240614 Raadsadres van Voetgangersbeweging Nederland inzake afdoening motie ‘de weg is van de voetganger, verhoog zebrapaden’
Tekst van het document
Amsterdam, 14 juni 2024 Raadsadres naar aanleiding van de Afdoening d.d. 16 mei 2024 van de motie Afdoening motie 070.24 ‘de weg is van de voetganger; verhoog zebrapaden’ van het lid Moeskops van D66 en het lid Van Pijpen van Groenlinks
Geachte Raad, In de vergadering van de gemeenteraad van 29 februari 2024 heeft uw raad bij de behandeling van de actualisatie van het Beleidskader Puccinimethode motie 070.24 inzake ‘de weg is van de Voetganger; verhoogde zebrapaden’ van de raadsleden Moeskops (D66) en Van Pijpen (GroenLinks) aangenomen. Wethouder van der Horst geeft in de Afdoening van 16 mei aan dat het college het principe uit de motie onderschrijft. Vervolgens zien wij, dat de rest van de brief gaat over een opsomming van situaties waarvan vermoed wordt dat het principe niet kan worden uitgevoerd. Allereerst willen wij opmerken dat uw afdoeningsbrief een uitzonderlijk hoog technocratisch gehalte heeft; een tekst die voor een gewone burger, en zelfs voor deskundigen die wij raadpleegden, weinig transparant was. Het is gênant dat het college meent om anno 2024 op deze wijze als openbaar bestuur te moeten communiceren. Dat de brief van het College zo technisch moest worden, wijst er al op, dat het hier niet meer gaat over bestuurlijke principes, maar de facto over technische uitvoeringsaspecten. We lezen beschrijvingen van een serie situaties die bij voorbaat al moeten worden uitgezonderd, zonder dat duidelijk wordt hoe dan wél rekening gehouden kan worden met voetgangers.
Let wel, we hebben het hier over uitzonderingen op de regels die voor het eerst voorrang zouden geven aan de veiligheid van de voetgangers! Wij vinden het onjuist, dat op voorhand allerhande situaties worden opgesomd waarin de regels niet toepasbaar zouden zijn. Wij denken dat voor dergelijke conclusies en beoordelingen nu juist het projectteam en de toetsingscommissie er zijn en vinden het onjuist dat met deze annotatie van een besluit de beoordeling van de noodzaak van uitzonderingen bij voorbaat al onmogelijk moet worden
gemaakt. Daarmee blokkeert het College al bij voorbaat een uiteindelijke afweging van het gevaar voor de voetganger in de concrete projecten en sluit het gezamenlijk vinden van adequate oplossingen die toch recht doen aan het principe, die recht doen aan positie van de voetganger, bij voorbaat uit. De wethouder kan stellen dat de uitzonderingen principiële bezwaren zijn om de motie in al zijn consequenties uit te voeren. In dat geval is het goed te stellen dat de genoemde uitzonderingen volgens onze deskundigen in een aantal veel voorkomende situaties niet geloofwaardig en onbewezen zijn. Onze deskundigen denken dat in veel gevallen met generieke maatregelen en soms maatwerk de uitgangspunten van de motie goed kunnen worden gerealiseerd in de uitvoeringsfase. Het vermengen van principes en uitvoeringspraktijk is ongewenst en onnodig. Beleid, principes, krijgen altijd hun beslag in de concrete projecten. En in die concrete situaties kan het gebeuren dat er situaties voorliggen waarin de algemene beleidslijn niet lijkt te kunnen worden toegepast. Dan kan allereerst worden bekeken of de conclusie terecht is in deze specifieke setting en op welke wijze alsnog de veiligheid van de voetganger op vergelijkbare wijze kan worden geborgd.
Dit afwegingsproces hoort thuis in de uitvoering van het project en bij de toetsingsorganen maar mag in geen geval vooraf worden geblokkeerd via een stelsel van uitzonderingsregels die tesamen de kern van de politiek bestuurlijke keuze ondergraven, creativiteit in de uitvoering blokkeren en principieel het belang van de veiligheid voetganger ondermijnen Wij vragen de raad om niet akkoord te gaan met deze uitzonderingsregels en het College opdracht te geven de afdoeningsbrief in de zin aan te passen.
Hoogachtend
Patty Muller voorzitter VVNL mede namens VoetgangersBeweging Nederland Cliëntenbelang Amsterdam