CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

260123 RIB Verbeteracties n.a.v. het Verwey-Jonker rapport over het Amsterdamse inburgeringsaanbod.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 11 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Verbeteracties naar aanleiding van het Verwey-Jonker rapport over het Amsterdamse inburgeringsaanbod (VN2026-001020)4.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 23 januari 2026 Volwasseneneducatie, Laaggeletterdheid en Inburgering Rutger Groot Wassink WPI / Inburgering & Taal, bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl Verbeteracties n.a.v. het Verwey-Jonker rapport over het Amsterdamse inburgeringsaanbod

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 25 november jl. bent u geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief1 over de publicatie van het rapport van ‘De Wet inburgering 2021 in uitvoering, Ervaringen van inburgeraars en professionals in Amsterdam’. In dit onderzoek door het Verwey-Jonker Instituut stond de vraag centraal hoe inburgeraars en professionals de opzet van het beleid en de uitvoering van de Wet inburgering 2021 (Wi2021) in Amsterdam ervaren. De Wi2021 is een lerend stelsel. In Amsterdam hebben we dan ook voortdurend aandacht voor verbetering van ons inburgeringsaanbod. Om die reden is er vorig jaar opdracht gegeven om de Amsterdamse uitvoering van de Wi2021 te evalueren. Sinds de publicatie is gereflecteerd op de uitkomsten en de aanbevelingen van het onderzoek. De resultaten van het onderzoek zijn een herkenbare weergave van de huidige praktijk en laten een breed draagvlak zien voor de Amsterdamse inburgeringsaanpak. Ook constateert het VerweyJonker Instituut uitdagingen waarmee we aan de slag moeten. Met deze raadsinformatiebrief informeert het college u over de acties waarmee we het Amsterdamse inburgeringsaanbod al hebben verbeterd en op welke wijze andere aanbevelingen worden opgepakt. Hiermee wordt voldaan aan de toezegging uit de laatstgenoemde raadsinformatiebrief. Daarnaast informeren we u over een nieuwe samenwerking met taalaanbieders per januari 2026.

We eindigen deze brief met informatie over de landelijke ontwikkelingen ten aanzien van de financiële middelen voor de inburgering en de voorgenomen asielwetten. Om u een beeld te geven van de omvang van ons inburgeringsaanbod in Amsterdam, ziet u hieronder een overzicht van de aantallen inburgeraars per doelgroep statushouders en gezinsmigranten in Amsterdam.2 Peildatum is 21 december 2025. 1

Raadsinformatiebrief ‘Publicatie rapport over de Amsterdamse aanpak van de Wet Inburgering 2021’ van 25 november 2025. Voor het rapport zie het Verwey-Jonker Instituut, De Wet inburgering 2021 in uitvoering, Ervaringen van inburgeraars en professionals in Amsterdam november 2025. 2 ‘Statushouders’ zijn asielmigranten die een verblijfsvergunning hebben gekregen. Mensen die zich als nareiziger of gezinshereniger vestigen bij een statushouder, vallen ook onder de groep statushouders. ‘Gezinsmigranten’ zijn naar Nederland gekomen om bij een (Nederlands) gezinslid te verblijven. ‘Overige migranten’ zijn migranten die in Nederland verblijven als imam, rabbijn, kloosterling of vreemdelingen met een niet-tijdelijke humanitaire status. De groep overige migranten is relatief klein. We plaatsen deze twee groepen daarom samen onder de noemer gezinsmigranten.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Amsterdam In de opvang Statushouders 725 Gezinsmigranten N.v.t. Totaal 725 *hiervan zijn 605 ‘overige migranten’.

Datum 23 januari 2026 Pagina 2 van 10

Gehuisvest 3.533 5.170 8.703

Totaal 4.258 5.170* 9.428

Uitwerking aanbevelingen Verwey-Jonker In de vorige raadsinformatiebrief gaven we een korte opsomming van de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek. Vier jaar na de invoering van de Wi2021 is de uitvoering in Amsterdam goed op gang. De eerste inburgeraars hebben hun traject afgerond: zij spreken Nederlands en hebben kennis van de Nederlandse samenleving. Daardoor kunnen zij meedoen, bijvoorbeeld door betaald werk te vinden. Statushouders die nog op een COA-locatie verblijven, hoeven nog niet in te burgeren. Amsterdam benadert hen wel proactief via de Vroege start en Startbanen, zodat zij de mogelijkheid hebben om te starten met inburgeren en/of werken. In deze brief bespreken we op hoofdlijnen de huidige stand van zaken van verschillende inburgeringsonderdelen3 met daarbij de aanbevelingen van Verwey-Jonker en de reeds ingezette of toekomstige verbeteracties om onze dienstverlening aan inburgeraars te verbeteren. Achtereenvolgens komen aan bod: 1. Begeleiding en monitoring inburgeraars 2. Taalstart en inburgeringsroutes 3. Dienstverlening vanuit de COA-opvang 4. Combineren taal en participatie 5. Financieel ontzorgen 6. Gezinsmigranten 1. Begeleiding en monitoring inburgeraars Amsterdam investeert fors in de begeleiding en monitoring van inburgeraars. Klantbegeleiders van de afdeling Inburgering en Taal begeleiden inburgeraars vanuit de Wi2021 en de Participatiewet.

De klantbegeleider stelt na de Brede Intake en de Taalstart samen met de statushouder een Plan Inburgering & Participatie (PIP) op, waarin afspraken over het inburgeringstraject en de begeleiding door de klantbegeleider zijn vastgelegd. Daarnaast houdt de klantbegeleider voortgangsinformatie van de inburgeraar bij in het informatiesysteem BASIS. Aanbeveling Verwey-Jonker Instituut Het Verwey-Jonker beveelt aan om (tussentijdse) resultaten beter in kaart te brengen en zo meer inzicht te krijgen in de deelname aan de diverse onderdelen van het Amsterdamse inburgeringsaanbod, inclusief de wachttijden voor inburgeraars om gekoppeld te worden aan een klantbegeleider. Daarnaast wordt aanbevolen te investeren in een voldoende groot en stabiel personeelsbestand van klantbegeleiders.

3 Een uitgebreide toelichting over de verschillende onderdelen van de inburgering leest u in de brief Uitwerking

van het nieuwe inburgeringsstelsel voor Amsterdamse statushouders d.d. 16 november 2021.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 23 januari 2026 Pagina 3 van 10

Ingezette verbeteracties Momenteel wordt er hard gewerkt om alle aan Amsterdam gekoppelde statushouders van een PIP te voorzien. Er was een tekort aan klantbegeleiders om alle statushouders direct te kunnen ondersteunen. De afgelopen tijd is de capaciteit opgeschaald met 55 klantbegeleiders en met de lopende werving wordt naar verwachting in Q1 2026 voldoende bezetting bereikt. Daarmee investeren we in een stabiel personeelsbestand met een adequate omvang. Zo kunnen we de doorlooptijden verbeteren en tijdig een inburgeringsaanbod aanbieden. We bouwen aan een dashboard met inburgeringsdata en sturen meer aan op de invoering van voortgangsinformatie vanuit klantbegeleiders over inburgeraars in de informatiesystemen, zodat meer inzicht ontstaat. Hiermee ondervangen we de tijdelijke situatie waarbij deze informatie niet automatisch gegenereerd kan worden uit de systemen, vanwege de overgang van het klantvolgsysteem RAAK naar het informatiesysteem BASIS. 2. Taalstart en inburgeringsroutes Aan statushouders biedt de gemeente Amsterdam de Taalstart als onderdeel van de Brede Intake. Dit is een zes weken durend programma om te observeren welke inburgeringsroute het beste bij de statushouder past. Voor statushouders die al werken of de taal spreken is er in plaats van de Taalstart een uitgebreide intake van een halve dag waarin de leerbaarheidstoets en andere toetsen worden afgenomen.

Na vaststelling van het PIP start de inburgeraar met de leerroute van het inburgeringstraject. In de Wi2021 zijn er drie leerroutes naar inburgering: de B1-route, de onderwijsroute en de zelfredzaamheidsroute (Z-route). De gemeente Amsterdam heeft hier nog een vierde route aan toegevoegd: de zogenaamde B1-mbo-route. Helaas zien we dat er door een tekort aan NT2-docenten inburgeraars op dit moment bij sommige taalaanbieders niet tijdig kunnen beginnen met taallessen. Zo bedraagt de wachttijd voor de Taalstart in de Brede Intake momenteel circa vier à vijf maanden, hetgeen onacceptabel lang is en ertoe leidt dat de totale doorlooptijd tot start van de inburgeringsroute kan oplopen tot circa zeven maanden. De aanvang van de inburgering loopt hierdoor onnodig veel vertraging op. Aanbeveling Verwey-Jonker Instituut Het Verwey-Jonker Instituut beveelt aan om in samenwerking met de taalaanbieder een tijdige start met taallessen (inclusief de Taalstart) tot prioriteit te maken. In het rapport wordt bovendien aanbevolen om statushouders beter voor te lichten over (het doel van) de Taalstart en gerichter te kijken of de Taalstart voor iemand ingezet moet worden. Ingezette verbeteracties In samenwerking met de taalaanbieder werken we aan een drastische terugdringing van wachttijd.

De samenwerking met de aanbieders binnen de Z-route en de B1-route hebben we niet verlengd, omdat zij de overeengekomen doorlooptijden structureel niet haalden. We richten ons nu op een soepele overgang naar de nieuwe contractpartners per 1 januari 2026 (waarover hieronder meer) en het zo snel mogelijk plaatsen van inburgeraars die vertraging hebben opgelopen. Met de taalaanbieder van de Taalstart hebben we inmiddels afspraken gemaakt voor betere voorlichting en communicatie naar de statushouders over het doel en het belang van de Taalstart.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 23 januari 2026 Pagina 4 van 10

Bovendien is de Taalstart niet langer een verplicht onderdeel. In sommige gevallen is ook een uitgebreide intake een passend alternatief. Toekomstige verbeteracties • In januari 2026 wordt een start gemaakt met het uitwerken van varianten van de Taalstart om zo meer maatwerk te kunnen bieden. Dit betekent bijvoorbeeld kortere trajecten waardoor de Taalstart eerder en vaker kan worden aangeboden en er beter gedifferentieerd kan worden op niveau. • Bij de nieuwe aanbesteding die per 1 januari 2026 ingaat is met de gegunde taalaanbieders van de B1-route en de Z-route afgesproken dat zij frequent overleg voeren met de gemeente waarin doorlooptijden en volgende startmomenten een standaard onderdeel van gesprek zijn. Bovendien is er nu de mogelijkheid om lang wachtende inburgeraars bij de andere aanbieder (binnen de B1-route) te laten starten omdat er twee taalaanbieders zijn. 3. Dienstverlening vanuit de COA-opvang Zoals u weet hecht het college er veel belang aan dat statushouders in de opvang, die wachten op huisvesting in de gemeente, al vroeg kunnen starten met hun inburgering en participatie.4 Met de aanpak ‘Vroege start’ en de pilot Startbanen wil Amsterdam vroeg investeren in (de begeleiding van) statushouders.

Een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van de ‘Vroege start’5 laat zien dat vroegtijdig aanbod op inburgering en participatie van meerwaarde is voor zowel statushouder en maatschappij. Zo wordt bovendien voorkomen dat deze groep perspectiefloos in de wachtstand zit, aldus de MKBA. Vanuit de gemeente worden daarom verschillende activiteiten op de COA-opvanglocaties aangeboden. Het gaat om de pilot Asielzoekers aan het werk, en voor statushouders de aanpak Vroege start, de pilot Startbanen en de servicegesprekken vanuit de GGD (onderdeel maken van de Brede Intake). Het is onze ambitie om een doorlopende lijn van opvang naar huisvesting en werk/participatie in de stad te bewerkstelligen. We streven ernaar dat bovenstaande activiteiten elkaar kunnen versterken en uiteindelijk kunnen worden geïntegreerd. Aanpak Vroege start De gemeente Amsterdam biedt via de aanpak ‘Vroege start’ statushouders de kans om al te starten met inburgeren en participatie vanuit het azc, terwijl zij wachten op huisvesting in de gemeente. De Vroege start bestaat uit voorlichting in de opvangcentra om statushouders te informeren, activeren en motiveren om te starten met hun inburgering vóór huisvesting. Het inburgeringstraject verloopt op dezelfde manier als voor gehuisveste statushouders in Amsterdam.

Na aanmelding worden zij gekoppeld aan een specifieke ‘klantbegeleider Vroege start’ en kunnen zij beginnen met de Taalstart. Deelname is vrijwillig. Aan Amsterdam gekoppelde statushouders die verblijven in opvanglocaties elders in Nederland, ontvangen welkomstpakketten met informatie over starten met inburgeren vanuit de opvang.

4 RIB ‘Stand van zaken Vroege start aanpak statushouders’ van 15 november 2024. 5 Significant Public, MKBA Vroege Start gemeente Amsterdam, juli 2024.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 23 januari 2026 Pagina 5 van 10

Aanbeveling Verwey-Jonker Instituut Verwey-Jonker doet de aanbeveling om in samenwerking met het COA en taalaanbieders te onderzoeken waarom weinig statushouders deelnemen aan de Vroege start en welke belemmeringen hier weggenomen kunnen worden. Ingezette verbeteracties De focus ligt op dit moment op het zorgvuldig doorgeleiden van de reeds ontvangen aanmeldingen naar de Taalstart. Parallel hieraan worden twee nieuwe ‘klantbegeleiders Vroege start’ geworven die structureel en specifiek worden ingezet in de opvanglocaties. Op dit moment worden statushouders van de Vroege start ook zonder klantbegeleider aangemeld voor de Taalstart, zodat zij niet hoeven te wachten met taallessen. De hierboven beschreven wachttijden bij de Taalstart hebben ook effect op de Vroege start. We bieden daarom een alternatief aanbod en zoeken we naar andere oplossingen, zodat statushouders zo snel mogelijk aan de slag kunnen. Bovendien zijn er nieuwe afspraken gemaakt met de taalaanbieder van de Taalstart, waardoor het makkelijker wordt om zonder Taalstart, maar met een uitgebreide intake eerder te starten met een inburgeringsroute. Toekomstige verbeteracties • Voor inburgeraars die MBO+ taalonderwijs willen volgen is er een intensief overbruggingstraject van zes maanden beschikbaar gemaakt per januari 2026.

Het is een programma voor statushouders én andere Amsterdammers met fysieke lessen en huiswerkbegeleiding. • Voor aan Amsterdam gekoppelde statushouders in de opvang elders in Nederland is er digitaal taalaanbod beschikbaar. Daarnaast is er voor theoretisch geschoolden als proef vanaf januari 2026 een taalversnellingstraject ingekocht via de UAF Academie op Afstand. Dit bestaat uit één jaar intensieve online taallessen en begeleiding richting niveau B1. Bij succes kan deze proef worden uitgebreid. 4. Combineren taal en participatie Zowel de Wi2021 als gemeente Amsterdam zetten in op meedoen vanaf de start, bij voorkeur via (betaald) werk of onderwijs. Daarvoor hebben we in Amsterdam onder andere de Vroege start en de pilot Startbanen. Amsterdam ziet de toegevoegde waarde van werk, en zet zich in om statushouders zo snel mogelijk te laten werken. Wel is het duidelijk een uitdaging voor statushouders om taallessen te combineren met (betaald) werk of participatieactiviteiten vanwege onder andere een beperkte financiële prikkel, wachttijden bij de taalaanbieder, onvoorspelbare roosters en een voorkeur om eerst op taal te concentreren. Aanbeveling Verwey-Jonker Instituut Het Verwey-Jonker Instituut beveelt aan om taallessen flexibeler aan te bieden.

Klantbegeleiders dienen duidelijke handvatten en voorbeelden te hebben bij de begeleiding op duale inburgeringstrajecten die taal en participatie combineren.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 23 januari 2026 Pagina 6 van 10

Ingezette verbeteracties • Bij de nieuwe aanbesteding voor de B1 route die per 1 januari 2026 ingaat, is op aanbeveling van het Verwey-Jonker Instituut al expliciet opgenomen dat er flexibel taalaanbod moet zijn in de weekenden of avonden. Ook gaat geëxperimenteerd worden met een ‘afbouwtraject’ waarbij een steeds minder intensief taalaanbod gecombineerd wordt met een steeds intensiever participatietraject. • Momenteel wordt de samenwerking met het eigen re-integratiebureau AmsterdamWerkt! voor statushouders geïntensiveerd. Eenzelfde lijn wordt uitgezet in samenwerking met Pantar, waarin geëxperimenteerd wordt met trajecten voor statushouders en asielzoekers. 5. Financieel ontzorgen Gemeenten hebben sinds de Wi2021 de taak om bij statushouders de eerste zes maanden na huisvesting de vaste lasten in te houden van de bijstandsuitkering, zodat zij zich in deze beginperiode kunnen focussen op hun inburgering en participatie en daarnaast kunnen werken aan financiële redzaamheid. Door een recente wetswijziging mag een gemeente voortaan maatwerk toepassen en een individuele afweging maken voor welke statushouders het financieel ontzorgen nodig is. Dit geeft ons de mogelijkheid beter naar de individuele behoeften en omstandigheden te kijken en daar de begeleiding op aan te passen.

Naast het ontzorgen bij de vaste lasten bieden de Buurtteams de module Geldzaken om statushouders wegwijs te maken in de Nederlandse financiële systemen. Aanbeveling Verwey-Jonker Instituut Het Verwey-Jonker instituut doet de aanbeveling om bij het financieel ontzorgen meer maatwerk te bieden en waar mogelijk dit onder begeleiding eerder af te bouwen. Daarbij wordt de aanbeveling gedaan om de deelname aan de module Geldzaken te verhogen en de training beter toegankelijk te maken in de eigen taal. Ingezette verbeteracties • Naast dat de vaste lasten niet meer standaard voor alle statushouders worden ingehouden, bieden we voortaan met een nieuw proces van evaluatiemomenten meer maatwerk bij het financieel ontzorgen. We onderzoeken hoe het financieel ontzorgen zorgvuldig met de statushouder kan worden afgebouwd, zodat er geen schulden ontstaan. Daarnaast kijken we waar de begeleiding kan worden verbeterd bij belangrijke levensgebeurtenissen die financiële consequenties hebben. • In afstemming met de Buurtteams bieden we de module Geldzaken ook aan in de avonduren om te onderzoeken of dit de deelname verhoogt. • In januari 2026 start tevens een pilot waarin de module Geldzaken wordt geboden op een rustiger moment, namelijk na huisvesting in de gemeente en vóór de start van het inburgeringstraject. Ook testen we met het bieden van de module in eigen taal.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 23 januari 2026 Pagina 7 van 10

6. Gezinsmigranten Gemeenten voeren, zoals eerder genoemd, onder de Wi2021 de regie over de inburgering. Dit geldt ook voor gezinsmigranten. Gezinsmigranten moeten in tegenstelling tot statushouders zelf hun taallessen betalen, eventueel met behulp van een DUO-lening. De gemeente bekostigt voor hen wel de MAP en de PVT. Aanbeveling Verwey-Jonker Instituut Het Verwey-Jonker Instituut komt met meerdere aanbevelingen, waaronder het in kaart brengen van doorlooptijden, het investeren in een stabiel personeelsbestand, het ontwikkelen van een duidelijke handleiding gericht op gezinsmigranten en het in beeld brengen waarom gezinsmigranten (geen) gebruik maken van taalaanbieders in het Kwaliteitsconvenant Inburgering en Taal. Ingezette verbeteracties • Er is veel aandacht voor doorlooptijden binnen de uitvoering. Er zijn meerdere ‘klantbegeleiders gezinsmigranten’ en een extra teammanager gezinsmigranten aangenomen. Het personeelsbestand is daarmee stabieler. • De communicatiemiddelen (bijv. de klantreis en de uitnodigingsbrieven) zijn de afgelopen periode verbeterd. Toekomstige verbeteractie • De samenwerking met taalaanbieders uit het convenant wordt verder geïntensiveerd. Klantbegeleiders raden alleen nog taalaanbieders aan uit het Kwaliteitsconvenant Inburgering en Taal.

Overige ontwikkelingen inburgering Tot slot informeren we u over het nieuwe inburgeringsaanbod, en over de landelijke ontwikkelingen ten aanzien van de kosten van inburgering en de voorgenomen asielwetten en gevolgen voor inburgering. Nieuw inburgeringsaanbod 2026-2027 In 2021 hebben de gemeenten Amsterdam en Diemen een gezamenlijke aanbesteding uitgevoerd om goed inburgeringsonderwijs in te kopen. Op 1 januari 2022 zijn vier contracten ingegaan voor de uitvoering van inburgeringstrajecten6. Amsterdam is zich bewust van het lerende en adaptieve inburgeringsstelsel. Daarom is besloten om het contract met de taalaanbieder voor de B1-route en Z-route na 2025 niet te verlengen. In het najaar van 2025 heeft gemeente Amsterdam een nieuwe aanbesteding voor de B1- en de Z-route uitgevoerd voor de jaren 2026 en 2027. Het doel hiervan was het contracteren van betrouwbare taalaanbieders die voorzien in een effectief en efficiënt cursusaanbod, zonder wachtlijst, dat aansluit bij de uiteenlopende behoeften van cursisten. Met de ingekochte trajecten kunnen inburgeringsplichtige nieuwkomers hun inburgering op het voor hen hoogst haalbare niveau afronden.

We streven ernaar dat de nieuwe inburgeringstrajecten beter aansluiten bij activiteiten gericht op (arbeidsmarkt)participatie en opleiding, daarom hebben 6 Over de uitwerking van deze trajecten kunt u meer teruglezen in de Raadsinformatiebrief ‘Uitwerking van het

nieuwe inburgeringsstelsel voor Amsterdamse statushouders’ van 16 november 2021.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 23 januari 2026 Pagina 8 van 10

we meer mogelijkheden voor maatwerk gecreëerd. We kunnen een flexibel aanbod doen qua intensiteit en doel van het traject en er zijn meer mogelijkheden voor avond- en weekendlessen. Aanbevelingen Verwey-Jonker Instituut Het Verwey-Jonker Instituut heeft onder andere aanbevolen om dubbele intakes te voorkomen, te identificeren waar risico's op vertraging bij de start van leerroutes zitten en te zorgen voor heldere afspraken en instructies ten aanzien van het monitoren van de voortgang van statushouders. Ingezette verbeteracties Met de geleerde lessen van de afgelopen jaren en de aanbevelingen van het Verwey-Jonker rapport in het achterhoofd, heeft Amsterdam ervoor gekozen om de B1-route op te splitsen in twee percelen: de B1-route snel en de B1-route regulier omdat de doelgroep van beide routes significant anders is. Ook is besloten om voor de B1-route met twee taalaanbieders in verschillende stadsgebieden te werken. Dit in verband met het verwachte hoge volume en omdat is gebleken dat één aanbieder voor deze opdracht te kwetsbaar is. We zien dit als oplossing om toekomstige wachttijden te voorkomen. Het is belangrijk om te vermelden dat reeds gestarte cursisten hun inburgeringstraject afmaken bij de oude taalaanbieder. De gegunde partijen die vanaf 1 januari 2026 de trajecten voor de B1-route zijn Taalschool Sagénn, TopTaal en de Stichting VU.

Voor de Z-route is dat de Stichting voor Interculturele Participatie en Integratie (SiPi). Amsterdam heeft veel vertrouwen in de nieuw gecontracteerde taalaanbieders. We kijken uit naar een succesvolle samenwerking in de komende jaren. Toekomstige verbeteracties • Mogelijkheid scheppen om met kleinere groepen te starten voor een tijdelijk hoger tarief, of het combineren van groepen van verschillende aanbieders. • Vaststellen van uitvoerbare en tijdgebonden werkafspraken in afstemming met de taalaanbieders voor de aanvang van de contracten over de monitoring van de voortgang en het sturen op resultaten. Landelijke ontwikkelingen over de kosten voor inburgering De afgelopen jaren voert gemeente Amsterdam, samen met de G4 en de VNG, intensief overleg met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: SZW) over de nieuwe Wi2021. Zoals u weet is het college groot voorstander van de wet, maar we hebben altijd onze zorg geuit over de uitvoerbaarheid hiervan binnen de gestelde financiële kaders. Het Rijk komt tot op heden de eerder gemaakte bestuurlijke afspraken7 niet na. Onderdeel van de afspraken is het uitgangspunt dat gemeenten passende financiering ontvangen voor de uitvoering van de Wi2021, dus dat eventuele hogere kosten leiden tot een bijstelling van het budget.

Inmiddels worden gemeenten geconfronteerd met een aanzienlijk hogere instroom van inburgeraars dan de prognoses die destijds door een onafhankelijk onderzoeksbureau werden gemaakt8. Dat leidt tot 7 Zie: Bestuurlijke afspraken over de doorstroom migratie tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het

Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg en het Rijk van 26 augustus 2022. 8 Het uitgangspunt voor het onderzoek van AEF was dat gemeenten samen jaarlijks met 18.100 inburgeraars werken. Vanuit die assumptie van het ‘volume’ werden de kosten per inburgeraar berekend. De instroom is echter

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 23 januari 2026 Pagina 9 van 10

een druk op de organisatie, en op de financiële middelen. In maart 2025 heeft het college samen met de andere G4-gemeenten een brandbrief aan het kabinet uitgestuurd en aangegeven dat wij zonder passende financiering genoodzaakt zijn om bepaalde taken naast ons neer te leggen9. De VNG is hierover in gesprek met SZW. In opdracht van SZW heeft financieel-economisch onderzoeksbureau Cebeon in 2025 onderzoek gedaan naar de kosten die gemeenten maken voor de uitvoering van de Wet Inburgering 2021. Het rapport zou in december 2025 gepubliceerd worden maar is om onduidelijke redenen uitgesteld. Op dit moment is er nog geen overeenstemming met SZW over de benodigde middelen, wat tot grote gevolgen leidt. Zonder een verhoging van de rijksbijdrage voor de uitvoering kunnen gemeenten niet genoeg medewerkers aannemen en is het onmogelijk voor gemeenten om aan hun wettelijke verplichting (tijdig aanbod) te voldoen. In het ergste geval zullen wij genoodzaakt zijn om onze dienstverlening aan inburgeraars te versoberen, iets wat het college zeer onwenselijk acht. Amsterdam spant zich, in samenwerking met de VNG, volop in om de staatssecretaris ertoe te bewegen voldoende middelen voor de uitvoering van de inburgering ter beschikking te stellen, volgens afspraak. Dat moet via de Voorjaarsnota van het Rijk geregeld worden.

In de eerstvolgende voortgangsbrief zal het college u hierover een update geven. Landelijke ontwikkelingen over de voorgenomen asielwetten en gevolgen voor inburgering Het huidige demissionaire kabinet heeft het afgelopen anderhalf jaar ingezet op het sterk terugdringen van de komst van vluchtelingen en het bevorderen van terugkeer van mensen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben. Momenteel ligt er een zeer onwenselijk wetgevingspakket ter behandeling in de Eerste Kamer, bestaande uit de Asielnoodmaatregelenwet en de wet op het Tweestatusstelsel. Onder meer wordt het recht op gezinshereniging voor oorlogsvluchtelingen ingeperkt en de asielvergunning voor onbepaalde tijd afgeschaft. Bovendien ligt het verbod op voorrang huisvesting voor statushouders voor in de Tweede Kamer en is er een wetsvoorstel om de termijn voor naturalisatie te verlengen van vijf naar tien jaar. Al deze voorgenomen wetten hebben ook grote negatieve gevolgen voor de inburgering en integratie van nieuwkomers in Amsterdam. Zo zullen nieuwkomers en werkgevers minder geneigd zijn te investeren in de toekomst als hun verblijf tijdelijk of onzeker is. Ook de wetenschap dat gezinsleden (mogelijk) niet toegelaten worden tot Nederland vermindert de motivatie tot integratie en levert bijkomend zorgen en stress over hun situatie in vaak moeilijke omstandigheden.

Tot slot zorgt het voorgenomen verbod om statushouders met voorrang te huisvesten ervoor dat zij veel langer in de COA opvang zitten. Ook dit heeft een vertraagde start met inburgering en werk tot gevolg. De consequenties hiervan zijn ernstig. We verwachten dat statushouders minder snel op eigen benen leren staan en minder (financieel) zelfredzaam zijn. Het gebrek aan perspectief en de onzekerheid om hier een leven op vele malen hoger. Uit informatie van DUO blijkt dat er sinds de inwerkingtreding van de Wi2021 op 1 januari 2022 tot 1 juni 2025 in totaal 111.639 personen inburgeringsplichtig zijn geworden op basis van deze wet (bron: uitvoeringsbrief SZW van 9 juli 2025). Dat is een instroom van omgerekend +- 32.700 inburgeraars jaarlijks, fiks hoger dan de geschatte 18.100 inburgeraars door AEF. 9 Zie: Binnenlands bestuur ‘Brandbrief G4 om financieel tekort inburgering’ van 3 april 2025.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 23 januari 2026 Pagina 10 van 10

te bouwen kan daarnaast zorgen voor mentale problemen en overlast. Deze factoren zullen zorgen voor hoge(re) kosten voor de maatschappij als geheel.10 Tot slot heeft het ook een groot effect op de uitvoerbaarheid van het huidige inburgering. Gemeente Amsterdam is zeer kritisch op de voorgenomen wetgevingspakketten, omdat ze indruisen tegen onze standpunten over adequate opvang en een goede start in Nederland voor nieuwkomers. Waar het kan laat het college samen met de VNG en de G4 een tegengeluid horen. De voorgenomen maatregelen staan haaks op het genoemde uitgangspunt van de huidige regering dat je ‘één van ons bent als je meedoet’. We zullen de landelijke ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houden. Tot slot De evaluatie van het Verwey-Jonker Instituut geeft nuttige inzichten en bruikbare handvatten waarmee we de dienstverlening aan inburgeraars in Amsterdam kunnen verbeteren, en al verbeterd hebben. Amsterdam blijft zich inspannen om met de aanbevelingen van Verwey-Jonker op zak goed en hoogwaardig inburgeringsonderwijs aan te bieden. Gaandeweg leren we in de praktijk wat wel en niet werkt en sturen we bij daar waar het kan. Met de nieuwe aanbesteding voor de B1 en Z-route gelooft het college dat we op de goede weg zitten. Bovendien blijven we de landelijke ontwikkelingen op het gebied van inburgering en asiel nauwgezet volgen.

In VNG en G4verband, zet Amsterdam zich in om het Rijk voldoende middelen ter beschikking te laten stellen en de voorgenomen asielwetten tot een halt te roepen. Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Rutger Groot Wassink Wethouder Volwasseneneducatie, Laaggeletterdheid en Inburgering

10 U bent hierover o.a. geïnformeerd in de Raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage beleidskader ‘De

Amsterdamse inzet voor vluchtelingen en ongedocumenteerden’ van 17 december 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16551150/1