22. Rapportage inventariserend onderzoek duomix paden v5.0 incl. bijlagen
Tekst van het document
Ptolemaeuslaan 40 3528 BP Utrecht T +31 88 99 04 800
INVENTARISEREND BODEM- EN VERHARDINGSONDERZOEK DUO-MIX PADEN Amsterdamse Bos te Amsterdam en Amstelveen
Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 27 mei 2025
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
RPS advies- en ingenieursbureau bv
Contactpersoon
Mevrouw F. van der Pol
Projectnummer
633-ADV250211.017
Adres
Postbus 1104
Kenmerk
633-ADV250211.017-R25-701
1000 BC AMSTERDAM
Datum
27 mei 2025
Versie
5.0
Projectleider: Adviseur/auteur: Controleur:
Chris Stuij K. Stegeman-Bakema J. Hartman
In verband met digitale verwerking van deze rapportage ontbreekt de handtekening. Dit rapport is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 2 van 33
RPS advies- en ingenieursbureau bv in Utrecht RPS besteedt veel aandacht aan de uitvoering van zijn werkzaamheden en is hiervoor gecertificeerd volgens:
• • • •
NEN-EN-ISO 9001:2015 en ISO 14001:2015
2001 + 2002
VGM Checklist Aannemers (VCA**) BRL SIKB 1000 (Monsterneming voor partijkeuringen grond; protocol 1001) BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek; protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018)
•
BRL SIKB 6000 (Beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding en evaluatie (water)bodemsanering; protocollen 6001 en 6003)
RPS advies- en ingenieursbureau bv is een onafhankelijk adviesbureau. Uitbesteding van werkzaamheden en/of analyses vindt plaats bij gecertificeerde en/of geaccrediteerde bedrijven (ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 RvA-Testen en BRL SIKB 1000, 2000, 6000).
RPS is onafhankelijk en heeft, naast de relatie opdrachtgever - opdrachtnemer, geen enkele relatie met de opdrachtgever. Wij zijn door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen als erkend monsternemer. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de monsterneming en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Dit bodemonderzoek is een momentopname. Een bodemonderzoek heeft over het algemeen een geldigheid van twee tot vijf jaar. De exacte geldigheidstermijn is afhankelijk van het bevoegd gezag dat het onderzoek beoordeelt. rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 3 van 33
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ................................................................................................................................... 6 Algemeen ..................................................................................................................................... 6 Aanleiding ..................................................................................................................................... 6 Doelstelling ................................................................................................................................... 6 Toegepaste normen ..................................................................................................................... 6 Achtergrondinformatie Duo-mix ................................................................................................... 7 RIVM onderzoek vanadium in fietspaden Drenthe ...................................................................... 7 Opbouw rapportage...................................................................................................................... 8
2
ONDERZOEKSINFORMATIE ..................................................................................................... 9 Ligging Duo-mix paden ................................................................................................................ 9 Wijze van aanleg in het Amsterdamse Bos ............................................................................... 10 Achtergrondwaarden bodemkwaliteitskaart en grondwater ....................................................... 11 Historie Amsterdamse Bos en aanleg paden ............................................................................. 11 Voorgaande onderzoeken .......................................................................................................... 13 Conclusie vooronderzoek en onderzoekshypothese ................................................................. 14
3
ONDERZOEKSINSPANNING ................................................................................................... 16 Onderzoeksinspanning algemeen .............................................................................................. 16 Onderzoeksstrategie en uitgangspunten paden ........................................................................ 17 Onderzoeksstrategie en uitgangspunten bermen ...................................................................... 18
4
UITGEVOERD VELDWERK ...................................................................................................... 20 Veldwerk ..................................................................................................................................... 20 Lokale bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ................................................................. 21 Meetresultaten grondwatermonsters .......................................................................................... 22
5
RESULTATEN ONDERZOEK PADEN ..................................................................................... 23 Samenstelling analysemonsters ................................................................................................ 23 Toetsing ...................................................................................................................................... 24 Toetsingsresultaten paden ......................................................................................................... 25
6
RESULTATEN ONDERZOEK BERMEN .................................................................................. 26 Samenstelling analysemonsters ................................................................................................ 26 Toetsingsresultaten grondwatermonsters .................................................................................. 26 Toetsingsresultaten .................................................................................................................... 27 Sanscrit toetsing ......................................................................................................................... 27
7
INTERPRETATIE ....................................................................................................................... 28 Interpretatie van de resultaten pad 2018 ................................................................................... 28 Interpretatie van de resultaten pad 2022 ................................................................................... 28 Interpretatie van pad 2023 ......................................................................................................... 29 Vergelijking met voorgaand onderzoek ...................................................................................... 29 Resume ...................................................................................................................................... 30
8
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................... 31 Conclusie onderzoek .................................................................................................................. 31 Conclusie risico’s ........................................................................................................................ 32 Toetsing hypothese .................................................................................................................... 33 Aanbevelingen ............................................................................................................................ 33
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 4 van 33
BIJLAGEN 1.A 1.B 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Overzichtskaart met Duomixpaden Situatietekeningen met weergave boorlocaties Boorprofielen Toetsingskader Analysecertificaten Getoetste analyseresultaten Foto’s van de onderzoekslocaties Sanscrit toetsingen Milieuverklaring Duo-mix
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 5 van 33
1
INLEIDING Algemeen
Dit rapport behandelt het inventariserend bodem- en verhardingsonderzoek dat RPS advies- en ingenieursbureau bv (RPS) heeft verricht in opdracht van de gemeente Amsterdam, de onderzoeksopzet is afgestemd met opdrachtgever en bevoegd gezag. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van diverse paden in het Amsterdamse Bos in Amsterdam en Amstelveen en staat bij RPS geregistreerd onder nummer 633ADV250211.017.
Aanleiding Aanleiding voor het inventariserend onderzoek zijn de recente zorgen over de mogelijk nadelige effecten van Duo-mix op de bodem waar het is toegepast. Deze zorgen komen voort uit een situatie in Den Haag waarbij losse Duo-mix is toegepast ter plaatse van een jeu de boules baan. Hierdoor zijn er vragen ontstaan of er sprake is van eventuele risico’s voor bezoekers van het Amsterdamse Bos. Van de in het Amsterdamse Bos toegepaste Duo-mix is wel een milieuverklaring beschikbaar. Hierin staat dat de partij voldoet aan de Rbk en dat er een geringe hoeveelheid kalk in zit. Het betreft echter geen specifieke keuring. Dit onderzoek is ingesteld omdat er geen gegevens bekend zijn van het uitlooggedrag richting de bodem en het onbekend is wat de invloed hiervan is op de bodemgesteldheid ter plaatse van de paden en de directe omgeving. Het onderzoek heeft zich gericht op het uitlooggedrag en is gericht op eventuele afvoer, waardoor er geen samenstellingsonderzoek heeft plaatsgevonden.
Doelstelling Het doel van het inventariserend onderzoek is drieledig: • Nagaan of het materiaal uitloogt. • Nagaan of dit uitlooggedrag milieuhygiënisch gezien een nadelige invloed heeft op de bodemkwaliteit van de ontvangende bodem en de direct naastgelegen bermen als gevolg van uitspoeling en eventuele vermenging. • Vaststellen of er eventuele risico’s voor de volksgezondheid zijn te verwachten.
Toegepaste normen Dit onderzoek betreft maatwerk en past daardoor niet exact binnen de kaders van de voorgeschreven NENnormen. De paden zijn onderzocht aan de hand van de NEN 5740:2023, Bodem-Landbodem- Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek- onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. De bermen langs de paden zijn onderzocht aan de hand van een in-situ partijkeuring volgens de AP04methode. Het AP04 onderzoek bestaat uit een specifiek onderzoek ter bepaling van hergebruik. Dit onderzoek wordt normaliter uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL1000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB proces-certificaat bij monsterneming voor partijkeuringen en conform en het daarbij behorende protocol BRL1001 ‘monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie’. Omdat onderhavig onderzoek een inventariserend onderzoek betreft en er niet conform de bovengenoemde BRL1001 is uitgevoerd, zijn de resultaten niet te gebruiken voor afvoer van grond.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 6 van 33
Om een kader te hebben voor het uit te voeren onderzoek is voorafgaand aan het onderzoek in samenwerking met de gemeente Amsterdam een projectvoorstel geschreven (Projectvoorstel Duo-mix paden Amsterdamse Bos in Amsterdam en Amstelveen, 633-ADV250211.017-R25-280, d.d. 6 maart 2025). De informatie uit dit betreffende voorstel is in de volgende hoofdstukken verwerkt. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL 2000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB proces-certificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). En de daarbij horende protocollen 2001 en 2002.
Achtergrondinformatie Duo-mix Hoogovenslakken en LD-staalslakken zijn een restproduct dat vrijkomt bij de productie van ruwijzer. Dit materiaal werd in het verleden veel gebruikt als bouwstof voor fundaties onder verhardingen of de aanleg van dijken en geluidswallen. Na het in werking treden van het bouwstoffenbesluit in 1999 dient bij het toepassen van deze materialen rekening te worden gehouden met de eigenschappen van het materiaal. Wanneer de staalslakken in contact komen met water (regenwater of grondwater), kan het aanwezige vrije kalk met CO2 in het water gaan reageren. Dit leidt tot de vorming van calciumcarbonaat (CaCO 3). Als gevolg van het verwijderen van CO2 uit het water zal de pH waarde in het water stijgen. In de bouwstof zal de pH waarde dalen. Hierdoor kunnen er schadelijke stoffen vrijkomen die vervolgens met dit water de bodem in kunnen spoelen (uitlogen). Het uitlooggedrag van zware metalen is sterk afhankelijk van de zuurgraad. Een hoge pH (lage zuurgraad) kan daarom het uitlogen van zware metalen bevorderen. Bij staalslakken/Duo-mix is sprake van een initiële hoge pH en dus een lage zuurgraad. Na verloop van tijd zal de pH zakken (Carbonatatie) waardoor de kans op uitloging afneemt. Duo-mix bestaat uit circa 85% gebroken LD staalslak en circa 15% gegranuleerd hoogovenslak. Duo-mix is qua verharding een goed alternatief voor gebroken puin.
Het materiaal is een vrij toepasbare stof die (in theorie) niet uitloogt. Het materiaal is conform de BRL9345 gecertificeerd. Hoewel de Duo-mix onder milieuverklaring is geleverd, zijn er twijfels ontstaan over het uitlooggedrag van Duo-mix. Naar aanleiding hiervan is in opdracht van Staatsbosbeheer door het RIVM in 2019 een onderzoek uitgevoerd naar de risico’s van het toepassen van Duo-mix. De samenvatting van dit onderzoek is in onderstaande paragraaf weergegeven. De geleverde milieuverklaring van de Duo-mix is in bijlage 8 toegevoegd.
RIVM onderzoek vanadium in fietspaden Drenthe Door het RIVM is in 2019 een publicatie uitgegeven (RIVM briefrapport, kenmerk; 2019-0012, uitgave 2019). Dit betrof een Risicobeoordeling van vanadium in en onder fietspaden in Drenthe. Het RIVM stelt dat het in de bodem aanwezige vanadium geen gezondheidsrisico’s veroorzaakt voor mensen die fietspaden gebruiken of in de nabijheid ervan recreëren. Hetzelfde geldt voor grotere (huis)dieren, vogels en drinkwaterwinningen in het gebied. Opgemerkt wordt dat er geen risicobeoordeling is gedaan voor de gezondheidseffecten als gevolg van vanadium in de Duo-mix zelf. De risicobeoordeling is uitgevoerd naar aanleiding van onderhoudswerkzaamheden aan de fietspaden. Bij Staatsbosbeheer is de wens ontstaan het verstevigende bouwmateriaal, zogeheten halfverhardingen,te vervangen door een product dat langer meegaat. Om te kunnen afwegen of het materiaal kan worden hergebruikt of moet worden afgevoerd, zijn keuringsonderzoeken uitgevoerd. rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 7 van 33
Het materiaal, de onderliggende bodem en het grondwater zijn vervolgens beoordeeld op de gezondheidsrisico’s (voor recreanten en werknemers), de risico’s voor planten en dieren, het risico dat het metaal zich verspreidt naar de bodem en het grondwater, en de risico’s voor drinkwaterwinning in het gebied. Uit de beoordeling blijkt echter wel dat het metaal processen kan verstoren die nodig zijn voor een gezonde bodem zoals de afbraak van organisch materiaal. De effecten zullen gezien de lange smalle vorm van de paden gering zijn. Het RIVM verwacht niet dat het vanadium zich op korte termijn in de nabije omgeving van de fietspaden naar de bodem en het grondwater zal verspreiden. De concentraties die in het grondwater zijn gemeten, liggen onder de risicogrens voor grondwater en zijn in lijn met concentraties die van nature in Noord-Nederland kunnen worden aangetroffen. Wel blijkt uit het onderzoek dat de grenswaarden voor de maximale concentratie die uit het bouwmateriaal mag vrijkomen worden overschreden. Hierdoor is vanadium als gevolg van uitloging in de bodem terechtgekomen. Op basis van dit onderzoek is het niet uit te sluiten dat Duo-mix kan uitlogen naar onderliggende bodem. Voetnoot: Risicobeoordeling vanadium in en onder fietspaden Drenthe, RIVM briefrapport 2019-0012, uitgave 2019
Opbouw rapportage •
• • • • •
In hoofdstuk 2 is een beeld gegeven van de onderzoekslocatie. Aspecten als ligging, terreininrichting, grondgebruik en (voormalige) bodembelastende activiteiten zijn hierbij toegelicht. In dit hoofdstuk is ook de onderzoekshypothese vastgesteld. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksstrategie. Hierin is een toelichting gegeven op het uit te voeren veldonderzoek, de wijze van monstername en laboratoriumonderzoek. Het uitgevoerde veldwerk is in hoofdstuk 4 beschreven. De bodemopbouw, grondwaterstanden en zintuiglijke waarnemingen zijn in dit hoofdstuk behandeld. De resultaten van het onderzoek ter plaatse van de paden zijn weergegeven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 zijn de resultaten ter plaatse van de bermen weergegeven. In hoofdstuk 7 zijn conclusies getrokken naar aanleiding van het veld- en laboratoriumonderzoek en zijn aanbevelingen gedaan.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 8 van 33
2
ONDERZOEKSINFORMATIE Ligging Duo-mix paden
Binnen het gehele Amsterdamse Bos zijn in de periode tussen 2018 en 2023 diverse paden verhard met het materiaal Duo-mix. In onderstaande figuur zijn de met Duo-mix verharde paden in het rood weergegeven.
Figuur 2.1: met Duo-mix aangelegde paden (rood)
In het noorden van het Amsterdamse Bos zijn ten noorden van de Bosbaan twee paden aangelegd met kslocatie Duo-mix. Deze paden zijn beide aangelegd in 2022. In het middelste deel van het park komen meerdere paden met Duo-mix voor. De meeste paden zijn aangelegd in 2023. Uitzondering hierop zijn twee paden aan de zuidoostzijde, die zijn aangelegd in 2021. Aan de zuidwestzijde is één pad dat is aangelegd in 2018. Ten zuiden van de A9 komen uitsluitend paden voor met een aanlegdatum van 2022. In bijlage 1A is een overzicht gegeven van alle paden en de aanlegjaren.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 9 van 33
Wijze van aanleg in het Amsterdamse Bos Uit navraag bij de gemeente Amsterdam blijkt dat de paden in het Amsterdamse Bos zijn aangelegd in een cunet met behulp van een asfaltverspreidingsmachine. Hierdoor wordt het materiaal verdicht (tot 80%). Na de aanleg wordt het pad verder verdicht met een wals. Hierna moet de verharding zogezegd ‘rijpen’. De nog op het maaiveld gelegen fijne fractie wordt door regen verder het pad in gespoeld waardoor het pad nog verder inklinkt. Het pad wordt na aanleg afgestrooid met split/basalt. Het uiteindelijke pad heeft een zeer vaste structuur dat naar verwachting vergelijkbaar is met een vaste bouwstof. Ter illustratie zijn in figuur 2.2 foto’s weergegeven van de aanlegwijze. De foto’s geven de aanleg van een andersoortig pad dan Duo-mix weer, maar de manier van aanleggen is wel hetzelfde.
Aanleg in een cunet met een verspreidingsmachine (geen Duo-mix)
Aangelegd pad (geen Duo-mix)
Afgewalst en afgewerkte berm (geen Duo-mix)
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 10 van 33
Duo-mix pad Close up van Duo-mix pad afgewerkt met split Figuur 2.2: aanleg van Duo-mix paden (Bron: gemeente Amsterdam)
Achtergrondwaarden bodemkwaliteitskaart en grondwater Het Amsterdamse Bos is gelegen in de gemeente Amstelveen. De gemeente Amstelveen beschikt over een Beleidskader bodem onder de Omgevingswet (Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, 1 januari 2024). Hierin zijn de statistische kengetallen opgenomen die in het gebied voorkomen. De onderzoekslocatie bevindt zich in zone 1. In de boven- en ondergrond is de verwachte bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde. In opdracht van de gemeente Amsterdam is in het kader van de waterhuishouding in het Amsterdamse Bos een monitoringsonderzoek uitgevoerd (Waterhuishouding Amsterdamse Bos, Stantec, kenmerk 327101152.r01, d.d. 28 augustus 2024). Deze geeft onder andere inzicht in de zuurgraad van het grondwater. De gemiddelde pH in dit gebied heeft een neutraal niveau van rond de 7,0.
Historie Amsterdamse Bos en aanleg paden De aanleg van het Amsterdamse Bos is gestart in de jaren ‘30. Uit navraag bij het stadsarchief van de gemeente Amsterdam blijkt dat er tekeningen beschikbaar zijn van de oorspronkelijke aanleg van de wandelpaden. Op de ter beschikking gestelde afbeelding uit 1938 zijn de wandelpaden te zien aan de zuidwestzijde van het Amsterdamse Bos. Ter vergelijking is een afbeelding uit 2025 ernaast geprojecteerd. Geconcludeerd mag worden dat de plaats van de wandelpaden sinds de aanleg nagenoeg niet is veranderd.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 11 van 33
Amsterdamse Bos zuidwestzijde (1938)
Amsterdamse Bos zuidwestzijde (2025)
Bron:stadsarchief Amsterdam Bron: data.amsterdam.nl Figuur 2.3: afbeeldingen van padenstructuur Amsterdamse Bos
In het stadsarchief is ook informatie over de aanleg van de wandelpaden zelf aanwezig. Er is een verschil tussen wandelpaden en wandelpaden met een lichtere verharding. De wandelpaden bestonden uit een cunet van 10 cm zand met daarbovenop een puinlaag van 8 cm, ingewassen met zand. Het pad werd afgedekt met kalkpuin van 2 cm dik. De paden met een lichtere constructie bestonden uit een zandcunet van 10 cm dik en een puinlaag van 10 cm, ingewassen met leemzand. De paden werden afgedekt met ‘cold chon’ en witte schelpen. Het materiaal ‘cold chon’ is vermoedelijk een soort bitumenlaag.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 12 van 33
In onderstaande afbeelding is dit weergegeven.
Figuur 2.4: afbeelding oorspronkelijke aanleg wandelpaden Amsterdamse Bos (bron: Stadsarchief Amsterdam)
Voorgaande onderzoeken Binnen het Amsterdamse Bos zijn vele bodemonderzoeken bekend. In het kader van het inventariserend onderzoek zijn hieronder uitsluitend de verhardingsonderzoeken besproken die betrekking hebben op de paden die in het inventariserend onderzoek zijn onderzocht. Dat betreffen drie paden die elk in een ander jaar zijn aangelegd, te weten 2018, 2022 en 2023. -Verhardings- en verkennend bodemonderzoek het Amsterdamse Bos te Amstelveen (ruimte voor de natuur fase 2), RSK, kenmerk 517747.001(00), d.d. 18 augustus 2021Dit onderzoek is uitgevoerd in het Amsterdamse Bos ten zuiden van de A9. Aanleiding is de voorgenomen reconstructie van de aanwezige paden. Uit dit onderzoek blijkt dat de paden verhard zijn met asfalt of een halfverharding. Het asfalt is deels teerhoudend en deels teervrij. De fundering en halfverharding zijn onderzocht op asbest, samenstelling en uitloging (15 metalen en 4 anionen). Hieruit blijkt dat de fundatie of halfverharding plaatselijk asbesthoudend is. De fundatie is plaatselijk niet toepasbaar op samenstelling. Op basis van uitloging zijn geen overschrijdingen geconstateerd. De grond is plaatselijk matig tot sterk verontreinigd met zware metalen (koper, lood, nikkel, zink) en PAK. Ten behoeve van de aanleg van het Duo-mixpad dat in 2022 is aangelegd, zijn destijds boringen F49 t/m F55 geplaatst in het pad dat destijds aanwezig was.
De verharding van het pad bestond destijds uit AVIslakken met een bijmenging van baksteen en aardewerk en zand. De fundering bestond destijds uit metselpuin met aardewerk.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 13 van 33
Uit het onderzoek bleek dat de AVI-slakken en het metselpuin toepasbaar waren op basis van samenstelling en uitloging. De onderzochte monsters afkomstig van dit pad (AVI-slakken en metselpuin) waren niet asbesthoudend. De onderliggende bodem was altijd toepasbaar. - Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en verhardingsonderzoek, aanvullend bodem- en nader asbestonderzoek te plaatse van het Amsterdamse Bos Amstelveen (ruimte voor natuur fase 3), IDDS, kenmerk A1580/JHA/rap1.2, d.d. 26 april 2022Dit onderzoek heeft betrekking op het noordelijke deel van het Amsterdamse Bos en bestaat uit een groot aantal paden. Uit het bodemonderzoek blijkt dat een aantal paden sterk verontreinigd zijn met zware metalen, PAK en/of minerale olie. Plaatselijk is asbest in de grond aangetroffen boven de interventiewaarde. De fundatie onder de paden bestaat afwisselend uit baksteen, metselpuin, grind, asfalt, beton, kolengruis, glas, slakken en aardewerk. Het funderingsmateriaal is plaatselijk asbesthoudend. Het funderingsonderzoek is op basis van samenstelling en/of uitloging (15 metalen en 4 anionen) plaatselijk niet toepasbaar. Ten behoeve van de aanleg van Duo-mix pad 2023 zijn boringen 418 t/m 422 geplaatst. Hier bestond de verharding uit een halfverharding (brokken baksteen, asfalt, schelpen, grind, brokken slakken).
De daaronder gelegen bodem bestond uit klei met plaatselijk een laagje zand met sporen baksteen. De fundatie ter plaatse van dit pad was niet asbesthoudend. Het funderingsmateriaal is destijds onderzocht op samenstelling en uitloging. Het mengmonster waar monsters afkomstig van boringen 418 en 419 in zitten is niet toepasbaar op basis van emissiewaarden als gevolg van uitloging van vanadium. Het materiaal is wel toepasbaar op basis van samenstelling (maximale samenstellingswaarden worden niet overschreden). Het mengmonster waar boringen 420, 421 en 422 in zitten is niet toepasbaar op basis van verhoogde samenstellingswaarden voor PAK en chryseen (maximale emissiewaarden worden niet overschreden). De grond onder de fundering voldoet variërend aan klasse wonen, industrie en altijd toepasbaar. Opgemerkt wordt dat de locatie van het pad dat in 2018 is aangelegd, niet voor de aanleg is onderzocht. De relevante boorpunten van bovenstaande onderzoeken zijn opgenomen in de tekening van bijlage 1B.
Conclusie vooronderzoek en onderzoekshypothese Binnen het Amsterdamse Bos zijn meerdere paden aangelegd met het materiaal Duo-mix. Hierbij is één pad aangelegd in 2018 en zijn enkele paden in 2020-2021 aangelegd. De meeste paden zijn echter aangelegd in 2022 en 2023. Voorafgaand aan deze aanleg zijn diverse paden in het Amsterdamse Bos onderzocht in 2021 en 2022 (in het kader van ruimte voor natuur). Deze zijn beschreven in paragraaf 2.5. De fundatie ter plaatse van de in dit onderzoek onderzochte pad uit 2022 is niet verontreinigd op basis van samenstelling en uitloging. De grond onder de fundatie is niet verontreinigd. De fundatie bij pad 2023 is gedeeltelijk niet toepasbaar op basis van samenstelling of uitloging. De grond onder de fundatie voldoet aan klasse wonen, industrie of altijd toepasbaar. Er zijn geen onderzoeksgegevens bekend van fundatie of grond ter plaatse van het in dit onderzoek onderzochte pad uit 2018.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 14 van 33
Het is niet bekend of voorafgaand aan de aanleg van de Duo-mix de bestaande verharding en/of de al dan niet toepasbare fundatie is verwijderd. In het onderzoeksvoorstel is daarom als uitgangspunt aangenomen dat de Duo-mix op zand is aangelegd. Duo-mix is onder een milieuverklaring afgegeven als niet vormgegeven bouwstof. Het materiaal is deels als een vaste bouwstof toegepast en bestaat uit hoogovenslakken en LD-staalslakken. In bijlage 8 is een milieuverklaring opgenomen. Op basis van het bodemonderzoek van het RIVM dat is uitgevoerd ter plaatse van fietspaden in Drenthe blijkt dat het toepassen van Duo-mix kan leiden tot uitloging van vanadium naar de onderliggende bodem. Het is daarom niet uit te sluiten dat door toepassing van Duo-mix op de paden in het Amsterdamse Bos er ook sprake kan zijn van uitloging naar de onderliggende en/of naastliggende bodem. De Duo-mix is verdacht op uitlogen van zware metalen. De fundatie wordt door de aanwezigheid van Duo-mix mogelijk negatief beïnvloed. De bodem (grond en grondwater) onder het pad en de beide bermen zijn daarom verdacht op het voorkomen van zware metalen (met name vanadium) en mogelijk een hoge pH. een negatieve invloed van de Duo-mix Omdat de meeste paden in 2022 en 2023 zijn aangelegd, gaat de onderzoeksinspanning hier naar uit. Om het verloop van eventuele uitloging te kunnen vaststellen is het pad uit 2018 ook onderzocht.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 15 van 33
3
ONDERZOEKSINSPANNING Onderzoeksinspanning algemeen
In samenspraak met de gemeente Amsterdam en de Omgevingsdienst NZKG is een onderzoeksinspanning op maat vastgesteld. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: • Omdat in de jaren 2022 en 2023 de meeste paden zijn aangelegd, dienen paden uit deze jaren sowieso te worden onderzocht. • Om na te gaan of er qua chemische bodemkwaliteit significant verschil is waar te nemen tussen de verschillende aanlegjaren, is het pad met de oudste aanlegdatum (2018) meegenomen in dit onderzoek. • De te onderzoeken paden dienen verdeeld te zijn over het gehele Amsterdamse Bos (ten noorden en ten zuiden van de A9 (deelgebieden 2 en 3). • De onderzoeksinspanning voor elk pad is opgedeeld in twee onderdelen: het pad met de onderliggende bodem en de aangrenzende bermen, waarvoor afzonderlijke onderzoeksstrategieën zijn gedefinieerd. • Bij elk pad dient ook het grondwater te worden onderzocht. • Om na te gaan of de eventueel aangetroffen verontreiniging te relateren is aan het pad, dient een referentieboring te worden geplaatst op enige afstand van het pad. Pad Het onderzoek in het pad en de onderliggende bodem wordt uitgevoerd aan de hand van de NEN 5740:2023, Bodem-Landbodem- Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek- onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond.
Het onderzoek is gebaseerd op de hypothese ‘verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming’ voor een lijnvormige locatie (VED-HE-L). Hierbij wordt maximaal een lengte van 500 meter onderzocht en zal om de 50 meter een boring worden geplaatst tot een diepte van circa 10 cm onder de verharding. Verwacht wordt dat de Duo-mix een dikte heeft van 10 cm waardoor de boring in het pad een maximale diepte heeft van 20 cm. Bermen Het onderzoek in de bermen wordt uitgevoerd aan de hand van de AP04-methode. Bij een In-situ onderzoek conform AP04 worden minimaal 100 grepen van de te onderzoeken partij genomen. Omdat het een inventariserend onderzoek is, kan de intensiteit van het onderzoek worden bijgesteld naar 50 grepen per strook. Hiermee wordt een representatief beeld gevormd van de kwaliteit van de bermstroken. Langs beide zijden van het pad worden drie stroken onderzocht: • Strook 1: 0-25 cm afstand van het pad. • Strook 2: 25-50 cm afstand van het pad. • Strook 3: 50-75 cm afstand van het pad. Per strook wordt maximaal 100 meter onderzocht waarbinnen 50 grepen worden verzameld in één mengmonster. In onderstaande afbeelding (volgende pagina) wordt dit inzichtelijk gemaakt.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 16 van 33
Figuur 3.1: voorbeeld van onderzoeksraai en grondwateronderzoek
De paden/secties zijn in de onderstaande tabel en in de rest van het rapport genummerd op basis van hun aanlegjaar. In bijlage 1B zijn de geselecteerde paden/secties op de tekening weergegeven. Tabel 3.1: overzicht geselecteerde secties aanlegjaar
sectie
aantal paden
lengte in meters
2018
ten noorden van de A9
1
Max. 500
2022
ten zuiden van de A9
1
Max. 500
2023
ten noorden van de A9
1
Max. 500
Onderzoeksstrategie en uitgangspunten paden Ter plaatse van de drie paden wordt om de 50 meter een (machinale) boring geplaatst. Verwacht wordt dat de laag Duo-mix maximaal 10 cm dik is. Bij een lengte van 500 meter worden dan tien boringen geplaatst. De onderliggende bodem zal tot maximaal 0,1 m onder de verhardingslaag (traject 2 uit tabel 3.2) worden bemonsterd. Om eventueel uitlooggedrag vast te kunnen stellen, wordt van de onderliggende bodem een monster genomen. Als uitgangspunt voor dit onderzoek wordt aangenomen dat de laag Duo-mix is aangelegd op zand. Verwacht wordt dat de fundatie van de eerdere paden is verwijderd. Voor het onderzoek van de paden is de volgende monsterverdeling gemaakt. De onderverdeling is in onderstaande figuur weergegeven. Tabel 3.2: overzicht onderzoekstrajecten nummer traject
te onderzoeken trajecten
Traject 1
0,0 - 0,1 m -mv Duo-mix
Traject 2
0,1 - 0,2 m -mv onder verharding
Figuur 3.2: fictief boorprofiel met monstername dieptes
Alle mengmonsters (verharding en grond) worden onderzocht op de parameters (15 metalen en 4 anionen). rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 17 van 33
Opgemerkt wordt dat de analyses van de Duo-mix niet zijn onderzocht door middel van een kolomproef, maar met een zogeheten schudproef. Gezien het inventariserende karakter van dit onderzoek en geen keuring van een bouwstof is gekozen voor een schudproef (cascadeproef). Deze kent een analyseperiode van circa 5 werkdagen. Een kolomproef duurt minimaal 5 weken. Opgemerkt wordt dat bij een kolomproef een meer realistischer beeld wordt verkregen van het uitlooggedrag en dat bij een schudproef een beeld wordt gegeven van een worst-case-scenario. De grond wordt op dezelfde emissieparameters onderzocht als de Duo-mix. Maar deze laag wordt als grond onderzocht en niet door middel van een schudproef. Tabel 3.3: overzicht onderzoekinspanning aanlegjaar
lengte in meters aantal boringen in pad aantal analyses
Soort onderzoek*
tot ±0,2 m -mv 1x traject 1 (Duo-mix) Uitloging (15 metalen 4 anionen) 1x traject 2 Grond (15 metalen 4 anionen) 1x traject 1 (Duo-mix) Uitloging (15 metalen 4 anionen) 2022 Max 500 10 1x traject 2 Grond (15 metalen 4 anionen) 1x traject 1 (Duo-mix) Uitloging (15 metalen 4 anionen) 2023 Max 500 10 1x traject 2 Grond (15 metalen 4 anionen) 3x traject 1 (Duo-mix) totaal 1.400 m 28 3x traject 2 * zware metalen (antimoon, arseen, barium, bromide, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, seleen, tin, vanadium, zink), anionen (bromide, chloride, fluoride, sulfaat) en pH 2018
400
8
De boorlocaties in het pad worden ingemeten met behulp van gps waarbij de boorgaten weer worden hersteld met koud asfalt.
Onderzoeksstrategie en uitgangspunten bermen Per pad worden per strook 50 grepen genomen over een lengte van maximaal 100 meter. In totaal zijn er zes stroken (3 aan beide zijden). Dit komt overeen met een indicatieve bemonstering volgens het AP04 onderzoek. Per strook worden twee dieptetrajecten bemonsterd (diepte 0,0-0,1 meter- mv en 0,1-0,2 meter-mv) waarbij in eerste instantie alleen traject 1 zal worden onderzocht. Van de bermstroken worden strook 1 en strook 2 onderzocht. Strook 1: 0,0 - 0,25 meter afstand ten opzichte van de rand van het pad. Strook 2: 0,25 - 0,5 meter afstand ten opzichte van de rand van het pad. Wanneer er aanleiding toe is, worden de monsters van strook 3 (0,5 - 0,75 m) ingezet. De te bemonsteren dieptes zijn in afwijking op de NEN 5740. Gekozen is om specifiek de contactzone te onderzoeken. Dit betreft de bovenste 20 cm vanaf het maaiveld. De onderstaande trajecten worden onderzocht.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 18 van 33
Tabel 3.4: overzicht onderzoekstrajecten nummer traject
te onderzoeken trajecten
Traject 1
0,0 - 0,1 m -mv berm
Traject 2
0,1 - 0,2 m -mv berm
Figuur 3.3: fictief boorprofiel met monstername dieptes
De stroken worden ingemeten met behulp van gps. De boorgaten worden zoveel mogelijk opgevuld met de uitgekomen grond. Alle grondmengmonsters worden onderzocht op de parameters 15 metalen en 4 anionen. Naast het onderzoek in de bermen dient ook informatie te worden verkregen van het grondwater. Per pad zal één peilbuis worden geplaatst ter bemonstering van het grondwater. Eén week na plaatsing worden de peilbuizen bemonsterd. Hierbij zullen in het veld zowel de pH als het geleidingsvermogen worden bepaald. Het grondwater wordt onderzocht op 15 zware metalen en 4 anionen. Tevens zal in het laboratorium de pH worden geanalyseerd. Om te kunnen bepalen of de eventuele verontreinigingen zich beperken tot de paden, zal een referentieboring tot 0,5 m -mv in de nabije omgeving van de paden worden geplaatst. In onderstaande tabel is de onderzoeksinspanning van de bermen inclusief grondwateronderzoek en referentieboringen weergegeven. Tabel 3.5: overzicht onderzoekinspanning bermen aanlegjaar
lengte in aantal boringen meters
aantal
totaal aantal
per strook tot boringen per boringen beide
referentie-
aantal analyses*
boring
±0,2 m -mv
zijde
zijden
tot 0,5 m -mv
300
1
2018
400
50
(3 stroken) 150
2022
Max 500
50
150
300
1
2023
Max 500
50
150
300
1
analyse grondwater*
2x traject 1 strook 1 2x traject 1 strook 2 2x traject 1 strook 1 2x traject 1 strook 2 2x traject 1 strook 1 2x traject 1 strook 2 12x traject 1
1x grondwater 1x grondwater 1x grondwater
3 x grondwater totaal * zware metalen (antimoon, arseen, barium, bromide, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, seleen, tin, vanadium, zink), anionen (bromide, chloride, fluoride, sulfaat) en pH.
Het veldwerk en de bemonstering worden uitgevoerd volgens de beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 met onderliggend protocol 2001 en 2002 onder Kwalibo-erkenning. De analyses worden door een RvAgeaccrediteerd milieulaboratorium uitgevoerd conform de geldende richtlijn.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 19 van 33
4
UITGEVOERD VELDWERK Veldwerk
De boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn uitgevoerd op 12, 13, 21, 24 en 25 maart 2025 door de heer M.J. van de Vliert onder Kwalibo-erkenning (certificaat K40562). De Firma Dikkerboom heeft het machinale boorwerk verzorgd. Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn in overleg met de opdrachtgever enkele wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de onderzoeksopzet. In onderstaande paragraaf is weergegeven op welke dag werkzaamheden zijn uitgevoerd en welke wijzigingen of afwijkingen er hebben plaatsgevonden. Paden Op 12 maart is gestart met pad 2023. Tijdens de uitvoering van het onderzoek is de bovenste laag van het Duo-mix materiaal vast van structuur. Onder deze vaste laag is een laag losse Duo-mix aanwezig. Tijdens het veldwerk blijkt dat de aanname dat de Duo-mix op zand is aangelegd niet juist bleek te zijn. De Duo-mix is aangelegd op de oude fundatie dat in de voorgaande onderzoeken is waargenomen. Het veldwerk werd daardoor sterk bemoeilijkt.
Vaste Duo-mix
Losse Duo-mix
Figuur 4.1: Structuur Duo-mix
Op 13 maart 2025 is pad 2022 uitgevoerd en hierbij was ook de bovenlaag vast van structuur met daarna los materiaal. Bij dit pad was ook geen sprake van aanleg op zand. De Duo-mix is aangelegd op oude fundatie waardoor het handmatig boren werd bemoeilijkt. Boringen 09 en 10 zijn deze dag niet geplaatst. Om de beschikbare monsters van pad 2022 wel in te kunnen zetten, is besloten boringen 09 en 10 niet alsnog te plaatsen. Op 21 maart 2025 zijn de peilbuizen bij paden 2022 en 2023 geplaatst en is de referentieboring bij pad 2023 gezet. Op 24 maart 2025 zijn de boringen in pad 2018 geplaatst. Hierbij zijn vier van de geplande acht boringen geplaatst vanwege de aanwezige fundatie. Het plaatsen van een peilbuis bij pad 2018 is na herhaalde pogingen niet gelukt vanwege een lage grondwaterstand (grondwater dieper dan 3 m -mv). Op deze dag zijn ook de referentieboringen bij pad 2018 en 2022 geplaatst en is gestart met het onderzoek in de bermen.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 20 van 33
Bermen Op 13 maart 2025 zijn ter indicatie enkele boringen in de bermen geplaatst waarbij ook veel hinder werd ondervonden van de aanwezigheid van puin, dan wel zeer vaste grond met grind. Op 24 en 25 maart 2025 zijn de boringen in de bermen gerealiseerd. Vanwege het moeizame verloop van de monstername is in samenspraak met de gemeente Amsterdam besloten de intensiteit van de bermboringen te verlagen van 50 boringen per strook naar 10 boringen per strook over 100 meter. Hiermee wordt nog steeds een betrouwbaar gemiddelde van de berm verkregen (1 boring om de 10 meter), maar komt deze niet meer overeen met de meer intensieve AP04 methode. Met deze wijziging was het mogelijk om het onderzoek van de bermen ter plaatse van pad 2018 en 2022 tijdig af te ronden. Besloten is om het bermonderzoek van pad 2023 geheel te laten vervallen. Na de uitvoering van het veldwerk zijn van alle boringen de x-, y- en z-coördinaten bepaald. In onderstaande tabel (tabel 4.1) is een overzicht gegeven van de uitgevoerde boringen. Tabel 4.1: uitgevoerde boringen locatie boringen boringen in de onderzoek in de bermen paden (ongenummerd) (boornr) Pad 2018
01-08
Pad 2022
09-17
Pad 2023
18-27
referentiepeilbuisnr boring (boornr)
10 boringen per 31 strook (30 per zijde) Totaal 3 stroken 10 boringen per 32 strook (30 per zijde) Totaal drie stroken Niet onderzocht 33
opmerkingen
28 (niet geplaatst)
boringen 01, 03, 06 en 07 zijn niet geplaatst
29
boringen 09 en 10 zijn niet geplaatst
30
De bermboringen zijn niet geplaatst
Lokale bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Fundatie Ter plaatse van alle paden is onder de Duo-mix fundatie aangetroffen. Deze bestaat bij pad 2018 uit zand met een bijmenging van puin, brokken beton en (bak)steen. Ter plaatse van pad 2022 is een variatie van matig tot uiterst puinhoudend materiaal of repac met zand aangetroffen met of zonder bijmenging met slakken. De fundatie van pad 2023 is uiterst puinhoudend met een zwakke bijmenging met zand of matig zandhoudend en sterk repachoudend met brokken beton en stenen. Bodem In onderstaande tabel is een globale opbouw onder het pad en de onderzochte stroken in de bermen weergegeven.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 21 van 33
Tabel 4.2: bodemopbouw per pad locatie bodemopbouw onderzoek onder pad Pad 2018
matig grof kleiig zand
Pad 2022
zwak zandige klei
Pad 2023
matig fijn kleiig zand plaatselijk zwak zandige klei
bodemopbouw strook 1 (0,0-0,2 m -mv)
bodemopbouw strook 2 (0,0-0,2 m -mv)
bodemopbouw strook 3 (0,0-0,2 m -mv)
zwak baksteen en betonzwak baksteen en betonmatig fijn zand, matig siltig houdend, matig grind, zwak houdend, matig grind, matig of kleiig, zwak grind, zandig- en kleihoudend, Duo- zandhoudend, Duo-mixresten baksteen, betonhoudend mixresten (0,0-0,1) matig fijn zand, kleiig zwak baksteen, zwak betonhoudend (0,1-0,2) tot 0,1 m -mv sterk grindtot 0,1 m -mv matig fijn, matig tot 0,1 m -mv matig fijn, houdend matig zandhoudend siltig zand met grind met matig siltig zand met grind met daaronder een laag sterk daaronder zwak baksteenmet daaronder matig zandige klei met baksteen houdend matig zandige klei zandige, zwak grindhoudende klei niet onderzocht niet onderzocht niet onderzocht
Het freatisch grondwater ter plaatse van pad 2022 is aangetroffen op een diepte van 1,0 m -mv. Bij pad 2023 is het freatisch grondwater aangetroffen op een diepte van 1,3 m -mv. In bijlage 2 zijn de profielbeschrijvingen als boorstaten opgenomen.
Meetresultaten grondwatermonsters Tijdens de bemonstering van het grondwater op 1 april 2025 zijn het elektrisch geleidingsvermogen (EC), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater vastgesteld met behulp van een geijkte troebelheid/pH/EC-meter. De bemonstering is uitgevoerd door de heer S. Noordover van RPS onder Kwalibo-erkenning (certificaat K40562). Het EC wordt als maat gehanteerd voor de hoeveelheid opgeloste zouten in het water. In tabel 4.3 zijn de resultaten van deze metingen weergegeven. Tabel 4.3: gegevens grondwatermonsters peilbuis filterstelling (m -mv)
pH
EC (µS/cm)
troebelheid (NTU)
gws tijdens plaatsing (m -mv)
gws tijdens bemonstering(m -mv)
Pad 2023 Pad 2022
6,84 6,72
3.388 1.538
56,2 12,4
1,3 1,0
1,08 0,82
29 30
1,8-2,8 1,5-2,5
De pH worden voor de onderzoekslocatie als normale waarden beschouwd. De EC ter plaatse van pad 2023 is verhoogd evenals de NTU. De elektrische geleidbaarheid kan variëren als gevolg van droogte of neerslag en/of de aanwezigheid van (verontreinigende)stoffen). Het is niet bekend wat de oorzaak is van deze verhoogde meting. De gemeten NTU-waarde (indicatie troebelheid) is hoger dan 10. Indien verhoogde concentraties van slecht oplosbare organische parameters en zware metalen worden aangetoond, kunnen deze mede veroorzaakt zijn door in suspensie zijnde gronddeeltjes in het grondwater.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 22 van 33
5
RESULTATEN ONDERZOEK PADEN Samenstelling analysemonsters
De laboratoriumwerkzaamheden zijn vanwege de afwijkingen in het veldwerk niet uitgevoerd conform de onderzoeksopzet zoals is weergegeven in tabel 3.3 (paden). Door het aantreffen van vaste en losse lagen Duo-mix en de aanwezige fundatielaag ter plaatse van de paden is afgeweken van de onderzoeksopzet. In tabellen 5.1, 5.2 en 5.3 is het uitgevoerde laboratoriumonderzoek van de paden weergegeven. De samenstelling van de mengmonsters heeft plaatsgevonden in het laboratorium. Hierbij is rekening gehouden met de geografische indeling van de onderzoekslocatie, de bodemtypen en informatie zoals weergegeven in hoofdstuk 4. Tabel 5.1: samenstelling grond(meng)monsters pad 2018 (meng)monster boringen diepte analysepakket (cm -mv) incl. AS3000 Duomix los
02, 04, 05, 08
5-21
15 metalen en 4 anionen (uitloging), pH
Puin 1
02, 05
15-50
15 metalen en 4 anionen (uitloging), pH
Puin 2
08
15-55
15 metalen en 4 anionen (uitloging), pH
Grond 1 Grond 2 referentieboring
02, 05 04 31a
50-60 21-31 0-50
15 metalen en 4 anionen (grond), pH 15 metalen en 4 anionen (grond), pH 15 metalen en 4 anionen (grond), pH
Tabel 5.2: samenstelling grond(meng)monsters pad 2022 (meng)monster boringen diepte analysepakket (cm -mv) incl. AS3000 Duomix los
18-27
8-20
15 metalen en 4 anionen (uitloging), pH
Puin 1 Puin 2
18-20, 23, 24 21, 22, 27
11-37 13-40
15 metalen en 4 anionen (uitloging), pH 15 metalen en 4 anionen (uitloging), pH
Puin 3
25, 26
15-36
15 metalen en 4 anionen (uitloging), pH
Grond 1 Grond 2 Grond/repac 3 referentieboring
18-21, 23-26 22, 27 27 33
27-50 35-48 12-32 0-50
15 metalen en 4 anionen (grond), pH 15 metalen en 4 anionen (grond), pH 15 metalen en 4 anionen (grond), pH 15 metalen en 4 anionen (grond), pH
onderzoeksdoel bepalen kwaliteit losse duo-mix met grind bepalen kwaliteit zand, puin, beton en steenfundatie bepalen kwaliteit beton, steen, zand puin en baksteenfundatie bepalen kwaliteit zand met klei bepalen kwaliteit zand bepalen kwaliteit zand
onderzoeksdoel bepalen kwaliteit losse duo-mix met grind en puinresten bepalen kwaliteit puinfundatie bepalen kwaliteit matig puin, matig zand en matig repachoudende fundatie bepalen kwaliteit puinfundatie met resten slakken bepalen kwaliteit zand met klei bepalen kwaliteit klei zwak zandig bepalen kwaliteit grond met repac bepalen kwaliteit zand
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 23 van 33
Tabel 5.3: samenstelling grond(meng)monsters pad 2023 (meng)monster boringen diepte analysepakket (cm -mv) incl. AS3000 Duomix los
11-17
10-30
15 metalen en 4 anionen (uitloging), pH
Puin 4 Puin 5 Grond 4 Grond 5 referentieboring referentieboring
11, 12 13-17 11-14 15-17 32 32
22-45 15-47 40-57 30-50 0-20 20-50
15 metalen en 4 anionen (uitloging), pH 15 metalen en 4 anionen (uitloging), pH 15 metalen en 4 anionen (grond), pH 15 metalen en 4 anionen (grond), pH 15 metalen en 4 anionen (grond), pH 15 metalen en 4 anionen (grond), pH
onderzoeksdoel bepalen kwaliteit losse duo-mix met grind en slakken bepalen kwaliteit puinfundatie, zwak zandig bepalen kwaliteit klei matig zandig bepalen kwaliteit zand bepalen kwaliteit zand bepalen kwaliteit klkei
De analysecertificaten van de verharding, fundatie, grondmonsters zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 5 zijn de volledige toetsingen aan de geldende kwaliteitsklassen opgenomen.
Toetsing De Duo-mix en de fundatiemonsters zijn onderzocht op 15 metalen en 4 anionen (uitloging). De resultaten van de uitloogproef zijn getoetst aan de maximale emissiewaarden uit bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit 2022. De analyses van de grond zijn om een vergelijking te kunnen maken met de bovenliggende materialen eveneens onderzocht op 15 metalen en 4 anionen. Omdat in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) niet voor alle parameters een interventiewaarde is opgenomen, wordt voor deze parameter(s) de INEV-waarde aangehouden, die in de Circulaire bodemsanering 2013 zijn opgenomen. De INEV-waarde geeft het Indicatieve niveau voor ernstige verontreiniging (kortweg INEV) aan. Het gebruik van de INEV-waarden is afgestemd met de Omgevingsdienst Noordzee-kanaalgebied. Voor vanadium is de INEV-waarde vastgesteld op 250 mg/kg d.s. Voor tin is de INEV-waarde vastgesteld op 900 mg/kg d.s Deze gehalten komen overeen met het maximale gehalte van klasse industrie in het Bal. In het Bal zijn voor de anionen (fluoride, chloride, sulfaat en bromide) en seleen geen toetsingswaarden opgenomen. Voor barium geldt alleen de (voormalige) interventiewaarde van 920 mg/kg d.s. als duidelijk sprake is van verhoogde bariumgehalte ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, omdat van nature ook gehalten boven de interventiewaarde kunnen voorkomen.
Omdat bekend is dat de pH-waarde van Duo-mix hoog kan zijn, is deze voor alle analyses gemeten in het laboratorium.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 24 van 33
Toetsingsresultaten paden In onderstaande tabellen is aangegeven welke overschrijdingen ten opzichte van de Regeling bodemkwaliteit, het Bal en de circulaire bodemsanering zijn gemeten. Tevens is in de laatste kolom de pHwaarde inzichtelijk gemaakt. Tabel 5.4: resultaten paden duomix en fundatie uitloging paden (meng) gaten diepte emissie monster (cm -mv)
overschrijdende parameter(s)
pH (in eluaat)
Pad 2018
Pad 2022
Pad 2023
Duomix los 1 02, 04, 05, 08 5-21
niet toepasbaar (>EW)
vanadium
10,2
Puin 1
02, 05
15-50
toepasbaar (< EW)
-
10,8
Puin 2
08
15-55
niet toepasbaar (>EW)
vanadium
10,8
8-20
niet toepasbaar (>EW)
vanadium
11,5
Puin 1
18, 19, 20, 23, 11-37 24
niet toepasbaar (> EW)
vanadium
10,4
Puin 2
21, 22, 27
13-40
niet toepasbaar (> EW)
vanadium
11,2
Puin 3
25, 26
15-36
niet toepasbaar (> EW)
vanadium
10,4
10-30 22-45 15-47
niet toepasbaar (> EW) niet toepasbaar (> EW) niet toepasbaar (> EW)
vanadium vanadium vanadium
11,9 10,7 10,2
Duomix los 1 18-27
Duomix los 1 11-17 Puin 4 11en 12 Puin 5 13-17
EW = maximale emissiewaarde
In de geanalyseerde grond(meng)monsters zijn overschrijdingen van de kwaliteitseis voor de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ aangetoond. Omdat voor de anionen en seleen geen toetswaarden beschikbaar zijn en uit de uitlooganalyses blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van de maximale emissiewaarde, worden deze in onderstaande tabel buiten beschouwing gelaten. Er is in de Duo-mix en fundatie alleen een overschrijding met vanadium geconstateerd. Uit de resultaten blijkt dat de INEV-waarde voor tin en de (voormalige) interventiewaarde voor barium niet worden overschreden. De resultaten ten aanzien van de parameters waarvoor geen interventiewaarde beschikbaar is, beperken zich in tabel 5.5 daarom tot de toetsing van vanadium aan de INEV-waarde. Tabel 5.5: analyseresultaten grond(meng)monsters pad (meng) boring diepte Bodemkwaliteitsmonster (cm -mv) klasse
klassebepalende vanadium pH parameters overschrijding INEV (mg/kg d.s.)*
Pad 2018
Grond 1 02, 05 Grond 2 04 referentieboring 31a
50-60 Wonen 21-31 Landbouw/natuur 0-50 Industrie
lood zink
nee (70) nee (35) nee (67,1)
8,9 8,0 7,3
Pad 2022
Grond 1
27-50 Wonen
zink, tin
nee (55,4)
7,7
Grond 2
18-21, 23-26 22, 27
35-48 Industrie
7,3
Grond/repac 3
27
referentieboring 33
12-32 Sterk verontreinigd Matig verontreinigd 0-50 Industrie
nikkel en nee (111) vanadium chroom vanadium ja (1546) nikkel, vanadium nee (108)
Grond 4
40-57 Industrie
arseen, nikkel, zink, chroom, vanadium zink -
nee (146)
7,3
nee (52,5) nee (55,4) nee (72,9)
7,7 7,3 7,4
Pad 2023
11-14
Grond 5 15-17 referentieboring 32 referentieboring 32
30-50 Industrie 0-20 Landbouw/natuur 20-50 Landbouw/natuur
10,5 7,4
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 25 van 33
6
RESULTATEN ONDERZOEK BERMEN Samenstelling analysemonsters
De laboratoriumwerkzaamheden zijn vanwege de afwijkingen in het veldwerk niet uitgevoerd conform de onderzoeksopzet zoals is weergegeven in tabel en 3.5. Door het aantreffen van veel bodemvreemd materiaal in de bermen, wat tot veel vertraging leidde, is besloten niet alle bermen te onderzoeken. Gekozen is om de bermen van pad 2023 niet te onderzoeken. Daarnaast is er door een lage grondwaterstand bij pad 2018 geen grondwateronderzoek uitgevoerd. In tabellen 6.1 en 6.2 is het uitgevoerde laboratoriumonderzoek van de bermen per pad weergegeven. De samenstelling van de mengmonsters heeft plaatsgevonden in het laboratorium. Hierbij is rekening gehouden met de geografische indeling van de onderzoekslocatie, de bodemtypen en informatie zoals weergegeven in hoofdstuk 4. In tabel 6.3 zijn de specificaties voor de grondwatermonsters weergegeven. Tabel 6.1: samenstelling grond(meng)monsters bermen pad 2018 (meng)monster diepte analysepakket (m -mv) incl. AS3000
onderzoeksdoel
Strook 1 oost Strook 2 oost Strook 1 west Strook 2 west
bepalen kwaliteit strook 1 bepalen kwaliteit strook 2 bepalen kwaliteit strook 1 bepalen kwaliteit strook 2
0,0-0,1 0,0-0,1 0,0-0,1 0,0-0,1
15 metalen en 4 anionen, pH 15 metalen en 4 anionen, pH 15 metalen en 4 anionen, pH 15 metalen en 4 anionen, pH
Tabel 6.2: samenstelling grond(meng)monsters bermen pad 2022 (meng)monster diepte analysepakket (m -mv) incl. AS3000
onderzoeksdoel
Strook 1 noord Strook 2 zuid Strook 1 noord Strook 2 zuid
bepalen kwaliteit strook 1 bepalen kwaliteit strook 2 bepalen kwaliteit strook 1 bepalen kwaliteit strook 2
0,0-0,1 0,0-0,1 0,0-0,1 0,0-0,1
15 metalen en 4 anionen, pH 15 metalen en 4 anionen, pH 15 metalen en 4 anionen, pH 15 metalen en 4 anionen, pH
De analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 5 zijn de volledige toetsingen aan de geldende kwaliteitsklassen opgenomen.
Toetsingsresultaten grondwatermonsters Uit de analyseresultaten blijkt dat voor de geanalyseerde signaleringsparameters de criteria voor beoordeling grondwatersanering niet worden overschreden. In onderstaande tabel (tabel 6.3) is uitsluitend een overzicht gegeven van de pH van het grondwater. De gemeten waarden in het veld komen overeen met de pH gemeten in het laboratorium. Tabel 6.3: overzicht gemeten overschrijdingen in de grondwatermonsters locatie water boring filterstelling pH in het monster (m -mv) veld
pH laboratorium
Pad 2023
29-1-1
29
1,8-2,8
6,84
6,9
Pad 2022
30-1-1
30
1,5-2,5
6,72
6,9
De gemeten pH waarde komt overeen met het uitgevoerde monitoringsonderzoek in het Amsterdamse Bos waar een gemiddelde pH van 7,0 is gemeten.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 26 van 33
Toetsingsresultaten In de geanalyseerde grond(meng)monsters zijn overschrijdingen van de kwaliteitseis voor de bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ aangetoond. Omdat voor de anionen en seleen geen toetswaarden beschikbaar zijn en uit de uitlooganalyses blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van de maximale emissiewaarde, worden deze in onderstaande tabel buiten beschouwing gelaten. Er is in de Duo-mix en fundatie alleen een overschrijding met vanadium geconstateerd. Uit de resultaten blijkt dat de INEV-waarde voor tin en de (voormalige) interventiewaarde voor barium niet worden overschreden. De resultaten ten aanzien van de parameters waarvoor geen interventiewaarde beschikbaar is, beperken zich in tabel 6.4 daarom tot de toetsing van vanadium aan de INEV-waarde. Tabel 6.4: analyseresultaten grond(meng)monsters bermen pad (meng) diepte Bodemkwaliteitsmonster (m -mv) klasse
Pad 2018
Strook 1 oost Strook 2 oost Strook 1 west Strook 2 west
Pad 2022
Strook 1 noord Strook 2 noord
Strook 1 zuid
Strook 2 zuid
klassebepalende parameters
vanadium pH overschrijding INEV (mg/kg d.s.)*
0,0-0,1 Sterk verontreinigd Matig verontreinigd 0,0-0,1 Sterk verontreinigd Matig verontreinigd 0,0-0,1 Sterk verontreinigd Matig verontreinigd 0,0-0,1 Sterk verontreinigd Matig verontreinigd
chroom vanadium chroom vanadium chroom vanadium chroom vanadium
Ja (1.662)
7,8
Ja (2.158)
7,2
Ja (1.838)
7,6
Ja (1.838)
7,3
0,0-0,1 Matig verontreinigd Industrie 0,0-0,1 Industrie
vanadium Ja (612) koper, chroom, nikkel nikkel, zink, koper Nee (93)
7,9
Wonen vanadium 0,0-0,1 Matig verontreinigd vanadium Industrie nikkel, zink, chroom, koper 0,0-0,1 Industrie
7,2
Ja (1546)
7,8
nikkel, zink, vanadium, Nee (102) koper
7,2
*weergegeven gehalten zijn gestandaardiseerd naar standaard bodem (10% lutum en 25% organisch stof)
Sanscrit toetsing Op basis van bovenstaande resultaten blijkt dat de bermen van pad 2018 sterk verontreinigd zijn met chroom en dat voor de parameter vanadium de INEV waarde wordt overschreden bij zowel pad 2018 als pad 2022. Om te kunnen bepalen of de aangetroffen waarden een risico opleveren is bij www.risicotoolbox Bodem.nl een zogeheten sanscrit toetsing gedaan op zowel pad 2018 als 2022. Uit de sanscrit toetsing blijkt dat er geen onaanvaardbare humane en ecologische risico’s zijn ten opzichte van het huidige gebruik. De beide toetsingen zijn opgenomen in bijlage 7 van deze rapportage.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 27 van 33
7
INTERPRETATIE Interpretatie van de resultaten pad 2018
Pad 2018 Uit de resultaten blijkt dat de Duo-mix van pad 2018 indicatief niet (meer) toepasbaar is op basis van uitloging van vanadium. De daaronder gelegen fundatie is deels niet toepasbaar en de grond onder het pad voldoet aan kwaliteitsklassen ‘Landbouw/natuur’ of ‘Wonen’. Berm 2018 De bermen ter plaatse van pad 2018 zijn beide sterk verontreinigd met chroom en overschrijden de INEV-waarde voor vanadium. Het betreft zowel strook 1 als strook 2. Afperking van de verontreiniging in horizontale richting en verticale richting heeft niet plaatsgevonden. De referentieboring voldoet aan klasse ‘industrie’ door de aanwezigheid van zink. Hierin komt geen chroom of vanadium voor. Deze parameters voldoen beide aan klasse ‘landbouw/natuur’. Dit komt overeen met de bevindingen van de door het RIVM uitgevoerde risicobeoordeling van de Duo-mix paden in Drenthe (zie paragraaf 1.6). De aangetroffen verontreinigingen beperken zich tot de directe omgeving van de paden. Op basis van de sanscrit risicobeoordeling is er geen sprake van een humane of ecologische risico’s. Er is van dit pad geen grondwateronderzoek of voorgaand bodemonderzoek bekend waardoor hiermee geen vergelijking kan worden gemaakt.
Interpretatie van de resultaten pad 2022 Pad 2022 Bij pad 2022 is de Duo-mix net als bij pad 2018 indicatief niet (meer) toepasbaar op basis van uitloging van vanadium. De daaronder gelegen fundatie is tevens indicatief niet (meer) toepasbaar op basis van uitloging van vanadium. De grond onder het pad voldoet aan bodemkwaliteitsklasse wonen en industrie. Dit is enigszins vergelijkbaar met pad 2018, omdat in de grond onder deze paden geen sterk verhoogde gehalten chroom voorkomen of overschrijdingen vanadium boven de INEV-waarde worden aangetoond. Afwijkend is de grond met repac bijmenging die wel sterk verontreinigd is met chroom en waarbij voor vanadium de INEV-waarde wordt overschreden. Het is niet duidelijk of de aangetroffen verontreiniging uitsluitend veroorzaakt is door de bovenliggende Duo-mix. Berm 2022 De grond in de bermen van strook 1 (zowel noord- als zuidzijde) overschrijdt de INEV-waarde voor vanadium. Opmerkelijk is dat chroom eveneens voorkomt in strook 1. Deze overschrijdt echter niet klasse ‘industrie’. Niet uit te sluiten is dat dit veroorzaakt wordt door uitloging van Duo-mix. De resultaten komen deels overeen met de bermen van pad 2018. Pad 2018 ligt echter al wat langer waardoor uitloging eveneens langer heeft plaats kunnen vinden.
Dit is bij strook 2 van pad 2022 nog niet het geval want deze voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ‘industrie’ op basis van nikkel, zink, koper en vanadium. Vanadium overschrijdt hier niet de INEVwaarde.
rps.nl Ref.: 633-ADV250211.017-R25-701 | 27 mei 2025 Pagina 28 van 33
In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De referentieboring voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ‘industrie’ op basis van nikkel en vanadium. Op basis van de risicobeoordeling is er geen sprake van een humane of ecologische risico’s.