261.24 Amendement Broersen c.s. hoe bereik je ondervertegenwoordigde groepen
Tekst van het document
Amendement Datum raadsvergadering Ingekomen onder nummer Status Onderwerp
26 juni 2024 261 Aangenomen Amendement van de leden Broersen c.s. inzake hoe bereik je ondervertegenwoordigde groepen
Onderwerp Hoe bereik je ondervertegenwoordigde groepen
Aan de gemeenteraad Ondergetekende(n) hebben de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over de Participatieverordening
Constaterende dat -
-
-
Artikel 5b van de ‘Participatieverordening gemeente Amsterdam 2024’ voorschrijft dat er een toelichting moet zijn op welke inwoners en belanghebbenden de participatie zich richt; In artikel 4c van dezelfde verordening de inspanningsverplichting is opgenomen om specifieke groepen, waarvan bekend is dat ze ondervertegenwoordigd zijn, te betrekken bij het participatieproces; Deze inspanningsverplichting in artikel 4c niet expliciet is benoemd in het artikel 5b of in de artikelsgewijze toelichting van artikel 5b.
Overwegende dat: -
-
Het belangrijk is dat de inspanningsverplichting uit artikel 4c ook in de context van artikel 5b expliciet wordt benoemd om een inclusieve en representatieve participatie te waarborgen; Het nader ingaan op de manier waarop er aan de inspanningsverplichting zal worden voldaan in artikel 5b ervoor zorgt dat bij het opstellen van een participatieplan bewust aandacht wordt besteed aan de wijze waarop ondervertegenwoordigde groepen worden betrokken in het proces;
Gemeente Amsterdam
Status Pagina 2 van 2
Besluit: Aan artikel 5 Inhoud participatieplan, eerste lid, toe te voegen onder “b. een toelichting op welke inwoners en belanghebbenden de participatie zich richt ”; c. een toelichting over de inspanningsverplichting voor het betrekken van ondervertegenwoordigde groepen;
En bij artikel 5 Inhoud participatieplan, eerste lid, het volgende te wijzigen: c. de mate van invloed van deelnemers, waarbij een keuze wordt gemaakt tussen meebepalen, samenwerken (co creatie), adviseren, reageren, informeren en luisteren, of een combinatie hiervan; d. met welke kaders er, in ieder geval juridisch, financieel en beleidsmatig, in het participatietraject rekening moet worden gehouden; e. de wijze waarop en tijdvak waarin inwoners en belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren; f. wanneer en hoe de opbrengsten van de participatie worden teruggekoppeld en wanneer deze
naar:
d. de mate van invloed van deelnemers, waarbij een keuze wordt gemaakt tussen meebepalen, samenwerken (co creatie), adviseren, reageren, informeren en luisteren, of een combinatie hiervan; e. met welke kaders er, in ieder geval juridisch, financieel en beleidsmatig, in het participatietraject rekening moet worden gehouden; f. de wijze waarop en tijdvak waarin inwoners en belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren; g. wanneer en hoe de opbrengsten van de participatie worden teruggekoppeld en wanneer deze opbrengsten worden afgewogen en meegenomen in besluiten;
Indiener(s), J. Broersen M. Belkasmi J.M. Krom E.W. Schmit F. Bouali J.A. Veldhuyzen C.K.E. Kabamba