278.25 Motie Burgers onderzoek naar organisatiecultuur
Tekst van het document
Motie Datum raadsvergadering Ingekomen onder nummer Status Onderwerp
9 en 10 juli 2025 278 Ingetrokken Motie van het lid Burgers inzake Onderzoek naar organisatiecultuur
Onderwerp Een onderzoek naar de organisatiecultuur. Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over Kennisnemen van de evaluatie van de betalingsproblemen door de implementatie van AFIS (VN2025-010617). Constaterende dat, - De ingerichte governance niet passend was voor de complexiteit van AFIS; - Het programma onvoldoende in positie werd gebracht om te sturen op veranderingen die concern-breed in de processen doorgevoerd moesten worden; - Het programma onvoldoende krachtig heeft geëscaleerd, toen er te weinig voortgang werd geboekt; - Betrokken ambtenaren onvoldoende voorbereid waren op de implementatie van AFIS; - De directies onvoldoende eigenaarschap tonen voor de veranderingen en de noodzaak om hun werkwijzen aan te passen; - Het GMT de veranderopgave niet zwaar genoeg heeft gewogen; - Er bij het programma te weinig verantwoordelijkheidsgevoel leefde; - De wethouder eerder door de rekeningencommissie is gewaarschuwd dat cultuur- en gedragsveranderingen nodig waren, ten aanzien van eigenaarschap binnen de gehele organisatie. Overwegende dat, - Bij een goed functionerende organisatiecultuur fouten, zoals de betalingsachterstanden bij de implementatie van AFIS, beter voorkomen kunnen worden; - Het voor de toekomst van de gemeentelijke organisatie belangrijk is dat de organisatiecultuur verbeterd wordt.
Verzoekt het college van burgemeester en wethouders -
Een extern en onafhankelijk onderzoek te verrichten naar de organisatiecultuur binnen de gemeente Amsterdam, waarbij de geleerde lessen bij de evaluatie van de implementatie
Gemeente Amsterdam
-
Status Ingetrokken Pagina 2 van 2
van AFIS als leidraad worden aangehouden. Het onderzoek zal zich ten minste richten op de verbeteringen van: o Eigenaarschap en verantwoordelijkheidsgevoel; o Transparantie in werkwijze en communicatie; o Verhouding tussen de positie van leidinggevende en de uitvoerders; o Escalatie. De uitkomsten van het onderzoek te delen met de raad.
Indiener(s), H.C. Burgers