20260428 Informatiebrief Raad-SDC - Resultaten Vervolgaanpak bouwdynamiek april 2026 def.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief / Informatiebrief stadsdeelcommissie
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam / De leden van de stadsdeelcommissies Zuid en West 28 april 2026 Openbare Ruimte; Ruimtelijke Ordening; Vergunningen, Toezicht en Handhaving Steven van Weyenberg; Rocco Piers; Thomas Hermans Stadsdeel Zuid, bestuursondersteuning.sdz@amsterdam.nl Resultaten Vervolgaanpak Bouwdynamiek en afdoening motie 383 van de leden Van Munster, Aslami en Minderhoud inzake bescherming omwonenden bij kelderbouw
Geachte leden van de gemeenteraad, Geachte leden van de stadsdeelcommissies Zuid en West, Het college en de stadsdeelbesturen hebben zich in de afgelopen jaren ingezet om de overlast die Amsterdammers ervaren door bouwactiviteiten te verminderen. In 2024 hebben het college en de stadsdeelbesturen van Zuid en West de Vervolgaanpak Bouwdynamiek uitgewerkt, als vervolg op de Bestuursopdracht Bouwdynamiek (2018 – 2022). Binnen de Vervolgaanpak Bouwdynamiek ligt de focus met name op maatregelen rondom het tijdelijk gebruik van de openbare ruimte voor bouwactiviteiten en daarnaast op het verbeteren van de communicatie.1 Afgelopen juni hebben we u voor het laatst geïnformeerd over de voortgang van de Vervolgaanpak Bouwdynamiek.2 Inmiddels hebben we alle maatregelen die we aan het begin van de aanpak hebben geformuleerd ingevoerd of afgerond. Met het aflopen van de bestuursperiode 2022 - 2026, is dit een goed moment om de balans op te maken. In deze brief laten we u weten welke stappen we in de afgelopen maanden hebben gezet. Daarbij hebben we ook een totaaloverzicht gemaakt, waarin alle maatregelen van de Vervolgaanpak Bouwdynamiek zijn opgenomen met de resultaten en waar relevant de verdere planning. Dit overzicht vindt u in bijlage 1. Ook heeft de gemeenteraad gevraagd om een laatste update over de aanpak bouwdynamiek.
In de vergadering van 8 en 9 oktober 2025 heeft de raad de motie 383 van de leden Van Munster, 1
Het startpunt voor de Vervolgaanpak Bouwdynamiek was een review van de bevindingen en resultaten van de Bestuursopdracht Bouwdynamiek. Daarbij concludeerden we dat we de bestaande juridisch-planologische instrumenten benut hebben en daar geen ruimte zien voor andere of aanvullende maatregelen. Tegelijkertijd constateerden we dat we nog meer konden doen om de bouwoverlast in de openbare ruimte te verminderen. Zie ook de informatiebrief inzake Vervolgaanpak bouwdynamiek en afdoening motie 372 inzake maatregelen schade andere percelen, 1 oktober 2024, https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/14645092/1 2 Informatiebrief inzake Voortgang Vervolgaanpak Bouwdynamiek, dd. 5 juni 2025. Zie: https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/15872414/1/
Gemeente Amsterdam, informatiebrief
Datum 28 april 2026 Pagina 2 van 6
Aslami en Minderhoud inzake bescherming omwonenden bij kelderbouw aangenomen.3 Daarin verzoekt zij het college om, nu het einde van de bestuursperiode en bestuursopdracht bouwdynamiek nadert, een laatste update te sturen van de aanpak bouwdynamiek en daarbij in het bijzonder te kijken naar de omwonenden van kelderbouw en hoe de uitvoering van de werkinstructie in de praktijk gaat en of dit de omwonenden helpt. Kelderbouw en werkinstructie Naar aanleiding van bovengenoemde motie is nog eens specifiek de werkwijze bekeken en wat dit in de praktijk betekent. De bouwinspecteur is gekoppeld aan een vaste wijk. Het blijkt dat er een beperkt aantal aannemers is dat zich heeft gespecialiseerd in kelderbouw. Ons beeld is dat deze specialisatie aan de kant van aannemers zorgt voor meer routine. Daarnaast biedt dit ook de kans om meer persoonlijk contact op te bouwen. De bouwinspecteur is meerdere keren per week aanwezig en houdt hierbij contact met de uitvoerders en toezicht op het bouwproces en specifiek het voldoen aan de vergunningsvoorwaarden. Hierbij wordt speciaal aandacht geschonken aan de cruciale fases van het bouwproces waaronder de aanwezigheid van de wapening, bekisting, maatvoering en aanlegdiepte.
Ook wordt specifiek gelet op de uitvoering van de voorgeschreven maatregelen ten aanzien van de grondwaterneutrale kelders en wat hierover is opgenomen als voorwaarden in de vergunning. Daarnaast wordt ook gelet op de aanwezigheid van het bouwbord. Hierop staan gegevens van de uitvoerders zoals een telefoonnummer zodat zij benaderbaar zijn. Het contact tussen buren onderling is uiteindelijk altijd aan de mensen zelf. Op de gemeentelijke pagina ‘Verbouwen: vertel het de buren’4 kunnen opdrachtgevers en uitvoerders tips vinden voor het informeren van de buurt. Zowel door het voorschrijven van het bouwbord als in het persoonlijk contact met bouwers en bewoners stimuleren we de communicatie en het contact tussen buren. Voorbeelden die we in de praktijk terugzien zijn het verspreiden van een bewonersbrief en het instellen van een WhatsApp groep. Extra noodzakelijkheidstoets in drukke gebieden Aangezien overlast door bouwactiviteiten vooral een probleem is in bepaalde drukke gebieden met een krappe openbare ruimte, hebben we onderzocht of het mogelijk is om een maximum te stellen aan het aantal te reserveren parkeerplaatsen en/of objecten per straat of per buurt. In de informatiebrief van juni 2025 hebben we geconcludeerd dat deze maatregel niet effectief is en onvoldoende uitvoerbaar.
Als alternatief hebben we gekeken naar het instellen van een maximum aan het aantal te plaatsen objecten en/of te reserveren parkeervakken per bouwproject. Dat hebben we inmiddels gedaan door het invoeren van een noodzakelijkheidstoets bij omvangrijke vergunningsaanvragen voor het plaatsen van tijdelijke (bouw)objecten in de openbare ruimte in delen van Zuid en West.
3
Zie: https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/16115489/1/383_25+Motie+Van+Munster+c_s_+inzak e+bescherming+omwonenden+bij+kelderbouw 4 https://www.amsterdam.nl/wonen-bouwen-verbouwen/bouwenverbouwen/omgevingsvergunning/verbouwen-vertel-buren/
2
Gemeente Amsterdam, informatiebrief
Datum 28 april 2026 Pagina 3 van 6
Deze noodzakelijkheidstoets houdt in dat de verbouwer bij de vergunningsaanvraag moet onderbouwen dat het aangevraagde aantal objecten en parkeervakken noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden. In principe hebben (ver)bouwers deze nodig om hun werkzaamheden veilig en efficiënt uit te voeren, maar soms zien we dat de openbare ruimte onnodig in gebruik wordt genomen door tijdelijke objecten. Vergunninghouders plaatsen dan meer objecten dan strikt noodzakelijk is voor de werkzaamheden die zij uitvoeren. Door deze (extra) toets willen we dit voorkomen en zo de overlast door bouwwerkzaamheden verminderen. De noodzakelijkheidstoets geldt voor de wat grotere aanvragen, namelijk wanneer iemand meer dan drie objecten wil plaatsen en/of meer dan twee parkeervakken wil reserveren. Voor kleinschalige verbouwingen is het aannemelijk dat men een puincontainer nodig heeft, net als ruimte voor bouwmateriaal of een tijdelijk toilet. Voor aanvragen tot maximaal 3 objecten of maximaal 2 parkeervakken gaan we er daarom vanuit dat dit noodzakelijk gebruik van de openbare ruimte is. De aanvrager hoeft dit dan niet nader te onderbouwen. We hebben deze noodzakelijkheidstoets ingevoerd in vier buurten in Zuid en vier buurten in West waar de problematiek het grootst is. In deze buurten worden relatief veel parkeervakken gebruikt voor de plaatsing van bouwobjecten.
Daarnaast hebben deze buurten een hoge parkeerdruk. De vele tijdelijke objecten hebben hier dus veel impact op de openbare ruimte. In Zuid gaat het om dat de Hemonybuurt, Hercules Seghersbuurt, Willibrordusbuurt en de Lizzy Ansinghbuurt; in West betreft het de Bellamybuurt-Noord, Bellamybuurt-Zuid, Cremerbuurt-Oost en Westerstaatman. De dagelijks besturen van Zuid en West hebben ervoor gekozen om dit in te voeren in een klein aantal buurten, zodat we dat kwalitatief goed kunnen uitvoeren. De vergunningverleners moeten deze onderbouwing van de aanvrager zorgvuldig beoordelen en hebben daarvoor extra tijd nodig. Als zij dit voor een te groot aantal aanvragen moeten doen, betekent dit dat de doorlooptijd oploopt en de servicenormen niet meer gehaald worden. Daarnaast moet ook vanuit de toezichthouders voldoende tijd zijn om te controleren of aanvragers zich aan deze regels houden. Door het in te voeren in een select aantal buurten kunnen zij de controle meenemen in hun rondes. De noodzakelijkheidstoets is een tijdelijke maatregel, die is ingevoerd van januari t/m december 2026. De ervaringen dusver wijzen erop dat de maatregel de vergunningsadviseurs helpt bij het toetsen, omdat zij aan de voorkant een gedegen onderbouwing ontvangen. Gedurende het jaar monitoren we hoe het gaat met de uitvoering.
De maatregel kan opnieuw worden ingevoerd in komende jaren, waarbij op basis van actuele data gekeken wordt waar deze het meest nodig is. Pilot Clusterlocaties Sinds het voorjaar van 2025 loopt de Pilot Clusterlocaties in en rondom de P.C. Hooftstraat in het Museumkwartier. De pilot houdt in dat we (bepaalde) objecten op specifieke locaties clusteren, waardoor we andere delen van de straat of omgeving vrij houden. Met deze pilot onderzoeken we de effecten op de ervaren overlast, en kijken we ook naar de praktische uitvoering. De pilot zou aanvankelijk duren tot en met december 2025. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid heeft recentelijk besloten om de pilot te verlengen tot en met augustus 2026. Daar is voor gekozen omdat er tot nu toe weinig gebruik is gemaakt van de clusterlocaties. Hierdoor kunnen we de
3
Gemeente Amsterdam, informatiebrief
Datum 28 april 2026 Pagina 4 van 6
impact op straat en de werking in de praktijk nog niet goed beoordelen. De evaluatie van de pilot wordt verwacht in de herfst van 2026. Pilot (bouw)schade In september 2025 zijn we gestart met de Pilot (bouw)schade in de openbare ruimte. Daarvoor zijn twee medewerkers aangesteld die zich specifiek richten op het voorkomen en verhalen van (bouw)schades. Zij richten zich in eerste instantie vooral op de stadsdelen Zuid en West. Tegelijkertijd zien we ook een grote vraag vanuit andere stadsdelen. De toezichthouders hebben een effectieve werkwijze ontwikkeld waarbij zij schademeldingen opvolgen en monitoren. Deze meldingen komen binnen via Amsterdammers (SIG-meldingen) of via het gemeentelijke interne netwerk, of worden door de toezichthouders zelf geconstateerd op straat. De resultaten na een halfjaar zijn veelbelovend: er is meer zicht op schades en het lukt beter om de geconstateerde schades op te volgen en af te handelen. Sinds de start van de pilot zijn ruim 290 schadedossiers opgepakt, waarvan er inmiddels 156 zijn afgehandeld. Dit heeft geleid tot een totaalbedrag van ruim € 288.000,- aan herstelkosten die op veroorzakende partijen zijn of worden verhaald. Naast deze substantiële financiële resultaten, heeft de inzet van de toezichthouders ook een belangrijke preventieve werking.
Door het toezicht en het verhalen van de kosten geven we een duidelijk signaal dat uitvoerende partijen zorgvuldig moeten omgaan met onze gemeenschappelijke openbare ruimte. We zien bijvoorbeeld dat bouwbedrijven die op de ene locatie zijn aangesproken en aangeschreven, op een andere locatie betere voorzorgsmaatregelen nemen. De pilot loopt in eerste instantie voor de duur van een jaar. Op basis van de resultaten wordt gekeken of de inzet kan worden bestendigd en mogelijk uitgebreid. Toezicht openbare ruimte Tegelijkertijd met bovenstaande maatregelen en pilots, versterken we het toezicht op bouwactiviteiten in de openbare ruimte. Dat doen we door extra specialistische toezichthouders in te zetten die zich richten op bouwgerelateerde hinder in de openbare ruimte. Momenteel heeft ieder stadsdeel één specialistisch toezichthouder. Dit wordt nu aangevuld met nog eens drie toezichthouders. Deze extra toezichthouders zullen zich met name richten op de stadsdelen waar de meeste bouwactiviteiten plaatsvinden en de overlast groot is, namelijk stadsdelen Zuid, West en Centrum. Daarnaast zullen de toezichthouders ook worden ingezet om de toezichthouders in andere stadsdelen bij te staan of op te vangen, bijvoorbeeld bij drukte of in het geval van verlof en ziekte. Zo kunnen we de stad beter bedienen en de overlast verder inperken. De inzet van de toezichthouders heeft duidelijk effect.
Dit zien we goed terug in recente cijfers uit bijvoorbeeld stadsdeel West. De focus van de toezichthouder ligt daar vooral op de buurten in Oud-West en de Baarsjes, waar de meeste bouwactiviteiten plaatsvinden. In het eerste kwartaal van 2026 zijn ruim 220 controles uitgevoerd, waarbij 54 officiële waarschuwingen zijn gegeven en 13 bestuurlijke boetes zijn opgelegd. Het aantal waarschuwingen en bestuurlijke boetes is ten opzichte van het voorgaande kwartaal met respectievelijk circa 30% en 40% is gedaald, terwijl de 4
Gemeente Amsterdam, informatiebrief
Datum 28 april 2026 Pagina 5 van 6
inzet op gelijk niveau is gebleven. Ook het aantal bouwbedrijven dat geen vergunning heeft voor de objecten in de openbare ruimte laat een lichte daling zien. Het dagelijkse toezicht zorgt er dus aantoonbaar voor dat aannemers zich beter aan de regels houden, waardoor ook een betere regulering van de openbare ruimte ontstaat. Ondertussen doen we ook verdere ervaringen op met de scanfiets. Deze rijdt wekelijks door de stad en doet daarbij beurtelings de stadsdelen Zuid, West, Centrum en Noord aan, waardoor elk stadsdeel minimaal één keer per maand wordt bezocht. Tijdens deze rit worden alle steigers, containers en mobiele toiletten door de camera die voorop de fiets zit herkend en geregistreerd. De geregistreerde objecten worden daarna vergeleken met alle actuele meldingen en vergunningen. De objecten die illegaal geplaatst blijken, worden vervolgens doorgestuurd naar een handhaver die deze locaties bezoekt. We zijn met de scanfiets volop aan het pionieren en leren. Zo blijkt in de praktijk dat een deel van de meldingen die worden doorgestuurd naar handhaving toch toegestaan zijn. Dat kan komen omdat deze onderdeel zijn van een WIOR-vergunning (Werken In de Openbare Ruimte). Deze vergunningen zijn nu niet goed doorzoekbaar zijn in het systeem. Ook kan het voorkomen dat objecten (legaal) op eigen terrein blijken te staan.
Verder worden objecten die dicht bij elkaar staan niet altijd goed gedetecteerd. Deze aandachtspunten worden de komende periode verder onderzocht en waar mogelijk verbeterd. De stad verandert continue en bouwdynamiek is daarmee ook van alle tijden. Met de verschillende maatregelen, pilots en de uitbreiding van het toezicht zetten we ons in om de overlast van Amsterdammers door bouwactiviteiten waar mogelijk te voorkomen en te verminderen. We vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Namens het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid en stadsdeel West,
Steven van Weyenberg Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling
5
Gemeente Amsterdam, informatiebrief
Datum 28 april 2026 Pagina 6 van 6
Rocco Piers Portefeuillehouder Openbare Ruimte en Mobiliteit; Vergunningen, Toezicht en Handhaving, stadsdeel Zuid
Thomas Hermans Portefeuillehouder Bouwen en Wonen; Ruimtelijke Ordening; Vergunningen, Toezicht en Handhaving bouw, stadsdeel West
6