CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

211214_Bijlage - woonvraag en voorraad studentenhuisvesting.docx

Raadscommissie Wonen en Bouwen 9 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vierde halfjaar monitor kamerverhuur (1 april 2021 - 1 oktober 2021) (ZD2021-016633)1.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage – woonvraag en voorraad studentenhuisvesting Onlangs heeft Kences middels de jaarlijkse Lokale Monitor Studentenhuisvesting nieuwe cijfers uitgebracht over de studentenwoningmarkt in Amsterdam. Kences is de brancheorganisatie voor sociale studentenhuisvesters die jaarlijks aan ABF Research de opdracht geeft om ontwikkelingen op de studentenwoningmarkt in beeld te brengen. De landelijke monitor studentenhuisvesting is in oktober uitgebracht en eind november is de lokale monitor voor Amsterdam beschikbaar gesteld. Vanaf 2021 stelt Kences geen lokaal rapport meer beschikbaar en worden de resultaten van de monitor op ambtelijk niveau gedeeld via een digitaal platform. Dit is de reden dat een samenvatting van de gegevens uit de monitor gedeeld wordt. Ten aanzien van de samenvatting moet het volgende vermeld worden: - Bij de prognoses is het belangrijk om te vermelden dat het gaat om een beleidsarme prognose, oftewel de raming gaat ervan uit dat de groei niet geremd wordt door het niet beschikbaar zijn van woonruimte of maatregelen om de instroom van studenten bij onderwijsinstellingen te beperken. - Sommige tabellen en grafieken zijn direct uit het Kences-platform gehaald en de overige tabellen en grafieken zijn gemaakt op basis van de data uit de Kences-monitoren. Er is geen extra data aan de gegevens toegevoegd en het betreft dus enkel externe data.

- Kences maakt in de Monitor Studentenhuisvesting onderscheid tussen Mbo en Hbo-WO. De Mbo-studentenpopulatie is een belangrijk aandachtspunt voor de Gemeente Amsterdam wanneer het gaat om studentenhuisvesting van deze groep studenten. Omdat de populatie Mbo-studenten relatief klein is en minder vaak zelfstandig woont hebben ontwikkelingen in de Mbo-studentenpopulatie maar een beperkte invloed op de ontwikkeling van de studentenwoningmarkt. Ze zijn daarom niet meegenomen in deze bijlage. Uiteraard worden de informatie over de Mbo-studentenpopulatie wel meegenomen in de uitvoering van het programma jongeren- en studentenhuisvesting. Op de volgende pagina’s wordt de belangrijkste informatie uit de Kences-monitor over de woonsituatie en woonvraag van studenten weergegeven en nader toegelicht.

Gemeente Amsterdam

Datum 14 december 2021 Pagina 2 van 4

1.1 Type woonruimte

De bovenstaande boomdiagram laat de woonsituatie van Amsterdamse studenten zien. Dit boomdiagram is vergeleken met de Lokale Monitor Studentenhuisvesting 2020 en daaruit zijn de volgende relevante ontwikkelingen te zien: - Het aantal studenten dat in Amsterdam woont is sterk gestegen van 60.900 naar 64.200. Dit is een stijging van 5,4%. De drie jaar daarvoor lag de jaarlijkse groei tussen de 0-2%. De groei van het aantal in Amsterdam wonende studenten bedraagt afgelopen jaar 3.300 en komt door de volgende ontwikkeling per woningtypen: - Het aantal thuiswonende studenten is met 1.000 gestegen. Dit is een bekende trend sinds de invoering van het leenstelsel en is dit jaar mogelijk versterkt door de coronapandemie. - Het aantal studenten op kamers is afgenomen met 1.300. Dit kan mogelijk komen door het afnemen van het aantal kamers, maar naar verwachting komt dit ook voor een belangrijk deel door afgestudeerden die in hun studentenkamer blijven wonen. Een directe correlatie met de Monitor Verkamering valt hier niet te trekken omdat woningdelers niet uitsluitend studenten zijn. Daarnaast is voor een deel gebruik gemaakt van enquêtes waarbij het voorkomt dat de woonvormen ‘meerkamerwoningen’ en ‘kamers met gedeelde voorzieningen’ verward worden. - Het aantal studenten in eenkamerwoningen is met 2.500 gestegen.

Hierbij ligt een duidelijk link met het aantal studentenwoningen dat opgeleverd is in de afgelopen jaren. - Het aantal studenten in een meerkamerwoningen is met 1.100 gestegen. Hier is vooralsnog geen duidelijke verklaring voor.

Gemeente Amsterdam

Datum 14 december 2021 Pagina 3 van 4

1.2 Woonvraag en woningvoorraad

DUO, CBS & Kences Lokale Monitor Studentenhuisvesting | ’13-’14 – ’20-’21

In de bovenstaande grafiek wordt de ontwikkeling van de woningvraag, het aantal uitwonenden en het woningtekort weergegeven. Hierin zijn de volgende relevante ontwikkelingen te herkennen: - De woningvraag: De woningvraag was halverwege het vorige decennium op het hoogst met een hoogtepunt van 61.960 eenheden. Door de invoering van het leenstelstel is deze vervolgens in een snel tempo afgenomen, maar nu al weer enkele jaren aan het stijgen door de sterke toename van het aantal internationale studenten. Op dit moment is de woonvraag 58.300 eenheden. - Uitwonende studenten: Doordat de woningmarkt tijd nodig heeft om op ontwikkelingen te reageren zit hier minder fluctuatie in. Desalniettemin is in het afgelopen jaar een sterke stijging te zien 2.400 uitwonende studenten. Op dit moment heeft Amsterdam 51.700 uitwonende studenten en dit is het hoogte niveau tot nu toe. Voorheen was dit in collegejaar ’16-’17 toen 51.200 studenten uitwonend waren in Amsterdam. Alhoewel nieuwbouw zeker bijdraagt aan de studentenwoningmarkt komt uit deze informatie ook naar voren dat de relatie tussen uitwonende studenten en de nieuwbouwproductie beperkt is. Stijgende kamerprijzen, meer verkamering of andere ontwikkelingen in de bestaande voorraad hebben vaak ook een groot effect en reageren sneller op marktontwikkelingen.

- Het woningtekort: Het verschil tussen de woonvraag en het aantal uitwonende studenten is het woningtekort. In het afgelopen jaar is het woningtekort opgelopen van 5.200 naar 6.600 eenheden. Historisch gezien is dit onder gemiddeld, maar dit betekent niet dat de problematiek minder is. Vijf jaar geleden lag het tekort boven de 10.000 eenheden, maar destijds waren er relatief meer Nederlandse studenten die tijdelijk konden forenzen vanuit het ouderlijk huis. De afgelopen jaren is het aantal internationale studenten sterk toegenomen en deze groep heeft direct een woning nodig bij de start van het jaar. Dit zorgt ook voor een jaarlijkse piekbelasting aan het begin van het collegejaar (augustus/september).

Gemeente Amsterdam

Datum 14 december 2021 Pagina 4 van 4

1.3 Prognose woonvraag

Apollo, ABF Research | ’20-’21 – ’28-’29

De bovenstaande grafiek geeft een prognose van de woonvraag weer. Het is van belang om hierbij te vermelden dat het gaat om een beleidsarme prognose, oftewel de raming gaat ervan uit dat de groei niet beïnvloed wordt door bouwplannen, beperkt woningaanbod of maatregelen om de instroom te beperken. Het is daarom beter om te spreken van de maximale potentiele woonvraag. In de prognose wordt tot en met het collegejaar ’28-’29 een toename van 14.100 studenten verwacht. Circa 8.200 van deze groei (58%) komt door de groei van het aantal internationale studenten. Met name de komende jaren wordt veel groei verwacht, namelijk 7.100 (13%) in de komende drie jaar. Gecombineerd met het huidige tekort van 6.600 zou de maximale potentiele uitbreidingsbehoefte tot en met ’28-’29 circa 20.700 eenheden zijn. Prognose woningtekort: Voor het beheersen van het tekort aan studentenwoningen maakt de gemeente Amsterdam in samenwerking met de partners in het Convenant studentenhuisvesting een eigen behoefteraming. Hierin wordt bijvoorbeeld ook rekening gehouden met de bouwplannen (incl. regio) en onttrekkingen voor zover bekend. De behoefteraming ging vorig jaar nog uit van een nagenoeg gelijk blijven van het tekort in 2026, maar door de aangepaste prognoses zal deze naar waarschijnlijk boven bijgesteld moeten worden.

Gezien het tempo waarin de woonvraag stijgt in de komende jaren is het waarschijnlijk onvermijdelijk dat het tekort de komende jaren op zal lopen. Samen met de convenantpartners wordt het tekort aan studentenwoningen strak gemonitord middels de eerdergenoemde behoefteraming en worden de mogelijke sturingsmiddelen besproken. Dit betreft sturingsmiddelen ten aanzien van de woningvoorraad, maar ook sturingsmiddelen voor het beheersen van de instroom. Hierbij moet vermeld worden dat de huidige productiedoelstelling al veel inspanning vergt en eventuele aanvullende doelstellingen zullen – ook in samenhang met de andere woningbouwopgaven voor andere doelgroepen - door een nieuw college bepaald moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11091438/1