CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

221020 Kamerbrief Inzet Werkagenda mbo.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 23 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kamerbrief Inzet Werkagenda Mbo (VN2022-038273)14.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een aantal belangrijke thema’s zijn de instroom van voldoende personeel, doorstroom en behoud van personeel en het verminderen van de werkdruk in het mbo. Mbo-scholen hebben voor de aanwas van nieuwe medewerkers de mogelijkheid om, naast docenten vanuit de lerarenopleiding, ook zij-instromers uit het bedrijfsleven aan te trekken. Hierop zal de komende jaren, gegeven de krapte op de arbeidsmarkt, door mbo-scholen extra op moeten worden ingezet. Er zal door mbo-scholen op creatieve wijze, mede in samenspraak met het bedrijfsleven, naar nieuwe arrangementen moeten worden gezocht. Personeel dat werkt in het mbo, moet voldoende zicht hebben op een aantrekkelijk carrièreperspectief. Iedere mbo -school moet in ieder geval inzichtelijk maken op basis van welke kwaliteitscriteria doorgroei naar een hogere salarisschaal mogelijk is, waarbij specifiek aandacht is voor doorgroeimogelijkheden ín de klas. Ook moeten scholen een onderbouwd plan hebben voor de verdeling van salarisschalen onder hun onderwijspersoneel in de aankomende jaren. Sociale partners in het mbo erkennen het bestaan van hoge werkdruk en de effecten daarvan. Sociale partners in het mbo hebben afgesproken om in de eerste helft van 2023 de gemaakte cao-afspraak over werkdrukplannen te evalueren en op basis van deze evaluatie het gesprek aan te gaan. In de plannen

P agina 20 van 34

van scholen omtrent een aantrekkelijk carrièreperspectief wil ik terugzien hoe scholen een vervolg geven aan hun werkdrukplannen.

Onze ref erentie 3 4 333054

Samengevat: mbo-scholen beschrijven in hun plannen hoe zij het aangewezen budget uit de nieuwe Regeling Kwaliteitsafspraken besteden op een manier die zorgt voor voldoende instroom, doorstroom en behoud van medewerkers en voor een vermindering van de werkdruk. Mbo-scholen brengen hierbij concreet in kaart welke acties en interventies binnen de mbo -school ten aanzien van loopbaanbeleid ondernomen worden. Digitale vaardigheden en excellent docentschap Het kabinet investeert voor de duur van de Werkagenda ruim €4 miljoen per jaar in de randvoorwaarden voor cybersecurity en privacy in het onderwijs. Naast bovengenoemde investeringen en afspraken investeer ik €1 miljoen per jaar in een landelijk ondersteuningsprogramma dat docenten en ander onderwijspersoneel helpt bij het vergroten van hun digitale vaardigheden en digitaal veilig handelen. Tot slot zet ik een Comeniusprogramma op voor het mbo om excellent en bevlogen docentschap te waarderen en komt er een onderwijspremie voor onderwijsteams die een toppresentatie leveren. In beide programma’s zorg ik voor aansluiting op het hoger onderwijs. In deze beurzen en premie investeer ik tot en met 2027 in totaal 22 miljoen.

Werkagenda Samen voor het beste onderwijs In juni 2022 is een werkagenda vastgesteld waarin mijlpalen staan rondom de thema’s uit de lerarenstrategie van mij en de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs.31 In die werkagenda worden de thema’s uitgewerkt die sectoroverstijgend zijn, zoals regelingen die in meerdere onderwijssectoren benut mogen worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de regionale tekortenaanpak. Een deel van de mijlpalen is ook relevant voor het mbo. Afspraken die echt alleen toezien op het onderwijspersoneel mbo en niet op andere onderwijssectoren, zijn opgenomen in de Werkagenda mbo. Het kan dus aanvullend aan elkaar gelezen worden waar het op het mbo aankomt. Doelstelling 13: We zorgen erv oor dat het m bo op het gebied van onderzoek en innov atie een v olwaardige en gelijkwaardige partner in de onderzoeks- en kennisnetwerken wordt. Het mbo krijgt en benut in mijn inzet vaker mogelijkheden voor praktijkgericht onderzoek. Dat vraagt van de Rijksoverheid om te zorgen dat het mbo een p lek in de relevante regelingen en calls krijgt. Zo verken ik bijvoorbeeld nu al via de KIEM-groen pilotregeling practoraten, samen met het ministerie van LNV en NWO-SIA, een nieuwe vorm van thematisch samenwerken in het groen e domein. Ik ondersteun en faciliteer practoren en docent-onderzoekers in het mbo, zodat zij meer impact kunnen hebben.

Hiervoor stel ik gemiddeld € 3 miljoen extra per jaar beschikbaar. Daarnaast oormerk ik gemiddeld € 22 miljoen per jaar uit het budget van de kwaliteitsafspraken specifiek voor practoraten. In de nieuwe Regeling Kwaliteitsafspraken zullen afspraken omtrent practoraten opgenomen worden. Ook verken ik hoe de nieuwe regeling voor het Regionaal

31

Werkagenda Samen voor het beste onderwijs | Rapport | Rijksoverheid.nl P agina 21 van 34

Investeringsfonds mbo sterker gericht kan worden op de transitieopgaven van Nederland, zoals klimaat en zorg.

Onze ref erentie 3 4 333054

Je kunt als student in het mbo een topprestatie leveren en hier waardering voor krijgen. Honours zijn niet voorbehouden aan universitaire studenten. Excellentieprogramma’s in het mbo zijn in mijn ogen gericht op het verwerven van excellent vakmanschap, aanwijsbare verbreding en verdieping van de hiervoor benodigde kennis, inzichten en vaardigheden. Het is daarbij bovendien van belang dat studenten die een excellentieprogramma hebben doorlopen hier een bewijsstuk van krijgen, waardoor hun inspanningen en prestaties zichtbaar wordt voor het bedrijfsleven en het vervolgonderwijs. Mbo instellingen gaan verder aan de slag gaan met excellentietrajecten, passend bij de behoefte in hun regio. Ook wordt er zichtbaarder gemaakt welke excellentiemogelijkheden het mbo kent. De skills wedstrijden zijn daar een mooi voorbeeld van. Als je ziet wat voor een bevlogenheid en vakmanschap – binnen een scala aan beroepen - er vanuit Nederland wordt afgevaardigd, dan kun je hier alleen maar trots op zijn. Via het groeifondsvoorstel Digitaliseringsimpuls NL wordt een infrastructuur opgezet met Centres for Teaching and Learning en transformatiehubs. Hierdoor kan het mbo ambities om kennisdeling op een hoger plan te tillen, versnellen en verbreden. Ik zie voor de toekomst potentieel om deze infrastructuur, als deze succesvol is neergezet, breder te benutten voor onderzoek en innovatie in het mbo.

Ook benut de sector het groeifondsvoorstel Digitaal Onderwijs Goed Geregeld voor de realisatie van een moderne digitale leermiddelenketen. Met die nieuwe moderne keten beschikt het onderwijs straks over een digitale infrastructuur voor leermiddelen en examens waardoor het onderwijs kan innoveren met behulp van ICT en tegelijkertijd wendbaarder en veiliger wordt. De uitvoering van de Werkagenda De afgelopen maanden is met verschillende partijen die studenten, docenten, mbo scholen, gemeenten en bedrijven vertegenwoordigen (JOB, BVMBO, MBO Raad, NRTO, VNO-NCW MKB-NL, VNG, SBB) samengewerkt aan de Werkagenda mbo. Het verdient een groot compliment aan de betrokken partijen dat we de uitdaging met elkaar aan gaan om een gezamenlijke Werkagenda te maken voor de komende jaren. Deze samenwerking kenmerkt de kracht van ons beroepsonderwijs, want we hebben elkaar nodig om daadwerkelijk maatschappelijk resultaat te boeken. Regionale en sectorale vertaling in kwaliteitsagenda’s De landelijke Werkagenda geeft met de drie prioriteiten en de doelstellingen richting aan de inspanningen die de komende jaren nodig zijn om de uitdagingen waar de mbo-sector voor staat het hoofd te bieden.

Als de werkagenda ondertekend is, zijn vervolgens de mbo-scholen aan zet om samen met hun regionale en sectorale partners de ambities uit de landelijke Werkagenda door te vertalen naar de eigen specifieke situatie en actuele uitdagingen. Ik roep de mboscholen op om in afstemming met hun partners tot een integrale kwaliteitsagenda voor de school voor de periode 2024-2027 te komen, waarin staat op welke manier de school met de partners ins peelt op de ambities uit deze Werkagenda P agina 22 van 34

mbo. De mbo-scholen maken afspraken met samenwerkingsverbanden over deze regionale vertaling met: 1) het economisch domein (zoals Economic Boards, Human Capital Agenda’s of vergelijkbare provinciale overleggen); 2) het sociaal domein (zoals regionale werkbedrijven of de arbeidsmarktregio) waar de school deel van uitmaakt.

Onze ref erentie 3 4 333054

Het staat voor mij vast dat nauwe samenwerking en een substantiële bijdrage van regionale en sectorale partners nodig is om de ambities waar te kunnen maken. Met steun voor de voorlopige Werkagenda van landelijke partijen als SBB, VNO NCW/MKB Nederland en de VNG is op dit vlak een belangrijke stap gezet. Want met de Werkagenda mbo committeren deze partijen zich aan het informeren en mobiliseren van hun de regionale en sectorale achterban. Het is zaak dat ook regionaal coalities worden gevormd om gezamenlijk aan de slag te gaan met de uitdagingen die het mbo kent. Het mbo als lerende sector In de Werkagenda spreken we af dat we met elkaar monitoren of we onze doelstellingen bereiken. Dit doen we integraal met kwalitatief en kwantitatief beleidsonderzoek en indicatoren om ontwikkelingen in de doelstellingen te kunnen volgen. Per doelstelling hanteren we een aantal indicatoren. In deze eerste periode investeren we dan ook in het opstellen van een gezamenlijke kennis- en onderzoeksagenda en in het verzamelen van kennis om de doelstellingen meer meetbaar te kunnen maken. In totaal investeer ik in de periode van de Werkagenda ruim € 12 miljoen in monitoring, verantwoording, uitvoering en evaluatie. Over de indicatoren die wij zullen hanteren informeer ik uw Kamer uiterlijk voor de zomer van 2023.

We zullen zoveel mogelijk gebruik maken van indicatoren die nu al bestaan waarbij ze ook betekenis moeten hebben op niveau van instellingen (en opleidingen daarbinnen). Daarbij kijk ik ook expliciet naar wat er in het hoger onderwijs aan indicatoren en monitoring beschikbaar en afgesproken is, zodat er zoveel mogelijk één lijn ontstaat in het hele vervolgonderwijs. En uiteraard moeten de indicatoren betrouwbaar en valide zijn. Waar nodig koppelen we de gedefinieerde indicatoren aan streefwaarden. Uitgangspunt bij deze streefwaarden is dat ze ambitieus, maar realistisch zijn. Dat realiseren we door streefwaarden zo veel als mogelijk te onderbouwen met onderzoek en beleidsinformatie. In overleg met de partijen zullen een proces van evaluatie inrichten waarbij we periodiek kijken waar we staan en waar bijsturing nodig is. We leren samen van wat goed werkt om de doelen te bereiken en we delen goede voorbeelden en kennis over wat we geleerd hebben, ook binnen het ministerie. De Werkagenda mbo loopt tot en met 2027. Daarmee koppel ik de looptijd van de Werkagenda aan die van de kwaliteitsafspraken voor mbo -instellingen. Zo creëer ik rust en ruimte voor de sector voor gedegen planvorming, uitvoering en monitoring.

P agina 23 van 34

Investering in het mbo Het kabinet investeert structureel extra zo’n 367 miljoen per jaar in het mbo, grotendeels op de drie prioriteiten van de Werkagenda. Bovendien wordt het budget van de bestaande kwaliteitsafspraken (circa € 528 miljoen per jaar) door de scholen ingezet voor de doelstellingen uit deze Werkagenda. Met de integrale kwaliteitsagenda’s, de regionale en sectorale vertalingen, gaan de scholen met hun partners aan de slag.

Onze ref erentie 3 4 333054

Door de nieuwe investeringen en de bestaande middelen voor de kwaliteitsafspraken op te tellen komt er voor de uitvoering van de Werkagenda gemiddeld ruim € 0,9 miljard per jaar beschikbaar. Voor de looptijd van de Werkagenda komt dat neer op ruim € 4 miljard euro. Werkagenda in breder perspectief IBO mbo en Toekomstverkenning De Werkagenda mbo loopt tot 2027. Tegelijkertijd is het belangrijk om ook te verkennen wat er op de lange termijn nodig is. Daarom zal het kabinet een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) starten naar het mbo. Doel is om beleidsopties voor het mbo in beeld te brengen, onder meer voor krimp, onderwijskwaliteit een aansluiting onderwijs -arbeidsmarkt. Daarnaast start ik ook voor het mbo een toekomstverkenning. De verkenning wordt in nauwe samenhang met de eerder aangekondigde toekomstverkenning hoger onderwijs en wetenschap uitgevoerd, zodat er een integrale visie kan ontstaan op beroepsonderwijs, hoger onderwijs en wetenschap. De thema’s die de toekomstverkenning zal adresseren zijn onder meer de maatschappelijke opdracht van het vervolgonderwijs, de arbeidsmarkt in 2030-2050, LLO, digitalisering en flexibilisering, gelijke kansen, studentenstromen, regionale functie en samenwerking met bedrijfsleven, het macrobudget en bekostiging en bestuurlijke verhoudingen.

Daarbij wil ik samen met de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs in de toekomstverkenningen als eerste concrete beleidsvoorstellen ontwikkelen voor LLO-gerelateerde zaken die onder andere voortvloeien uit de grotere behoefte aan maatwerktrajecten voor werkenden en werkzoekenden. Hierbij gaat in ieder geval aandacht uit naar de leer(infra)structuur en leercultuur voor de lange termijn nodig, inclusief leerrechten, leerrekeningen, ook als onderdeel van sociale zekerheid, bekostigingsvragen, veranderende rollen voor werkgevers en opleiders. Hierbij gaat expliciet aandacht uit naar bedrijfsscholen, praktijkleren en hybride docenten, alsmede voor betere benutting van publieke middelen. Ook zal aandacht uitgaan naar verwerving en erkenning van praktijkkennis en skills. De beleidsopties uit het IBO kunnen input zijn voor de toekomstverkenning. Ik informeer uw Kamer rond de zomer van 2023 over de uitkomsten van de toekomstverkenning en het IBO. Caribisch Nederland De ambities voor Caribisch Nederland zijn in het mbo op hoofdlijnen niet anders dan voor Europees Nederland. Kansengelijkheid, aansluiting onderwijs arbeidsmarkt en kwaliteit zijn thema’s die in Caribisch Nederland net zo belangrijk P agina 24 van 34

zijn en ook om aandacht en investeringen vragen. Jaarlijks gaat uit de Werkagenda €1,3 miljoen per jaar naar de bekostiging van onderwijs in Caribisch Nederland. Al vergt de andere context soms een andere aanpak. Vanwege een aantal specifieke uitdagingen die in Caribisch Nederland in het onderwijs breed spelen, en de inhaalslag die vanaf 2010 gemaakt moest wo rden, wordt er met brede bestuurlijke onderwijsagenda’s (po, vo en mbo) gewerkt. Naar verwachting zal in het voorjaar van 2023 de Derde Onderwijsagenda Caribisch Nederland worden ondertekend. In het beroepsonderwijs zien we dat er de afgelopen periode een enorme inhaalslag gerealiseerd is en specifieke wet- en regelgeving die alleen op Caribisch Nederland van toepassing is, achterhaald is. Daarom werk ik aan een wetsvoorstel waarmee het mbo in Caribisch Nederland wordt ondergebracht onder de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB), zodat er voor het hele mbo gelijke kwaliteitsnormen en kaders bestaan.

Onze ref erentie 3 4 333054

Tot slot Met deze brief heb ik mijn plannen voor het mbo uiteengezet. Ik heb het mbo in mijn eerste jaar als minister leren kennen als een prachtige vorm van onderwijs, die ik graag verder wil versterken en emanciperen. De studenten in het mbo verdienen het best mogelijke onderwijs en maatschappelijke waardering. Ik ben zeer gemotiveerd om daar met alle betrokkenen in en om het mbo -onderwijs mijn schouders onder te zetten. Ik kijk er naar uit met uw Kamer te spreken over mijn inzet voor het mbo.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Robbert Dijkgraaf

P agina 25 van 34

Bijlage 1: Investeringen coalitieakkoord en herprioritering binnen de OCW-begroting

Onze ref erentie 3 4 333054

De investeringen in het mbo zien er als volgt uit: bedrag x € 1 mln

2022

2023

2024

2025

2026

Bevorderen kansengelijkheid: Mbo 2 Nazorg/begeleiding Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) Doorstroom beroepskolom (vmbo/mbo/hbo) Totaal prioriteit 1

80,0 0 0 6,5 86,5

100,0 165,0 150,0 150,0 150,0 150,0 25,0 25,0 25,0 25,0 25,0 25,0 0 0 25,0 25,0 25,0 25,0 25,0 50,0 50,0 50,0 50,0 50,0 150,0 240,0 250,0 250,0 250,0 250,0

Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt: Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) Orientatieprogramma's Arbeidsrelevant aanbod Stagepact/stagediscriminatie Werkagenda voor uitvoering (WAU) SBB en DUO Bekostiging CN Totaal prioriteit 2

20,0 0 1,6 0,5 0,1 0,7 22,9

33,0 7,0 2,7 9,5 2,9 1,2 56,3

33,0 14,0 3,0 7,5 3,7 1,3 62,5

33,0 14,0 3,0 7,5 4,9 1,3 63,7

Kwaliteit, onderzoek en innovatie: Professionaliseringsruimte mbo-docenten Comeniusbeurzen/mbo-premie Carrièreperspectief onderwijspersoneel Herprioritering Kwaliteitsafspraken Herprioritering salarismix randstadregio's Practoraten Herprioritering Kwaliteitsafspraken Krimp Aanpak laaggeletterdheid Masterplan basisvaardigheden Veilig digitaal onderwijs Uitvoering/monitoring/evaluatie Totaal prioriteit 3

1,5 0 0 0 0 0 0 0 5,0 2,0 4,0 1,1 13,6

30,0 3,0 0 0 0 25,0 -23,1 0 15,0 2,0 5,2 1,5 58,6

30,0 4,0 142,2 -90,0 -52,2 25,0 -22,1 30,0 15,0 2,0 5,2 2,6 91,8

30,0 30,0 30,0 30,0 5,0 5,0 5,0 5,0 142,2 142,2 142,2 142,2 -90,0 -90,0 -90,0 -90,0 -52,2 -52,2 -52,2 -52,2 25,0 25,0 25,0 25,0 -22,4 -22,4 -21,4 -21,4 30,0 30,0 0 0 15,0 15,0 15,0 15,0 2,0 2,0 2,0 2,0 5,2 5,2 5,2 1,6 2,7 2,8 2,8 2,7 92,5 92,6 63,6 60,0

Totaal investeringen MBO

123,0

264,9 394,3 406,2 400,3 370,5 366,9

33,0 14,0 3,0 2,5 3,9 1,3 57,7

2027 struc

33,0 14,0 3,0 2,5 3,1 1,3 56,9

33,0 14,0 3,0 2,5 3,1 1,3 56,9

P agina 26 van 34

Financieel kader Werkagenda en Kwaliteitsafspraken bedrag x € 1 mln Carriereperspectief onderwijspersoneel Practoraten Mbo niveau 2 Vrije deel Kwaliteitsafspraken mbo

2022

2024 142,2 25,0

2025 2026 2027 142,2 142,2 142,2 25,0 25,0 25,0

-2,9

-2,6

25,0 100,0 461,1 372,1 371,8 371,8 372,8 586,1 539,3 539,0 539,0 540,0

Correctie dubbeling mbo 2* Correctie dubbeling practoraten** Financieel kader werkagenda

2023

Onze ref erentie 3 4 333054

-100 -1,9 123,0

-2,6

-3,6

749,1 930,7 942,7 936,7 906,9

*De nieuwe investeringen in mbo 2 worden om uitvoeringstechnische redenen in 2023 toegevoegd aan de kwaliteitsafspraken mbo. Zonder correctie zouden de middelen voor mbo 2 dubbel worden meegenomen in de optelling 'financieel kader werkagenda'. **Het beschikbare budget voor practoraten bestaat uit investeringen op basis van het coalitieakkoord en een prioritering binnen de kwaliteitsafspraken. Zonder correctie zou het deel dat wordt geïnvesteerd op basis van het coalitieakkoord dubbel worden meegeteld in de optelling 'financieel kader werkagenda'.

P agina 27 van 34

Bijlage 2: Beleidskeuzes uitgelegd onderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)

Onderdeel

Toelichting

Nagestreefde doelen

De Werkagenda mbo kent drie prioriteiten, per prioriteit is een aantal doelstellingen benoemd:

Onze ref erentie 3 4 333054

Doelstelling 1: Het bevorderen van kansengelijkheid  Doelstelling 1: het bijdragen aan het gelijkwaardig behandelen van alle studenten in Nederland.  Doelstelling 2: het verbeteren van het studentenwelzijn en de sociale veiligheid op scholen en leerbedrijven en het bieden van passend onderwijs aan jongeren met een ondersteuningsbehoefte.  Doelstelling 3: het versterken van de begeleiding in het onderwijs en in de stap van school naar werk of vervolgopleiding, met name voor niveau-2-studenten. Het afremmen en ombuigen van de stijging van het aantal voortijdig schoolverlaters, die is ontstaan na jarenlange daling.  Doelstelling 4: Het versterken van de beroepsroute, door het faciliteren van vmbo, mbo- en hbo-instellingen voor een naadloze aansluiting wanneer studenten verwant doorstromen. Het stimuleren van in- en doorstroom in de beroepskolom, zodat iedereen de kans krijgt hun leerpotentieel optimaal te benutten. Het volgen van beroepsonderwijs is een positieve keuze. Er ontstaat terecht maatschappelijke herwaardering voor het beroepsonderwijs.  Doelstelling 5: Het mbo draagt bij aan het verminderen van laaggeletterdheid, door te investeren in scholingsprogramma’s voor laaggeletterden.  Doelstelling 6: inburgeringsplichtige nieuwkomers moeten vanaf dag één kunnen leren en integreren.

Zij worden in staat gesteld om via de onderwijsroute in te burgeren én door te stromen naar een vervolgopleiding. Daarmee wordt hun kans op een gelijkwaardige start op de arbeidsmarkt vergroot.

P agina 28 van 34

Doelstelling 2: Het verbeteren van de aansluiting onderwijs–arbeidsmarkt  Doelstelling 7: Meer studenten maken een weloverwogen keuze voor een opleiding richting een kansrijk beroep, passend bij hun interesses, talenten en capaciteiten. De opleiding biedt hen perspectief op een duurzame plek op de arbeidsmarkt en op bestaanszekerheid. Voor werkenden en werkzoekenden, werkgevers en professionals van UWV en gemeenten is transparant welke bij- en omscholingsmogelijkheden via het mbo worden geboden door publieke en private mbo-opleiders.  Doelstelling 8: Studenten in het mbo krijgen een kwalitatief goede stageplek of leerbaan die aansluit bij de opleiding en ontwikkelingsbehoefte van de student. Stagediscriminatie wordt uitgebannen en studenten krijgen een passende vergoeding.  Doelstelling 9: De mbo-sector draagt bij aan het (op maat, en modulair en via bbl) bij- en omscholen van werkenden en werkzoekenden. Met specifieke aandacht voor de bij- en omscholing voor de transitieopgaven van Nederland. En met specifieke aandacht voor mogelijkheden voor scholing via praktijkleren in het mbo voor mensen, die om verschillende redenen aan de kant staan en niet, of niet duurzaam, aan het werk zijn.

Onze ref erentie 3 4 333054

Doelstelling 3: Onderwijs voor de toekomst: kwaliteit, onderzoek en innovatie  Doelstelling 10: We verbeteren de beheersing van Nederlands en rekenen onder mbostudenten. We zorgen dat de kwaliteit van docenten die Nederlands en rekenen geven versterkt wordt. 

Doelstelling 11: Burgerschapsonderwijs draagt bij aan de algemene vorming en basis van de student, bijvoorbeeld door maatschappelijke, sociale en kritische denkvaardigheden. We verbeteren de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs. Doelstelling 12: We zorgen ervoor dat het werken in het mbo aantrekkelijk is en blijft. Daarvoor is ook nodig dat we zorgen dat de werkdruk van onderwijsteams niet te hoog is. Alle docenten hebben voldoende mogelijkheden tot ontwikkelen en

P agina 29 van 34

professionaliseren, samen met hun onderwijsteam. Doelstelling 13: We zorgen ervoor dat het mbo op het gebied van onderzoek en innovatie een volwaardige en gelijkwaardige partner in de onderzoeks- en kennisnetwerken wordt.

Ingezette beleidsinstrumenten

Een deel van de middelen voor de Werkagenda mbo wordt toegevoegd aan de bekostiging van mbo instellingen. Verder worden middelen verstrekt door deze toe te voegen aan bestaande of nieuwe subsidieregelingen en (instellings)subsidies aan specifieke stakeholders.

Financiële gevolgen voor het Rijk

De maatregelen uit de Werkagenda zijn een nadere invulling van de kaders uit het coalitieakkoord zoals eerder uiteengezet in mijn Kamerbrief over de Kaders Werkagenda mbo d.d. 15 juli 2022. Het totale financiële kader voor de Werkagenda MBO tot e n met 2027 bedraagt circa €4,6 miljard. Zie voor jaarlijkse bedragen per maatregel in bijlage 1 financieel kader Werkagenda mbo.

Financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren – als van toepassing

Met de Werkagenda mbo wordt fors geïnvesteerd in de mbo-sector. Door de centrale plek van het mbo in onze samenleving komt deze investering ten goede aan een bredere groep belanghebbenden: niet alleen instellingen, maar ook gemeenten, regio’s en werkgevers profiteren van investeringen. De student staat hierbij nadrukkelijk centraal.

Doeltreffendheid

De invulling van de kaders voor de Werkagenda is met een brede coalitie van partijen tot stand gekomen. Hierbij worden waar mogelijk bestaande structuren in het mbo gebruikt en nieuwe instrumenten gebruikt die gebaseerd zijn op best practices in andere sectoren.

Onze ref erentie 3 4 333054

De ophoging van de bekostiging voor mbo -niveau 2 is een doeltreffende maatregel om de kansengelijkheid en onderwijskwaliteit en -aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren. Uit onderzoek komt naar voren dat steeds meer studenten op niveau 2 te maken hebben met een vorm van problematiek. Investeren in niveau 2 leidt naar verwachting tot een daling van het aantal vroegtijdig schoolverlaters, doordat instellingen de begeleiding van deze studenten kunnen intensiveren. De precieze wijze waarop de instellingen de persoonlijke begeleiding inrichten wordt door instellingen ingevuld in de context en problematiek van de instelling en regio. Het verbeteren van de doorstroom tussen vmbo -mbohbo geeft een impuls aan de persoonlijke ontwikkeling P agina 30 van 34

van leerlingen en studenten. Door hierop in te zetten vermindert naar verwachting het aantal uitvallers en het aantal studenten dat switcht van opleiding. Studenten maken zo sneller de studiekeuze die bij hen past.

Onze ref erentie 3 4 333054

Verbeterde studiekeuzevoorlichting- en proces (LOB) en de introductie van schakelprogramma’s in het mbo zorgt ervoor dat studenten een beter geïnformeerde keuze maken voor een opleiding. Hierdoor neemt naar verwachting het aantal uitvallers en studenten die wisselen van studie af, waardoor studenten vaker en sneller een diploma behalen. Daarnaast kiezen studenten vaker voor opleidingen met een goed arbeidsmarktperspectief. Het stimuleren van het aanbod van arbeidsmarktrelevante opleidingen en de verantwoordelijkheden die de SBB en de sector hiervoor krijgen zorgt voor een betere aansluiting van het aanbod op de behoeften van de arbeidsmarkt. Door te investeren in de verdere professionalisering van mbo-docenten stimuleren we de ontwikkeling van docenten op meerdere gebieden. Een belangrijk doel is het verbeteren van de lescompetenties op het gebied van basisvaardigheden. Het verbeteren van de lescompetenties leidt uiteindelijk naar verwachting tot een hoger niveau voor wat betreft basisvaardigheden onder mbo-studenten. Doelmatigheid

De beschikbare middelen worden op een zorgvuldige wijze ter beschikking gesteld aan de sector. Hierbij is veel aandacht voor de doelmatigheid van de besteding en de uitvoerbaarheid. Om de uitvoeringslast zoveel mogelijk te beperken is zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande bekostigings- en subsidiestromen. De middelen voor niveau 2 worden in 2023 toegevoegd aan de kwaliteitsafspraken. In de regeling is een separate verdeling op basis van het aantal niveau 2 studenten opgenomen. De middelen worden aan de bekostiging toegevoegd wanneer de verdeelsystematiek van de bekostiging is gewijzigd zodat rekening wordt gehouden met het aantal niveau 2 studenten. De aanvullende investering leidt naar verwachting tot een verbetering van de onderwijskwaliteit en aansluiting op de arbeidsmarkt. Ook daalt naar verwachting het aantal uitvallers en wordt het aantal studenten dat e en diploma haalt vergroot. Uit onderzoek van LPBL blijkt dat het mbo-onderwijs, specifiek bij kwetsbare mbo-studenten, veel hogere maatschappelijke baten heeft dan de kosten die ermee gemoeid zijn. Meer aandacht en begeleiding voor niveau 2 studenten leidt verder naar verwachting tot meer doorstroom naar hogere opleidingsniveaus.

P agina 31 van 34

Er zijn regionale verschillen wat betreft uitval en switch bij doorstroom en ook de omvang en aard van de arbeidsmarkttekorten verschilt. Door middelen te verstrekken via een subsidie op basis van een regionaal plan, wordt recht gedaan aan die verschillen. Door aan de voorkant ook commitment van bestuurders te vragen, wordt eigenaarschap worden geborgd. Het landelijk netwerk van regionale coördinatoren, in samenwerking met het projectteam van OCW, draagt bij door kennisuitwisseling te stimuleren en best practices zo snel mogelijk op andere plekken te krijgen.

Onze ref erentie 3 4 333054

De verbetering van studiekeuzevoorlichting is een doelmatig instrument, omdat met relatief beperkte inzet aan de voorkant de studiekeuze van studenten beter te laten aansluiten op hun behoeften en arbeidsmarktperspectieven. De schakelprogramma’s maken het mogelijk voor de groep studenten die vooraf niet zeker weten welke studie hun voorkeur heeft om efficiënt ervaring op te doen en tussentijds te wisselen. Dit is efficiënt, omdat specifiek de groep ‘twijfelaars’ geholpen wordt. Het stimuleren van het aanbod van arbeidsmarktrelevante opleidingen zorgt bovendien voor een aanbod dat beter aansluit op de arbeidsmarkt, ook hiervoor is een beperkte investering nodig met naar verwachting een sterk effect. Er worden professionaliseringstrajecten ontwikkeld om de vaardigheden van mbo-docenten te verbeteren. Deze trajecten worden gesubsidieerd. Verder worden middelen aan de bekostiging voor mbo-instellingen toegevoegd. De instellingen hebben zelf het beste zicht op de ontwikkelbehoeften van hun docenten. Op deze manier wordt gezorgd dat de middelen ook terecht komen bij docenten die een ontwikkelslag moeten maken op het gebied van basisvaardigheden en burgerschap. Evaluatieparagraaf (of en hoe)

De doelstellingen van de Werkagenda worden gemonitord. Dit doen we op twee manieren: 1) Integraal met kwalitatief en kwantitatief beleidsonderzoek en indicatoren om ontwikkelingen in de doelstellingen te kunnen volgen. Per doelstelling hanteren we een aantal indicatoren. In de eerste periode investeren we daarom in het opstellen van een gezamenlijke kennis- en onderzoeksagenda en in het verzamelen van kennis om de doelstellingen meer meetbaar te kunnen maken. In totaal gaat er ruim in totaal 13 miljoen over de periode van P agina 32 van 34

de werkagenda MBO naar uitvoering, monitoring, evaluatie en verantwoording. Over de indicatoren gehanteerd zullen wordt voor de zomer van 2023 gecommuniceerd.

Onze ref erentie 3 4 333054

Er wordt hierbij zoveel mogelijk gebruik gemaakt van indicatoren die nu al bestaan waarbij ze ook betekenis moeten hebben op niveau van instellingen (en opleidingen daarbinnen). Daarbij wordt ook expliciet gekeken naar de indicatoren en monitoring in het hoger onderwijs, zodat er zoveel mogelijk één lijn ontstaat in het hele vervolgonderwijs. Waar nodig worden er streefwaarden aan de gedefinieerde indicatoren gekoppeld. Uitgangspunt bij deze streefwaarden is dat ze onderbouwd worden met onderzoek en beleidsinformatie zodat ze ambitieus doch realistisch geformuleerd kunnen worden. Onderdeel van het integrale monitoringsplan dat voor de zomer 2023 wordt opgeleverd is een ingericht proces van evaluatie en bijsturing. 2) Omdat elke regio anders is, wordt de mbo instellingen gevraagd een regionale vertaling te maken van de landelijke afspraken uit de werkagenda en om deze te verwerken in hun kwaliteitsagenda. Mbo-scholen formuleren een eigen lat, gebaseerd op hun eigen vertreksituatie. Er wordt getoetst of de plannen voldoende realistisch, meetbaar en ambitieus zijn. De kwaliteitsagenda wordt beoordeeld door een onafhankelijke commissie, die hierover advies uitbrengt aan de minister van OCW. Een mbo-school ontvangt het budget van de kwaliteitsafspraken vanaf 2024.

De mbo-scholen verantwoorden de inzet van het totale budget van de werkagenda en de behaalde resultaten integraal jaarlijks in het jaarverslag.

De drie hoofddoelstellingen van deze Werkagenda vormen alle de hoofdthema’s voor het mbo -deel van de Strategische Evaluatieagenda zoals deze in de bijlage bij de OCW -begroting 2023 is opgenomen.

P agina 33 van 34

Onze ref erentie 3 4 333054

P agina 34 van 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12040706/1