221208 commissie MOW conceptverslag
Tekst van het document
De auto’s worden goed gebruikt in Amsterdam en het gebruik blijft groeien. De belofte van huurauto’s is dat ze privéauto’s vervangen en dat dus een aantal parkeerplaatsen kan worden opgeheven. Uit de rapportage blijkt nog niet dat deze belofte wordt waargemaakt. Een oproep is om het aanbod van huurauto’s uit te breiden, omdat het aanbod in Nieuw-West
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022
MOW
en Zuidoost nog erg beperkt is. De belofte van de deelscooters is dat ze ook de auto vervangen, maar de cijfers laten dit niet zien. Het blijkt dat deze worden gebruikt voor korte ritjes en de fiets en het ov vervangen. De vraag is of hiermee moet worden doorgegaan of dat hiermee gestopt moet worden en meer moet worden ingezet op de fiets. Lid MOESKOPS stelt dat uit landelijk onderzoek ook blijkt dat de kans dat de doelgroep van de deelscooters overgaat tot gebruik van een deelauto in plaats van een privéauto veel groter is. Hoe kijkt GL aan tegen deze potentie? Lid IJMKER zou liever zien dat wordt ingezet op (elektrische) fietsen en hiermee zou de stap naar deelauto’s wellicht ook makkelijker te maken zijn. Utrecht heeft op basis van dezelfde cijfers ook bovenstaande conclusie getrokken. Welke afspraken worden gemaakt met aanbieders? Ook GL vraagt zich af of een concessieverlening niet gewenst zou zijn. Hierin zouden duidelijke voorwaarden gesteld kunnen worden over de spreiding van het aanbod en over overlast en impact op de openbare ruimte. Lid DE VOS denkt dat een gevolg van een concessie is dat alle auto’s weer moeten verdwijnen en dat hier weer nieuwe auto’s voor terugkomen, zodat er een vervangingscyclus ontstaat. Lid IJMKER denkt dat dit een aandachtspunt is. Zij hoopt dat ook afspraken gemaakt kunnen worden over snelheidsbeperkingen.
Een laatste oproep is voor echte deelmobiliteit; initiatieven van bewoners om gezamenlijk auto’s of (bak)fietsen te delen die vervolgens tegen allerlei ingewikkelde regels aanlopen. De gemeente zou dit actief moeten stimuleren. Lid BILGIN spreekt zijn waardering uit voor de bijdrage van de PvdA. De resultaten komen inderdaad vanuit het centrum. Slechts enkele procenten van de deelauto’s komen uit Noord en Nieuw-West. Enerzijds zijn er mensen die goed ov in de buurt hebben en aan de andere kant zijn er mensen zonder ov in de buurt die zullen strijden voor de laatste deelauto in de buurt. Als deze er niet is, blijven ze misschien thuis en dit blijkt ook uit de grafieken. Om dit concept toe te willen passen in de buitenwijken moet er rekening mee gehouden worden dat het niet op zich moet staan. Lid VERKERKE is van mening dat een goed ov altijd de voorkeur verdient boven welke auto ook. Privéauto’s nemen veel ruimte in en gebruiken veel energie. Waar auto’s nodig zijn, moet zo veel mogelijk worden ingezet op deelauto’s. Bij1 sluit zich verder aan bij de vragen van de PvdA. Deelauto’s dienen via collectieve en niet via grote (platform) bedrijven te gaan.
Groeit de afname van privéauto’s op dit moment nog steeds en maken huurauto’s nog steeds een groot deel van het autoarsenaal uit? Wil de wethouder meedenken over het aan banden leggen van huurbrommers vooruitlopend op de wetgeving? Lid KOYUNCU stelt dat er op dit moment geen invloed is op de prijs, klantenwerving en spreiding over de stad. Wanneer volgen de nieuwe vergunningen? DENK ziet graag dat de sturingsmogelijkheden al in deze ronde worden geïmplementeerd en zou ook graag de mogelijkheden voor concessieafspraken willen onderzoeken. Wat is de richtdatum voor de uitbreiding van deelauto’s in Nieuw-West en Zuidoost? Bij voorkeur is dit bekend voordat het betaald parkeren in deze gebieden van start gaat. DENK ziet liever free floating in deze gebieden dan vaste standplaatsen. Lid BOBELDIJK refereert aan een motie die de SP heeft ingediend over ruimte voor de voetgangers in relatie tot het deelconcept. Als het om huurconcepten gaat, moet deze term ook gebruikt worden en niet deelconcepten. Deelconcepten kan worden gebruikt als het om bewoners gaat.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022
MOW
College Wethouder VAN DER HORST stelt dat het ov voor deelmobiliteit plaatsen past in het STOMP-principe (stappen, trappen, ov, MaaS, privéauto). Deelmobiliteit wordt gezien als een aanvullend middel en als vervanger van eigen bezit. Als mensen gewend zijn aan deelmobiliteit is de kans groter dat ze dit blijven doen en dit geldt ook voor deelscooters. Deze veroorzaken op dit moment overlast in de openbare ruimte en hiervan moet worden geleerd. Het idee van free floating is om dedicated plekken aan te wijzen voor deelmobiliteit in plaats van dat deze overal geplaatst mogen worden. Toevallig is vandaag het eerste vak gerealiseerd op het Rembrandtplein. De situatie in Utrecht is niet helemaal vergelijkbaar, omdat in Amsterdam de deelscooter ook een regionale functie heeft wat in Utrecht minder het geval was. Lid IJMKER wijst erop dat Utrecht juist wel de regionale functie heeft bekeken, maar heeft geconcludeerd dat deze voor Utrecht geen toegevoegde waarde heeft. Zij denkt dat op basis van de beschikbare data dezelfde conclusie voor Amsterdam kan worden getrokken. Wethouder VAN DER HORST waarschuwt ervoor om goed na te denken om ergens mee te stoppen zonder dat duidelijk is hoe het wel moet. Zij adviseert om de testfase – met de free floating in het centrum – nog even voort te zetten om te bekijken hoe dit gaat werken.
Lid IJMKER zegt dat scooters in Utrecht niet in het centrum geparkeerd mogen worden. In Amsterdam speelt dat ook buiten het centrum veel kleine krappe stoepen zijn. Wethouder VAN DER HORST denkt dat goed moet worden bekeken wat waar mogelijk is. Voor haar is centrum in dit geval niet alleen het stadsdeel centrum. Of en in hoeverre mensen overgaan tot aanschaf van een auto is moeilijk meetbaar en het vergt meer onderzoek om te bekijken hoe dit zich ontwikkelt. Meer aanbod van deelmobiliteit zorgt ervoor dat meer mensen toegang hebben. Het probeeraanbod voor zorg en onderwijs heeft laten zien dat het mogelijk is om een bredere doelgroep te bereiken maar het gebruik kan nog omhoog. Deelmobiliteit is op dit moment nog prijzig. Het breidt zich langzaam uit en het doel is regionale dekking. Als de Piet Heintunnel weer open gaat, worden extra scooters in Nieuw-West en Zuidoost neergezet. Lid ASRUF denkt dat juist een ov-concessie ervoor zou kunnen zorgen dat er een stedelijk netwerk komt. Op dit moment is het gebied binnen de Ring oververtegenwoordigd en het gebied erbuiten niet vertegenwoordigd. De vraag is hoe deze ongelijkheid kan worden verbeterd. Wethouder VAN DER HORST zegt dat er wordt gewerkt aan een ov-concessie voor Amsterdam. Het lijkt moeilijk om de deelmobiliteit hiermee te mengen, maar wel kan worden onderzocht of deelmobiliteit in concessies een goed idee is.
De klankbordgroep kan hiernaar kijken. Lid ASRUF herhaalt dat deelvervoer een aanvulling is op het ov. Juist door het bij de ov-concessie te betrekken, kan dit meerwaarde opleveren, zodat van deur tot deur kan worden gereisd. Wethouder VAN DER HORST vraagt zich af of het in de korte tijd tot de ovconcessie realistisch is om deelmobiliteit hierin te mengen. Het is vanzelfsprekend logisch om de twee vormen op elkaar aan te laten sluiten. Lid ASRUF wijst erop dat deelmobiliteit onderdeel is van het bestuursakkoord Vervoerregio. Hierin wordt ook gesteld dat er een transitie moet zijn van openbaar vervoer naar publieke mobiliteit. Nu wordt de deelmobiliteit losgeknipt van de ov-concessie terwijl
22
MOW
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022
die twee concessies volgens de heer Asruf juist leiden tot een dekkend netwerk binnen de stad. Wethouder VAN DER HORST denkt dat het op dit moment niet uitvoerbaar is. Het onderwerp kan wat meer in detail worden besproken in de Vervoerregio en in de klankbordgroep. Op het ov moet worden toegelegd, op de deelmobiliteit niet. Lid ASRUF kan zich voorstellen dat wanneer deelvervoer goedkoper is dan ov, er wordt gekozen voor deelvervoer. Hij heeft gevraagd of kan worden onderzocht wat de kosten zijn voor een gebruiker ten opzichte van het ov. Wethouder VAN DER HORST zegt dat deelmobiliteit iets duurder is dan ov. De dienstauto’s van de gemeente vervangen door deelauto’s zal zij als suggestie meegeven aan wethouder Van Buren. Voor deelauto’s is nog genoeg ruimte om te groeien. Elke deelautoaanbieder mag nog vergunningen aanvragen. Er zijn subsidies aangevraagd en toegekend zoals de Interregsubsidie voor het programma Smart mobility en de Hubs en een andere Europese subsidie voor de Smart Hubs. Bij de aanbieders is ook een wens tot spreiding over de stad. Lid HENDRIKS denkt dat het verstandig is om nu alvast na te denken over als het plafond is bereikt voor deelauto’s. Wethouder VAN DER HORST is het hiermee eens. De deel(bak)fiets zijn binnen het experiment met een jaar verlengd tot aan de zomer van 2024. De stadsbrede autodeelvergunning loopt af in maart.
Het experiment vergunning voor deelscooters loopt af in 2023. Voor een bredere dekking zijn de commerciële platforms juist nodig. Lid IJMKER zegt dat haar vragen bewonerscoöperaties niet zijn beantwoord.
over
parkeerplaatsen
en
over
Wethouder VAN DER HORST heeft al aangegeven dat zowel de bewonersinitiatieven als de commerciële deelmobiliteit nodig is. Bewonershubs worden gestimuleerd en dit gebeurt ook binnen vve’s. Voor buurthubs kunnen ook parkeerplaatsen worden opgeheven. Tweede termijn Lid ASRUF verzoekt om het onderwerp te piepen naar de raad waar hij met twee moties zal komen: onderzoek naar de prijzen voor gebruikers van het deelvervoer ten opzichte van het ov en het samenvoegen van de concessie voor het deelvervoer met de ov-concessie. Lid IJMKER pleit ervoor om meer in te zetten op de (bak)fiets. Op basis van de beschikbare data is duidelijk dat de scooter niet zoveel toevoegt aan de stad. Lid KOYUNCU heeft de vraag gesteld of de wethouder bereid is om de instrumenten die er nu niet zijn, wel te implementeren bij de aankomende verlenging van de vergunningen in 2023. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat voor dit laatste de actualisatie nodig is. Zodra hierover meer concreet bekend is, komt zij hierop terug. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en doorgaat naar de raad van 25 en 26 januari 2023.
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022
MOW
Water 14. Bespreken selectieleidraad voor het sluiten van huurovereenkomsten voor afmeerplaatsen (Nr. VN2022-042032) De VOORZITTER deelt mee dat dit punt vorige week aan de agenda is toegevoegd op verzoek van lid Kreuger (JA21). Lid KREUGER is benieuwd hoe het college tot de nieuwe norm van 1:4 is gekomen en hoe dit zich verhoudt tot drukte en overlast. Een verzoek is om te kiezen voor een langere termijn dan twee jaar. Is het mogelijk om de norm zo ruim mogelijk te interpreteren? Kunnen de publieke op- en afstapplekken ook ingenomen worden als blijkt dat er te weinig plekken zijn en de salonboten worden verdrukt? Lid WIJMENGA concludeert dat het met deze selectieleidraad alleen maar drukker wordt. Waarom is ervoor gekozen om de norm van 1:3 te verhogen naar 1:4? Hoe kan worden voorkomen dat er elke twee jaar een herschikking plaatsvindt? Kan de wethouder per afmeerlocatie bekijken of de verdeelnorm realistisch en wenselijk is? Er is niet gekeken naar voldoende lig- en bufferplaatsen die noodzakelijk zijn voor een goed functionerende afvaartplek.
Kunnen bij de verdeling van de semi-exclusieve afvaartplekken maatregelen genomen worden om te voorkomen dat de open sloepen grote rondvaartboten kunnen verdringen? Lid TAŞLIYURT verzoekt de wethouder om als het aantal inschrijvingen de norm 1:3 overschrijdt, samen met de commissie te kijken naar de beste oplossing voor voldoende op- en afstaplocaties en een goed beleid hierop. De norm 1:4 kan ongewenste effecten hebben op de drukte, leefbaarheid en ruimtelijke inpassing. Wethouder VAN DER HORST denkt dat wat betreft drukte er voor sommige plaatsen meer ruimte zal komen, want sommige op- en afstapplekken zijn heel druk en veroorzaken veel overlast. Het idee is dat er vaste plekken komen voor veel reders waardoor de heel drukke plaatsen worden ontlast. De consequentie van een andere norm heeft grote gevolgen voor andere locaties. Lig- en bufferplaatsen zijn wel meegenomen in de onderzoeken. Er is geprobeerd om de norm zo laag mogelijk te houden waarbij wel ruimte geboden moet worden om naar 1:4 te gaan voor als het echt niet past. Het is een juridische verplichting om bij de verdeling vooraf op schrift duidelijk te maken wat het te volgen verdelingsproces is. In de selectieleidraad is in beginsel 1:3 opgenomen en daarna 1:4. Deze procedure is nautisch en juridisch getoetst.
Een eventuele norm van 1:4 hoeft niet tot problemen te leiden, maar deze wordt nog niet ingezet zolang het niet nodig is. Lid WIJMENGA heeft het idee dat het niet past op het Damrak. Wethouder VAN DER HORST zegt dat uit onderzoek is gebleken dat het wel moet passen. In de praktijk moet worden bekeken hoe het beleid uitwerkt. Lid WIJMENGA is benieuwd naar het onderzoek en vraagt of hier inzicht in gegeven kan worden. Wethouder VAN DER HORST zegt dat er cijfers geleverd kunnen worden. Zij memoreert dat eerder is afgesproken dat er niet meer op- en afstapplekken zouden komen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het wordt behandeld in de raad van 25 en 26 januari 2023.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Concept raadscommissieverslag, 8 december 2022
MOW
Sluiting De VOORZITTER dankt de aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering om 17.47 uur. De volgende vergadering is op 12 januari 2023.
25