CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

221208 commissie MOW conceptverslag

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 12 januari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de raadscommissie MOW d.d. 8 december 202211.949 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

6 alinea's met “pvdd”: 6 52 74 75 80 82

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water

MOW

Raadscommissieverslag, 8 december 2022

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Donderdag 8 december 2022 van 13.30 tot 17.45 uur 12 januari 2023

Voorzitter: lid Namane Portefeuillehouders: wethouder Van der Horst Commissiegriffier: mw. Ter Braak Verslaglegging: mw. Vernooij (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Asruf (PvdA), Noordzij (PvdA), Ernsting (GL), IJmker (GL), Moeskops (D66), Taşliyurt (D66), Wijnants (VVD), Verkerke (Bij1), De Vos (PvdD), Hendriks (Volt), Bobeldijk (SP), Kreuger (JA21), Koyuncu (DENK), Wijmenga (CDA), Bilgin (FvD), Olivieira (Lijst Kabamba) Afwezige commissieleden: Overige aanwezigen:

Algemeen 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent om 13.30 uur de commissievergadering en heet iedereen welkom. 1.b. Mededelingen Er zijn geen mededelingen. 1.c. Vaststellen agenda Er is een actualiteit aangemeld van lid Wijnants over Bruggen over ‘t IJ. De VOORZITTER concludeert dat de commissie deze wil bespreken. Voor het agendapunt 4 en 9 hebben zich geen sprekers gemeld en deze punten worden gehamerd. Agendapunten 11 en 12 worden gevoegd behandeld. De agenda wordt conform vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water d.d. 17 november 2022 Het verslag wordt vastgesteld.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

1.e. Termijnagenda, per portefeuille Geen opmerkingen. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER meldt de verzoeken tot bespreking van de TKN-stukken. Lid Kreuger: TKN-3. Leden Bilgin en Bobeldijk: TKN-5. Lid Van Pijpen: TKN-6. Lid Hendriks en Van Pijpen: TKN-7. Leden Hendriks, De Vos, Noordzij en Van Renssen: TKN-8. Leden Hendriks, De Vos, Van Renssen: TKN-9. Lid Taşliyurt: TKN-11. TKN-2, verlenging IJ-tram, kan worden betrokken bij agendapunt 13. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Geen. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering. 2.b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich vijf insprekers aangemeld, maar helaas is het mevrouw De Pater namens de Fietsersbond niet gelukt om aanwezig te zijn. Mevrouw Post spreekt in op persoonlijke titel over Parkeerplaatsen en het onderverhuren daarvan. Mevrouw POST betaalt ongeveer € 700 aan parkeergeld, maar vervolgens staat de hele gracht vol met bouwverkeer, bouwmateriaal en met kleine auto’s. Als zij een keer verkeerd parkeert, ontvangt ze meteen een boete, maar ze verdenkt de gemeente ervan de parkeerplaats tweemaal te verkopen. Omschakeling naar een elektrische scooter zou gesubsidieerd worden, maar dit geld is inmiddels gebruikt voor borden om de scooters de rijweg op te krijgen.

De parkeergarage waarin zij dient te parkeren, ligt op zeven minuten loopafstand van haar huis, maar zij moet dertig minuten omrijden om deze te bereiken. Lid BILGIN vraagt of taxichauffeurs niet meer tot het huis van mevrouw Post rijden vanwege de lange omrijdtijden, zodat het niet meer rendabel is. Mevrouw POST weet niet wat de reden is, maar zij heeft wel meegemaakt dat de chauffeur niet tot haar huis wilde rijden. --De heer Heijn spreekt in namens E-boats over het stelselmatig tegenwerken van elektrische pioniers en eigenaren van historische boten.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

De heer HEIJN meldt dat het beleid ervoor zorgt dat de helft van het aantal salonboten een plek in het centrum kan krijgen. Openbare plaatsen worden zelfs ’s nachts ingenomen door grote rederijen. Sinds zijn vorige inspraak heeft programma Varen opeens al zijn ligplaatsen ingetrokken die hij vorig jaar na zes jaar procederen had verkregen. Door een hoge rente en een tekort aan materieel en personeel is het onmogelijk om een historische boot binnen een jaar af te bouwen. Om deze termijn in een vergunning te noemen, is pervers en alleen bedoeld om rechtszaken te ontlopen. De twee intrekkingen tussen twee commissievergaderingen zijn een regelrechte oorlogsverklaring aan elektrische pioniers. De overgebleven helft zal op deze manier worden verkocht, omdat er geen toekomst meer is voor salonboten. --Mevrouw Brouwer spreekt in op persoonlijke titel over het AOV-vervoer. Mevrouw BROUWER meldt dat het aanvullend openbaar vervoer in Amsterdam wordt verzorgd door RMC. De betrouwbaarheid van deze diensten laat echter in toenemende mate te wensen over. Inmiddels moet een passagier twee uur van tevoren een rit boeken en in het weekend zelfs vier uur. Dit betekent een flinke aantasting van de zelfredzaamheid; spontane uitstapjes zijn praktisch onmogelijk geworden. Er ontstaat een grotere afhankelijkheid van familie of andere bekenden die al heel veel moeten doen in het kader van mantelzorg.

Voor de ritten geldt een ophaalmarge van dertig minuten, tot een kwartier voor de gemaakte afspraak tot een kwartier erna. In de praktijk kan dit wel uitlopen tot meer dan drie kwartier na de afgesproken tijd. Na een dergelijk incident heeft zij zowel de vervoerder als de gemeente gevraagd wanneer kosten van een reguliere taxi worden vergoed. Van beide heeft zij niets vernomen. Haar vraag vandaag is wat zij kan doen als zij te lang op een onveilige plaats moet wachten. Haar klachten betreffende RMC heeft zij naar alle leden gestuurd. Lid DE VOS vraagt of de termijnen van twee tot vier uur boeken voorafgaand aan een rit vroeger korter waren. Mevrouw BROUWER antwoordt dat deze tot aan corona een uur was. Ook kon zij toen een taxi boeken voor een korte boodschap, nu moet de afspraak langer dan een uur duren. --De heer Kreuger spreekt namens rederij Kooij in over Selectieleidraad voor het sluiten van huurovereenkomsten voor afmeerplaatsen. De heer KREUGER hoopt dat er nog ruimte is om bij te sturen in de inschrijving voor de afvaartplekken. In eerste instantie was het goed nieuws dat het college vast zou houden aan het eerdere beleid waarmee reders hun bestaande afvaartlocaties kunnen behouden zolang ze over voldoende vergunde boten beschikken.

De kernvraag is echter: wat zijn voldoende vergunde boten? Hiervoor hanteert het college de zogenaamde efficiencynorm conform welke een rederij minimaal drie vergunde boten moet hebben. Dit sluit niet aan bij de bestaande praktijk waardoor reders een deel van de afvaartplekken zullen kwijtraken. Het college heeft nu ook gesteld dat deze norm elke twee jaar opnieuw vastgesteld wordt en dat deze eventueel wordt verhoogd naar 1:4. Bij veel afvaartplekken worden er eerst nog twee extra plekken uitgegeven en daarna gaat de norm omhoog. Dit betekent in feite dat de norm zeker naar 1:4 gaat. Als de verhouding 1:3 al een probleem is, is 1:4 in de praktijk volstrekt onhaalbaar. De noodkreet is om een vaste norm te hanteren die aansluit bij wat een rondvaartbedrijf nodig heeft om op een goede en veilige manier te kunnen werken.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Lid WIJMENGA vraagt of de heer Kreuger kan uitleggen waarop de norm is gebaseerd. De heer KREUGER legt uit dat de norm theoretisch is berekend en ervan uitgaat dat vier keer per uur op een afvaartplek wordt gehalteerd. Deze plek is echter niet alleen een halteplaats, maar hier zijn ook voorzieningen als opslag nodig. Op sommige plekken zorgt de 1:3-norm er al voor dat twee keer zo intensief moet worden gevaren als nu het geval is en bij 1:4 wordt het onmogelijk. Lid KREUGER vraagt of het uitbreiden van de norm leidt tot meer drukte op bepaalde plaatsen. De heer KREUGER bevestigt dat het op sommige locaties veel drukker zal worden dan nu het geval is. Een aantal steigers wordt niet continu gebruikt als op- en afstapplek. Hier zitten ook ligplaatsen bij. Als het alleen nog halteerplekken zijn, worden hier vaarbewegingen gecreëerd. Lid HENDRIKS vraagt of de norm van 1:4 elders zou kunnen werken, waardoor wellicht de norm in de binnenstad lager is, maar in andere gebieden wel 1:4 gehanteerd kan worden. De heer KREUGER stelt dat ook in de beleidsnotitie staat dat per locatie moet worden bekeken of de norm haalbaar is en dit betrof zelfs de norm van 1:3. Op dit moment geldt de norm voor alle locaties en deze is gebaseerd op een analyse van het Open Havenfront, maar er is niet bekeken of dit overal mogelijk is. 2.c.

Actualiteiten Actualiteit van het lid Wijnants inzake uitspraken Bruggen over 't IJ. Eerste termijn Lid WIJNANTS is benieuwd naar de afwegingen die Amsterdam heeft gemaakt om de fietsbrug over ’t IJ niet in te dienen. De wethouder heeft gesteld dat er verschillende fasen in de onderhandelingen zijn geweest over het BO MIRT. In welke fase is de brug over ’t IJ genoemd en wanneer is besloten om deze niet in het formele afwegingskader mee te nemen waardoor er in de Tweede Kamer heel weinig aandacht is geweest voor deze brug? Lid MOESKOPS heeft later in Het Parool gelezen dat de staatssecretaris heeft aangegeven dat er wel degelijk vooraf stemming is geweest over de bruggen en dat het logisch was dat deze niet zijn ingediend. Hoe kijkt de heer Wijnants hier tegenaan? Lid WIJNANTS erkent dit, maar zijn kernvraag gaat erover dat uiteindelijk is besloten om de brug niet formeel in te dienen waardoor deze ook niet in de formele weging is meegenomen. Eigenlijk is hierdoor een belangrijk deel van de onderhandelingsstrategie van Amsterdam niet voldoende aan bod geweest en is niet voldoende doorzettingsmacht getoond. De nuance van de staatssecretaris in Het Parool kan door allerlei andere zaken zijn ingegeven en hieruit kan niet per se de conclusie worden getrokken dat het logisch is geweest dat de aanvraag niet is ingediend.

Waarom is ervoor gekozen om de aanvraag voor de brug niet formeel in te dienen? Eerder heeft deze wethouder een lobby gevoerd over de ov-vangnetregeling, maar die heeft niet tot het beoogde resultaat geleid. En ook nu is er weer een teleurstellend resultaat uit de onderhandelingen gekomen. Hij vraagt of de wethouder verwacht voor toekomstige onderhandelingen betere resultaten te bereiken. Lid MOESKOPS zou 5 miljard euro voor infrastructurele investering geen teleurstellend resultaat willen noemen. Juist de heer Wijnants heeft eerder gesteld dat de gemeente zich wat nederiger zou moeten opstellen ten opzichte van Den Haag.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Lid WIJNANTS heeft in het vorige debat in deze commissie de wethouder een compliment gemaakt over het onderhandelingsresultaat. Met de kennis van nu zou hier wellicht een andere weging gelden, omdat wel degelijk zaken zijn misgegaan. De heer ERNSTING vraagt zich af waar de VVD de opening zou zien. Het Rijk heeft duidelijk gemaakt dat er geen aandacht is voor binnenstedelijke mobiliteitsoplossingen voor de fiets. Lid WIJNANTS erkent dat het Rijk de brug als regionale opgave ziet. Wat hem betreft, zou zeker in grootstedelijk gebied ook plaats moeten zijn voor fietsprojecten. De heer ERNSTING vindt het een groot gemis dat in stedelijke gebieden waar zoveel woningen worden gebouwd de fiets een mobiliteitsoplossing is voor de toekomst. De gemeente kan dit inzicht echter niet afdwingen bij de minister. Heeft VVD Amsterdam ook de VVD-fractie in de Kamer aangespoord om nadrukkelijk voor de fiets te kiezen? Lid WIJNANTS zal zich hier zeker voor inzetten in Den Haag. Het is alleen niet zo dat de fiets de oplossing is voor alle mobiliteit voor de toekomst. In stedelijke gebieden is de fiets inderdaad een belangrijke oplossing waar veel meer Rijksaandacht voor zou moeten zijn. Lid ERNSTING memoreert dat de heer Wijnants in de vorige commissie heeft geopperd om een zesbaanssnelweg te bouwen, omdat deze dan wel gerealiseerd zou worden.

Was dit een serieus voorstel? Lid WIJNANTS laat dit in het midden. Wethouder Van Dantzig heeft in de vorige commissie gezegd dat geen geld beschikbaar zou worden gesteld voor de fietsbrug over ’t IJ omdat deze zich niet in een NOVEX-gebied bevindt. Van de zestien NOVEX-gebieden liggen er drie in Amsterdam. Wellicht zijn hier haakjes om zaken te integreren. Lid WIJMENGA vraagt of het college de brug zelf ook ziet als regionale opgave. Lid KREUGER memoreert dat bij de presentatie van het coalitieakkoord is gesproken over de vier grote projecten, waaronder de Sprong over ’t IJ die volgens hem hoog op de prioriteringsladder zou moeten staan en dat het doortrekken van de Noord/Zuidlijn ergens onderaan zou moeten bungelen. Het Rijk draagt hier weliswaar aan bij, maar Amsterdam betaalt zelf ook mee en door alle investeringen op een hoop te gooien, is het niet meer duidelijk of de afgesproken plafonds worden gehandhaafd. Gaat er straks wellicht meer geld naar het Zuidasdok waardoor geen brug kan worden gebouwd? Lid MOESKOPS hoort vaker dat de Noord/Zuidlijn de stad niets zou opleveren. Voor de Amsterdammer zou zij ook liever een brug over ’t IJ hebben, maar het is ook een feit dat als mensen zich makkelijker naar de stad kunnen verplaatsen met ov, ze zich ook in de stad niet met een auto verplaatsen. Het betekent ook veel voor de economie en de leefbaarheid van de stad.

Lid KREUGER ontkent niet dat het doortrekken van de Noord/Zuidlijn waarde toevoegt, maar dit is waarde in een bredere context. Omdat het ook een landelijk belang dient, is het logisch dat het Rijk hier ook aan meebetaalt. De 600 miljoen euro die Amsterdam bijdraagt, vindt hij veel te veel en zou ook gebruikt kunnen worden om een brug te bouwen. Maatregelen als het doortrekken van de Noord/Zuidlijn leidt alleen maar tot meer passagiers op Schiphol. Hoe kijkt de wethouder in dit kader aan tegen de uitspraak “minder vliegen”? Lid ERNSTING vraagt of de heer Kreuger het pleidooi voor de fiets ook bij zijn fractie in de Tweede Kamer heeft gehouden.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Lid KREUGER heeft het aangekaart, maar hij weet niet hoe zijn partij in dezen heeft gestemd. Lid ERNSTING is benieuwd of het pleidooi van de heer Kreuger effect heeft gehad. Lid KREUGER heeft erover gesproken, maar weet niet wat hier vervolgens mee is gedaan. Lid BILGIN constateert dat veel geld wordt uitgegeven aan een regionaal project waar mensen in de buitenwijken weinig aan hebben. Hij vraagt of de wethouder dit eerlijk vindt en hij is benieuwd of ook meer wordt gedaan voor mensen in buitenwijken die moeite hebben om hun wijk uit te komen. Lid ASRUF vraagt welk plan er überhaupt op de ambtelijke tafel lag. Lid WIJNANTS heeft de heer Asruf horen spreken over ruis op de lijn en hij neemt aan dat hiermee afstemming en de potentiële missers van de Brug over ’t IJ in de onderhandelingsdiscussie worden bedoeld. Lid ASRUF is benieuwd wat er daadwerkelijk is gebeurd en hoe het komt dat de staatssecretaris in eerste instantie een ander antwoord gaf dan het antwoord dat de woordvoerder later heeft gegeven. College Wethouder VAN DER HORST noemt het een storm in een glas water. De verbazing van de heer Wijnants over wat hij in de krant las, is terecht. Zij deelt deze verbazing en daarom heeft ze direct contact gelegd met de staatssecretaris om een en ander op te helderen.

Lid WIJNANTS vraagt of de wethouder vindt dat de staatssecretaris een fout heeft gemaakt in de Tweede Kamer-uitspraak. Wethouder VAN DER HORST denkt dat het ruis op de lijn heeft gegeven, maar deze was snel opgehelderd. In ieder geval bestaat er geen licht tussen wat de wethouder eerder heeft gezegd en de lijn die de staatssecretaris onderschrijft. De brug heeft op tafel gelegen en uiteindelijk kwam deze voor het Rijk niet in aanmerking volgens de criteria. Zij neemt er aanstoot aan dat de suggestie wordt gewekt dat Amsterdam niet goed zou hebben onderhandeld bij het Rijk. De houding van rupsje-nooit-genoeg is schadelijk voor de komende jaren in de onderhandelingspositie. Lid WIJNANTS stelt dat de wethouder het doet voorkomen alsof hij namens de gemeente onderhandelt. De wethouder onderhandelt namens de gemeente Amsterdam. Wethouder VAN DER HORST heeft samen met collega Van Dantzig onderhandeld met het Rijk en de uitkomst was een gigantisch bedrag voor het openbaar vervoer naar deze regio waarbij het Rijk 75% neerlegt en de regio ook een aanzienlijk bedrag. In absolute termen draagt Amsterdam veel bij, maar afgezet tegenover de andere kanten blijkt dat deze regio meer heeft gekregen dan andere regio's. Lid KREUGER vindt het lastig dat de wethouder stelt wat de raad uitstraalt. De raad controleert het college.

Een aantal mensen had graag een andere uitkomst gezien en daarom vindt hij dat het college niet goed heeft onderhandeld. Wethouder VAN DER HORST heeft de heer Wijnants horen suggereren dat de wethouder bij de vorige ov-deal ook niet goed heeft onderhandeld. Dit ging om een tussenresultaat. Uiteindelijk heeft dit tot een betere deal geleid.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Iedereen wil de brug en deze moet geen onderdeel van polarisatie worden. De motie hierover van de raad heeft het college positief gepreadviseerd. Lid KREUGER herhaalt dat er vier topprojecten waren waarvan er een niet doorgaat. Welke is dit? Wethouder VAN DER HORST stelt, los van het onderhandelingsresultaat, dat iedereen deze brug graag wil. Het resultaat is zo succesvol geweest, omdat goed is samengewerkt met de regio en met het Rijk. Lid KREUGER concludeert dat het sluiten van de kleine ring niet doorgaat en de sprong over ’t IJ wel. Wethouder VAN DER HORST wijst erop dat Amsterdam niet alleen kan besluiten welke projecten door kunnen gaan. De prioriteit van het Rijk was om Zuidasdok op te lossen. Uiteindelijk heeft Amsterdam de Ringlijn erbij gekregen. Lid KREUGER vraagt welke van de vier projecten afvalt. Wethouder VAN DER HORST verwijst naar het onderhandelingsresultaat waarbij het Rijk heeft aangegeven dat er geen bijdrage wordt geleverd aan de brug. In de voorjaarsnota zal een verdere afweging gemaakt moeten worden over de brug. Lid WIJNANTS is benieuwd welke opheldering de wethouder heeft gevraagd aan de staatssecretaris. Wethouder VAN DER HORST heeft contact opgenomen met de staatssecretaris terwijl er eerder al ambtelijk contact was geweest. De staatssecretaris kon de bestuurlijke lijn onderschrijven. Lid WIJNANTS vraagt waarom de wethouder heeft gebeld.

Het leek wethouder VAN DER HORST goed om even persoonlijk contact te hebben, zodat gecheckt kon worden dat de beelden van beiden niet verschilden en de staatssecretaris heeft dit onderschreven. Ook heeft zij het belang van de brug nog even onderstreept, omdat zij een mogelijkheid zag voor de toekomst. Lid BOBELDIJK vraagt of de wethouder de onderhandelingen vanuit de gemeente, vanuit de regio of vanuit beide doet. Wethouder VAN DER HORST doet beide. Zij is hierin met wethouder Van Dantzig opgetrokken, omdat zij ook als voorzitter van de vervoersregio namens de hele regio aan tafel zit en het prettig was om ook specifiek een wethouder vanuit Amsterdam erbij te hebben. De onderhandelingen met de regio waren overigens nog wel wat spannender dan met het Rijk. Conform het coalitieakkoord is ter harte genomen dat Amsterdam geen eiland is. Lid BOBELDIJK begrijpt dat wethouder Van Dantzig meer de woordvoerder namens de stad was en wethouder Van der Horst namens de regio. Wethouder VAN DER HORST herhaalt dat zij vanuit beide rollen heeft onderhandeld. Uiteindelijk zaten wethouder Van Dantzig en zij bij het BO-MIRT samen met de gedeputeerde Flevoland en de gedeputeerde Noord-Holland waarbij iedereen de verantwoordelijkheid voelt om namens iedereen te spreken. Met name de financieringsvraag was spannend in de regio.

Lid KREUGER vraagt of de wethouder kan garanderen dat de gemeente Amsterdam niet meer dan 60 miljoen euro heeft bijgedragen aan het Zuidasdok.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Wethouder VAN DER HORST stelt dat de financiering het beste kan worden besproken bij de voorjaarsnota. Lid KREUGER wijst erop dat het budget was gelimiteerd tot 60 miljoen euro. Als de wethouder dit bij de voorjaarsnota wil bekijken, had zij geen limiet moeten noemen. Wethouder VAN DER HORST zegt dat het verwarrend is dat verschillende NOVEXgebieden worden gebruikt. De 6 miljard euro is op de 17 NOVEX-gebieden gebaseerd en een groot deel van Noord viel hier niet binnen. Het is niet gelukt om deze gebieden te veranderen waardoor niet werd voldaan aan de criteria. Het blijft een goede vraag om te bekijken hoe er een goede mobiliteit komt in gebieden zoals Nieuw-West. Zij is aanwezig geweest bij een fietsstimuleringsproject voor peuters en denkt dat op dit soort projecten moet worden ingezet om de fietscultuur in gebieden als Nieuw-West te stimuleren. Het GVB komt binnenkort met een nieuwe concessie en hier kan ook het gesprek worden gevoerd over de bereikbaarheid. Lid ASRUF informeert naar het ambtelijk plan dat op tafel lag. Wethouder VAN DER HORST zegt dat het gesprek dat nu wordt gevoerd over de Oostbrug gaat. Lid HENDRIKS heeft de wethouder horen spreken over vooroverleggen in de regio en in dit kader is hij benieuwd hoe de regio kijkt naar de Sprong over ’t IJ. Wethouder VAN DER HORST stelt dat de Vervoerregio deze belangrijk vindt en hier zeker aan wil bijdragen.

Zaanstad en Purmerend zien ook de meerwaarde. Verder wordt het niet als een knooppunt in het ov gezien, maar meer als een Amsterdams project in de regio. Lid HENDRIKS vraagt of het feit dat de regio het niet als een regionaal project ziet een rol heeft gespeeld in de BO-MIRT-gesprekken. Wethouder VAN DER HORST zegt dat de beperking met name vanuit het Rijk kwam. De Ringlijn wordt ook iets meer als een Amsterdams project gezien door de regio. Tweede termijn Lid KREUGER meent dat er niet minder, maar juist meer wordt gevlogen. Lid HENDRIKS vraagt of de heer Kreuger dit als een regionaal probleem ziet en niet als een Amsterdams probleem. Lid KREUGER zou het geen probleem vinden als Amsterdam zelf de Sprong over ’t IJ moet betalen, maar dan zou minder bijgedragen moeten worden aan projecten als het Zuidasdok en het doortrekken van de Noord/Zuidlijn. Lid WIJNANTS heeft in de brief van de Vervoerregio gelezen dat de laatste poging met het Rijk is mislukt en dat het helaas niet is gelukt om werkbare afspraken te maken. Wethouder VAN DER HORST vreest dat de heer Wijnants een brief heeft gemist. Binnenkort zal er weer een update komen. De vraag van de heer Kreuger is begrijpelijk. Zaken die in het verleden zijn opgeschreven, blijken niet per se garanties voor de toekomst. Het Rijk heeft hierover onlangs ook andere opvattingen geuit.

Wellicht moet nu vooral worden bekeken hoe dit een kans is voor de toekomst in internationaal treinverkeer gezien de grootte van Schiphol. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

2.d. Rondvraag Lid ASRUF gaat in op de GVB-storingen van 24 oktober, 5 en 6 december jl. Is dit een patroon? Wat zijn de oorzaken van deze storingen en hoe worden deze op korte termijn opgelost? Wethouder VAN DER HORST meldt dat het GVB een dashboard presenteert op haar website. Sinds het voorjaar is er een verbetering geweest, maar de afgelopen periode was er een terugval. De monitoring is cruciaal en zij deelt de zorgen. Lid IJMKER meldt dat er extra aandacht is geweest voor toegankelijkheid van het ov nadat een Britse rolstoelgebruiker haar ervaringen uitgebreid heeft gedeeld. PvdD heeft hier schriftelijke vragen over gesteld en vorig jaar heeft GL hier een motie over ingediend. Het college heeft naar aanleiding hiervan een plan toegezegd waarin zou worden aangegeven wat nodig is om te komen tot een volledig toegankelijk ov, zodat de raad ook meer zicht heeft in welke stappen worden gezet en hoe de knelpunten worden aangepakt. Zij hoort graag wanneer dit plan kan worden verwacht. Wethouder VAN DER HORST verwijst naar het binnenkort af te sluiten bestuursakkoord over toegankelijkheid met het Rijk. In het eerste kwartaal 2023 komt er een plan naar de raad. De vertraging is veroorzaakt door de technische complexiteit van het onderwerp.

Lid VERKERKE gaat in op de juridisering van de gemeente en vraagt waarom de gemeente doorgaat met procederen op het gebied van het ligplaatsenbeleid terwijl zaken steeds worden verloren. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat het om een zeer complex dossier gaat met veel tegengestelde belangen. Ongeacht de beslissing is er altijd een partij die gaat procederen. De wethouder blijft er scherp op waarover wordt geprocedeerd. Lid HENDRIKS verwijst naar maatregel 14 van de agenda Autoluw: “intelligente toegang invoeren”. Deze proeftuin is echter stopgezet om maatwerk te kunnen leveren aan

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

de maatschappelijke organisaties. Wat is de status en op welke termijn zijn kentekencamera’s wel up and running? Wethouder VAN DER HORST komt binnenkort met een update over intelligente toegang in zijn algemeenheid en welke consequenties die heeft voor bepaalde projecten. Lid DE VOS wijst erop dat de subsidiëring van wijkcentrum De Pijp per 1 januari 2023 stopt. Kan de wethouder de gevolgen voor onder andere een organisatie als NMTzuid overzien als gevolg van de bezuiniging? Wethouder VAN DER HORST zal dit uitzoeken. Lid BOBELDIJK is benieuwd hoe vaak er rechtelijke uitspraken zijn met betrekking tot de rondvaartboten en hoe vaak de gemeente hierbij in het ongelijk wordt gesteld. Wethouder VAN DER HORST zal nagaan om hoeveel zaken het gaat. De VOORZITTER schorst de vergadering voor een korte pauze. Bespreekpunten Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 3. Vaststellen Verordening parkeerbelastingen Amsterdam 2023 Nr. VN2022-035550 De VOORZITTER heropent de vergadering en meldt dat het om een raadsvoordracht gaat die in de raad van 21 december a.s. wordt behandeld. Lid ASRUF leest dat het om een beleidsarme verordening gaat die de gemeente wel 3 miljoen euro kost. De vergunningen van bewoners buiten de Ring worden geïndexeerd, maar het is niet duidelijk waarom dit alleen voor bewoners buiten de Ring geldt. De verordening van Weesp wordt toegevoegd aan de Amsterdamse verordening.

Wat betekent dit voor andere delen van de stad en met name voor delen buiten de Ring? Lid MOESKOPS ziet meerdere systematieken voor quantumkorting waarbij zij met name de korting voor bezoekers met een week- of een maandkaart fors vindt. Zij kan geen doelgroep bedenken waarvoor het wenselijk zou zijn dat deze langdurig parkeert in Amsterdam. Lid BILGIN denkt aan werknemers en thuiszorgmedewerkers in de uitzendbranche. Lid MOESKOPS wijst op een andere quantumkorting, de ondernemersjaarkaart. Voor elke inschrijving in de KvK is het mogelijk om vier extra vergunningen aan te vragen. Ook dit noemt zij fors. De aanleiding is dat het ook stadsbrede kaarten kunnen zijn, zodat de spreekwoordelijke loodgieter ook de mogelijkheid heeft om door de hele stad te parkeren. Slechts 199 ondernemers maken gebruik van deze regeling en de indruk is dat heel weinig ondernemers hiervan op de hoogte zijn. Het voorstel zou zijn om de kwantumkorting voor de bezoekers af te schaffen en dit geld aan te wenden voor het onder de aandacht brengen van deze regeling bij bijvoorbeeld kinderdagverblijven. Lid ASRUF vraagt of D66 de ondernemersjaarkaart wil afschaffen of dat zij deze meer onder de aandacht wil brengen. Lid MOESKOPS vindt vier extra vergunningen veel en zij is benieuwd hoeveel en wat voor soort bedrijven gebruikmaken van al deze vergunningen.

Het idee zou zijn om terug te gaan naar twee vergunningen per bedrijf om het op deze manier betaalbaar te

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

houden en het vervolgens onder de aandacht te brengen bij ondernemers waarvoor de meerwaarde duidelijk is. Lid ASRUF denkt dat het om een beperkte bezuiniging zal gaan gezien de 199 ondernemers die er op dit moment gebruik van maken. Ook is hij benieuwd waarom dit specifiek bij de kinderopvang onder de aandacht moet worden gebracht. Lid MOESKOPS wijst erop dat bijvoorbeeld voor de zorg al regelingen zijn met betrekking tot parkeren en vergunningen die veel goedkoper zijn dan een ondernemersjaarkaart. Zij denkt dat er slechts 199 gebruikers zijn omdat zeer weinig ondernemers bekend zijn met de regeling. Lid ASRUF vindt het onder de aandacht brengen van kortingsregelingen belangrijk. Hij vraagt of mevrouw Moeskops met hem eens is dat deze regelingen breder onder de aandacht gebracht moeten worden. Lid MOESKOPS ziet wel spanning tussen verschillende doelgroepen. Daarom zijn er bijvoorbeeld al extra parkeervoorzieningen voor mensen in de zorg. Zij zou eerst willen weten welke ondernemers op dit moment gebruikmaken van de kaarten. Lid KOYUNCU vraagt of het niet zo zou kunnen zijn dat ondernemers niet zoveel gebruikmaken van de regelingen omdat het voor vier vergunningen zou neerkomen op € 26.000 per jaar. Lid MOESKOPS denkt dat dit er zeker mee te maken kan hebben. Tegelijkertijd is er ook de mogelijkheid van goedkopere vergunningen als niet door de hele stad kan worden geparkeerd.

Dit is vergelijkbaar met een ov-rittenkaart. Lid KOYUNCU hoort mevrouw Moeskops ook zeggen dat mensen met een kleine behoefte niet naar de stad moeten komen; maar het gaat om ondernemers. Lid MOESKOPS stelt dat er heel veel ondernemers zijn die geen auto nodig hebben om fatsoenlijk te kunnen ondernemen in de stad. Voor de drukke gebieden bestaat er een gesubsidieerde langparkeerregeling voor bewoners. Dit kost de stad veel geld en de secundaire beweegreden voor deze regeling was destijds dat bewoners wellicht inzagen dat ze ook wel zonder auto zouden kunnen als ze deze niet zo vaak nodig hebben. Is dit tweede doel bereikt en hoe lang maken mensen gebruik van deze langparkeerregeling? De heer BILGIN zou nog steeds graag zien dat de blauwe zone blijft bestaan. Deze blijkt op plekken als het Belgiëplein, Ecuplein en in andere winkelgebieden goed te werken. Wethouder VAN DER HORST zegt dat het inderdaad om een beleidsarme overheveling gaat, een samenvoeging waarvan de 3 miljoen euro los moet worden gezien. Dit bedrag heeft te maken met handhaving en de naheffing van de belasting. Op dit moment is het werk voor de naheffing niet kostendekkend, omdat er vanuit het Rijk een cap zit op hoeveel mag worden gerekend. Deze is nu € 66,50 en wordt € 72,90. Dit is nog steeds niet kostendekkend, maar het verlies is wel minder groot.

Er is voor gekozen om het democratisch gehalte van de besluitvorming in Weesp te honoreren. Aan P&R zijn kosten verbonden en deze kosten en de opmerkingen over de ondernemersjaarkaart neemt de wethouder mee bij de komende verordening. Lid ASRUF heeft gevraagd wat er met andere stadsdelen buiten de Ring gebeurt. Wanneer komt de volgende parkeerverordening? Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat het geen gevolgen heeft voor de andere stadsdelen. De volgende verordening komt eind maart 2023.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Lid MOESKOPS vraagt of de wethouder voor de nieuwe verordening komt met een toelichting op de ondernemersjaarkaart, de langparkeerkorting en de andere onderwerpen. Wethouder VAN DER HORST streeft ernaar om wat eerder argumenten te hebben voor de nieuwe verordening. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en doorgaat voor behandeling in de raad waar het zal worden gehamerd. 4. Beschikbaar stellen van een aanvullend investeringskrediet voorindexering van de kosten van het Programma Aanpak Wegtunnels Amsterdam – betreffende nacalculatie t/m 2021 Nr. VN2022-034265 Dit agendapunt wordt gehamerd. 5. Beschikbaar stellen van een investeringskrediet van € 39,5 mln. (gedekt bij Begroting 2022) en instemmen met de neutrale kredietwijziging van € 11,8 mln. voor project Vernieuwing Verkeerscentrale Amsterdam Nr. VN2022-032850 De VOORZITTER deelt mee dat het om een raadsvoordracht gaat die in de raad van 21 december zal worden behandeld. Eerste termijn Lid ASRUF leest dat er twee systemen zijn, een voor de tunnels en een voor het verkeer in algemene zin. Het verkeersmanagementsysteem blijft ongewijzigd, omdat het complex is om dit in te passen in het tunnelsysteem. De vraag is hoe lang dit systeem houdbaar is.

Wethouder VAN DER HORST legt uit dat de verkeerscentrale kan worden gezien als een huis en de systemen zijn de zaken die in het huis zitten die op elk moment vervangen kunnen worden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het kan worden gehamerd in de raad. Water 6. Vaststellen van de Verordening Rioolheffing 2023 Nr. VN2022-039515 Het gaat om een raadsvoordracht die in de raad van 21 december a.s. wordt behandeld. Lid BOBELDIJK vraagt of de kwijtschelding geldt voor mensen met een inkomen tot 130%. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat de kwijtschelding geldt tot 100%. Lid BOBELDIJK vraagt of het gaat om mensen met een volledig minimumloon of dat mensen 100% kwijtgescholden krijgen. Wethouder VAN DER HORST zegt dat het voor het bijstandsminimum geldt en 100% wordt kwijtgescholden.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Lid BOBELDIJK weet dat voor afvalstoffenheffing geldt dat mensen tot 120% van het bijstandsniveau deze terug krijgen. Begrijpt hij goed dat mensen die iets boven het bijstandsniveau zitten, geen kwijtschelding krijgen? Wethouder VAN DER HORST bevestigt dit. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het naar verwachting om een korte bespreking in de raad zal gaan. 7. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de rapportage beheer en telling damherten 2021-2022 Nr. VN2022-040167 Het agendapunt is doorgeschoven vanuit een vorige commissievergadering. Lid DE VOS noemt het een moordrapportage. Het gaat om duizenden dieren die jaarlijks worden gedood, waarbij de vrouwtjes in de meerderheid zijn omdat zij de jongen voortbrengen. Bij de laatste telling werden rond de 2200 damherten waargenomen en de trend is sinds 2016 dalende terwijl er dit jaar 3500 damherten zijn doodgeschoten, 1000 meer dan vorig jaar. De doelstand is 600-800 herten in 2024, maar nog steeds worden dan jaarlijks 440 herten in het volledige gebied en 300 herten op Amsterdams grondgebied afgeschoten. Dat dit niet zal stoppen, is voor de PvdD onacceptabel.

Hoe staan de wethouder en de overige commissieleden hier tegenover? In de brief staat dat het faunabeheerplan - opgesteld door de faunabeheereenheden Noord- en Zuid-Holland - de noodzaak van beheermaatregelen voor de komende jaren beschrijft en onderbouwt. Jagers maken deel uit van deze faunabeheereenheden en vanzelfsprekend vinden zij het zeer noodzakelijk om te blijven schieten. In het plan wordt niet gereflecteerd op de effecten van het huidige beleid op bijvoorbeeld dierenwelzijn. De PvdD verzoekt om een onafhankelijke onderzoekscommissie die vanuit het oogpunt van dierenwelzijn zoekt naar alternatieven om de leefomgeving van de damherten verder vorm te geven zoals scenario’s waarin actief beheer van damherten uitgesloten is. Hoe kijkt de wethouder naar een dergelijk onderzoek? In het dierenwelzijnsbeleid van Amsterdam is opgenomen dat jacht wordt tegengegaan. In de nieuwe Nota dierenwelzijn zou PvdD graag een paragraaf over de damharten toegevoegd zien worden. Kan de wethouder zich hier sterk voor maken bij wethouder Pels? Lid BOBELDIJK vraagt of PvdD zelf al alternatieven heeft. Lid DE VOS heeft hier ideeën over, maar hij denkt dat het verstandig is om hier een onafhankelijke commissie met experts naar te laten kijken zodat een integrale afweging kan worden gemaakt. Lid WIJMENGA heeft tien jaar geleden al gepleit voor het verminderen van damherten en doet dit nog steeds.

De populatie is met 30% per jaar gegroeid en er zijn geen natuurlijke vijanden. Het zijn er te veel en het gevolg is kaalslag. Er worden te weinig herten afgeschoten terwijl dit wel nodig is voor de natuur, omdat de biodiversiteit en de Natura 2000-doelstellingen onder druk staan door overbegrazing. Lid DE VOS hoort vaker dat de damherten geen natuurlijke vijanden of een te klein leefgebied hebben. Hoe staat mevrouw Wijmenga tegenover het verder verbinden van natuurgebieden binnen Nederland, zodat het leefgebied van allerlei dieren kan worden vergroot? Lid WIJMENGA zegt dat de Natura 2000-gebieden zijn vastgesteld en er is een verantwoordelijkheid om deze te beheren. Volgens haar worden deze op dit moment niet goed beheerd. Het CDA heeft eerder toezeggingen gekregen dat het vlees van de herten voor een deel naar de voedselbank gaat en zij is benieuwd of dit gebeurt.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Lid DE VOS vraagt of mevrouw Wijmenga het acceptabel vindt dat er nog jaarlijks 300 herten op Amsterdams grondgebied worden doodgeschoten. Lid WIJMENGA noemt het “niet leuk” dat er herten worden neergeschoten, maar gezien de natuur onder druk staat, is het wel nodig. Als het alternatief doodhongeren is, heeft zij liever dat de herten worden afgeschoten. Lid DE VOS wijst erop dat het afschieten van één hert niet op zichzelf staat. Hiermee worden families uiteengescheurd. Lid WIJMENGA denkt dat zij van mening verschilt met de heer De Vos. Lid IJMKER leest dat het streefaantal damherten in 2024 kan worden bereikt. Net als de PvdD mist zij scenario’s voor na 2024. Het effect van het beleid is inderdaad dat de natuur zich herstelt, maar er is ook nog een lange weg te gaan. Hopelijk is er een mogelijk scenario voor een natuurlijk evenwicht waarover de raad wellicht kan meedenken. Lid DE VOS erkent dat wat betreft biodiversiteit er soorten zijn die verloren gaan, maar aan de andere kant zijn er ook soorten die baat hebben bij de komst van herten. PvdD weegt dierenwelzijn in deze balans zwaarder. Hoe kijkt GL hiernaar? Lid IJMKER denkt dat er nog een lange weg te gaan is om de biodiversiteit in het gebied te herstellen. Hiervoor is het wel echt nodig dat er minder herten zijn.

Wethouder VAN DER HORST zegt dat richting 2026 een plan zal worden opgesteld dat in de commissie zal worden besproken. De verwachting is dat het beheer niet klaar is, maar op dit moment vindt zij het nog wat te vroeg om hierop vooruit te lopen. Lid DE VOS vraagt wie het vervolgbeleid zal vormgeven. Hij ziet niet de noodzaak om te wachten tot 2026. Als er overeenstemming is over het feit dat dit beheer niet langer houdbaar is, kan dit ook nu al worden heroverwogen. Wethouder VAN DER HORST heeft hiervoor nog geen meerderheid gevoeld. Conform de Omgevingsverordening Noord-Holland zal de faunabeheereenheid een onafhankelijk voorzitter hebben en ook is een van de leden een deskundige op het gebied van dierenwelzijn en diergedrag. Het zou goed zijn om er pas over te spreken op het moment dat er een nieuw plan nodig is. De wethouder pleit ervoor om het plan bij de faunabeheereenheid te houden, omdat het uiteindelijk ook de provincie Noord-Holland is die Amsterdam zal wijzen op haar verantwoordelijkheid. Lid DE VOS is benieuwd naar de verplichting vanuit de provincie. Amsterdam bepaalt ook in het dierenwelzijnsbeleid dat er niet gejaagd mag worden op eigen gronden.

Waarom kan Amsterdam niet besluiten te stoppen met het beheer in de Waterduinen wat ook Amsterdams grondgebied is? Wethouder VAN DER HORST stelt dat de provincie een hogere overheid is die soms beleidskaders vaststelt waaraan de gemeente zich dient te houden. Waternet heeft voor de verwerking van het vlees een contract afgesloten met een groothandel van wild en gevogelte. Deze verwerkt het vlees en zet het af in horeca en enkele poeliers in Amsterdam en omgeving. 20% wordt aan de voedselbank in Amsterdam geleverd. Op het moment dat wethouder Pels met een plan komt, zal voorafgaand hieraan afstemming plaatsvinden. De VOORZITTER concludeert dat PvdD het onderwerp in de raad van 25 januari 2023 wil bespreken. Naar verwachting zal dit om een middellange bespreking gaan.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

8. Kennisnemen van de te versturen van geconsolideerde drinkwaterfacturen Nr. VN2022-040168 Lid TAŞLIYURT is blij dat mensen voor wie dit nodig is, het bedrag in delen kunnen betalen. Hoe is gewaarborgd dat de geconsolideerde factuur geen problemen zal opleveren? Lid NOORDZIJ leest dat de gebundelde factuur zo veel mogelijk wordt gebruikt. Waarom is dit niet altijd mogelijk en wanneer geldt dit? Wordt in dergelijke gevallen duidelijk gemaakt dat er meer facturen komen? Lid VERKERKE heeft begrepen dat op de factuur als voorwaarde voor nietafsluiten een verklaring van een arts nodig is die niet de eigen huisarts is. Kan de wethouder dit toelichten? Lid BOBELDIJK ziet veel goede maatregelen en hij vraagt zich af of er wordt gecontroleerd of de procedures daadwerkelijk worden gevolgd zoals beschreven. Wethouder VAN DER HORST zegt dat het proces voor de gebundelde factuur grondig is getest. Als er onverhoopt iets mis gaat, is ook bekend hoe snel en adequaat kan worden gehandeld. De gebundelde factuur is niet voor iedereen van toepassing. Lid NOORDZIJ begrijpt dat mensen geen verschillende facturen na elkaar zullen ontvangen. Wethouder VAN DER HORST zegt dat dit in ieder geval niet de bedoeling is. Het moet een andere arts zijn dan de eigen huisarts, omdat deze niet wordt gezien als objectief. Dit is vrij gangbaar. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken.

9. Onderzoek en Innovatie Waternet voortgang 2022 Nr. VN2022-040171 Het agendapunt wordt gehamerd. Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 10. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de halfjaarlijkse rapportage januarijuli 2022 Programma Lightrail 2020-2040 Nr. VN2022-040166 Lid HENDRIKS begrijpt dat de IJmeerverbinding en de Amsterdam Bay Area een bijpassend mobiliteitssysteem nodig hebben. Lightrail is een mogelijkheid, maar hij hoopt dat dit geen doel op zich is. Volt ziet een kans voor een emissievrije Bus Rapid Transitverbinding (BRT-systeem). Deze optie is goedkoper dan Lightrail waardoor ook de woningbouwopgave wellicht kan worden versneld. Ook sluit het goed aan bij het huidige busnetwerk in Almere. Er kan worden gekozen voor waterstofbussen en tankinstallaties waardoor geen extra belasting op het elektriciteitsnetwerk wordt gelegd. Is de wethouder bereid dit te laten onderzoeken? Lid BOBELDIJK leest in de toelichting over de westkant van Amsterdam dat een van de doelen het creëren van een internationaal vestigingsklimaat op de kerncorridor is. Betekent dit dat het de doelstelling is om heel veel extra bedrijven aan de westkant toe te voegen?

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Wethouder VAN DER HORST is ook enthousiast over het BRT-systeem. Dit wordt in de Vervoerregio besproken en ook haar medebestuurders zijn enthousiast over de mogelijkheden van deze bus omdat er gebruik wordt gemaakt van bestaande infrastructuur. In de afgelopen BO-MIRT zijn investeringen afgesproken in het kader van de verdeling van de 7,5 miljard euro die de busverbinding tussen Amsterdam en Almere moet versnellen. De belangrijkste maatregel is het creëren van een vrije busbaan op de Maxisweg richting Muiden. Voor de Amsterdam Bay Area is een quickscan uitgevoerd en hierbij zijn de BRTsystemen onderzocht. Er is 54 miljoen euro vrijgemaakt, maar er wordt nog onderzoek gedaan naar de beste wijze van ontsluiting. Er is al een internationaal vestigingsklimaat en het is belangrijk dat de bedrijven bereikbaar blijven. In Almere is op dit moment nog heel veel wonen en weinig werk. Lid HENDRIKS vraagt of de (komende) onderzoeken naar de raad gestuurd kunnen worden. Wethouder VAN DER HORST zegt dit toe. Lid BOBELDIJK leest in het “creëren van” een extra inspanning voor nog meer internationale bedrijven binnenhalen. Dit kunnen bedrijven zijn met een toegevoegde waarde, maar het kunnen ook bedrijven zijn die zich hier willen vestigen vanwege het belastingklimaat.

Bovendien kan het er ook toe leiden dat er weer meer mensen deze kant op komen die een woning nodig hebben terwijl er sprake is van woningkrapte. Wethouder VAN DER HORST heeft als focus hoe alles bereikbaar kan blijven op een duurzame manier. Zij heeft zeker oog voor de regio. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 11. Kennisnemen van het voortzetten van het meerjarenplan Fiets in 2023 en kennisnemen van de Monitor Fiets 2021 Nr. VN2022-040170 12. Kennisnemen van het voortzetten van het meerjarenplan Verkeersveiligheid in 2023 en kennisnemen van de Monitor Verkeersveiligheid 2021 Nr. VN2022-040169 Agendapunten 11 en 12 worden gevoegd behandeld. Eerste termijn Lid ERNSTING begrijpt dat de wethouder het meerjarenplan Fiets in 2023 wil voortzetten, maar hij verwacht de komende periode wel meer gezien de 30 kilometerzones en gegeven de ambities in de Omgevingsvisie. Op de langere termijn pleit hij voor een gedurfde andere manier van kijken naar de openbare ruimte waar de mens centraal staat en niet de machine met de fiets als middelpunt. De wethouder wordt gevraagd een start te maken door bijvoorbeeld bijeenkomsten te organiseren met de kennisinstituten.

Hoe staat het met de tweede fietsring Ceintuurbaan/Bilderdijkstraat? Hoe staat het met de informatie die wordt verzameld bij het fietsmeldpunt? Kan de wethouder ingaan op de inrichting met schuine stoepranden, zodat fietsers niet meteen omvallen bij een stuurfout en op de maximumsnelheid op de fietspaden? Lid BILGIN hoort de heer Ernsting ervoor pleiten om de rijbanen te laten delen door auto’s en fietsen. In Amsterdam zijn echter al een paar fietsstraten aangelegd en hij vraagt zich af of dit een ideale oplossing is. Lid ERNSTING stelt dat dit geen ideale oplossing is met veel auto’s. Daarom pleit hij voor een autoluwe stad waardoor dit wel mogelijk is.

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Lid IJMKER concludeert dat de cijfers die nu bekend zijn, laten zien dat het aantal dodelijke verkeersslachtoffers nog 25% hoger ligt dan al werd gedacht. De gevolgen van ongelukken zijn groter met meer massa en hogere snelheid en daarom is al een aantal maal gevraagd naar de resultaten van de pilot Intelligent Speed Adaptation waarvan zij dacht dat het over auto’s ging. Zij is benieuwd hoe wordt omgegaan met de resultaten van allerlei proeven in de stad en hoe dit wordt omgezet in beleid. Lid KOYUNCU memoreert dat er al in 2009 ontevredenheid was over de ongevallenregistratie van de gemeente. Het ontbreken van data wordt zelfs gebruikt om ideeën af te schieten. Als voorbeeld noemt hij het voorstel om voorlichting te geven bij fietsenverhuur naar aanleiding waarvan is gesteld dat er een probleem speelt. In het verkeer is het belangrijk om te zien en te horen en daarom is een voorstel om oordopjes in het verkeer te verbieden. Uit beantwoording van schriftelijke vragen van DENK blijkt dat cijfers gebaseerd op ambulancegegevens drie tot vier keer hoger zijn dan blijkt uit cijfers van de politie. Voor kwetsbare groepen als fietsers is dit zelfs een factor acht. Het bestrijden van verkeersonveiligheid leunt op dit moment op halve maatregelen en op het “autootje-pestenbeleid”.

Lid IJMKER stelt dat GL ook al langer pleit voor meer data, maar de heer Koyuncu noemt 30 kilometer per uur een schijnmaatregel, terwijl uit onderzoek is gebleken dat dit een enorme bijdrage levert aan de verkeersveiligheid. Lid KOYUNCU vult aan dat dit om 30 km per uur gaat met minimale maatregelen en dit noemt hij schijnveiligheid. Lid IJMKER verwijst naar steden als Parijs en Brussel waar is gebleken dat ook minimale maatregelen een psychologisch effect hebben op mensen die ook elders langzamer gaan rijden. Lid KOYUNCU adviseert mevrouw IJmker om het item op AT5 terug te kijken over minimale maatregelen. Lid IJMKER heeft dit item gezien. Dit gaat echter slechts over één maatregel terwijl het gaat over een nieuwe norm die effect op de hele stad heeft. Lid KOYUNCU wijst erop dat hiervoor onvoldoende geld beschikbaar is waardoor het op veel plaatsen beperkt blijft tot een bord dat niet te handhaven is. Een aantal rijinstructeurs heeft zich verenigd en heeft bij de gemeente aangeklopt zonder resultaat waardoor ze dit niet meer zullen doen. Het gaat om verkeersprofessionals waarvan veel geleerd kan worden. Dit geldt ook voor chauffeurs in dienst van de gemeente. Wellicht kan data van de scanauto’s worden gebruikt voor verkeersveiligheid. De heer Koyuncu hoopt dat de wethouder de vicieuze cirkel durft te doorbreken.

Hij verzoekt om het agendapunt naar de raad te piepen, zodat hij met voorstellen kan komen. Lid HENDRIKS sluit zich aan bij de oproep om de stad nog veel sneller autoluw te maken. Is het mogelijk om bij de vervanging van verkeerslichten over te stappen op 3-2-1verkeerslichten? Dit creëert allertere bestuurders, leidt tot minder ongelukken en levert ook tijdswinst op voor de bestuurder. Voor voetgangersverkeerslichten wordt verwezen naar experimenteren in Manchester en Maastricht. Hier staan deze aan de kant van de oversteker en niet aan de overkant. Dit zorgt voor een veiliger gevoel bij voetgangers. Is de wethouder bereid om hiermee te starten in Amsterdam? Lid WIJMENGA merkt op dat e-bike of elektrische fiets bijna niet wordt genoemd. Deze vallen tussen wal en schip en uit onderzoek blijkt dat veel e-bikes zijn opgevoerd. Het aantal ongelukken op de fiets voor 12- tot 17-jarigen is met 20% toegenomen en dan schuurt het dat nog altijd geen goede monitoring plaatsvindt. Wil de wethouder kijken naar een meldpunt nu blijkt dat drie kwart van de fietsongevallen ongezien blijft, omdat alleen de gevallen waar de politie bij betrokken is, worden geregistreerd?

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Lid ASRUF wijst er ook op dat het aandeel elektrische fietsen op smalle fietspaden, met name binnen de Ring enorm is toegenomen. De hoge snelheid is gevaarlijk en ook de Fietsersbond pleit voor een snelheidslimiet. PvdA is voorstander van het invoeren van een verbod op het opvoeren van e-bikes en voor het invoeren van een maximumsnelheid op fietspaden. Het verzoek is om vaart te maken met de uitvoering van de aangenomen motie van de Tweede Kamer waarin wordt gepleit voor het verbod van het opvoeren van e-bikes. Kan de wethouder de laatste stand van zaken toelichten en aangeven hoe de gesprekken met het Rijk over deze motie verlopen? Lid MOESKOPS vraagt hoe het staat met de toezegging van de wethouder om terug te komen op het spitsmijden van het eigen areaal zwaar verkeer. Kan zij ingaan op de invoering van Direct Vision? Is al meer bekend over de snelfietsroutes in het meerjarenplan? Lid BILGIN constateert dat er sprake is van een tunnelvisie met betrekking tot de 30 kilometerzone met behulp van borden en drempels en dat hier veel geld mee gemoeid is zonder dat het effectief is. De 30 kilometerzone is voor het grootste deel een symbolische maatregel. Er zijn enkele wegen waar het daadwerkelijk onveilig is zoals de Sloterweg en de Osdorperweg. Nu al zijn dit locaties waar de handhaving onvoldoende is.

Als het hier al niet goed gaat, hoe kan dan op de 30 kilometerzone in de hele stad worden gehandhaafd? De oorzaken van de meeste verkeersongelukken zijn het gevolg van verkeersovertredingen zoals bellen en appen, alcohol, het overschrijden van de maximumsnelheid et cetera. Het is de vraag waarom hier niet op wordt gehandhaafd. De 30 kilometerzone leidt er bijvoorbeeld in een wijk als De Eendracht toe dat er geen bus meer zal rijden. Minder ov betekent meer auto’s en dit betekent weer minder veiligheid. Lid VERKERKE ziet ook veel problemen met fatbikes en elektrische fietsen op het fietspad en de wethouder wordt opgeroepen om sneller te handelen dan destijds met snorfietsen. Auto’s hebben nog te vaak op aangepaste kruisingen te veel prioriteit. Met GL en de Fietsersbond vraagt lid Verkerke aandacht voor de stoepranden. Lid BOBELDIJK maakt zich zorgen over de verbinding Johan Huizingalaan/Nieuwe Meer en de verbinding Christoffel Plantijnpad/Nieuwe Meer. Als het fietspad wordt doorgetrokken tot de Nieuwe Meer moeten bomen worden gekapt in het bijzondere natuurdeel van de Oeverlanden. Verder vraagt hij zich af in hoeverre de BLVC-plannen van bouwbedrijven worden gecontroleerd. Hij zou dit onderwerp verwachten in een hoofdstuk over verkeersveiligheid fiets. De VOORZITTER schorst de vergadering voor een korte pauze.

College De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft het woord aan de wethouder. Wethouder VAN DER HORST denkt dat het belangrijk is om de komende tijd een “schaalsprong” te maken voor de fiets. In de komende versie zullen nieuwe maatregelen aangekondigd worden waarin de elektrische fiets ook wordt meegenomen. Er wordt bekeken hoe de snelheid kan worden beperkt en in het eerste kwartaal kan een eerste aanzet hiervoor wellicht in de raad worden besproken. Halverwege 2023 wordt duidelijk welke mogelijkheden er vanuit het Rijk komen. Als maatregelen elders bewezen effectief zijn, moeten deze worden omarmd. De 30 kilometerzones invoeren zal veel doen voor de verkeersveiligheid van de fiets en voor het reguleren van de snelle fietsen. Lid KOYUNCU vraagt hoe het collega 30 km per uur gaat handhaven. Wethouder VAN DER HORST zegt dat het uitvoeringsplan 30 km op zeer korte termijn komt. Dit is een goed moment om hierover te spreken.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Lid ASRUF vraagt of de wethouder in de eerste aanzet van begin volgend jaar mee kan nemen hoe zij denkt te komen met concrete maatregelen om de verkeersveiligheid op het gebied van e-bikes te verbeteren. Wethouder VAN DER HORST stelt dat dit zeker de ambitie is. Het is de bedoeling om duidelijk te maken wat de stad zelf kan en waar het Rijk voor nodig is en welke termijnen aan het en ander hangen. Er is een brief gestuurd waarin wordt gevraagd om de data van de ambulances en er staat een afspraak om hierover te spreken. Voor de Ceintuurbaan/Bilderdijkstraat is er een ruimtelijke verkenning gedaan waaruit is gebleken dat het mogelijk is om op termijn fietsstraten te realiseren op de tweede fietsring. In de meeste delen van de route is wel een herinrichting nodig en worden fietsers met auto’s op de rijbaan gemengd. De motie over het fietsmeldpunt wordt uitgewerkt. Er is enige tijd nodig om na te gaan hoe invulling kan worden gegeven aan het gevraagde dashboard fietsknelpunten. In de loop van het eerste kwartaal 2023 wordt de raad hierover nader geïnformeerd. Lid WIJMENGA vraagt of bij het fietsmeldpunt kan worden gekeken naar voorbeelden uit Friesland en Utrecht. Wethouder VAN DER HORST dankt voor de suggestie. Er wordt toegewerkt naar een nieuwe standaard voor “vergevingsgezinde trottoirbanden”.

Voor de fietspaden komt begin volgend jaar een proefopstelling om de meest optimale variant te kiezen. Als deze succesvol is, wordt de wijziging opgenomen in het handboek Puccini waarvan het de verwachting is dat dit er eind 2023 zal zijn. Het plan is om in gesprek te gaan met de rijinstructeurs om hen te betrekken bij de volgende plannen. Belangrijk hierbij is dat meldingen niet altijd direct worden opgepakt vanwege beperkte capaciteit of als de prioriteit elders ligt. Er zijn geen data die pleiten voor een verbod op oortjes. Lid KOYUNCU vraagt of horen belangrijk is als verkeersdeelnemer. Wethouder VAN DER HORST zegt dat horen zeker helpt op allerlei signalen op te vangen waarbij het niet zo is dat dove mensen geen deel mogen nemen aan het verkeer. De 3-2-1-verkeerslichten zijn juridisch gezien niet mogelijk en Rotterdam is inmiddels gestopt met de proef hiermee. In Amsterdam zijn veel verkeersheuvels waardoor de kans groot is dat voetgangers naar de verkeerde verkeerslichten kijken. De vraag van de SP over de verbindingen naar de Nieuwe Meer en de bomenkap zal de wethouder nagaan. BLVC-plannen zijn verplicht en er wordt op gecontroleerd, maar de wethouder zal nagaan in hoeverre dit gebeurt en hoe effectief dit is. Lid BOBELDIJK ziet de BLVC-plannen nergens terugkomen terwijl dit volgens hem wel een belangrijk onderwerp is vanuit verkeersveiligheid.

Wethouder VAN DER HORST zal zich hierin verdiepen en zij zal hierop terugkomen. In de toegezegde brief zal meer informatie worden verstrekt over data en snelheidsbeperkende maatregelen. Lid WIJMENGA is op zoek naar een onderscheid tussen de zogenaamde OEKfietser (Op eigen kracht) en de niet-OEK-fietser. Wethouder VAN DER HORST zal dit betrekken in de gesprekken. Met de stijging van de elektrische fietsen is er een stijging van het aantal ongelukken met de fiets.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022

MOW

Lid KOYUNCU heeft gevraagd of de wethouder bereid is om te bekijken of de scanauto’s ingezet kunnen worden ten behoeve van de verkeersveiligheid. Wethouder VAN DER HORST zegt dat in ieder geval wordt bekeken of scanauto’s breder ingezet kunnen worden. Zij neemt het verzoek mee. Lid MOESKOPS heeft het antwoord op het spits mijden van zwaar verkeer gemist. Wethouder VAN DER HORST meent dat zij hier in een eerder stadium al op heeft geantwoord, maar zij zal dit nagaan. Tweede termijn Lid ERNSTING vraagt welke methode het college denkt in te zetten voor het anders kijken naar de openbare ruimte om echt meer ruimte voor fietsen en lopen te maken. Wethouder VAN DER HORST zal hierover binnenkort meer procesinformatie verstrekken. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat agendapunt 12 is gepiept naar de raad. 13. Rapportage Deelmobiliteit 2022; deelvervoer in Amsterdam: deelfiets, deelbakfiets, deelscooter en deelauto Nr. VN2022-039705 Eerste termijn Lid HENDRIKS vraagt welke kansen er zijn om de auto’s van de gemeente zelf te vervangen door deelauto’s. De autodeelvergunningen voor free floating hebben een plafond. Hoe kan ervoor worden gezorgd dat de markt wel semi-open blijft? Parkeervakken voor deelvervoer dragen bij aan bekendheid en beheersing van openbare ruimte.

Welke mogelijkheden zijn er om verder uit te breiden in Amsterdam? De Europese commissie gelooft heilig in deelvervoer en heeft hier ook 800 miljard euro voor over. In hoeverre zijn hiervoor al aanvragen gedaan in Amsterdam en wat staat er voor 2023 gepland? Hoe zorgt de gemeente ervoor dat mensen met een beperking ook gebruik kunnen maken van deelvervoer? Lid ASRUF constateert dat deelvervoer ook ten koste gaat van openbaar vervoer. PvdA is van mening dat veel meer moet worden ingezet op een publieke voorziening dan op een commerciële activiteit. Deelvervoer is een aanvulling en geen vervanging en het aanbod buiten de Ring is zeer beperkt en juist hier zou het nodig zijn, omdat het ov-netwerk hier de afgelopen jaren steeds minder is geworden. Hoeveel kost een ritje deelvervoer ten opzichte van het ov? De gemeente maakt beperkte kosten voor het aanbieden van deelvervoer en hier staan beperkte inkomsten tegenover. PvdA pleit ervoor dat deelvervoer in een concessie wordt vergund waarbinnen een programma van eisen wordt opgesteld, zodat er invloed is op de prijsstrategie van de aanbieder, de klantenwerving door de aanbieder en de spreiding over de stad. Deze zou gelijk gegund moeten worden met de ovconcessie in 2025. Lid IJMKER stelt dat GL groot voorstander is van meer deelvervoer waardoor er minder privébezig, minder stilstaande auto’s en meer openbare ruimte overblijft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12203783/1