- 23 Ruimtelijke Ordening (30) 4. Havenstraatterrein Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Havenstraatterrein
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Havenstraatterrein
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.K1302BPSTD-VG01
Datum print
19 Oktober 2021
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Hoofdstuk 3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Hoofdstuk 4
5 Inleidende regels
6
Begrippen Wijze van meten
6 18
Bestemmingsregels
19
Gemengd Groen Verkeer Water Tuin Leiding - Water Waarde - Archeologie Waarde - Cultuurhistorie Waarde - Hoofdgroenstructuur
19 26 27 28 29 31 33 35 36
Algemene regels
37
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels
37 38 39 41 42 43
Overgangs- en slotregels
44
Artikel 18 Overgangsrecht Artikel 19 Slotregel
44 45
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 5
Regels
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan
Het bestemmingsplan Havenstraatterrein met identificatienummer NL.IMRO.0363.K1302BPSTD-VG02 van de gemeente Amsterdam. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aanlegsteiger
Boven of in het water aangebrachte of op het water drijvende constructie voor het afmeren van een boot, waarna over de aanlegsteiger naar de wal kan worden gelopen. 1.6
archeologisch onderzoek
Werkzaamheden naar het bodemarchief die ten behoeve van de archeologische monumentenzorg worden uitgevoerd volgens de eisen zoals gesteld in de vigerende Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.7
archeologisch rapport
Rapportage waarin de archeologische waarde van het terrein waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt vastgesteld die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders voldoet aan de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. 1.8
archeologische waarden
Waarden waarvan de aanwezigheid bekend is in de vorm van fysieke overblijfselen in de bodem. 1.9
automatenhal
Een voor het publiek toegankelijke ruimte waar meer dan twee speelautomaten of andere mechanische toestellen in de zin van artikel 30 van de Wet op de Kansspelen zijn opgesteld. 1.10
bebouwing
Één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 7
1.11
bebouwingspercentage
Een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bestemmingsvlak of bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.12
bed & breakfast
Een gelegenheid, die met behoud van de woonfunctie door ten minste de hoofdbewoner in een woning wordt uitgeoefend en die voorziet in het verstrekken van nachtverblijf voor maximaal vier personen voor korte tijd, waarbij het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten ondergeschikt is. 1.13
bedrijf
Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden bedrijven daaronder niet begrepen, met dien verstande dat alleen bedrijven conform de toepasselijke regels en Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. 1.14
bedrijfsvaartuig
Een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, niet zijnde een zee- of binnenschip, hoofdzakelijk gebruikt als of bestemd voor de uitvoering van enig bedrijf of beroep dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten. 1.15
belwinkel
Een voor publiek toegankelijke gelegenheid waar de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door het bedrijfsmatig gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, waaronder mede begrepen het verzenden van faxen. 1.16
bestaande bebouwing
Bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, die is gebouwd, dan wel mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning. 1.17
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.18
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.19
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
1.20
bijbehorende kantoorruimte
Niet-zelfstandige kantoorruimte die behoort bij en gerealiseerd wordt of is binnen een hoofdfunctie (veelal bedrijf) en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is, welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie. 1.21
bijgebouw
Een bijbehorend bouwwerk, zijnde een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw, dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw. 1.22
bijzondere bouwlaag
Kelder, souterrain en kap. 1.23
bodemverstoring
Elke vorm van grondverzet. 1.24
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.25
bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.26
bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van bijzondere bouwlagen. 1.27
bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.28
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.29
bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 9
1.30
consumentverzorgende dienstverlening
Persoonlijke verzorging van consumenten, waaronder kapperszaken, schoonheidsinstituten en naar de aard daarmee gelijk te stellen dienstverlening. 1.31
culturele voorzieningen
Een vorm van maatschappelijke dienstverlening, waaronder in ieder geval wordt begrepen: musea, (muziek)theaters, expositieruimten en naar de aard gelijk te stellen voorzieningen. 1.32
detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.33
dienstverlening
Het verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden met of zonder rechtstreeks contact met het publiek. Onder te verdelen in: a. consumentverzorgende dienstverlening; b. zakelijke dienstverlening; c. maatschappelijke dienstverlening. 1.34
dove gevel
a. Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidswering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A); b. Een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, met dien verstande dat dove gevels mogen worden onderbroken door verglaasde balkons, loggia's, serres of vergelijkbare voorzieningen. 1.35
eerstelijnsbebouwing
Bebouwing die vanaf de aangrenzende openbare weg gezien als eerste lijn van de aan de betreffende weg gelegen bebouwing kan worden beschouwd. 1.36
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.37
geldwisselkantoor
Een voor publiek toegankelijk kantoor of gelegenheid waarvan het hoofdbestanddeel van de activiteiten wordt gevormd door het bedrijfsmatig wisselen van geld of waardepapieren.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
1.38
geluidsgevoelige objecten
Gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige functies of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder. 1.39
geluidsluwe zijde
Een gevel(deel) van een geluidsgevoelig object waar de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarden Wet geluidhinder niet overschrijdt, dan wel een verglaasd balkon, loggia of serre of vergelijkbare voorziening wordt gerealiseerd waardoor de voorkeurswaarde op de scheidingsconstructie van de achtergelegen verblijfsruimte wordt bereikt. 1.40
geluidwerende voorzieningen
Alle bouwkundige ingrepen aan, in of achter de geluidsbelaste gevel van een geluidsgevoelig object, die leiden tot een in de Wet geluidhinder bedoelde karakteristieke geluidswering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A). 1.41
geluidwerend vlies
Een bouwkundige constructie aangebracht aan de buitenzijde van een gevel met het doel een geluidsreductie op deze gevel te bewerkstelligen als gevolg waarvan voldaan wordt aan het gestelde in de Wet geluidhinder, en waarbij de afstand tussen geluidwerend vlies en gevel tenminste 0,5 meter is en waarbij er tussen geluidwerend vlies en gevel sprake is van buitenlucht, met openingen ten behoeve van de luchtverversing met een capaciteit van tenminste 6 dm³ per seconde per m² vloeroppervlak van de achterliggende woning(en). 1.42
gevel
Een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. 1.43
gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit
Categorieën van gevallen zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen), zijnde gebouwen met bijbehorende terreinen die geheel of gedeeltelijk zijn bestemd of in gebruik zijn ten behoeve van basisonderwijs, voortgezet onderwijs of overig onderwijs aan minderjarigen, kinderopvang, verzorgingstehuis, verpleegtehuis of bejaardentehuis. 1.44
groen dak
Een dakbedekking waarop een plantaardige laag is aangebracht, dat wil zeggen een laag die hoofdzakelijk bestaat uit levende planten. Het groene karakter varieert van mossen, sedum, grassen tot een daktuin. 1.45
groenvoorzieningen
Ruimten in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, groen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 11
1.46
historische tramspoorlijn en bijbehorende voorzieningen
Een tramspoorlijn met bijbehorende voorzieningen waaronder begrepen rails, bovenleidingen, abri's, hekwerken en voorzieningen verkeersregulering, ten behoeve van de exploitatie van de historische tramspoorlijn Amsterdam Haarlemmermeerstation - Amstelveen Bovenkerk. 1.47
hogere waarde Wet geluidhinder
Een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder. 1.48
hoofdgebouw
Een gebouw dat door zijn aard, functie, constructie of afmetingen, dan wel gelet op het gebruik als belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.49
horeca van categorie 1
Een inrichting die geheel of in overwegende mate fastfood producten verstrekt, die ter plaatse kunnen worden genuttigd dan wel afgehaald kunnen worden, daaronder worden in elk geval begrepen: fastfoodrestaurants, cafetaria's, snackbars automatiek, loketverkoop en shoarmazaken. 1.50
horeca van categorie 2
Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning, al dan niet met levende muziek en al dan niet met verstrekking van dranken en kleine etenswaren, daaronder worden in elk geval begrepen: dancing/discotheek, zaalverhuurbedrijven en een sociëteit, (dance)club. 1.51
horeca van categorie 3
Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van alcoholische dranken, of anderzijds de uitstraling hebben van een café, daaronder worden in elk geval begrepen: café, bar, cocktailclub. Het bieden van de gelegenheid om te dansen is toegestaan op voorwaarde dat er geen entreegeld wordt geheven en de dansvloer niet groter is dan 20% van het bruto vloeroppervlakte van de horecazaak. 1.52
horeca van categorie 4
Een inrichting die: a. geheel gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaar, die uitsluitend ter plaatse aan tafel genuttigd worden, eventueel aangevuld met een afhaalfunctie, en in zoverre deze inrichting niet valt onder horeca van categorie 1 en horeca van categorie 3, daaronder worden in elk geval begrepen: restaurant en eetcafé (categorie 4A). Het bieden van de gelegenheid om te dansen is toegestaan op voorwaarde dat er geen entreegeld wordt geheven en de dansvloer niet groter is dan 20% van het bruto vloeroppervlakte van de horecazaak; b. gericht is op het verstrekken van alcoholvrije dranken, dan wel van kleine etenswaren (niet vallende onder horeca van categorie 1), sandwiches en ijswaren, daaronder worden in elk geval begrepen: lunchroom, koffie-/theehuizen, juicebars en ijssalons (categorie 4B).
Gemeente Amsterdam
blz. 12
1.53
huisgebonden bedrijf
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Hieronder wordt wel een bed & breakfast begrepen, maar niet detailhandel of horeca. 1.54
huisgebonden beroep
Het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel of horeca. 1.55
kantoor
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, daaronder tevens begrepen aan het kantoor ondergeschikte congres- en vergaderaccommodatie. 1.56
kap
Een bijzondere bouwlaag waarvan de dakconstructie bestaat uit ten minste één hellend dakvlak. 1.57
kelder
Een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,5 meter boven het peil is gelegen. 1.58
kiosk
Een in de openbare ruimte geplaatst solitair gebouw, van beperkte omvang, welke voor consumptieen/of detailhandelsdoeleinden mag worden gebruikt. 1.59
kunstwerk
Bouwwerk ten behoeve van de waterhuishouding, zoals dammen, duikers, sluizen, beschoeiingen, remmingswerken, niet zijnde steigers. 1.60
loods historische tramspoorlijn
Een loods met inbegrip van bijbehorende kantoorruimte, opslagruimte, werkkuilen, rails en bovenleidingen voor het stallen, tentoonstellen en onderhouden van historische tramstellen, ten behoeve van de exploitatie van de historische tramspoorlijn Amsterdam Haarlemmermeerstation - Amstelveen Bovenkerk. 1.61
maaiveld
De bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 13
1.62
maatschappelijke dienstverlening
Het verlenen van diensten op het gebied van gezondheidszorg, sociaal-cultureel, cultureel, welzijn, woonzorg (inclusief een woonzorgcentrum), kinderopvang, onderwijs en educatie, sport, religie, overheid en vergelijkbare gebieden, waaronder mede ondergeschikte nevenfuncties ten behoeve van de diensten worden begrepen. 1.63
nachtperiode
De periode van 23.00 tot 7.00 uur, waarvoor op basis van het Activiteitenbesluit geluidgrenswaarden gelden voor inrichtingen ter bescherming van geluidsgevoelige objecten. 1.64
nutsvoorziening
Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit, en de elektronische communicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen voorzieningen voor warmte- en koudeopslag, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.65
object te water
Een voorwerp of vaartuig dat in, op of boven het water is aangebracht of afgemeerd en dat niet behoort tot enige andere categorie vaartuigen en niet gebruikt wordt als woonverblijf, niet zijnde een vlot. 1.66
omgevingsvergunning
Vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.67
ondergrondse infrastructuur
Ondergrondse kabels en (buis)leidingen waaronder in elk geval worden begrepen ondergrondse voorzieningen ten behoeve van elektriciteits-, warmte/koude- en watervoorziening, riolering, elektronische communicatie en glasvezel. 1.68
ondersteunende detailhandel
Niet-zelfstandige detailhandel, die wordt of is gerealiseerd binnen een vestiging en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is, welke uitsluitend toegankelijk is via de vestiging en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de vestiging. 1.69
ondersteunende horeca
Niet-zelfstandige horeca, uitsluitend zijnde horeca van categorie 3 of horeca van categorie 4, die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is, welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie. 1.70
overkapping
Een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke oppervlakte overdekt, bestaande uit een dakconstructie en voorzien van ten hoogste twee wanden.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
1.71
passagiersvaartuig
Een vaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor of bestemd tot: a. vervoer van personen; b. het beschikbaar stellen aan een of meer personen ten behoeve van varende recreatie. 1.72
peil
a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk in, op of boven het water: het plaatselijk aan te houden waterpeil; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen daarbij niet meegeteld worden. 1.73
pleziervaartuig
Een vaartuig, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie. 1.74
rechtstand
Een horizontale opstelruimte in een verdiepte of half verdiepte parkeergarage, waar auto’s voor het uitrijden kunnen stilstaan. 1.75
seksinrichting
Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin handelingen of vertoningen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder wordt in elk geval verstaan: a. een prostitutiebedrijf: een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen een materiële vergoeding; b. erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische / pornografische aard, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een erotische videotheek, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, wel of niet in combinatie met elkaar. 1.76
shisha-lounge
Een horecavoorziening waar de exploitatie hoofdzakelijk bestaat uit het bieden van diensten voor het roken van gearomatiseerde pijptabak met een waterpijp. 1.77
short-stay
Het structureel aanbieden van een zelfstandige woning voor tijdelijke bewoning aan één huishouden, dan wel voor vier personen, indien zij deel uitmaken van meer dan één huishouden, voor een aaneensluitende periode van tenminste één week en maximaal zes maanden. 1.78
smartshop
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden van psychotrope stoffen.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 15
1.79
souterrain
Een bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddeld aangrenzend peil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1 meter boven peil is gelegen. 1.80
Staat van bedrijfsactiviteiten
De als bijlage opgenomen lijst behorende bij deze regels, waarin vormen van gebruik anders dan wonen, zijn aangegeven, ingedeeld in categorieën van toenemende hinder. 1.81
steiger
Een bouwwerk te water dat aan één zijde met de wal is verbonden en/of door middel van palen met de grond is verbonden, dat wellicht door de gekozen constructie verticaal met het water/ getij beweegt, doch de eigenschap mist om van plaats te veranderen. 1.82
supermarkt
Een detailhandelsbedrijf in de vorm van een zelfbedieningswinkel waar met name levensmiddelen, voedingsmiddelen - inclusief versartikelen zoals groente, brood, vlees en zuivel - en huishoudelijke artikelen worden verkocht. 1.83
terras
Een buiten de besloten ruimte van het horecabedrijf gelegen terrein, al dan niet in of aan de openbare ruimte, waar zitgelegenheid kan worden geboden ten dienste van het horecabedrijf en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. 1.84
tramvoorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van het tramverkeer, niet zijnde tramverkeer als bedoeld in 1.46, hieronder worden in elk geval abri's, een verkeersleidingspost, tramrails en bovenleidingen gerekend. 1.85
uitbouw
Een bijbehorend bouwwerk, zijnde een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.86
vaartuig
Vervoermiddel op of onder water. 1.87
verbeelding
De verbeelding van het bestemmingsplan 'Havenstraatterrein'.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
1.88
vestiging
Een (deel van een) gebouw waar een niet-woonfunctie, inclusief de daarbij behorende nevenruimten, wordt uitgeoefend en welke door aard en omvang een zelfstandig karakter heeft. 1.89
voorgevel
De gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.90
waterberging
(Tijdelijke) opslag van een overmaat aan (oppervlakte)water in het (oppervlakte)watersysteem. 1.91
wettelijke regelingen
Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen voor wat betreft het bouwen en het gebruik te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, tenzij in deze regels anders is bepaald. 1.92
wisselwachtershuis
Een verhoogd bouwwerk op een funderingsplaat, oorspronkelijk in gebruik als ruimte van waaruit de spoorwissels werden bediend. 1.93
woning
Een complex van één of meer ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.94
woonboot
Een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf voor maximaal 1 huishouden niet zijnde een object in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.95
woonzorgcentrum
Een gebouw of gedeelte van een gebouw waar een specifieke doelgroep, zoals ouderen, woont, die algemene en medische verzorging geniet en waar naast ruimten voor verzorging tevens bij het zorgcentrum behorende ruimten zoals ondergeschikte detailhandel, ondersteunende horeca en overige nevenruimten zijn inbegrepen. 1.96
zakelijke dienstverlening
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten en/of het leggen van contacten of het uitvoeren van commerciële handelingen, uitgezonderd detailhandel.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 17
1.97
zorgwoning
Een zelfstandige woning waar (intensieve) zorgverlening mogelijk is en waar zorg op afroep beschikbaar is vanuit een verpleeg- of verzorgingshuis, een woonzorgcentrum of een dienstencentrum.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2
inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3
bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
bruto vloeroppervlakte
Het totaal aantal vierkante meters in gebruik voor een bepaald doel, al dan niet verspreid over meerdere vloeren. 2.5
bruto vloeroppervlakte van een vestiging
De oppervlakte van een bouwwerk vermenigvuldigd met het aantal bouwlagen waar een vestiging zich bevindt, bijzondere bouwlagen daarin begrepen (tenzij in de regels anders bepaald), vermeerderd met het oppervlak van de door de vestiging in gebruik genomen bijbehorende bouwwerken. 2.6
netto vloeroppervlakte van een vestiging
De bruto vloeroppervlakte van een vestiging, verminderd met de oppervlakten van draagconstructies, separatiewanden, gevels, brandwerende wanden, schachten en ruimten lager dan 1,5 meter. 2.7
oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8
hoogte van een bouwlaag
De afstand tussen de vloer van de betreffende bouwlaag, daaronder begrepen de vloer van een souterrain, en de bovenkant van de vloer van de daarboven gelegen bouwlaag, met dien verstande dat entresols niet worden meegerekend.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 19
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
(zorg)woningen, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.1 en 3.4.6; huisgebonden beroep of huisgebonden bedrijf, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.1; bed & breakfast, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.1; bedrijven, die vallen in milieucategorie 1, 2 en 3.1 als bedoeld in 14.3 van deze regels, uitsluitend in de eerste bouwlaag, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.2, 3.4.4 en 3.4.5; e. detailhandel, uitsluitend in de eerste bouwlaag, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.5; f. consumentverzorgende dienstverlening, uitsluitend in de eerste bouwlaag, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.5; g. maatschappelijke dienstverlening, uitsluitend in de eerste bouwlaag, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.3, 3.4.5 en 3.4.6; h. culturele voorzieningen, uitsluitend in de eerste bouwlaag, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.5; i. horeca van categorie 3 en 4, uitsluitend in de eerste bouwlaag, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.5; j. onderwijs in de vorm van een basisschool in combinatie met buitenschoolse opvang en een kinderdagverblijf, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd basisschool', met inachtneming van het bepaalde in 3.4.5 en 3.4.6; k. loods historische tramspoorlijn, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'loods historische tramlijn'; l.
ondersteunende horeca, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.7; m. ondersteunende detailhandel, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.8; n. parkeervoorzieningen ten behoeve van de onder a t/m k genoemde gronden, uitsluitend in de kelder en/of het souterrain, met dien verstande dat toegangen en in- en uitritten tevens in de eerste bouwlaag zijn toegestaan, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.9; o. tuinen; p. terrassen; q. groenvoorzieningen; r. speelvoorzieningen; s. verkeersareaal; t. geluidwerende voorzieningen; u. nutsvoorzieningen; v. ondergrondse infrastructuur. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op en onder de in artikel 3.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: a. gebouwen slechts zijn toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; b. in afwijking van het bepaalde onder a ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd - basisschool' buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak een bijgebouw van maximaal 15 m2 is toegestaan; c. kruipruimtes niet zijn toegestaan. Gemeente Amsterdam
blz. 20
3.2.2
Bouwhoogte en bebouwingspercentage
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
maximale goot- en bouwhoogte: zoals op de verbeelding staat aangegeven; maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding staat aangegeven; minimum bouwhoogte: zoals op de verbeelding staat aangegeven; maximum bebouwingspercentage binnen het bouwvlak: 100%; ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afhankelijke bouwhoogte’ geldt dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan de bouwhoogte van de noordwestgevel van het bouwblok; f. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' is een overkapping met een maximum hoogte van 5 meter toegestaan; g. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' is een overbouwing toegestaan, waarbij de bouwgrens van de plint terugligt ten opzichte van de daarboven gelegen bouwlaag en is toegestaan binnen het aangeduide gebied. h. ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang' is een onderdoorgang met een maximum hoogte van 3 meter toegestaan; i. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - plinthoogte 3.5 m' geldt een minimum hoogte voor de eerste bouwlaag van 3,5 meter; j. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - oerplint' geldt een minimum hoogte voor de eerste bouwlaag van 6 meter. 3.2.3
Bouwgrens en gevels
a. ter plaatse van de bouwaanduiding ‘aaneengebouwd’ dient de gevel van de eerstelijnsbebouwing aaneengesloten te worden gebouwd; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - flexibele zone' mag in afwijking van het bepaalde in 3.2.1 onder a de bouwgrens aan de voorzijde door gebouwen met maximaal 2 meter worden overschreden, onder voorwaarden dat: 1. de overschrijding niet meer dan 0,8 meter bedraagt over een breedte van 70% van de gevellengte; 2. de overschrijding aan de voorzijde, vanaf de tweede bouwlaag, niet meer dan 1,4 meter bedraagt over een breedte van 40% van de gevellengte; 3. in buitenste zone van 0,6 meter niet mag worden gebouwd, met uitzondering van trappen en hellingsbanen. c. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel 1' geldt voor de eerstelijnsbebouwing dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van geluidsgevoelige objecten uitsluitend kan worden verleend, indien de betreffende gevel als dove gevel wordt uitgevoerd of wordt voorzien van een geluidwerend vlies; d.
ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - dove gevel 2’ geldt dat de betreffende gevel in geval van het bouwen van geluidsgevoelige objecten als dove gevel moet worden uitgevoerd of van een geluidwerend vlies moet worden voorzien, tenzij de geluidsbelasting op de betreffende gevel binnen tien jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan voldoet aan de geluidsniveaus zoals bepaald in 3.2.4 onder a; e. voor woningen geldt dat sprake is van minimaal één geluidsluwe zijde, met dien verstande dat dit niet geldt voor de woningen waarvoor het college van burgemeester en wethouders op 1 september 2015 een afwijkingsbesluit heeft genomen. 3.2.4
Maximale geluidniveaus
a. voor gevels van geluidsgevoelige objecten, met uitzondering van de gevels als bedoeld in 3.2.3 onder c en d, geldt dat de geluidsniveaus vanwege de tramremise Havenstraat 18 de onderstaande waarden niet mogen overschrijden:
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 21
b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel 2' voor een periode van maximaal tien jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan een geluidsniveau van 68 dB(A) LAmax vanwege geluidpieken is toegestaan; c. voor verblijfsruimten in geluidsgevoelige objecten geldt dat de geluidsniveaus vanwege de tramremise Havenstraat 18 de onderstaande waarden niet mogen overschrijden:
3.2.5
Parkeervoorzieningen
Voor het bouwen van parkeervoorzieningen in de kelder en het souterrain en bijbehorende entrees gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2 ondergrondse bouwlagen' zijn maximaal 2 ondergrondse bouwlagen met een totale maximum diepte van NAP -5,6 meter toegestaan; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1 ondergrondse bouwlaag' is maximaal 1 ondergrondse bouwlaag met een maximum diepte van NAP -3 meter toegestaan; c. rechtstand wordt binnen het bouwperceel mogelijk gemaakt; d. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'aantal' geldt per gevelwand het maximum aantal in- en uitgangen voor auto's zoals op de verbeelding staat aangegeven. 3.2.6
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. voor dakterrassen gelden de volgende regels: 1. uitsluitend op een plat dak; 2. maximale constructiehoogte: 0,3 meter; 3. minimale afstand van het hekwerk tot de dakrand, voor zover grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied: 1,20 meter; 4. maximale hoogte van het hekwerk: 1,20 meter; 5. bij lager gelegen delen van het oorspronkelijke hoofdgebouw geldt buiten de 2 meter grens vanaf de vlakke achtergevel een minimale afstand tot de perceelsgrens van 2 meter. b. maximale bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 2 meter. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Aaneengebouwd
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om af te wijken van het bepaalde in 3.2.3 onder a, onder voorwaarden dat:
Gemeente Amsterdam
blz. 22
a. een onderbreking in de betreffende gevelwand een maximum hoogte heeft van 10 meter en een maximum breedte van 17,5 meter; b. aangetoond is dat op de achterliggende gevels van geluidsgevoelige objecten de voorkeursgrenswaarden Wet geluidhinder, de standaardgrenswaarde Activiteitenbesluit danwel de geluidsniveaus zoals bepaald in artikel 3.2.4 onder a en c niet worden overschreden. 3.3.2
Dove gevel
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om af te wijken van het bepaalde in 3.2.3 onder c en d, onder voorwaarden dat: a. aangetoond is dat op de betreffende gevel de voorkeursgrenswaarden Wet geluidhinder, de standaardgrenswaarde Activiteitenbesluit danwel de geluidsniveaus zoals bepaald in artikel 3.2.4 onder a en c niet worden overschreden; b. in het geval de voorkeursgrenswaarden Wet geluidhinder wel worden overschreden en aangetoond is dat de geluidsbelasting op de betreffende gevel voldoet aan de hiervoor vastgestelde hogere waarden Wet geluidhinder. 3.3.3
Geluidsluwe zijde
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om af te wijken van het bepaalde in 3.2.3 onder e, onder voorwaarden dat: a. aangetoond is dat het realiseren van een geluidsluwe zijde overwegende bezwaren van stedenbouwkundige of architectonische aard ontmoet; b. het Technisch Ambtelijk Vooroverleg Geluidhinder Amsterdam hierover heeft geadviseerd. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Wonen
Voor de in 3.1 onder a t/m c, genoemde gronden gelden de volgende regels: a. het maximum aantal woningen binnen de bestemming 'Gemengd': 500; b. in woningen is huisgebonden beroep, huisgebonden bedrijf en bed & breakfast toegestaan tot maximaal 40% van het bruto vloeroppervlak van de woning met een maximum van 60 m2; c. ter plaatse van de functieaanduiding 'wonen uitgesloten' zijn (zorg)woningen, huisgebonden beroep of huisgebonden bedrijf en bed & breakfast niet toegestaan; d. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op begane grond' is wonen uitsluitend toegestaan vanaf de tweede bouwlaag; e. voor uitbouwen geldt: ten behoeve van de functie in de eerste bouwlaag; f. voor bijgebouwen geldt: ondergeschikt aan en ten dienste van het gebruik van de functie van het hoofdgebouw; g. voor bergingen geldt: tevens toegestaan in de kelder en het souterrain. 3.4.2
Milieucategorie
Voor bedrijven uit milieucategorie 3.1 als bedoeld in 3.1 onder d gelden de volgende regels: a. maximum milieucategorie ten aanzien van de aspecten gevaar, geur en stof: 2; b. de bedrijfsactiviteiten vinden niet plaats tijdens de nachtperiode; c. de bedrijfsactiviteiten vinden hoofdzakelijk inpandig plaats.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 23
3.4.3
Gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit
Voor de in 3.1 onder g genoemde gronden geldt dat ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd uitgesloten - gevoelige bestemming luchtkwaliteit’ gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit niet zijn toegestaan. 3.4.4
Bijbehorende kantoorruimte
Voor de bij bedrijven behorende kantoorruimte geldt een maximum percentage van 30% van de bruto vloeroppervlakte van de vestiging. 3.4.5
Niet-woonfuncties
Voor de in 3.1 onder d t/m k genoemde gronden gelden de volgende regels: a. voor bedrijven, detailhandel, consumentverzorgende dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening, culturele voorzieningen en horeca van categorie 3 en 4 geldt een maximum bruto vloeroppervlak per vestiging van 300 m2; b. voor bedrijven, detailhandel, consumentverzorgende dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening, culturele voorzieningen en horeca van categorie 3 en 4 geldt dat deze, in afwijking van 3.1 onder d t/m i ook boven de eerste bouwlaag zijn toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd - bedrijven vanaf tweede bouwlaag'; c. ten aanzien van detailhandel geldt dat supermarkten niet zijn toegestaan; d. het totaal maximum bruto vloeroppervlak per functie bedraagt: bedrijven: 5.000 m2; detailhandel: 1.500 m²; consumentverzorgende dienstverlening: 1.500 m²; maatschappelijke dienstverlening: 1.500 m²; culturele voorzieningen: 1.500 m²; horeca van categorie 3 en 4: 1.500 m² loods historische tramspoorlijn : 1.500 m2. e. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - basisschool’ is een basisschool in combinatie met buitenschoolse opvang en een kinderdagverblijf met een maximum bruto vloeroppervlakte van 4.000 m2 en een bijbehorende buitenruimte toegestaan; f.
ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - basisschool’ geldt dat de onbebouwde grond als openbare buitenruimte mag worden gebruikt; g. voor uitbouwen geldt: ten behoeve van de functie in de eerste bouwlaag; h. voor bijgebouwen geldt: ten dienste van het gebruik van de functie van het hoofdgebouw; i. voor bergingen geldt: tevens toegestaan in de kelder en het souterrain. 3.4.6
Geluidsgevoelige objecten
Voor zover op grond van het bepaalde in 3.1 geluidsgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd, zijn deze uitsluitend toegestaan indien: a. de geluidbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde Wet geluidhinder, de standaardgrenswaarde Activiteitenbesluit danwel de geluidsniveaus zoals bepaald in 3.2.4 onder a en c, of; b. de geluidsbelasting voldoet aan de hiervoor vastgestelde hogere waarden Wet geluidhinder, of; c. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel 1' het betreffende deel van de gevel wordt uitgevoerd als een dove gevel of als een geluidwerend vlies wordt gerealiseerd d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting' is het in gebruik nemen van geluidsgevoelige objecten uitsluitend toegestaan, als ter plaatse van de
Gemeente Amsterdam
blz. 24
functieaanduiding 'loods historische tramspoorlijn' afdoende geluidwerende bebouwing dan wel een geluidwerende voorziening is gerealiseerd en in stand wordt gehouden, waardoor ter plaatse van de geluidsgevoelige objecten een aanvaardbaar geluidsniveau wordt bereikt. Een aanvaardbaar geluidsniveau wordt in ieder geval bereikt als volgens de geldende regelgeving geen dove gevel is vereist. 3.4.7
Ondersteunende horeca
Voor ondersteunende horeca gelden de volgende regels: a. uitsluitend ten dienste van de in 3.1 onder d t/m h en j genoemde gronden; b. maximum netto vloeroppervlakte: 30% van de netto vloeroppervlakte van de vestiging met een maximum van 30 m². 3.4.8
Ondersteunende detailhandel
Voor ondersteunende detailhandel gelden de volgende regels: a. uitsluitend ten dienste van de in 3.1 onder d en f t/m i genoemde gronden; b. maximum netto vloeroppervlakte: 10% van de netto vloeroppervlakte van de vestiging met een maximum van 50 m2. 3.4.9
Parkeervoorzieningen
Voor parkeervoorzieningen gelden de volgende regels: a. In geval van bouwen en/of uitbreiden van gebouwen moet conform het voor het plangebied vastgestelde vigerende parkeerbeleid ten behoeve van het parkeren van auto's, fietsen en scooters in voldoende mate ruimte zijn aangebracht en in stand worden gehouden; b. parkeervoorzieningen voor auto's zijn uitsluitend toegestaan in de kelder; c. parkeervoorzieningen voor fietsen en scooters zijn uitsluitend toegestaan in de kelder en het souterrain, met dien verstande dat parkeervoorzieningen voor fietsen en scooters ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd - basisschool' tevens op maaiveld zijn toegestaan; d. de situering van de ruimte voor het parkeren van auto's, fietsen en scooters en/of de toegangen en in-/uitritten van en naar deze ruimte mag de verkeersveiligheid en/of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantasten. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Wonen
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om af te wijken van het bepaalde in 3.4.1 onder a, onder voorwaarden dat: a. het aantal woningen tot maximaal 750 mag worden verhoogd; b. het woon- en leefklimaat ter plaatse niet onevenredig wordt aangetast; c. de toename van het aantal woningen geen onevenredige verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft; d. de toename van het aantal woningen niet leidt tot een situatie die niet in overeenstemming is met het voor het plangebied vastgestelde vigerende parkeerbeleid.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 25
3.5.2
Gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om af te wijken van het bepaalde in 3.4.3, onder voorwaarden dat: a. er geen sprake is van een overschrijding als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); b. advies is verkregen van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam. 3.5.3
Parkeervoorzieningen
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om: a. in afwijking van het bepaalde in 3.4.9 onder a een omgevingsvergunning te verlenen, indien blijkt dat de noodzakelijke parkeervoorzieningen niet of in onvoldoende mate onder eigen terrein kunnen worden gerealiseerd en is aangetoond dat op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien; b. in afwijking van het bepaalde in 3.4.9 onder b parkeervoorzieningen voor auto's in het souterrain toe te staan, onder voorwaarden dat: 1. het woon- en leefklimaat ter plaatse niet onevenredig wordt aangetast; 2. de parkeervoorzieningen minimaal 5 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gerealiseerd.
Gemeente Amsterdam
blz. 26
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
groenvoorzieningen; parken en plantsoenen; speelvoorzieningen; voet- en fietspaden; terrassen; kunstwerken; waterlopen, waterpartijen en waterberging; historische tramspoorlijn en bijbehorende voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - historische tramspoorlijn', i. wisselwachtershuis, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen wisselwachtershuis'; j. werken voor de beeldende kunst; k. straatmeubilair; l. ondergrondse infrastructuur. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op en onder de in artikel 4.1 genoemde gronden mogen, met uitzondering van het bepaalde in 4.2.2, uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht. 4.2.2
Gebouwen
Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - wisselwachtershuis' geldt dat hier een gebouw met de volgende maximale afmetingen is toegestaan: a. maximum bouwhoogte: 6 meter; b. maximum oppervlak: 10 m2. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximum hoogte van lichtmasten, masten ten behoeve van bovenleidingen, zendmasten, vlaggenmasten, sirenemasten, bewegwijzering en verkeersregulering: 12 meter; b. maximum bouwhoogte speelvoorzieningen: 6 meter; c. maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 5 meter.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 27
Artikel 5 5.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
wegen, straten, pleinen, voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; tramvoorzieningen, uitsluitend in de Havenstraat; kiosken ten behoeve van horeca van categorie 4, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - kiosk’, met inachtneming van het bepaalde in 5.2.2; e. terrassen; f. groenvoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. ondergrondse afvalcontainers; i. kunstwerken; j. waterlopen, waterpartijen en waterberging; k. historische tramspoorlijn en bijbehorende voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - historische tramspoorlijn', l. oeververbindingen (bruggen); m. werken voor de beeldende kunst; n. straatmeubilair; o. geluidwerende voorzieningen; p. ondergrondse infrastructuur. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op en onder de in 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van kiosken en tramvoorzieningen. 5.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. voor kiosken geldt: 1. maximum aantal: 2; 2. maximum bouwhoogte: 3 meter; 3. maximum oppervlak van een gebouw: 15 m2 b. voor tramvoorzieningen geldt: 1. maximum bouwhoogte: 6 meter; 2. maximum oppervlak van een gebouw: 15 m2 c. in afwijking van het bepaalde onder 5.2.1 is ter plaatse van de functieaanduiding ‘nutsvoorziening’ een zuil met een bouwhoogte van 5 meter toegestaan. 5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximum hoogte van lichtmasten, masten ten behoeve van bovenleiding, zendmasten, vlaggenmasten, sirenemasten, bewegwijzering en verkeersregulering: 12 meter; b. maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 5 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 28
Artikel 6 6.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging, waterhuishouding, waterlopen, waterwegen en waterpartijen; b. groenvoorzieningen; c. oeververbindingen (bruggen), uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘brug’, met inachtneming van het bepaalde in 6.2.2; d. afmeerplaats voor pleziervaart, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'aanlegsteiger', met inachtneming van het bepaalde in 6.3; e. werken voor de beeldende kunst; f. kunstwerken; g. ondergrondse infrastructuur. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Gebouwen
Op en onder de in 6.1 genoemde gronden mogen geen gebouwen worden opgericht. 6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. Voor oeververbindingen gelden de volgende regels: 1. maximum bouwhoogte: 3 meter; 2. minimum doorvaartbreedte: 13 meter; 3. minimum doorvaarthoogte: 2,20 meter. b. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 1,5 meter. 6.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in 6.1 genoemde gronden geldt dat aanlegsteigers uitsluitend zijn toegestaan voor het afmeren van pleziervaartuigen met een maximum lengte van 12 meter en een maximum breedte van 4,25 meter.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 29
Artikel 7 7.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
tuinen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; voetpaden; werken voor de beeldende kunst; parkeervoorzieningen, ten behoeve van de onder 3.1 onder a t/m k genoemde gronden, met dien verstande dat toegangen en in- en uitritten zijn toegestaan, met inachtneming van het bepaalde in 7.4.1.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Op en onder de in 7.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 7.2.2
Parkeervoorzieningen
Voor het bouwen van parkeervoorzieningen in de kelder gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2 ondergrondse bouwlagen' zijn maximaal 2 ondergrondse bouwlagen met een totale maximum diepte van NAP -5,6 meter toegestaan; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1 ondergrondse bouwlaag' is maximaal 1 ondergrondse bouwlaag met een maximum diepte van NAP -3 meter toegestaan. 7.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. gebouwde terrassen: 1. maximum bouwhoogte gebouwd terras: niet hoger dan de hoogte van het maaiveld aan de straatzijde en ter overbrugging van het hoogteverschil tussen de eerste bouwlaag en de binnentuin; 2. maximum bouwhoogte hekwerken ten behoeve van het gebouwde terras: 1,1 meter ten opzichte van bovenzijde terras. b. maximum bouwhoogte speelvoorzieningen: 6 meter; c. maximum bouwhoogte erfafscheidingen: 1 meter; d. maximum bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 2 meter. 7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1
Parkeervoorzieningen
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om in afwijking van het bepaalde in 7.2.2 parkeervoorzieningen in een half verdiepte kelder te bouwen, onder voorwaarden dat: a. de parkeergarage wordt voorzien van een groen dak; Gemeente Amsterdam
blz. 30
b. het dak van de parkeergarage maximaal 1 meter boven de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld is gelegen. 7.4
Specifieke gebruiksregels
7.4.1
Parkeervoorzieningen
Voor parkeervoorzieningen gelden de volgende regels: a. in geval van bouwen en/of uitbreiden van gebouwen moet conform het voor het plangebied vastgestelde vigerende parkeerbeleid ten behoeve van het parkeren van auto's, fietsen en scooters in voldoende mate ruimte zijn aangebracht en in stand worden gehouden; b. parkeervoorzieningen voor auto's, fietsen en scooters zijn uitsluitend toegestaan in de kelder; c. de situering van de ruimte voor het parkeren van auto's, fietsen en scooters en/of de toegangen en in-/uitritten van en naar deze ruimte mag de verkeersveiligheid en/of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantasten. 7.5
Afwijken van de gebruiksregels
7.5.1
Parkeervoorzieningen
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om: a. in afwijking van het bepaalde in 7.4.1 onder a een omgevingsvergunning te verlenen, indien blijkt dat de noodzakelijke parkeervoorzieningen niet of in onvoldoende mate onder eigen terrein kunnen worden gerealiseerd en is aangetoond dat op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien; b. in afwijking van het bepaalde in 7.4.1 onder b parkeervoorzieningen voor auto's, fietsen en scooters in een half verdiepte kelder toe te staan, onder voorwaarden dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen in de eerste bouwlaag niet onevenredig wordt aangetast.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 31
Artikel 8 8.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
a. De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van (ondergrondse) watertransportleiding met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. De dubbelbestemming 'Leiding - Water' is primair ten opzichte van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen. 8.2
Bouwregels
Op en onder de in 8.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en), met dien verstande dat uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan met een maximum hoogte van 3 meter, onder voorwaarden dat: a. advies is verkregen van de betrokken leidingbeheerder; b. het belang, dat met de als 'Leiding - Water' aangewezen gronden is gediend, niet wordt geschaad. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1
Vergunningplicht
Op en onder de in 8.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het planten van bomen die dieper wortelen dan 2 meter; 2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding en ophoging; 3. het verrichten van grondroerende activiteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) ander dan normaal spit- en ploegwerk; 4. diepploegen; 5. het aanbrengen van gesloten verhardingen; 6. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 7. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; 8. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; 9. het indrijven van voorwerpen in de bodem. 8.3.2
Uitzonderingen op de vergunningplicht
Het bepaalde in 8.3.1 is niet van toepassing op de werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, danwel uitgevoerd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende danwel aangevraagde omgevingsvergunning. 8.3.3
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in 8.3.1 mag slechts worden verleend, indien: a. het uitvoeren van een werk of werkzaamheden of de daaraan direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk doet aan en het belang dat met de als 'Leiding - Water' aangewezen gronden is gediend: Gemeente Amsterdam
blz. 32
b. door het stellen van voorwaarden ten aanzien van plaats, omvang, wijze en tijd van uitvoering geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en daarover advies is verkregen van de betrokken leidingbeheerder. 8.4
Wijzigingsbevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan te wijzigen door het bestemmingsvlak met de dubbelbestemming 'Leiding - Water' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien de leiding is verwijderd of niet langer als zodanig wordt gebruikt en de betreffende leidingbeheerder hierover heeft geadviseerd.
bestemmingsplan_Havenstraatterrein (vastgesteld)
blz. 33
Artikel 9 9.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
a. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden; b. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' is primair ten opzichte van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen. 9.2
Bouwregels
Op en onder de in 9.1 genoemde gronden mag uitsluitend gebouwd worden overeenkomstig het bepaalde bij de de andere daar voorkomende bestemming(en), met inachtneming van de volgende bepalingen: a. voor zover met betrekking tot de in 9.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch rapport te overleggen; b. aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder a kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het college van burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 9.3
Afwijken van de bouwregels
Het bepaalde in 9.2 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. betrekking heeft op: 1. een gebied met zowel een kleiner oppervlak dan 500 m2 als een diepte minder dan 2,5 meter onder maaiveld; 2. een gebied met een kleiner oppervlak dan 500 m2 maar een diepte meer dan 2,5 meter onder maaiveld; 3. een gebied met een groter oppervlak dan 500 m2 maar een diepte minder dan 2,5 meter onder maaiveld; b. het normale onderhoud betreft; c. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, danwel uitgevoerd mag worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende danwel aangevraagde omgevingsvergunning; d. plaatsvindt in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1
Vergunningplicht
Op en onder de in 9.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 2,5 meter onder maaiveld of indien het water betreft dieper dan de waterbodem, waartoe onder meer wordt gerekend het ophogen, egaliseren, roeren en omwoelen van gronden; Gemeente Amsterdam
blz. 34
b. c. d. e.
het aanbrengen van drainage; het aanleggen, geheel of gedeeltelijk dempen en/of verbreden van wateren; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen in nieuwe, nog niet bestaande tracés; f. het verrichten van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; g. het planten van bomen die dieper wortelen dan 2 meter. 9.4.2
Nadere eisen
a. De aanvrager van een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder 9.4.1 dient een archeologisch rapport te overleggen; b. De onder 9.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden mogen uitsluitend ten dienste van de in 9.1 genoemde bestemming en de overige aan de gronden toegekende bestemmingen uitgevoerd worden; c. De onder 9.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden mogen de archeologische waarden zoals bedoeld in 9.1 niet onevenredig schaden. 9.4.3
Uitzonderingen op de vergunningplicht
Het bepaalde in 9.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. betrekking hebben op: 1. een gebied met zowel een kleiner oppervlak dan 500 m2 als een diepte minder dan 2,5 meter onder maaiveld; 2. een gebied met een kleiner oppervlak dan 500 m2 maar een diepte meer dan 2,5 meter onder maaiveld; 3. een gebied met een groter oppervlak dan 500 m2 maar een diepte minder dan 2,5 meter onder maaiveld. b. het normale onderhoud betreffen; c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen in bestaande tracés betreffen; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, danwel uitgevoerd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende danwel aangevraagde omgevingsvergunning; e. plaatsvindt in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 9.5