CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 21 Ruimtelijke Ordening (30) 5. 16032021Zeeburgereiland Bedrijvenstrook T

RAAD 22 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Bedrijvenstrook, Zeeburgereiland. Nr. VN2021-00447533.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Evenals de Ladder gaat de omgevingsverordening uit van een ‘ja, mits’ voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Artikel 6.13 richt zich op alle nieuwe detailhandel, ongeacht of deze detailhandel ook kwalificeert als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met het artikel worden beperkingen gesteld aan het mogelijk maken van detailhandel op bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Ook moet de vestiging van detailhandel in het landelijk gebied worden voorkomen. Dit is om ruimtelijk relevante leegstand in winkelgebieden te voorkomen. Een van de hoofddoelstellingen van het provinciale detailhandelsbeleid is een detailhandelsstructuur die uitgaat van duurzaam ruimtegebruik.Een ruimtelijk plan kan uitsluitend nieuwe detailhandel mogelijk maken op bedrijventerreinen of kantoorlocaties, indien sprake is van detailhandel in de vorm van (onder andere) volumineuze detailhandel indien deze in winkelgebieden uit een oogpunt van hinder, veiligheid of verkeersaantrekkende werking niet inpasbaar is. Als het totaal winkelvloeroppervlak meer dan 1500 m2 bedraagt, geldt dat: a. b.

dit aantoonbaar niet leidt tot ruimtelijk relevante leegstand in bestaande winkelgebieden; en de regionale adviescommissie detailhandel hierover een advies heeft uitgebracht.

Nieuwe stedelijk ontwik keling In de uitvoering van de provinciale verordening en omgevingsregeling zijn richtlijnen afgesproken in regionaal verband en is ervoor gekozen om alleen plannen regionaal af te stemmen die groter zijn dan 10.000 m² bvo (kantoren) of 10 ha netto (bedrijventerrein). Met deze procedure wordt de gemeentelijke autonomie gerespecteerd, terwijl tegelijkertijd het regionale belang in voldoende mate wordt geborgd. Tot 10 netto ha (bedrijventerreinen) of 10.000 m2 BVO (kantoren) is er alleen een meldplicht in het Programmateam van het Platform Bedrijventerreinen en Kantoren van de Metropoolregio Amsterdam (Plabeka); plannen mogen altijd doorgang vinden. De bedrijvenstrook biedt ruimte aan circa 4 ha aan (stadsverzorgend) bedrijventerrein; daarom is geen regionale afstemming noodzakelijk. De ontwikkeling van de bedrijvenstrook is gemeld in het Programmateam Plabeka. 59

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Detailhandel De RAC (voorloper van de huidige ADZ; zie bijlagen van de toelichting van het bestemmingsplan) heeft in 2015 kennisgenomen van de leegstandseffecten op basis van het BRO-onderzoek. De rapportage van BRO is nog actueel. In de rapportage van BRO is geconcludeerd dat er marktruimte zal zijn voor de vestiging van een bouwmarkt met een omvang van 4.000m2 wvo. Het rapport zegt over leegstand: “Ondanks het feit dat er distributieve ruimte aan te geven is, is het niet uit te sluiten dat er als gevolg van de veranderde concurrentieverhoudingen effecten voor bestaand doe-hetzelf of tuincentrum-aanbod kunnen zijn en dat er hierdoor elders enige leegstand zal ontstaan. Omdat het hierbij vrijwel altijd om (bedrijfs)panden op bedrijventerreinen zal gaan, waar bestemmingsplanmatig ook andere bedrijvigheid dan detailhandel is toegestaan, is de kans op structurele, onaanvaardbare leegstand klein. Mede vanwege de locatie zal van duurzame negatieve effecten op het woon- en leefklimaat dan waarschijnlijk ook geen sprake zijn “. En verder “Van belang is dat de vestiging van een bouwmarkt in kwalitatieve zin inspeelt op actuele trends in vraag en aanbod op het gebied van doelgericht en thematisch aankopen doen (o.a. schaalvergroting, gemak, keuzemogelijkheden voor de consument).

Ook omdat het autobezit in stedelijke gebieden beduidend lager is dan gemiddeld, wat betekent dat de consument sterker afhankelijk is van het aanbod in de omgeving, heeft vestiging van een bouwmarkt op Zeeburgereiland positieve effecten op consumentenverzorging van inwoners van Zeeburgereiland en omgeving.” Het positieve advies van de regionale adviescommissie is gebaseerd op dit onderzoek, inclusief het deel over de leegstandseffecten. De ADZ heeft op 15 juli 2019 ook positief geadviseerd op het gemeentelijke Ontwikkelingsperspectief perifere detailhandel 2020-2026, als uitwerking van het gemeentelijke detailhandelsbeleid. Met dat positieve advies geeft de commissie aan dat een bouwmarkt van 5.000m2 bvo – ook in relatie tot te verwachten leegstand – nog verantwoord is. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan voldoet aan de Provinciale Omgevingsverordening. 3.2.3

Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015 - 2020

Op 15 december 2014 heeft Provinciale Staten van Noord-Holland het Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015 - 2020 vastgesteld. De provincie Noord-Holland zet zich in om de detailhandelsstructuur in Noord-Holland te versterken. De missie van de provincie is ‘het versterken van de detailhandelstructuur in Noord-Holland’. Daarbij behoren de volgende drie hoofddoelstellingen: Een detailhandelstructuur die uitgaat van duurzaam ruimtegebruik; Een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een vitale regionale economie; Een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Deze zijn omgezet in zes beleidsdoelen: 1. 2.

Prioriteit geven aan hoofdwinkelgebieden; Voorkomen van extra leegstand; 60

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

3. 4. 5. 6.

Internet-afhaalpunten bij voorkeur situeren in bestaande winkelcentra; Een vitale, dynamische en concurrerende detailhandelsstructuur, ruimte geven aan kwaliteit; Primaire detailhandel bereikbaar op een aanvaardbare afstand; Detailhandel die bijdraagt aan aantrekkelijke binnensteden.

In het beleid zijn specifieke uitgangspunten opgenomen voor detailhandel op bedrijventerreinen. De provincie staat in principe geen detailhandel toe op bedrijventerreinen met uitzondering van een aantal specifiek benoemde branches die een lage bezoek-frequentie hebben. De branches waarvoor een uitzondering wordt gemaakt betreffen: Detailhandel in volumineuze goederen; Internet-afhaalpunten waar geen goederen worden getoond; Detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; Detailhandel als nevenactiviteit. De categorie detailhandel in volumineuze goederen levert een zeer beperkte bijdrage aan de kwaliteit van een winkelcentrum (geen synergie-effecten met andere winkels, zeer specifieke aankopen, weinig frequent bezoek), en vragen vanwege de grootte van de goederen om een specifieke locatie, de goederen kunnen alleen per auto worden vervoerd. Een locatie nabij het openbaar vervoer is daarom niet zo zinvol. Ook wordt vanwege de grootte van de goederen en de manier van uitstallen gevraagd om een groot winkeloppervlak. Op basis van ruimtelijke overwegingen kan daarom een uitzondering gemaakt worden voor deze categorie. Bouwmarkten en tuincentra zijn aan te merken als detailhandel in volumineuze goederen. Onder meer voor detailhandelsontwikkelingen in volumieuze goederen vanaf 1.500 m2 dienen aan de Regionale advies commissie te worden voorgelegd.

Vanwege de ontwikkelingen van woningbouw op Zeeburgereiland, heeft de gemeente laten onderzoeken of er behoefte is aan een bouwmarkt en/of tuincentrum op Zeeburgereiland (zie bijlage 4 Behoefteonderzoek bouwmarkt en tuincentrum). Momenteel zijn er 2.550 woningen geprojecteerd in de Sportheldenbuurt. Voor de Sluisbuurt zijn plannen om circa 3.500 woningen te realiseren. Onderzocht is of er marktruimte is voor een zeflstandige bouwmarkt en een zelfstandig tuincentrum. Uit onderzoek is gebleken dat er een marktruimte is voor 3.000 tot 4.000 m2 aan winkeloppervlakte bouwmarkt en 5.000 tot 7.500 m2 aan winkeloppervlakte tuincentrum. De Regionale Commissie Winkelplanning (RCW) heeft de Stadsregio Amsterdam positief geadviseerd over de realisatie van een bouwmarkt en tuincentrum (zie bijlage 7 Advies RCW). De RCW ziet de plannen voor de bouwmarkt en tuincentrum als passend in het detailhandelsbeleid van de Stadsdregio Amsterdam, dat handel in volumineuze goederen op bedrijventerreinen mogelijk maakt. De commissie plaatst de volgende opmerkingen: Geadviseerd wordt om de bouwmarkt te maximeren op 3.000 - 4.000 m2. Het bestaande aanbod van grote bouwmarkten, inclusief de nog te realiseren bouwmarkt aan de D. Goedkoopstraat/ Spaklerweg, laat niet meer marktruimte over. Het is daarom niet wenselijk dat elders in het gebied (bijvoorbeeld IJburg) nog meer bouwmarkten gerealiseerd worden.

De bestemming van de bouwmarkt zou flexibel moeten zijn, zodat ook andere bedrijfsfuncties (geen winkelfuncties zijnde) mogelijk zijn. Tuincentra kennen een belangrijke mate van branchevervaging. Dit kan effect hebben op de detailhandelstructuur in dit deel van de regio. Geadviseerd wordt om de functie tuincentrum in het bestemmingsplan duidelijk te definiëren. 61

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

De Stadsregio en de Regionale Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid onderschrijven het advies en de gemaakte opmerkingen van de RCW (zie bijlage 8 Advies Stadsregio Amsterdam en 9 Advies provincie bouwmarkt en tuincentrum) dat een bouwmarkt en een tuincentrum passen op een dergelijk bedrijventerrein en passend zijn binnen het detailhandelsbeleid van de Stadsdregio. De adviescommissie heeft in 2019 ook een positief advies uitgebracht op het eerder genoemde concept Ontwikkelingskader voor PDV. Conclusie In dit bestemmingsplan zijn de adviezen van de commissie vertaald in de regels. 3.2.4

Watervisie 2021

Water is enorm belangrijk voor ons land en de provincie. De belevingswaarde van het alom aanwezige water en de mogelijkheden die het biedt, het leven met en strijden tegen, dat is wat Noord-Holland uniek maakt. Vanuit dit vertrekpunt wil de provincie het waterbeleid Noord-Holland mooier, bedrijviger en veiliger maken dan het al is, op een haalbare en betaalbare manier. Het waterbeleid wordt daarom zo ingezet dat er een impuls vanuit gaat voor de leefomgevingskwaliteit en/of het vestigingsklimaat. Dat gebeurd stapsgewijs. Dat kan, omdat de meeste waterproblemen - de lopende dijkversterkingen uitgezonderd - niet van vandaag op morgen opgelost hoeven te zijn. Waterproblemen worden aangepakt wanneer er toch al gebiedsontwikkeling plaats vindt. Uitgangspunt is het zoveel mogelijk koppelen aan andere ontwikkelingen en dan verschillende problemen tegelijk aanpakken. Hiervoor is innovatie nodig, niet alleen technisch, ook procesmatig en organisatorisch. Als provincie die aan bijna alle kanten omgeven is door groot water en voor meer dan de helft onder NAP ligt, is Noord-Holland het ideale toepassingsgebied voor technische en procesinnovaties op gebied van kust- en dijkversterkingen, ruimtelijke adaptatie, zoetwatervoorziening en verbetering van de waterkwaliteit. Noord-Holland is een waterinnovatietuin waar innovaties daadwerkelijk tot toepassing komen.

De ambitie is om dit nog verder te versterken. De aanpak van meekoppelen volgt de provincie in het waterbeleid al langer, bijvoorbeeld door extra ruimtelijke kwaliteit toe te voegen bij dijkversterkingen of extra natuur bij waterbergingen, maar in de toekomst gaat het dus ook in omgekeerde richting, het water koppelt straks ook mee bij ruimtelijk-economische investeringen. Daarom zoekt de provincie met name de ruimtelijke transformatiegebieden op. Conclusie Voor het plangebied geldt geen specifieke wateropgave. Met de waterbelangen wordt bij de planontwikkeling integraal rekening gehouden; zie ook paragraaf 5.2.

62

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Meteropoolregio Amsterdam

De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincie. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. 3.3.2

Stadsregio Amsterdam

De Stadsregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van zestien gemeenten. De stadsregio werkt onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld. Detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam De ambitie van de Stadsregio Amsterdam is om een dynamische en fijnmazige detailhandelsstructuur in de stadsregio Amsterdam te realiseren. Een belangrijk speerpunt van het regionaal detailhandelsbeleid is tot op heden altijd de keuze voor een fijnmazige detailhandelsstructuur geweest. Een fijnmazige detailhandelsstructuur zet de leefbaarheid centraal en gaat uit van de behoefte van inwoners om dichtbij huis -op aanvaardbare afstand- hun aankopen te kunnen doen. Behoud van een fijnmazige detailhandelstructuur blijft een centraal uitgangspunt van het detailhandelsbeleid.

Dat impliceert dat afspraken nodig zijn die de huidige structuur in stand houden of verder versterken: vasthouden aan het op aanvaardbare afstand hebben van winkels in dagelijkse artikelen; vasthouden aan terughoudendheid ten aanzien van nieuwe (perifere) locaties waar (grootschalige) detailhandel is toegestaan; vasthouden aan terughoudendheid ten aanzien van brancheverruiming op bestaande perifere locaties; vasthouden aan het weren van foodretail of de verkoop van dagelijkse artikelen op bedrijventerreinen en perifere winkellocaties; versterking van bestaande winkelgebieden staat centraal; weidewinkels zijn niet toegestaan. Om deze ambitie te realiseren, zet de Stadsregio in op een aantal speerpunten: terughoudendheid in het toevoegen van nieuwe meters; 63

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

meer ruimte voor kwaliteit; maatwerk op de perifere locaties; pro-actief acquisitiebeleid. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan maakt maximaal 5.000 m² bvo detailhandel in de vorm van een bouwmarkt mogelijk. Dit programma is zoals hierboven reeds aangegeven afgestemd met de Regionale detailhandelscommissie. Reguliere detailhandel is uitgesloten. 3.3.3

Snoeien om te kunnen bloeien. Uitvoeringsstrategie PlaBeKa 2010-2040.

De Metropoolregio Amsterdam (MRA) heeft een krachtige en dynamische economie. Deze is gebaseerd op een brede en diverse structuur, een sterke internationale oriëntatie en een goede naam en faam. Het is de ambitie om de komende jaren te blijven behoren tot de selecte groep van European Global Business Gateways en daarmee de economische motorfunctie van Nederland te blijven vervullen. Dit betreft een hoog ambitieniveau dat een forse inspanning van alle partijen vergt om dit te bereiken. Eén van de voorwaarden om dit te realiseren is een excellent vestigingsmilieu. Een dergelijk vestigingsmilieu bestaat uit veel elementen – waarvan voldoende beschikbaarheid van kwalitatief goede werklocaties een belangrijke is. Met deze strategie wordt voldaan aan de afspraak met het Rijk om het Convenant Bedrijventerreinen 2010-2020 regionaal uit te werken en te verankeren. Om te blijven behoren tot de top 5 van Europese metropoolregio’s is het van belang om een gezond evenwicht te creëren tussen vraag en aanbod van werklocaties. Het gaat daarbij niet alleen om de kwantiteit, maar vooral ook om de kwaliteit van werklocaties. Dit betekent een aanbod van voldoende, gedifferentieerde en toekomstbestendige werklocaties om aan alle uiteenlopende vestigingswensen van (potentiële) bedrijven tegemoet te komen.

Op deze wijze is de MRA in staat nieuwe werkgelegenheid aan te trekken en bestaande werkgelegenheid te behouden. De doelstelling van de uitvoeringsstrategie voor werklocaties in de MRA is: “Het creëren van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties (k antoren, bedrijventerreinen, zeehaventerreinen) voor een evenwichtige economische ontwik keling om daarmee een bijdrage te leveren aan de versterk ing van de (internationale) concurrentiepositie van de Metropoolregio en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven.” Monitoring en evaluatie Een goede monitoring van de nieuwe Plabeka-afspraken is essentieel om te kunnen bepalen of alle partners hun afspraken nakomen, of de voorgestelde maatregelen werken en of het beleid het gewenste effect heeft. Door de monitor jaarlijks uit te voeren is bijsturing mogelijk van de ontwikkeling van bedrijventerreinen en kantoorlocaties aan de hand van marktontwikkelingen op regionaal niveau. Zo blijft een vraaggericht regionaal kantoren- en bedrijventerreinenbeleid gewaarborgd. Bovendien wordt ook duidelijk in hoeverre de ambities van een versnelling van de herstructurering van bedrijventerreinen en het transformeren van kantoren gehaald worden. Zacht-hard procedure

64

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Bij vaststelling van de uitvoeringsstrategie is van alle plannen de hardheid bekend. Plannen die niet in de uitvoeringsstrategie zijn opgenomen, worden aangemerkt als 'zacht'. Plannen waarvoor een bestemmingsplan geldt, worden als 'hard' aangemerkt. Het omzetten van een ‘zacht’ naar een ‘hard’ plan is in alle gevallen onderwerp van regionale afstemming. Zo wordt een werkwijze gecreëerd waarmee expliciet een vinger aan de pols kan worden gehouden, opdat wordt voorkomen dat de vraag-aanbod-verhoudingen op deelregionaal of MRA-niveau onverantwoord (verder) uit evenwicht worden gebracht. Met deze procedure wordt bovendien de gemeentelijke autonomie gerespecteerd, terwijl tegelijkertijd het regionale belang in voldoende mate wordt geborgd. In praktische zin is gekozen om de daadwerkelijke afstemming te laten gebeuren voor plannen die groter zijn dan 10.000 m² bvo (kantoren) of 10 ha netto (bedrijventerrein). Conclusie De Bedrijvenstrook biedt ruimte aan circa 4 ha aan (stadverzorgend) bedrijventerrein. Gezien de omvang is geen regionale afstemming noodzakelijk. 3.3.4

Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016 - 2020

Op 15 maart 2016 heeft de Regioraad van de Stadsregio Amsterdam het Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016 - 2020 vastgesteld. De noodzaak om in de regio te beschikken over een goed functionerend voorzieningenapparaat waarin ruimte is voor dynamiek in de detailhandel en tegelijk wordt gewerkt aan het tegengaan van de leegstand, is aanleiding geweest voor de Stadsregio het detailhandelsbeleid tegen het licht te houden. Daar komt bij dat de provincie Noord-Holland het provinciale detailhandelsbeleid onlangs heeft vernieuwd en het is belangrijk dat provinciaal en regionaal beleid goed met elkaar in de pas lopen. Daarom heeft de Stadsregio besloten het regionale beleid te actualiseren en aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen. Een belangrijk speerpunt daarvan is een fijnmazige detailhandelsstructuur. Hierbij staat de leefbaarheid centraal en wordt uitgegaan van de behoefte van inwoners om dichtbij huis - op aanvaardbare afstand - hun aankopen te kunnen doen. Voor de consument is het aangenaam en efficiënt om een aaneengesloten, compact winkelgebied te hebben met veel verschillende soorten winkels. Om dergelijke – kansrijke – locaties te behouden zal soms verspreide bewinkeling of een niet goed lopend (deel)centrum moeten worden afgebouwd.

De fijnmazigheid komt daarmee wellicht deels onder druk te staan, maar hierdoor blijft het netwerk gewaarborgd van goede en goed bereikbare winkelgebieden in de buurt van de consument. Uitgangspunt is terughoudendheid bij het ontwikkelen van nieuwe detailhandelslocaties. Dit is alleen anders als sprake is van een significante stadsuitbreiding of bevolkingstoename. Hier geldt dat ook moet worden voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie hiervoor paragraaf 3.1.3). Bij voldoende draagvlak kunnen bestaande winkelgebieden worden vernieuwd door herontwikkeling, functiemenging en uitbreiding. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het beleid. Het bestemmingsplan maakt geen reguliere detailhandel mogelijk. 65

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Amsterdam 2040, Economisch sterk en Duurzaam

De Structuurvisie is opgesteld in opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam. Na instemming van het college van B&W op 12 oktober 2010 heeft de gemeenteraad de structuurvisie in december 2010 vastgesteld. De structuurvisie vormt de basis van alle ruimtelijke plannen die de komende jaren tot ontwikkeling komen. Vandaar dat juridisch planologische plannen (waaronder bestemmingsplannen) en stedenbouwkundige plannen (plannen in het kader van het Plaberum) van stad en stadsdelen aan de Structuurvisie zullen worden getoetst. De structuurvisie bestaat uit een visie, een hoofdstuk 'uitvoering' en een hoofdstuk 'instrumentarium'.

Uitsnede 'Visie uitrol centrumgebied 2040', bron: Structuurvisie Amsterdam 2040 Visie In het eerste deel van de Structuurvisie, de visie, worden ruimtelijke ontwikkelingen beschreven: sterke groeiprocessen vanuit de kracht van het hart van de metropool Amsterdam. De visie geeft aan welke ontwikkelingen gewenst zijn en worden gestimuleerd. Uitvoering Nadat de ontwikkelingsrichting van de stad is verwoord, wordt in het hoofdstuk 'uitvoering' de vraag gesteld hoe, waar en wanneer de opgaven die uit de Structuurvisie volgen, te realiseren zijn. Daartoe wordt de Structuurvisie vertaald in 'plannen' of 'projecten'. Voor deze plannen wordt een globale raming gemaakt van het te realiseren programma en er wordt een indicatie gegeven van de financiële opgaven die ermee gemoeid zijn. Tot slot wordt 66

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

bepaald in welke tijdsvolgorde deze plannen aan de orde kunnen zijn. Hiermee wordt ook duidelijk in welke delen van de stad welk deel van de realisatie van de Structuurvisie ter hand wordt genomen. Instrumentarium In het visiedeel zijn de ambities van de gemeente Amsterdam neergelegd en wordt uiteengezet welk beleid voor de komende jaren wordt ingezet om die ambities waar te maken. In samenhang daarmee is de regelgeving ondergebracht in deel drie: het instrumentarium. De aspecten die in de structuurvisie van belang zijn voor het plangebied zijn: Stadsverzorgende bedrijventerreinen; Verkeer en vervoer; Duurzaamheid. Voor een uitgebreide beschrijving van de duurzaamheidsambities wordt verwezen naar paragraaf 2.2.3 en 5.5; Waterfrontontwikkeling; Detailhandel; Locatiebeleid. Stadsverzorgende bedrijventerreinen Met name de cruciale rol van de stadsverzorgende bedrijvigheid geeft aan dat het een absolute must is dat er bedrijventerreinen binnen de ringweg A10 blijven bestaan. Hoe belangrijk deze terreinen momenteel zijn voor het functioneren van de stad blijkt uit de beperkte leegstand van 3 procent. Bovendien tonen prognoses aan dat de vraag naar deze binnenstedelijke bedrijventerreinen in de toekomst onverminderd hoog blijft.

Hier komt bij dat zeventigduizend woningen erbij in de stad ook een groeiende vraag naar bouw- en onderhoudswerkzaamheden, naar voedsel, naar diensten met zich mee zal brengen. Op binnenstedelijke stadsverzorgende bedrijventerreinen mogen alleen de volgende typen bedrijven zich vestigen: industrie, ambacht, groothandel, opslag en/of transport. Dit betekent dat er vanwege de milieuhinder geen ruimte is voor woningbouw binnen deze gebieden. Deze bedrijventerreinen zijn speciaal bedoeld voor stadsverzorgende bedrijven, zoals ambachten, bouwbedrijven, onderhoud- en reparatiebedrijven, afval- en reinigingsdiensten, groothandels en toeleveranciers. Het betreft hier terreinen waar bedrijven met een beperkte milieuruimte tot en met categorie 4.2 (geluid, gevaar, geur en stof) worden gevestigd. Dat sluit menging met wonen uit op het terrein zelf. Deze terreinen kunnen ook een inwaartse zonering hebben, zodat naast het betreffende terrein milieugevoelige functies zoals woningen mogelijk zijn. Standpunt is verder dat op deze terreinen terughoudendheid nodig is t.a.v. functiemenging. Verdere verkantorisering op deze bedrijventerreinen wordt in afwachting van de kantorenstrategie vooralsnog tegengegaan. Nader onderzoek moet uitwijzen in hoeverre verdere intensivering van de werkfunctie op deze bedrijventerreinen mogelijk is.

Op grootschalige bedrijventerreinen wordt 100% van het terrein bestemd voor grootschalige en stadsverzorgende bedrijven. Daarbij is maximaal 30%, tot maximaal 2.000 m2 kantoorvloeroppervlak per bedrijfsvestiging (niet per gebouw of gebied) toegestaan. Verkeer en vervoer 67

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

De keuze om de Amsterdamse woningbouwopgave te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied is gunstiger voor de bereikbaarheid dan het verder spreiden van de inwoners naar de stadsrand en naar regiogemeenten. Meer mensen krijgen zo de kans om dicht bij hun werk en bij voorzieningen te wonen, waarmee reiskilometers vermeden kunnen worden. Tegelijkertijd wordt hiermee het verkeer- en vervoernetwerk beter benut. Meer mensen en meer banen – in Amsterdam maar ook in de rest van de metropoolregio – betekent echter hoe dan ook meer mobiliteit. Groeiende mobiliteit zorgt naast hinder door geluid en emissies, vooral voor extra druk op de toch al schaarse openbare ruimte binnen de stad en de waardevolle open ruimte buiten de stad. De afgelopen decennia is het autoverkeer in het centrumgebied al sterk afgenomen als gevolg van het gevoerde parkeerbeleid (hogere tarieven, beperking parkeerareaal en realisatie P+R-faciliteiten). De fiets heeft hier een aanzienlijk groter aandeel gekregen. Ook het autobezit in het centrum is afgenomen. In het gebied tussen de singelgracht en de ringweg is sprake van een stabilisatie van het autogebruik. Het autobezit is daar nog wel toegenomen, maar ook in dit deel van de stad wordt aanzienlijk meer gefietst. Ook het autogebruik door bezoekers van deze delen van de binnenstad is verminderd, ten gunste van het ov-gebruik.

Ook hier is het gevoerde parkeerbeleid de belangrijkste verklaring voor de verandering in vervoerwijzen, in combinatie met verbeterde alternatieven. Het centrumgebied van Amsterdam zal groeien. Ruimte voor de voetganger, de fietser en het openbaar vervoer wordt dan steeds belangrijker. Daar waar dat nodig en haalbaar is, zal ruimte voor het autoparkeren op straat ingeruild worden voor inpandige of ondergrondse parkeervoorzieningen. De vrijgekomen ruimte wordt dan gebruikt om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren, maar ook om de capaciteit voor de alternatieven te vergroten, zoals bredere stoepen en fietspaden, meer stallingruimte voor fietsen, ruimere ov-haltes en beter functionerende bus- en trambanen. Prioriteit voor herinrichting ligt bij smalle straten met veel winkel- en verblijfsfuncties en bij beschermde stadsgezichten en straten met veel monumenten. Waterfrontontwikkeling (paragraaf 2.3.3 van de structuurvisie) De verdere uitbouw van de nieuwe gebieden IJburg en Zeeburgereiland, als onderdeel van de 'waterfrontontwikkeling' wordt als één van de drie hoofdopgaven benoemd voor het voormalige stadsdeel Oost. De verdere groei van Zeeburgereiland en IJburg bouwt voort op de weg die is ingeslagen met de eerste fase van IJburg. Wel wordt een sterke klemtoon gelegd op het realiseren van klimaatneutrale eilanden.

De vervoeras rond de IJtram is een belangrijk structurerend element voor de ontwikkeling van Zeeburgereiland en de tweede fase van IJburg. Om de te verwachten vervoersstromen op een duurzame wijze te kunnen opvangen zullen de nieuwe gebieden echter ook meerzijdig ontsloten moeten worden met tram- en/of hov-buslijnen en op langere termijn de IJmeerlijn.

68

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Faseringsbeeld ontwik kelingen Detailhandel Commissie Wink elplanning Amsterdam Amsterdam kent de zogenaamde Commissie Winkelplanning, samengesteld uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de overheid. Deze commissie toetst initiatieven in de geest van het gemeentelijk centrale beleid in algemene zin. Initiatiefnemers van plannen, waarin detailhandel is opgenomen met een oppervlak van 2.000 m2 of meer en de instelling van nieuwe (waren-)markten, zijn verplicht om advies in te winnen bij de Commissie Winkelplanning Amsterdam. Regionale Commissie Wink elplanning (RCW) De RCW beoordeelt de gevolgen van winkelplannen op de regionale detailhandelsstructuur, op basis van de nota 'Selectieve dynamiek 2006–2010' (13 december 2005) van de Stadsregio Amsterdam. Advisering door de RCW is verplicht voor iedere detailhandelsontwikkeling met een (mogelijk) bovenlokaal effect, maar zeker voor plannen met een metrage detailhandel dat groter is dan 1.500 m2 verkoop vloeroppervlak (v.v.o.) buiten binnenstedelijke woongebieden (c.q. op bedrijventerreinen) en 5.000 m2 v.v.o. in binnenstedelijke woongebieden. Locatiebeleid Amsterdam 2008 Bedrijven – groot of klein, internationaal, nationaal of regionaal – moeten in Amsterdam een attractieve plek kunnen vinden om hun bedrijf goed te kunnen laten functioneren. Een belangrijk aspect hierbij is een uitstekende bereikbaarheid van deze plekken.

Het locatiebeleid heeft tot doel de bereikbaarheid van (werk)locaties te garanderen en daarmee een gezond woon-, leef- en vestigingsklimaat te behouden en de economische positie van Amsterdam te versterken. In het locatiebeleid staat de toepassing van het principe 'de juiste functie op de juiste plek' centraal. Daarnaast legt het locatiebeleid parkeernormen voor kantoren en bedrijven vast. Het autogebruik wordt, ten gunste van een betere doorstroming voor het zakelijke en noodzakelijke verkeer, teruggedrongen. Tevens wordt het gebruik van het openbaar vervoer gestimuleerd en wordt niet-noodzakelijke autoverkeer beperkt. Het locatiebeleid maakt onderscheid in 3 gebieden: A-locaties zijn de gebieden rondom de vijf belangrijkste NS stations (Centraal Station, Amstelstation, station Sloterdijk, station Zuid en station Bijlmer ArenA) en 69

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

B-locaties zijn locaties in de directe omgeving van ringlijn/metrolijnstation en overige NS stations of gelegen binnen het fijnmazige netwerk van trams en bussen; C-locaties, die goed via het hoofdnet auto zijn ontsloten, gelden geen parkeernormen voor bedrijven. De vestiging van kantoren wordt op C-locaties ontmoedigd. Voor niet-woon functies (bijvoorbeeld leisure, hotels, congresruimten, winkels) kunnen de Amsterdamse parkeerkerncijfers als hulpmiddel worden gebruikt. Deze zijn gebaseerd op de CROW-cijfers. Voor de woonfunctie zijn geen normen of richtlijnen in het locatiebeleid opgenomen. Stadsdelen of de centrale stad kunnen zelf normen voor wonen opnemen in hun parkeerbeleid. De parkeernorm voor bedrijven en kantoren dient in bestemmingsplannen voor A- en B-locaties te worden vertaald in de 'regels'. Op C locaties, die goed via het hoofdnet auto zijn ontsloten, gelden geen parkeernormen voor bedrijven. Voor kantoren zal op C locaties afhankelijk van de locatie, de grootte en de ruimtelijke inpassingmogelijkheden maatwerk worden geleverd. Nieuw is in dit beleid dat voor overige niet-woon functies (bijvoorbeeld leisure, hotels, congresruimten, winkels) de Amsterdamse parkeerkencijfers als hulpmiddel worden gebruikt om te komen tot het vaststellen van het aantal parkeerplaatsen. De Amsterdamse parkeerkencijfers zijn gebaseerd op de CROW-cijfers.

CROW maakt onderscheid in verschillende soorten van stedelijkheid. Om de schaarse ruimte efficiënt te benutten en het (niet-noodzakelijke) autoverkeer terug te dringen, is een parkeerbalans een onmisbaar instrument om de vraag naar en het aanbod van parkeerplaatsen te berekenen en daarmee de hoeveelheid parkeerplaatsen in een gebied zo optimaal mogelijk te bepalen. Aanbevolen wordt om een parkeerbalans op te stellen bij plannen waar meerdere niet-woonfuncties zijn voorzien. Een parkeerbalans kan worden opgesteld op het niveau van een structuurvisie, een programma van eisen, een bestemmingsplan en een bouwplan. Conclusie stadsverzorgende bedrijvigheid: de bedrijvenstrook is aangewezen als bedrijventerrein voor stadsverzorgende bedrijvigheid tot ten hoogste vategorie 3.2. verkeer en vervoer: nabijheid van OV en fietsroutes, terughoudend omgaan met autoverkeergeneratie. waterfrontontwikkeling: de ontwikkeling sluit aan bij de ontwikkeling en aangegeven fasering. detailhandel: zie paragraaf 3.2.2. Advies RCW, Stadsdregio en provincie Noord-Holland zijn positief. locatiebeleid: parkeerbalans voor niet-woonfuncties; C norm is maatwerk In de structuurvisie wordt aangegeven dat binnenstedelijke bedrijventerreinen belangrijk zijn voor het functioneren van de stad.

Op stadsverzorgende bedrijventerreinen mogen alleen de volgende typen bedrijven zich vestigen: industrie, ambacht, groothandel, opslag en/of transport. Dit betekent dat er vanwege de verwachte milieuhinder geen ruimte is voor woningbouw of bedrijven die een grote hinder geven (bijvoorbeeld door een grote verkeersaantrekkende werking) op de Bedrijvenstrook.

70

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

3.4.2

Mobiliteitsaanpak en Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015)

Amsterdam groeit en blijft groeien. En dat heeft ook een keerzijde. Het groeiend aantal Amsterdammers, bezoekers en toeristen dat zich verplaatst in onze stad, zet de schaarse openbare ruimte in de stad nog verder onder druk. Om de stad bereikbaar en veilig te houden en de openbare ruimte toegankelijk en aantrekkelijk, moet de gemeente Amsterdam keuzes maken en maatregelen treffen. Tot 2025 worden er per jaar meer dan 5.000 woningen bijgebouwd. De bevolkingsdichtheid zal toenemen van 5.100 inwoners per km2 nu naar 5.700 in 2030. De sterkste toename van de bevolkingsdichtheid wordt verwacht rondom Sloterdijk, IJ-oevers en Zeeburgereiland. Tegelijkertijd moet de stad wel voor iedereen toegankelijk blijven. Er is simpelweg geen plek voor én de fiets én de voetganger én het OV én de auto naast elkaar. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Op termijn zal het bijvoorbeeld niet meer mogelijk zijn om per persoon een parkeerplek te claimen. Omdat de auto echter een belangrijke rol zal blijven spelen, zal er nagedacht moeten worden over andere vormen. Van individueel naar collectief vervoer. En van bezit naar gebruik. Behorend bij de Mobiliteitsaanpak Amsterdam 2030 (MAA) is een breed pakket aan maatregelen in stelling gebracht, samengevat in de Uitvoeringsagenda Mobiliteit.

Concrete maatregelen uit de Uitvoeringsagenda Mobiliteit zorgen voor meer ruimte en betere doorstroming voor voetganger, fietser, ov-reiziger en de automobilist. De Agenda heeft als pijlers doorstroming, creeren van ruimte en, verbindingen. De basis voor alle maatregelen is verkeersveiligheid. Bijvoorbeeld door voetgangers en fietsers meer ruimte te geven. Soms in combinatie met een verlaging van de snelheid voor auto’s.

De uitgangspunten uit MobiliteitsAanpak Amsterdam en de Uitvoeringsagenda Mobiliteit zijn verwerkt in het beleidskader Verkeersnetten. De functie van de verkeersnetten is onder andere de stad bereikbaar houden, zorgen voor een goede bereikbaarheid tussen 71

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

stadsdelen en goede en veilige doorstroming van het verkeer. De belangrijkste routes voor voetganger, fiets, openbaar vervoer en auto staan in het beleidskader verkeersnetten. De verkeersnetwerken bestaan uit: Plusnetten: gericht op het bieden van (doorstroom)kwaliteit voor grote verkeersstromen met de hoogste prioriteit als er afwegingen gemaakt moeten worden tussen netwerken. Hoofdnetten: gericht op het behouden van voldoende ruimte om het verkeer af te kunnen wikkelen. Basisnetten met standaard-inrichtingseisen. De route IJburglaan is aangewezen als Plusnet Auto, Plusnet Fiets en Plusnet Tram. Ter hoogte van het plangebied is een tramhalte aanwezig. Op het gebied van doorstroming geldt dat uitgangspunt is het creeren van aantrekkelijkere P+R-locaties aan de randen van de stad. Op de locatie van de huidige P+R Zeeburg I en II, in de Baaibuurten, is vanaf 2024 woningbouw mogelijk. Vanwege de veranderende automobiliteit in het centrum van de stad, de toenemende parkeerbehoefte buiten het centrum en het succes van het P+R-concept is in de Uitvoeringsagenda Mobiliteit als maatregel opgenomen om het aanbod van Park and Ride (P+R) in Amsterdam uit te breiden (maatregel 24). Als onderdeel van de maatregel is een haalbaarheidsonderzoek (februari 2016) gedaan naar een gebouwde parkeervoorziening van ca. 1.000 parkeerplaatsen.

Momenteel worden de mogelijkheden naar bredere concepten voor parkeergebouwen nader onderzocht. Voor de bereikbaarheid van de Oostflank is een separaat Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg, vastgesteld. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.1. 3.4.3

Agenda Duurzaamheid (2015)

In de Agenda duurzaamheid 'Duurzaam Amsterdam' is het duurzaamheidsbeleid beschreven. De gemeente wil de verduurzaming van de hoofdstad versnellen. In 2020 kent Amsterdam 20% meer duurzame energie en 20% minder energiegebruik ten opzichte van 2013. Concrete plannen zijn er voor energiebesparing en het versneld aansluiten op stadswarmte van bestaande woningen. De markt zal worden uitgedaagd om nog duurzamer te bouwen. Verdere stimulering van elektrisch vervoer, slimme distributie en de uitbreiding van de milieuzone naar bestelwagens moet de lucht in de stad gezonder maken. In de komende jaren worden 111 scholen gezonder en duurzamer gemaakt. In de Agenda Duurzaamheid staan vijf transitiepaden omschreven waarmee Amsterdam verduurzaming van de stad wil bewerkstelligen. De eerste vier paden gaan over duurzame energie, schone lucht, circulaire economie en een klimaatbestendige stad. Het laatste transitiepad is de verduurzaming van de gemeentelijke bedrijfsvoering. Voor de Bedrijvenstrook komen al deze aspecten aan bod en wordt extra ingezet op duurzame energie, klimaatbestendigheid en natuurinclusiviteit. Op het aspect duurzaamheid en het daarbij behorende beleid wordt nader ingegaan in paragraaf 2.2.3 en 5.5.

72

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

3.4.4

Koers 2025 (2016)

In de Structuurvisie 2040 is de strategie omschreven om te verdichten binnen de stad: bouwen binnen bestaand stedelijk gebied, en verdichten en transformeren waar mogelijk. De stad verdichten betekent niet alleen de bouw van meer dan 5.000 woningen per jaar tot 2025 maar ook het ontwikkelen van een leefbare stad. We willen dat de stad betaalbaar en bereikbaar blijft en in het tempo waarin de stad groeit, neemt de urgentie om te handelen toe. Hiervoor is gesproken met stadsdelen, stedelijke belangengroepen en partners op het gebeid van cultuur, onderwijs, infrastructuur en duurzaamheid. Deze adviezen zijn door het college van B en W bestudeerd en hebben geresulteerd in een ontwikkelstrategie, vastgelegd in Koers 2025. Koers 2025 bevat het plan van aanpak voor de bouw van 50.000 huizen tot 2025, met de strategische keuzes die daar bij horen. De Amsterdamse ontwikkelstrategie richt zich vooral op het realiseren van voldoende woningen in kwalitatief hoogwaardige, gemengde stedelijke milieus. Jaarlijks wordt over de voortgang van deze ontwikkelingen gerapporteerd in een Voortgangsrapportage Ruimte voor de Stad. Parallel daaraan worden in een Werkprogramma Ruimte voor de Stad de projecten en verkenningen voor het komende jaar aangegeven.

Centraal gelegen (stadsverzorgende) bedrijventerreinen bieden kansen om te voorzien in de groeiende economische behoefte naar gemengde stedelijke vestigingsmilieus. De ambitie van Amsterdam om te bouwen voor bevolkings- en economische groei roept vragen op over de ruimtebehoefte van de ‘Economie van morgen’. Deze economie ontwikkelt zich steeds meer in gemengde woon-werkmilieus. De woningbouwproductie kan echter de komende jaren op een aantal ontwikkellocaties ook bepaalde typen bedrijvigheid verdringen. Er moet voorkomen worden dat ruimtegebrek in de toekomst een reden is voor bedrijven om Amsterdam te mijden. We moeten blijven zorgen voor een gunstig vestigingsklimaat voor het MKB en het behouden en versterken van de internationale concurrentiepositie. De ruimtebehoefte van de ‘Economie van morgen’ is daarom integraal onderdeel van de stedelijke groeistrategie. 3.4.4.1 Ruimte voor de Economie van morgen (2018) Met de Koers 2025 heeft het College van Burgemeester en Wethouders ingezet op de bouw van minimaal 50.000 woningen voor de komende tien jaar. Maar dat betekent niet dat Amsterdam de komende jaren alleen maar woningen zal bouwen. Een complete stad heeft veel meer nodig zoals scholen, cultuur, bruggen, maatschappelijke instellingen, sportfaciliteiten, openbaar vervoer en parken.

Met Ruimte voor de Economie van Morgen biedt het College economische bouwstenen voor nieuwe gebiedsontwikkeling. Met deze bouwstenen als opgaven voor ruimtelijk projecten wordt het vestigingsklimaat van Amsterdam versterkt, en bieden de nieuwe delen van Amsterdam ook kansen voor nieuw en divers ondernemerschap waardoor iedereen kan profiteren van economische groei in de stad. Voor deze periode agendeert Ruimte voor de Economie van Morgen drie ruimtelijk-economische opgaven: 1.

Sluit aan bij de vestigingsbehoefte van de stedelijke kenniseconomie; Om de groei van de stedelijke economie te faciliteren zijn gemengde woonwerkmilieus met zelfstandige kantoorruimte en voorzieningen belangrijk. Door deze gemengde milieus te ontwikkelen sluit Amsterdam aan bij hedendaagse vestigingstrends en het toenemende belang van nabijheid in de moderne diensteneconomie. Voor de menging 73

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

2.

met kantoren worden vier typen woon-werkmilieus onderscheiden: internationaal topmilieu, multimodale knooppunten, innovatiedistricten en creatieve wijken. Deze vormen de basis voor een nieuwe geactualiseerde kantorenstrategie die niet uitgaat van monofunctionele kantoorparken, maar streeft naar gemengde milieus waar vraag naar is. Ontwikkel Amsterdam als inclusieve stad van en voor iedereen, en maak ruimte voor economische diversiteit; Koers 2025 heeft in totaal 230 hectare bedrijventerrein aangewezen voor nieuwe stedelijke groei.Daarvan is een groot deel in de Structuurvisie 2040 aangewezen als bedrijventerrein voor ‘stadsverzorgende’ bedrijven. Het inzetten van deze bedrijventerreinen voor stedelijke groei vraagt om een nieuwe visie voor ruimte voor bedrijven in de stad. Ruimte voor de Economie van Morgen gaat in lijn met Koers 2025 uit van deze transformatie van bedrijventerreinen, en ontwikkelt, in het belang van sociaal-economische diversiteit, een ruimtelijke strategie voor het behoud van bedrijven in stad en regio.

Deze bedrijvenstrategie bestaat uit de volgende elementen:

3.

Integratie van bedrijven die passen in woon-werkmilieu in nieuwe productieve wijken en stadsstraten; Duidelijke keuzes maken voor invulling laatste kavels bedrijventerrein; Reserveren van ruimte voor verplaatsende bedrijven om stedelijke groei mogelijk te maken; Behouden van bedrijvigheid in de metropoolregio; Coördinatie tussen projecten, gronduitgifte en metropoolregio is noodzakelijk om verplaatsende bedrijven plek te bieden, om te bouwen voor eindgebruikers en om ondernemerschap te behouden voor stad en regio. Houd rekening met economische dynamiek en verandering. Vier nieuwe stedelijke woon-werkmilieus – internationaal topmilieu, innovatiedistricten, creatieve wijken en productieve wijken – zijn gebaseerd op economische scenario’s die door de metropoolregio en de Amsterdam Economic Board zijn ontwikkeld. Door bij gebiedsontwikkeling woon-werkmilieus adaptief te bouwen is ruimtelijke aanpassing en bijsturing mogelijk, en blijft de economie van Amsterdam weerbaar, divers en flexibel bij economische voor- en tegenspoed, en bij veranderingen die voortkomen uit geopolitieke en technologische ontwikkelingen.

In het beleid is Zeeburgereiland aangewezen als creatieve wijk. Het zijn wijken die in economisch opzicht aansluiten op het bestaande Amsterdamse centrummilieu binnen de ring A10. Relevantie voor het plangebied De Bedrijvenstrook is in de Ruimte voor de economie van morgen aangewezen als bedrijventerrein. De Structuurvisie Amsterdam 2040 en Koers 2025 hebben samen in totaal ruim 230 hectare bedrijventerrein aangewezen voor transformatie. Het aanbod aan bedrijventerreinen in Amsterdam wordt minder; bedrijven zullen als gevolg van de groeiambitie van Amsterdam op zoek moeten naar andere locaties. Amsterdam zal voor het schaarse aanbod aan bedrijventerreinen moeten kiezen aan welke bedrijven ze binnen de stad nog ruimte wil bieden en aan welke niet meer. Voor bedrijventerreinen gelden de volgende vuistregels: Uitsluiten van grootschalige extensieve functies; Reserveren van ruimten op bedrijventerreinen voor bedrijven uit transformatiegebieden; Intensivering van grondgebruik; Kantoren en creatieve bedrijvigheid weren op Functionele bedrijventerreinen 74

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

(Bedrijventerreinen voor bedrijven die geluid, stank of andere hinder veroorzaken en/of zware logistieke behoeften hebben). In aansluiting op het karakter van de creatieve wijk is er op de Bedrijvenstrook ook ruimte voor andere functies zoals horeca en sport. Conclusie Het programma voor dit bestemmingsplan draagt bij aan de ruimtelijk-economische opgaven die in het kader van Ruimte voor de Economie van Morgen voor Amsterdam zijn gedefineerd. 3.4.5

Kantorenstrategie (2017)

De kantorenstrategie geeft richting aan de rol van de gemeente Amsterdam om de leegstand op de kantorenmarkt terug te brengen tot een acceptabel niveau, zowel kwantitatief als kwalitatief. In de kantorenstrategie zijn IJburg en Zeeburgereiland tezamen aangeduid als groeigebied. De Bedrijvenstrook wordt daar echter niet als zodanig benoemd; de groeimogelijkheden hebben betrekking op de woongebieden. Voor de Bedrijvenstrook geldt daarom dat het aanbod van kantoren niet groter mag worden. Zelfstandige kantoren worden niet mogelijk gemaakt. Voor alle nieuwbouwontwikkelingen die voor meer dan 50% als kantoor gebruikt worden gelden de kaders van de kantorenstrategie. Daarbij geldt dat alle etages van een bedrijfspand behalve de begane grond worden beschouwd als kantoor, tenzij de initiatiefnemer kan aantonen dat de verdiepingen als bedrijf zullen worden gebruikt. In het bestemmingsplan zullen zelfstandige kantoren niet worden toegestaan. Ondergeschikte kantoren van bedrijven worden tot 30% van het vloeroppervlak worden wel mogelijk gemaakt. Met de kantorenstrategie wordt ingespeeld op ontwikkelingen op de kantorenmarkt en wordt er ruimte gemaakt voor de functie werk die binnen de bestemming kantoor past op verschillende stedelijke locaties. 3.4.6

Amsterdam Duurzaam Productief (Bedrijvenstategie 2020-2030)

De bedrijvenstrategie is een ruimtelijke strategie en focust vooral op de vestigingsplaatsen van maakindustrie en logistiek: bedrijvigheid met enige vorm van productie, reparatie en open overslag van goederen, en de plekken waar deze zaken plaats kunnen vinden: in solitaire bedrijfsruimten, op bedrijven- en haventerreinen en in gemengde woon-werkwijken. Amsterdam staat bekend om haar ondernemerschap en bedrijvigheid, die zorgen voor goede banen en kansen voor Amsterdammers en ver daarbuiten. De logistiek en (maak) industrie zijn de machinekamer van de economie in de regio. De ruimte voor deze bedrijven is echter aan verandering onderhevig, mede omdat in de stad veel woningen nodig zijn. Nieuwe stedelijke wijken zijn gepland op bedrijventerreinen zoals het Hamerkwartier, Cruquius, Sloterdijk I Zuid en Overamstel. Op de langere termijn wordt Haven-Stad ontwikkeld. Deze terreinen worden ook wel transformatiegebieden genoemd. Met deze transformaties neemt het aanbod aan traditionele vestigingslocaties voor bedrijven af, terwijl de vraag naar bedrijfsruimte juist toeneemt, door o.a. nieuwe economie en toepassingen voor de circulaire economie en de energietransitie. Dit vormt de aanleiding voor de bedrijvenstrategie. Met de transformatie van bedrijventerreinen zullen zonder aanvullende maatregelen diverse vormen van ambacht, maakindustrie en reparatie uit de 75

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

stad verdwijnen. Doel van de strategie is om binnen de bredere ontwikkeling van stad voldoende ruimte te creëren en te behouden voor bedrijven, zodat Amsterdam een diverse economie houdt met een inclusieve arbeidsmarkt, en duurzaam aantrekkelijk is voor ondernemers. Dit willen we bereiken in nauwe samenwerking met de Metropoolregio Amsterdam. Speerpunten en acties Amsterdam zet in op de volgende speerpunten en acties voor de uitvoering van deze strategie: 1.

Maximaal de kansen benutten om bedrijvigheid en wonen te combineren. In gemenge buurten specifiek programmeren en bestemmen op de functie bedrijfsruimte, en het organiseren van handhaving op gebruik van bedrijfsruimte. Structurele ondernemersbetrokkenheid en marktonderzoek bij programmering en ontwerp. Een platform opzetten voor vraag en aanbod van (tijdelijke) bedrijfsruimten. Verkennen mogelijkheden van een pilot voor een plintcoöperatie in het Hamerkwartier. Verkenning morgelijkheden bedrijfsverzamelpanden, met daarin ruimtelijke mogelijheden en marktonderzoek naar behoefte bedrijfsruimte vanuit kleinschalige en startende bedrijvigheid.

2.

Bestendigen, intensiveren en verduurzamen van bedrijventerreinen. Verstevigen gemeentelijk accountmanagement t.b.v. intensivering en verduurzaming bedrijventerreinen, o.a. om met stakeholders in gesprek te gaan over de kansen hier toe. Ondersteuning van ondernemersorganisaties bij een intensiverings- en verduurzamingsaanpak per gebied. Aanstellen kavelcoach ter ondersteuning bedrijven bij vertaling intensiverings- en verduurzaamheidscriteria naar bouwontwerp. Verkennen mogelijkheden voor intensiveren en verduurzamen voor Landslust, Westerkwartier en Amstel III. Voor Sloterdaijk West loopt hiertoe een gebiedsvisie. Bij uitgifte van nieuwe kavel worden ambitieuze criteria voor duurzaamheid en intensief ruimtegeruik standaard opgenomen in de kavelpaspoorten en tenders, waarbij de toegeankelijkheid voor bedrijven uit transformatiegebieden eveneens richtinggevend is. Ontwikkelen handout 'duurzaam bouwen in Amsterdam'.

3.

Selectief omgaan met de laatste vrije kavels bedrijventerrein. Reserveren vrije kavel (tot 19,5 ha) op Sloterdijken (III/IV) voor bedrijven uit transformatiegebieden, die voldoen aan het afegingskader gebiedsvisie Sloterdijk-West. Faciliteren de vestiging van een cluster circulaire economie op Sloterdijk III door een ruimtereservering op de N5/N6 kavel.

4.

Een regionale aanpak voor bedrijfslocaties. Zorgen dat bedrijven met een ruimtevraag beter hun weg vinden naar passend aanbod van ruimte, o.a.door de portal bedrijvenlocaties MRA, de bedrijvenadviseur transformatie, naar het Havenbedrijf Amsterdam en het regionaal coördinatieteam Plabeka. In Plabekaverband werken aan de opzet voor een regionale strategie voor uimte voor bedrjven, waarin vervanings- en uitbreidingsvraag vanuit de deelregios's wordt gekoppeld aan beschikbare locaties en ambities. 76

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Met het Havenbedrijf Amsterdam maken we afspraken over het accommoderen van kadegebonden bedrijven uit transformatiegebieden. Amsterdam zet zich in voor voldoend vestigingsmogelijkheden voor deze doelgroep op de langere termijn in het Noordzeekanaalgebied. Uitgangspunt van Amsterdam is dat aanvullende (haven)terreinen bespreekbaar zijn als alle mogelijkheden op bestaande (haven)terreinen zijn benut, conform de vigerende visie Noordzeekanaalgebied 2040. Conclusie Amsterdam wil bijdragen aan een duurzaam en sterk vestigingsklimaat voor bedrijven in de MRA. Door de beschikbare ruimte voor bedrijvigheid in Amsterdam maximaal te benutten en waar mogelijk te vergroten. Binnen de bedrijvenstrategie is aandacht voor onder andere inclusiviteit, verduurzaming en regionale concurrentiekracht. Het gevaar van de snelle groei en verstedelijking is uitsortering: een situatie waarin banen en functies in het lagere en middensegment worden weggedrukt door meer lucratieve activiteiten. Het is voor Amsterdam van groot belang om in de periode van snelle groei de balans te behouden. De Amsterdamse bedrijventerreinen moeten klaar zijn voor de toekomst.

Dit betekent dat de te (her) ontwikkelen bedrijfslocaties passen bij de economische activiteiten van vandaag en morgen, op goed bereikbare locaties liggen, een prettig en goed werkklimaat bieden en zo duurzaam mogelijk zijn qua bebouwing en openbare ruimte. Amsterdam zet de resterende kavelruimte, zoals op de Bedrijvenstrook Zeeburgereiland, strategisch in om de transformatieopgave en circulaire ambities te ondersteunen. De nieuwe terreinen zoals de Bedrijvenstrook worden via 1 op 1 uitgiften of via tenderprocedures uitgegeven. Intensief ruimtegebruik en duurzaamheid zullen als criteria worden opgenomen. 3.4.7

Actieplan Schone Lucht (2019)

Het Actieplan Schone Lucht zet in op het verbeteren van de luchtkwaliteit, zodat de gemiddelde Amsterdammer in 2030 drie maanden langer leeft. De Gemeente neemt daarvoor zoveel mogelijk vervuilingsbronnen weg en ze zet haar energie op de bronnen waar ze de meeste invloed op heeft: het verkeer, de passagiers- en pleziervaart, biomassa/houtstook en de mobiele werktuigen. De maatregelen in het Actieplan zorgen dat Amsterdam zo snel mogelijk voldoet aan de Europese normen voor luchtkwaliteit. In het Actieplan Schone Lucht is de ambitie uitgesproken om ervoor te zorgen met regelgeving dat alle verkeer binnen de ring in 2025 uitstootvrij is. Hiervoor zijn 4 concrete maatregelen opgenoemen in het Actieplan Schone Lucht: In het Actieplan Schone Lucht is de ambitie uitgesproken om ervoor te zorgen met regelgeving dat alle verkeer binnen de ring in 2030 uitstootvrij is. De belangrijkste mijlpalen Actieplan Schone Lucht: In 2020 mogen dieselauto’s en dieselbestelauto’s met een Euro3-motor niet meer binnen de ring A10 rijden. Vanaf 2022 mogen OV-bussen en touringcars alleen het centrumgebied in met een elektrische motor of op waterstof. Vrachtverkeer mag alleen de milieuzone in met uitstootvrije voertuigen of met een Euro6-dieselmotor. In 2025 mogen alleen elektrische brom- en snorfietsen in de bebouwde kom van Amsterdam rondrijden.

Vracht- en bestelwagens, taxi, ov-bussen en touringcar mogen alleen binnen de ring A10 als ze uitstootvrij zijn. Dit geldt ook voor de passagier- en 77

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

pleziervaart en de GVB-veren. In 2030 is de hele bebouwde kom uitstootvrij voor alle modaliteiten, dus ook voor personenauto’s en motoren. Met de maatregelen uit het Actieplan Schone Lucht zal er in de toekomst steeds meer elektrisch gereden worden. De milieuzone wordt de komende jaren geleidelijk uitgebreid voor personen- en vrachtvervoer. Voor de Bedrijvenstrook geldt dat wordt ingezet op elektrisch rijden, duurzame energiebronnen en gebruik van schoon materieel bij de realisering. 3.4.8

Gebiedsplan en -agenda Stadsdeel Oost, IJburg en Zeeburgereiland

Op dinsdag 17 december 2019 heeft het dagelijks bestuur van de gemeente Amsterdam het gebiedsplan IJburg en Zeeburgereiland 2020 vastgesteld. In het gebiedsplan staan de projecten en onderwerpen waar de gemeente extra aandacht aan geeft. Relevantie voor het plangebied De prioriteiten en de daarbij behorende doelstellingen uit het gebiedsplan en -agenda van IJburg en daarmee ook de Bedrijvenstrook in vogelvlucht: 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Goede bereikbaarheid waarborgen. Doelstellingen: Tijdige oplossingen om het gebied berijkbaar te houden, goede verkeersveiligheid realiseren, milieuvriendelijke oplossingen voor de verbetering van de breikbaarheid. Een ruimer aanbod van kunst, cultuur, sport en sociale voorzieningen in de wijk. Doelstellingen: Meer buurtruimtes en buurtactiviteiten, meer kunst en cultuur in de wijk, meer sportvoorzieningen en waterrecratie en ecologie in samengang ontwikkelen.V Veilig en prettig samenleven in een nieuwe gemengde wijk. Doelstellingen: Sterkere verbondenheid tussen buurtgenoten, bewoners met verschillende leefstijlen leven goed met elkaar samen, horgere kwaliteit van de leefomgeving en bewoners moeten zich veilig voelen in hun buurt. Ruime kansen voor de vele kinderen en jongeren in het gebied. Doelstellingen: Jongeren zijn trots op hun buurt en de buurt op hen, meer voorzieningen, programmereing en zorg voor de jeugd, jeugdoverlast aanpakken door preventie en repressie. Groen en Duurzaam IJburg en Zeeburgereiland. Doelstellingen: Groen in de buurt, circulaire economie, duurzaam bouwen en op weg naar energienetraal. Sterke locale economie. Doelstellingen: Meer samenwerking tussen ondernemers, ondernemers vervullen een sociale functie, meer toerisme en recreatie uit de stad naar IJburg trekken.

In het stedenbouwkundig plan voor de Bedrijvenstrook zijn de hiervoor genoemde prioriteiten en doelstellingen die uit het Gebiedsplan en de agenda Stadsdeel Oost voorkomen, integraal doorgevoerd. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt volop uitvoering gegeven aan het Gebiedsplan en de agenda Stadsdeel Oost.

78

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

3.4.9

Nota Parkeernormen

De gemeenteraad heeft op 29 november 2017 de Nota Parkeernormen auto vastgesteld. Daarin zijn nieuwe parkeernormen voor auto's vastgesteld voor nieuwbouw- en transformatieprojecten in de stad. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is dat de stad bereikbaar en leefbaar moet blijven. Om die reden is ervoor gekozen bewoners van nieuwbouw geen parkeervergunning meer te geven voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. Voor de hele stad zijn de minimumparkeernormen naar beneden bijgesteld, en geldt een maximum parkeernorm van 1 auto per woning. De Bedrijvenstrook wordt in de Nota Parkeernormen Auto als een C-locatie aangeduid. Hierbij wordt per gebied maatwerk toegepast voor het parkeren. Binnen paragraaf 5.1 (Verkeer en vervoer) wordt nader ingegaan op het aspect parkeren en hoe mee binnen voorliggend plan zal worden omgegaan. 3.4.10 Nota parkeren fiets en scooter Amsterdam verplicht nieuwe kantoren, horeca, onderwijsinstellingen en uitgaansgelegenheden om voldoende en goede parkeervoorzieningen voor de fiets op eigen terrein te realiseren. Dat draagt bij de kwaliteit van de openbare ruimte, een rustiger straatbeeld en meer ruimte voor voetgangers, groen en verblijfsplekken. Welke norm er wordt toegepast, is mede afhankelijk van de locatie waar gebouwd wordt.

In het centrum is het fietsgebruik bijvoorbeeld veel hoger dan in de gebieden aan de rand van de stad. Relevantie voor het plangebied De Bedrijvenstrook wordt in de Nota Parkeernormen Auto als een C-locatie aangeduid. Hierbij wordt per gebied maatwerk toegepast voor het parkeren. Ook op dit aspect zal nader worden ingegaan in paragraaf 5.1 (Verkeer en vervoer). 3.4.11 Horecabeleid stadsdeel Oost In oktober 2012 heeft stadsdeel Oost de 'Horecanota stadsdeel Oost 2012' vastgesteld. Met dit horecabeleid is er voor het grondgebied van (het voormalige) stadsdeel Oost één beleidsstuk op het gebied van horeca. Bij het horecabeleid staat prettig wonen en het versterken van de levendigheid voorop. Oost wil dat bewoners met plezier in het stadsdeel wonen. Kwalitatief goede horeca is daar onderdeel van. Leefbaarheid is een randvoorwaarde. Horeca moet passen bij een buurt en de bewoners. Het stadsdeel zet in op kwalitatief hoogwaardige horeca. Ook hier is in Oost een opwaartse trend zichtbaar met vele vernieuwende concepten. Met de term hoogwaardig wordt in dit geval bedoeld: een horeca gelegenheid met een kwalitatief goed aanbod van eten en drinken, dat van toegevoegde waarde voor de buurt is en waar mensen graag verblijven en elkaar ontmoeten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10006783/1