CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

220202_Investeringsnota Thomas a Kempis_GEWIJZIGD(3).pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis nemen van de Raadsinformatiebrief inzake collegebesluit vrijgave voor inspraak concept Investeringsnota Thomas a Kempislocatie (ZD2021-017779)18.402 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Om de gewenste differentiatie in de buurt te realiseren brengt Stadgenoot voor elke sociale huurwoning op het à Kempiskavel een woning in de bestaande voorraad naar het middensegment (na mutatie). De gemeente onderschrijft het belang van voldoende groen van goede kwaliteit in de buurt. Daarom wordt bij het ontwerp voor de herinrichting van de openbare ruimte rond de nieuwbouw extra aandacht besteed aan het creëren van een concept investeringsnota Thomas à Kempislocatie

33

hoogwaardig groene ruimte voor mens en dier en het verbeteren van de groene routes naar de grotere groengebieden. Dan wordt bijvoorbeeld ook duidelijk hoeveel bomen er op de Thomas á Kempiskavel nieuw geplant kunnen worden. Het ontwerp wordt aangegrepen om in overleg met de bewoners extra mogelijkheden voor buitensport, spel en bewegen te creëren. Ook wordt bij de uitvoering van de eerder vastgestelde herinrichting van de Rousseaubuurt gekeken of er met kleine aanpassingen nog extra groenelementen kunnen worden toegevoegd.

6.2 Vervolg participatie Als de investeringsnota voor de Thomas à Kempislocatie wordt vastgesteld volgt het gebouwen openbare ruimteontwerp. Stadgenoot presenteert het gebouwontwerp aan de buurt voor de aanvraag omgevingsvergunning. Gemeente betrekt bewoners bij het opstellen van het voorlopig ontwerp voor de openbare ruimte rond de Thomas à Kempislocatie.

De Buurtbus stond 4 dagen in de Rousseaubuurt om reacties van bewoners op te halen

7

Ontwikkelstrategie

De omgevingsvisie Amsterdam 2050 (2021) wijst de Burgemeester Röellstraat aan als ontwikkelgebied, in de Principenota Geuzenveld-Slotermeer (2019) wordt de kavel aangewezen als potentiële hoogbouwlocatie en het Stedenbouwkundig Kader Rousseaubuurt en De Savornin Lohmanstaat (2021) wijst de hoek aan als woningbouwlocatie. In 2019 heeft de gemeente, na het vestigen van een Wet voorkeursrecht gemeenten (WvG) de percelen inclusief het pand naast de locatie verworven. Spoed was benodigd omdat het pand al te koop stond.

Voor een goede inpassing in de ruimtelijke structuur is het nodig om de twee locaties in samenhang te herontwikkelen. In 2020 heeft Stadgenoot na een ruil, waarbij met een interventie van de burgemeester een perceel met opstal aan de gemeente terug werd gegeven, de grondpositie op het À Kempiskavel verworven. Met Stadgenoot is in 2020 een intentieovereenkomst gesloten voor de ontwikkeling van de locatie. In 2021 zal een overeenkomst worden opgesteld voor de 1-op-1 gunning aan Stadgenoot.

Proces De gemeente heeft de regie in de herontwikkeling van de Thomas à Kempislocatie. Onderhavige investeringsnota bevat de randvoorwaarden voor de herontwikkeling. In 2022 zal het pand naast de Thomas à Kempislocatie door de gemeente worden gesloopt waarna aansluitend de terreinen bouwrijp gemaakt en het te ontwikkelen kavel in erfpacht wordt uitgeven aan Stadgenoot. De architect van het pand is geïnformeerd over de plannen voor locatie en pand. In 2024 richt de gemeente de openbare ruimte op de locatie in. Relatie sociale huur- en middensegment Een gedifferentieerde buurt vergt een woonprogramma met meer woningsegmenten dan enkel sociale huur. Op het naast gelegen Diderotblok worden 116 sociale huurwoningen toegevoegd aan de buurt. Op de Thomas à Kempiskavel volgen circa 85 sociale huurwoningen. In de Intentiebrief is met Stadgenoot afgesproken dat voor de gronduitgifte van het á Kempiskavel duidelijk moet zijn waar in de bestaande voorraad in de Rousseaubuurt circa 85 woningen worden omgezet naar middensegment huurwoningen.

concept investeringsnota Thomas à Kempislocatie

34

8

Proces, middelen en planning

In dit hoofdstuk beschrijven we welke middelen er nodig zijn om de ontwikkeling aan de Thomas à Kempislocatie mogelijk te maken en wat de planning voor de ontwikkeling van de kavel is. Juridisch planologisch Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan Slotermeer 2018. Dit bestemmingsplan is een conserverend bestemmingsplan en maakt de gewenste ontwikkelingen binnen het plangebied niet mogelijk. Dit betekent dat de ontwikkeling op een andere wijze mogelijk gemaakt moet worden. Daarbij behoort een bestemmingsplan niet meer tot de mogelijkheden, vanwege de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in de tweede helft van 2022 van kracht wordt. Het instrument bestemmingsplan bestaat na het van kracht worden van deze wet niet meer. Vanaf dat moment dient gewerkt te worden met het nieuwe instrument, het omgevingsplan. De verwachting is dat, eind 2022 het mogelijk is om voor de ontwikkelingen een omgevingsplan op te stellen. Het is echter niet wenselijk om zolang te wachten. Vandaar dat gekozen is om de ontwikkeling mogelijk te maken met een afwijking van het bestemmingsplan Slotermeer 2018. Gezien de omvang van de ontwikkeling zal het gaan om een ingrijpende afwijking van het bestemmingsplan, waarvoor wettelijk de uitgebreide voorbereidingsprocedure voorgeschreven is. Tevens dient bij een dergelijke afwijking een goede

ruimtelijke onderbouwing gevoegd te worden en dient de afwijking aangevraagd te worden (aanvraag om een omgevingsvergunning). Uitgangspunt is dat de ontwikkelaar (i.c. Stadgenoot) zorg draagt voor de aanvraag omgevingsvergunning en de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing en omgevingsonderzoek. Om de integraliteit van de ontwikkelingen te behouden zal de onderhavige investeringsnota behorend bij het door de gemeente te nemen investeringsbesluit het kader zijn waarbinnen de afwijkingen moeten passen. Milieu Effect Rapportage In het Besluit m.e.r. is opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben. Ook kan er sprake zijn van een zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor activiteiten die wel worden genoemd in het Besluit m.e.r., maar vanwege de omvang van de activiteit (onder de drempelwaarde) geen m.e.r.(beoordelings) plicht kent. Voorliggend project voorziet in nieuwe woningbouw en kan aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Dergelijke projecten zijn genoemd in het Besluit m.e.r. De drempelwaarden die behoort bij dit project wordt niet overschreden, waardoor er geen m.e.rplicht of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is. Het is wel noodzakelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling te doen.

concept investeringsnota Thomas à Kempislocatie

35

Financiën Voor de ontwikkeling van de Thomas à Kempislocatie is een verkenning gemaakt op basis van het stedenbouwkundig plan van kosten en opbrengsten om de financiële gevolgen van het plan in beeld te brengen en het plan te toetsen op de financiële haalbaarheid (zie financiële bijlage Thomas à Kempislocatie). Nadat het plan ter inzage is gelegd in de buurt zal er een grondexploitatie worden opgesteld. Ruimtegebruik Het plangebied van de Thomas à Kempislocatie heeft een oppervlakte van circa 4.535 m² waarvan ongeveer 1.045 m² in erfpacht wordt uitgegeven Programma en opbrengsten In het plangebied worden circa 85 woningen gerealiseerd die voor 100% in de sociale huursector zullen worden geëxploiteerd door woningcorporatie Stadgenoot. Voor deze ontwikkeling geldt de reguliere grondprijs voor sociale woningen die worden geëxploiteerd door een Toegelaten Instelling. Investeringen De investeringen betreffen vooral de kosten voor de aankoop van de huidige bebouwing op het kavel (aangekocht in 2019), de sloop van de bebouwing, het bouwrijp maken van de grond, de inrichting van de openbare ruimte en de proceskosten voor voorbereiding en uitvoering.

Fasering De ontwikkeling van de Thomas à Kempislocatie zal in 1 fase worden uitgevoerd. De voorbereiding van het bouwrijpmaken staat gepland in Q4 2022, de start bouw van de woningen staat gepland in Q1 2023.

De concept Investeringsnota Thomas à.Kempislocatie zal Q4 2021 ter inzage worden gelegd voor inspraak door alle belanghebbenden. De concept Investeringsnota zal hiertoe ook digitaal worden gepubliceerd op de website van de gemeente.

Saldo grondexploitatie Het geprognosticeerde saldo van de grondexploitatie is negatief (netto contante waarde per 01-01-2021. Het tekort wordt gedekt uit het vereveningsfonds.

Na de inspraakperiode worden de reacties met antwoord daarop vastgelegd in een Nota van Beantwoording. De eventuele aanpassingen aan de investeringsnota worden daarin benoemd en doorgevoerd in de investeringsnota zelf. De investeringsnota wordt samen met de nota van beantwoording en de geheime financiële bijlage met grondexploitatie aangeboden aan het college van B&W voor akkoord. Het college vraagt vervolgens op basis van nota en grondexploitatie het investeringsbesluit aan de gemeenteraad. Sloop en bouwrijp maken volgen vervolgens in Q4 2022.

De uitgangspunten, kosten en opbrengsten zijn opgenomen in de financiële bijlage Thomas à Kempislocatie, die als geheime bijlage bij deze concept Investeringsnota is gevoegd. Planning besluitvorming De planning voor de ontwikkeling van het A Kempiskavel is leidend en bepalend voor de aanpak van de complexen van Stadgenoot in de Rousseaubuurt die ingrijpend gerenoveerd of gesloopt en nieuw gebouwd worden. De nieuwbouw op het A Kempiskavel wordt ingezet voor de herhuisvestingsopgave die deze aanpak met zich meebrengt. Het streven is om Q1 2023 te beginnen met de bouw. Om die planning te kunnen halen ziet het besluitvormingsproces er als volgt uit:

Beheer openbare ruimte Na het investeringsbesluit zijn de beschikbare middelen bekend en kan het ontwerp openbare ruimte worden opgesteld. Dit ontwerp wordt in samenspraak met de buurtbewoners gemaakt. Naast wensen van bewoners is ook ‘beheerbewust ontwerpen’ een uitgangspunt van de gemeente. Na oplevering wordt het gebied aan de beheerder (Stadswerken) overgedragen. De inrichting dient ook na overdracht te passen bij de middelen die voor onderhoud worden gereserveerd.

concept investeringsnota Thomas à Kempislocatie

36

Bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid Na vaststelling van de investeringsnota wordt door de ontwikkelaar (i.c. de corporatie) een plan opgesteld waarin de eisen voor bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid voor de omgeving tijdens de uitvoering worden vastgelegd, evenals de wijze waarop de ontwikkelaar hierover communiceert met de omgeving. Het gaat hierbij om de bescherming van onder meer omwonenden, verkeersdeelnemers en spelende kinderen tegen de externe risico’s van het bouwen en bouwverkeer.

9

Milieu/technisch onderzoek

De ontwikkeling van de Thomas à.Kempiskavel moet voldoen aan diverse milieu/technische randvoorwaarden en bijbehorende regelgeving. Definitieve onderzoeken hiervoor worden uitgevoerd in het kader van de Omgevingsvergunningprocedure. De volgende (benodigde) onderzoeken geven een eerste indicatie van de milieu/technische haalbaarheid en randvoorwaarden die aan de ontwikkeling worden gesteld. Flora en fauna onderzoek Voordat de ontwikkeling plaats kan vinden dient een zogenaamde quickscan flora en fauna plaats te vinden. Onderzocht wordt of op de locatie dier- en/ of plantsoorten aanwezig zijn die op grond van de Wet natuurbescherming strikt beschermd. Mochten strikt beschermde soorten worden aangetroffen dan dienen of maatregelen genomen te worden om verstoring te voorkomen of indien dergelijke maatregelen niet mogelijk zijn, dient een ontheffing van de wet aangevraagd te worden. Voordat een ontheffing aangevraagd kan worden is dan aanvullend onderzoek nodig. De natuurwaarden op de locatie zijn laag. Het is dus niet de verwachting dat er strikt beschermde dier- en/of plantsoorten worden aangetroffen. Civieltechnisch De civieltechnische randvoorwaarden waaraan het plan moet voldoen zijn: ■ De gemiddelde maaiveldhoogte wordt nader bepaald met als uitgangspunt een robuust peil in het licht van de klimaatverandering;

■ Kasten, onderstations en dergelijke voor kabels en leidingen worden inpandig opgelost; ■ In de planvorming moet rekening worden gehouden met de eisen voor toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten.

à Kempiskavel. Uitzondering daarop zijn bewoners die als gevolg van de vernieuwing hun woning moeten verlaten en terugkeren in deze buurt. Deze bewoners mogen hun parkeervergunning behouden als ze deze voor de verhuizing al hadden.

Parkeerbalans Situatie parkeren Rousseaubuurt In de openbare ruimte moet voldoende parkeercapaciteit blijven voor bezoekers en bewoners met een parkeervergunning. De parkeerdruk in een buurt ligt idealiter onder de 90%. De Rousseaubuurt kent nog geen parkeerregime, er zijn dus geen vergunningshouders en de huidige parkeerdruk is er 92,5%. In januari 2022 wordt een betaald parkeerregime ingesteld voor de buurt en de verwachting is dat daardoor de parkeerdruk onder de 90% zal komen.

Parkeerbalans Rousseaubuurt Doordat er nu nog geen parkeerregime ingesteld is, is het op dit moment niet mogelijk het aantal parkeervergunningen in de Rousseaubuurt te meten. Om de parkeerbalans op te maken wordt naar een vergelijkbare buurten in Nieuw-West gekeken, dit zijn buurten met een blauwe zone regime. In zo’n buurt heeft 35% tot 70% van de huishoudens een ontheffing, gemiddeld 50%. Deze uiterste en gemiddelde waarden gebruiken we voor de Rousseaubuurt.

In het vastgestelde herontwerp van de openbare ruimte in de Rousseaubuurt staat dat er 256 parkeerplaatsen zijn voorzien in het gebied, waarvan 8 invalidenparkeerplaatsen. Dit zijn voldoende parkeerplaatsen om de druk onder de 90% te houden. De ontwikkeling van het Diderotblok is hierin meegenomen, die van de Thomas à Kempiskavel nog niet. Wanneer het parkeerregime ingevoerd wordt krijgen de zittende bewoners de mogelijkheid om een parkeervergunning aan te vragen. De adressen van nieuwbouwwoningen worden uitgesloten van de mogelijkheid om een parkeervergunning aan te vragen, dus ook de nieuwe bewoners van de Thomas concept investeringsnota Thomas à Kempislocatie

37

Op de Thomas à Kempiskavel worden circa 85 woningen gerealiseerd. Huishoudens van de Van Hemertflat in het zuidoosten van de Rousseaubuurt krijgen de mogelijkheid om door te verhuizen naar de nieuwbouw, omdat de Van Hemertflat op de planning staat voor herontwikkeling. Met de aanname voor het aantal parkeervergunningen kunnen we stellen dat er tussen de 20 en 40 huishoudens in de Van Hemertflat een vergunning zullen aanvragen. Wanneer we ervan uitgaan dat 70% van de huidige bewoners verhuist naar de nieuwbouw, dan verhuizen er tussen de 14 en 28 huishoudens met een vergunning door naar de Thomas à Kempislocatie. Dat betekent dat er in de Rousseaubuurt 6 – 12 (gemiddeld 9) minder parkeervergunningen terugkomen.

Met de nieuwbouw aan de Thomas à Kempislocatie verdwijnt ook het gebouw waar nu een orthopedische hulpverlening zit. In het vastgestelde openbaar ruimte ontwerp voor de Rousseaubuurt (2020) zijn hiervoor nog 4 invalide parkeerplaatsen gereserveerd. Wanneer de functie op deze plek komt te vervallen kunnen zeker 3 invalideparkeerplaatsen omgezet worden tot reguliere parkeerplaatsen.

Toekomstige parkeerdruk Rousseaubuurt In tegenstelling tot nieuwbouw wordt renovatie niet uitgestloten voor parkeervergunningen. Dit kan gevolgen hebben voor de toekomstige parkeerdruk in de buurt. Tegelijkertijd zal de parkeerdruk langzaam afnemen als gevolg van verhuizingbewegingen in de buurt, waarbij nieuwe bewoners geen recht meer hebben op een parkeervergunning.

Voor het bezoekersparkeren hanteren we de norm van 1 parkeerplaats per 10 nieuw te bouwen woningen. Voor de Thomas à Kempislocatie zijn er circa 9 bezoekersparkeerplaatsen nodig. Het benodigd aantal bezoekersparkeren voor alle vernieuwingen in de Rousseaubuurt kan nog iets oplopen, afhankelijk van verdere ontwikkelingen in de buurt.

Watertoets Op grond van de Keur moet bij een toename in verharding van meer dan 1.000 m² verhard of bebouwd oppervlak binnen stedelijk gebied, minstens 10% van het extra verharde of bebouwde oppervlak aan nieuw oppervlaktewater worden gecompenseerd. Dit water moet worden gerealiseerd binnen hetzelfde peilvak en dient blijvend in open verbinding te staan met de rest van het watersysteem. Bij de nieuwbouw wordt er circa 1.050 m2 extra verhard. Dit houdt in dat er ongeveer 105 m2 aan oppervlaktewater gerealiseerd moet worden binnen het peilvak.

De 9 extra bezoekersparkeerplaatsen zouden in deze berekening zelfs in het minst gunstige scenario precies ingevuld kunnen worden door het aantal verdwijnende parkeervergunningen en de omzet van het aantal invalideparkeerplaatsen. Ervan uitgaand dat de aannames kloppen, hoeven er dus geen extra parkeerplaatsen te worden gerealiseerd in de Rousseaubuurt Vreemdparkeerders Het parkeerregime dat ingesteld wordt in de Rousseaubuurt geldt tot 19:00. Daarna kunnen er ook weer zogenoemde vreemdparkeerders in de wijk parkeren. Bij dit aantal noodzakelijk beschikbare parkeerplaatsen zijn geen parkeerplaatsen voor vreemdparkeerders meegerekend.

bedrijven een nieuw tracé voor de kabels en leidingen worden vastgelegd. Bodem De transformatie van het kavel vraagt om een integrale aanpak van de bodem, het grond-, oppervlakte- en regenwater en de kabels en leidingen, in relatie tot de ontwikkeling van de woningen. Voor de gronduitgifte verkent de gemeente de belangrijkste voorwaarden voor de water- en bodemstrategie. Uit historisch onderzoek blijkt dat de kans op vervuiling nihil is. Archeologische waarde Door BMA is in het kader van het bestemmingsplan Slotermeer 2018 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor geheel Slotermeer. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van de planlocatie een lage archeologisch verwachtingswaarde geldt, omdat sprake is van recente verstoringen in de vorm van ophogingen. Nader onderzoek naar archeologische waarden is dan ook niet noodzakelijk.

Grondbalans Uitgangspunt is dat er wordt gewerkt met een gesloten grondbalans. Dat houdt in dat vrijkomende grond, voor zover milieuhygiënisch is toegestaan, zoveel mogelijk binnen het project moet worden hergebruikt.

Akoestisch onderzoek Wegverkeer Het plangebied ligt binnen de zone van 50 km/u wegen, respectievelijk de Burgemeester Röellstraat en de De Savornin Lohmanstraat en de Burgemeester Van Leeuwenlaan.

Kabels en leidingen Er is inzicht in de aanwezige kabels en leidingen in het gebied. De aansluitingen van het te slopen gebouw zullen worden opgezegd en verwijderd. Voor de nieuwe situatie zal in goed overleg met diensten en

De overige omliggende wegen hebben een maximumsnelheid van 30 km/uur, deze wegen hebben krachtens de Wet geluidhinder geen zone. De verwachting is dat de voorkeursgrenswaarden

concept investeringsnota Thomas à Kempislocatie

38

voor woningen worden overschreden vanwege het wegverkeerslawaai van de Burgemeester Röellstraat. Voor deze woningen zal een ontheffing van de voorkeurswaarde worden aangevraagd. Het gaat hier om de woningen die met de gevels gekeerd zijn naar de Burgemeester Röelstraat. Indien deze woningen uitgevoerd worden met dove gevel, dan is op grond van het geluidbeleid van Amsterdam een stille zijde verplicht.

Externe veiligheid Op grond van het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol dient in ruimtelijke besluiten voor nieuwe woningbouw binnen de LIB 5 zone van Schiphol aangegeven te worden op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen.

Industrieterrein Westpoort Het plan is gelegen binnen de zone van het gezoneerde industrieterrein Westpoort. De verwachting is dat, gezien de afstand tot het gezoneerde industrieterrein de voorkeursgrenswaarde vanwege industrielawaai niet wordt overschreden. Indien uit nader onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wel wordt overschreden, dan zal een ontheffing van de voorkeursgrenswaarden worden afgegeven.

Luchtkwaliteit onderzoek Bij ontwikkelprojecten is het niet toegestaan dat de luchtkwaliteit met meer dan 3% verslechtert. Voor bepaalde categorieën van projecten is de 3 procentgrens getalsmatig geconcretiseerd in de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM). Voor deze categorieën is het wettelijk geregeld (gebaseerd op berekeningen) dat in die gevallen de negatieve effecten de 3 procent-grens in ieder geval niet overschrijden. Dit betekent dat in de aangewezen gevallen zelfs geen indicatief onderzoek hoeft plaats

LIB 5 zone Schiphol Het plangebied is gelegen binnen de zogenaamde LIB 5 zone Schiphol. Op grond van de Omgevingsverordening van de Provincie Noord – Holland dient binnen deze zone, rekenschap gegeven te worden van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en moet in een ruimtelijk besluit de redenen worden vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen mogelijk te maken. Toekomstige bewoners zullen door de woningcorporatie vooraf en actief worden geïnformeerd over mogelijke geluidshinder. Zones geluidzones industrie en ruimtelijke beperkingen Schiphol concept investeringsnota Thomas à Kempislocatie

39

LIB-4

LIB-5

Geluidscontouren industrie

Locatie

ZONNESTUDIE ZONNESTUDIE ZONNESTUDIE | THOMAS | THOMAS | THOMAS A KEMPISGEBOUW A KEMPISGEBOUW A KEMPISGEBOUW

te vinden en dat het project zonder verdere motivering of toetsing door kan gaan. Met de bouw van niet meer dan 1.500 woningen valt het project binnen een van deze categorieën. Dit betekent dat geen nader 21 -juni - 9:00 maart 21maart - 09:00 21 maart uur - 09:00 21 -uur 09:00 uur noodzakelijk is. juni 21 -juni 09:00 21 uur -juni 09:00 uur 09:00 uur onderzoek naar luchtkwaliteit

21-september september/maart 9:00 september september 21 09:00 21 uur - 09:00 21 -uur 09:00 -uur

21 december december december 21 - 09:00 december 21-uur -9:00 09:00 21 -uur 09:00 uur

21-september september/maart 13:00 september september 21 13:00 21 uur - 13:00 21 -uur 13:00 -uur

21 december december december 21 - 13:00 december 21-uur -13:00 13:00 21 -uur 13:00 uur

21-september september/maart 17:00 september september 21 17:00 21 uur - 17:00 21 -uur 17:00 -uur

21 december december december 21 - 17:00 december 21-uur -17:00 17:00 21 -uur 17:00 uur

Wind Voor gebouwen boven de 30 meter is het noodzakelijk om inzichtelijk te maken wat het windklimaat is in de omgeving van het gebouw. Windhinder treedt namelijk op rond hoge gebouwen. Hier is sprake van verhoogde windsnelheden. Hierdoor kan het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk zijn. Omdat binnen het project een gebouw van maximaal 45 meter hoog wordt toegestaan, is windonderzoek noodzakelijk. Bezonning In verband met de hoogte en omvang van het te 21 - 13:00 maart 21maart - 13:00 21 maart uur - 13:00 21 -uur 13:00 uur juni 21 -juni 13:00 21 uur -juni 13:00 21 -juni uur 13:00 uur realiseren gebouw en de nabijheid van woningen en tuinen van derden, is inzichtelijk gemaakt welke gevolgen de nieuwbouw heeft voor de bezonning op naastgelegen bebouwing. Dit resultaat is hiernaast weergegeven voor de drie data in het jaar: de langste en kortste dag van het jaar en een dag precies daartussenin. Te zien is hoe de schaduw van de nieuwbouw ‘s ochtends kort boven de parkstrook ligt. Vanaf de middag ligt de schaduw van het gebouw voornamelijk op de Burgemeester Röellstraat en aan het eind van de dag wordt het tegenoverliggende gebouw aan de Kierkegaardstraat kort in de schaduw gezet. maart 21maart - 17:00 21 maart uur - 17:00 21 -uur 17:00 uur

21 - 17:00 juni 21 -juni 17:00 21 uur -juni 17:00 21 -juni uur 17:00 uur

concept investeringsnota Thomas à Kempislocatie

40

Concept Versie 1

10 november 2021

10 Bijlage Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie Behorend bij de Investeringsnota

Auteur(s) D. de Vries Ingenieursbureau Opdrachtgever G&O Contactpersoon A. Hofstra Ingenieursbureau Kenmerk 2021-1000250

Opsteller

Goedgekeurd en vrijgegeven

Paraaf

D. de Vries

L. Doodeman

03-11-2021

Datum

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie CONCEPT

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 2 van 24

Inhoud

Samenvatting

3

Voorwoord

5

1 Inleiding 1.1 Huidige situatie 1.2 Planontwikkeling

6 6 6

2 Wetgeving en waterbeleid 2.1 Wet- en regelgeving 2.2 Beleid

7 7 9

3 3.1 3.2 3.3 3.4

13 13 13 15 20

Waterparagraaf Waterkeringen Oppervlaktewater en Keur Grondwater Hemelwater

Bronvermelding

23

2

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 3 van 24

Samenvatting

Waterkering Het plangebied wordt beschermd tegen inundatie door dijkring 14. Volgens de Waterwet is de huidige veiligheidsnorm voor deze dijkring 1:10.000. De Sloterbinnen- en Middelveldsepolder wordt door een secundaire waterkeringen beschermd tegen overstroming vanuit de Stadsboezem. Er bevinden zich geen waterkeringen binnen het plangebied. De dichtstbijzijnde waterkering is de secundaire waterkering langs de oevers van de Burgemeester van Tienhovengracht. Oppervlaktewater Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door een primaire watergang. Het plangebied ligt in de Sloterbinnen en Middelveldsepolder. In deze polder wordt het oppervlaktewaterpeil beheerst op NAP -2,1 m. Er zijn geen werkzaamheden aan- of dempingen van oppervlaktewater voorzien in de planvorming. Conform de investeringsnota is er sprake van een verhardingstoename van ca. 1.050 m2. Om deze verhardingstoename te compenseren moet conform de Keur ten minste 105 m2 oppervlaktewater worden gegraven binnen hetzelfde peilgebied. De hemelwaterverordening is complementair aan de Keur. Dit betekend dat oppervlaktes van waterbergende daken als alternatieve watercompensatie kunnen worden gerekend. Eventuele vermindering van verhardingstoename door verrekening van waterbergende daken dient verder te worden uitgewerkt in de planvorming en te worden afgestemd met Waternet/AGV.

Grondwater De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) rondom het projectgebied bevindt zich op ca. NAP -1,8 m. Om te voldoen aan de gemeentelijke grondwaternorm van 0,9 m ontwatering ten opzichte van de GHG, is een minimale maaiveldhoogte van NAP -0,9 m benodigd. Echter, een hogere maaiveldhoogte is klimaatadaptiever. De investeringsnota voorziet in de mogelijkheid (half) verdiept te bouwen. Voor alle ondergrondse kelderconstructies geldt dat ze grondwaterneutraal dienen te worden uitgevoerd, conform het paraplubestemmingsplan grondwaterneutrale kelders. Dat betekent dat indien de kelder grondwaterstroming blokkeert, er mitigerende maatregelen genomen dienen te worden. Bijvoorbeeld in de vorm van grondverbetering rondom de kelder. Hemelwaterafvoer Conform de doelstellingen van Amsterdam Rainproof en het GRP 2016-2021 wordt voor het plangebied geadviseerd bij de herontwikkeling het maaiveld zodanig te ontwerpen zodat een bui van 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te veroorzaken. De Thomas à Kempislocatie ligt in een “urgent” Rainproof knelpunt [13]. Bij een Rainproof bui van 60 mm in één uur staat er in relatief veel water op straat in de buurt en omgeving.

3

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 4 van 24

In het maaiveldontwerp dient rekening gehouden te worden met een bergingsopgave, door bijvoorbeeld de aanleg van wadi’s of andere vormen van waterberging. In de verdere planvorming dienen deze maatregelen, bouwpeilen en maaiveldplooiing verder te worden uitgewerkt en te worden getoetst. In mei 2021 is de gemeentelijke hemelwaterverordening vastgesteld. Deze verordening wordt toegepast op alle bouwwerken waarvoor na inwerkingtreding een omgevingsvergunning voor bouwen wordt aangevraagd en stelt verplicht een bui van tenminste 60 mm in één uur te kunnen verwerken op eigen kavel.

4

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 5 van 24

Voorwoord

De voorliggende rapportage vormt de waterparagraaf bij de investeringsnota van de Thomas à Kempislocatie, Amsterdam Nieuw-west. Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. De meerwaarde van de waterparagraaf is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder het systeem van oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en waterkeringen, de waterkwaliteit en de riolering. De waterparagraaf geeft over het algemeen inzicht in de wijze waarop het geldende waterbeleid is vertaald naar de plankaart en het Stedenbouwkundig Plan en bestemmingsplan.

5

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 6 van 24

1 Inleiding 1.1 Huidige situatie De Thomas à Kempislocatie ligt in stadsdeel Nieuw West in de wijk Slotermeer-Zuidwest en is onderdeel van de Westelijke Tuinsteden. Deze tuinsteden zijn aangelegd in de jaren ’50 en ’60 en zijn gegroepeerd rondom de Sloterplas, die gegraven werd voor de zandwinning ten behoeve van de ophoging. Het gebied ligt in de Sloterbinnen- en Middelveldsepolder.

1.2 Planontwikkeling De Gemeente Amsterdam werkt samen met woningcorporatie Stadgenoot aan de ontwikkeling van de Thomas à Kempislocatie. De locatie, langs de hoofdgroenstructuur en op het kruispunt van de Thomas à Kempisstraat met de Burgemeester Röellstraat, is in de Principenota GeuzenveldSlotermeer aangewezen voor het bouwen van een hoogteaccent [1]. Onderhavige waterparagraaf heeft betrekking op de ontwikkeling van het kavel Thomas à Kempisstraat zoals beschreven in de investeringsnota.

Figuur 1-1. Plangebied Thomas à Kempislocatie en omgeving

6

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 7 van 24

2 Wetgeving en waterbeleid In dit hoofdstuk wordt aangeven welke wet- en regelgeving en welk beleid van toepassing is op de voorgenomen werkzaamheden.

2.1 Wet- en regelgeving Besluit op de ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, eerste lid, onder b, van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) verplicht bij de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen over de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW maakt het mogelijk om verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal en stroomgebiedsgericht aan te pakken. De doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water is het bereiken en beschermen van een goede toestand van landoppervlaktewater, overgangswateren en kustwateren. Onder de goede toestand vallen zowel een goede ecologische potentieel (GEP) als een goede chemische toestand. Op dit moment is de kwaliteit in veel wateren nog ontoereikend. De kwaliteit mag in ieder geval nergens achteruitgaan (stand-still). Dat betekent bijvoorbeeld dat bevorderd wordt dat lozingen indien mogelijk verplaatst worden naar minder kwetsbare waterlichamen. En dat schadelijke milieuvreemde stoffen waar mogelijk vervangen worden door andere stoffen met een vergelijkbare werking en minder schade aan het watermilieu. In deze gevallen is in feite dus geen sprake van ‘achteruitgang’.

Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd.

7

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 8 van 24

Keur Het plangebied bevindt zich in het beheersgebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). De taak van het waterschap is om te zorgen voor een veilig en gezond watersysteem. Volgens de Waterwet gaat het daarbij om drie hoofddoelstellingen: 1. Voorkomen van overstroming, wateroverlast en waterschaarste; 2. Beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. Vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Om deze doelen te kunnen realiseren beschikken de waterschappen over een eigen verordening, die van oudsher de Keur heet. Op 1 november 2019 is de meest recente Keur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) inclusief Beleidsregels keurvergunningen en het Keurbesluit vrijstellingen in werking getreden. De Keur kent ‘verboden’ en ‘geboden’ voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oevers en oppervlaktewateren, waar door het waterschap onder bepaalde voorwaarden ontheffing op kan worden verleend. De Keur is een belangrijk instrument voor het waterschap om activiteiten in en rond het watersysteem in goede banen te leiden en te zorgen dat ze geen gevaar op kunnen leveren voor het watersysteem. De legger is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur. Hierin wordt weergegeven aan welke eisen de wateren, waterkeringen en kunstwerken moeten voldoen.

Paraplubestemmingsplan grondwaterneutrale kelders In lijn met het vastgestelde Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam is het paraplu-bestemmingsplan definitief vastgesteld op 07-10-2021 Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. Amsterdam kent een aantal gebieden met een delicate grondwatersituatie en de gemeente wil mogelijke negatieve gevolgen voor het grondwater door de bouw van kelders voorkomen. De grondwater-gevoeligheid van de stad en de gevolgen van de klimaatverandering nopen tot publiekrechtelijke regulering van ondergrondse bouwwerken, ongeacht of dit in openbaar gebied of op particulier terrein is, omdat grondwater zich niet houdt aan perceelgrenzen. Grondwaterneutraal wordt als volgt gedefinieerd: Het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast. - Voor kelders met een vloeroppervlak kleiner dan 300 m2 en een maximale bouwdiepte van 4 m, geldt dat deze dienen te voldoen aan de in het paraplubestemmingsplan gestelde afwegingskader.

- Voor kelders met een vloeroppervlak groter dan 300 m2 of met een bouwdiepte van meer dan 4 m, geldt dat op basis van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat het bouwplan grondwaterneutraal is, conform bovengenoemde definitie.

8

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 9 van 24

Hemelwaterverordening In mei 2021 is de hemelwaterverordening vastgesteld [12]. Om de sponswerking van de stad te vergroten is hierin o.a. opgenomen dat nieuwbouw een hemelwaterberging moet hebben. 1. Een hemelwaterberging: a. heeft ten minste een capaciteit van 60 liter per m2 bebouwd oppervlak; b. loost maximaal 1 liter per m2 bebouwd oppervlak per uur op een openbaar riool; en c. is na 60 uur leeg. 2. Een hemelwaterberging met hergebruiksysteem: a. heeft ten minste een capaciteit van 90 liter per m2 bebouwd oppervlak; b. loost maximaal 1 liter per m2 bebouwd oppervlak per uur op een openbaar riool; c. is na 60 uur voor ten minste 30% leeg; en d. leegt het restant op basis van het gebruik van het hergebruiksysteem. 3. Voor een waterberging met een centraal besturingssysteem geldt alleen het vereiste uit het eerste lid, onder a. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op een vergunningsvrij bouwwerk met een groen dak. 5. Het geborgen hemelwater wordt in de ondergrond geïnfiltreerd. Als dat niet of maar deels mogelijk is, kan in het openbare riool worden geloosd. 6. Het hemelwater dat na toepassing van het eerste, tweede of derde lid niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of op de openbare ruimte. Naast deze hemelwaterverordening staan ook in de keur van het waterschap voorschriften met betrekking tot waterberging.

De Keur is een verordening met daarin voorschriften voor ontwikkelingen van meer dan 1.000 m2. Daarbij geldt een verplichting tot compensatieberging. De twee verplichtingen staan elkaar niet in de weg. Integendeel, ze zijn complementair aan elkaar. Door bij ontwikkelingen groter dan 1000 m2 te voldoen aan de verplichting uit de hemelwaterverordening, wordt deels of in zijn geheel ook voldaan aan de Keur en alleen door ervoor te zorgen dat er ook waterbergingen worden aangelegd en in stand worden gehouden in gevallen waarin de Keur niet geldt, kan de gemeente het doel uit het Gemeentelijke Rioleringsplan bereiken.

2.2 Beleid Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande Nota's Waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet. Het Nationaal Waterplan beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Als bijlage bij het ontwerp Nationaal Waterplan zijn beleidsnota's toegevoegd over waterveiligheid. Deze beleidsnota's vormen een nadere uitwerking en onderbouwing van de keuzes die in de hoofdtekst staan van het Nationaal Waterplan en dienen in samenhang ermee te worden gelezen. Bij de ontwikkeling van locaties in de stad wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo gelijk blijft of toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar maken en houden. Het voorliggende

9

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 10 van 24

bestemmingsplan gaat uit van behoud van het bestaand groen en water. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die een toename van verharding mogelijk zou maken. Het oorspronkelijke waterplan is in december 2014 tussentijds gewijzigd voor de implementatie van het rijksbeleid en de daarvoor benodigde Rijksacties die volgen uit het voorstel voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën in het Deltaprogramma 2015.

Anders omgaan met water. Waterbeleid in de 21ste eeuw Dit kabinetsstandpunt geeft de overkoepelende visie van het Rijk weer op de aanpak van veiligheid en wateroverlast. In dit beleidsstuk wordt de watertoets geïntroduceerd om te voorkomen dat de bestaande ruimte voor water geleidelijk afneemt, door bijvoorbeeld landinrichting, de aanleg van infrastructuur of woningbouw. Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat heel Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het Deltaplan gebruikt hiervoor 7 ambities waarvan ‘kwetsbaarheden in beeld brengen’ er één is. Om die kwetsbaarheden in beeld te krijgen dienden alle overheden uiterlijk in 2019 een stresstest te hebben uitgevoerd voor de vier klimaatthema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Strategie klimaatadaptatie Amsterdam Met de strategie klimaatadaptatie zet de gemeente Amsterdam samen met de drie Waterschappen Amstel, Gooi en Vecht, Hollands Noorderkwartier en Rijnland, een stip op de horizon voor een klimaatbestendige stad. Het doel is om in 2050 zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het veranderende klimaat. Hierbij wordt een iteratieve aanpak gehanteerd, zodat nieuwe informatie over het veranderende klimaat kan worden verwerkt en daarop kan worden gereageerd.

In deze strategie worden nog geen nieuwe plannen vastgesteld, maar vormt wel een eerste stap hiertoe. De strategie klimaatadaptatie is een opmaat voor een gesprek met de stad. Klimaatadaptatie gaat namelijk de hele stad aan. Het doel is om in 2020 gezamenlijk een uitvoeringsagenda voor de komende jaren op te stellen met concrete plannen om Amsterdam klimaatbestendig te maken. De uitvoering van deze onderdelen gaat door, parallel aan het ontwikkelen van een brede aanpak. Watervisie Amsterdam 2040 Deze Watervisie Amsterdam 2040 geeft een ruimtelijk economisch perspectief op het gebruik van water en oevers in Amsterdam op de lange termijn (2040) met een aantal speerpunten voor de korte termijn (2018). De centrale ambitie van deze Watervisie Amsterdam 2040 is als volgt: Amsterdam gebruikt haar water en oevers beter en duurzamer en optimaliseert de ordening van het gebruik van het water en oevers. Onder andere is het doel het water en oevers beter toegankelijk te maken en dynamisch en duurzaam gebruik van water te stimuleren. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) In mei 2011 sloten het Rijk, de provincies, het Samenwerkingsverband Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen en de vereniging van waterbedrijven Nederland het Bestuursakkoord water.

Met de actualisatie van het NBW onderstrepen de betrokken partijen, rijk, provincies, gemeenten en waterschappen 10

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 11 van 24

nogmaals het belang van samenwerking om het water duurzaam, klimaatbestendig en doelmatiger te beheren. In het akkoord staat onder meer hoe met klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur moet worden omgegaan. Ook is er meer aandacht voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2020 het watersysteem in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Het gaat hierbij om de verwachte zeespiegelstijging, bodemdaling en klimaatverandering. Nederland krijgt hierdoor steeds meer te maken met extreem natte en extreem droge periodes.

Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021 Het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRPA) 2016-2021 bevat de visie van de gemeente op het gewenste waterbeleid voor de komende jaren. De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater en het nemen van grondwatermaatregelen. In dit beleidsrapport staat hoe deze drie zorgplichten door de gemeente Amsterdam worden ingevuld. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting, zoals die in de Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen. Dit plan biedt tevens een kans om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, zoals het veranderende klimaat. Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Dit afvalwater wordt ingezameld en getransporteerd naar een rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). De gemeente is verantwoordelijk voor het inzamelen en transporteren van afvalwater.

Bij de zorg voor stedelijk afvalwater wordt gekeken naar het systeem als geheel, eventueel over de stadsgrenzen heen. Inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater De gemeente is verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Daarbij gaat het niet alleen om het buizenstelsel in de grond, maar in toenemende mate ook om de openbare ruimte waarin hemelwater wordt opgevangen en zodoende wateroverlast wordt beperkt. De gemeente stemt af met waterschappen, is aanspreekpunt voor de burger en behandelt hemelwatermeldingen. Naast de officiële zorgplicht heeft de Gemeente Amsterdam in het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam de ambitie geuit dat de stad een bui van 60 mm per uur kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Deze ambitie komt voort uit programma Amsterdam Rainproof, met als uitgangspunt dat gerichte, kleinschalige, fijnmazige en rendabele maatregelen de stad klimaatbestendiger en tegelijk aantrekkelijker en leefbaarder maken. Grondwaterzorgplicht In de stad komen situaties voor waarbij het gewenste gebruik en de aanwezigheid van grondwater elkaar hinderen, en grondwater voor overlast zorgt. Zo kan een te hoog grondwaterpeil leiden tot

11

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 12 van 24

problemen, bijvoorbeeld in de vorm van water in kelders en andere vochtproblemen. Daarentegen kunnen er ook problemen ontstaan als gevolg van een te lage grondwaterstand: dit kan leiden tot verrotting van houten funderingen, met het risico op verzakking of instorting van gebouwen. Het is de zorgplicht van de gemeente om, voor zover doelmatig, maatregelen in openbaar gebied te treffen om structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Daarnaast is de gemeente aanspreekpunt voor de burger en behandelt de gemeente grondwatermeldingen.

Waterbeheerplan AGV 2016-2021 Het AGV zorgt voor schoon water op het juiste peil en voor droge voeten in het beheergebied. In dit Waterbeheerplan staat welke doelen AGV de komende zes jaren nastreeft en op welke manier het waterschap die doelen wil bereiken. Het Waterbeheerplan (WBP) is een regionale doorvertaling van het provinciale waterbeleid. De drie provincies waar AGV binnen valt (Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland) toetsen het WBP en verlenen goedkeuring. De essentie van dit nieuwe WBP is dat AGV de planperiode gaat gebruiken om door te gaan met het garanderen van voldoende waterstaatkundige veiligheid voor mensen, dieren en goederen, voldoende water en schoon water. Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen Om het dynamisch gebruik van het water in Amsterdam zo in te richten dat ook in de toekomst een veilig en vlot gebruik van het water als openbare ruimte en verkeersweg mogelijk is, is in 2004 de beleidsnotitie “Doorvaartprofielen, een voorwaarde voor vlot en veilig varen in Amsterdam” door het College vastgesteld. In 2008 is verder invulling gegeven aan de doelstellingen door in het Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen de doorvaartprofielen te koppelen aan vaarwegen. In dit uitwerkingsbesluit wordt aangegeven welke soorten schepen (lengte, breedte, diepgang) van welke vaarweg gebruik mogen maken.

Dienst Binnenwaterbeheer is namens B&W verantwoordelijk voor het nautisch vaarwegbeheer op het binnenwater.

12

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 13 van 24

3 Waterparagraaf 3.1 Waterkeringen 3.1.1 Dijkringgebieden Het plangebied wordt beschermd tegen inundatie door dijkring 14. Volgens de Waterwet is de huidige veiligheidsnorm voor deze dijkring 1:10.000. Dat is de kans op overschrijding van de waterstand die veilig gekeerd moet kunnen worden. Deze kans is niet gelijk aan de overstromingskans van het gehele dijkringgebied. Vanuit de Deltabeslissing Waterveiligheid is in 2015 door het Rijk besloten dat een aantal waterkeringen afgewaardeerd worden. Na renovatie van het sluizencomplex in IJmuiden en versterking van de Lekdijk, kan de primaire waterkering Amsterdam (aan de zuidzijde van het Noordzeekanaal) worden afgewaardeerd naar een IPO-klasse V waterkering. Dit zal naar verwachting circa 2029 gebeuren. Het idee is dat de omringende waterkeringen, waaronder de Lekdijk en IJmuiden, het gebied beschermen en de veiligheid toeneemt. De Sloterbinnen- en Middelveldsepolder wordt beschermd tegen overstroming vanuit de Stadsboezem, door de verschillende secundaire waterkeringen langs o.a. de Burgemeester van Tienhovengracht, Orteliuskade en de Westlandgracht (IPO klasse V) met een overschrijdingskans van 1:1.000 jaar [3]. Het plangebied kent geen onaanvaardbaar of onevenredig overstromingsrisico.

3.1.2 Waterbouwkundige constructies De dichtstbijzijnde waterbouwkundige constructie is de secundaire waterkering A505_001, gelegen langs de oevers van de Burgemeester van Tienhovengracht.

3.2 Oppervlaktewater en Keur Het plangebied ligt in de Sloterbinnen en Middelveldsepolder. In deze polder wordt het oppervlaktewaterpeil beheerst op NAP -2,1 m. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door een primaire watergang. De Keur AGV schrijft voor dat wanneer het verharde oppervlak in stedelijk gebied met meer dan 1.000 m² toeneemt een vergunning benodigd is. Het verlies aan waterberging dient te worden gecompenseerd door de aanleg van oppervlaktewater in hetzelfde watersysteem [4]. In het plangebied dient 10% van de verhardingstoename gecompenseerd te worden in de vorm van wateroppervlak. Te dempen wateroppervlak moet bovendien volledig gecompenseerd worden in

13

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 14 van 24

de vorm van nieuw wateroppervlak. De compensatie moet in beginsel vóórdat de verharding plaatsvindt in de Sloterbinnen en Middelveldsepolder worden gerealiseerd. Er zijn geen werkzaamheden aan- of dempingen van oppervlaktewater voorzien in de planvorming. Werkzaamheden of activiteiten in of nabij watergangen kunnen meldings- of vergunningsplichtig zijn. Hiervoor dient contact te worden opgenomen met Waterschap AGV. Conform de investeringsnota Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. is er sprake van een verhardingstoename van ca. 1.050 m2. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het toevoegen van bebouwing. Een verhardingstoename, en daarmee ook een afname van het openbaar groen, is ongunstig voor de waterberging en het tegengaan van hittestress. Om deze verhardingstoename te compenseren moet conform de Keur ten minste 105 m2 oppervlaktewater worden gegraven binnen hetzelfde peilgebied. De hemelwaterverordening (zie 3.4.5 Waterneutrale kavels / Hemelwaterverordening) is complementair aan de Keur. Dit betekent dat oppervlaktes van waterbergende daken als alternatieve watercompensatie kunnen worden gerekend. Eventuele vermindering van verhardingstoename door verrekening van waterbergende daken [5] dient verder te worden uitgewerkt in de planvorming en te worden afgestemd met Waternet/AGV. Het plangebied maakt onderdeel uit van ontwikkelbuurten Geuzenveld-Slotermeer.

Geadviseerd wordt in afstemming met Waternet/AGV een waterbergingsboekhouding op te stellen voor het gehele ontwikkelgebied, waarin alle wijzingen van het wateroppervlak en verhardingsoppervlak worden verwerkt en bijgehouden. Dit is tevens een van de aanbevelingen in het Watergebiedsplan Nieuw-West (2014) [6]. Geadviseerd wordt de waterbergingsboekhouding en nul-situatie af te stemmen met Waternet. De waterbalans kan vervolgens worden gebruikt bij de aanvraag van watervergunningen. Met een dergelijke waterbergingsboekhouding, wordt geborgd dat de waterbalans tijdens en na de ontwikkelingen van Geuzenveld-Slotermeer positief blijft. Eveneens kan watercompensatie hierdoor integraal worden beschouwd en op een efficiënte en kosteneffectieve wijze worden uitgevoerd die de waterkwaliteit en KRW-doeleinden van het gehele watersysteem ten goede komt.

14

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 15 van 24

Figuur 3-1. Verhardingstypes huidige situatie en ontwerp Fout! Verwijzingsbron niet gevonden..

3.2.1 Oevers en Waterkwaliteit (KRW) Alle ontwikkelingen in het plangebied moeten voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)[7]. Daar waar de planvorming het oppervlaktewater betreft, zal er conform de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water naar worden gestreefd om ecologische vooruitgang te boeken, onder andere door natuur inclusief bouwen onderdeel te maken van het planvormingsproces.

3.3 Grondwater 3.3.1 Grondwaterzorgplicht

De grondwaterzorgplicht vereist dat ontwikkelingen in het plangebied, zowel tijdens uitvoering als in de eindsituatie, geen verslechtering van de grondwatersituatie mogen veroorzaken, ook niet

15

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 16 van 24

voor naastgelegen gebieden. Een verslechtering in de eindsituatie kan bijvoorbeeld ontstaan door grote nieuwe ondergrondse obstructies zoals ondergrondse parkeergarages, tunnels, ondoorlatende damwanden of ondoorlatende kadeconstructies die de grondwaterstroming blokkeren. Conform het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) [9] geldt een gemeentelijke grondwaternorm voor nieuw te ontwikkelen gebied:  Dit betekent voor kruipruimteloos bouwen een ontwateringsdiepte van minimaal 0,5 m t.o.v. een grondwaterstand die gedurende maximaal 5 aaneengesloten dagen met een herhalingstijd van 1x/2 jaar overschreden wordt.  Voor bouwen met kruipruimtes geldt een ontwateringsnorm van minimaal 0,9 m t.o.v. de maatgevend hoge grondwaterstand.  Dit beleid wordt na 2021, met ingang van het Omgevingsprogramma Riolering (ORP 2022-2026) aangepast naar een uniforme ontwateringsnorm van 0,9 m, waarmee de bovenstaande 0,5 m voor kruipruimteloos bouwen zou komen te vervallen. Aanvullend hierop:  Voor de aanplant van (1e orde) bomen is conform het Handboek Groen [10] een ontwateringsdiepte ten opzichte van de GHG benodigd van 1,0 m, met een minimale eis van 0,8 m. Zie Figuur 3-2.

Figuur 3-2. Verduidelijking gewenste ontwatering.

16

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 17 van 24

Als een te (her)ontwikkelen gebied niet voldoet aan de gemeentelijke grondwaternorm dient het maaiveld bij voorkeur (integraal) te worden opgehoogd met goed doorlatend zand. Indien (integrale) ophoging niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat bestaande gebouwen gehandhaafd blijven, heeft conform gemeentelijk beleid GRP2016-2021 aanleg van extra oppervlaktewater en het toepassen grondverbetering de voorkeur boven drainage.

3.3.2 Freatisch grondwater In de omgeving van het plangebied zijn 2 actieve peilbuizen aanwezig in het peilbuizennetwerk van Waternet/AGV [11] met een meetperiode van 30 tot 40 jaar. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) in het projectgebied bevindt zich op ca. NAP -1,8 m. Om te voldoen aan de gemeentelijke grondwaternorm van 0,9 m ontwatering ten opzichte van de GHG, is voor het projectgebied een toekomstige maaiveldhoogte van ten minste NAP -0,9 m of hoger benodigd. De huidige maaiveldhoogte van het plangebied varieert tussen ca. NAP -1,0 m en NAP -0,7 m, waarmee hier ten dele aan wordt voldaan. Door klimaatverandering en toenemende neerslag, wordt een stijging van de grondwaterstanden verwacht. Een maaiveldhoogte hoger dan NAP -0,9 m, zorgt voor grotere ontwatering, wat ten goede kan komen aan de groei van bomen en is bovenal klimaatadaptiever. De volgende afkortingen en statistische analyses worden gehanteerd:  GLG = gemiddeld laagste grondwaterstand ( 6,25 % van de tijd onderschrijding)  GG = gemiddelde grondwaterstand  GHG = gemiddeld hoogste grondwaterstand (93,75 % van de tijd onderschrijding)

Tabel 3-1. Grondwaterstatistieken peilbuizen Lodewijk van Deysselbuurt [11].

Locatie D03008 D03077

GG [m NAP] -1,94 -1,95

GHG GLG [m NAP] [m NAP] -1,77 -2,08 -1,83 -2,07

17

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 18 van 24

Figuur 3-3 Overzicht grondwatermetingen rondom plangebied. Weergegeven is de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) in m NAP.

3.3.3 Ondergrondse constructies De investeringsnota voorziet in de mogelijkheid (half) verdiept te bouwen. Deze nieuwe ontwikkelingen mogen geen negatieve invloed hebben op het grondwatersysteem. In algemene zin geldt dat indien kelders en parkeergarages dieper dan de hoogste grondwaterstand worden aangelegd, ze de grondwaterstroming gedeeltelijk kunnen blokkeren en indien een kelder tot op de onderkant van het freatische pakket rijkt, de grondwaterstroming volledig wordt geblokkeerd. Voor alle ondergrondse kelderconstructies geldt dat ze grondwaterneutraal dienen te worden uitgevoerd, conform het paraplubestemmingsplan grondwaterneutrale kelders Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. Grondwaterneutraal wordt als volgt gedefinieerd: Het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast. Dat betekent dat indien de kelder grondwaterstroming blokkeert, er mitigerende maatregelen genomen dienen te worden. Bijvoorbeeld in de vorm van grondverbetering rondom of onder de kelder, die aansluit op de antropogene ophooglaag.

Voor kelders met een vloeroppervlak groter dan 300 m2 of met een bouwdiepte van meer dan 4 m, geldt dat op basis van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat het bouwplan grondwaterneutraal is, conform bovengenoemde definitie.

18

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 19 van 24

3.3.4 Aandachtspunten grondwater Om te voldoen aan de grondwaternorm van 0,9 m ontwatering ten opzichte van de GHG, is een maaiveldhoogte benodigd van minimaal NAP -0,9 m. Een hoger bouwpeil dan NAP-0,9 m zorgt tevens voor een robuustere klimaatadaptieve omgeving, zie ook paragraaf 0

19

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 20 van 24

Hemelwater. Indien sprake is van rioolvervanging dient er rekening mee te worden gehouden dat oude (te verwijderen) riolering mogelijk lek is en dus drainerend werkt. Indien vervanging kan leiden tot grondwaterstijging moet in samenspraak met de rioolbeheerder (Waternet) worden onderzocht of compensatie door de aanleg van drainage noodzakelijk is.

20

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Thomas à Kempislocatie

Versie 1 10-11-2021 2021-1000250 Pagina 21 van 24

3.4 Hemelwater 3.4.1 Hemelwaterafvoer via riolering De gemeente Amsterdam is verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van stedelijk afvalwater en hemelwater. Hemelwaterafvoer in het gebied is via een gescheiden stelsel geregeld, bestaande uit DWA (droogweerafvoer) en HWA (hemelwaterafvoer). Er komt geen gemengd stelsel meer voor in het gebied.

3.4.2 Rainproof doelstellingen Conform de doelstellingen van Amsterdam Rainproof [12] en het GRP 2016-2021 [9] wordt voor het plangebied geadviseerd bij de herontwikkeling het maaiveld zodanig te ontwerpen zodat een bui van 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te veroorzaken. Hierbij dient conform het GRP 2016-2021 circa 20 mm in 1 uur verwerkt te worden door de riolering (bui 8) en de andere 40 mm in de openbare en particuliere ruimte. Deze ambitie wordt, naar verwachting, met ingang van het omgevingsprogramma riolering (ORP 2022-2027) opgeschroefd naar 70 mm in 1 uur. Aanname is daarnaast dat meer dan 200 mm accumulatie van water op straat tot gevolg heeft dat de wegen slecht begaanbaar zijn voor nood-/hulpdiensten. Voor verwerking van hemelwater geldt conform de NBW de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen, afvoeren’, die moet worden gevolgd bij de aanpak van wateroverlast in een watersysteem. Vertraagt afvoeren van hemelwater ontlast afvoerbuizen (HWA) en het oppervlaktewatersysteem tijdens piekbuien. Hemelwater kan tijdelijk geborgen worden op daken, in tuinen en parken, oeverzones en binnen het straatprofiel. Op deze manier wordt bijgedragen in het verder terug dringen van de kans op wateroverlast op- en direct rondom het plangebied bij hevige neerslag.

Voor het vergroten van de mogelijkheden om water vast te houden in de bodem en het oppervlaktewater is het gewenst om zoveel mogelijk oppervlak onverhard te laten, waterdoorlatende of waterbergende verharding toe te passen en overtollige verharding te verwijderen. Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater, grondwater en de waterbodem tegen te gaan, dienen de richtlijnen en wetten te worden gevolgd, waarin onder andere het gebruik van uitlogende materialen (PAK, lood, zink en koper) voorkomen dient te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11344400/1