24. Advies SDC Oost Evaluatie bestuurlijk stelsel
Tekst van het document
Adviesaanvraag college aan stadsdeelcommissie Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Bestuurlijke reactie op evaluatie bestuurlijk stelsel Portefeuille: Democratisering en bestuurlijk stelsel Directie: Bestuurs- en managementadvisering Datum behandeling college 27 mei 2025 Datum adviesaanvraag: 28 april 2025 Deadline ontvangst advies: 11 juli 2025 Advies mailen naar: Thijs.de.groot@amsterdam.nl; e.vanslijpe@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Voorgenomen bestuurlijke reactie op de evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?
Bestuurlijke rapportage evaluatie BS Amsterdam van Necker Onderzoeksrapport evaluatie BS Amsterdam van Necker Memo BC Weesp over de bestuursvorm Weesp met de samenvatting interviews en de aanbiedingsbrief voor het college Interviews met een aantal leden van DB’s, SDC’s en Bestuurscommissie Weesp
Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Oost Procesbegeleider: Willemijn Hilbrink Datum weekstart/staf: N.v.t. Datum stadsdeelcommissie: 17 juni (voorbereidend) en 8 juli 2025 (besluitvormend) Datum dagelijks bestuur: N.v.t. Registratienr. (optioneel): Z-25-53021
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekken college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of -
(art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders een besluit te nemen of voornemens is een ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in.
DB legt deze adviesaanvragen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat het advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt het advies van SDC over indien het is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van het advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in het advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)
Adviesvraag college Dit voorjaar zijn twee evaluaties uitgevoerd over onderdelen van het bestuurlijk stelsel in gemeente Amsterdam. De eerste evaluatie richt zich op de doorontwikkeling van het bestuurlijk stelsel en is uitgevoerd door het bureau Necker. Deze evaluatie geeft uitvoering aan de motie van raadslid De Grave-Verkerk, die door de raad is aangenomen op 8 juli 2021 (motie 540.21, TA2021-000852). De tweede evaluatie heeft betrekking op de bestuursvorm voor het stadsgebied Weesp die is afgesproken bij de fusie met de gemeente Amsterdam in 2022 en is vastgelegd in het bestuursakkoord met Weesp. Het college heeft een voorgenomen bestuurlijke reactie over de evaluatie bestuurlijk stelsel 2025 opgesteld mede op Pagina 1 van 9
basis van beide evaluaties. Het college vraagt u om uw visie op de voorgenomen bestuurlijke reactie te geven, met name op de bestuurlijke reactie over het stelsel in de stadsdelen. Tevens stellen we u graag ook in de gelegenheid - om voor zover voor u relevant - voorstellen en suggesties mee te geven, over onderstaande vragen. Deze worden ook in de adviesaanvragen aan de bestuurscommissie Weesp en DB’s gesteld en in de discussienota voor de raadscommissie SED.
Hoe kunnen de SDC’s en DB’s hun bijdrage aan participatie versterken, waaronder het bereiken van nu minder vertegenwoordigde inwoners? Wat zou helpen om de controlerende rol van de SDC’s op de DB’s beter te laten werken? Hoe kunnen de stedelijke adviesaanvragen aan de stadsdelen en de advisering daarop verder worden toegespitst op aspecten, die voor de stadsdelen relevant zijn, en kan de kwaliteit van dit adviesproces verder worden verbeterd? Welke meerwaarde en mogelijkheden ziet u om het onderlinge samenspel tussen de Raad en SDC’s te versterken? Welke adviezen geeft u mee om te komen tot een andere lange termijn ontwikkelaanpak om het bestuurlijk stelsel te versterken dan die van de afgelopen decennia?
Om de DB’s en SDC’s van de stadsdelen en de Bestuurscommissie Weesp de ruimte te geven ieder vanuit hun eigen rol en perspectief hun visie te geven, ontvangen zij ieder een eigen adviesaanvraag. Bij deze adviesaanvraag heeft u 6 weken de tijd om te adviseren. Het is van belang om uw adviezen voor de zomer binnen te hebben, zodat er in het zomerreces voldoende tijd is om de adviezen te verwerken in de definitieve bestuurlijke reactie en de wijziging van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Weesp. De gewijzigde Verordening wordt najaar 2025 ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Dit is noodzakelijk vanwege de voorbereidingen van de gemeenteraadverkiezingen 2026. Anders dan u bij stedelijke adviesaanvragen gewend bent kunt u het advies van de stadsdeelcommissie rechtstreeks aan het college zenden via uw ondersteuning. We zien uw advies graag tegemoet.
Advies stadsdeelcommissie Advies van de stadsdeelcommissie aan het college
2 adviezen: Advies 1: van de leden: Liefting (D66), Versteeg (PvdA), Tjon-Fo (GroenLinks), Van Velzen (Groenlinks), Amraoui (DENK), Van Dongen (SP), Nahari (Stemvoordeburger), Willemsen (Méérbelangen) Stemverhouding: 13 voor, 1 tegen (VVD) Advies 2: Van de leden: Kleene (VVD) en Van Vliet (VVD) Stemverhouding: 12 voor, 2 tegen (VVD, SP) -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Advies 1 Inleiding Het onderzoek van Necker naar het bestuurlijk stelsel en de reactie van het college van Burgemeester en Wethouders daarop zetten ons aan het denken over de werking van dit stelsel. Het college zegt: veel gaat goed, maar sommige dingen kunnen beter. Ze willen het systeem niet compleet veranderen, maar wel verbeteren. Daar zijn wij het mee eens. Maar wij zouden op een paar punten andere keuzes maken dan het college. Waarom dit advies? De stadsdeelcommissie moet werken als de ‘ogen en oren van de buurt’, maar heeft enkele uitdagingen: ●
Bewoners kennen de stadsdeelcommissie onvoldoende.
●
Er is te weinig aansluiting met de wijken en buurten.
●
Signalen uit de wijk worden niet goed doorgegeven aan de gemeenteraad en het college van B&W.
Pagina 2 van 9
● Het college trekt stadsdelen te laat bij de besluitvorming en geeft onvoldoende onderbouwde terugkoppeling – dit schiet tekort in goed bestuur. Onze visie: We willen dat de stadsdeelcommissie dichter bij bewoners staat en hun stem beter laat horen, bijvoorbeeld via het stadsdeelpanel en een eigen stadsdeelbudget. De stadsdeelcommissie moet werken als de ‘ogen en oren van de buurt’, maar is nog te onbekend en heeft nog niet altijd voldoende aansluiting met bewoners en ondernemers. We hebben als taak om signalen vanuit de buurt door te geven, maar doordat wij pas laat bij de besluitvorming worden betrokken, is het vaak lastig om voorgestelde plannen vanuit het college van B&W nog bij te sturen of terug te draaien. Daarom is verbetering van de werkwijze nodig. Het stelsel moet goed aansluiten bij de behoeften van bewoners en ondernemers, zodat hun stem beter gehoord wordt. We willen dichter bij bewoners staan, bijvoorbeeld via het stadsdeelpanel. Het stadsdeelpanel zorgt voor beter contact met bewoners en biedt hen ook meer invloed. Dit smaakt naar meer en verdient daarom structureel extra geld. Een evaluatie van deze panels is van belang om deze nog beter te laten werken. Onze ervaring met het stadsdeelpanel in Amsterdam-Oost is dat het veel mensen aantrok die anders niet of moeilijk zijn te bereiken. Uitgangspunt voor goed bestuur is dat besluiten goed worden onderbouwd.
Dit geldt ook voor de terugkoppeling van het college van B&W over de gegeven stadsdeeladviezen. Een goede onderbouwing hierbij is noodzakelijk. Hierin zien wij nog ruimte voor verbetering. Er wordt vaak gezegd dat bewoners ons als stadsdeelcommissie niet goed kennen. Als de stadsdeelcommissie meer invloed krijgt op het beleid, dan zullen bewoners ons ook beter weten te vinden. Het draait uiteindelijk om de vraag of de stadsdeelcommissie daadwerkelijk iets voor hen kan betekenen. Daarom hebben we een aantal punten voor verbetering, die we in een advies willen meegeven om ons werk als stadsdeelcommissie, en de invloed daarvan, te versterken: Onze verbetervoorstellen: 1.
Zorg voor meer grip op geld en controle binnen het stadsdeel
Probleem: ●
Onduidelijkheid over budgetten en besteding hiervan op stadsdeelniveau.
● We hebben te weinig controle over de gelden en kunnen niet goed aansluiten bij lokale projecten. Meer grip op de gelden geeft ons de kans om: o
in te spelen op de lokale wensen en behoeften.
o
de effectiviteit van de bestede gelden te verhogen door tussentijds te toetsen.
Eén van onze belangrijkste taken is controle. Maar om goed te kunnen controleren, moeten we wel weten waar het geld naartoe gaat. Het Necker-rapport bevestigt wat wij in de praktijk ook zien: de financiële taken en bevoegdheden op stadsdeelniveau zijn onduidelijk. Dit roept een aantal vragen op: hoe hoog zijn de budgetten precies? Waar zijn ze voor bedoeld? En hoe ver reikt ons adviesrecht hierover? En hoe verhoudt dit alles zich tot de gebiedsopgaven en het geld dat hiervoor beschikbaar is? Het college van B&W, en ons dagelijks bestuur, hebben een goede eerste stap gezet met de leidraad zeggenschap, maar wij willen graag snel nog een stap verder gaan. We hebben een eigen stadsdeel budget nodig, gekoppeld aan de gebiedsgerichte doelen. Zo kunnen we beter werken als de ‘ogen en oren van de buurt’.
Pagina 3 van 9
Op dit moment hebben we een incidenteel budget om te besteden aan gebiedsgerichte projecten en het stadsdeelpanel, maar dat is nog een klein bedrag en het is niet zeker of we dat bedrag ook volgende jaren zullen krijgen. Oplossing: •
Werk toe naar een stadsdeelbegroting en geef waar mogelijk budgetrecht.
●
Geef de stadsdeelcommissie meer inzicht in de budgetten (inkomsten) en uitgaven van het stadsdeel.
● Zorg voor structureel meer geld voor de gebiedsgerichte projecten, en het stadsdeelpanel, waarin de commissie vrij is naar eigen wens te besteden (de zogenaamde ‘incidentele middelen’). Hierdoor kunnen we vanuit de commissie meer gericht de lokale initiatieven ondersteunen. Omdat er extra zorgvuldig naar de inzet van deze middelen wordt gekeken, mede op basis van goede kennis in de buurten en wijken van het stadsdeel, is de effectiviteit van de bestede middelen hoger. ●
Laat het dagelijks bestuur regelmatig terugkoppelen over behaalde (gebieds)doelen en resultaten.
●
Koppel budgetten en uitgaven aan specifieke opgaven in de gebieden.
Een idee: organiseer een jaarlijkse sessie waarin het dagelijks bestuur verantwoording aflegt over hoe het geld is besteed en wat het heeft opgeleverd. Je kunt hierbij denken aan een soort algemene beschouwingen. Dit is ook een goede gelegenheid voor de stadsdeelcommissie om terug te kijken op het afgelopen jaar en om ambities te formuleren voor het komende jaar. Het begin van het politieke jaar in september is hiervoor een geschikt moment.
2.
Betere samenwerking tussen de raad en stadsdeelcommissie:
Probleem: De samenwerking tussen de gemeenteraad, het college en de stadsdeelcommissies verloopt niet optimaal. Stadsdeelcommissies worden te laat betrokken bij belangrijke stedelijke onderwerpen die hun gebied raken, waardoor hun inbreng weinig invloed heeft op de besluitvorming. Daarnaast ontbreekt structureel overleg tussen gemeenteraad en stadsdeelcommissies om prioriteiten af te stemmen. Ook is er geen centrale ondersteuning die de samenwerking en kennisdeling tussen alle stadsdelen coördineert, wat leidt tot gemiste kansen voor betere afstemming tussen de centrale stad en de stadsdelen. Oplossing: ● Jaarlijks gezamenlijk overleg tussen de gemeenteraad en de stadsdeelcommissie om prioriteiten af te stemmen. ● Stadsdeelcommissie eerder en beter betrekken bij belangrijke stedelijke onderwerpen die voor een stadsdeel belangrijk zijn, bijvoorbeeld door gesprekken met de wethouder. Of nodig de wethouder uit als gast van het dagelijks bestuur in een stadsdeelcommissievergadering. Je kunt hierbij denken aan grote projecten voor ontwikkeling van nieuwe wijken zoals de Baaibuurt. ● Een speciale medewerker inzetten die centraal de samenwerking en kennisdeling tussen alle stadsdelen ondersteunt. Het gaat hierbij om één functionaris die werkt ten behoeve van alle stadsdelen.
Hij/Zij verbindt de centrale stad met de stadsdelen en werkt hiervoor nauw samen met de ambtelijke ondersteuning in de stadsdelen.
3.
Meer gewicht aan onze adviezen aan het college van B&W
Probleem: Onze stadsdeeladviezen worden onvoldoende serieus genomen. We geven als stadsdeelcommissie adviezen, maar wat gebeurt er vervolgens mee? De opvolging is nu lastig te volgen en onze adviezen lijken niet altijd het gewicht te hebben dat ze verdienen:
Pagina 4 van 9
● Een stadsdeeladvies wordt door het college van B&W nu behandeld als iedere andere zienswijze van bewoners of belangenorganisaties. Dat is niet de bedoeling. De belofte van het college van B&W om onze adviezen een ‘aparte paragraaf’ te geven in de nota van beantwoording is een begin, maar is dit genoeg? Of blijft dit een papieren tijger? ● Daarnaast is er een omweg in de communicatie. Het college wil het dagelijks bestuur informeren over wat er met onze adviezen is gedaan. Maar het advies van Necker was juist: informeer de stadsdeelcommissie zelf direct. Volgens Necker blijft de terugkoppeling soms bij het dagelijks bestuur liggen. ●
Voorbeelden van onvoldoende gehoorde adviezen:
o
Schrappen van tramlijn 3 met een minimale terugkoppeling.
o
De fietsbrug naast de Amsterdamsebrug werd zonder onze betrokkenheid geschrapt.
Oplossing: ● Beschrijf in de terugkoppeling duidelijk wat de afweging van ons advies is geweest: een terugkoppeling zal ons alleen helpen wanneer duidelijk is wat het gewicht van ons stadsdeeladvies is geweest in de besluitvorming. Hoe is dit gewogen in vergelijking met het advies van bewoners en belangenorganisaties? Het advies van een stadsdeelcommissie moet hierin zwaarwegend zijn. Een goed voorbeeld is de terugkoppeling over het schrappen van tramlijn 3. Als stadsdeelcommissie Oost vinden wij het behoud van deze lijn belangrijk. Maar de terugkoppeling vanuit het college vinden wij erg summier. Een ander voorbeeld is de fietsbrug naast de Amsterdamse brug naar Zeeburgereiland. De aanleg hiervan is geschrapt zonder dat wij hierover door het college zijn gehoord. Ondertussen worden er op het Zeeburgereiland nieuwe wijken zoals de Baaibuurt gebouwd, waardoor het probleem voor fietsers alleen maar groter wordt. ● Het gaat ons hier niet alleen om het proces. Zorg in de terugkoppeling vooral voor een goede onderbouwing van waarom een stadsdeeladvies wel of niet wordt overgenomen. ● Zoek naar betere manieren van terugkoppeling dan de huidige nota van beantwoording: is bijvoorbeeld een terugkoppeling door het college via een brief aan de stadsdeelcommissie mogelijk? Dit kan ook een aanvulling zijn op de nota van beantwoording.
Hiermee voorkom je dat er ruis ontstaat of dat de terugkoppeling ergens blijft liggen. ● Een idee: in een advies een status mee kunnen geven of deze extra belangrijk voor ons is, of grote gevolgen heeft voor ons stadsdeel. ● Zoek naar manieren om bepaalde stadsdeeladviezen extra zwaarwegend te maken: wanneer een advies van een stadsdeel met een meerderheid is aangenomen, is het zwaarwegend voor het dagelijks bestuur om dit op te volgen. Maar hoe zit dat met een advies vanuit het stadsdeel aan het college van B&W? Wanneer is dit zwaarwegend? Hierin is nu niets voorzien.
4.
Aandacht voor belangrijke én kleine onderwerpen
Probleem: Het college richt zich vooral op onderwerpen die zij belangrijk vinden, terwijl kleinere zaken voor bewoners en ondernemers ook belangrijk zijn. Het is goed dat het college van B&W wil kiezen welke adviesaanvragen het belangrijkst zijn. Maar we zien dat sommige onderwerpen die het college niet zo belangrijk vindt, juist wel belangrijk zijn voor de bewoners in onze buurt. Als stadsdeelcommissie kunnen we op die punten echt iets betekenen met aanpassingen die het leven van bewoners veel beter maken. Het gaat vaak om kleine dingen zoals meer groen in de buurt, betere bereikbaarheid of toegankelijkheid. Wij weten als stadsdeelcommissie vaak beter wat er speelt, omdat we dicht bij de bewoners staan. Wij zijn van mening dat we met het voorstel van het college te vaak worden overgeslagen bij onderwerpen die voor ons toch belangrijk zijn. We kunnen daarin eindeloos van mening verschillen over wat nu precies ‘significante gevolgen’ zijn.
Pagina 5 van 9
Oplossing: Daarom is ons advies om het proces eenvoudig te houden door: ●
Informeer ons vooraf welke onderwerpen niet standaard besproken worden in de stadsdelen.
●
Geef stadsdelen hierin altijd de optie om toch advies te geven.
● Belangrijke onderwerpen waarin we altijd willen worden meegenomen zijn in ieder geval: infrastructuur, bouwprojecten, mobiliteit, controversiële onderwerpen die bewoners in ons stadsdeel (mogelijk) raken - zoals het voorgenomen erotisch centrum, en onderwerpen die de leefbaarheid van de bewoners of ondernemers raken. ● Start een pilot waarin wethouders samen met de verantwoordelijke dagelijks bestuurder bij specifieke onderwerpen rechtstreeks met ons praten over belangrijke thema’s die het stadsdeel raken.
5.
Betere opvolging van adviezen door het dagelijks bestuur
Laten we ook naar onszelf kijken. Het dagelijks bestuur mag alleen schriftelijk en gemotiveerd afwijken van een zwaarwegend advies. Laten we hier scherper op toezien en onze bestaande instrumenten beter benutten. Probleem: ●
Opvolging van onze adviezen duurt soms lang. Er is geen termijn voor opvolging.
●
Wanneer wordt een (on)gevraagd advies gezien als afgehandeld? Dit kan duidelijker.
●
Escalatie is alleen mogelijk met een raadsmotie. Dit is een beperkt instrument.
● In ons stadsdeel gebruiken wij een overzicht van adviezen en moties (zogenaamde MAT-lijst). Dit werkt goed, maar kan nog effectiever worden gebruikt. Daarnaast weten wij niet of een dergelijke lijst ook in andere stadsdelen wordt gebruikt. ● Ook moeten technische vragen sneller beantwoord worden. Nu duurt dit te lang. Wij stellen voor om maximaal 21 dagen aan te houden, net als in de Tweede Kamer. Oplossing: ●
Stel termijnen voor afhandeling van belangrijke adviezen.
●
Gebruik een overzichtelijke lijst (MAT-lijst) om afspraken en termijnen bij te houden.
●
Adviezen worden pas afgehandeld na onze instemming.
● Onderzoek hoe de opvolging van zwaarwegende adviezen beter kan worden afgedwongen. Op dit moment is een raadsmotie de enige optie. Kan dit instrument verbeterd worden, en zijn er nog andere manieren? ●
Een maximum van 21 dagen voor de beantwoording van technische vragen.
6.
Maak instrumenten duidelijker
Probleem: ● Een versimpeling van de huidige instrumenten is een goed idee - het onderscheid tussen motie en advies is nu onduidelijk. Het voordeel van een motie is dat het een duidelijk statement is van wat wij vinden en het dwingt iedereen om kort en bondig te zijn. ● Raadsmoties blijven wij belangrijk vinden, alleen het woord raadsmotie roept verwarring op. Het is namelijk geen motie vanuit ons stadsdeel aan de gemeenteraad.
Pagina 6 van 9
Oplossing: ● We willen het gebruik van moties behouden, dus niet afschaffen zoals het college voorstelt. Wel moet duidelijker worden gemaakt wat het verschil is tussen een motie en een advies, en vooral wanneer welk instrument moet worden ingezet. ●
Een andere naam voor ‘raadsmotie’ vinden om verwarring te voorkomen.
7.
Meer bekendheid
Uitdaging: ● Veel bewoners kennen de stadsdeelcommissie onvoldoende en zijn niet op de hoogte van actuele agendaonderwerpen en ontwikkelingen binnen het stadsdeel. Oplossing: ● Hang foto’s van alle stadsdeelcommissieleden en het dagelijks bestuur op het publieke deel van het stadsdeelkantoor. ●
Zet in het stadsdeelkantoor schermen neer met informatie over de agenda-onderwerpen.
● Hang borden of schermen op in en rond het stadsdeelkantoor waarin een aantal belangrijke projecten in ons stadsdeel worden uitgelicht. Bijvoorbeeld over de ontwikkeling van nieuwe buurten. ●
Publiceer de agenda van de stadsdeelcommissie in de lokale media zoals Amsterdam editie Oost.
8.
Algemene verbeteringen binnen de stadsdeelcommissie
Probleem: ●
We hebben alleen een hoorrecht bij benoeming van nieuwe bestuurders.
●
Voor partijen met één zetel is het nu in de praktijk geen optie om een voorzitter te leveren.
We hebben nu een hoorrecht voor nieuwe stadsdeelbestuurders en geven advies aan het college van B&W. Voor het draagvlak zou het beter zijn als we meer invloed hebben op de benoeming. Een voorzitter wordt uit ons midden gekozen. Voor de partijen met één zetel is het nu geen optie om een voorzitter te leveren, omdat die dan niet meer mee kan doen aan de discussies. Oplossing: ● Geef de stadsdeelcommissie expliciet goedkeuringsrecht bij de benoeming van de dagelijks bestuurders, vergelijkbaar met de raad-wethouder verhouding. ● Maak het mogelijk om een plaatsvervanger te benoemen op de plek van de zetel die de voorzitter levert. Dit kan een fractievertegenwoordiger zijn, die hiervoor ook een vergoeding ontvangt. Hierdoor wordt de werklast beter verspreid. Conclusie: deze verbeteringen zorgen ervoor dat: ●
De stadsdeelcommissie effectiever en duidelijker werkt;
●
Wij beter aansluiten bij bewoners; en
●
Bewoners ons beter weten te vinden en hun stem duidelijker wordt gehoord.
Met deze aanpassingen kunnen wij onze rol als ogen en oren van de buurt beter invullen.
Pagina 7 van 9
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Advies 2 Inleiding: De VVD-fractie heeft met interesse kennis genomen van de evaluatie bestuurlijk stelsel en de bijbehorende documenten en discussienota. Wij waarderen de uitnodiging van het college om te reageren op de vragen zoals gesteld in de discussienota. Aangezien het onderwerp veelomvattend is staan enkele kernpunten in deze reactie beschreven. Wij hopen hiermee het debat over het bestuurlijk stelsel verder te kunnen verdiepen. Uitgangspunt van de VVD is simpel: doe het goed of doe het niet. Waarbij ‘doe het goed’ niet betekent dat wij terug willen naar deelgemeenten met alle bestuurlijke drukte van dien. Juist de invoering van de ‘territoriale bestuurscommissies’ geeft Amsterdam uitzicht op een daadkrachtig en flexibel lokaal openbaar bestuur. Zoals deze ook bedoeld was door de wetgever: de stadsdelen niet als vierde bestuurslaag maar als hulpstructuur binnen het gemeentebestuur. De gemeente beschikt op dit moment over voldoende wettelijke mogelijkheden om daar een werkbare invulling aan te geven. Wat de VVD-fractie betreft is die werkbare invulling op dit moment nog niet bereikt. Dat vormt de aanleiding voor dit ongevraagd advies.
De VVD-fractie steunt de ambitie van het college om het stelsel voor inwoners en professionele gebruikers effectiever, begrijpelijker, eenvoudiger en daarmee meer navolgbaar en toegankelijker te maken. Wat ons betreft hoort bovenstaande ook het centrale uitgangspunt te zijn bij een verdere ontwikkeling van het stelsel. Een belangrijke conclusie uit de evaluatie is dat het stelsel met de bestuurscommissies voor zowel Amsterdammers als professionele gebruikers moeilijk te doorgronden is. Dat moet wat ons betreft anders. Het college kiest nadrukkelijk voor de inzet van de ‘flexibele interactieve veranderaanpak’ en wenst geen grote wijzigingen (meer) door te voeren. Dat is spijtig. Als het gaat om de samenwerking tussen het DB en het college dan begrijpt onze fractie deze keuze. Uit de evaluaties blijkt dat dit aspect relatief goed uit de verf komt en in principe geen grote aanpassingen behoeft. Uit de evaluatie(s) blijkt tegelijkertijd dat er rondom de stadsdeelcommissies (inclusief de samenwerking met de gemeenteraad) er nog steeds grote en fundamentele knelpunten bestaan. Dit aspect komt onvoldoende uit de verf en draagt niet bij aan de doelen die de gemeenteraad eerder gesteld heeft.
Tegelijkertijd begrijpt de VVD-fractie dat het staatsrechtelijk onzuiver zou zijn om als gemeenteraad het college de opdracht te geven om de positie van de vertegenwoordigende organen te beoordelen en de samenwerking tussen beide te versterken. Dit onderscheid is bewust door de grondwetgever aangebracht. Het is dus aan de gemeenteraad zelf (als hoogste orgaan en eindverantwoordelijke) om invulling te geven aan hoe zij hun rol invullen en welke hulpstructuren daarbij passend geacht worden. Wij signaleren hierbij een aantal knelpunten:
De gewenste taken en verantwoordelijkheden passen niet bij wat er wettelijk mogelijk is. Stadsdeelcommissies zijn afzonderlijke bestuurscommissies zonder dat gebleken is waarom dit nodig is. De democratische legitimatie van stadsdeelcommissies is een punt van discussie. Het budgetbestedingsadviesrecht komt niet uit de verf Het democratisch debat over ontwikkelingen binnen het ruimtelijk domein is nog niet goed belegd.
Bovenstaande knelpunten zijn niet eenvoudig op te lossen. Toch kan dit wel binnen de huidige mogelijkheden, zo blijkt ook uit eerdere discussies rondom het bestuurlijk stelsel. Als oplossing stellen wij het volgende voor: Er is wat ons betreft een fundamentele keuze nodig. Aangezien het een gegeven is dat er vertegenwoordiging op stadsdeelniveau gewenst wordt, is het de vraag hoe men dat wenst te regelen.
Pagina 8 van 9
Wat de VVD-fractie betreft dient men te kiezen voor De stadsdeelcommissie als gebiedscommissie. De gemeenteraad stapt af van het idee dat stadsdeelcommissies ‘zoveel mogelijk op de gemeenteraad moeten lijken’ en omarmt juist het idee dat een gebiedscommissie diverse voordelen kent juist door gebruik te maken van de beperkingen. De gemeenteraad stelt per jaar per gebiedscommissie een duidelijke opdracht vast inclusief een budget dat daarbij hoort en uitgegeven kan worden door de stadsdeelcommissie. Het gebiedsgericht werken (wat sterk ambtelijk is ingestoken) blijft dan bij het DB liggen en de stadsdeelcommissie krijgt een meer uitgesproken politieke taak binnen een afgebakend domein. Geen veredelde inspraak meer op stedelijke beleidsstukken (advisering blijft liggen bij het DB) maar wel echte besluitvorming op onderdelen die voor het stadsdeel belangrijk zijn, zoals de budgetten die ingezet kunnen worden voor afval, groen en onderhoud.
Reactie college op advies stadsdeelcommissie
Pagina 9 van 9