CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20260211 SED schriftelijke bijdrage van Buurtplatform Venserpolder inzake agp 11 Evaluatie participatieverordening

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 11 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Inspreekmoment Publiek1.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte voorzitter, geachte leden van de commissie SED, geachte wethouder,

Deze schriftelijke inbreng ziet op agendapunt 11: de eerste evaluatie van de Participatieverordening. Democratisering is pas geloofwaardig als toegang open is, besluitvorming navolgbaar is, publieke middelen controleerbaar zijn en bewoners daadwerkelijke tegenmacht en rechtsbescherming hebben. Zonder die basis wordt participatie een proces dat op papier klopt, maar in de praktijk gesloten uitwerkt.

De stukken bij agendapunt 11 bevestigen dat die basis nog niet hard genoeg staat. Representativiteit blijft een knelpunt en de participatieparagraaf is te vaak laat of te mager. Daarmee ontstaat het risico dat participatie wordt ervaren als een vinklijstje in plaats van als werkelijke invloed. Dat is geen communicatieprobleem, maar een sturingsprobleem: als spelregels, rollen en mandaat niet scherp zijn, wint procesbeheersing het van inhoud en van de bewonerspraktijk.

Voor de planning en sturing is een punt cruciaal. Volgens de stukken is de verordening op 15 september 2024 in werking getreden. In de stukken staat dat de eerste evaluatie het jaar 2025 betreft. Ook staat erin dat de tweede evaluatie in het tweede kwartaal van 2027 aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Daarnaast wordt aangegeven dat op basis van de bevindingen uit de eerste twee jaar wijzigingen in de Participatieverordening kunnen worden voorgesteld en dat er een derde evaluatie over het jaar 2027 volgt. Ik verzoek u expliciet te maken hoe de raad tussentijds scherp zicht houdt op het tweede jaar na inwerkingtreding: welke concrete verbeteringen worden in 2026 al verplicht in de uitvoering gezet, en hoe worden voortgang en knelpunten zichtbaar gemaakt voor de aanbieding in het tweede kwartaal van 2027.

Ik voeg een praktijkpunt toe dat minstens zo bepalend is als demografie: de rolbalans aan tafel. In mijn waarneming is de grootste oververtegenwoordiging bij veel trajecten niet die van bewoners, maar die van organisaties, partners en professionals die beroepsmatig onderdeel zijn van het veld. Dan praten professionals vooral met professionals, en blijft de kritische, ongeorganiseerde of ongehoorde bewonersstem structureel in de minderheid. Dat is precies het mechanisme waardoor participatie kan verschuiven naar proces- en reputatiemanagement in plaats van probleemoplossing.

Bewoners zijn niet naïef. Zij zien prikkels: wie positie, netwerk en continuïteit heeft, vindt makkelijker toegang, middelen en invloed. Dat is geen karakteroordeel, maar een sturingsvraag. Juist daarom moet de uitvoering weerbaar zijn tegen verstrengelings- en afhankelijkheidsrisico's: agenda, selectie, terugkoppeling en de inzet van middelen mogen niet meebewegen met het professionele en (mede)gesubsidieerde veld dat zelf onderdeel is van de uitvoering. Tegenspraak en onafhankelijke toetsing moeten daarom een vaste systeemfunctie zijn.

Daar komt een tweede praktijkpunt bij dat vertrouwen direct ondermijnt: de manier van rapporteren. Op papier lijkt het vaak 'op koers', terwijl bewoners in de uitvoering vastlopen. In de

praktijk ontstaat dan een moeras: aan de oppervlakte glad, maar wie erin stapt zakt weg in onduidelijke rollen, trage terugkoppeling, drempels en procedures. Op basis van mijn praktijkervaring herken ik mij daarom onvoldoende in het beeld dat de verslaglegging over 2025 oproept: knelpunten zoals uitval, drempels en gebrek aan corrigerende terugkoppeling worden te weinig zichtbaar gemaakt. Juist daarom is structurele tegenspraak in rapportages geen extra, maar een basisvoorwaarde voor democratische controle.

Dat dit niet beperkt is tot een gebied of een traject blijkt uit openbare inspraak. In het inspreekmoment van 4 februari 2026 sprak Maikel van Leeuwen over wijkprocessen die vastlopen op top-down sturing, onduidelijk mandaat en onduidelijke rollen, gebrekkige terugkoppeling, en drempels die klein initiatief blokkeren. De kern van zijn punt was governance: zonder helder mandaat aan tafel, aanspreekpunten, escalatie en transparantie blijft 'meedoen' formeel, maar niet functioneel. Dit is relevant als praktijktoets voor de Participatieverordening: zulke signalen moeten niet incidenteel blijven, maar structureel zichtbaar worden in de bestuurlijke werkelijkheid, juist omdat ze kritisch zijn.

'Werken vanuit vertrouwen' is pas geloofwaardig als er spelregels zijn die misbruik en wegkijken onmogelijk maken. Anders krijg je meer overleg, meer trajecten en meer rapporten, maar geen betere democratie. Vertrouwen zonder toetsing is vrijblijvendheid. En wie vertrouwen krijgt, moet ook de verantwoordelijkheid dragen wanneer het verkeerd gaat.

Daarom verzoek ik de commissie om agendapunt 11 niet te behandelen als 'kennisnemen en door', maar als een stop-go moment met harde, toetsbare grondregels. Die grondregels moeten functioneren als software: elk traject, elke rol, elk mandaat, elke euro en elke tussenlaag moet eraan te toetsen zijn. Concreet verzoek ik de commissie om het college op te dragen om minimaal het volgende te borgen en openbaar te maken:

1. Open toegang en rolbalans Leg vast wie aan tafel zit en in welke hoedanigheid. Stel een norm voor bewonersdeelname en aantoonbare werving buiten de 'usual suspects'. Maak vooraf in een pagina helder welke invloed ruimte heeft (besluitend, adviserend, coproducerend of informerend) en waar die ruimte eindigt. 2. Transparantie en audittrail Per traject: een publiek participatieplan, een publiek besluitspoor (wie beslist wat, wanneer, op basis waarvan), een publiek eindverslag met verwerking van inbreng, en een controleerbare wijzigingsgeschiedenis. 3. Motivering en uitzonderingen Geen afvinkparticipatie. Als participatie beperkt of achterwege blijft: expliciet en toetsbaar motiveren wanneer en waarom dat gerechtvaardigd is, met heldere uitzonderingsgronden en grenzen. 'Niet van toepassing' zonder inhoudelijke motivering ondermijnt vertrouwen en toetsbaarheid. 4. Mandaat en aanspreekbaarheid Maak mandaat expliciet: wie kan namens de gemeente knopen doorhakken, wie is aanspreekpunt, welke escalatieladder geldt, en welke termijn voor terugkoppeling. Zonder mandaat aan tafel is participatie een schijnproces.

5. Rolscheiding en belangenconflicten Scheid adviseren, uitvoeren, selecteren/toewijzen en ontvangen van middelen. Maak belangenconflicten structureel zichtbaar en uitsluitbaar, inclusief bij doorfinanciering en ketens. 6. Publiek geld: transparantie tot achter de komma Maak het subsidiesysteem navolgbaar: status (aanvraag-beoordeling-besluit-verlening-vaststelling-uitbetaling), criteria, motivering en tijdlijnen. Publiek geld vraagt publieke verantwoording. 7. Rechtsbescherming en tegenspraak Borg dat bewoners altijd een route hebben om zienswijzen/klachten te uiten en - waar juridisch mogelijk - bezwaar te maken over besluiten en bestedingen. Waar formeel bezwaar niet openstaat: een onafhankelijk, laagdrempelig correctiemechanisme tijdens het proces, met duidelijke bevoegdheden en openbare verantwoording. 8. Tegenspraak verplicht zichtbaar in rapportages Maak het verplicht dat elke rapportage een vaste paragraaf bevat met kritische signalen en tegenargumenten: welke zorgen zijn geuit, wat is ermee gedaan, wat is niet opgelost en waarom, en welke risico's openstaan. Zonder deze tegenspraak ontstaat schijnzekerheid en verdwijnt publieke controle.

Sinds begin 2025 heb ik herhaaldelijk schriftelijke inbrengen gedaan over participatie en democratisering (raad en stadsdeel Zuidoost), en informatie opgevraagd via Woo (onder meer Woo2025-3176 en Woo2025-3180). De rode draad is steeds dezelfde: zonder openheid, toetsbaarheid en tegenmacht blijft de praktijk achter bij de belofte, en spreken bewoners uiteindelijk tot dovemansoren.

Ik verzoek u tot slot om een concrete toezegging: leg vast hoe en wanneer bovenstaande grondregels worden verankerd in werkinstructies, rapportageformats en toetsing, en informeer de commissie daar schriftelijk over binnen 8 weken na deze vergadering (dus voor 8 april 2026).

Tot slot: genoeg is genoeg. Democratisering zonder openheid, toetsbaarheid en tegenmacht is geen democratisering maar beheersing. Kwaliteit boven kwantiteit: eerst de grondregels aantoonbaar en openbaar op orde, daarna pas verdere uitrol.

Met vriendelijke groet,

Malek Afkari Lid Buurtplatform Venserpolder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16590838/1