CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 23 Ruimtelijke Ordening (30) 5. Havenstraatterrein bijlagen bij regels

RAAD 22 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Havenstraatterrein VN2021-02947719.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Maximale geluidniveaus

a. voor gevels van geluidsgevoelige objecten, met uitzondering van de gevels als bedoeld in 3.2.3 onder d en e, geldt dat de geluidsniveaus vanwege de tramremise Havenstraat 18 de onderstaande waarden niet mogen overschrijden:

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 21

b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel 2' voor een periode van maximaal tien jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan een geluidsniveau van 68 dB(A) LAmax vanwege geluidpieken is toegestaan; c. voor verblijfsruimten in geluidsgevoelige objecten geldt dat de geluidsniveaus vanwege de tramremise Havenstraat 18 de onderstaande waarden niet mogen overschrijden:

3.2.5

Parkeervoorzieningen

Voor het bouwen van parkeervoorzieningen in de kelder en het souterrain en bijbehorende entrees gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2 ondergrondse bouwlagen' zijn maximaal 2 ondergrondse bouwlagen met een totale maximum diepte van NAP -5,6 meter toegestaan; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1 ondergrondse bouwlaag' is maximaal 1 ondergrondse bouwlaag met een maximum diepte van NAP -3 meter toegestaan; c. rechtstand wordt binnen het bouwperceel mogelijk gemaakt; d. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'aantal' geldt per gevelwand het maximum aantal in- en uitgangen voor auto's zoals op de verbeelding staat aangegeven. 3.2.6

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. voor dakterrassen gelden de volgende regels: 1. uitsluitend op een plat dak; 2. maximale constructiehoogte: 0,3 meter; 3. minimale afstand van het hekwerk tot de dakrand, voor zover grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied: 1,20 meter; 4. maximale hoogte van het hekwerk: 1,20 meter; 5. bij lager gelegen delen van het oorspronkelijke hoofdgebouw geldt buiten de 2 meter grens vanaf de vlakke achtergevel een minimale afstand tot de perceelsgrens van 2 meter. b. maximale bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 2 meter.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

3.3

Nadere eisen

3.3.1

Windhinder

Het college van burgemeester en wethouders kan ter voorkoming of beperking van windhinder nadere eisen stellen aan bouwplannen met een bouwhoogte van 30 meter of meer met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van bouwwerken. In dat kader kan het college van burgemeester en wethouders tevens van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een windtunnelonderzoek aan hen te overleggen. 3.3.2

Schaduweffecten

Het college van burgemeester en wethouders kan ter beperking van nadelige schaduweffecten nadere eisen stellen aan bouwplannen met een bouwhoogte van 30 meter of meer met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van bouwwerken. In dat kader kan het college van burgemeester en wethouders tevens van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een bezonningsonderzoek aan hen te overleggen. 3.4

Afwijken van de bouwregels

3.4.1

Aaneengebouwd

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om af te wijken het bepaalde in 3.2.3 onder b, onder voorwaarden dat: a. een onderbreking in de betreffende gevelwand een maximum hoogte heeft van 10 meter en een maximum breedte van 17,5 meter; b. aangetoond is dat op de achterliggende gevels van geluidsgevoelige objecten de voorkeursgrenswaarden Wet geluidhinder, de standaardgrenswaarde Activiteitenbesluit danwel de geluidsniveaus zoals bepaald in artikel 3.2.4 onder a en c niet worden overschreden. 3.4.2

Dove gevel

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om af te wijken van het bepaalde in 3.2.3 onder d en e, onder voorwaarden dat: a. aangetoond is dat op de betreffende gevel de voorkeursgrenswaarden Wet geluidhinder, de standaardgrenswaarde Activiteitenbesluit danwel de geluidsniveaus zoals bepaald in artikel 3.2.4 onder a en c niet worden overschreden; b. in het geval de voorkeursgrenswaarden Wet geluidhinder wel worden overschreden en aangetoond is dat de geluidsbelasting op de betreffende gevel voldoet aan de hiervoor vastgestelde hogere waarden Wet geluidhinder. 3.4.3

Geluidsluwe zijde

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om af te wijken van het bepaalde in 3.2.3 onder f, onder voorwaarden dat: a. aangetoond is dat het realiseren van een geluidsluwe zijde overwegende bezwaren van stedenbouwkundige of architectonische aard ontmoet; b. het Technisch Ambtelijk Vooroverleg Geluidhinder Amsterdam hierover heeft geadviseerd.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 23

3.5

Specifieke gebruiksregels

3.5.1

Wonen

Voor de in 3.1 onder a t/m c, genoemde gronden gelden de volgende regels: a. het maximum aantal woningen binnen de bestemming 'Gemengd': 500; b. in woningen is huisgebonden beroep, huisgebonden bedrijf en bed & breakfast toegestaan tot maximaal 40% van het bruto vloeroppervlak van de woning met een maximum van 60 m2; c. ter plaatse van de functieaanduiding 'wonen uitgesloten' zijn (zorg)woningen, huisgebonden beroep of huisgebonden bedrijf en bed & breakfast niet toegestaan; d. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op begane grond', is wonen uitsluitend toegestaan vanaf de tweede bouwlaag; e. voor uitbouwen geldt: ten behoeve van de functie in de eerste bouwlaag; f. voor bijgebouwen geldt: ondergeschikt aan en ten dienste van het gebruik van de functie van het hoofdgebouw; g. voor bergingen geldt: tevens toegestaan in de kelder en het souterrain. 3.5.2

Milieucategorie

Voor bedrijven uit milieucategorie 3.1 als bedoeld in 3.1 onder d gelden de volgende regels: a. maximum milieucategorie ten aanzien van de aspecten gevaar, geur en stof: 2; b. de bedrijfsactiviteiten vinden niet plaats tijdens de nachtperiode; c. de bedrijfsactiviteiten vinden hoofdzakelijk inpandig plaats. 3.5.3

Gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit

Voor de in 3.1 onder g genoemde gronden geldt dat ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd uitgesloten - gevoelige bestemming luchtkwaliteit’ gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit niet zijn toegestaan. 3.5.4

Bijbehorende kantoorruimte

Voor de bij bedrijven behorende kantoorruimte geldt een maximum percentage van 30% van de bruto vloeroppervlakte van de vestiging. 3.5.5

Niet-woonfuncties

Voor de in 3.1 onder d t/m i genoemde gronden gelden de volgende regels: a. voor bedrijven, detailhandel, consumentverzorgende dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening, culturele voorzieningen en horeca van categorie 3 en 4 geldt een maximum bruto vloeroppervlak per vestiging van 300 m2; b. ten aanzien van detailhandel geldt dat supermarkten niet zijn toegestaan; c. het totaal maximum bruto vloeroppervlak per functie bedraagt: bedrijven: 5.000 m2; detailhandel: 1.500 m²; consumentverzorgende dienstverlening: 1.500 m²; maatschappelijke dienstverlening: 1.500 m²; culturele voorzieningen: 1.500 m²; horeca van categorie 3 en 4: 1.500 m². d. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - basisschool’ is een basisschool in combinatie met buitenschoolse opvang en een kinderdagverblijf met een maximum

Gemeente Amsterdam

blz. 24

bruto vloeroppervlakte van 4.000 m2 en een bijbehorende buitenruimte toegestaan; e. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - basisschool’ geldt dat de onbebouwde grond als openbare buitenruimte mag worden gebruikt; f. voor uitbouwen geldt: ten behoeve van de functie in de eerste bouwlaag; g. voor bijgebouwen geldt: ten dienste van het gebruik van de functie van het hoofdgebouw; h. voor bergingen geldt: tevens toegestaan in de kelder en het souterrain. 3.5.6

Geluidsgevoelige objecten

Voor zover op grond van het bepaalde in 3.1 geluidsgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd, zijn deze uitsluitend toegestaan indien: a. de geluidbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde Wet geluidhinder, de standaardgrenswaarde Activiteitenbesluit danwel de geluidsniveaus zoals bepaald in 3.2.4 onder a en c, of; b. de geluidsbelasting voldoet aan de hiervoor vastgestelde hogere waarden Wet geluidhinder, of; c. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel 1' het betreffende deel van de gevel wordt uitgevoerd als een dove gevel of als een geluidwerend vlies wordt gerealiseerd. 3.5.7

Ondersteunende horeca

Voor ondersteunende horeca gelden de volgende regels: a. uitsluitend ten dienste van de in 3.1 onder d t/m h en j genoemde gronden; b. maximum netto vloeroppervlakte: 30% van de netto vloeroppervlakte van de vestiging met een maximum van 30 m². 3.5.8

Ondersteunende detailhandel

Voor ondersteunende detailhandel gelden de volgende regels: a. uitsluitend ten dienste van de in 3.1 onder d en f t/m i genoemde gronden; b. maximum netto vloeroppervlakte: 10% van de netto vloeroppervlakte van de vestiging met een maximum van 50 m2. 3.5.9

Parkeervoorzieningen

Voor parkeervoorzieningen gelden de volgende regels: a. In geval van bouwen en/of uitbreiden van gebouwen en/of een wijziging van het gebruik met een toename van de parkeerbehoefte moet conform het voor het plangebied vastgestelde vigerende parkeerbeleid ten behoeve van het parkeren van auto's, fietsen en scooters in voldoende mate ruimte zijn aangebracht en in stand worden gehouden; b. parkeervoorzieningen voor auto's zijn uitsluitend toegestaan in de kelder; c. parkeervoorzieningen voor fietsen en scooters zijn uitsluitend toegestaan in de kelder en het souterrain, met dien verstande dat parkeervoorzieningen voor fietsen en scooters ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd - basisschool' tevens op maaiveld zijn toegestaan; d. de situering van de ruimte voor het parkeren van auto's, fietsen en scooters en/of de toegangen en in-/uitritten van en naar deze ruimte mag de verkeersveiligheid en/of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantasten.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 25

3.6

Afwijken van de gebruiksregels

3.6.1

Wonen

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om af te wijken van het bepaalde in 3.5.1 onder a, onder voorwaarden dat: a. het aantal woningen tot maximaal 750 mag worden verhoogd; b. het woon- en leefklimaat ter plaatse niet onevenredig wordt aangetast; c. de toename van het aantal woningen geen onevenredige verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft; d. de toename van het aantal woningen niet leidt tot een situatie die niet in overeenstemming is met het voor het plangebied vastgestelde vigerende parkeerbeleid. 3.6.2

Gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om af te wijken het bepaalde in 3.5.3, onder voorwaarden dat: a. er geen sprake is van een overschrijding als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); b. advies is verkregen van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam. 3.6.3

Parkeervoorzieningen

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om: a. in afwijking van het bepaalde in 3.5.9 onder a een omgevingsvergunning te verlenen, indien blijkt dat de noodzakelijke parkeervoorzieningen niet of in onvoldoende mate onder eigen terrein kunnen worden gerealiseerd en is aangetoond dat op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien; b. in afwijking van het bepaalde in 3.5.9 onder b parkeervoorzieningen voor auto's in het souterrain toe te staan, onder voorwaarden dat: 1. het woon- en leefklimaat ter plaatse niet onevenredig wordt aangetast; 2. de parkeervoorzieningen minimaal 5 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gerealiseerd.

Gemeente Amsterdam

blz. 26

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

groenvoorzieningen; parken en plantsoenen; speelvoorzieningen; voet- en fietspaden; terrassen; kunstwerken; waterlopen, waterpartijen en waterberging; historische tramspoorlijn, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'historische tramspoorlijn', met inachtneming van het bepaalde in 15.2; i. wisselwachtershuis, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen wisselwachtershuis'; j. werken voor de beeldende kunst; k. straatmeubilair; l. ondergrondse infrastructuur. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Op en onder de in artikel 4.1 genoemde gronden mogen, met uitzondering van het bepaalde in 4.2.2, uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht. 4.2.2

Gebouwen

Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - wisselwachtershuis' geldt dat hier een gebouw met de volgende maximale afmetingen is toegestaan: a. maximum bouwhoogte: 6 meter; b. maximum oppervlak: 10 m2. 4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. maximum hoogte van lichtmasten, masten ten behoeve van bovenleidingen, zendmasten, vlaggenmasten, sirenemasten, bewegwijzering en verkeersregulering: 12 meter; b. maximum bouwhoogte speelvoorzieningen: 6 meter; c. maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 5 meter.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 27

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

wegen, straten, pleinen, voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; tramvoorzieningen, uitsluitend in de Havenstraat; kiosken ten behoeve van horeca van categorie 4, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - kiosk’, met inachtneming van het bepaalde in 5.2.2; e. terrassen; f. groenvoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. ondergrondse afvalcontainers; i. kunstwerken; j. waterlopen, waterpartijen en waterberging; k. historische tramspoorlijn, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'historische tramspoorlijn', met inachtneming van het bepaalde in 15.2; l. oeververbindingen (bruggen); m. werken voor de beeldende kunst; n. straatmeubilair; o. geluidwerende voorzieningen; p. ondergrondse infrastructuur. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Op en onder de in 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van kiosken en tramvoorzieningen. 5.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. voor kiosken geldt: 1. maximum aantal: 2; 2. maximum bouwhoogte: 3 meter; 3. maximum oppervlak van een gebouw: 15 m2 b. voor tramvoorzieningen geldt: 1. maximum bouwhoogte: 6 meter; 2. maximum oppervlak van een gebouw: 15 m2 c. in afwijking van het bepaalde onder 5.2.1 is ter plaatse van de functieaanduiding ‘nutsvoorziening’ een zuil met een bouwhoogte van 5 meter toegestaan. 5.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximum hoogte van lichtmasten, masten ten behoeve van bovenleiding, zendmasten, vlaggenmasten, sirenemasten, bewegwijzering en verkeersregulering: 12 meter; b. maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 5 meter.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

Artikel 6 6.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging, waterhuishouding, waterlopen, waterwegen en waterpartijen; b. groenvoorzieningen; c. oeververbindingen (bruggen), uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘brug’, met inachtneming van het bepaalde in 6.2.2; d. afmeerplaats voor pleziervaart, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'aanlegsteiger', met inachtneming van het bepaalde in 6.3; e. werken voor de beeldende kunst; f. kunstwerken; g. ondergrondse infrastructuur. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Gebouwen

Op en onder de in 6.1 genoemde gronden mogen geen gebouwen worden opgericht. 6.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a. Voor oeververbindingen gelden de volgende regels: 1. maximum bouwhoogte: 3 meter; 2. minimum doorvaartbreedte: 13 meter; 3. minimum doorvaarthoogte: 2,20 meter. b. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 1,5 meter. 6.3

Specifieke gebruiksregels

Voor de in 6.1 genoemde gronden geldt dat aanlegsteigers uitsluitend zijn toegestaan voor het afmeren van pleziervaartuigen met een maximum lengte van 12 meter en een maximum breedte van 4,25 meter.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 29

Artikel 7 7.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

tuinen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; voetpaden; werken voor de beeldende kunst; loods historische tramspoorlijn, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'loods historische tramspoorlijn', met inachtneming van het bepaalde in 15.1; g. parkeervoorzieningen, ten behoeve van de onder 3.1 onder a t/m k genoemde gronden, met dien verstande dat toegangen en in- en uitritten zijn toegestaan, met inachtneming van het bepaalde in 7.4.1. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Op en onder de in 7.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 7.2.2

Parkeervoorzieningen

Voor het bouwen van parkeervoorzieningen in de kelder gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2 ondergrondse bouwlagen' zijn maximaal 2 ondergrondse bouwlagen met een totale maximum diepte van NAP -5,6 meter toegestaan; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1 ondergrondse bouwlaag' is maximaal 1 ondergrondse bouwlaag met een maximum diepte van NAP -3 meter toegestaan. 7.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. gebouwde terrassen: 1. maximum bouwhoogte gebouwd terras: niet hoger dan de hoogte van het maaiveld aan de straatzijde en ter overbrugging van het hoogteverschil tussen de eerste bouwlaag en de binnentuin; 2. maximum bouwhoogte hekwerken ten behoeve van het gebouwde terras: 1,1 meter ten opzichte van bovenzijde terras. b. maximum bouwhoogte speelvoorzieningen: 6 meter; c. maximum bouwhoogte erfafscheidingen: 1 meter; d. maximum bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 2 meter.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Parkeervoorzieningen

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om in afwijking van het bepaalde in 7.2.2 parkeervoorzieningen in een half verdiepte kelder te bouwen, onder voorwaarden dat: a. de parkeergarage wordt voorzien van een groen dak; b. het dak van de parkeergarage maximaal 1 meter boven de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld is gelegen. 7.4

Specifieke gebruiksregels

7.4.1

Parkeervoorzieningen

Voor parkeervoorzieningen gelden de volgende regels: a. in geval van bouwen en/of uitbreiden van gebouwen en/of een wijziging van het gebruik met een toename van de parkeerbehoefte moet conform het voor het plangebied vastgestelde vigerende parkeerbeleid ten behoeve van het parkeren van auto's, fietsen en scooters in voldoende mate ruimte zijn aangebracht en in stand worden gehouden; b. parkeervoorzieningen voor auto's, fietsen en scooters zijn uitsluitend toegestaan in de kelder; c. de situering van de ruimte voor het parkeren van auto's, fietsen en scooters en/of de toegangen en in-/uitritten van en naar deze ruimte mag de verkeersveiligheid en/of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantasten. 7.5

Afwijken van de gebruiksregels

7.5.1

Parkeervoorzieningen

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om: a. in afwijking van het bepaalde in 7.4.1 onder a een omgevingsvergunning te verlenen, indien blijkt dat de noodzakelijke parkeervoorzieningen niet of in onvoldoende mate onder eigen terrein kunnen worden gerealiseerd en is aangetoond dat op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien; b. in afwijking van het bepaalde in 7.4.1 onder b parkeervoorzieningen voor auto's, fietsen en scooters in een half verdiepte kelder toe te staan, onder voorwaarden dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen in de eerste bouwlaag niet onevenredig wordt aangetast.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 31

Artikel 8 8.1

Leiding - Water

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van (ondergrondse) watertransportleiding met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. De dubbelbestemming 'Leiding - Water' is primair ten opzichte van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen. 8.2

Bouwregels

Op en onder de in 8.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en), met dien verstande dat uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan met een maximum hoogte van 3 meter, onder voorwaarden dat: a. advies is verkregen van de betrokken leidingbeheerder; b. het belang, dat met de als 'Leiding - Water' aangewezen gronden is gediend, niet wordt geschaad. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1

Vergunningplicht

Op en onder de in 8.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het planten van bomen die dieper wortelen dan 2 meter; 2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding en ophoging; 3. het verrichten van grondroerende activiteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) ander dan normaal spit- en ploegwerk; 4. diepploegen; 5. het aanbrengen van gesloten verhardingen; 6. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 7. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; 8. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; 9. het indrijven van voorwerpen in de bodem. 8.3.2

Uitzonderingen op de vergunningplicht

Het bepaalde in 8.3.1 is niet van toepassing op de werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, danwel uitgevoerd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende danwel aangevraagde omgevingsvergunning. 8.3.3

Toetsingscriteria

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in 8.3.1 mag slechts worden verleend, indien: a. het uitvoeren van een werk of werkzaamheden of de daaraan direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk doet aan en het belang dat met de als 'Leiding - Water' aangewezen gronden is gediend: Gemeente Amsterdam

blz. 32

b. door het stellen van voorwaarden ten aanzien van plaats, omvang, wijze en tijd van uitvoering geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en daarover advies is verkregen van de betrokken leidingbeheerder. 8.4

Wijzigingsbevoegdheid

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan te wijzigen door het bestemmingsvlak met de dubbelbestemming 'Leiding - Water' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien de leiding is verwijderd of niet langer als zodanig wordt gebruikt en de betreffende leidingbeheerder hierover heeft geadviseerd.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 33

Artikel 9 9.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden; b. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' is primair ten opzichte van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen. 9.2

Bouwregels

Op en onder de in 9.1 genoemde gronden mag uitsluitend gebouwd worden in aanvulling op het bepaalde bij de de andere daar voorkomende bestemming(en), met inachtneming van de volgende bepalingen: a. voor zover met betrekking tot de in 9.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch rapport te overleggen; b. aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder a kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het college van burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 9.3

Afwijken van de bouwregels

Het bepaalde in 9.2 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. betrekking heeft op: 1. een gebied met zowel een kleiner oppervlak dan 500 m2 als een diepte minder dan 2,5 meter onder maaiveld; 2. een gebied met een kleiner oppervlak dan 500 m2 maar een diepte meer dan 2,5 meter onder maaiveld; 3. een gebied met een groter oppervlak dan 500 m2 maar een diepte minder dan 2,5 meter onder maaiveld; b. het normale onderhoud betreft; c. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, danwel uitgevoerd mag worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende danwel aangevraagde omgevingsvergunning; d. plaatsvindt in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1

Vergunningplicht

Op en onder de in 9.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 2,5 meter onder maaiveld of indien het water betreft dieper dan de waterbodem, waartoe onder meer wordt gerekend het ophogen, egaliseren, roeren en omwoelen van gronden; Gemeente Amsterdam

blz. 34

b. c. d. e.

het aanbrengen van drainage; het aanleggen, geheel of gedeeltelijk dempen en/of verbreden van wateren; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen in nieuwe, nog niet bestaande tracés; f. het verrichten van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; g. het planten van bomen die dieper wortelen dan 2 meter. 9.4.2

Nadere eisen

a. De aanvrager van een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder 9.4.1 dient een archeologisch rapport te overleggen; b. De onder 9.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden mogen uitsluitend ten dienste van de in 9.1 genoemde bestemming en de overige aan de gronden toegekende bestemmingen uitgevoerd worden; c. De onder 9.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden mogen de archeologische waarden zoals bedoeld in 9.1 niet onevenredig schaden. 9.4.3

Uitzonderingen op de vergunningplicht

Het bepaalde in 9.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. betrekking hebben op: 1. een gebied met zowel een kleiner oppervlak dan 500 m2 als een diepte minder dan 2,5 meter onder maaiveld; 2. een gebied met een kleiner oppervlak dan 500 m2 maar een diepte meer dan 2,5 meter onder maaiveld; 3. een gebied met een groter oppervlak dan 500 m2 maar een diepte minder dan 2,5 meter onder maaiveld. b. het normale onderhoud betreffen; c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen in bestaande tracés betreffen; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, danwel uitgevoerd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende danwel aangevraagde omgevingsvergunning; e. plaatsvindt in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 9.5

Wijzigingsbevoegdheid

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan te wijzigen door het bestemmingsvlak met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 35

Artikel 10 10.1

Waarde - Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische waarden van het gebied en zijn bebouwing; b. De dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' is primair ten opzichte van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen. 10.2

Bouwregels

Op en onder de in 10.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en), na advies van de gemeentelijke dienst belast met monumentenzorg. 10.3

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

10.3.1 Vergunningplicht Op de in 10.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning één of meer gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, of onderdelen daarvan te slopen. 10.3.2 Uitzonderingen op de vergunningplicht Het bepaalde in 10.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, danwel uitgevoerd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende danwel aangevraagde omgevingsvergunning. 10.3.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan slechts worden verleend, indien: a. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden van het gebied en advies is verkregen van de gemeentelijke dienst belast met monumentenzorg; b. het delen van een gebouw of bijgebouwen betreffen, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt; c. een omgevingsvergunning is verleend voor de bouw van ter plaatse geprojecteerde nieuwbouw danwel aannemelijk kan worden gemaakt dat voor de bouw van de ter plaatse geprojecteerde nieuwbouw een omgevingsvergunning zal worden verleend. 10.4

Wijzigingsbevoegdheid

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan te wijzigen door een of meerdere bestemmingsvlakken met de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien het betreffende pand of de betreffende panden niet langer is/zijn aangewezen als 'welstandsorde 1, 2 of 3'.

Gemeente Amsterdam

blz. 36

Artikel 11 11.1

Waarde - Hoofdgroenstructuur

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de hoofdgroenstructuur; b. De dubbelbestemming 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' is primair ten opzichte van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen. 11.2

Bouwregels

Op en onder de in 11.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en), na advies van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur. 11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1 Vergunningplicht Op de in 11.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het vergroten van het verhard oppervlak; b. het vergroten van het bebouwd oppervlak. 11.3.2 Uitzonderingen op de vergunningplicht Het bepaalde in 11.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, danwel uitgevoerd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende danwel aangevraagde omgevingsvergunning. 11.4

Wijzigingsbevoegdheid

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan te wijzigen door het bestemmingsvlak met de dubbelbestemming 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien gronden niet langer zijn aangewezen als hoofdgroenstructuur, onder de voorwaarde dat de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur hierover heeft geadviseerd.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 37

Hoofdstuk 3 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Gemeente Amsterdam

blz. 38

Artikel 13 13.1

Algemene bouwregels

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, koekoeken, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,3 meter bedraagt.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 39

Artikel 14 14.1

Algemene gebruiksregels

Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden de in hoofdstuk 2 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving. 14.2

Gebruiksverbod

Onder verboden gebruik als bedoeld in 14.1 wordt in elk geval begrepen het gebruik van gronden en/of bebouwing: a. als bedrijven die worden begrepen in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht; b. als automatenhal, belwinkel, geldwisselkantoor, seksinrichting, smartshop, shisha-lounge en souvenirwinkel; c. als opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen; d. als stortplaats voor puin, schroot, afbraak- en bouwmaterialen of andere afvalstoffen, voor zover dit niet betrekking heeft op het tijdelijk storten van geringe hoeveelheden afvalstoffen; e. als opslagplaats van bagger en grondspecie, tenzij zulks plaatsvindt langs een waterloop en in verband met het onderhoud van de waterloop; f. als industrie in de voedingssector met extramurale opslag of overslag, viskwekerijen met extramurale bassins, opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking, natuurreservaten en vogelreservaten, moerasgebieden en oppervlaktewateren groter dan 3 hectare, zoals bedoeld in artikel 2.2.3 van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol; g. als ligplaats voor woonboten, bedrijfs- en passagiersvaartuigen en stationerende vaartuigen en objecten; h. ten dienste van activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage in de gevallen zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage i.

ten dienste van bedrijven die worden begrepen onder artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; j. ten dienste van inrichtingen waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing is. 14.3

Toegelaten bedrijven

Voor zover bedrijven zijn toegestaan, mogen de gronden en gebouwen worden gebruikt voor de volgende categorieën bedrijven: a. Bedrijven die in de bij deze regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten vallen in de aangegeven milieucategorieën zoals opgenomen in de toepasselijke regels; b. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd overeenkomstig het bepaalde in 3.6 lid onder c van de Wet ruimtelijke ordening om in afwijking van het bepaalde in 14.3 onder a een omgevingsvergunning te verlenen met dien verstande dat het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van een bedrijf dat: 1. niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten voorkomt en in vergelijking met bedrijven die wel vallen onder de toegelaten categorieën een gelijke of mindere milieuhinder veroorzaakt; 2. in de Staat van bedrijfsactiviteiten voorkomt en valt onder één of meer categorieën hoger dan toegelaten, mits het desbetreffende bedrijf in vergelijking met bedrijven die vallen onder de toegelaten categorieën een gelijke of mindere milieuhinder veroorzaakt; 3. na uitbreiding, wijziging of aanpassing in de Staat van bedrijfsactiviteiten valt onder één of meer categorieën hoger dan toegelaten, mits de uitbreiding, wijziging of aanpassing niet tot gevolg heeft, dat het bedrijf in vergelijking met bedrijven die vallen onder de toegelaten categorieën, Gemeente Amsterdam

blz. 40

meer milieuhinder veroorzaakt. 14.4

Doelmatigheidsbepaling

Het college van burgemeester en wethouders verleent een omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in 14.1 wanneer strikte toepassing daarvan leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 41

Artikel 15 15.1

Algemene aanduidingsregels

Wetgevingszone - wijzigingsgebied 1

Het college van burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone – wijzigingsgebied 1' aan de bestemming 'Gemengd' en 'Tuin' de functieaanduiding 'loods historische tramspoorlijn' toevoegen, onder voorwaarden dat: a. bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid een verantwoording van een meerjarige duurzame (bedrijfs)exploitatie dient te worden gegeven; b. de vestigingsgrootte van de loods historische tramspoorlijn maximaal 2.500 m2 bvo bedraagt, met dien verstande dat tevens een vestiging van horeca van categorie 3 en 4 met een maximum bruto vloeroppervlak van 300 m2 is toegestaan; c. de loods historische tramspoorlijn en de horeca van categorie 3 en 4 als bedoeld onder b uitsluitend in de eerste bouwlaag zijn gevestigd; d. de hoogte van de eerste bouwlaag minimaal 4 meter en maximaal 6 meter bedraagt; e. de loods historische tramspoorlijn, voor zover niet gelegen onder bebouwing, wordt voorzien van een groen dak; f. de onderhoudswerkzaamheden uitsluitend inpandig plaatsvinden; g. de onderhoudswerkzaamheden en trambewegingen uitsluitend tussen 9.00 uur en 19.00 uur plaatsvinden, met dien verstande dat trambewegingen op maximaal 12 kalenderdagen tot uiterlijk 23.00 uur zijn toegestaan; h.

toepassing van de wijzigingsbevoegdheid niet mag leiden tot een onaanvaardbare verkeerssituatie en/of een onaanvaardbare toename van de verkeersaantrekkende werking; i. aangetoond is dat wordt voldaan aan het voor het plangebied vigerende parkeerbeleid; j. aangetoond is dat de functie geen onevenredig nadelige geluidhinder ter plaatse van geluidgevoelige objecten veroorzaakt, met dien verstande dat het maximale geluidsniveau ter plaatse van verblijfsruimten in geluidgevoelige objecten de maximaal toegestane waarden van 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A) niet overschrijdt en dat het geluidsniveau op de gevels van geluidgevoelige objecten maximaal 58 dB Ldag bedraagt; k. aangetoond is dat de functie geen onevenredig nadelige trillinghinder ter plaatse van geluidgevoelige objecten veroorzaakt, waarbij de SBR Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen A: schade aan gebouwen en B: hinder voor personen in gebouwen wordt toegepast; l. aangetoond is dat de functie geen onevenredig nadelige geur- en stofhinder veroorzaakt; m. aangetoond is dat de functie het gebruik van de aangrenzende gronden niet onevenredig schaadt. 15.2

Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2

Het college van burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone – wijzigingsgebied 2' aan de bestemming 'Groen' en 'Verkeer' de functieaanduiding 'historische tramspoorlijn' toevoegen, onder voorwaarden dat: a. bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid een verantwoording van een meerjarige duurzame (bedrijfs)exploitatie dient te worden gegeven; b. de reguliere dienstregeling uitsluitend voorziet in trambewegingen tussen 9.00 uur en 19.00 uur, met dien verstande dat trambewegingen buiten de reguliere dienstregeling op maximaal 12 kalenderdagen tot uiterlijk 23.00 uur zijn toegestaan; c. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid niet mag leiden tot een onaanvaardbare verkeerssituatie en/of een onaanvaardbare toename van de verkeersaantrekkende werking; d. aangetoond is dat de functie geen onevenredig nadelige geluidhinder ter plaatse van geluidgevoelige objecten veroorzaakt, met dien verstande dat het maximale geluidsniveau ter plaatse van verblijfsruimten in geluidgevoelige objecten de maximaal toegestane waarde van 33 dB niet overschrijdt en dat het geluidsniveau op de gevels van geluidgevoelige objecten maximaal 58 dB Ldag Gemeente Amsterdam

blz. 42

bedraagt; e. aangetoond is dat de functie geen onevenredig nadelige trillinghinder ter plaatse van geluidgevoelige objecten veroorzaakt, waarbij de SBR Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen A: schade aan gebouwen en B: hinder voor personen in gebouwen wordt toegepast; f. aangetoond is dat de functie geen onevenredig nadelige geur- en stofhinder veroorzaakt; g. aangetoond is dat de functie het gebruik van de aangrenzende gronden niet onevenredig schaadt; h. toestemming is verkregen van de Inspectie Leefomgeving en Transport vanuit veiligheidsoogpunt.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 43

Artikel 16

Algemene afwijkingsregels

a. Indien niet met toepassing van een andere bepaling van deze regels afgeweken kan worden, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c, van de Wet ruimtelijke ordening een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van de desbetreffende regels van dit bestemmingsplan, ten behoeve van: 1. het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen met een maximale bouwhoogte van 6 meter en een maximale vloeroppervlak van 25 m²; 2. het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, kunstobjecten, fonteinen, plastieken, vrijstaande muren, straatmeubilair, geluidwerende voorzieningen, bruggen en andere waterbouwkundige constructies en ondergrondse vuilstortcontainers; 3. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in situering niet meer dan 2 meter bedraagt; 4. het overschrijden van de bouwvlak- en bestemmingsgrenzen met ten hoogste 0,5 meter voor geluidwerende vliezen; 5. het overschrijden van de in de regels toegestane maximale bouwhoogten met maximaal 1,5 meter; 6.

het overschrijden van de in de regels toegestane maximale bouwhoogten, anders dan bedoeld onder 5, met ten hoogste 3 meter ten behoeve van centrale verwarmingsinstallaties, liftschachten en trappenhuizen, schoorstenen, antennes, ventilatie-inrichtingen, zonneboilers, zonnepanelen, antennemasten voor mobiele telefonie en windmolens. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in dit artikel kan worden verleend, mits de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.

Gemeente Amsterdam

blz. 44

Artikel 17 17.1

Algemene wijzigingsregels

Algemeen

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om overeenkomstig artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat: a. bestemmingsgrenzen worden overschreden, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. bestemmingsgrenzen worden overschreden voor zover dit van belang is voor het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate ten behoeve van de verkeersveiligheid en/of –intensiteit. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bijlage bij deze regels wordt gewijzigd, ten behoeve van het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van bedrijven, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten ten aanzien van de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven; d.

de bepalingen in de voorafgaande artikelen worden aangepast, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden gewijzigd.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 45

Artikel 18 18.1

Algemene procedureregels

Wijzigingsbevoegdheid

Bij het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Gemeente Amsterdam

blz. 46

Hoofdstuk 4 Artikel 19 19.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 19.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 47

Artikel 20

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Havenstraatterrein' van de gemeente Amsterdam. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 maart 2018 De raadsgriffier, Voorzitter.

Gemeente Amsterdam

blz. 48

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Investeringsbesluit

Bijlage 2

Hoogbouweffectrapportage

Bijlage 3

Advies R&D en BMA hoogbouw

Bijlage 4

Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 5

Cultuurhistorische verkenning en advies

Bijlage 6

Verkeersonderzoek

Bijlage 7

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek

Bijlage 9

Advies Technisch Ambtelijk Vooroverleg Geluidhinder Amsterdam

Bijlage 10

Besluit hogere waarden Wet geluidhinder

Bijlage 11

Onderzoek externe veiligheid

Bijlage 12

Advies brandweer Amsterdam-Amstelland

Bijlage 13

Beoordelingsmemo luchtkwaliteit

Bijlage 14

Onderzoek magnetische veldsterkte

Bijlage 15

Advies GGD Karperweg

Bijlage 16

Magneetveldstudie 10 kV kabelverbindingen

Bijlage 17

Nader en aanvullend bodemonderzoek

Bijlage 18

Notitie conventionele explosieven

Bijlage 19

Geohydrologisch onderzoek

Bijlage 20

Natuurwaardenonderzoek

Bijlage 21

Bomentoets

Bijlage 22

Advies Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur

Bijlage 23

Nota van beantwoording inspraak

Bijlage 24

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan

Bijlage 25

Nota van beantwoording zienswijzen besluit hogere waarden Wet

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

blz. 70

Bijlage 3

Verbeelding in PDF

bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)

80

79 81 85

86 88

87

9092

89

72

74

A

1531

A

A

A

5064

96 67AD

3 12 910 1 13 512

A

A

8296

17 1 6 1 2

ABRI

ABRI

5

(-w)

(-sgd-gbl)

ABRI

ABRI

(sg-hts) 6,5

GD

3 A /1

a

ABRI

[sba-2ob]

1

184

Sl ot er kade

13 20

a

13

3 A /2

[sba-pl3.5]

g we r e p r Ka

6

6 -8

11

GD 3 A /5

4 2

25 23-

16 24

s

(sv-hts)

(sgd-bs)

6 2

[sba-opt] 3 A /6

8 2

27

13 17

[sba-ob]

15-17

3 A /7

3 A /8

R

[sba-pl3.5]

BR

40

3 A /1 4

33

29

10 8-

Sc hi nke l

3 8

[sba-1ob] eg w r pe ar K

39 37

3 1 2 1 1 2 7 1 2 4 1 12 2 2 8 1 2 5 2 2 2 2 2 9 2 2 6 2 32 3 2 0 3 2

1

13 20

(-sw-wbg)

[sba-vv] 8 T /1 A

[sba-2ob] [sba-fz] [sba-2ob]

3 A /2 1

specifieke vorm van verkeer - kiosk

specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op beganegrond

wonen uitgesloten

[aeg]

aaneengebouwd

[ond]

onderdoorgang

[sba-1ob]

specifieke bouwaanduiding - 1 ondergrondse bouwlaag

[sba-2ob]

specifieke bouwaanduiding - 2 ondergrondse bouwlagen

[sba-ab]

specifieke bouwaanduiding - afhankelijke bouwhoogte

[sba-dg1]

specifieke bouwaanduiding - dove gevel 1

[sba-dg2]

specifieke bouwaanduiding - dove gevel 2

[sba-fz]

specifieke bouwaanduiding - flexibele zone

[sba-opt]

specifieke bouwaanduiding - oerplint

[sba-ob]

specifieke bouwaanduiding - overbouwing

[sba-ok]

specifieke bouwaanduiding - overkapping

9 5

0 6

7 /2 A 3

[sba-vv]

A

A

A

A

217

3 3 1

3 A /2 9

a J

3A /2 8

GD

specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting

A

aantal

221

55 1-

V

223

3 A /3 0

maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)

A

e d a k e t i d o r Af

225

Verklaringen

A

227

A A

A

2; ;A

229

34 2-

A

aat r ast i t Hes

A

4 8 1 2 3 1

minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m)

hartlijn leiding - water

219

6 7

maximum bouwhoogte (m)

Figuren

WA

3A

specifieke bouwaanduiding - plinthoogte 3.5 m

B

(br)

(as)

A

t h c a r g n o i d a St

(as)

[sba-opt]

b B

8 5

215

3A/ 22

(sv-k)

7 5

(sv-k)

6 /2 A 3

310 308-

3A/ 23

specifieke vorm van verkeer - historische tramspoorlijn

B

1 3 1 5 3

G

Ondergrond ontleend aan GBKA 2017

231

P i et K ra ne nb er gp ad

(sv-hts)

maatvoeringsvlak

1

Jaa gp ad

specifieke vorm van groen - wisselwachterhuis

[sba-dg2]

10 17

(sv-hts)[sba-2ob]

3

(sg-wwh)

Maatvoeringaanduidingen

(sv-k)

(sgd-b2bl)

WR-HG

specifieke vorm van groen - historische tramspoorlijn

[sba-vv] 4 5 -4 7

6 /1 A

2

(sg-hts)

43

[sba-ab]

[ond]

7 /1 A 3

(-w)

specifieke vorm van gemengd uitgesloten - gevoelige bestemming luchtkwaliteit

[sba-pl3.5]

(-w) a

16323

(sgd-lht)

(-sgd-gbl)

e d a k n ma t s a L r e t e Pi

4 4 3 A /1 5

[aeg] GD

6 14

specifieke vorm van gemengd - loods historische tramlijn

16 21

[sba-pl3.5]

[aeg]

(sgd-lht)

5 3

[sba-dg1]

93 /1 A 3 0 /2 A 3

specifieke vorm van gemengd - bedrijven vanaf tweede bouwlaag

306

10 17

27

0 5 3 6

304

ijn sb u rg st ra a t

D 209A-

BR

[sba-opt]

5 9 1 2 9 1 9 9 1 6 9 1 3 0 2 0 0 2 7 0 2 4 0 2

21 121 3

300

[aeg]

(sgd-b2bl)

bouwvlak

D 207A-

A 3

1 1

specifieke vorm van gemengd - basisschool

Bouwvlak

GD

1 [sba-1ob] /1

1

T

BR

D 205A-

296

16 24

a

nutsvoorziening

(-w)

D 203A-

3 A /9

3 A /1 3

D 201A-

veenseweg el Am st

294

41

16 23

2 3

(nv)

Bouwaanduidingen

BR

292

C 6A-

39 0 3

brug

26-32

10-24

2-8

BR

290 288-

37

25 3-

aat r st per Kar

35

[sba-fz]

8 2

(br)

D 199A-

33

[sba-fz]

0 /1 A 3

BR

aanlegsteiger

(sgd-bs)

t a a r t s t r e a l l Wi

286

4

31 6 2

(as)

t a a r t s t r e a l l Wi

16 8-

4 2

G

Waarde - Hoofdgroenstructuur

1-31

284

2

29

23

13 20

6

Waarde - Cultuurhistorie

(-sw-wbg)

[sba-1ob]

2 2

WR-C

0 8 2 8 7 2

T

0 2

Waarde - Archeologie

[sba-1ob]

6

8 1

WR-A

BR

282

R

eg w r pe ar K

Leiding - Water

1

2 /1 A 3

tr a a t

22

21

1 0

1

3

5-7 9

276 272274-

15

20

19

2 -4

[sba-pl3.5] 3 A /4

18

17

ijn sb u rg

(sg-wwh)

(-w)

[sba-dg1]

1 2

14 23

D 197A-

11

16

15

188

[aeg]

D 195A-

9

14

13

187

ABRI ABRI

1

1 4 -1 6

(sg-hts)

D 193A-

7

12

11

186

[sba-2ob]

D 191A-

185

-26 18

5

10

9

W oubr uggest r aat

BR

[sba-fz] GD

A

4 3

D 189A-

3

7

8

aat r denst m ui om m e Lei Kr

(-w)

G

114 100-

1

5

6

(nv)

WR-A (sv-hts) (sgd-b2bl)

ABRI

D 187A-

183183A

10 6

ABRI

R

1 7

Water

Functieaanduidingen

D 185A-

T

ABRI

8 26

4

1

WA

WR-HG

D 183A-

3

WR-C

[sba-opt]

26 32

D 181A-

2

3

5

9

18 24

78 -9 8

7178

7986

180

Sch i nkel kade

[aeg]

2 5 1 8 3 1

t a a r t s t e i Vl

7

[sba-ok]

(sv-hts) (-sgd-gbl) 4,5

16 21

D 179A-

181182

t a a r t s n e v Ha

8 2 1 8 1 1

V

9

Verkeer

L-W 10 16

D 177A-

1 1

ABRI

veenseweg el Am st

13-15

21

23

14

28

GD

8 6 1 2 6 1

25

6,5

5

[sba-ok]

6 1 1 2 0 1

2 3 1 0 3 1

L-W

14 12 16

4

10 010 6

177 178

4 8 0 7 0 0 1 6 8

Ri e t wi j k e r s t r a a t

27

V

Dubbelbestemmingen

WR-C

3

D 175A-

179

(-sw-wbg)

66 2-2 26

50

8 6 8 5

0 6 1 4 5 1

Tuin

[ond] 43

A

Rietwijkerstraat

t a a r t s t e i Vl

17 3A -D

176

8 4 4 3 6 5 0 5

at ra st rs aa B

51 2

A

T

1

41

49

48

4

Groen

2 3 8 1

9 25 524

6

G

t a a r t s n e v Ha 39

47

46

3 24 922

175

45

44

7 22 321

Gemengd

GD

-37 35

47

1 19 717

1 21 520

174 173

43

42

49

Bestemmingen 6

3 20 319

172

41

40

8

Plangebiedgrens

5 17 116

t aa r t s t ar Va

171

39

38

170 169

37

36

9 15 514

86 82

Plangebied 91

6680

3 14 313

1 0

BR

7 10 110

Baar sst r aat

76

35

37

25 19

68

70

91

31 33 35

33

34

39

64

78

31

32

41

15 17

62

29

30

43

83

84

Vee r st r aat

82

59 60 61 62

27

28 26-

29

45

13

58 60

3 16

27

25

63

23

25

24 22-

56

g sewe veen el t Am s

11

66

Gemeente Amsterdam

7

1 16

21

t aa r t s t ar Va 9

80

BR

12

14

16

250

12

19

20 18-

23

18

22-24 20-20A

48 50

ABRI

30

26-26A 28

11

10

17

21 19-

BR

(sg-hts) 233

0

8 8 1 2 A

A

5 3

A A

243

61

A A A

Datum

241

59

t a a r t s s Eo

6

Planinformatie

239

9 7

6 6 3 0 9 1

320 314-

S ta di on gr ac ht

237

3A / 33

t a a r t s s Eo

312

5

75m

235

aat r ast Rhe

4

25

A

A

1-9-2015

Planstatus

Informatie bij

Stadsdeel of RVE

Voorontwerp

Gemaakt door

RVE

Ontwerp

Locatie

Stadsdeel

Vastgesteld

Formaat

A2

Plan id

NL.IMRO.0363.K1302BPSTD-VG02

Plotdatum

7-10-2021

BR

5 7 1 7 0 1

0 3 3

Bestemmingsplan Havenstraatterrein Verbeelding

79 4 4 6 3 2 0 4 3

81

0 1 8 4 1 2 1 6 1

g we n o i d a St

A

A

2 3 3 4 3 3

77

87 35-

A

aat r ast i t Hes

118 74-

A

A

aat r t eas Rh

A

25 5

75

102 36-

185250

3 7 1 7

0A 10

9

253 251-

8

Schaal

249

69 67-

A A

t a a r t s s Eo

247

336 322-

65 63-

0 8 -1 2

7

veenseweg el Am st

5 0 1 1 1

2 1 5 0 7 3

245

19 1-

A

A

A

1:1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10927666/1