CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20260324 Raadsinformatiebrief afdoening motie 522.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 27 mei 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de afdoening van motie 522.25 van de leden Bakker en Van Pijpen inzake voorbereid zijn op de bui van de toekomst (VN2026-005350)1.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 24 maart 2026 Openbare ruimte en groen, Woningbouw Melanie van der Horst en Steven van Weyenberg Programma Klimaatadaptatie (klimaatadaptatie@amsterdam.nl) Afdoening motie 522 van het lid Bakker (PvdD) en Van Pijpen (GL) inzake voorbereid zijn op de bui van de toekomst

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 12 november 2025 heeft uw raad bij de behandeling van ‘Vaststellen van de begroting 2026 Gemeente Amsterdam’ motie 522 van raadslid Bakker (PvdD) en Van Pijpen (GL) aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd om de laatste inzichten in neerslagrisico’s en bijbehorende financiële risico’s en benodigde kosten voor verschillende verhogingsscenario’s te verzamelen en voor de gemeenteraad inzichtelijk te maken, uiterlijk maart 2026. Om uitvoering te geven aan deze motie geef ik in deze brief namens het college inzicht in: - De laatste inzichten met betrekking tot neerslagscenario’s om te verduidelijken met welke neerslagscenario’s we rekening dienen te houden, nu en in de toekomst. - De kosten van mogelijke schade bij extreme neerslag. - De bestaande normen voor waterberging in de openbare ruimte en op privaat terrein. - De financiële consequenties van een eventuele ophoging van de norm in de hemelwaterverordening (als onderdeel van het omgevingsplan).

Laatste inzichten met betrekking tot neerslagscenario’s In 2024 heeft Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA), het kenniscentrum voor waterschappen en provincies, de resultaten van de KNMI'23-klimaatscenario’s laten vertalen naar nieuwe basis- en toekomststatistieken, met als belangrijkste conclusies: - In het hoogste scenario komt een kortdurende extreme bui (met een tijdsduur van één uur) op circa 70 mm per uur in 2100 uit. De kans dat deze bui voorkomt is eens in de 100 jaar. - De intensiteit van langdurige buien (24 uur en langer) komt neer op circa 122 mm per 24 uur. De kans dat deze bui voorkomt is eens in de 100 jaar. Kosten van mogelijke schade bij extreme neerslag In de afgelopen jaren zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de verwachte kosten van schade door extreme neerslag in Amsterdam. - In 2023 maakten adviesbureaus Tauw en Deltares de volgende inschatting: Bij een bui van 70 mm per uur wordt de directe schade geschat op 483 miljoen euro. Daar komt nog

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

-

-

Datum 24 maart 2026 Pagina 2 van 4

indirecte schade van 162 miljoen euro bij, wat neerkomt op een totaal van 646 miljoen euro. Bij een bui van 90 mm per uur loopt dit op tot 704 miljoen euro directe schade en 232 miljoen euro indirecte schade, een totaal van 936 miljoen euro (raadsbrief). In 2025 becijferde Arcadis dat er 686 miljoen tot 1,07 miljard euro aan schade kan worden vermeden door de stad klimaatadaptiever in te richten. Het gaat om de vermeden schadekosten in geval van extreme neerslag, hitte en droogte (Arcadis 2025). Het Verbond van Verzekeraars schatte de schade na een wolkbreuk in Amsterdam in 2014 op €75 miljoen (Verbond van Verzekeraars, 2017).

Bestaande normen voor waterberging in de openbare ruimte en op privaat terrein Waterbergingsnorm voor de openbare ruimte (bestaande stad en nieuwbouw) In het Omgevingsprogramma Riolering (OPR) 2022-2027 is een norm voor de inrichting van de openbare ruimte opgenomen, die in lijn is met de meest recente inzichten van het KNMI en STOWA. Daarin wordt namelijk gesteld dat een kortdurende bui die eens in de 100 jaar voorkomt zonder schade moet kunnen worden verwerkt. Dat betreft momenteel een bui van 70mm in 1 uur. Voor vitale infrastructuur is in het OPR een hoger beschermingsniveau bepaald. Vitale infrastructuur moet blijven functioneren bij een kortdurende bui die eens in de 250 jaar voorkomt, wat overeenkomt met een bui van 90mm in 1 uur. Waterbergingsnormen voor privaat terrein (nieuwbouw) Omdat de stad voor een groot deel uit privaat terrein bestaat, zal ook daar regenwater moeten worden opgevangen en worden verwerkt om schade te voorkomen. Daarom heeft Amsterdam een hemelwaterverordening, die sinds 2024 onderdeel is van het Omgevingsplan Amsterdam. De huidige eis voor waterberging bij nieuwe gebouwen en ingrijpende renovaties in het Omgevingsplan Amsterdam bedraagt 60 liter per m2, oftewel 60mm. Deze eis is nog gebaseerd op het oude Gemeentelijke Rioleringsplan 2016-2021, waarin een norm van 60mm in 1 uur was opgenomen.

De norm van 60 mm in 1 uur kwam voort uit de KNMI-klimaatscenario’s uit 2014. In 2025 heeft de Provincie Noord-Holland in de Omgevingsverordening NH2022 regels opgenomen over klimaatadaptatie bij nieuwbouw. Volgens deze verordening dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een risicoanalyse van de aanwezige en de te verwachten klimaatrisico's binnen het plangebied te worden uitgevoerd. Wanneer uit de analyse blijkt dat er risico’s spelen, dienen er binnen de ontwikkeling maatregelen te worden genomen om deze risico’s te beperken. In deze verordening geldt voor wateroverlast hetzelfde uitgangspunt als wordt gehanteerd in het OPR; hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm/uur) zorgt niet voor schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. En bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar. De Waterschapsverordening beschrijft de taken van het waterschap en regels voor water en dijken in het beheergebied Amsterdam ligt in het beheergebied van drie waterschappen: Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV), Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en Hoogheemraadschap van Rijnland (HvR). De waterschappen zijn verantwoordelijk voor regionaal waterbeheer. Ze zorgen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 24 maart 2026 Pagina 3 van 4

onder andere voor het waterpeil in het oppervlaktewater, het afvoeren van water bij veel regen en het vasthouden van water bij droogte. De waterschappen stellen eisen in de waterschapsverordening voor ingrepen die invloed hebben op het oppervlaktewatersysteem. Dat gaat bijvoorbeeld om ingrepen waarbij open water wordt gedempt of waar verharding wordt toegevoegd. Voor dit soort ingrepen moet worden gecompenseerd door ergens anders wateroppervlakte toe te voegen. Per waterschap verschilt het percentage dat moet worden gecompenseerd. Als het niet mogelijk is om open water toe te voegen, kan er alternatieve waterberging worden aangelegd, bijvoorbeeld groene of waterbergende daken. Het waterschap AGV gebruikt hiervoor een bui van 122 mm per 24 uur. Het oppervlaktewatersysteem reageert langzamer dan de stedelijke afwatering via riolering en het wegzakken van water in de bodem. Daarom kijkt het waterschap voor het regionale systeem naar een periode van 24 uur en richt de stad zich voor de riolering en inrichting van de openbare ruimte op korte, hevige regenbuien van 1 uur. Financiële consequenties ophogen norm hemelwaterverordening Een eventuele verhoging van de norm in de hemelwaterverordening van 60 mm per uur naar 70 mm per uur heeft zowel voor particulieren als voor de gemeente financiële consequenties. Hier is de raad in 2022 over geïnformeerd, via een raadsbrief.

Hieronder volgen de huidige inzichten over de financiële consequenties, voor zover bekend: - In 2026 is opnieuw gekeken naar het gemiddelde negatieve effect op grondexploitaties. Momenteel wordt dat geschat op circa € 850.000 per jaar. Voor de gehele looptijd van de grondexploitaties (10-15 jaar) betekent dit op het totaalsaldi van de grondexploitaties een negatief effect van indicatief €5 miljoen tot €10 miljoen. - Voor maatschappelijke voorzieningen zou een ophoging van de norm circa €1,8 miljoen aan extra kosten per jaar betekenen. Deze extra kosten zijn het gevolg van de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de hemelwaterverordening. De investeringsruimte voor maatschappelijke voorzieningen is aanzienlijk lager dan het totaal aan benodigde middelen. Het verhogen van de norm zonder extra investeringsruimte zou betekenen dat dit ten koste gaat van de ruimte om te investeren in nieuwe en bestaande voorzieningen. - De Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) heeft bij vaststelling van de oorspronkelijke hemelwaterverordening in 2021 gevraagd om voor woningcorporaties een uitzondering te maken omdat de meerkosten voor sociale woningbouw voor rekening van de woningcorporaties komen. Deze uitzondering is niet gemaakt.

Hoewel de meerkosten van een eventuele ophoging van de norm per woning meevallen, blijft het standpunt van de AFWC ten aanzien van een uitzondering staan. Het is niet mogelijk om een inschatting te maken van het directe effect van een verhoging van de norm in de hemelwaterverordening op een vermindering van de mogelijke schade bij extreme neerslag. In algemene zin kan wel worden gesteld dat het creëren van meer waterberging in de openbare ruimte en op privaat terrein de kosten van schade zal beperken.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 24 maart 2026 Pagina 4 van 4

Tot slot De nieuwe KNMI'23-scenario's en STOWA‑statistieken geven geen aanleiding om de Amsterdamse norm voor kortdurende extreme neerslag verder te verhogen. De huidige norm van 70 mm per uur sluit daar voldoende bij aan. Wel kan worden overwogen om de norm voor privaat terrein in de hemelwaterverordening op te hogen van 60mm per uur naar 70 mm per uur, omdat zo de samenhang van maatregelen op privaat en openbaar terrein consistent wordt gemaakt. Bij het overwegen van een hogere norm dient een afweging te worden gemaakt tussen de benodigde investering om te voldoen aan de norm, waaraan structurele kosten zijn verbonden, en de schade die kan worden voorkomen door een verhoging van de norm. De hierboven genoemde inzichten laten zien dat het aannemelijk is dat de benodigde investeringen lager uitvallen dan de baten (in de vorm van vermeden schade) op de lange termijn. Het voorkomen van schade in de toekomst en de besparing die dat in de toekomst oplevert geeft echter geen financiële ruimte voor extra investering aan de voorkant.

Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Melanie van der Horst Wethouder Openbare ruimte en groen

Steven van Weyenberg Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16943233/1