264.21.Amendement Van Renssen c.s. afwijken door college door hogere norm te stellen
Tekst van het document
Amendement Datum raadsvergadering Ingekomen onder nummer Status Onderwerp
21 april 2021 264 Aangenomen bij schriftelijke stemming op 26 april 2021 Amendement van de leden Van Renssen, Mbarki en A.L. Bakker inzake Hemelwaterverordening (afwijken door college door hogere norm te stellen)
Onderwerp Vaststellen van de Hemelwaterverordening Amsterdam
Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over Vaststellen van de Hemelwaterverordening Amsterdam Constaterende dat: - De stad nog onvoldoende in staat is om de gevolgen van klimaatverandering, waaronder extreme buien en perioden van droogte, op te vangen, met risico’s zoals het onderlopen van straten met schade aan verharding en verslechterde bereikbaarheid tot gevolg, grondwater0verlast- en onderlast, schade aan funderingen, het afsterven van bomen en planten in parken, schade aan kelders en gebouwen, uitval van vitale functies zoals de stroomvoorziening en afname van kwaliteit van het oppervlaktewater Overwegende dat: - Minimaal 60 liter hemelwater dient te worden opgevangen per m2 bebouwd oppervlak; - deze norm inmiddels wordt ingehaald door de werkelijkheid; - het KNMI op basis van recente metingen heeft aangeven dat de laatste klimaatscenario’s uit 2014 naar boven bijgesteld worden; - Het college in de Hemelwaterverordening de mogelijkheid heeft om af te wijken van de voorgeschreven capaciteit; - Het naar beneden bijstellen van deze norm echter onwenselijk is, gezien de uitdaging waar de stad voor staat in het bergen van hemelwater
Gemeente Amsterdam
Status Aangenomen bij schriftelijke Pagina 2 vanstemming 2 op 26 april 2021
Besluit: Artikel 5, eerste lid, tweede zin van de Verordening als volgt te wijzigen: de volgende zinsnede toe te voegen: "door een hogere norm te stellen", zodat die zin als volgt komt te luiden: Daarbij kan het college afwijken van de voorgeschreven capaciteit van de hemelwaterberging, bedoeld in artikel 4, door een hogere norm te stellen, als dit noodzakelijk is met het oog op een doelmatige waterberging.
Indieners N.A. van Renssen S. Mbarki A.L.Bakker