de Marktvisie en de Marktverordening wil hij als raadslid graag weten wat er beter kan. Daarvoor kan hij de

Gemeente Amsterdam

Pagina 6 van 12

inbreng van vanavond goed gebruiken. Hij vraagt in hoeverre de marktondernemers zich betrokken voelen bij het ontwikkelen van de Marktvisie. En wat zouden ze er graag in terugzien? Ondernemer 10 wil graag dat men in de Marktvisie regelt dat een reclamebureau zoals I Amsterdam ingeschakeld wordt om de markten weer volledig op de kaarten te zetten. Amsterdam is namelijk een fantastische stad. Ondernemer 7 (Noordermarkt)) zou willen dat men de markt niet ziet als een soort ambulant winkelcentrum. De markt is geen winkel. Je kunt de regels voor een winkel niet toepassen op de markt. Er is ook een groot verschil tussen de markten. Op de Noordermarkt wil je geen dure karren. Ondernemer 3 (Waterloopleinmarkt) merkt op dat je als gemeente de basisfaciliteiten op orde moet hebben voor je over een inhoudelijk plan, of een Marktvisie kan spreken. Op de Waterloopleinmarkt zijn geen prullenbakken, en er is evenmin een openbaar toilet. Dat soort dingen moet op orde zijn voor je over een Marktvisie begint. Ondernemer 11 (Dappermarkt) merkt op dat de marktondernemers van de Dappermarkt elke twee of drie maanden samenkomen met de MAC. Daarin zitten de stallenbaas, de marktbeheerder, de marktmeester, de marktmakelaar, het stadsdeel, de gebiedsmanagers. Er worden dan technische dingen besproken. Heel praktische dingetjes die je morgen zou kunnen doen en die het beter zouden maken.

Maar het kan niet. Door de regelgeving wordt het gedwarsboomd. Voor de Dappermarkt is het essentieel dat er veel meer maatwerk komt op de markt. Ondernemer 2 (CVAH) komt als zij rapporten of stukken nakijkt van tien jaar geleden, precies dezelfde gesprekken tegen die nu nog steeds gevoerd worden. Wat is dan het belang voor een ondernemer om ergens bij aan te schuiven om zich te laten horen? Ze noemen het tijdverspilling. De betrokkenheid van ondernemers neemt dan ook af. Ze komen niet naar een avond als deze omdat ze het gevoel hebben dat er niet naar ze geluisterd wordt. Ondernemer 16 (Biomarkt Nieuwmarkt) denkt niet dat de problemen ontstaan door onwil. Als de ondernemers klagen dat er geen prullenbakken zijn, moet dat weer naar een andere gemeentelijke afdeling. Het schort aan de onderlinge communicatie. Hij staat op het Waterlooplein op de hoek. Daar is een brug. Er is daar overlast van fietsen die van die brug komen en de markt op racen. Van die overlast is al vaak melding gedaan door de ondernemers. Een paaltje, een hek, of een groot bord blijken niet mogelijk. Er is een heel klein bordje gekomen. Het wachten is op een groot ongeluk, dan gebeurt er misschien iets. Ondernemer 12 (Reuringmarkt) is ook marktmeester in Diemen. Morgen is daar weer markt. Als er dan ’s ochtends een putkast stuk is, heeft men die om 12.00 uur gemaakt.

De gemeente zal meteen putkasten laten komen om het ter plekke te repareren. Op de Albert Cuyp zijn putkasten al 1,5 jaar stuk. Het Marktbureau doet erg zijn best om het te laten repareren, maar zonder resultaat. Erik Schmit merkt op dat de basis voor de markten inderdaad op orde moet zijn. Dat zijn bijvoorbeeld de putkasten. Ondernemer 11 (Dappermarkt) vertelde over het overleg met de MAC, de marktmeester, etc. Daar kwamen goede ideeën uit, maar men kwam er niet doorheen. Kan hij voorbeelden geven? Ondernemer 11 (Dappermarkt) geeft het voorbeeld van een marktondernemer op een hoekplaats (de mooiste plek) die ermee stopt. Ergens staat dat je daar dan binnen een bepaald aantal weken weer iemand neer moet zetten, op een voorlopige vaste plaats. Volgens de regels moet je de sollicitant die aan de beurt is de plaats geven. De marktondernemers

Gemeente Amsterdam

Pagina 7 van 12

vroegen om die hoekplaats niet aan de nieuweling te geven, maar twee plaatsen elders op de markt. De Dappermarkt is half leeg. Maar dat kan dan niet; de regels zeggen dat het niet mag. Vroeger was er een interim-manager voor de markt, en toen kon er van alles. Die kwam met een jurist die zei dat men het gewoon ging proberen. Als het fout ging, kon het altijd weer teruggedraaid worden. Nu kan er niets meer. En er gebeurt dan ook niets. Ondernemer 16 (Biomarkt Nieuwmarkt) merkt op dat de MAC in het leven is geroepen door het Marktbureau. Er zou halfjaarlijks een gesprek komen. In zijn herinnering heeft hij er twee keer een gesprek gehad, en inmiddels is het weer vier jaar verder. Ondernemer 13 (Ten Katemarkt/MAC) staat op de Ten Katemarkt en heeft daar dezelfde ervaringen. Simpele verbeteringen worden onmogelijk gemaakt door de regelgeving. Er komt een herindeling, maar die wordt iedere keer uitgesteld. Er is de herindeling van de straat geweest waarbij iedereen een andere plek kreeg. Corona kwam nog tussendoor. Nu blijkt dat het Mercatorbestand, waarin alle marktkramen staan, de situatie van vijftien jaar geleden weergeeft, toen de straat nog niet veranderd was. Dat klopt dus niet met de huidige situatie. Er zijn in de huidige situatie nog wat verschuivingen geweest, ook omdat men tijdens corona merkte dat het fijn was als de kramen zigzag opgesteld stonden.

Dan kunnen mensen makkelijker op de markt blijven en lijkt het wat voller. Maar nu komt dan de herindeling van de markt. De marktondernemers wilden eigenlijk doorbouwen vanuit de situatie van de laatste jaren, maar dat mag niet. De gemeente denkt erover de hele markt te gaan brancheren, waarvoor dan eerst de hele markt leeg moet, voor de marktondernemers weer terug kunnen komen met een officiële herindeling. Heel omslachtig. De achterban was het er wel mee eens, want iedereen kwam toch weer op dezelfde plek terug als de hele markt wordt gebrancheerd. Maar daarna kwam de gemeente er weer op terug. Toen wilde men plotseling alleen de groente brancheren. Het schiet dus niet op. Je wordt voor het karretje gespannen om een probleem op te lossen dat veroorzaakt is door de gemeente door al die jaren niet te herindelen, en als je dat doet komt men er weer op terug. Erik Schmit begrijpt dat het proces van herindelen tevoren duidelijker moet worden gemaakt. Ondernemer 6 (Plein 40-45) merkt op dat de plichten voor marktondernemers vastgelegd staan in verordeningen en marktreglementen. Dat moet zo gebeuren, anders wordt het een chaos. Maar hoe zit het met de plichten van de afdeling Markten naar de marktondernemers toe? Er is een zorgplicht om de markt goed te laten functioneren. Als de markt leegloopt is ze niet meer kostendekkend. Dan komt EZ met de Marktvisie om de hoek kijken.

De markt heeft onderbezetting en wordt daarop dan afgerekend. Op dit moment gelden de plichten alleen maar voor een van de twee kanten. Het is eenrichtingsverkeer; de marktondernemers moeten zich aan allerlei regels houden. Rutger van den Bosch hoort hier dat het slecht gaat met de regelgeving en de basisvoorzieningen. Hij vindt het belangrijk dat de marktondernemers en marktorganisatoren zoveel mogelijk vrijheid hebben om het zelf te doen. Enkele maanden geleden stond in Het Parool een artikel over markten die volledig privaat georganiseerd worden. Deze blijken veel beter te functioneren dan gemeentelijke markten. Hij vraagt of de marktorganisatoren en ondernemers bereid zijn om bepaalde voorzieningen meer zelf te gaan regelen. Ondernemer 8 (Noordermarkt)) wijst erop dat maar een paar markten, de IJ-hallen, op IJburg en het Sierplein, die zo werken succesvol zijn. Daarmee houdt het op, afgezien van een paar biologische marktjes in Zuid en op het Haarlemmerplein. In Zeeland zijn er twee geprivatiseerde markten die een puinhoop zijn geworden. Twee marktondernemers zitten daar in het bestuur. Het kan heel makkelijk fout gaan. Daarom heb je toch de gemeente

Gemeente Amsterdam

Pagina 8 van 12

nodig. De markt op het Sierplein heeft allemaal heel goede ondernemers. Dat is een fijne groep. Rutger van den Bosch merkt op dat de marktondernemers moeten opereren binnen heel strenge regelgeving. Hij vraagt of de marktkooplui de verantwoordelijkheid op zich willen nemen als er ruimte vrij komt. Ondernemer 3 (Waterloopleinmarkt) wijst erop dat je marktgeld betaalt en daarvoor iets terug verwacht. De gemeente moet het gewoon beter doen. Ondernemer 12 (Reuringmarkt) merkt op dat het college van Amsterdam gekozen heeft voor een aparte afdeling voor markten. Maar het lijkt wel alsof men daarna de handen ervan afgetrokken heeft. Het heeft er nooit meer naar omgekeken. Zij pleit daarom om op een structurele manier vaker met markten te overleggen, en dan niet door de marktmakelaar, maar door de raad. Het gemeentelijk bestuur moet veel dichter op de markten gaan zitten. Je moet het niet alleen bij het marktbureau leggen. Ondernemer 16 (Biomarkt Nieuwmarkt) vindt het marktreglement te veelomvattend. De marktondernemer heeft bijna alleen maar plichten, en heel weinig rechten. Wat betreft de private markten worden appels met peren vergeleken. Op IJburg, of de Sunday Market staan niet alleen ondernemers. Iedereen die iets wil verkopen kan zich aanmelden. Daarom is zo’n markt veel sneller vol. Dat maakt een vergelijking met dat soort markten onmogelijk.

Als met de gemeente via goed overleg tot betere regels gekomen wordt, hoeven gemeentelijke markten niet te veranderen in private markten. Ondernemer 10 zag het vorig jaar echt flink misgaan. Je kreeg te horen dat je een tijdelijke vaste plaats moest aannemen, anders raakte je je nummer kwijt en moest weer onderaan beginnen. Dat is niet wat je zoekt als je zelfstandig ondernemer wilt worden. Sommige mensen willen niet in de winter werken, omdat het te koud is. Of ze hebben handel die niet voor de winter geschikt is. Je krijgt dan bijvoorbeeld te horen dat je maar handschoenen moet gaan verkopen in de winter, in plaats van sieraden. Zo kun je ook een bakker adviseren maar vlees te verkopen. De gemeente bemoeit zich er op die manier teveel mee. Je hebt niet de vrijheid om het anders te doen. Verder is er een marktmakelaar aangewezen om die taak te verrichten. Die besluit tot die tijdelijke vaste plaats. De marktmakelaar heeft de verordening gelezen die verder niemand snapt, zo ingewikkeld is ze. Pas als de verordening in begrijpelijke taal is geschreven, kan de straatmanager zijn werk doen. De marktondernemers kregen de mogelijkheid om het vertrouwen tussen hen en de gemeente te herstellen via gesprekken met de straatmanager. Maar die zegt dan dat het gesprek alleen gevoerd kan worden binnen wat mogelijk is volgens de (ouderwetse) verordening. Dan is er dus geen gesprek.

Ondernemer 12 (Reuringmarkt) is het eens met Ondernemer 16 (Biomarkt Nieuwmarkt) dat het appels met peren vergelijken is. Als zij op de markt van IJburg een schminker wil neerzetten, heeft zij dat in drie minuten geregeld. Op de Albert Cuyp kostte hetzelfde haar een dag, want volgens de regels mag je geen dienstverlening op de markt neerzetten. Vergeleken met gemeentelijke markten is het qua regelgeving allemaal makkelijker op de private markten. Je zou als gemeente kunnen leren van die private markten om de gemeentemarkten beter te kunnen organiseren. Alcohol verkopen, wat op de Sunday Markt mag, kan niet op het Waterlooplein. Ondernemer 2 (CVAH) denkt dat je de gulden middenweg moet zoeken. De gemeente en een aantal ondernemers dat zich bereid verklaart om binnen hun eigen markt op te staan, kunnen samen veel meer korte lijntjes creëren. Op die manier kan je bijvoorbeeld veel sneller regelen dat er een schminker komt. Pieter Rugaart en zij hebben over dit onderwerp een

Gemeente Amsterdam

Pagina 9 van 12

rapportje geschreven en dat aangeboden bij de gemeente. Het idee is dit misschien toe te passen op de Dappermarkt. Daarop zou dan ook de verordening aangepast moeten worden. Overigens hadden marktondernemers toen ze begonnen op een bepaalde markt kunnen weten dat ze aan verplichtingen zouden moeten voldoen, zoals een aanwezigheidsplicht binnen een bepaalde periode. Ondernemer 16 (Biomarkt Nieuwmarkt) reageert dat er nu een aanwezigheidsplicht is per kwartaal. Per drie maanden moet je als vasteplaatshouder tien weken aanwezig zijn. Maar een winter in Nederland kan koud, nat en naar zijn. De vasteplaatshouder in kwestie moet zich dan komen melden, terwijl die tevoren weet dat hij schade zal lijden en verlies maakt. Dat is toch niet iets van deze tijd? Waarom geeft men mensen niet de vrijheid om in een jaar aan een aantal dagen aanwezigheid te voldoen? Elisabeth IJmker begrijpt dat zoiets als het organiseren van een schminker beter moet. Als de regels ingewikkeld zijn, loop je het risico dat er in de toepassing ervan willekeur kan ontstaan. De regels worden in de komende paar jaar aangepast. Er wordt gewerkt aan de Marktverordening. De tussentijdse wijziging van de Marktverordening van een halfjaar geleden was een poging om een aantal kleine dingen te verbeteren.

Ondernemer 1 (diverse markten in Centrum) licht toe dat het bij die tussentijdse wijziging ging om de machtiging en de 25% aanwezigheid voor 58-plus. In plaats van 50% aanwezigheid, zoals dat gold in 2016, hoef je nu nog maar 25% van de tijd aanwezig te zijn. Anouar Yacoubi proeft heel veel frustratie onder de marktondernemers, die nog veel te weinig betrokken worden. Hij vraagt op welke manier de marktondernemers betrokken willen worden bij de nieuwe Marktvisie. Hoe intensief moet dat zijn? Hopelijk wordt dit serieus genomen door de beleidsmakers. 3.

Wat verder nog ter tafel komt

Ondernemer 14 (Dappermarkt) vraagt nadere uitleg over de ‘schaarse’ vergunningen en geeft als voorbeeld de Albert Heijn of de Lidl. Geldt voor hen ook de schaarste en moeten ze na verloop van tijd weg? Of mogen ze blijven zitten zolang ze willen? Erik Schmit verwijst naar de eerdere toelichting van Ondernemer 2 (CVAH). Je mag in de hele stad een winkel openen. Er is dan geen schaarste. Het grote verschil met markten is dat daarvoor gebieden afgebakend zijn. En dan geldt de Europese regelgeving voor schaarste. Ondernemer 14 (Dappermarkt) begrijpt dat. Maar het komt voor dat in een winkelstraat maar drie plekken aangewezen zijn voor horeca, terwijl er vier horecaondernemers zijn. Waarom is er dan geen schaarste aan vergunningen? Erik Schmit antwoordt dat het horecagebied niet afgeschermd is zoals bij een markt. De Europese wetgeving met schaarse vergunningen wordt een groot onderdeel van waar de gemeente straks naar moet kijken. Er is een vertaling nodig van de Europese regelgeving naar de Amsterdamse uitvoering, met aandacht voor anciënniteit, rechten etc. Alles wat hier gezegd is, zal worden betrokken bij de discussie. Ondernemer 5 (Van der Pekstraat/MAC) staat op de middenberm van de Van der Pekstraat. Het verkeer flitst langs.

Borden ‘verboden in te rijden’, ‘verboden te parkeren’, of ‘wegsleepregeling’ ontbreken, terwijl ze wel beschreven staan in het verkeersbesluit in de Staatscourant. Het wordt gewoon niet geregeld, ook al is hij er al jaren mee bezig. En als het al geregeld wordt, komt er een inrijverbod en halen ze het verkeersbord daarna weer weg, dus een stap vooruit en twee achteruit. Het is frustrerend en je wordt er moedeloos van. Hij

Gemeente Amsterdam

Pagina 10 van 12

hoorde dat men in Heerlen de markt niet afgebakend heeft. In Frankrijk doet men dat dus ook niet. Dat zou dus een oplossing kunnen zijn, want op die manier ontstaat er geen schaarste. Hij snapt de verordening, die 58 jaar oud is, nog steeds niet. Zijn ouders van 79 jaar staan nog steeds op de Buikslotermeerpleinmarkt, waar ze niet voldoen aan de driedaagse verplichting. In de verordening staat dat die verplichting alleen van toepassing is op weekmarkten. Hijzelf denkt dat de opstellers van die regeling ‘weekmarkten’ en ‘dagmarkten’ door elkaar gehaald hebben. Het lijkt logisch als ze van toepassing is op dagmarkten. Als marktmeesters iets willen bereiken, zouden ze ook aanwezig moeten zijn. Op weekmarkten is de marktmeester er meestal de hele dag. Op dagmarkten vertrekt de marktmeester na de indeling, want hij heeft vele markten onder zijn beheer. Als er echt iets gebeurt, is er dus geen verantwoordelijke aanwezig. De marktmakelaars doen hun best, maar veel helpt dat niet. Het schiet niet op, terwijl het allemaal veel tijd kost. Je moet naar bijeenkomsten, zonder dat je een vergoeding krijgt. Hijzelf verlaat steeds meer de Amsterdamse markten, want je schaamt je kapot hoe vuil ze achtergelaten worden. Er is geen geld voor een marktmeester op de Van der Pekstraat, maar ’s avonds komt er een ploeg van elf man om alles schoon te maken. Er is geen handhaving.

Buiten Amsterdam lukt het goed met de markten, maar Amsterdam krijgt het niet voor elkaar. Ondernemer 3 (Waterloopleinmarkt) vertelt dat men op het Waterlooplein heeft geprobeerd zelf het vuil op te halen, maar het werkt niet. Ondernemer 15 (Van der Pekstraat/MAC) onderschrijft het betoog van ondernemer 5 (Van der Pekstraat/MAC). Ondernemer 13 (Ten Katemarkt/MAC) merkt op dat men op de Ten Katemarkt voorstander is van een semi-privatisering, maar uiteindelijk wel onder de gemeente. Voor de coronatijd zijn duizenden euro’s gespendeerd om een onderzoeksbureau in te huren. Het plan is goedgekeurd, maar verdween toch ergens in een laatje. 2025 moet het uitstootvrij worden. Hij is op zoek naar een elektrische vrachtwagen die een aanhanger kan trekken. Die heeft hij nog niet gevonden. Ondernemer 12 (Reuringmarkt) herkent deze verhalen. Acht jaar geleden is zij begonnen in de marktbranche en heeft haar tanden erop stuk gebeten. Voor een groot deel heeft zij het achter zich gelaten. Nu werkt zij in de binnenstad voor retailpartijen. Er wordt veel gepraat met grote retailpartijen zoals Amsterdam City, Hema, Bijenkorf en winkeliers. Maar tussen gemeente en marktondernemers is er maar weinig structureel overleg. Voor beide partijen zou het beter zijn als er meer structureel overlegd wordt. Ondernemer 3 (Waterloopleinmarkt) sluit zich daarbij aan.

Eigenlijk zou je zo’n gesprek per markt moeten hebben, want de markten zijn erg verschillend. Je moet er de tijd voor nemen. Ondernemer 8 (Noordermarkt)) staat op heel veel markten in Nederland. In Amstelveen loopt één marktmeester. Hij betaalt voor twee kramen 30 euro, en op de Noordermarkt is dat voor twee kramen 44 euro. De marktmeester is er in Amstelveen de hele dag. De gemeente Amsterdam doet werkelijk iets fout, terwijl het in Amstelveen uitstekend gaat. Ook vervelend is dat hij in Amsterdam alles moet betalen. Hij mag zes weken op vakantie, maar moet wel doorbetalen. Ondernemer 16 (Biomarkt Nieuwmarkt) heeft een vraag over de aanwezigheidsplicht voor mensen boven de 58 jaar zonder kar. Als je boven de 58 jaar bent en je hebt een kar, dan geldt de regel niet. Dat is toch raar? Hij moet dan vervanging inhuren. Hij hoopt dat hetgeen hier besproken is ook aan andere raadsleden wordt verteld.

Gemeente Amsterdam

Pagina 11 van 12

Ondernemer 18 wil dat de gemeente hem als een ondernemer behandelt, niet als een werknemer. Ondernemer 6 (Plein 40-45) hoorde hier veel over de Marktvisie praten, maar in het rapport van de ombudsman staat duidelijk dat het niet gaat om een visie. Ondernemers maken de markt. Zij weten hoe de markt loopt en willen geen inmenging. Ook in de communicatie bij een MAC met het dagelijks bestuur van het stadsdeel. Mocht men er ambtelijk niet uitkomen, dan rest altijd nog de link met de politiek. Hij is voorstander van semi-privatisering. Ondernemer 7 (Noordermarkt)) heeft de indruk dat anciënniteit plotseling iets ‘kwaadaardigs’ geworden is. Maar zonder die anciënniteit kan een marktonderneming niet bestaan. Je leert een goede ondernemer te worden door te proberen steeds een betere plek te bemachtigen op de markt. Dat is de universiteit van de marktondernemer. Het kan niet zonder die anciënniteit. In de Marktverordening beloont men nog steeds loyaliteit. Loyaliteit komt neer op anciënniteit, en tegelijkertijd zegt men nu dat anciënniteit ouderwets is. Ondernemer 1 (diverse markten in Centrum) hoorde dat de termijn in Italië opgerekt is tot dertig jaar. Ondernemer 2 (CVAH) reageert dat de situatie in Italië, Frankrijk en Spanje gelijksoortig is. De marktterreinen zijn niet begrensd. In België is het zoals in Nederland.

Er zijn overigens gemeenten in Nederland die helemaal niet aan de slag gaan met de Europese regelgeving. Zij zat vorige week in een overleg met een gemeente die de huidige marktondernemers hun vergunning laat behouden, terwijl nieuwe een termijn van twintig jaar krijgen. Er zijn overigens heel veel gemeenten in Nederland die niet met anciënniteit werken. Voor de duidelijkheid: zij is geen voorstander van de Brusselse regels over schaarse vergunningen. Liever had zij dat die regel niet bestond, maar uiteraard gaat zij daar niet over. Ondernemer 10 zou graag zien dat voor iemand die een vaste plaats aangeboden krijgt en die niet wil, een ander onder hem met ook een hoog nummer aanspraak op die plaats kan maken. Diegene zou dan niet zijn nummer moeten verliezen. Misschien kan de markt in de winter dan beter gevuld worden. 4.

Afsluiting

Rutger van den Bosch vond het een heel verhelderend gesprek. Hij zal zoveel mogelijk van het besprokene meenemen naar de fractie. Anouar Yacoubi benadrukt dat de kennis en expertise bij de marktondernemers liggen. Erik Schmit dankt de marktondernemers voor hun komst. Ze staan de hele dag op de markt te ondernemen en nemen dan toch de tijd om vanavond hier te komen. Hij waardeert dat enorm. Hij heeft veel geleerd. De basis moet op orde komen. De communicatie en de samenwerking met de gemeente moeten beter. Elke markt is verschillend, dus moet de gemeente samen met de marktondernemers op elke markt gaan kijken. Er moet ruimte zijn om te ondernemen. De taak voor de gemeente is om met alle informatie van deze bijeenkomsten op 19 april verder te gaan met de Marktverordening. Hij hoort graag per mail meer van de marktondernemers. Elisabeth IJmker dankt iedereen. Bij haar bleef de vraag hangen wat er nu binnen de huidige regels beter kan, en welke regels moeten verbeteren. Niet alles kan geregeld worden op 19 april, maar iedereen gaat er hard mee aan de slag. Amel Namane sluit zich aan bij wat door de andere raadsleden is gezegd. Veel van de ideeën die hier naar voren gebracht zijn, zullen meegenomen worden. Op 19 april kunnen drie

Gemeente Amsterdam

Pagina 12 van 12

mensen bij de commissie inspreken op dit onderwerp. Gegadigden kunnen zich melden bij Nicky Vos. Zij zal ervoor zorgen dat de verslagen van dit en het vorige gesprek naar de deelnemers gestuurd worden. De details over de vergadering van 19 april a.s. zullen toegevoegd worden aan die mail. Zij sluit de bijeenkomst om 20.42 uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12632014/1