CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

23. Brief beschikking nieuw geval van bodemverontreiniging

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de afdoening toezeggingen m.b.t. PFAS vervuiling in het water van het Amsterdamse Bos en gebruik van staalslakken (VN2025-010224)1.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ebbehout 31 1507 EA Zaandam 088-5670200 www.odnzkg.nl

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling T.a.v. de heer xxxxx Postbus 202 1000AE Amsterdam

Betreft: – Beschikking nieuw geval van bodemverontreiniging, duomix paden Amsterdamse bos te Amstelveen

Contactpersoon xxxxxxxx

Geachte heer xxxxx,

Contactgegevens xxxxxxxx

Op 30 april 2025 ontvingen wij een melding van een nieuw geval waarbij de bodem is verontreinigd. Deze verontreiniging is veroorzaakt door de toepassing van de bouwstof duomix, die bestaat uit twee soorten (staal-)slakken.

Zaaknummer 13768503

Dit is beschreven in het rapport “inventariserend bodem- en verhardingsonderzoek duomix-paden Amsterdamse bos te Amsterdam en Amstelveen opgesteld door RPS met datum 29-april 2025 en kenmerk 633-ADV250211.017-R25-590 V4.

Datum 1 mei 2025

Documentnummer 29571940

Van een nieuw geval van bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging na 1 januari 1987 is veroorzaakt. Op basis van de melding concluderen wij dat er sprake is van een nieuw geval van bodemverontreiniging. Hierdoor is de zorgplicht van artikel 13 van de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing. De melding beschouwen wij als een melding op grond van artikel 27, eerste lid, van de Wbb. Zorgplicht bodem Artikel 13 van de Wbb bevat de zorgplicht voor de bodem. Op grond hiervan moet degene die bodembedreigende handelingen verricht maatregelen nemen om te voorkomen dat de bodem verontreinigd raakt. Als dit toch gebeurt, moet de verontreiniging zoveel mogelijk worden verwijderd. Het provinciaal beleid van nieuwe gevallen van bodemverontreiniging is onder meer verwoord in de Werkwijzer bodemsanering (2014). Ook moet degene die bodembedreigende handelingen verricht en daarbij kennis neemt van een verontreiniging van de bodem die door die handelingen wordt veroorzaakt, daar zo spoedig mogelijk bij het bevoegd gezag Wbb melding van maken ingevolge artikel 27 van de

Wbb. Hij moet daarbij aangeven welke van de in artikel 13 van de Wbb bedoelde De belangrijkste veranderingen rond de Omgevingswet? Ga naar odnzkg.nl/omgevingswet

Risico’s beperken, leefbaarheid vergroten.

115

maatregelen hij gaat treffen of al heeft getroffen. Dit is de zogenaamde meldingsplicht voor een nieuw geval van bodemverontreiniging van na 1 januari 1987. Wettelijk kader gevalsspecifiek Hoewel het Amsterdamse bos voor een kleiner deel ligt in Amsterdam, ligt het onderzochte deel van de duomix-paden geheel binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Amstelveen. Voor nieuwe gevallen veroorzaakt tussen 1987 en 2024 is o.b.v. overgangsrecht de Provincie Noord-Holland bevoegd gezag. Amstelveen heeft een rol als bevoegd gezag voor de toepassing van bouwstoffen. Mochten er ook duomix-paden in het Amsterdamse deel liggen, dan vallen die onder de bevoegdheid van de gemeente Amsterdam. Amsterdam heeft naast Amstelveen al een directe rol op dit dossier, dus een aanpak voor eventuele duomix-paden op het Amsterdamse deel is verder identiek. Belangrijk uitgangspunt is dat de bouwstof destijds is toegepast met een erkende milieuverklaring en niet in strijd met de toenmalige toepassingvoorwaarden. In die zin kon de gemeente Amsterdam als toepasser van de bouwstof niet weten dat de toepassing onwenselijke milieugevolgen zou kunnen hebben. Dit betekent vervolgens dat het niet redelijk is dat geëist wordt dat de gemeente de geconstateerde verontreiniging geheel moet saneren en/of de paden moet verwijderen.

Wel moeten minimaal eventueel aanwezige risico’s (humaan of ecologisch) worden weggenomen. Het voorliggende rapport dient om de milieugevolgen en eventueel daardoor veroorzaakte risico’s in kaart te brengen en een passend vervolg vast te stellen. Rond 2023 heeft de betrokken toezichthouder van de Omgevingsdienst contact opgenomen met de gemeenten Amsterdam en Amstelveen toen er voortschrijdend inzicht was dat staalslakken door veroudering (pH daling) na verloop van tijd niet meer zouden kunnen voldoen aan de uitloognormen, wat zou kunnen leiden tot milieugevolgen. Met boswachters is toen in beeld gebracht dat er geen klachten bekend waren, en dat de paden niet direct naast kritische locaties zoals slootjes, volkstuinen of kinderspeelplaatsen waren gelegen. Daarop had de Omgevingsdienst het dringende advies geen nieuwe paden met duomix meer aan te leggen, maar was de voorlopige conclusie dat er geen zodanige risico’s zouden zijn dat het verwijderen van de paden noodzakelijk zou zijn. De gemeente Amsterdam heeft hierop aangegeven geen nieuwe duomix-paden (in het Amsterdamse bos) aan te leggen. En in een volgend stadium om voorliggend onderzoek uit te voeren om meer zekerheid te hebben over mogelijk milieugevolgen. In 2024 is er overigens een klein proefpad met graustabiel toegepast, een bouwstof die circa 30% slakken bevat.

Dat hier (staal-)slakken in zaten was bij de gemeente niet bekend. Dit proefpad wordt verwijderd en valt verder buiten de reikwijdte van deze brief. Vanaf 2024 geldt overigens zowel in Amstelveen als Amsterdam een meldplicht toepassen staalslakken. Daarmee kunnen in beginsel niet geschikte toepassingen van staalslakken worden voorkomen. Beoordeling rapport en vervolg. Duomix uitloging en pH Er zijn duomix-paden onderzocht die zijn aangelegd in resp. 2018, 2022 en 2023. Dit geeft een eerste beeld van gevolgen/veranderingen in de tijd. In alle paden voldeed de bouwstof duomix indicatief ruimschoots (tot 8x de norm) niet meer aan de uitloognorm voor

13768503 1 29571940

215

vanadium. Er van uitgaand dat het product bij de productie nog wel voldeed aan de uitloognomen, bij een hogere pH van circa 12, is dit te verklaren door een veel grotere mobiliteit van vanadium bij een pH van rond de 10. Inderdaad is de pH in het oudste pad al wat verder afgenomen (tot 10,2) dan in de nieuwere paden (11,4-11,9). Het pH effect op zowel de grond onder het pad als de bermen en het grondwater zijn zeer beperkt en geen directe zorg. Overigens is specifiek voor vanadium de schudproef niet altijd een worst-case t.o.v. de kolomproef, soms zijn de resultaten van de kolomproef nog slechter. Metalen naar bodem Specifiek chroom en vooral vanadium komen regelmatig sterk verontreinigd voor , niet in de bodem direct onder het pad maar wel tot circa 0,5m in de bermen naast het pad. Beide stoffen gelden als triggerparameters voor deze staalslakken. Concentraties variëren tot 2-3x de interventiewaarde voor chroom en tot ruim 8x de INEV voor vanadium. Omdat er geen interventiewaarde is voor vanadium heet dit formeel matig verontreinigd, maar het is te beschouwen als sterk verontreinigd. Het is de vraag waarom de verspreiding meer naar de berm gaat dan naar de grond onder het pad: Komt dit door uitloging (afstromend water) of door slakdeeltjes die naast het pad belanden. Het pad is goed aangewalst en is in die zin redelijk goed gebonden.

Risico’s Uit de sanscrittoetsing blijkt dat er geen humane of ecologische risico’s zijn. Conclusie: Enerzijds zijn er geen actuele risico’s, waardoor er geen noodzaak is de paden direct te verwijderen. Een groot deel van de gevolgen heeft al plaatsgevonden, naar verwachting is verdere achteruitgang beperkt. Het milieurendement om nu de paden te verwijderen is beperkt. Anderzijds zijn de gevolgen significant en onwenselijk. Dit bevestigt de eerdere conclusie dat toepassing van nieuwe paden op deze wijze (halfverhardingspaden zonder bovenafdichting) niet verantwoord is en in de toekomst niet toegestaan zal worden. Vervolg Om meer inzicht te krijgen of de verwachting dat er weinig verdere verslechtering zal optreden is het wenselijk monitoring uit te voeren. Daarbij lijkt het ons nuttig in eerste instantie eenmalig over 2 jaar gericht een deel van het onderzoek in de bermen te herhalen om vast te stellen wat er op langere termijn gebeurt. Daarmee kan een goede vergelijking worden gemaakt met de nu voorliggende resultaten met een beperkte trendanalyse. Op grond van artikel 27, tweede lid, van de Wbb, geven wij u de volgende aanwijzingen bij de uitvoering van de monitoring: •

Uiterlijk 1 september 2025 moet u een beknopt monitoringsplan ter beoordeling indienen hoe u de beoogde monitoring wilt gaan uitvoeren.

Heeft u vragen? Heeft u vragen over deze brief, dan kunt u contact opnemen met de u bekende toezichthouder op dit dossier. Houd het zaaknummer 13768503 bij de hand. Zo kunnen wij u sneller helpen.

13768503 1 29571940

315

Met vriendelijke groet, provincie Noord-Holland, namens deze, de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, voor deze, xxxxxxxxxxxxx teammanager T&H Bodem & Ondergrond directie Toezicht & Handhaving Dit document is digitaal vastgesteld. Een fysieke of ingescande handtekening is daarom niet nodig. Meer informatie: https://www.odnzkg.nl/digitale-werkwijze/

Afschriften worden verzonden aan: • • •

B&W van de gemeente Amstelveen RPS Ministerie I&W t.b.v. landelijke evaluatie duomix

13768503 1 29571940

415

Bezwaarclausule Bent u het niet eens met dit besluit? Dan kunt u als u belanghebbende bent bij het besluit binnen zes weken na de dag van bekendmaking daarvan een bezwaarschrift indienen bij: Gedeputeerde Staten van Noord-Holland ter attentie van de secretaris van de Hoor- en adviescommissie Postbus 3007 2001 DA HAARLEM Dit besluit wordt bekend gemaakt door toezending aan de aanvrager. Vermeld in uw bezwaarschrift altijd de datum, uw naam, adres, handtekening, het referentienummer/kenmerk van dit besluit en de reden(en) waarom u bezwaar maakt. Stuur indien mogelijk een kopie van dit besluit mee. Dient iemand anders namens u een bezwaarschrift in, stuur dan een machtiging mee. Verder verzoeken wij u om uw telefoonnummer in het bezwaarschrift te vermelden. Het indienen van een bezwaarschrift schort de werking van dit besluit niet op. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan - indien onverwijlde spoed dit vereist - om een voorlopige voorziening worden verzocht. Dat kan alleen als bezwaar is gemaakt. Richt het verzoek aan de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Voor een verzoek om een voorlopige voorziening zijn griffierechten verschuldigd. Zie voor meer informatie www.raadvanstate.nl.

Verder verwijzen wij u naar de publicatie “Bezwaar en beroep tegen een beslissing van de overheid” zie www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2015/04/14/bezwaar-en-beroep-tegen-eenbeslissing-van-de-overheiden typ de trefwoorden bezwaar en beroep in.

13768503 1 29571940

515

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15908033/1