CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20260507 verslag Gemeenteraad.pdf

RAAD 11 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de notulen van de raadsvergaderingen op 7 mei 202631.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarin hebben wij ook zelf een verantwoordelijkheid als het gaat om de vergunningen en het tempo wat we daarin hebben op dit moment. Tegelijkertijd gaan wij er niet over. Dat is altijd heel naar om te zeggen, maar het is wel zo. Want uiteindelijk gaat de Omgevingsdienst erover, die gaat over het proces daar, maar het gaat ook over de natuurbescherming daar en wat voor maatregelen er wel of niet genomen kunnen worden. Zij gaan ook bijvoorbeeld over de zorgplicht die er is rondom de netten, dat er geregeld een ecoloog moet gaan kijken, wat het Rijksmuseum ook aangeeft dat te doen en dat er ook steeds wordt gekeken en dat er ook vogels uit worden gehaald op het moment dat die verstrikt raken. Dus dat brengt ons eigenlijk bij de conclusie, we hebben het eerder gevraagd aan het Rijksmuseum. Die hebben aangegeven, nee we

21

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

kunnen echt niet wachten, dit is hoe het is. We gaan er ook niet over. Het is niet bij ons neergelegd, het is aan de Omgevingsdienst om hierop te controleren. Dus op dit moment zie ik geen ruimte voor ons als gemeente om daarop in te grijpen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom voor een vervolgvraag. Het lid KROM: Ik weet dat we er niet over gaan maar de wethouder kan natuurlijk wel nog een keer bellen en zeggen kan dit echt niet anders, want het is onwenselijk. Dus ik wil de wethouder toch nog een keer vragen om gewoon contact op te nemen en te zeggen dit moet anders. Het tweede punt is dat als dat niet gebeurt en de netten blijven hangen dat tot half juli de dierenambulance dagelijks moet blijven uitrukken. Mijn vraag is dan, wie gaat dat dan betalen als dit gewoon anders had gekund? Hetzelfde geldt voor de brandweer. En de ecoloog is natuurlijk geen oplossing, want de ecoloog voorkomt niet dat vogels erin vliegen. Dus dat is ook een schijnoplossing. Dus ik wil de wethouder toch vragen om te bellen met het Rijksmuseum en nog een keer te vragen of het echt niet anders kan. En ik ga ervan uit dat ook het Rijksmuseum het beste wil voor de dieren. Wethouder PELS: Voorzitter, daar ga ik ook zeker van uit en dat ze ook natuurlijk naar verschillende opties hebben gekeken. Ik denk, we hebben het al gevraagd.

Ik kan het nog een keer vragen en dan krijgen we hetzelfde antwoord. We hebben het natuurlijk nog een keer besproken ook omdat deze vragen gesteld zouden worden. Dus ik denk als ik dat zou toezeggen, dan maak ik vooral mezelf er makkelijk van af. Want dan ga ik terug naar het Rijksmuseum en dan krijg ik nog een keer hetzelfde antwoord en dan is dat nog steeds hetzelfde antwoord. En ik denk, dat is eigenlijk ook niet helemaal eerlijk. Niet voor de vraagsteller, niet voor het Rijksmuseum, maar ook niet voor onze positie. Dus het beste wat ik kan doen, is contact opnemen met de dierenambulance en kijken hoe het daar nu ervoor staat. Want ik begreep dat ze ook uitrukken maar dat daar mogelijk vogels al verwijderd zijn. Dus dat misschien en ook de taakverdeling onhelder is. En ik denk ook dat wij het signaal af gaan geven richting de Omgevingsdienst, dat is gemandateerd vanuit de provincie, dus eigenlijk ook politiek gezien en bestuurlijk gezien moet het daar liggen, dat we zeggen zouden er niet betere oplossingen gevonden moeten worden dan dit type netten om dit in de toekomst te voorkomen. Want ik denk het Rijksmuseum handelt te goeder trouw. Wij proberen dat ook als gemeente te doen. Blijkbaar is dit niet een ideale oplossing en moet er iets anders worden verzonnen. Dat is alleen niet aan ons, maar aan de Omgevingsdienst en aan de provincie. Dus daar wil ik mee aan de slag.

Vragen van het lid Rijpkema inzake het verdwijnen van de stamtafels na dertig jaar bij ‘t Sluisje in Noord De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Rijpkema. Het lid RIJPKEMA: Amsterdam is geen dorp waar na één klacht van een wrokkige bezoeker die weigert iets te bestellen meteen picknicktafels van het terras moeten verdwijnen. We zijn een grote stad met veel inwoners, ondernemers en ruimte voor dingen die al jaren goed gaan. De picknicktafels bij café ‘t Sluisje stonden er al 30 jaar. Het café is vrij recent door 85 buurtbewoners gered die daar zelf veel tijd, moeite en eigen geld in hebben gestoken en vanwege de maatschappelijke functie die het café vervult. En dan komt er een klacht, één klacht in 30 jaar van iemand die wel op het terras wilde zitten maar niets wilde bestellen en om die reden is weggestuurd. Vervolgens is er een Woo-verzoek

22

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

ingediend, ja ik was het zelf, een Woo-verzoek om het café terug te pakken en daarna ging de hele gemeentelijke molen draaien en weten we allemaal waar dat op uitliep. Wat JA21 betreft is dit vertrutting ten top en Amsterdam onwaardig en daarom mijn vragen. Vindt de burgemeester dit proportioneel? Hoeveel ambtelijke tijd en maatschappelijk geld heeft dit allemaal wel niet gekost? En daarom zouden we de burgemeester willen oproepen samen met café ’t Sluisje, de buurt en het stadsdeelbestuur naar een praktische oplossing te zoeken zodat die tafels zo snel mogelijk weer terugkomen op hun oude plaats. En is zij daartoe bereid? De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA: Sorry hoor, dat ik ook over picknicktafels ga. Laat ik er een paar dingen over zeggen. Ik snap dat u denkt, wat een vertrutting, waar houden we ons mee bezig. Maar er is ook een andere kant van de zaak en dat is de volgende. We leven in een hele krappe stad met een recordaantal horecazaken waarbij wij met name sinds corona alle terrassen hebben uitgebreid, waarbij voetgangers klagen en mensen in rolstoelen klagen over de ruimte die er nog is buiten de terrassen. Dus het luistert als gemeente nauw dat je je toch een beetje probeert te richten naar de afspraken die daarbij zijn gemaakt. Kan dat weleens een keertje verkeerd gaan? Natuurlijk.

Vind je dan een oplossing? Ja, dat probeer je te vinden. ’t Sluisje heeft een heel mooi en ruim terras. Het heeft overigens ook nog gevelbanken die niet zijn vergund maar waar niemand moeilijk over doet, dus die we ook nog door de vingers zien. Dus het is niet zo dat de gemeente alleen maar flauw loopt te doen. Maar ik denk dat u het toch wel met mij eens moet zijn dat we niet anders kunnen dan wel enige ordening in de stad te blijven aanbrengen zodat bijvoorbeeld niet alle stoepen vollopen. Want dat hebben we na corona bijvoorbeeld gezien waarbij het echt moeilijk was om de terrassen weer te verkleinen, maar iedereen ook steen en been klaagde over het gebrek aan ruimte om te kunnen lopen en te kunnen fietsen. En volgens mij bij ’t Sluisje, daar komen ze er echt wel uit in Noord. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Rijpkema voor een vervolgvraag. Het lid RIJPKEMA: Enerzijds om aan te geven, er is in dertig jaar natuurlijk geen enkele klacht geweest over deze twee bankjes. Ze staan op het sluisje, dus dat argument dat daar mensen niet doorheen zouden kunnen of iets dergelijks zie ik niet helemaal opgaan. En dan nog steeds zou mijn vraag blijven uitstaan, of de burgemeester kan kijken met het stadsdeelbestuur om dit probleem gewoon op te lossen.

Want we moeten nu niet buigen voor één burger die hier nu met een Woo-verzoek ons dwingt allerlei dingen te doen waarvan we in dertig jaar tijd in ieder geval het niet van plan waren. Burgemeester HALSEMA: Ik vind het niet leuk om u dit antwoord te moeten geven, maar ik moet u het wel geven. Want er is niet één horecaeigenaar die denkt ik heb mijn bankjes net op de parkeerplaats staan, ik heb ze ook aan de overkant van de straat gezet, waarom mag ik ze daar niet blijven zetten en waar één of twee of drie burgers over klagen die dan vervolgens kunnen wijzen naar de tekeningen die er zijn voor terrassen. En als wij gaan zeggen, dat geldt niet meer want dat vinden we tuttigheid dan denk ik dat u straks bij me staat te klagen omdat bijvoorbeeld mensen met een rolstoel niet meer over de stoep kunnen. Dus ergens moeten we de grens trekken. Volgens mij heb ik al gezegd dat hier in der minne gewoon een oplossing voor wordt gevonden. Maar dat is het. Maar het is niet zo

23

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

dat we bij elke horecaeigenaar en elk terras kunnen zeggen, het maakt niet uit, zet maar ergens je banken neer. Vragen van het lid Bentoumya inzake GGD ziet in vijf maanden 76 slachtoffers van vermoedelijke verwurging De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bentoumya. Het lid BENTOUMYA: Dank, voorzitter. Sinds 5 maanden doen forensische artsen van de GGD Amsterdam extra letselonderzoek als er vermoeden bestaat van verwurging. In die periode zijn 76 mensen nader onderzocht omdat daar aanleiding voor bleek te zijn. De fractie van PRO Amsterdam vindt deze cijfers schokkend en blijkbaar tegelijkertijd werkt deze pilot, want er komen slachtoffers naar boven die anders niet naar boven waren gekomen. Het vastleggen van geweldsprotocollen kan van groot belang zijn als slachtoffers aangifte willen doen, maar bovendien kan verwurging ook verband hebben met femicide. Mijn vragen aan de burgemeester zijn, of zij kan aangeven wat de bevindingen uit deze pilot precies laten zien tot nu toe en wat dat betekent voor de toekomst van deze pilot. Verder ben ik benieuwd, omdat er natuurlijk 76 mensen nader onderzocht zijn, wat er is gedaan aan extra nazorg voor deze slachtoffers, omdat hier zo'n enorme toename in te zien is.

En tot slot lijkt het de fractie van PRO Amsterdam heel belangrijk dat deze bevindingen ook worden gedeeld in het kader van kennisdeling met hulpverleners, met de politie en andere professionals, bijvoorbeeld huisartsen, en ik zou graag willen weten van de burgemeester of en hoe dat gebeurt. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA: Dank u wel, voorzitter. De gemeente en de GGD zijn dit natuurlijk opzettelijk begonnen omdat wij er ook van overtuigd zijn dat daarmee veel meer potentiële slachtoffers van verwurging en van huiselijk geweld opgespoord kunnen worden en geholpen kunnen worden. Het is wel verstandig om te blijven opmerken dat het om vermoedelijk slachtoffers van verwurging gaat. Dus mensen zijn doorverwezen maar het is niet zo dat die 76 mensen ook slachtoffers zijn. Dat weten we niet. Het korte antwoord op u op dit moment is evenwel, de pilot loopt. Ik was een beetje verbaasd dat men al naar buiten ging met deze cijfers en ik zou ook echt het einde van de pilot willen afwachten voordat wij verdere conclusies trekken, er gevolg aan geven en ook een volledig antwoord geven op uw vraag. We onthouden ze wel. Vragen van het lid Broersen inzake de regels die de gemeente Amsterdam hanteert omtrent mengformules leiden bij ondernemers tot verwarring De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Broersen.

Het lid BROERSEN: Voorzitter, waar we het volgens mij allemaal over eens zijn, dat is dat wij hier in de stad niet meer nutellawinkels willen, we willen niet meer vijftig H&M’s in één winkelstraat, we willen niet meer souvenirrommelwinkels of meer winkels voor vapes. Maar het is voor lokale ondernemers hier best wel moeilijk in deze stad, aangezien ook gewoon heel veel mensen online hun spullen kopen terwijl er om de hoek eigenlijk de winkel zit waar ze het fysiek zouden kunnen kopen. Het maakt het voor heel veel winkels heel erg

24

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

moeilijk om daar nog tegenop te boksen. Wat het voor winkelaanbod wel heel erg fijn zou maken, wat ook de stad leuker zou maken en wat het voor ondernemers makkelijker zou maken, zijn dingen als mengformules. Mengformules zijn er ook om de stad creativiteit te geven, om wat creativiteit aan ondernemers te geven en dat zou bijvoorbeeld een winkel kunnen zijn waar je ook een koffietje kan drinken, om iets heel simpels te noemen. En de ondernemer achter Baskèts, dat is precies wat deze ondernemer wilde doen en dat is ook precies de reden waarom hij nu een boete dreigt te krijgen van 40.000 euro. Naar eigen zeggen heeft hij zijn concept met het stadsdeel gedeeld, waar het stadsdeel heel erg positief eigenlijk op reageerde. Toen heeft hij voor 180.000 euro verbouwd en toen bleek het allemaal niet te kunnen. Dat lijkt mij best wel een dure manier om erachter te komen hoe deze regel voor mengformules nu eigenlijk bedoeld is. Deze ondernemer loopt nu eigenlijk volledig vast in de regels die door iedereen anders geïnterpreteerd lijken te worden. Wanneer is het een winkel, wanneer is het een koffiezaak, mag je het koffiezetapparaat wel zien, mag er een stoeltje buiten staan? Het is ontzettend vaag en dat lijkt ons juist het probleem. Ondernemers moeten niet afhankelijk zijn van de ene handhaver die de regels anders interpreteert dan de ondernemer zelf. Het moet gewoon duidelijker zijn.

Dus herkent de wethouder dat de huidige regels eigenlijk te onduidelijk zijn? En ik ben benieuwd of hij straks als de meldplicht eenmaal ingaat voor de mengformules, of er dan duidelijke kaders worden meegegeven voor de mengformule. Want dat lijkt me meer dan logisch. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Mbarki voor de beantwoording. Wethouder MBARKI: Dank aan het lid Broersen voor deze vragen. Inderdaad, mengformules kunnen een waardevolle toevoeging zijn voor de stad en als college vinden we dat ook belangrijk en daarom zijn ze er ook. Maar wel binnen duidelijke regels, omdat het namelijk ook zo is dat die duidelijke regels ook voor een eerlijk speelveld zorgen. Want de mengformule is geen horeca en horeca is geen retail en daar zul je heel goed het onderscheid in moeten blijven maken omdat we namelijk niet willen dat er sprake zal zijn van verkapte horeca. Want dan gaan we weer met horecaondernemers te maken krijgen die zeggen, wacht eens even, ik moet aan zoveel eisen voldoen en mijn buurman of buurvrouw gaat er op een andere manier mee om. Het is daarom ook dat we binnen het Horecabeleid 2025 doen wat door uw raad is vastgesteld en hebben gezegd er is expliciet ruimte voor die mengformule. Ik weet ook dat het 27 mei op de TAR-agenda staat om daar te spreken over de bevindingen die er zijn en wat we daarmee willen.

En het lid Broersen zegt terecht ook, de meldplicht. Het is eigenlijk nu al zo dat bij het melden bij een stadsdeel je duidelijk zult horen welke regels er zijn. Het is wel zo dat op dit moment, en dat is ook wat we hebben vastgesteld in het horecabeleid, dat we veel meer willen toewerken naar een soort van uniform iets omdat het nu heel vaak geregeld is in het bestemmingsplan en uiteindelijk willen we vooral dat die bestemmingsplannen omgezet worden tot één omgevingsplan in de stad. Dus we zitten in een transitie. Maar dat neemt niet weg dat er ruimte is voor de mengformule, maar dat die ruimte wel beperkt is door weten regelgeving die wij met elkaar ook belangrijk vinden om zoals u terecht ook zegt er niet nog meer nutellawinkels of andere typen winkels komen die we niet in onze stad willen hebben. Dus er is ruimte voor mengformules, maar wel met kaders die belangrijk zijn hiervoor. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Broersen voor een vervolgvraag.

25

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Het lid BROERSEN: Ik wil de wethouder danken. Alleen hij zegt wel, er moeten duidelijke regels zijn en dat is nu juist het probleem. Die zijn er dus niet. Het is dus niet als een ondernemer dit plan heeft gedeeld met het stadsdeel en het stadsdeel is enthousiast, vervolgens verbouwt hij voor 180.000 euro en dan mag het toch niet, dan is het knap lastig. En als het heel erg interpreteerbaar is voor de handhaver en voor de ondernemer wat de regels zijn, dan maakt dat het best wel moeilijk. Dus ik ben ook wel heel erg benieuwd of de wethouder dit als voorbeeld ziet, deze specifieke casus, van of dit beleid wel werkt of juist niet. Want volgens mij is er nog veel te verbeteren. Wethouder MBARKI: Het is duidelijk alleen wat het ingewikkeld maakt, is dat de kaders natuurlijk ook vrij hard zijn en dat je op die manier op een gegeven moment ook een keuze moet maken van wil ik er wel mee doorgaan of niet. Maar in principe is het zo dat als je een retailer bent en blijft, dat je dan aan andere voorwaarden wordt gesteld dan dat je echt een horecavergunning gaat aanvragen. Dus die kaders zijn er. Wat wel een belangrijk is, en dat is ook vastgesteld in het horecabeleid, dat is die meldplicht. Want op het moment dat je het meldt bij het stadsdeel zul je aan de voorkant meegenomen worden in wat wel en wat niet kan.

En we hopen met de meldplicht niet achteraf te horen te krijgen, ik dacht dat ik dit wel kon doen. Dus de meldplicht verplicht ook een ondernemer om op die manier aan de voorkant al bij een stadsdeel aan te kloppen, wat kan er wel in deze straat en wat kan er niet. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kok voor een vervolgvraag. Het lid KOK: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog wel een vraag, want een ondernemer investeert nu zonder duidelijke toets vooraf maar riskeert vervolgens wel een substantiële boete omdat anders achteraf wordt geïnterpreteerd waar zojuist over gesproken is en het heel moeilijk is om een mengformule te starten. Kan de wethouder misschien kijken of zo lang er die duidelijkheid er niet is, terughoudend wordt omgegaan met het opleggen van zulke hoge boetes? Wethouder MBARKI: Voorzitter, ik ben het niet eens met het feit dat er geen duidelijkheid is. Er zijn gewoon regels, ook als het gaat om additionele horeca. Die zijn er en die regels worden gewoon gehandhaafd. Wat natuurlijk wel zo is, is dat het gesprek tussen een ondernemer en het stadsdeel, daar zit ik niet direct bij. Maar er zijn in onze stad genoeg plekken in de stad waarbij we denken additionele horeca voegt iets toe aan de winkelstraat en er zijn plekken in de stad waar additionele horeca geen ruimte heeft omdat er namelijk te veel horeca is.

Dus het is niet gezegd dat je overal in de stad de regels maar kunt toepassen, omdat het ook afhankelijk is van wat willen we beschermen en wat willen we toevoegen. Want uiteindelijk is winkeldiversiteit en hele duidelijke kaders rondom horeca waar we voor staan. Mengformules hebben daar zeker ruimte in en dat hebben we ook vastgesteld vorig jaar in het horecabeleid. Het mondelinge vragenuur wordt gesloten. Algemene Zaken 5.

26

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Wijzigen van de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte in verband met toevoeging bestuurlijke boete fatbikeverbod in bepaalde gebieden (APV) VN2026-004597 De VOORZITTER deelt mee dat het volgende amendement is ingekomen: Amendement van de leden Delsen, Dibi en Koyuncu inzake verlaging boete fatbikes, nr. 127.26 Besluit: - de verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte in verband met het toevoegen van de bestuurlijke boete voor het verplaatsen op fatbikes in bepaalde gebieden vast te stellen met dien verstande dat: - in de tabel in artikel I, onderdeel b, de bedragen 57,50 en 115,00 beide te vervangen door 1,00; - in de toelichting onder art. 2.17C de laatste volzin te schrappen. Het amendement maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen. Het lid DELSEN: Laat ik om te beginnen eerlijk zijn en bekennen dat ik zelf ook een fatbike heb. De reden waarom ik die fatbike heb, is omdat het een ontzettend handig vervoersmiddel is en het is een vervoersmiddel net zoals alle andere fietsen en daar ligt voor mij het cruciale probleem met de wetgeving die nu voor ons ligt. Dat is namelijk dat wij zeggen, we gaan deze fietsen verbieden, zogenaamd omdat ze zwaarder zijn, zogenaamd omdat ze dikkere banden hebben.

Maar voor ons ligt daar iets achter, dat is dat er een bepaalde groep mensen op die fietsen zit, dat een andere groep mensen dat heel erg vervelend vindt, daar overlast van ondervindt, daar heel veel melding voor doet en dat vervolgens wij hier met zijn allen vinden dat we daar iets tegen moeten doen. Volgens mij is dat een hele nare vorm van populisme. Daar wil ik niets mee te maken hebben en ik zou ook alles wat ik kan doen om die wet tegen te houden. Die wet is helaas in mijn afwezigheid al voorgestemd door deze raad, maar dat betekent niet dat ik nog steeds mijn middelen kan gebruiken om die wet zo onlogisch en zo onmogelijk mogelijk te maken. Daarom dien ik samen met mijn kameraad van BIJ1, Tofik Dibi, een amendement in om de boete zowel voor volwassenen als voor jongeren te verlagen naar 1 euro. Daarbij de hoop dat ook de handhaver zelf zal inzien dat die 9 euro administratiekosten helemaal niet werken tegen die 1 euro boete, dat daarbij ook het geven van die boete onnodig is en dat ik dus een hele grote groep Amsterdammers die het ook verdienen om in het Vondelpark te kunnen fietsen, net zoals ik en ik ga het proberen te blijven doen, dat die boete dan ook niet meer wordt uitgedeeld. Want dat is uiteindelijk waar het om gaat.

Het gaat voor een deel om de openbare ruimte die we hebben met elkaar en ik wil niet die uitsluitend maken voor bepaalde groepen in de samenleving. En waar ik en mijn partij zich in onderscheiden is dat we kijken als er wetgeving is, wat is het effect van die wetgeving op die verschillende groepen in de samenleving. En als een middenklassengroep, een groep met veel contacten en met aansluiting tot de gemeenteraad en aansluiting tot de politiek klaagt over het gebruik van de openbare ruimte door een andere groep die misschien minder middelen heeft tot de politiek, dan gaan we als Socialistische Partij die groep zo goed mogelijk beschermen.

27

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

(Het lid IJMKER: Ik ben natuurlijk heel erg in de verleiding om nu weer een heel fatbikedebat hiervan te gaan maken, maar dat hebben we gelukkig al gedaan een paar maanden geleden. Maar dan toch even waar we nu over beslissen, dat is namelijk die boete en eigenlijk als ik de SP nu goed begrijp, zeggen ze maakt daar 1 euro van. Maar eigenlijk hoor ik u zeggen, we willen die hele APV-wijziging niet. We maken overigens geen wetten in deze raadzaal, maar we hebben de APV gewijzigd. Maar is dat eigenlijk wat de SP hier zegt?) We maken hier inderdaad wetten met een kleine w in plaats met een grote W. In de APV in vakjargon inderdaad, maar ik zit hier nog maar kort. Ik ben het met u eens. Ja, wij willen eigenlijk deze wet tegenhouden maar die is er al. Dus op het moment dat een boete wordt vastgesteld, dan wil ik die zo pijnlijkloos mogelijk maken voor de mensen die die boete waarschijnlijk gaan krijgen en hopelijk wordt door deze wijziging uiteindelijk die wet onnodig. (Het lid IJMKER: Voorzitter, ik wil de SP natuurlijk niet op ideeën brengen, maar dan zou natuurlijk een voorstel waarmee u de APV weer wijzigt misschien een beter voorstel zijn dan deze motie. En daarnaast heeft ook de SP ingestemd met de APV-wijziging afgelopen februari.

Dus wat is dan de verandering in het standpunt van de SP?) Ook destijds hebben wij best wel aangegeven dat wij bezwaren hebben tegen de APV en uiteindelijk zijn we er toen mee akkoord gaan. Momenteel denken wij er toch wel anders over. Wij zien ook wel wat het effect is van deze APV op groepen in de samenleving en daar willen wij niet aan meewerken. (Het lid IJMKER: Voorzitter, ik heb gewoon een beetje moeite met de volgorde der dingen, merk ik. Dus kom dan met een voorstel waar echt die APV weer gaat wijzigen, dan hebben we weer een ander debat. Dat is gewoon niet wat hier nu voorligt. Overigens zijn een deel van de bezwaren ook de bezwaren die voormalig GroenLinks had en hebben we daarom toen ook verschillende amendementen daarvoor ingediend. Dat had de SP ook kunnen doen. Dus ik vind gewoon de volgorde der dingen een beetje gek en dat wil ik toch even markeren.) Ik vind de volgorde der dingen minder belangrijk dan de daadwerkelijke uitwerking van deze wet. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst voor de beantwoording. Wethouder VAN DER HORST: Dank u, voorzitter. We hebben het vaker gehad over fatbikes, we hebben het ook vaak gehad over de verkeersonveiligheid en de overlast. Daar hebben we volgens mij uitgebreid met elkaar over gesproken en heeft de gemeenteraad in een redelijk grote meerderheid ingestemd met deze verordeningswijziging.

Dus volgens mij moeten we het daar dan even nu niet weer over hebben, dan kan ik weer een heel pleidooi houden over hoe belangrijk het is om iets ook te doen. En dat dit niet de beste perfecte maatregel is en dat dat we zeker nog steeds aan het lobbyen zijn richting Den Haag om veel meer te gaan doen juist om onze kinderen en jongeren te beschermen en hun omgeving, dat ga ik toch nog een keer benadrukken. Maar om meteen op dit amendement in te gaan, er werd mij net ingefluisterd dit is eigenlijk wat in de Tweede Kamer een destructief amendement wordt genoemd waarbij eigenlijk om iets niet te willen, op iets anders iets onmogelijk proberen te maken. Wij hebben

28

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

helemaal niet de mogelijkheid om 1-euro-boetes te geven, moet ik daarbij ook zeggen. We hebben er goed over nagedacht. Als we een maatregel invoeren, dan willen we die ook kunnen handhaven. Wij geven een redelijke tijd om te wennen aan de maatregel. We zetten ook mensen neer bij het park om te informeren over de maatregel om niet meteen over te gaan tot boetes. We kijken ook naar kinderen die jonger zijn dan twaalf jaar om daar geen boete aan te geven, maar andere maatregelen in gesprek met de ouders. We hebben eigenlijk dezelfde maatregelen als Enschede genomen, juist om hetzelfde te doen, ook om rechtsgelijkheid daarin te betrachten. En we geven kinderen tussen de twaalf en de zestien jaar de helft van de boetes, juist om ook kinderen die een fout maken niet meteen op de hogere kosten te jagen. Maar we willen natuurlijk wel kunnen handhaven als dingen die in meerderheid in de gemeenteraad worden vastgesteld en goedgekeurd ook te kunnen handhaven. Vandaar dit voorstel en ik ga natuurlijk in de gaten houden hoe het loopt. En ik blijf vooral me inzetten ook in Den Haag om meer mogelijk te maken voor de veiligheid van onze kinderen. (Het lid DIBI: Voorzitter, mijn vraag gaat over het sentiment onder de hele discussie rondom de fatbikes.

Want ik snap natuurlijk dat als we jongere kinderen zien zonder helm op dingen die nogal snel kunnen gaan op de drukke weg in Amsterdam, dat we dan allemaal bezorgd zijn. Maar het gaat vaak over de jongens van kleur, jongens met een migratieachtergrond. Dat gedrag van hen wordt aangehaald, specifiek deze groep die getarget wordt en die ook de boete zal krijgen. Hoe voorkomt de wethouder en hoe voorkomt dit college dat ze voeding geven aan een debat wat specifiek gaat over de zittende jongeren op de fatbike in plaats van de fatbike zelf?) Volgens mij geeft het college daar juist geen voeding aan, maar doen andere partijen dat. Ik heb altijd gezegd dat in alle stadsdelen ik jonge mensen op fatbikes zie rijden, zeker ook in Zuid, in Nieuw-West, in Centrum. Dus wij hebben helemaal niet, we houden de cijfers niet bij van welke kleur de jongeren hebben die daarop zitten. We zien vooral dat het veel jonge mensen zijn met soms met zijn drieën op een fatbike en dat is gevaarlijk. En wij zijn dus ook heel erg bezig met het beschermen van kinderen en de verkeersonveiligheid daarin. Dus ik vind het ook altijd een beetje een risico om daar op die manier over te spreken, juist omdat dat het sentiment ook kan aanwakkeren. Het gaat wat mij betreft echt over jongeren en sowieso natuurlijk over iedereen die zich onveilig gedraagt op een fatbike.

En met de lobby richting Den Haag willen wij natuurlijk graag ook maatregelen om jongeren onder de zestien te beschermen. (Het lid DELSEN: Dan rest toch de vraag, want jongeren kunnen net zo goed op een elektrische fiets zitten en ik denk ook dat oudere mensen op een elektrische fiets met hoge snelheid heel erg gevaarlijk zijn. Dan kiest de wethouder toch specifiek voor de fatbikes waar jonge mensen op zitten en daar mis ik een stukje duidelijkheid waarom die keuze specifiek gemaakt wordt.) Als je kijkt naar hoe een fatbike in elkaar zit, hoe groot die is, hoeveel mensen of jonge kinderen er tegelijkertijd vaak op zo'n fatbike kunnen zitten en hoe zwaar die is, dan zorgt dat voor onveiligere situaties. Ook als we kijken naar de gebieden zoals het Vondelpark waar we dit nu doen. Wat niet wil zeggen dat ik niet vind dat als we landelijke wetgeving gaan invoeren, dat dat ook best ook voor elektrische fietsen zou mogen gelden, juist om mensen te beschermen. Maar wij zien op dit moment juist relatief veel ongelukken op fatbikes, relatief heel veel opgevoerde fatbikes en ook de hevigheid daarvan groter zijn. Dus dat is ook de afweging die we hier gemaakt hebben. We zien ook dat de overlast een stuk groter is, dus we denken ook dat het hier beter standhoudt om het eerst zo te doen

29

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

omdat je ook altijd moet kijken naar de grote impact van de maatregel. Dus alles dat afwegende kiezen we nu hiervoor, maar er zijn ook al moties aangenomen eerder in deze raad bij de bespreking ervan om dit te monitoren en om ook te kijken wat dit doet bij elektrische fietsen. Dus dat zullen we ook gewoon doen. (Het lid DELSEN: Ik merk bij de wethouder toch een bepaalde inconsequentie. Want enerzijds is er de mogelijkheid dat de landelijke wetgeving zou komen, dat zou ik op zich aanmoedigen. Dat doen we dan hier niet en je kunt natuurlijk ook zeggen op het moment dat we bijvoorbeeld het Vondelpark überhaupt onbegaanbaar voor fietsen zouden maken, dan heb je ook het probleem getackeld. Dus enerzijds heeft ze het over de haalbaarheid. Daarvan zeg ik, als je haalbaarheid wilt hebben, zet er gewoon een hek omheen en dan kun je niet meer naar binnen op de fiets. Want op de fiets is het sowieso gevaarlijk in het Vondelpark, tenminste op de fiets niet maar als je loopt wel vanwege de fietsen. En anderzijds hoor ik de wethouder zeggen, als er landelijke wetgeving zou komen bijvoorbeeld voor elektrische fietsen, dan zou ik dat ook weer enerzijds steunen. Hoe moet ik dat wegen met elkaar?) Het zijn verschillende soorten maatregelen. Dus even over het Vondelpark, daar zien we gewoon dat de overlast voor het grootste deel wordt veroorzaakt door fatbikes.

Dus daar heb je ook gewoon veel meer juridische basis om dan die maatregel door te voeren. Het is ook qua impact natuurlijk minder groot dan als je alle fietsen gaat verbieden. Ergens willen we ook natuurlijk fietsen stimuleren. En niet op alle fietsen kunnen drie mensen, zijn zo zwaar en zijn zo groot. Dus daar zit ook nog een verschil tussen. Je hebt ook een definitiekwestie. Je kunt niet overal onderscheid in maken in verschillende soorten fietsen. We hebben gekozen voor dit onderscheid omdat we zien dat dat wel kan en dat we denken dat het juridisch standhoudt. De andere vraag over wat we richting Den Haag doen, dat gaat natuurlijk over iets veel groters en iets veel breders. Dat gaat over maatregelen die voor een hele stad kunnen gelden en dan kun je natuurlijk ook anders kijken naar wat voor maatregelen je wil. Dan kun je ook veel meer het verkeersveiligheidsaspect laten prevaleren. Dat kan niet in de APV en daar zit gewoon een verschil in wat er mogelijk is, gewoon juridisch mogelijk is. Dus dat is waarom we er ook anders naar kijken. (Het lid DELSEN: Ik hoor de wethouder heel veel zeggen, zij zal haar redenen hebben. Wat ik vooral zie, is wat ik ook destilleer uit haar woorden. Ze zegt we hebben te maken met gedrag, daar heb ik veel meldingen over en vervolgens doen wij het verbod op het materiaal dat er gebruikt wordt.

Dat is feitelijk dus zeer nadelig ook voor al die mensen die zich wel gedragen en die hetzelfde stuk materiaal hebben, namelijk die fatbike, bijvoorbeeld zoals ik. En ik vind dat hele rare wetgeving. Maar goed, dat is mijn woord.) We hebben ook gekeken daarbij wat er redelijk is. Dus we verbieden het ook niet in de hele stad bijvoorbeeld. Dus we zorgen er wel voor dat ook mensen op een fatbike van A naar B kunnen, alleen niet door bepaalde gebieden waar de impact gewoon veel groter is. (Het lid KOYUNCU: Voorzitter, ik hoor de wethouder het hebben over opgevoerde fatbikes. Dat is inderdaad een groot probleem. Toch hoor ik heel weinig over een offensief met betrekking tot handhaving. Dat is een van de opties bijvoorbeeld die ingezet kan worden. Kan zij iets meer daarover zeggen? Want we hebben het nu wel over het probleem en de

30

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Amsterdammer kijkt mee en ik vind dat dit aspect ook meegenomen kan worden.) We hebben dit debat al een paar keer gevoerd. Dus alles wat we doen om overlast tegen te gaan en om verkeersveiligheid te verbeteren, hebben we natuurlijk al wel een paar keer met elkaar gedeeld. Ik wil best weer tien minuten hierover praten wat we allemaal nog doen, maar volgens mij gaat het debat hier nu wel uiteindelijk gewoon over de hoogte van de boete. Want de rest hebben we eigenlijk al vastgesteld, dus dat is ook gewoon mijn opdracht om dit nu uit te voeren. Maar heel kort, ja we handhaven ook op opgevoerde fatbikes. Er zijn er alleen zoveel, ongeveer 50 procent van de fatbikes is opgevoerd. Het is dweilen met de kraan open. Waar ik heel blij mee ben, is dat er nu ook landelijke maatregelen komen om aan de voorkant meer te gaan handhaven op de import van fatbikes. Dus überhaupt minder makkelijk opvoedbare fatbikes het land in is heel fijn, want het is nu zo makkelijk dat het voor ons bijna niet te doen is. En daar beschermen we uiteindelijk die kinderen nog veel meer mee. Maar we doen het natuurlijk zelf ook gewoon, de politie doet echt veel acties op het opvoeren van fatbikes en op de onveilige situaties daaromheen. De discussie wordt gesloten. Voorzitter: burgemeester Halsema Benoemingen Raadsaangelegenheden 15.

Benoemen van leden van de Tijdelijke Algemene Raadscommissie VN2026004974 Benoemd als leden van de Tijdelijke Algemene Raadscommissie zijn: Iliaas Abdoelrahman, Zarah Abeln, Dylan Lennox Bakker, Joris Blaauw, Zoubida Bzim, Alaina Choudhry, Alina Chakh, Douwe Filz, Bouke van Hilten, Carina Molema, Teun Otte, Patricia Pinas, Anna Snijders, Féliciën Veldema, Levi Vethman en Glenda Vijzelman. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. VN2026-004974 Economische Zaken 7. Wijzigen van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam in verband met regels over slaapplaatsen in hotels VN2026-002868 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: Motie van de leden Rijpkema en Von Gerhardt inzake evalueer of de leefbaarheid van Amsterdam toeneemt als gevolg van de hotelstop, nr. 124.26 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders:

31

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

-

R

indien de beddenstop wordt aangenomen door de raad vragen wij om een evaluatiemoment in te bouwen over twee jaar, waarin we van tevoren een korte samenvatting van informatie krijgen waarin in ieder geval de volgende ontwikkelingen overzichtelijk op een rijtje staan: - de hoeveelheid overnachtingen in Amsterdam; - de hoeveelheid overnachtingen in omliggende steden en gemeenten voor toeristen die een dagje naar Amsterdam komen; - het percentage toeristen dat hier overnacht versus dagbezoekers. - de hoeveelheid dagbezoeken; - de ontwikkeling van de gemeentelijke kosten die verband houden met toeristische bezoekers; - de opbrengsten voor de stad uit toeristenbelasting; - de kwaliteit van de Amsterdamse voorzieningen; - de kwaliteit en het hotelaanbod, maakt lager segment plaats voor hoger segment? - de prijsontwikkeling van een overnachting in Amsterdam ten opzichte van hotelovernachtingen in steden zonder hotelstop; - de omvang van de congressector; - de kosten van dagbezoekers en de gemeentelijke baten die zij opleveren; - de prijsontwikkeling van hotelkamers in Amsterdam; - de toegenomen druk door extra dagjesmensen; - de toegenomen hoeveelheid reisbewegingen van Amsterdam naar omliggende gemeenten.

Motie van de leden Havelaar, Rijpkema en Von Gerhardt inzake maatwerk voor Weesp bij de regeling slaapplaatsen hotels, nr. 125.26 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - binnen het Omgevingsplan maatwerk te bieden voor het stadsgebied Weesp ten aanzien van de regeling slaapplaatsen in hotels; - de raad uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 over de uitkomsten en mogelijke vervolgstappen te informeren. De moties maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veenhoff voor haar maidenspeech. Het lid VEENHOFF: Dank u wel, voorzitter. Vandaag sta ik hier voor het eerst als raadslid en dat is wel bijzonder. Maar eerlijk gezegd voelt het ook logisch, want mijn weg naar deze raad begon niet hier maar buiten op straat, in mijn eigen buurt en eigenlijk al veel eerder. Want ik was altijd iemand die zich verbonden voelt met zijn omgeving, met groen, met de natuur in de stad en ook iemand die slecht tegen onrecht kan. Als iets niet klopt, dan laat het me niet los. Als kind van elf organiseerde ik al een demonstratie tegen een rondweg in ons dorp die door een natuurgebied zou gaan, dat was geen goed idee natuurlijk. Ik zie me nog staan met allerlei andere kinderen en onze protestborden en de burgemeester en die rondweg is er ook niet gekomen.

De stap naar de politiek kwam dus niet uit ambitie, maar uit betrokkenheid, uit de wens om dingen beter te maken en eerlijker. Die betrokkenheid werd concreet toen ik in mijn buurt te maken kreeg met een conflict met de gemeente en een ontwikkelaar. Er lag een onzalig bouwplan dat duidelijk niet aan de regels voldeed maar toch vergund dreigde te worden. We trokken aan de bel,

32

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

stuurde mails, telefoontjes, haalden alles uit de kast. Vergun het niet, zeiden we, want het voldoet helemaal niet aan onze democratisch vastgestelde regels en ook niet ons beleid. Maar we werden niet gehoord. Sterker nog, de sloop dreigde al te beginnen terwijl we wisten dat die onveilig was. Dat hadden we namelijk zelf maar even laten uitzoeken. Er dreigde instortingsgevaar voor het pand ernaast. Maar ook toen bleef het stil, niet eens een reactie. Totdat de buurt op een ochtend rechtop in bed zat. Er was echt een enorme knal en al onze huizen trilden en een reusachtige muur was in één keer omgevallen, rakelings langs een sloper. Er waren geen gewonden gelukkig, maar het had wel heel anders kunnen aflopen en ik vergeet dat lijkwitte gezicht van die sloper nooit. Ik had altijd heel veel vertrouwen in de overheid, in instituties, in onze gemeente en ik dacht we hebben het goed geregeld met elkaar in Nederland. Maar het lukte mij niet als burger om op tijd gehoord te worden, niet om serieus genomen te worden. Niemand leek bereid om te toetsen of hier misschien inderdaad een fout werd gemaakt en of een ontwikkelaar zich eigenlijk wel aan de regels hield. En op het moment dat het ertoe deed, werkte het systeem dus niet. Het schakelde niet bij, het corrigeerde niet en daar ben ik toen enorm van geschrokken.

Ombudsman Arre Zuurmond onderzocht onze zaak en schreef er een stevig rapport over. Er kwamen excuses en er werden processen verbeterd. Dat was belangrijk, maar verzachtte natuurlijk niet de pijn van al die uren en al die juridische kosten die we nodeloos hadden moeten maken. Mijn verhaal kwam ook in het boek Van wie is de stad van Floor Milikowski, niet omdat het zo uniek is maar omdat het zo herkenbaar was. Het legde een patroon bloot waarin bewoners te vaak het onderspit delven. En daar zit voor mij de kern. Dit gaat natuurlijk niet over mijn ervaring, dit gaat over een stad die langzaam verandert, waar ruimte onder druk staat, waar de balans tussen leven en bouwen zoek kan raken en een overheid die daar moeilijk in kan schakelen. En wat begon als een lokaal probleem groeide daarom uit tot een principiële strijd over zeggenschap, over rechtvaardigheid en rechtmatigheid, over de vraag van wie is de stad eigenlijk. In 2018 besloot ik daarom niet vanaf de wal te blijven roepen, maar me ermee te bemoeien van binnenuit. Ik stelde me kandidaat voor de stadsdeelcommissie en toen ik mijn toegangspasje kreeg, voelde het alsof ik me in het hol van de leeuw begaf, best veelzeggend over de relatie tussen burgers en overheid. In de stadsdeelcommissie heb ik toen gewerkt aan betere regels, betere procedures en betere communicatie met steeds die blik van buiten.

Al in de eerste week floten we het bestemmingsplan Oud-West terug dat eigenlijk al richting raad was, juist omdat er enorm veel zienswijzen waren ingediend en we die geluiden serieus wilden nemen. Het plan moest duurzamer en groener en werd later een voorbeeld voor andere bestemmingsplannen vanwege onze bescherming van de binnentuinen die daarin was geregeld. Ik sta dus hier omdat ik geloof dat het anders kan, dat we kunnen bouwen en beschermen, dat we kunnen groeien zonder te verdringen en dat we bewoners niet zien als obstakel, maar als vertrekpunt. Voorzitter, nu even naar het agendapunt van vandaag over het hotelbeleid. Dat gaat in de kern ook over hetzelfde. Van en voor wie is de stad en hoe houden we daar samen grip op? Veel Amsterdammers ervaren overlast en drukte en snappen niet waarom er dan toch soms nog nieuwe hotels bijkomen. Er was toch een hotelstop, krijg ik dan altijd te horen. En meestal niet als vraag, maar als verwijt. En ik moet dan steevast uitleggen dat het komt omdat er nog plekken waren in het bestemmingsplan waar weliswaar nog geen hotel stond, maar waar eigenaren nog wel rechten hadden, rechten die we niet zomaar allemaal kunnen afkopen. Maar met de regeling die nu voorligt hebben we daar een oplossing voor gevonden, door niet alleen een hotelstop in te voeren, maar ook een beddenstop, ook op die nog niet gerealiseerde locaties.

Daar gaat het aantal bedden nu naar nul, tenzij je een vergunning krijgt. Maar die krijg je alleen als je ergens anders in de

33

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

stad een aantal bedden opheft. En zo krijgen we uiteindelijk meer grip op de overnachtingen en dat is niet alleen goed om de drukte in toom te houden, maar ook voor het vertrouwen van Amsterdammers in de stuurkracht van de politiek, dat men ook echt ziet gebeuren wat we met onze mooie woorden beloven. Tot slot, we staan voor een groene grote transitie van de stad omdat er een klimaatramp op ons af dendert vanwege de gevaarlijk afnemende biodiversiteit en voor onze mentale en fysieke gezondheid. Dat is geen makkelijke opgave maar ik denk wel dat we het kunnen. We hebben zo’n omslag ook al eerder gedaan. In de jaren vijftig en zestig hebben we plaatsgemaakt voor de auto, toen is de stad ingrijpend veranderd en nu is het tijd om ruimte te maken voor groen. Elke steen die niet nodig is kan plaatsmaken voor een boom, een plant, leven voor een stad die zich aanpast aan het veranderende klimaat, die gezonder is en eerlijker. Veel mensen in de stad staan daar al klaar voor, die hebben de mouwen al opgestroopt. Het momentum is er denk ik. Ik ga me daar hard, of liever gezegd zacht voor maken. Ik zal scherp zijn waar het moet en constructief waar het kan, maar altijd met één vraag in mijn achterhoofd. Voor wie en met wie maken we de stad? De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Dessing. Het lid DESSING: Voorzitter, dank u wel en dank voor het woord. Een korte bijdrage van onze kant.

Forum voor Democratie is voor hoogwaardig toerisme en vermindering van overlast door het massatoerisme maar we erkennen dat de toeristische draagkracht van de stad tegen haar grenzen aanloopt. Regulering van het aantal bedden lijkt ons daarvoor een goed instrument. Wel hebben wij nog een vraag over dit instrument in relatie tot de asielopvang in hotels. En die vraag is de volgende, hoeveel slaapplekken in hoeveel bestaande hotels zijn op dit moment verruild voor asielopvangbedden middels COAcontracten en welke invloed heeft dit op de werkelijke overnachtingscapaciteit van de stad? Wordt hier in deze voordracht rekening mee gehouden en de subvraag die daarbij hoort is hoeveel geld dit de gemeente kost. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR: Dank u wel, voorzitter. En hoewel wij positief tegen het voorstel aankijken heb ik nog een paar vragen, ten eerste over de handhaving. Hoe telt het college het feitelijk aantal slaapplaatsen in een hotel en vallen tijdelijke slaapplaatsen zoals stretchers of ledikantjes voor baby's ook onder die definitie van nieuwe slaapplaatsen? Want daar zou het CDA niet voor zijn. Want het moet voor ouders natuurlijk mogelijk blijven om met hun kind op één slaapkamer te zijn. Daarnaast wil ik graag aandacht vragen voor Weesp. Het CDA steunt het beleid van de hotelstop in Amsterdam, dat moge bekend zijn.

Weesp is wel onderdeel van de gemeente Amsterdam maar heeft niet de problemen van Amsterdam en daarom vind ik dat daar maatwerk voor mogelijk moet zijn, net zoals bijvoorbeeld rondom de vaarvignetten en daarom dien ik samen met JA21 en de VVD een motie in om meer ruimte te geven voor Weesp. Ten slotte zal ik natuurlijk niets over de geheime bijlage zeggen maar ik wil er wel een compliment voor geven. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Rijpkema.

34

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Het lid RIJPKEMA: Voorzitter, Amsterdam is een van de mooiste steden ter wereld, daar zullen ongetwijfeld veel mensen hier in de raad het mee eens zijn. Dit in combinatie met toenemende welvaart over de hele wereld levert een groeiend aantal toeristen op. Meer mensen betekent automatisch meer drukte en overlast. Gelukkig levert het aantal toeristen ook positieve zaken op, zoals een hoog aanbod voorzieningen en simpelweg ook geld in de gemeentekas. De meeste partijen in de raad beloven bij de verkiezingen dat ze het aantal problemen gaan aanpakken maar de waarheid is dat er maar weinig knoppen zijn waar je als lokale overheid aan kunt draaien. Er is geen visumplicht in te voeren voor Amsterdam en de meeste maatregelen die je wel kunt nemen hebben niet per se alleen positieve effecten. En ook een beddenstop zal effecten met zich meebrengen die we nog niet kunnen overzien. Daarom dienen wij motie in waarin we deze effecten zoveel mogelijk samengevat in kaart willen krijgen en een ingebouwd evaluatiemoment voor over twee jaar waarin we de maatregelen kunnen herevalueren om de leefbaarheid van de stad in zo goed mogelijk banen te leiden. En die is mede ingediend met de VVD. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Mbarki voor de beantwoording. Wethouder MBARKI: Om te beginnen wil ik ook een compliment maken voor de prachtige maidenspeech van het lid Veenhoff.

En inderdaad, voor wie en met wie maken we de stad en welkom in het hol van de leeuw. Het zal overigens wel meevallen, kan ik u vertellen. Voorzitter inderdaad, wat we gaan doen is een volgende stap proberen te zetten in het verder begrenzen van de groei van het aantal hotels in onze stad. We hebben eerder natuurlijk al de hotelstop gehad in Amsterdam en hiermee willen we ook kijken naar de slaapplaatsen in onze stad. En dat zijn er overigens op dit moment 95.000 slaapplekken in hotels op een bevolking van 930.000. Dus wij zijn wat dat betreft ook een stad met heel veel slaapplekken in hotels, dus het is ook goed om daar in het licht van het debat wat we de afgelopen jaren gevoerd hebben met elkaar over de balans die we terug willen brengen. Ook vanuit de verordening is dit natuurlijk een hele logische stap die we eerder met u in de commissie besproken hebben. Ik heb een aantal vragen, ik probeer ze een voor een af te gaan. Om te beginnen de vraag van het lid Dessing met betrekking tot de kamers die ook gebruikt worden voor asielopvang. Ik kan daar een makkelijk antwoord op geven en dat ga ik ook doen. Het COA is een entiteit die mag kamers huren, ook in Amsterdam. Ik heb op dit moment niet paraat om hoeveel kamers dat gaat. Ik kan daar dus ook niet direct een antwoord op geven.

(Het lid DESSING: Die aantallen, ik snap dat die niet meteen paraat zijn maar die hebben wel directe invloed op die bandbreedte die genoemd is voor het aantal toerisme. Want als je het aantal COA-plekken enorm zou uitbreiden, dan heeft dat een direct effect als die aantal bedden gelijk blijven dat dus het aantal bedden voor toerisme daarmee vermindert. Dus ik zou graag de wethouder willen verzoeken om in ieder geval die vragen desnoods toch schriftelijk voor mij te beantwoorden.) Voorzitter, ik ga er dan toch een klein beetje over in debat. Ik wilde het niet maar ik ga dat toch doen, want wij sturen natuurlijk via de verordening ook op het aantal overnachtingen. Het aantal overnachtingen zou bij een 100 procent bezettingsgraad ook niet het aantal gaan opleveren wat wij nu nastreven. Dus we hebben gewoon te maken op dit moment met een hotelstop. Die hotelstop zorgt ervoor dat er op dit moment geen nieuw hotel bij kan komen. De volgende stap die wij gaan zetten is dat we ook een beddenstop hebben. En om er nu eentje uit te lichten, namelijk asiel, laat ik het volgende daarover zeggen. Wij zijn een gastvrije stad, wat dat betreft ook in dit opzicht. En alleen

35

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

hoteleigenaren die bereid zijn om het een contract te tekenen met het COA doen dat en die zullen daar moverende redenen voor hebben om dat te doen. Dus het lijkt mij niet alleen bijna onmogelijk om dat voor u uit te zoeken, ik weet nog niet wat het bijdraagt aan deze discussie. (Het lid DESSING: Toch om eventjes nog een vervolgvraag daarover te stellen. Ik wil niet aandringen, maar ik wil ook niet het politieke debat over het feit dat het over asielzoekers gaat, maar wel het feit dat die aantallen direct invloed hebben op die bandbreedte. En juist het sturingsinstrument wat de gemeente gebruikt om het aantal bedden te verminderen heeft een direct effect op die bandbreedte voor het aantal toerisme. Dus ik denk dat het van belang is om het in ieder geval in kaart te brengen. Is de wethouder tenminste dat met mij eens en of dat technisch mogelijk is.) Weet u voorzitter, ik ben bereid om alles in kaart te brengen. Alleen op dit moment komen we niet in de buurt van wat de verordening ons voorschrijft. Dus als u mij vraagt nu een asielzoeker of een toerist, dan zou ik nu kiezen voor een asielzoeker, want we moeten namelijk omlaag met het aantal toeristen. En als u wilt dat ik dat in kaart breng, is dat ook heel ingewikkeld. Het enige wat ik kan zeggen is, wij weten niet hoeveel contracten het COA in onze stad heeft afgesproken met individuele hoteleigenaren.

We kunnen ons best doen, alleen voor het debat wat wij aan het voeren zijn om de bandbreedte zie ik de meerwaarde daar niet van in. Omdat het namelijk om een hele specifieke vraag gaat over een heel specifieke categorie waarvan ik denk op dit moment, laten we dat op een ander moment bespreken. Dat kan bij mijn collega die over asielopvang gaat, dat lijkt me een veel betere plek dan dit debat nu hier over de beddenstop. Dan de vraag van het lid Havelaar. Laat ik beginnen met het compliment in ontvangst te nemen. Zeker, daar zijn we ook heel erg blij mee en daar gaan we de komende tijd ook meer over communiceren op moment dat dat ook echt kan. Dan de vraag met betrekking tot de handhaving, hoe vindt die plaats? Laat ik daar het volgende over zeggen. De handhaving gaat plaatsvinden zowel digitaal als administratief. En dan hoor ik u al denken, hoe ziet dat er dan uit? Het begint met het feit dat hotels verplicht zijn om informatie te delen over het feitelijk aantal slaapplekken die ze hebben en op basis daarvan kunnen wij kijken ook hoe wij digitaal kunnen handhaven. Daar hebben we ervaring onder andere mee opgebouwd de afgelopen jaren via de toeristenbelasting die we innen om op basis van data om achteraf te kunnen kijken, hebben we de juiste informatie gekregen. Overigens kunnen daar wellicht meer plekken aanwezig zijn.

Dan stelt u een vraag over, gaat het ook over tijdelijke slaapplekken, bijvoorbeeld een stretcher, een ledikantje. Daar gaat het niet over. Dit gaat feitelijk over vaste slaapplekken. Dus de optie blijft open om ouders die hier naartoe komen met een kind om daar bed bij te laten zetten. Want dat zijn namelijk geen vaste plekken, die kunnen namelijk ook weer uit de kamer verwijderd worden. Dan, de motie met betrekking tot uitzondering maken voor Weesp. Laat ik daar heel duidelijk over zijn, het beleid wat wij aan het maken zijn richt zich niet alleen maar op het centrum, het richt zich op de hele stad en Weesp hoort bij de rest van de stad. (Het lid HAVELAAR: Voorzitter, de wethouder weet natuurlijk ook dat de mensen zelf in Weesp weleens zeggen, we zijn onderdeel van de gemeente Amsterdam maar Weesp is zelf een stad en dat zijn echt twee verschillende dingen. Maar dat weet de wethouder natuurlijk zelf ook.) Dat weet ik zeker. We moeten heel precies zijn, beleid dat hier nu voorligt gaat over de gemeente Amsterdam en daar valt Weesp onder. Dus we kunnen daar geen uitzondering op maken en ik zal hem ook inhoudelijk proberen toe te lichten, nog los van het feit dat we geen uitzondering kunnen maken. De Europese Dienstenrichtlijn maakt dat

36

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

het gewoon heel ingewikkeld is om een gebied uit te zonderen. Maar dat niet alleen. Zoals ik al zei, het beleid gaat echt over de gehele stad en op het moment dat je een gebied zou uitzonderen dan valt het beleid voor de gehele stad eigenlijk daarmee ook uit elkaar. En dat is niet wat we willen. (Het lid HAVELAAR: Nee voorzitter, het beleid gaat over de stad Amsterdam en het wordt nu over de hele gemeente uitgerold, waaronder de stad Weesp. En we zien natuurlijk net als bij de vaarvignetten dat dat nadelige effecten heeft. Ik zal een ander voorbeeld noemen, ik was laatst bij een soort minicamping met allemaal van die opbouwhuisjes in Weesp, dan kijk je uit op de weilanden. Daar hebben ze wel de toeristenbelasting van Amsterdam maar daar rijdt op zondag niet eens een bus. Weesp is echt anders dan de rest van Amsterdam en ik vind dat we daar ook beleid voor moeten kunnen maken. De wethouder verwijst naar de Dienstenrichtlijn, dan zou ik zeggen, werk dat maar uit. Want volgens mij is dat helemaal niet uitgewerkt en is het een vermoeden dat het niet kan. Maar dan zou ik zeggen, laten we de motie aannemen en dan zien we in de terugkoppeling daarvan dat de wethouder zijn uiterste best gedaan heeft maar dat het helaas niet gelukt is.) Hier word ik toch wel een beetje principieel, voorzitter.

Want ik ben namelijk de verordening aan het uitvoeren van de raad en die spreekt namelijk van minder overnachtingen. Dat ben ik aan het doen, ook voor Weesp. Dus wat dat betreft kan ik die motie dan al helemaal niet positief preadviseren. Dus die motie is niet in lijn met het beleid wat we aan het uitvoeren zijn. (Het lid VON GERHARDT: Voorzitter, ik wil de wethouder graag helpen. Want hij geeft nu aan dat vanwege de verordening hij deze motie niet aan kan nemen. Nu is een ander deel van die verordening waar de wethouder zelf ook zegt dat die net zo belangrijk is, dat is namelijk de drukte verminderen. En hoe kun je dan de drukte verminderen? Bijvoorbeeld door meer te gaan spreiden. En hoe kun je meer spreiden? Door het aantrekkelijk te maken bijvoorbeeld voor mensen om naar Weesp te gaan waar nog heel veel ruimte is voor mensen om te kunnen genieten van alle mooie dingen die daar in het landelijk gebied zijn. Dus deze motie draagt daar eigenlijk aan bij. Draagt daarbij ook bij aan het uitvoeren van de verordening, namelijk niet alleen focussen op bedden, maar ook focussen op spreiding en zorgen voor minder drukte in de binnenstad. Dus met deze argumentatie kan de wethouder volgens mij gewoon zeggen, ja gaan we doen en dan kunnen we straks met zijn allen voor stemmen.) Voorzitter, ik val in herhaling maar ik denk dat ik heb gepreadviseerd wat ik gepreadviseerd heb.

Ik ben het niet eens met de redenatie die nu wordt gesteld. De verordening gaat namelijk ook over het verminderen van het aantal plekken en dus overnachtingen en het is natuurlijk aan de raad om daarover te stemmen. (Het lid VON GERHARDT: Deze discussie hebben we natuurlijk vaak gehad. En altijd wat de wethouder dan zegt is, nee het moet niet alleen om die bedden gaan, het is juist ook belangrijk dat we kijken naar de drukte en het spreiden van die drukte. Nu is daar een hele goede manier voor om dat te doen, namelijk door ervoor te zorgen dat toeristen naar Weesp kunnen gaan, dat je daar nog wat ruimte geeft. Er zijn een heleboel mooie initiatieven die nog kunnen komen, ik denk bijvoorbeeld aan een golfbaan. En nu hoor ik de wethouder zeggen, nee dat kan niet want we moeten

37

Jaar

2026

Vergaderdatum 7 mei 2026

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

alleen maar focussen op die bedden. Dus dan matcht dat toch niet met wat wethouder op andere momenten in de discussie zegt. Dus dan wil ik ook vragen naar de toekomst toe om consequent te blijven en beide aspecten benoemen. Maar alleen te zeggen ik ga alleen voor die bedden, of nu te zeggen nee dit is eigenlijk een hartstikke goed idee van het CDA, JA21 en de VVD en we gaan motie aannemen.) Voorzitter, er worden hier meerder discussies door elkaar gevoerd. Laat ik het heel helder maken, ook voor het lid Von Gerhardt, wij willen minder hotelbedden in onze stad maar wij willen wel dat toeristen naar Weesp gaan en dat is een ander gesprek en dat heeft te maken met andere zaken. Maar u bent nu dingen met elkaar aan het vermengen. (Het lid RIJPKEMA: Als het goed is, wil Weesp zelf ook meer toerisme. Dus ik begrijp niet helemaal waarom we dan daar niet een uitzondering voor zouden willen maken. En daarom sluit ik me eigenlijk aan bij het lid Havelaar. Laten we gewoon kijken hoever we komen en als het niet lukt dan zegt u het inderdaad wel in de motie zelf.) Voorzitter, u hoort ik ga weer herhaling vallen. Meer toerisme naar Weesp, hartstikke mooi, maar geen meer hotels. (Het lid RIJPKEMA: Maar als het goed is hebben we net wel meebetaald aan een marketingcampagne van Weesp om meer toerisme aan te trekken.

Dus dat staat er dan ook haaks op.) Er gebeuren dus ook zaken die ik niet heel helemaal scherp heb, maar deze ken ik niet. Maar ik sta hier nu om te zeggen dat we niet meer hotels willen, maar minder hotels. Maar blijkbaar zijn er ook partijen in de raad die meer hotels willen en dat is volgens mij niet wat we willen. Dan de laatste motie die ik te preadviseren heb, dat is namelijk een motie die vraagt om een uitgebreide evaluatie. Ik zou daarbij willen zeggen, laten we vooral de stukken die we nu al betrekken bij de Aanpak Binnenstad en de bezoekerseconomie die jaarlijks al komen, het onderzoek vanuit O&S, maar ook alle stukken in voorbereiding op de gesprekken die wij voeren, voorzien eigenlijk al in de vragen die u stelt. De vraag is of u het ermee eens bent, maar dat kan ook uit die stukken gehaald worden. Dus om u via deze motie nog meer stukken aan te leveren, ik denk dat we voldoende stukken hebben waar we deze informatie allemaal jaarlijks in terug laten komen. (Het lid RIJPKEMA: Het gaat juist om een samenvatting van die stukken. Ik ben me ook bewust van het feit dat een heleboel informatie beschikbaar is.

Maar ik zou juist willen borgen dat we over twee jaar een herevaluatie van deze maatregel krijgen, met samengevat al die informatie die opgevraagd is zodat het op een makkelijke, eenvoudige manier te vinden is, inclusief die evaluatiemomenten.) Maar ik vind de motie dan niet eenvoudig, want die vraagt namelijk zoveel uiteenlopende zaken uit verschillende stukken. Dus ik zou bijna willen zeggen, u vraagt eigenlijk om een evaluatie van het beleid van de afgelopen jaren en niet alleen maar over dit specifieke onderdeel. Dat maakt het voor ons ook bijna onuitvoerbaar. Dus het is ook een onuitvoerbare motie. Als ik hem in de reikwijdte zou moeten uitvoeren, dan denk ik dat we daar heel veel ambtenaren mee bezig moeten laten zijn en we niet precies weten wat u aan informatie wilt hebben. Want u vraagt van alles en dat staat echt allemaal in de stukken die we jaarlijks bij de Aanpak Binnenstad en de bezoekerseconomie met u delen. (Het lid RIJPKEMA: Dat geeft wethouder Mbarki goed aan. Het is inderdaad heel lastig om al die informatie bij elkaar te verzamelen. Daar zou je heel veel ambtenaren voor nodig hebben. Des te meer reden om het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17064570/1