CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

221206 FKD conceptverslag expertmeeting Digitale Stad

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 19 januari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van het openbare en besloten deel van de raadscommissie FKD d.d. 15 december 2022 en het conceptverslag van de expertmeeting Digitale Stad d.d. 6 december 20223.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Expertmeeting Digitale Stad

Expertmeeting, 6 december 2022 gehouden op dinsdag 6 december 2022 van 17.00 tot 19.00 uur in de raadszaal

Voorzitter: R.P. Hofland Aanwezige raadsleden: M. Belkasmi (PvdA), D.T. Boomsma (CDA) A.D.J. Bons (BIJ1) I. Garmy (Volt) Y. Hoogtanders (VVD) C. IJmker (GrLi) M. van Laake (Volt) V. Verkerke (BIJ1) M. Yemane (GL) Overige aanwezigen: S. Van der Waal (Waag) J. Renema (Open State Foundation) R. Goené (Filosoof, onderzoeker) N. Goedhart (Amsterdam UMC) D. Charité (Deloitte) Verslag: Anneloes Vernooij (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent de expertmeeting om 17.00 uur en heet iedereen welkom, in het bijzonder de genodigden. De bijeenkomst is een initiatief van GroenLinks en Volt. Lid IJMKER memoreert dat in 2018 voor het eerst een wethouder Digitale Stad is benoemd. De agenda van de afgelopen vier jaar loopt ten einde en voor de nieuwe agenda stuurt de wethouder begin volgend jaar een brief naar de commissie om over de inhoud hiervan in gesprek te gaan. Voorafgaand hieraan is het idee ontstaan om een aantal experts uit de stad uit te nodigen. De heer VAN DER WAAL licht toe dat Waag een onderzoeksinstituut is dat bijna dertig jaar geleden is opgericht met het idee dat technologie niet neutraal is. De oorsprong van dit idee komt uit ‘A Cyborg Manifesto’ uit 1986 van Donna Haraway. In 1993, in een tijd dat internet nog een onontgonnen gebied was, kon men al naar de ‘Digitale Stad’ en was vanuit de gemeente al open data beschikbaar. In de huidige tijd meent Waag dat het publiek weer centraal moet staan en dat elementen die al in wetgeving zijn vervat, daadwerkelijk toegepast moeten worden. Bij een Digitale Stad-agenda zou niet alleen de technologie centraal moeten staan, maar is het ook van belang hoe deze wordt ontworpen en hoe het ontwerp is gebaseerd op een aantal kernwaarden.

De centrale vraag is hoe ervoor gezorgd kan worden dat de technologie stack inclusief en rechtvaardig is en voldoet aan de publieke waarden.

1

De uitgangspunten en aannames moeten worden geëxpliciteerd. Het Tada manifest is een voorbeeld van hoe wordt aangegeven wat belangrijk is met betrekking tot data. Uiteindelijk gaat het erom dat alle belanghebbenden de gelegenheid hebben om betrokken te zijn en dat duidelijk is waarvoor geoptimaliseerd wordt. Amsterdam heeft zich als eerste gemeente onlangs aangesloten bij PublicSpaces, een coalitie van bijna veertig partijen die op een andere manier technologie willen inzetten zonder afhankelijkheid van grote platforms. Hierbinnen is PupHubs een initiatief dat werkt aan een nieuwe vorm van sociale media. Een van de ambities van het college is het verbieden van biometrische surveillance. Bij elk initiatief binnen de Digitale Stad is het belangrijk om te bedenken of grondrechten worden geschonden. In de praktijk blijkt het lastig voor individuele burgers om zich goed te manifesteren tegenover het geweld van technologie. Waag pleit ervoor dat er ruimte komt voor maatschappelijk initiatief dat gelijk wordt gewaardeerd ten opzichte van private initiatieven. Er kan worden nagedacht over een manier om gedeelde bronnen gezamenlijk te beheren. Ook op het gebied van initiatieven in de Digitale Stad is het essentieel dat maatschappelijke en financieel-economische overwegingen ervoor zorgen dat deze binnen de grenzen van de planeet blijven.

Uiteindelijk moet bij het creëren van digitale publieke ruimtes nagedacht worden over welke componenten centraal moeten staan zoals veilig inloggen met een systeem waarbij alleen gegevens worden gedeeld waarvoor wordt gekozen. Vanuit de Amsterdam Economic Board is bijvoorbeeld data commons ontstaan, verantwoord datadelen in een configuratie waarbij zowel maatschappelijke organisaties, publieke instellingen en het bedrijfsleven een rol krijgen. Lid BELKASMI vraagt hoe een complex proces als “ontwerp en ontwikkel met eenieder die geraakt wordt” aangevlogen zou moeten worden. De heer VAN DER WAAL zegt dat dit in de praktijk al gebeurt door cocreatieve methodes waarmee Waag al twintig jaar ervaring heeft. Centraal hierbij is dat wordt ontworpen voor degenen die het moeilijkst mee kunnen komen, omdat het op deze manier voor iedereen zal werken. Lid IJMKER informeert naar de rol van de gemeente in de samenwerking met private en maatschappelijke organisaties bij de ambitie om te werken aan een digitale publieke ruimte. De heer VAN DER WAAL denkt dat het belangrijk is dat de gemeente een faciliterende rol heeft om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen door randvoorwaarden te scheppen waarbinnen de participatie langdurig kan plaatsvinden. Dit betekent vaak aansluiten bij maatschappelijke initiatieven in de stad.

Lid GARMY vraagt wat de samenleving ervan zou merken als het geschetste model succesvol wordt toegepast. De heer VAN DER WAAL zegt dat het interessant zou zijn om de technologie zo te ontwikkelen dat het de buurt versterkt; dat de technologie voor de mensen werkt en niet voor het belang van een groot bedrijf. De heer RENEMA licht toe dat Open State Foundation een onafhankelijke stichting is die zich bezighoudt met het openbaar maken van de overheid. De insteek hierbij is het data-gedeelte; alle overheidsinformatie moet in essentie toegankelijk zijn. Dit gebeurt door het ontsluiten van de data en het stimuleren van hergebruik. Een Digitale Stad verdient een digitaal gemeentehuis. Op het gebied van open data is in Amsterdam al veel bereikt. Wat de organisatie betreft, valt er nog wat winst te behalen. WOB-verzoeken worden bijvoorbeeld redelijk traag en niet altijd naar tevredenheid van de indiener behandeld. Veel van het budget wordt in de categorie overige geplaatst. Hierbij valt te denken als overhead, consultancy, inhuur, et cetera. Dit geldt ook voor inkoop en aanbesteding. Vaak bestaan er misverstanden over de maatschappelijke waarde van data en over het wel of niet openbaar maken van gegevens waarbij argumenten worden gebruikt als commerciële gevoelige gegevens terwijl dit niet altijd aan de orde is.

Een voorbeeld waar de heer Renema vaak naar verwijst is het Checkbook New York City waar tot op het niveau van ingekochte donuts door de politie gecontroleerd kan worden hoeveel wordt uitgegeven.

2

Een goede inhoudelijke afweging voor openbaarheid is belangrijk: uitsluitingsgronden zijn er met een reden, maar moeten niet worden misbruikt. Hergebruik vindt helaas nog te incidenteel plaats. Openheid is mooi, maar er moet gestreefd worden naar meer inclusiviteit. Waardes moeten voor data gaan en data moeten hiervoor ingezet worden. Lid GARMY informeert naar een voorbeeld om data te hergebruiken. De heer RENEMA noemt platforms die burgerbegrotingen willen opzetten. Dit is een mooie manier om burgers te betrekken op lokaal niveau om inzicht te verkrijgen in hoeveel geld beschikbaar is voor bijvoorbeeld groenvoorzieningen. Ook is dit een manier om een right to challenge uit te voeren; een overheidstaak die beter of goedkoper uitgevoerd kan worden door mensen in de wijk zelf. Lid BELKASMI vraagt wat de manier is om de misvatting over maatschappelijke data weg te nemen. De heer RENEMA kan zich voorstellen dat er – net als bij privacy – een impactassessment wordt gemaakt waarbij de maatschappelijke waarden zeker beschermd moeten worden. De heer GOENÉ stelt dat het gebruik van technologie effecten heeft op de werking van de rechtsstaat. De partij tegenover de overheid staat op een enorme achterstand en dit probleem wordt steeds breder erkend.

Op rijksniveau is er veel aandacht voor transparantie, maar het is niet duidelijk welke gegevens zijn gebruikt bij een besluit van de overheid. Algoritmen blijven intransparant en de Raad van State heeft bijvoorbeeld gesteld dat duidelijk moet zijn hoe de berekening van de WOZ-waarde tot stand komt en er wordt een eis neergelegd om in een bezwaar- en beroepsprocedure het algoritme te publiceren. Hiermee wordt de rechtspositie van de burger versterkt. In het huidige algoritmeregister van Amsterdam staat voornamelijk informatie die nodig is voor de privacyverklaring en een procesbeschrijving. De ambities zouden hier wat steviger mogen zijn met als doel het vertrouwen van de burger in het functioneren van de overheid vergroten. In Amsterdam is vroegsignalering ontwikkeld om in een zo vroeg mogelijk stadium een opeenstapeling van problemen die tot schulden leiden te voorkomen. Als de overheid het vertrouwen van de burger wil krijgen, moet veel worden gedaan om dit te winnen. Het publiceren van alle algoritmen met een duidelijke beschrijving hiervan is heel belangrijk. Een advies is om niet te wachten op wetgeving, maar om zelf de stappen hiervoor zetten. Een voorbeeld is om de wijze waarop fraudealgoritmen werken te publiceren, zodat ze toetsbaar zijn voor de burger. Om dit te bereiken, zou open source meer ontwikkeld moeten worden.

Dit betekent dat op een andere manier ontwikkeld en aanbesteed moet worden en dat veel meer samen met bedrijven moet worden gedaan. Lid YEMANE merkt dat het inzetten van open source lastig is als het gaat om het bereiken van mensen in het kader van armoederegelingen. Herkent de heer Goené dit en hoe zou dit opgelost kunnen worden? De heer GOENÉ denkt dat er bij vroegsignalering veel mogelijk is met open source. Dit vraagt wel een andere manier van samenwerken met marktpartijen en wellicht moet de gemeente meer risico naar zichzelf toe trekken. Naar zijn idee gebeurt dit nog veel te weinig. Bij vroegsignalering zijn de registratiesystemen zeer belangrijk. Deze kunnen in principe heel goed met open source worden ontwikkeld, maar op dit moment is dat niet gebruikelijk en het vereist een duidelijke keuze om maximale transparantie te geven. Bijkomend voordeel is dat het makkelijker is om met een andere leverancier in zee te gaan als de samenwerking niet goed loopt. De transitie zal in eerste instantie meer geld kosten en de IT-wereld is conservatief waardoor het niet altijd heel makkelijk zal zijn. Lid GARMY vraagt of de verantwoordelijken zich realiseren dat met de transitie het vertrouwen tussen burger en overheid kan worden hersteld. De heer GOENÉ denkt dat dit besef op beleids- en politiek niveau steeds groter wordt. De toeslagenaffaire is hierin heel belangrijk geweest.

Tegelijkertijd is IT een gevoelig onderwerp omdat het beeld bestaat dat er veel fout gaat. De eerste reactie is daarom vaak het vermijden van risico's. Hij hoopt dat Amsterdam bereid is om hier ambitieuze stappen in te zetten. Lid IJMKER ziet als risico dat het lijkt dat alles met meer transparantie is geregeld. Ziet de heer Goené dit risico ook?

3

De heer GOENÉ zegt dat het algoritmeregister een bijzonder goede eerste stap is. Algoritmen zelf moeten toetsbaar zijn door ngo’s. Op dit moment is dat nog niet mogelijk, maar dit zou veel helpen. Ook transparantie op besluitniveau is heel belangrijk voor de versterking van de rechtpositie. De VOORZITTER schorst de vergadering voor een korte pauze. De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft het woord aan mevrouw Goedhart, onderzoeker bij het UMC. Zij heeft een proefschrift geschreven over digitale ongelijkheid in Amsterdam. Mevrouw GOEDHART werkt op dit moment in het UMC op de afdeling Ethiek, Recht en Humaniora. Hier wordt onderzoek gedaan naar normatieve vraagstukken rondom de gezondheidszorg en maatschappelijke innovaties. De centrale vraag bij digitale ongelijkheid is of iedereen kan meedoen in de Digitale Stad. Op dit moment zijn er grote ongelijke kansen in de online wereld. Aan de hand van een tekening geeft mevrouw Goedhart hier een toelichting op. Een voorbeeld is dat alleen een mobiele telefoon niet voldoende is, deze dient ook nog up-to-date te zijn om actuele apps te kunnen downloaden. Uit een klein onderzoekje is gebleken dat de kosten voor wifi ongeveer 10%-15% bedragen van het besteedbaar inkomen. Zorgelijk is dat armoede door de stijgende kosten alleen maar toeneemt.

Als aan alle randvoorwaarden is voldaan, speelt vaak nog onbekendheid met de digitale wereld en de onzekerheid die dit met zich meebrengt. Sommige zaken zijn prima bereikbaar via internet terwijl andere als ingewikkeld worden ervaren. Kansenongelijkheid stapelt op bestaande vormen van ongelijkheid. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om digitale vaardigheden bij te houden en te verbeteren. Digitale ongelijkheid is geen individueel probleem, maar moet worden gezien als collectieve verantwoordelijkheid die bij de maatschappij ligt. Er moet dus maatschappelijk bewustzijn worden gecreëerd binnen alle domeinen van de gemeente. Daarnaast moet worden ingezet op gratis wifi en (nieuwe) apparatuur en op een veilige haven voor ondersteuning en mogelijkheden tot leren. Lid BONS vraagt of mevrouw Goedhart in haar onderzoek ook heeft gekeken naar de achtergrond van digitale ongelijkheid. Mevrouw GOEDHART ziet vooral sociaaleconomische verschillen. In een recent artikel is de term intersectionaliteit gebruikt. Er is sprake van een opeenstapeling van de verschillende vormen van achterstand en het heeft zeker te maken met zaken als taalvaardigheden en gender. Lid BELKASMI vraagt waar mevrouw Goedhart – als zij 5 miljoen euro zou mogen uitgeven – dit het eerste aan zou besteden met betrekking tot digitale ongelijkheid.

Mevrouw GOEDHART zou het uitgeven aan gratis wifi voor iedereen en daarna zou ze inzetten op veilige havens, de buurtplekken om deze plaatsen te ondersteunen hun diensten te kunnen voortzetten. Lid IJMKER vraagt of mevrouw Goedhart de specifieke situatie in Amsterdam kan toelichten. Mevrouw GOEDHART noemt Cybersoek waarmee veel is samengewerkt. Dit zit in Oost en de uitdaging is om dit soort plekken uit te breiden over de hele stad. Wat betreft de verspreiding van laptops is Amsterdam een van de voorlopers en dit moet vooral voortgezet worden. Lid YEMANE vraagt of er zaken zijn waaraan bijvoorbeeld in het onderwijs extra aandacht aan besteed zou kunnen worden. Mevrouw GOEDHART zegt dat Mediawijsheid binnen het onderwijs werkt aan het inbedden in het curriculum. Om de ontwikkelingen bij te houden, zou er ook na school aandacht voor moeten zijn. De heer CHARITÉ stelt dat digitaal het nieuwe normaal is. In het publieke debat is veel aandacht voor bedreigingen, maar hij wil ook wijzen op de kansen. Digitale diensten worden door drie thema’s gedreven: gemak, profijt en vertrouwen. Uiteindelijk zijn de eerste twee drivers belangrijker dan de derde. Digitaal is nog volop in ontwikkeling en dit geldt zeker voor de gebruikersinterface. Doordat deze zich de komende jaren sterk zal ontwikkelen, biedt dit een kans voor inclusiviteit van ouderen of mensen die minder digitaal vaardig zijn.

Een andere kans is persoonlijke dienstverlening en een derde kans is het realiseren van nieuwe vormen van hulp bij zaken waarvoor mensen het lastig vinden om

4

hulp te zoeken. Een laatste kans die hier wordt genoemd, is verbinding; het herstellen van het vertrouwen van de burger in de overheid. Om de kansen te realiseren, zijn er wel randvoorwaarden nodig. Een ervan is om geen diensten te ontwikkelen voor mensen, maar met mensen. Verder moet de overheid zijn waar de burger is en moet de burger worden geholpen om zich veilig te voelen. De spelregels vanuit de overheid moeten duidelijk zijn. Tot slot kan digitaal alleen een succes zijn als de infrastructuur voor iedereen beschikbaar is. Lid GARMY vraagt wat de eerste stap is die moet worden gezet in de nieuwe digitale agenda. De heer CHARITÉ zou altijd starten bij de burger om te inventariseren waar behoefte aan is. Lid VERKERKE vraagt of de heer Charité van mening is dat het ook een taak van de overheid is om open source hard- en software te stimuleren. De heer CHARITÉ ziet hierin zeker een rol voor de overheid. Tegenwoordig is er een fysieke en een digitale wereld en de laatste wordt steeds groter. De overheid speelt naar zijn mening een rol in de herverdeling en in het beschikbaar stellen van middelen voor iedereen, omdat niemand meer zonder een goede computer en wifi kan. Lid GARMY heeft de heer Van der Waal horen zeggen dat Amsterdam ambities heeft met betrekking tot de Digitale Stad, maar dat deze niet altijd zijn waargemaakt. Hij vraagt of hier voorbeelden van zijn.

De heer VAN DER WAAL denkt hierbij aan ambities rondom de publieke ruimte die nog in geringe mate zijn gerealiseerd. Een suggestie is om de prioriteit hier te leggen waarbij duidelijk is dat de online platforms het op dit moment lastig hebben en dat Europese regels de spelregels veranderen waardoor er een kans ligt om te bouwen aan nieuwe online publieke ruimtes. Lid IJMKER merkt op dat het thema duurzaamheid niet aan de orde is geweest en zij vraagt of een van de deskundigen hierop kan reageren. De heer VAN DER WAAL heeft ‘Doughnut Economics’ van Kata Raworth genoemd in relatie tot de grenzen van de planeet. De huidige ontwikkelingen zijn klein en nog te weinig verbonden aan de digitaliseringsvraagstukken. Op dit moment is te weinig zicht in de ecologische footprint van de technologie. Er wordt bijvoorbeeld nog te weinig discussie gevoerd over datacenters. Op duurzaamheid zou echter nog veel meer ingezet moeten worden. Een partij als Metabolic doet veel aan het analyseren van de herkomst van producten. De heer CHARITÉ meent dat voor Amsterdam geldt dat in 2030 dataservices waar de gemeente gebruik van maakt op groene stroom moeten draaien. Dit soort spelregels zou de politiek moeten afdwingen.

Lid BELKASMI begrijpt dat algoritmen veel risico’s kennen, maar zou een algoritme zo ingericht kunnen worden dat deze proactief discriminatie en vooringenomenheid kan tegengaan? De heer GOENÉ denkt dat er bij elke stap van een algoritme op moet worden gelet dat dit niet gebeurt: bij input, bij data, bij output en bij hoe een algoritme zich gedraagt. Dit zal een belangrijk principe moeten zijn in de softwareontwikkelpraktijk. De heer RENEMA zegt dat het afhankelijk is van waarvoor algoritme-uitkomsten worden ingezet. Zijn advies is om naar internationale voorbeelden te kijken. De heer CHARITÉ sluit zich aan bij voorgaande spreker. Uitwassen worden altijd breed uitgemeten, maar er zijn heel veel algoritmen en de meeste doelen waarvoor ze worden ontwikkeld zijn goed bedoeld. De heer GOENÉ denkt toch dat in de uitvoeringspraktijk de nadruk op risicosignalen voor fraudebestrijding de hoofdmoot vormt. Dit is begrijpelijk omdat het gemakkelijk is en heel veel oplevert. Data gebruiken om de burger te ondersteunen, is nog een vrij nieuwe ontwikkeling. De heer Goené denkt dat “uitwassen” heel makkelijk kunnen gebeuren. Hij is minder optimistisch dan voorgaande spreker.

5

De heer CHARITÉ erkent dat veel algoritmes zijn gericht op fraudebestrijding, omdat bewindspersonen hierop omvallen. Wel wordt langzamerhand een slag gemaakt naar meer goede algoritmes. Lid GARMY dankt de deskundigen voor hun komst en het delen van hun kennis. Het was heel interessant om de verschillende ideeën te horen en hij hoopt dat dit soort sessies ertoe leiden dat het onderwerp vaker wordt besproken in de gemeenteraad. Hij gaat er vanuit dat de input wordt meegenomen in de nieuwe digitale agenda. De VOORZITTER sluit de vergadering om 19.00 uur.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12238938/1