2026-04-15 Openbaar conceptverslag TAR middagdeel.docx
Tekst van het document
32
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Wethouder MBARKI heeft al aangegeven dat in de Kantorenstrategie wordt onderzocht wat ze kunnen doen met de pijplijn en wat ze kunnen doen wanneer er sprake is van overschot. Hij heeft ook gesproken over de verkantorisering van bedrijfsruimte, want dat is ook een belangrijke pijler. Op die manier proberen ze alles wat kan bijdragen aan een beter voorzieningenniveau en daar gaan ze de komende tijd gewoon mee door. Het lid KROM (PvdD) heeft de pijplijn niet in de brief zien staan en vraagt of ze dit kan beschouwen als een toezegging van de wethouder. Wethouder MBARKI geeft aan dat het wordt benoemd in de vastgestelde Kantorenstrategie van 19 februari. De toezegging is prima maar het staat ook gewoon op papier. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor bespreking in de gemeenteraad van 10 en 11 juni 2026. De VOORZITTER schorst de vergadering tot halfacht. Voorzitter: lid Van der Veen De VOORZITTER meldt dat een petitie in ontvangst is genomen van DeGoedeZaak. Zij pleiten voor sterke publieke voorzieningen, mensen zonder papieren, het aanpakken van leegstand en het zorgen voor betaalbare woningen. Er is ook een beslisagenda in ontvangst genomen van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties die aandacht vragen voor de circa 150.000 woningzoekenden. Volkshuisvesting, Woningbouw 29.
Bespreken van de reactie op motie 095 van raadsleden Van Renssen, Minderhoud, Aslami, Broersen en Ahmadi over Fondsen voor wooncoöperaties en de afdoening van de toezegging over Ontwikkelingen wooncoöperaties VN2026-001980 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 27 mei 2026. Algemene Zaken 17. Geven van wensen en opvattingen ten aanzien van het MRA Jaarverslag 2025 VN2026-004389 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER (PvdD) merkt op dat de MRA een lobbyagenda heeft vastgesteld met mooie doelen zoals het versterken van de leefbaarheid van de omgeving en de natuur. Maar als er in deze regio echt voor leefbaarheid was gekozen, dan hadden duurzame landbouw, een hoger waterpeil tegen veenoxidatie, een einde aan de vervuilende en dieronwaardige veehouderij en een krimp van de luchtvaart een centrale rol in de agenda moeten spelen. Dit is nu niet het geval. Amsterdam heeft na moties van de Partij voor de Dieren jaren geleden bij de vaststelling van deze agenda verbeteringen ingebracht maar daar is helaas niets van terug te zien. Er ligt nu een jaarverslag waaruit blijkt dat de MRA de olifanten in de kamer blijft negeren terwijl iedereen weet dat het een doodlopende weg is als er wordt gezegd met de huidige inzet te streven naar een gezonde en veilige leefomgeving zonder de echte keuzes te maken.
Ze wil dit gezegd hebben omdat de raad nu in de gelegenheid is
33
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
om wensen en opvattingen ten aanzien van het jaarverslag in te brengen. Ze vindt het een schande dat bovengenoemde zaken ontbreken in de agenda. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK vindt het een omissie als moties die door de raad zijn aangenomen en die zijn ingebracht bij de totstandkoming van de MRA-agenda daarin ontbreken. Hij heeft de verschillende punten genoteerd, zoals duurzame landbouw, de veenoxidatie, krimp van de luchtvaart en de bio-industrie. Hij zal dit bij het bestuur van de MRA aan de orde stellen, want als daar eerdere besluitvorming van de raad aan ten grondslag ligt dan moet dat onder de aandacht van de gehele MRA worden gebracht. De MRA is een gemeenteoverstijgende entiteit die van vele actoren afhankelijk is maar hij verzekert het lid Bakker dat hij zich voor al deze punten zal inzetten. Het lid BAKKER (PvdD) twijfelt er niet aan dat deze aangenomen moties zijn ingebracht bij de MRA maar dat heeft niet tot het gewenste effect geleid. Ze waardeert het dat de wethouder dit nogmaals onder de aandacht wil brengen. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken en als hamerstuk geagendeerd kan worden voor de gemeenteraad. Opvang (MO/BW, Ongedocumenteerden en Vluchtelingen) 24.
Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake Inloophuizen voor vrouwen en lhbtiq+-dakloze mensen VN2026-002465 Gevoegd behandeld met: 25. Bespreken van de tussenevaluatie winteropvang en winterkouderegeling 2025/2026 VN2026-002441 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom. Het lid KROM (PvdD) bedankt de wethouder voor het uitvoeren van de motie. Ze is blij dat er een pilot is gestart en uit de brief met de terugkoppeling van de vrouwen blijkt dat er behoefte aan is. Ongeveer 30 procent van de dakloze mensen is vrouw, dus het starten van één pilot op één dag in de week met beperkte uren vindt ze niet voldoende. Ze weet dat er budget voor nodig is maar toch nodigt ze de wethouder uit om na te denken over wat er nog meer gedaan zou kunnen worden. Daarnaast vraagt ze aandacht voor inloopplekken omdat de Straatalliantie hierover sprak tijdens het kapstokoverleg. Uit de beantwoording van de technische vragen blijkt dat er opvang voor jongeren is maar ze ontvangt andere berichten. Deze groep hoort niet tussen geharde dakloze volwassenen en daarom pleit ze voor meer ondersteuning voor jongeren. Ze is benieuwd hoe de wethouder hiernaar kijkt. Tot slot merkt ze op dat het duidelijk is dat er opnieuw gekeken moet worden naar het vraagstuk dakloosheid. Er zal een herverdeling van de zorg moeten plaatsvinden en er moeten meer middelen naartoe.
Ze stelt voor om te kijken naar de middelen die nu naar handhaving gaan aangezien daar sprake is van een consequente onderbesteding omdat het aantal handhavers niet wordt ingevuld en er daardoor veel geld overblijft. Ze stelt voor om deze gelden in te zetten voor preventie dat deels ook een veiligheidsvraagstuk is. Dit zou op de lange termijn kunnen leiden tot minder kosten bij handhaving omdat de overlast vermindert. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen.
34
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Het lid DELSEN (SP) vindt dakloosheid een morele schandvlek op de stad, mede omdat het niet onvermijdelijk is. Dakloosheid in een stad als Amsterdam is uiteindelijk een politieke keuze en de raad zal moeten accepteren dat winteropvang en speciale opvang voor vrouwen en lhbtqia+-mensen niet de oplossing is. Het zit al in de naam winteropvang, extra opvang in de winter omdat mensen anders doodvriezen. Hij vraagt zich af of de wethouder beseft dat deze mensen ook in de zomer en de andere jaargetijden lijden. Hij vraagt zich ook af wat het doet met de samenleving als wordt gezegd dat een bepaalde hoeveelheid dakloosheid acceptabel is en dat er pas extra opvang wordt geboden wanneer het leed niet langer genegeerd kan worden. Een makkelijke oplossing zijn vaste woningen. Gezien de nog altijd schokkend hoge cijfers van dakloosheid moet er iets veranderen en daarvoor verwijst hij naar Finland, waar de Housing First-aanpak zeer succesvol is. Hij vraagt waarom de wethouder niet ook zo'n aanpak van dakloosheid in Amsterdam implementeert en hij wil weten hoeveel leed er nog moet zijn voordat het beleid wordt aangepast. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom voor een bijdrage over de winteropvang.
Het lid KROM (PvdD) ziet dat het aantal dakloze mensen toeneemt, dat steeds meer mensen hun woning verliezen en dat er veel mensen naar Amsterdam komen om te werken maar dat ze als het werk stopt massaal uit hun huis worden gezet. Daarnaast belanden mensen die psychische hulp nodig hebben door bezuinigingen en het afbouwen van de zorg tegenwoordig makkelijk op straat. Ze is trots op de stad die ondanks de beperkte middelen toch zoveel mogelijk mensen probeert binnen te halen wanneer het buiten koud is. Ze had de kans om een middag en avond mee te lopen met de winterkoudeopvang en was zeer onder de indruk van de vrijwilligers en beveiligers die daar op een vriendelijke en respectvolle manier ontzettend hard werken. Ze maakt zich wel zorgen over het verminderde aantal vrouwen dat de opvang heeft gevonden. Ze gaat ervan uit dat er na het onderzoek naar de oorzaak daarvan direct wordt nagedacht over hoe deze vrouwen weer bereikt kunnen worden. Daarnaast blijken er negentien gezinnen op straat te slapen die pas binnenkwamen toen het te koud voor ze werd. Ze leest in de brief dat de gezinnen worden gemonitord maar hoopt dat er meer gebeurt dan dat omdat het onacceptabel is dat kinderen op straat slapen. Ze gaat ervan uit dat de wethouder dit hoog op zijn prioriteitenlijst heeft staan en vraagt wat er op dit moment actief wordt gedaan om deze gezinnen van straat te halen.
Tot slot roept ze de onderhandelende partijen op om meer middelen vrij te maken voor de aankomende vier jaar omdat het aantal dakloze mensen verder zal toenemen en de zorgkosten structureel zullen blijven stijgen als er geen passende opvang komt. Het lid KOK (VVD) wil allereerst het belang van de noodopvang benadrukken. Niemand slaapt voor zijn plezier op straat in extreme kou en dat zou in Amsterdam ook niet het geval mogen zijn. De noodopvang is afgelopen winter terecht opgeschaald, onder andere op de sportlocaties in de Van Hogendorphal in West. Vanmorgen sprak de voorzitter van de basketbalvereniging over wat dit voor zijn vereniging heeft betekend. Zijn verhaal toont aan hoe het in de praktijk mis is gegaan. Nadat de temperaturen waren gestegen bleef de hal gesloten voor sport en het was onduidelijk wanneer de hal weer open zou gaan. Dit had een grote impact. Wekelijks sporten duizenden Amsterdammers in deze hal en sport is essentieel voor de fysieke en mentale gezondheid. De gevolgen waren dat wedstrijden werden afgelast en dat de competitie werd verstoord, omdat de Basketbalbond Nederland geen uitstel verleende en teams daardoor promotie naar landelijk niveau konden mislopen. De vereniging heeft de gemeente in deze situatie op geen enkele wijze kunnen bereiken en had geen enkel zicht op de planning.
De communicatie is tekortgeschoten omdat er geen duidelijk aanspreekpunt vanuit de gemeente is voor verenigingen in deze situatie. Daarom stelt ze voor om vooraf een duidelijke planning te maken van sporthallen die in aanmerking komen voor de noodopvang, inclusief een roulatiesysteem. Zo weten de verenigingen waar ze aan toe zijn en kunnen ze wedstrijden tijdig aanpassen aan dat schema. Ze vraagt de wethouder of hij kan toezeggen om met de sporthallen in gesprek te gaan om samen tot een beleid
35
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
of planning te komen zodat sporthallen weten waar ze aan toe zijn in geval van noodopvang. Tevens vraagt ze of de wethouder kan toezeggen hierin op te nemen hoe de communicatie in deze gevallen zal verlopen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK beoordeelt de pilot als buitengewoon succesvol. Los van het feit dat het gaat om vrouwen en lhbtiq+-personen had deze vorm van opvang een toegevoegde waarde, in het bijzonder voor transmensen. Het was ook een goed voorbeeld van samenwerking tussen de raad en het college en hij is verheugd dat de Regenboog ook aanvullend nog een mogelijkheid heeft opengesteld. Hoewel de pilot nog geëvalueerd moet worden lijkt het erop dat deze aanpak structureler moet worden doorgevoerd en hij ondersteunt het pleidooi van het lid Krom voor fundamentelere opvang voor deze groepen. Hij is niet op de hoogte van onderbesteding bij handhaving maar herinnert aan de forse bedragen die eerder in de raad zijn genoemd voor de aanpak van dakloosheid. Dakloosheid is de grootste sociale kwestie van deze tijd en hij is van mening dat dit onderwerp in de landelijke politiek onvoldoende wordt behandeld, ook door zijn eigen partij, en dat vindt hij buitengewoon pijnlijk. Hij vraagt of het lid Delsen werkelijk denkt dat hij zich niet bewust is van de situatie.
Die opmerking was aanmatigend, want hij weet heel goed wat er speelt en wat de impact is van dakloosheid op individuele levens. Hij zou willen dat hij ijzer met handen kan breken maar het succes van de Housing First-aanpak in Finland is niet realistisch in Nederland. Er is geen stad in Nederland waar meer betaalbare woningen worden gebouwd dan in Amsterdam en nog steeds is het niet genoeg. Dakloosheid kan niet worden opgelost door alleen maar te wijzen naar politieke keuzes, want dan is het ook de vraag of het de politieke keuze is van het stadsbestuur of van decennia rechts beleid waarin de sociale huisvesting is verkocht en verkwanseld. Dakloosheid in Amsterdam zal nooit volledig kunnen worden opgelost. De afgelopen jaren is in grote gezamenlijkheid een groot aantal opvangvoorzieningen toegevoegd maar de fictie van Housing First is in Nederland met de huidige woningcrisis niet haalbaar zolang de stad niet kan beschikken over een groot aantal betaalbare woningen. Binnen de G4 vormt Amsterdam een uitzondering. Reflecterend op zijn wethouderschap vindt hij dat veel van zijn werk suboptimaal is geweest maar hij is wel trots op wat ze gedaan hebben. Hij deelt de urgentie van het lid Delsen over de noodzaak om dakloosheid te bestrijden maar met de ruimtelijke beperking van de stad vraagt hij zich af hoe de Housing First-aanpak in Amsterdam gerealiseerd zou moeten worden.
Het lid DELSEN (SP) heeft geen twijfel over het besef van de wethouder aangaande het probleem van dakloosheid. Wat hij wel graag zou willen weten is wat de wethouder nodig heeft om opvang het hele jaar door te realiseren en wat hij nodig heeft om de Housing First-aanpak voor elkaar te krijgen. Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat er eerder een permanente winteropvang was maar dat het probleem ook niet oplost. Het probleem is dat de doorstroom van mensen met een indicatie voor beschermd verblijf of beschermd wonen niet goed op gang komt en de keten verstopt is door het gebrek aan betaalbare woningen. Hij heeft in het verleden al eens gepleit voor een spreidingswet voor deze groep omdat de druk op grote steden enorm toeneemt en deze steden een beperkte absorptiecapaciteit hebben. Hij heeft in het verleden discussies gehad met wethouders uit de Achterhoek die boos waren omdat in een brochure van de noodopvang werd aangegeven dat de Achterhoek een krimpregio was waar mensen zich eenvoudig konden inschrijven voor woningen. Het is niet een probleem dat alleen aan Amsterdam is voorbehouden en zolang dit niet als een maatschappelijk nationaal probleem wordt gezien zal het probleem niet opgelost worden. Het lid DELSEN (SP) begrijpt de nuance maar vindt het toch moeilijk te accepteren dat mensen op straat slapen.
36
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat dit geen nuance is. In zekere zin beschouwt hij zichzelf als een burgemeester in oorlogstijd die te maken heeft met een systeem waarin mensen door uitzendbureaus worden uitgebuit en na een korte periode van werken op straat worden gezet zonder huisvesting. Er is een toename van verschillende groepen en er is te weinig betaalbare huisvesting in Nederland waardoor zelfs mensen die recht hebben op Wmo-ondersteuning in de nachtopvang terechtkomen. De opvang die niet bedoeld is voor mensen met een indicatie zit vol met mensen die wachten op een reguliere plek. In feite zijn ze aan het hozen, beter kan hij het niet formuleren. Hij is een groot voorstander van meer geld voor de aanpak van dakloosheid en kijkt uit naar de voorstellen van de raad over hoe dit precies vorm krijgt en welke onderbesteding zich wel of niet heeft gematerialiseerd. Wat betreft vrouwen en gezinnen denkt hij dat zowel ETHOS als meer informatie over jongvolwassenen laat zien dat er andere dingen gedaan moeten worden. Momenteel wordt er binnen de gemeentelijke afdeling met alle zorgpartijen nagedacht over hoe een toekomstig programma eruit zou moeten zien, met de premisse dat ze minimaal hetzelfde budget maar mogelijk meer budget krijgen. Extra aandacht voor jongvolwassenen en gezinnen staat in ieder geval sterk op het netvlies.
Er zijn gezinnen die lange tijd in het opvangnetwerk zaten terechtkomen in de winteropvang en daarna binnen de reguliere systematiek beoordeeld door de GGD om te zien of ze recht hebben op een plek of weer op hun eigen netwerk kunnen terugvallen. In algemene zin is het zo dat bij een signaal dat een gezin op straat slaapt er altijd wordt ingegrepen. Hij was aangenaam verrast te vernemen dat ook de VVD het terecht vond dat de WKO is opgeschaald. Hij was wel verrast door de inspreker, want de omwonenden hebben een brief gekregen voordat de opvang openging. De roulatie waar het lid Kok om vroeg is toegepast en in samenwerking met wethouder Mbarki is de hal niet gebruikt voor de hele koude periode. Dit was best ingewikkeld voor mensen die tijdelijke opvang nodig hadden omdat ze van de Staatliedenbuurt naar IJburg moesten. Hij is bereid te onderzoeken of de communicatie beter had gekund. Hij wil natuurlijk graag dat mensen kunnen blijven sporten, maar wat betreft het zicht op de planning heeft hij een wat ander beeld. Als het steenkoud is, heeft hij liever dat mensen binnen slapen dan dat mensen een basketbaltoernooi spelen. Hij is bereid te kijken hoe ze dit kunnen verbeteren maar soms is de keuze heel acuut en dan grijpt hij gewoon in.
Het lid KOK (VVD) erkent zonder twijfel dat het belangrijker is dat mensen niet in de kou slapen dan dat er wordt gesport maar de betreffende sporthal is al meerdere keren gebruikt in de afgelopen jaren terwijl er andere sporthallen zijn waarnaar uitgeweken kan worden. De vereniging heeft ervaren dat de planning in de afgelopen periodes nadelig voor hen is geweest. Wat betreft de communicatie merkt ze op dat de vereniging om halfdrie werd geïnformeerd dat ze diezelfde avond uit de hal moesten. Dat is logisch omdat het weer onvoorspelbaar is maar vervolgens werd er niet gecommuniceerd over hoe lang de hal gesloten zou blijven en daardoor was er geen zicht op de planning van de wedstrijden. Ze is verheugd dat de wethouder hiernaar gaat kijken. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat hij dinsdag aan het einde van de dag heeft besloten de sporthal te vorderen en is dit uiteindelijk donderdag ingegaan, maar hij is bereid om te kijken naar die communicatie. Tegelijkertijd is het zeker niet zo dat de Hogendorphal altijd als eerste en enige aan de beurt is. Juist in overleg met Sport en Bos is gekozen voor een roulatie omdat het langdurig koud was en ze niet één sportvoorziening bovenmatig wilden belasten. Ook in het verleden hebben ze van andere sporthallen gebruik gemaakt en hij zal altijd zoeken naar een manier waarop ze dat gezamenlijk kunnen doen. De discussie wordt gesloten.
Algemene Zaken
37
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
18. Adviseren aan de raad om in te stemmen met de raadsvoordracht waarmee de raad wordt gevraagd de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast Openbare Ruimte te wijzigen VN2026-004599 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen. Het lid DELSEN (SP) stelt dat een klassenanalyse in deze kwestie op zijn plaats is en vraagt zich af of de overheid zich hier niet laat gebruiken door de zogenaamde goede burger. Overal in Amsterdam zijn er zogenaamde aso-fietsers, ouderen die op een elektrische Batavus met 30 kilometer per uur rijden en yuppen die op hun Cowboy 40 kilometer per uur fietsen. Er is specifiek één groep die nu wordt gepakt, de fatbikebestuurders. Dat zijn voornamelijk jongeren, veelal Marokkaanse en Surinaamse jongeren die weinig politieke inspraak hebben. Het verbod in het Vondelpark is een technische oplossing in de strijd om de sociale ruimte met een juridisering van sociale problematiek en rechtsongelijkheid. Hij voorspelt dat de mensen die extra gepakt gaan worden vooral Marokkaanse jongeren zullen zijn. Het is problematisch dat de overheid in deze strijd om de openbare ruimte partij lijkt te kiezen en hij pleit ervoor om niet alleen naar de fatbike te kijken maar ook naar de sociale structuur die erachter zit.
Het lid BELKASMI (PRO) vraagt of het lid Delsen met dit betoog niet zelf bijdraagt aan stigmatisering door te zeggen dat alleen Marokkaanse jongeren op fatbikes rijden. Het lid DELSEN (SP) antwoordt dat het feitelijk juist is dat jonge allochtone mensen vaak op fatbikes rijden. Dat is ook heel logisch omdat fatbikes heel fijne dingen zijn en relatief betaalbaar. Op het moment dat het gaat over fatbike-overlast weet iedereen waar het over gaat maar hij kiest ervoor om daarin een andere rol te kiezen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Belkasmi. Het lid BELKASMI (PRO) merkt op dat er steeds vaker ernstige ongelukken zijn met e-bikes die hoge snelheden halen en dat dit kan leiden tot zwaar letsel of zelfs overlijden. Dit maakt dat er stappen moeten worden ondernomen om de verkeersveiligheid van Amsterdammers te verbeteren. Helaas blijven landelijke maatregelen uit en daarom pleit hij voor een minimumleeftijd en een kentekenplicht voor e-bikes, vergelijkbaar met scooters met een blauw kenteken die vergelijkbare snelheden halen. Ook een maximumsnelheid op fietspaden kan bijdragen aan de verkeersveiligheid maar zolang die maatregelen op zich laten wachten moet Amsterdam zelf kijken wat ze lokaal kan doen. Wat hem betreft richten die maatregelen zich op alle e-bikes omdat die gewoon erg snel gaan.
Hij vraagt hoe het staat met de uitvoering van de motie van het lid Asruf over uitbreiding naar alle e-bikes. In de vorige periode is ook een amendement aangenomen waarin expliciet aandacht is gevraagd voor de duur van de aanwijzing. Ze starten op 11 mei maar hij ziet niet terug wanneer dit beleid stopt. Ook vraagt hij wanneer dit beleid als succes wordt beschouwd en hoe het college dat gaat bepalen. Verder heeft hij sterke twijfels over de juridische houdbaarheid van het voorstel en wil hij weten wanneer de eerste rechtszaken te verwachten zijn. Hij maakt zich specifiek zorgen over opgevoerde ebikes met een gashendel die feitelijk onder de categorie bromfietsen vallen en snelheden van 40 tot 45 kilometer per uur halen. Hij vraagt welke aanvullende maatregelen de wethouder daartegen neemt. Het gebiedsverbod en de bijbehorende boete zijn een strafbepaling die bestuursrechtelijk of strafrechtelijk kan worden gehandhaafd. Bij strafrechtelijke handhaving kan dit via het Openbaar Ministerie leiden tot een strafblad met grote gevolgen bij het aanvragen van een verklaring omtrent het gedrag. Hij begrijpt dat er bestuurlijk gehandhaafd gaat worden en dat het Openbaar Ministerie niet zal overgaan tot vervolging en vraagt de wethouder om dit te bevestigen.
38
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Het lid DELSEN (SP) vraagt of de PRO-fractie hem kan uitleggen waarom er, zolang er geen verbod komt op e-bikes in het Vondelpark, geen sprake zou zijn van een discriminerende maatregel. Het lid BELKASMI (PRO) antwoordt dat hij de zorgen begrijpt en dat ze waakzaam moeten zijn op stigmatisering. Tegelijkertijd gaat het om de verkeersveiligheid. Vanwege de snelheid van e-bikes, in dit geval fatbikes, moeten er maatregelen worden getroffen. Het verbod uitbreiden naar alle e-bikes is moeilijker houdbaar omdat er een gegronde, aantoonbare reden moet zijn. De verkeersveiligheid kan nu aantoonbaar worden gemaakt door de meldingen die er zijn over fatbikes. Het is lastiger om diezelfde reden op te voeren voor e-bikes in het algemeen. Desalniettemin heeft PRO een motie ingediend om te onderzoeken of het mogelijk is om de maatregelen uit te breiden naar alle e-bikes. Het lid DELSEN (SP) vraagt of de PRO-fractie het eens is met de stelling dat hoe meer witte mensen klagen over jonge Marokkanen op fietsen, hoe groter de kans is dat er vervolgens wetgeving wordt gemaakt om dit aan te pakken. Het lid BELKASMI (PRO) antwoordt dat het lid Delsen nu zelf een stigmatiserend frame neerzet door te stellen dat alleen Marokkaanse jongeren op fatbikes rijden. Hij vindt dat het lid Delsen daar ver van weg moet blijven omdat het niet uitsluitend om Marokkaanse jongeren gaat.
Hij denkt dat van jong tot oud mensen op die fatbikes zitten. Het lid DELSEN (SP) geeft aan dat je het ook Surinaamse jongeren of schoolgaande jongeren kunt noemen. Het punt is dat een specifieke groep wordt getarget omdat zij in grotere aantallen dan andere groepen op die fietsen rijden. Dit wekt discriminatie in de hand en hij wil weten waarom deze maatregel niet discriminerend zou zijn. Het lid BELKASMI (PRO) antwoordt dat de kern van de maatregel is dat ze de verkeersveiligheid willen borgen. Een fatbike haalt enorm hoge snelheden en daarom worden er gerichte maatregelen genomen. Als je met een fatbike aan de hand door het Vondelpark loopt is er niets aan de hand, want het gaat puur om de snelheden die deze toestellen halen en niet om iemands etniciteit of wie die persoon is. Hij begrijpt dat het lid Delsen waakzaam is op stigmatisering. Dat is hij ook en daarom zijn er concrete wijzigingen op het voorstel doorgevoerd. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat het verbod inmiddels met instemming van de raad is ingevoerd in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en dat wat nu voorligt de hoogte van de boete is. Het Vondelpark was al eerder genoemd vanwege de drukte en het feit dat er veel verschillende gebruikers zijn, zoals kinderen die spelen, mensen die hun hond uitlaten en ouderen die het park gebruiken.
Het doel van de maatregel is om de veiligheid in dit drukke park te verbeteren. Landelijke regelgeving zoals een minimumleeftijd, helmplicht en kentekenplicht voor fatbikes zou beter werken maar omdat dat uitblijft zijn ze genoodzaakt om iets te doen. Jongeren zouden überhaupt niet op fatbikes moeten rijden omdat het levensgevaarlijk is. Meer dan 50 procent van de fatbikes is opgevoerd tot snelheden van 50 tot 60 kilometer per uur en dat leidt tot ernstige verwondingen zoals hersenletsel. Artsen in het hele land strijden tegen het gebruik van fatbikes door jongeren omdat ze steeds meer kinderen met zwaar letsel op de eerste hulp zien. De overlastmeldingen worden getoetst door gebiedsmanagers. Er wordt bestuurlijk gehandhaafd, strafrecht wordt niet ingezet en de hoogte van de boete volgt die van Enschede. Er worden pilots gedaan, zoals een pilot voor maximumsnelheid op fietspaden, en jongeren worden geïnformeerd via brieven naar scholen. Bestuurlijke handhaving zal plaatsvinden en strafrecht wordt niet ingeschakeld. De APV kent geen tijdelijke maatregel maar de maatregel kan altijd worden opgeheven zodra er landelijke
39
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
regelgeving is. Op basis van het juridisch advies is het voorstel aangepast en bij de motie over de uitbreiding is aangegeven dat eerst wordt gekeken hoe dit loopt en of het juridisch standhoudt. Het lid BROERSEN (Volt) vraagt of er een waarschuwingsperiode komt voor de leeftijdsgroep van 12 tot 16 jaar voordat kinderen die zich van geen kwaad bewust zijn een boete krijgen. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat er inderdaad enkele weken een periode van waarschuwen is. Er worden mensen neergezet zodat iedereen die het Vondelpark inrijdt op de hoogte wordt gesteld en vriendelijk wordt verzocht om ergens anders te gaan rijden met een uitleg waarom dat zo is. Mocht er de komende week iemand zijn die daar niet naar luistert en expres rondjes in het park blijft rijden, dan is er een mogelijkheid om toch in te grijpen. Zolang dat niet het geval is zal er eerst gewaarschuwd en geïnformeerd worden. Het lid BELKASMI (PRO) vraagt hoelang de wethouder nodig heeft om goed te kunnen evalueren hoe effectief de maatregel is. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat het afhangt van het juridische pad, omdat je zo'n maatregel niet wilt opheffen terwijl er nog een zaak loopt. Ze kan wel toezeggen om over een paar maanden een eerste overzicht te geven van hoe het loopt en hierover terug te melden aan de commissie en dan kan ze misschien ook iets zeggen over lopende rechtszaken.
Het lid DESSING (FvD) vraagt wat het effect is op de capaciteit van de politie en de boa's als er mensen worden neergezet bij de ingang van het Vondelpark en wil weten of daar voldoende rekening mee is gehouden. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat de mensen die waarschuwen geen boa's zijn omdat er nog geen boetes worden opgelegd. Er kunnen verkeersregelaars of boa's in opleiding worden neergezet. Later zullen er wel boa's worden ingezet maar dat zal geen grote druk op de capaciteit leggen omdat er sowieso al boa's in het park lopen en zij dit ook kunnen meenemen in hun takenpakket. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Rijpkema. Het lid RIJPKEMA (JA21) vraagt of deze maatregel op termijn ook in andere parken zal worden ingezet. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat als het werkt in het Vondelpark er ook naar andere parken gekeken kan worden. Er is ook ruimte overgelaten om te kijken naar andere drukke gebieden, zoals pleinen waar vaak overlast is. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken en gehamerd kan worden in de gemeenteraad. Openbare Ruimte en Groen 28. Bespreken van de raadsinformatiebrief Toekomst van buitenreclame VN2026003128 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Munster.
Het lid VAN MUNSTER (PRO) verwijst naar een eerdere geschiedenis met betrekking tot de digitale abri's waarbij uit een Woo-verzoek bleek dat JCDecaux meer ruimte innam dan het had mogen doen. In het huidige voorstel worden de digitale abri's
40
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
verder uitgebreid en wordt aangegeven dat door meer ruimte te bieden er meer regulering zou komen. Hij is bezorgd dat er nu iets wordt toegestaan waarvan het moeilijk is om het later weer terug te draaien en hij vraagt de wethouder of deze uitbreiding onomkeerbare stappen zijn of dat de raad nog de mogelijkheid heeft om zich hierover uit te spreken. Daarnaast refereert hij aan een aangenomen motie over ultra fast fashion en hij is benieuwd of dat meegenomen kan worden in het voorstel zodat dit niet straks in allerlei abri's te zien is. Het lid VON GERHARDT (VVD) vraagt zich af wat het lid Van Munster tegen de digitale abri's heeft, aangezien het veel duurzamer is dan posters op papier en daarmee ook beter is voor het klimaat. Het lid VAN MUNSTER (PRO) antwoordt dat het gaat om de vercommercialisering van de openbare ruimte met gigantische schermen en daar is hij geen voorstander van. Het lid VON GERHARDT (VVD) vraagt of het lid Van Munster liever goed gereguleerde vaste plekken heeft voor reclame, of dat hij kiest voor anarchie waarbij overal in de stad posters geplakt kunnen worden met uiteindelijk veel meer kosten voor de gemeente om het op te ruimen. Het lid VAN MUNSTER (PRO) antwoordt dat het een illusie is om te denken dat wildplakken door dit voorstel wordt tegengegaan.
Wat ze feitelijk aan het doen zijn is het bedrijf JCDecaux alle ruimte geven om heel veel geld te verdienen. Hij vraagt zich af of de openbare ruimte daarvoor bedoeld is, want die is van iedereen. Het lid VON GERHARDT (VVD) stelt dat hoe meer plekken er zijn om reclame aan te bieden, hoe meer mensen daarvan gebruik zullen maken. Hij geeft de voorkeur aan een goed gestructureerd systeem voor het ophangen van reclame in plaats van een anarchistische situatie waarin elke lantaarnpaal vol hangt met posters en meer werk voor het antiplakteam van de gemeente om alles weer op te ruimen. Het is beter om dit goed te regelen en uiteindelijk levert het ook nog geld op voor de gemeente. Het lid VAN MUNSTER (PRO) antwoordt dat niet iedereen gebruik kan maken van de abri's en mupi's van JCDecaux. Het kost heel veel geld, dus alleen grote bedrijven en wellicht bepaalde politieke partijen kunnen zich dat veroorloven. Clubs en culturele instellingen met kleine bescheiden posters zullen JCDecaux niet aanschrijven om gebruik te maken van hun reclamemogelijkheden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt. Het lid VON GERHARDT (VVD) wijst op het probleem van wildplakken dat tijdens verkiezingen helemaal uit de hand is gelopen. Hij vraagt zich af hoeveel het de gemeente heeft gekost om de posters op te ruimen.
Het beleidskader zou moeten zorgen voor minder wildplakken maar hij twijfelt of er voldoende handhaving is om ervoor te zorgen dat dit op een nette manier gebeurt. Hij ziet bedrijven en organisaties over de politieke posters plakken die nog overal hangen waardoor het lijkt alsof overal in de stad geplakt mag worden zonder dat er iets aan wordt gedaan. Het lid VAN MUNSTER (PRO) vindt dat het lid Von Gerhardt zijn eigen anarchisme onderschat aangezien hij enkele weken geleden een groot politiek spandoek heeft opgehangen in het groen om een politiek punt te maken en vervolgens pleit tegen wildplakken. Het lid VON GERHARDT (VVD) antwoordt dat er toestemming was voor het ophangen van het spandoek. Bovendien werd het spandoek volgens afspraak op de verkiezingsdag weer opgeruimd terwijl er nog steeds posters van PRO Amsterdam en haar twee voorgangers nog in de stad hangen. Die posters zijn niet goed voor het klimaat
41
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
en het stadsaanzicht en hij roept het lid Van Munster op om zijn verantwoordelijkheid te nemen en de posters op te ruimen, net zoals de VVD haar eigen banner netjes heeft opgeruimd. Een serieuzer punt is het verbod op fossiele reclames dat op 1 mei ingaat. Verschillende partijen die nu adverteren hebben aangegeven dat zij nog niet geïnformeerd zijn over de details van dit verbod. Hij vraagt zich af hoe ver dit verbod strekt, of het ook daadwerkelijk gehandhaafd zal worden, hoe het zit met lopende contracten en met de kwestie van deels vegetarische producten. De ondernemers die campagnes hebben lopen weten niet wat er gaat gebeuren. Verder vraagt hij of er al claims zijn ingediend door bedrijven of ondernemers en wil hij weten of de wethouder bereid is om over de kosten en het aantal handhavingsverzoeken dat binnenkomt te rapporteren aan de raad zodat de raad inzicht krijgt in de kosten van de uitvoering van dit onzalige voorstel. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER (PvdD) merkt op dat de meeste reclame gericht is op consumptie en dat dit negatieve gevolgen heeft voor mensen en de natuur. Reclame verrommelt de openbare ruimte, maakt stoepen minder toegankelijk en kan afleiden in het verkeer.
De Partij voor de Dieren wil het liefst stoppen met reclame in de openbare ruimte, met uitzondering van overheidscampagnes, cultuur en goede doelen maar ze begrijpen dat dit financiële complicaties met zich meebrengt als het meteen zou worden ingevoerd. Ze is blij dat reclame voor fossiele producten en vleesproducten op voorstel van GroenLinks en de Partij voor de Dieren vanaf 1 mei verboden is. Ze steunt de vragen die door het lid Von Gerhardt zijn gesteld over de handhaving van dit beleid nu de APV is gewijzigd. In de voorgenomen beleidslijn wordt het aantal digitale borden uitgebreid maar ultra fast fashion wordt niet meegenomen, ondanks dat dit als kansrijk wordt genoemd in de brief. Ze sluit zich aan bij de vragen van het lid Van Munster over dit onderwerp en vraagt hoe het college hierover denkt en of het college van plan is hier verder op in te zetten. Als het voorstel nog aansturing van de raad nodig heeft, dan wil ze het graag agenderen voor een uitspraak. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Reijnaers. Het lid REIJNAERS (SP) leest in de brief van de wethouder meerdere keren de termen minder reclame en minder drukte in de publieke ruimte maar zoals de inspreker vanochtend al heeft uitgelegd wordt het alleen maar meer. Er zouden geen digitale borden in abri's geplaatst worden, maar nu komen er toch 80.
Tegen de mupi's hebben meerdere partijen in de raad zich al in 2022 uitgesproken en aangezien er nu een nieuwe contractperiode ingaat, is dit een prima moment om hiermee helemaal te stoppen. Tot zijn groot verdriet leest hij dat de wethouder ook door wil gaan met reclame op voer- en vaartuigen. Er is geen vorm van reclame die zo vulgair is als wanneer de trams en veerpontjes die van iedereen zijn volledig worden overgenomen door het logo van een commercieel bedrijf dat het straatbeeld overweldigt, alsof we in een wildwestkapitalistische stad wonen. Hij hoopt dat de wethouder daar nog manoeuvreerruimte in ziet. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat deze raadsinformatiebrief een bespreeknotitie is in het kader van het richting geven aan het beleidskader. Het is bedoeld voor bespreking waarbij het college een lijn uiteenzet die nog gewijzigd kan worden in de aanloop naar dat beleidskader. Het beleidskader komt ook nog naar de raad en zal pas daarna worden vastgesteld. De brief is tevens een afdoening van een toezegging om een bespreeknotitie te sturen en doorkruist ook het initiatief voor fossiel- en vleesvrije reclame. Deze bespreking doorkruist ook het besluit dat vorige week in het college is genomen over hoe om te gaan
42
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
met het aangenomen initiatiefvoorstel dat per 1 mei ingaat. Zoals vaker het geval is, wordt er niet meteen overgegaan tot handhaving en krijgen partijen de kans om eraan te wennen. Omdat de invoering op zo'n korte termijn plaatsvindt is het bestuurlijk niet verantwoord om dat zonder overgangsperiode te doen. Het verbod gaat dus wel op 1 mei in maar er zal in 2026 niet actief op worden gehandhaafd. In geval van handhavingsverzoeken op het APV-verbod zal er een hersteltermijn worden gegeven tot 1 januari 2027. Daarmee hebben partijen meer kans om zich aan te passen en in de nieuwe contracten andere afwegingen te maken. Dit kan alsnog financiële schade veroorzaken maar dat is wel van een andere orde. Dit is een pragmatische manier om tegemoet te komen aan de wens van de raad en tegelijkertijd geen onevenredige kosten te maken. Het lid VAN MUNSTER (PRO) vraagt of hij goed begrepen heeft dat de APV per 1 mei wordt aangepast en dat er vanaf 1 januari 2027 strenger wordt gehandhaafd. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat het verbod wordt ingevoerd maar dat de handhaving pas per 1 januari 2027 zal beginnen. Dit is iets wat ze vaker doen bij maatregelen, ze voeren het in en informeren partijen over hoe het zit zodat men de tijd heeft om zich aan te passen.
De partijen zijn inmiddels geïnformeerd over dit voornemen omdat niet alleen de grotere maar ook de kleinere ondernemers tijd nodig hebben om te beoordelen of ze een uitzondering zijn op het verbod. Het lid VON GERHARDT (VVD) vraagt hoe er wordt omgegaan met contracten die nu al zijn vastgelegd en lopen tot na 1 januari 2027. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat haar informatie op dit moment is dat de inhoudelijke lading van wat er getoond wordt nog niet is vastgelegd. Ze zullen de vinger aan de pols houden en als het toch ineens heel anders loopt, zullen ze daarop inspelen. De keuze om helemaal te stoppen met reclame heeft inderdaad een prijskaartje en digitaal is niet per se slecht. Het hangt ervan af hoe vaak je het doet en waar je het doet. Bij het invoeren van de 30 kilometerzone was het in ieder geval heel behulpzaam om iedereen op de verandering te wijzen. Er is altijd ruimte voor maatschappelijke informatievoorziening. Het is wel zo dat als de raad allerlei dingen wil, de raad zich ervan bewust moet zijn dat dit kosten met zich meebrengt. Alles is mogelijk, maar dan graag met een dekkingsvoorstel. Het lid REIJNAERS (SP) vraagt zich af of de wethouder begrijpt welk prachtig voorbeeld Amsterdam zou kunnen geven als ze helemaal zouden stoppen met reclame. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat beperkte reclame niet per se slecht hoeft te zijn.
Het kan ook een manier zijn om mensen te informeren over zaken die je belangrijk vindt, zoals kunst en cultuur. Hier kun je verschillend over denken en het enige wat ze de raad mee wil geven is dat het geld kost. Daarnaast worden de inkomsten uit reclame gebruikt om allerlei zaken in de openbare ruimte te financieren die ook belangrijk zijn. Ultra fast fashion is serieus onderzocht maar bleek moeilijk uitvoerbaar of niet haalbaar. Het staat de raad vrij om daar iets van te vinden en het nog eens te onderzoeken. Ook over de boten kan de raad zich uitspreken maar het is wel belangrijk te weten dat deze inkomsten ook worden gebruikt om andere zaken te betalen en dat er contracten aan vastzitten. Het GVB heeft bepaalde inkomsten nodig om het openbaar vervoer goed te laten functioneren en betaalbaar te houden. Als je deze inkomstenbron wegvallen moet het ergens anders vandaan komen. Het lid BAKKER (PvdD) vraagt waarom de inperking voor ultra fast fashion onuitvoerbaar is. Ze heeft in de raadsbrief gelezen dat het een branche is die goed te reguleren valt.
43
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat ze in de eerste inventarisatie zijn gestuit op definitie- en uitvoeringskwesties en de impact op de inkomsten die die reclame oplevert. Ze biedt aan om dit nog verder uit te werken. Het lid VAN MUNSTER (PRO) vraagt of de wethouder bereid is te onderzoeken of er vanaf 1 januari 2027 ook met ultra fast fashion gestopt kan worden. Hij is zich bewust dat dit mogelijk kosten met zich meebrengt. Daarnaast is hij benieuwd naar de volgordelijkheid van zaken. Er is nu een tussenstap op weg naar een beleidskader dat uiteindelijk in een aanbesteding terecht zal komen en hij wil weten wanneer de raad in de positie is om zaken hiervoor mee te geven. Tot slot wil hij weten of met deze algemene beleidslijn nu al dingen worden toegestaan, zoals de uitbreiding van het aantal abri's waarvan straks wordt gezegd dat het er al staat en er dus niet meer op teruggekomen kan worden. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat ultra fast fashion onderdeel kan zijn van het nieuwe beleidskader en de nieuwe contracten die daarna worden afgesloten. Haar pleidooi is om met wijzigingen te wachten op dat kader om juridische problemen te voorkomen. Er worden geen nieuwe contracten afgesloten voordat het kader er is. De raad gaat eerst over het beleidskader en vervolgens gaan ze een nieuwe fase in om contracten af te sluiten.
Het lid VAN MUNSTER (PRO) merkt op dat in de brief staat dat het aantal abri's wordt uitgebreid van 12 naar 80 terwijl de wethouder nu zegt dat ze nog niets gaat doen. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat dingen die eerder zijn besloten gewoon uitgevoerd zullen worden. Het afsluiten van nieuwe contracten en het neerzetten van een nieuw kader wordt nog besproken en daar zal het nieuwe beleidskader richting aan geven. Het lid BAKKER (PvdD) vindt het verstandig dat de raad richting meegeeft zodat dit goed kan landen in het beleidskader. Daarom stelt ze voor om deze raadsbrief op de raadsagenda te zetten zodat er moties kunnen volgen die richting geven. Ze zou het presidium willen verzoeken om dit meteen in mei te doen zodat het college en de ambtenaren weten waar ze verder mee kunnen werken. Het lid VON GERHARDT (VVD) vindt het een goed idee om richting mee te geven, hoewel zijn richting een heel andere is dan die van het lid Bakker. Hij vraagt of er op dit moment al juridische claims zijn binnengekomen bij de gemeente en wat de financiële gevolgen daarvan zijn. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat er nog geen claims bij haar zijn beland. Omdat ze deze tussenstap hebben ingevoerd en dat ook hebben gemeld verwacht ze geen claims.
Het lid VON GERHARDT (VVD) verzoekt de wethouder de raad te informeren over eventuele claims omdat deze het gevolg zijn van experimenten van sommige raadsleden die de begroting van Amsterdam en het belastinggeld van Amsterdammers raken. Wethouder VAN DER HORST zal de raad informeren over eventuele claims. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een bespreking in de gemeenteraad van 7 mei 2026. Afval en Reiniging 36.
44
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Kennisnemen van een raadsinformatiebief over een open brief aan supermarkten en horecaondernemers Samen voor een Schone Stad VN2026-004000 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krijger. Het lid KRIJGER (PvdD) vertelt over het Waterlandplein in Noord waar kleuters in kleine speeltuintjes spelen tussen het afval en waar dieren vast komen te zitten in het vuil met pijn en verzwakking als gevolg. De groenstroken en slootjes liggen bezaaid met troep en de bodem wordt vervuild. Er gaan stemmen op om dieren die zich ophouden bij het afval op te jagen en door andere dieren te laten doden maar de enige oplossing is om het probleem bij de wortel aan te pakken. De Partij voor de Dieren zet zich al jaren in voor een schone leefomgeving voor mens en dier, bijvoorbeeld door het initiatiefvoorstel Oh Amsterdam, wat ben je schoon dat in 2024 werd aangenomen maar ook door het organiseren van cleanups. Hoewel er goede maatregelen worden genomen en de reinigingsdienst hard werkt, is dit niet genoeg. Vorige maand heeft de wethouder, in het kader van de landelijke opschoondag, een open brief gestuurd naar grote ketens van bijvoorbeeld fastfoodrestaurants met de oproep zich aan de 25-meterregel te houden. Dit is een landelijk geldende regel die ondernemers verplicht zwerfafval afkomstig uit hun eigen pand binnen 25 meter van hun pand op te ruimen.
Terwijl iemand die te hard rijdt een boete krijgt, krijgen ondernemers die zich niet houden aan de 25-meterregel en bijdragen aan schade aan dier, milieu en mens eerst een gesprek, daarna een waarschuwing, vervolgens een last onder dwangsom en pas in de vierde instantie een boete. Sinds half juni 2025, toen toezichthouders begonnen te handhaven, is er echter geen enkele geldboete uitgedeeld. De Partij voor de Dieren maakt zich ernstige zorgen over de impact van het zwerfafval en vreest dat de vrijblijvende aanpak van onwelwillende ondernemers niet bijdraagt aan een structurele oplossing. Zij vraagt of de wethouder bereid is om in het kader van de lenteschoonmaak meer in te zetten op handhaving van de 25-meterregel. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Burk. Het lid VAN BURK (Volt) noemt afval een van de grootste ergernissen van Amsterdammers maar merkt op dat dit probleem ook veel initiatieven in de stad op gang heeft gebracht, zoals CleansDay en nieuwe ontwerpen voor afvalbakken. Deze week gingen vier Amsterdamse studenten viral met hun TwinBin, een afvalbak met een apart luik voor statiegeldblikjes en -flesjes waarmee zij de statiegeldproblematiek, het zwerfafval en het graaien in afvalbakken aanpakken.
De studenten vertelden hem dat de gemeente niet met hen in gesprek wilde omdat er al een ontwerptraject voor een nieuwe vuilnisbak liep en er geen behoefte was aan hun inbreng. Hij wilde van dit agendapunt gebruikmaken om de wethouder te vragen of zij openstaat voor zulke ideeën maar nu blijkt dat de wethouder vanmiddag toch contact heeft opgenomen met de studenten en hen heeft uitgenodigd om langs te komen op het stadhuis, mogelijk geholpen door zijn vraag die hij kort daarvoor had doorgegeven. Hij beschouwt dit als een klein politiek succes. Hij is benieuwd of hij hieruit mag opmaken dat het college openstaat voor verschillende ideeën en initiatieven uit de stad en bereid is om met verschillende modellen voor afvalbakken tegelijk te experimenteren. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid De Kort. Het lid DE KORT (JA21) leest dat de wethouder aan ondernemers schrijft dat zij samen moeten werken aan een schone stad waarbij ondernemers zelfs een zichtbare afvalbak bij hun zaak moeten plaatsen. Hij vraagt zich af hoe dit zich verhoudt tot het beleid van dezelfde wethouder om gemeentelijke prullenbakken weg te halen. De gemeente haalt bakken weg en ondernemers moeten vervolgens de rommel opvangen. Dat is een merkwaardige vorm van samenwerking. Hij vraagt waarom een ondernemer verantwoordelijk wordt voor het afval van zijn klanten.
Een ondernemer runt immers een zaak en is geen dependance van de gemeentelijke reiniging. Een schone openbare ruimte is een taak van de gemeente.
45
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Het lid VAN MUNSTER (PRO) vraagt of hij het lid De Kort hoort zeggen dat hij vindt dat bedrijven die afval produceren zelf geen rol hoeven te spelen in het opruimen van dat afval. Het lid DE KORT (JA21) antwoordt dat het allereerst een kerntaak van de gemeente is om afval op te ruimen. Daarnaast zijn het niet per se de bedrijven die afval voor hun eigen winkel gooien, dat zijn de mensen die het op de grond gooien. Het lid VAN MUNSTER (PRO) vindt het een wonderlijke constatering dat er wordt gezegd dat bedrijven afval produceren maar dat de gemeente het vervolgens moet ophalen. Het is buitengewoon normaal dat bedrijven een rol spelen in het opruimen van het afval dat zij zelf produceren. Hij vraagt waarom de samenleving hiervoor moet opdraaien. Het lid DE KORT (JA21) antwoordt dat de gemeente prullenbakken heeft weggehaald en nu aan ondernemers vraagt om een prullenbak voor hun eigen deur te zetten zodat ze hun eigen rommel kunnen opruimen. Belastinggeld wordt opgehaald om kerntaken uit te voeren en wat JA21 betreft zijn veilige en schone straten de kerntaak van de gemeente. Het lid VAN MUNSTER (PRO) merkt op dat de gemeente geen bedrijfsafval mag ophalen. Daarom moeten bedrijven een contract afsluiten met iemand die het bedrijfsafval ophaalt.
Hij vindt het wonderlijk dat JA21 zegt dat bedrijven veel geld mogen verdienen, maar dat de gemeente vervolgens het afval dat zij produceren moet ophalen in plaats van dat de bedrijven daar zelf verantwoordelijk voor zijn. Het lid DE KORT (JA21) antwoordt dat dit een valse tegenstelling is. Er staat dat de ondernemer verantwoordelijk wordt voor het afval dat voor zijn winkel ligt maar dat is geen bedrijfsafval in vuilniszakken die hij zelf voor de winkel gooit waarna de gemeente het moet opruimen. Hij vraagt of de wethouder niet eerst zou moeten zorgen dat ondernemers erop kunnen vertrouwen dat het vuilnis op de afgesproken dagen wordt opgehaald aangezien het daar volgens hem weleens aan schort. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Buren. Wethouder VAN BUREN legt uit dat vorig jaar het zomeroffensief is ingesteld en dat de gemeente nu eerder wil beginnen met een lenteaanpak. Ze heeft een open brief gestuurd naar supermarkten en horecaondernemers om samen te werken aan het afvalprobleem. De gemeente investeert fors in de gemeentereiniging maar het probleem kan ze niet in haar eentje oplossen. De brief wijst ondernemers op de 25-meterregel, waarbij horecazaken en afhaalzaken verantwoordelijk zijn voor het afval dat door hun onderneming wordt verkocht en voor de deur wordt weggegooid.
Daarnaast wordt er samengewerkt met CleansDay om de actie uit te breiden naar het hele jaar door en zijn er gesprekken met bepaalde koffiezaken om gezamenlijk de buurt op te ruimen in ruil voor gratis koffie. De handhaving van de 25-meterregel omvat het uitdelen van boetes aan recidivisten. De handhavingsteams gaan eerst in gesprek, en dat heeft positieve resultaten opgeleverd. Alleen wanneer ondernemers blijven weigeren wordt er een boete opgelegd die met last onder dwangsom flink kan oplopen. De stadsdelen prioriteren waar de handhaving naartoe gaat met afval als hoogste prioriteit maar er is wel een tekort aan handhavers. Het lid KRIJGER (PvdD) heeft informatie waaruit blijkt dat er geen boetes zijn uitgedeeld bij de 25-meterregel.
46
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er wel lasten onder dwangsom zijn uitgedeeld en als deze ondernemers nog een keer de 25-meterregel niet naleven volgt een boete. Het lid KRIJGER (PvdD) vraagt of de wethouder per kwartaal een overzicht kan verstrekken van de manier waarop er is gehandhaafd, inclusief eventuele boetes die zijn uitgeschreven. Zij vindt dat de raad meer inzicht nodig heeft in hoe dit probleem wordt aangepakt. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er afspraken zijn gemaakt over het rapporteren. Ze komt altijd met halfjaarlijkse rapportages die ook uitgebreid in de commissie en de raad worden besproken en daarin staat ook hoeveel boetes er zijn uitgedeeld. Ze benadrukt dat het niet de bedoeling is om zoveel mogelijk boetes uit te delen maar dat het doel is dat ondernemers zich netjes gedragen. Daarom zijn de activatieteams ingezet om de regels uit te leggen. Het lid KRIJGER (PvdD) heeft van haar collega's begrepen dat in de rapportage nu geen aantallen qua handhaving worden meegenomen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er onlangs is gestart met de handhaving op de 25-meterregel en dat zij het vanaf nu zal meenemen in de halfjaarlijkse rapportages. De gemeente krijgt veel mails van mensen die mee willen denken. Hoewel ze zelf minder op sociale media zit, heeft ze gezien wat de studenten met de TwinBin hebben gedaan en ze vindt het geweldig.
Ze kijkt ook met de eigen reinigers hoe de bestaande afvalbakken aangepast kunnen worden. Daarnaast wordt met Verpact gekeken naar een nieuw ontwerp en wordt er met Verpact gesproken over een financiële bijdrage voor het vervangen van de huidige prullenbakken. Ze heeft contact gehad met de studenten om een afspraak te maken. Ze vindt het goed dat het lid Van Burk dit als eerste politieke daad op de agenda heeft gezet. Het nieuwe ontwerp van de prullenbak maakt deel uit van het prullenbakkenoffensief. Ze bevestigt dat op bepaalde plekken prullenbakken worden weggehaald maar dat dit gebeurt in overleg met ondernemers en bewoners en soms worden er nieuwe of grotere prullenbakken teruggeplaatst. Het is dus niet zo dat ze de prullenbakken weghalen en tegen de ondernemers zeggen zet zelf maar prullenbakken neer. Als ondernemers klagen dat hun afval niet op tijd wordt opgehaald dan is dat de verantwoordelijkheid van de commerciële afvalinzamelaar. Er is een verordening die bepaalt dat afval in containers moet worden aangeboden en per 1 juli mag dat alleen tussen zeven uur 's ochtends en vier uur 's middags. Ondernemers hebben de verantwoordelijkheid voor hun afval, het scheiden ervan en het voorkomen van troep op straat. De afgelopen maanden is er goed contact geweest met diverse BIZ’en en ondernemers die zich verantwoordelijk voelen voor een schone stad.
Ze is daar tevreden over omdat het samen met ondernemers, inwoners en de gemeente gedaan moet worden. Het lid DE KORT (JA21) merkt op dat de beredenering om de prullenbakken weg te halen was dat ze vaak opengebroken werden. Hij vraagt of ondernemers nu speciale prullenbakken moeten aanschaffen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ondernemers zelf mogen bepalen welke prullenbakken ze buiten zetten maar dat ze ook de verantwoordelijkheid hebben om deze in de gaten te houden. Er zijn ondernemers die mensen in dienst hebben om dat te doen en die ook vegen. Daarnaast vindt ze dat ondernemers die blikjes of andere producten met statiegeld verkopen verplicht zouden moeten worden om deze ook weer in te nemen. Dit is nog niet het geval maar uiteindelijk gaat het erom dat blikjes en flesjes ingeleverd moeten worden en niet in het vuilnis horen.
47
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Het lid DE KORT (JA21) hoort de wethouder die verantwoordelijk is voor de schone straten zeggen dat de ondernemers de prullenbakken in de gaten moeten houden. Hij vraagt zich af of de wethouder een idee heeft hoe een dag van een ondernemer eruitziet, die een zaak moet runnen en geen tijd heeft om een prullenbak in de gaten te houden. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat het de prullenbakken van de ondernemers zelf zijn en dat ze het helemaal niet raar vindt dat een ondernemer ervoor zorgt dat zijn eigen stoep schoon is. Ze erkent dat een ondernemer het druk heeft maar een ondernemer wil ook een schone ingang van zijn zaak. Het lid VAN BURK (Volt) is benieuwd of de wethouder openstaat voor meerdere experimenten aangezien de studenten eerder te horen kregen dat de wethouder maar met één aanbieder een experiment zou aangaan. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze met de eigen mensen heeft gekeken naar hoe de huidige prullenbakken aangepast kunnen worden. Ze heeft ook gesproken met Verpact omdat het ook om geld gaat en ze vindt dat Verpact daar financieel aan moet bijdragen en daarom zijn ze daar als eerste mee aan de slag gegaan. Het lid VAN BURK (Volt) vraagt of er wel ruimte is om tegelijkertijd met andere partijen te experimenteren. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er al experimenten zijn op het Buikslotermeerplein maar dat is door de ondernemers zelf opgezet.
De gemeente heeft een aanbestedingsplicht en kan niet zomaar een opdracht geven voor prullenbakken, zelfs niet als er een initiatief van studenten is. Ze gaat wel met hen in gesprek om te kijken of er misschien ergens in de stad een pilot mee uitgevoerd kan worden. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER sluit de vergadering.
48