2026-04-15 Openbaar conceptverslag TAR middagdeel.docx
Tekst van het document
Nu hebben duizend Amsterdammers binnen enkele dagen het inleidend verzoek ondertekend en ook de benodigde 10.000 handtekeningen zullen worden gehaald. Dat geeft het verzoek nog meer gewicht. Het advies van de referendumcommissie moet niet lichtzinnig worden genomen maar de raad beslist uiteindelijk zelf. De vorm is ingewikkeld omdat het burgervoorstel raakvlakken heeft met het initiatiefvoorstel van De Vonk en DENK en daarover stelt de referendumcommissie dat het buitenlandbeleid betreft en geen gemeentelijke bevoegdheid. Aan de andere kant stelt het college dat drie van de vijf punten wel onder gemeentelijke bevoegdheid vallen. Daardoor kan het beeld ontstaan dat de referendumcommissie indirect advies geeft over het initiatiefvoorstel. Hij is benieuwd hoe de voorzitter dat heeft ervaren. De zorg zit vooral in de uitvoerbaarheid maar zijn fractie is bereid mee te denken over haalbare alternatieven. Een anti-apartheidscampagne voor bewustwording is nodig omdat producten uit bezet gebied nog dagelijks worden verkocht en overheden nog contracten aangaan met betrokken bedrijven. Ook vindt hij het belangrijk dat het narratief rondom Palestina wortelt in de stad en daarom heeft hij gevraagd of het college een Nakba-herdenking bijwoont en of er een Gaza-genocidemonument komt.
De grootste winst is dat nu de grenzen worden verkend van wat de gemeente kan doen wanneer de samenleving diep wordt geraakt door een conflict elders en de regering faalt om de Grondwet na te leven. De sombere realiteit is dat ze vaker in deze situatie zullen belanden. Na de vernietiging van Gaza, de Westbank en Zuid-Libanon en met een Amerikaanse president die genocidale uitspraken doet over het vernietigen van de Iraanse beschaving zal het gesprek vaker gaan over hoe Amsterdam zich als mensenrechtenstad moet positioneren. Dat is de onderliggende drijfveer van de initiatiefnemers die de democratische hoop belichamen die de stad nodig heeft.
16
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Dibi. Het lid DIBI (BIJ1) wijst op de herdenking van de genocide op 4 mei, opdat we nooit meer vergeten terwijl er net een genocide heeft plaatsgevonden. Hij wijst op de dubbele maatstaf in de opstelling van het Westen tegenover Rusland en Israël, waarbij Rusland wordt geboycot door het WK-voetbal, het Eurovisiesongfestival, universiteiten en de Europese Unie en de Palestijnen het moeten doen met thoughts and prayers. Binnen de Amsterdamse organisatie is er ruim baan voor solidariteit met Oekraïners maar tot voor kort heerste er een verstikkende zwijgcultuur als het om Palestijnen ging. Bij Israël zijn er smoesjes en wordt er gedoken, afgeleid, uitgesteld, doorverwezen en gecensureerd. Het voorliggende referendum wil hiermee breken en focust op de verantwoordelijkheid van de gemeente en haar samenwerkingspartners, instellingen en bedrijven om het juiste te doen. De fractie van BIJ1 is voor het inwilligen van het referendum en staat ook achter de inhoud van het initiatiefvoorstel maar in feite is deze discussie een rookgordijn dat is gebaseerd op een grote misvatting. Het gaat niet om politieke keuzes, standpunten of buitenlandbeleid maar om juridische verplichtingen.
Het internationaal recht laat er geen twijfel over bestaan dat het verboden is om direct of indirect bij te dragen aan mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal recht. Amsterdam is gebonden aan de UNGP- en OESO-richtlijnen die zijn vastgelegd in nationaal en lokaal beleid. De concrete eisen in het referendum sluiten daarbij aan. Hij wil weten welke eisen PRO nu al kan opvolgen zodat die zonder vertraging kunnen worden opgepakt. De initiatief- en referendumcommissie stelt dat dit buitenlandbeleid betreft maar hij vraagt zich af wat de motieven zijn om dit zo op te schrijven. Inkoopbeleid heeft immers niets met buitenlandbeleid te maken. Het gaat om transparantie over de gemeentelijke banden en het verbreken daarvan, en daar gaat de raad wel over en dit gebeurt ook al in andere steden. De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van juli 2024 bevestigt dat staten en andere actoren verplicht zijn om Israëls aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever, in Oost-Jeruzalem en Gaza te bestrijden en alle banden die daaraan bijdragen te verbreken. Dit sluit aan bij de acties van BDS dat al meer dan twintig jaar hiermee bezig is. Iedereen in de zaal had er begrip voor toen BDS tegen Rusland werd ingezet. De situatie in Gaza laat zien dat het falen om consequenties te verbinden aan mensenrechtenschendingen leidt tot straffeloosheid.
De vraag is niet of er aan juridische verplichtingen moet worden voldaan maar hoe daaraan kan worden voldaan. De adviezen en de bestuurlijke reacties zijn vooral gericht op het zoeken naar manieren om onder de verplichtingen uit te komen. In oktober waren er een kwart miljoen mensen in deze stad en het was duidelijk wat de inwoners willen. Bepaalde partijen luisteren naar de inwoners als het om zwerfafval gaat maar niet als het om genocide gaat. Het afschuiven van verantwoordelijkheden en zich verschuilen achter obstakels is niet acceptabel in het internationaal recht en hij roept op om recht te doen aan de Amsterdamse raad en te kiezen voor wat de Amsterdammers willen. Tot slot richt hij zich tot PRO. De inbreng van het lid Bentoumya klonk zeer consciëntieus. Hij vraagt zich af of PRO de referendumcommissie niet wil afvallen, op zoek is naar snelle en pragmatische keuzes, of dat er opnieuw druk van lobbyisten binnen de PvdA is die proberen dit te blokkeren. PRO is nodig voor een meerderheid en hij hoopt dat ze tot rede komen. Het lid HAVELAAR (CDA) vraagt of het lid Dibi bedoelt te zeggen dat de referendumcommissie om de hete brij heen draait om het referendum niet toe te staan. Het lid DIBI (BIJ1) antwoordt dat de referendumcommissie de discussie verwart door te stellen dat het gaat om buitenlandbeleid. Hij verwacht van knappe koppen iets beters.
Er zijn geen eisen waarin staat dat ze de bezetting moeten ontmantelen, het gaat specifiek over wat de gemeente zelf lokaal doet. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Hofland.
17
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Het lid HOFLAND (D66) constateert dat de situatie in Gaza zich blijft opdringen, aanvallen waarbij burgers worden getroffen, journalisten die hun werk niet veilig kunnen doen, en ziekenhuizen en scholen die geen veilige plekken meer zijn. Tegelijkertijd is er de uitbreiding van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en het geweld van kolonisten. Dit zijn ernstige en structurele schendingen van mensenrechten die breed gedocumenteerd zijn. Deze beelden raken Amsterdammers die familie in Gaza hebben, die zich zorgen maken en verdriet voelen, maar ook breder mensen die zich afvragen wat ze kunnen doen. Dezelfde vraag leeft ook in de raad, wat kunnen ze doen en wat kunnen ze meer doen? Hij bedankt daarom de initiatiefnemers voor hun werk. Het voelt soms ongemakkelijk om te debatteren over de inrichting van de stad terwijl elders levens en toekomsten worden verwoest, scholen verdwijnen en ziekenhuizen worden vernietigd. Het is daarom waardevol dat de referendumcommissie zich vanuit haar objectieve rol over het inleidend verzoek heeft gebogen. Juist bij een onderwerp dat zo beladen is, is het van belang dat er een onafhankelijke commissie is die met juridische precisie kijkt naar wat wel en wat niet kan. Tegelijkertijd roept het advies vragen op die voortkomen uit het gedeelde uitgangspunt dat iedereen iets wil doen.
Het advies lijkt te impliceren dat de ruimte om iets te doen zeer beperkt is terwijl zijn partij zich afvraagt of er niet toch meer mogelijk is binnen de beschikbare ruimte. Dit verschil kan voortkomen uit het feit dat de referendumcommissie zich richt op de vraag of het referendabel is terwijl de focus misschien zou moeten liggen op wat wel mogelijk is. Hij is benieuwd of het aanscherpen van het inkoopbeleid met als doel te voorkomen dat er wordt samengewerkt met partijen of overheidsinstanties die zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen een raadsbevoegdheid is, beleid betreft of slechts een standpunt is. De raad is bevoegd inkoopbeleid vast te stellen, maar vanaf welk punt oefent ze daarmee daadwerkelijk een raadsbevoegdheid uit zoals bedoeld in de referendumverordening? Hij vraagt welke juridisch bindende regels de referendumcommissie ziet in het alternatieve burgervoorstel. De indieners hebben aanpassingen doorgevoerd ten opzichte van het oorspronkelijke initiatiefvoorstel en maken consequenter en duidelijker de koppeling naar schendingen van mensenrechten. Daarmee bewegen ze zich iets verder weg van algehele boycots tegen alles en iedereen uit Israël.
In het advies wordt verwezen naar jurisprudentie rond gemeentelijke boycots en sancties ten tijde van het apartheidsregime in Zuid-Afrika en dan lijkt het alsof er vrijwel geen ruimte is voor gemeenten om samenwerking met partijen die zich schuldig maken aan grove mensenrechtenschendingen uit te sluiten. D66 denkt dat die ruimte er wel is. Hij vraagt of de referendumcommissie het daarmee eens is. Niemand wil weg kijken en iedereen wil handelen met de ruimte die er is. Het lid DELSEN (SP) vraagt het lid Hofland in hoeverre de verplichting om niet bij te dragen aan genocide en oorlogsmisdaden opweegt tegen de bevoegdheden van een gemeente. Als de landelijke overheid een koers uitzet die niet rechtmatig is, heeft de gemeente dan de verplichting om dat te negeren en een eigen koers te varen? Het lid HOFLAND (D66) antwoordt dat de verplichting heel duidelijk is en dat het beleid ook heel duidelijk is. Er worden geen inkopen gedaan bij bedrijven die verdienen aan genocide, geen inkopen bij bedrijven die bezig zijn met oorlogsmisdaden en geen inkopen bij bedrijven die zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen. Dat is het beleid en hij stelt voor te kijken hoe dat kan worden aangescherpt. Het lid DELSEN (SP) vraagt of dat betekent dat ook zonder het referendum de voorstellen van het initiatief kunnen worden overgenomen.
Het lid HOFLAND (D66) antwoordt dat die deels al zijn overgenomen, in de zin dat ze de Internationale Sociale Voorwaarden hanteren. Hij wil iedereen die het beeld oproept alsof ze vier jaar lang hebben zitten slapen en nu opeens iets in Palestina willen doen herinneren aan alle schriftelijke vragen en voorstellen van collega's. Hij noemt ook de schriftelijke vragen van collega IJmker en stelt voor daar eens naar te kijken. Als ze
18
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
vaart willen maken, moeten ze de beantwoording van die schriftelijke vragen lezen en naar de drie fases van de Internationale Sociale Voorwaarden kijken om te zien wat ze kunnen doen en of ze iets kunnen versnellen of aanscherpen. Het lid DELSEN (SP) vraagt of er nog iets is wat D66 belet om de eisen uit het referendum in te willigen. Het lid HOFLAND (D66) antwoordt dat dit per punt verschilt. Sommige dingen doen ze al, bij andere dingen denkt hij dat het interessant is en dat aanscherpingen mogelijk zijn en bij sommige dingen zal gelden dat het buiten hun bevoegdheid valt en dat ze het niet kunnen doen omdat buitenlandbeleid door een regering wordt gemaakt en niet door een gemeenteraad. Het lid DIBI (BIJ1) benadrukt dat inkoopbeleid niet onlangs is bedacht maar al decennia wordt besproken. Hij noemt specifiek Booking.com waarvan bekend is dat het de economie van de nederzettingen ondersteunt door appartementen aan te bieden op land dat met bloed is verkregen. Deze partij heeft haar hoofdkwartier in Amsterdam en sponsort verschillende evenementen, waaronder de Pride. Hij vraagt of D66 vindt dat de gemeente actie kan ondernemen tegen deze partij. Het lid HOFLAND (D66) antwoordt dat voor dat bedrijf hetzelfde geldt als voor alle andere bedrijven, ze moeten zich houden aan de Internationale Sociale Voorwaarden. Maar als een bedrijf iets sponsort, kopen ze niet bij hen in.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Broersen. Het lid BROERSEN (Volt) denkt dat iedereen veel wanhoop voelt bij de dagelijkse berichten over de verschrikkelijke dingen die plaatsvinden in Palestina. Die wanhoop is gegoten in het burgervoorstel dat nu voorligt en dat veel losmaakt in de stad. Voor veel Amsterdammers raakt dit niet aan politiek of procedures, maar aan identiteit, rechtvaardigheid en de vraag of hun stem er daadwerkelijk toe doet. Ze vindt het advies van de referendumcommissie zwaarwegend, maar wil wel delen dat ze het advies summier vond. Juist door de zwaarte van het onderwerp is de uitleg vrij kort en technisch, terwijl dit een uitgebreidere uitleg had kunnen zijn. De kern van het advies van de referendumcommissie betreft de grens tussen het buitenlandbeleid en het gemeentelijk beleid. De gemeente mag hierover wel een standpunt innemen maar geen bindende maatregelen nemen, zoals bedrijven uitsluiten op basis van nationaliteit. Haar vraag is waar die grens precies ligt, want gemeenten maken wel degelijk eigen keuzes over inkoop, aanbestedingen, subsidies, samenwerkingen en relaties met instituties. Ze wil weten in welke vorm een boycot uiteindelijk onder de bevoegdheid van de gemeente zou kunnen vallen.
Ze zou graag willen horen wat zij wel kunnen doen zodat de raad daar zo snel mogelijk mee aan de slag kan gaan, want anders gaat het weer lang duren terwijl het nu tijd is voor actie. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR (CDA) sluit zich grotendeels aan bij de bijdrage van het lid Hofland. Hij herinnert de raad aan wat hij kort na 7 oktober 2023 zei, namelijk dat het in tijden van grote maatschappelijke spanning die ook in de stad zichtbaar is, de taak van de raad is om de instituties te bewaken en de middelen binnen de overheid goed in te zetten. De vraag die vandaag voorligt is niet wat men van de situatie in Israël en Palestina vindt, maar wat te doen met het advies van de onafhankelijke referendumcommissie. Dat is een technische en geen politieke discussie. Net zoals bij demonstraties moet de raad zich niet laten leiden door de vraag wat ze van een onderwerp vindt bij de beslissing of een demonstratie wel of niet wordt toegestaan. De commissie concludeert dat het onderwerp niet onder de bevoegdheid van de raad valt. Het is een referendum over een middel dat de gemeente niet heeft, met het risico dat Amsterdam net als in de jaren tachtig door de rijksoverheid teruggefloten wordt.
19
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Hij is benieuwd of ze echt helemaal terug moeten naar de jaren tachtig om het meest recente voorbeeld van een dergelijke situatie te vinden en of er in de tussentijd geen recentere voorbeelden zijn. In de tekst van de referendumcommissie wordt specifiek gesproken over het vaststellen van bindende regels of maatregelen. Hij vraagt of dit alleen betrekking heeft op bindende regels of boycots die de internationale politiek aangaan. De VOORZITTER schorst de vergadering voor tien minuten.
Ruimtelijke Ordening 7. Vaststellen 1e partiele herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder VN2026002630 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 27 mei 2026. Openbare Orde en Veiligheid 38. Bespreken van de afdoening toezegging inzake gebruik stopformulieren door de politie VN2026-002944 Burgemeester HALSEMA meldt dit onderwerp betrokken kan worden bij de technische sessie met de hoofdcommissaris over diversiteit en personeelsbeleid. Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 27 mei 2026. Volkshuisvesting 31. Bespreken van de onafhankelijke evaluatie van de gezamenlijke schimmelaanpak VN2026-003376 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 27 mei 2026. 32. Bespreken van de Raadsinformatiebrief voortgang doorstroomoffensief Passend Wonen in Amsterdam VN2026-002531 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 27 mei 2026. Woningbouw, Volkshuisvesting 33. Bespreken van de raadsinformatiebrief over voortgang pilots en onderzoek Stem van de Woningzoekenden VN2026-004406 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 27 mei 2026. Raadsaangelegenheden
20
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
19. Niet inwilligen van het inleidende verzoek om een referendum te houden over een alternatief burgervoorstel Een mensenrechtenstad in woord én daad VN2026-004191 De VOORZITTER geeft het woord aan de heer De Lange, voorzitter van de Initiatief- en referendumcommissie. De heer DE LANGE legt uit dat de invalshoek van de referendumcommissie per definitie heel beperkt is. De commissie is gebonden aan de referendumverordening die vorig jaar door de gemeenteraad is vastgesteld. Er zijn dus duidelijke en recente regels die heldere grenzen stellen aan wat er mogelijk is op het gebied van referenda. Een deel van die regels is opgesteld naar aanleiding van de evaluatie van het referendum Hoofdgroenstructuur. Daaruit vloeiden dertig aanbevelingen voort, waarvan sommige zijn overgenomen door de raad en in de verordening zijn opgenomen. De commissie is onafhankelijk en niet politiek. Ze bestaat uit vijf leden, van wie drie juristen zijn en twee anderen expertise hebben op het gebied van bestuurskunde. De commissie heeft geen politieke signatuur en over het onderwerp van dit referendumverzoek is niet gesproken binnen de commissie. Er is evenmin contact geweest met personen buiten de commissie over deze kwesties.
Het overgrote deel van de werkzaamheden speelt zich af binnen de beslotenheid van de commissie, dat heeft tot gevolg dat de commissie met een advies komt vanuit een specifieke invalshoek. De commissie begrijpt de gevoeligheden en de emoties die spelen rond de thematiek van het raadsvoorstel van het lid Khan en het alternatieve burgervoorstel van de initiatiefnemers maar het is niet de taak van de commissie om daarop in te gaan. De taak van de commissie is te beoordelen wat de juiste uitleg is van de referendumverordening in de voorliggende casus. Het is daarbij niet uitvoerbaar om bijvoorbeeld het inkoopbeleid van de gemeente Amsterdam volledig te doorlichten om te bepalen waar wel en waar geen referendum over gehouden mag worden. Het is evenmin haar taak om de vraagstelling in een document dat onderwerp van een referendum kan zijn te herformuleren of te specificeren. De commissie komt opnieuw aan de beurt op het moment dat een beslissing is genomen om een referendum te houden en het gaat dan om de vraag die aan de burgers wordt voorgelegd. Bij dit referendumverzoek is het van belang in te gaan op wat er precies gebeurt als een inleidend verzoek of een definitief verzoek voor een referendum of een alternatief burgervoorstel wordt ingewilligd.
In de verordening staat expliciet dat de burger drie vragen krijgt voorgelegd, wat vindt u van voorstel één, wat vindt u van voorstel twee, of heeft u een andere voorkeur. Dit heeft al behoorlijk veel ingewikkeldheden tot gevolg met betrekking tot de interpretatie van de uitslag. Als bijvoorbeeld 30 procent van de kiezers kiest voor voorstel A, 30 procent voor voorstel B en 40 procent aangeeft geen van beide of beide te willen, dan moet de raad die uitslag interpreteren. De raad ontvangt een advies van de burgers in de vorm van een referendumuitspraak. Het is een consulterend instrument, niet bindend voor de raad en raadsleden mogen zelfs niet van tevoren verklaren dat ze zich binden aan de uitslag van een referendum. Daarbij komt dat het hier gaat om een alternatief burgervoorstel. Dat is een voorstel dat een alternatief vormt voor een voorstel dat al aan de orde is. Het hoeft niet het tegendeel te zijn, het mag ook een aanvulling of aanscherping zijn. De situatie waarmee ze hier te maken hebben is in dat opzicht heel specifiek. Het is de eerste keer dat dit instrument wordt gebruikt door initiatiefnemers en de verordening heeft geen bijzondere bepalingen voor de situatie waarin een dergelijk alternatief burgervoorstel betrekking heeft op een initiatiefvoorstel in de zin van artikel 147a van de Gemeentewet.
In voetnoot 12 van het advies vindt de raad de verwijzing naar het betreffende wetsartikel dat onderscheid maakt tussen initiatiefvoorstellen die een verordening voorstellen met bindende regels en andere voorstellen. In artikel 77 van het Reglement van orde van de raad van Amsterdam staat dat dit onderscheid niet wordt gemaakt en dat beide soorten op dezelfde manier worden behandeld. Die situatie leidt ertoe dat niet alleen de burger niet precies weet hoe de raad denkt over het initiatiefvoorstel, maar dat de raad dat zelf ook nog niet weet. Dit verschilt van situaties zoals bij de Hoofdgroenstructuur waarbij het college al langere tijd heeft gewerkt aan de voorbereiding van een besluit en waarover in
21
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
de coalitie is gesproken en debatten in de raad hebben plaatsgevonden en de burger een vrij duidelijk beeld heeft van de opvattingen van de raad. Dat is hier niet het geval. Er bevinden zich dus een aantal onbekenden in het gehele proces. De referendumcommissie heeft daarom gekeken naar mogelijke knelpunten, gevarenzones en risico's en dat is de insteek van het advies geweest. De referendumcommissie heeft niet als taak het inkoopbeleid van de gemeente Amsterdam volledig te doorlichten om te beoordelen wat wel en niet is toegestaan. Haar taak is uitsluitend te beoordelen of een document als referendabel kan worden beschouwd. De koppeling tussen het initiatiefvoorstel van het lid Khan en het alternatieve burgervoorstel brengt procedureel met zich mee dat als het ene niet-referendabel is, er ook geen referendum kan worden gehouden over het andere. De redenering van de commissie kan zich derhalve toespitsen op één van de twee documenten en als dat niet referendabel, is dan is het andere dat logischerwijs ook niet. De raad moet intussen nog wel discussiëren over het initiatiefvoorstel. De verordening biedt ook de mogelijkheid om met de initiatiefnemers van het referendumverzoek verder in gesprek te gaan.
Daar zitten wel enige haken en ogen aan en wellicht zou een nader advies van de commissie daarover nodig zijn maar op zichzelf is er ruimte voor een voortzetting van het gesprek over het onderwerp, over de specifieke voorliggende vragen en over de afbakening van de thematiek waarmee de raad zich ook de komende tijd wil bezighouden. Op dat punt brengt de commissie geen specifiek advies uit om de reden dat dit niet nodig lijkt, aangezien ze twee complementaire punten naar voren brengt, voor zover het buitenlandbeleid betreft, is voorzichtigheid geboden omdat de gemeente daarvoor geen bevoegdheden heeft. Het is lang geleden dat hierover een conflict is ontstaan tussen een gemeente en de nationale overheid. Dat wil niet zeggen dat vanuit Den Haag niet af en toe contact wordt opgenomen met de gemeente over haar voornemens maar dat is een normale interactie tussen de centrale en de decentrale overheid. In de jaren tachtig liepen de spanningen een aantal keren hoog op en heeft de regering ingegrepen. Dat is een bevoegdheid van de regering wanneer een besluit in strijd is met het algemeen belang en dat is een ruimer begrip dan uitsluitend buitenlandse politiek. De regering kan uiteenlopende redenen hebben om een besluit of een maatregel van een gemeente in strijd te achten met het algemeen belang.
Een illustratief voorbeeld van een besluit dat tot vernietiging heeft geleid betreft het innemen van een standpunt in de aandeelhoudersvergadering van Schiphol. Amsterdam was tegen privatisering en wenste dit kenbaar te maken in de aandeelhoudersvergadering. Het besluit om dat standpunt in te nemen werd door de regering vernietigd omdat de regering van oordeel was dat privatisering moest worden nagestreefd en de gemeente daar niet tegen in mocht gaan. Het advies spitst zich toe op buitenlandbeleid omdat zowel het alternatieve burgervoorstel als het raadsinitiatief van het lid Khan vrij veel elementen bevatten die het risico lopen te raken aan bevoegdheden die niet bij de gemeente liggen. De Sanctiewet kent geen bevoegdheid van een gemeentebestuur voor sancties en een boycot is een bevoegdheid van nationale en Europese overheden. Het enige waarover enige aarzeling mogelijk is betreft de kwesties rond het inkoopbeleid. De referendumcommissie heeft het niet als haar taak beschouwd daarover te adviseren omdat ze vanuit haar expertise daar onvoldoende zicht op heeft. Ze gaan ervan uit dat de raad zich bij het inkoopbeleid altijd adequaat laat informeren en dat de juristen van de gemeente goed in staat zijn de juiste inschatting te maken en te beoordelen of het een en ander binnen de bandbreedte van het nationale beleid blijft waar gevoeligheden kunnen liggen.
Inkoopbeleid op zichzelf is geen buitenlandbeleid, maar als een gemeente keuzes maakt die ook repercussies hebben met betrekking tot situaties in het buitenland, dan dienen die binnen de bandbreedte van het nationale recht en het Unierecht te blijven. Het Unierecht kent een aantal bepalingen met betrekking tot aanbestedingen en het is juist in een aanbestedingszaak geweest dat het Hof van Justitie bijna veertig jaar geleden heeft bepaald dat ook gemeenten de Europeesrechtelijke regels moeten naleven. De commissie acht het niet nodig om daar in dit stadium nader op in te gaan. Ze zijn er bekend mee dat er binnen de VNG specifieke expertise bestaat op dit punt. Die hebben ze in ogenschouw genomen maar ze leggen in hun advies niet vast wat ze daar zelf
22
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
eventueel over overwegen. Ook in dat opzicht werkt de commissie vanuit de specifieke invalshoek die wordt bepaald door de verordening die de raad vorig jaar heeft vastgesteld. Het lid KHAN (DENK) wijst erop dat de heer De Lange in zijn toelichting heeft aangegeven dat het niet de taak van de referendumcommissie is om inhoudelijk in te gaan op de punten die zijn opgenomen in het burgervoorstel. Tegelijkertijd heeft de commissie wel een oordeel geveld, namelijk dat het verzoek betrekking heeft op buitenlandbeleid. Hij is van mening dat voorstellen zoals een bewustwordingscampagne of het bieden van transparantie zaken zijn waarvoor de gemeente bevoegd is en geen buitenlandbeleid betreffen. De heer DE LANGE antwoordt dat het niet goed mogelijk is om de aspecten die specifiek gemeentelijk zijn en de aspecten die specifiek buitenlands zijn volledig van elkaar te scheiden. De aanleiding voor het raadsinitiatief en het alternatieve burgervoorstel is een conflict in het buitenland waarbij veel mensen een opvatting over hebben. Men kan dan niet doen alsof het niet over het buitenland gaat. Dit wordt nog sterker wanneer in een tekst wordt verwezen naar activiteiten van een buitenlandse mogendheid.
Hij noemt een voorbeeld uit de jurisprudentie rondom Zuid-Afrika in de jaren tachtig, waarbij de gemeente Hilversum besloot geen contract meer met Shell te sluiten maar de regering daar een streep doorhaalde. Men zou kunnen stellen dat er niets buitenlands aan was aangezien Shell toen een hoofdkantoor in Den Haag had maar het verwijt van de gemeente Hilversum aan Shell was dat het steun gaf aan het apartheidsregime in Zuid-Afrika en dat is buitenland. Het gaat hier om de grenzen aan gemeentelijke bevoegdheden en dat is een complexe kwestie. Hij stelt niet dat de referendumcommissie daar de wijsheid in pacht heeft, maar voor zover het gaat om de referendabiliteit van een bepaald document wijzen ze op de risico's in samenhang met een situatie waarin over elk standpunt dat door de raad wordt ingenomen of over elke motie een referendumverzoek zou kunnen worden ingediend. Dit is geen redelijke interpretatie van de verordening die vorig jaar tot stand is gekomen, noch van de geschiedenis van Amsterdam met referenda in de afgelopen jaren. Het is evenmin af te leiden uit de wijze waarop de verordening aanvankelijk is opgezet. Het lid KHAN (DENK) volgt de redenering van de heer De Lange als het gaat over een culturele of sportboycot.
Maar wanneer het gaat over transparantie over gemeentelijke contracten of het opzetten van een bewustwordingscampagne, dan valt dat volledig binnen de bevoegdheden van de gemeente. Hij suggereert dat de commissie in haar reactie dit derde argument had moeten toevoegen, namelijk dat bepaalde punten wel degelijk betrekking hebben op gemeentelijke bevoegdheden. De heer DE LANGE antwoordt dat ze het raadsinitiatief en het alternatieve burgervoorstel zo hebben gelezen dat daarin verzoeken worden gedaan aan het college om bepaalde zaken te onderzoeken. Het college kan aangeven dat dit al is gedaan of dat er goede redenen zijn om het niet te doen. Die verzoeken binden het college niet en daarom zijn het standpunten die de raad inneemt zonder consequenties voor de burger. Een redelijke interpretatie van de referendumverordening is dat standpunten niet referendabel zouden moeten zijn. Wat betreft de timing stelt hij dat het inwilligen van een inleidend verzoek tot gevolg heeft dat de besluitvorming stil ligt tot na het referendum. Een redelijke interpretatie van de termijnen in de verordening betekent dat dit samenvalt met de verkiezingen van de Provinciale Staten van volgend jaar. Een referendum valt dan samen met die verkiezingen en eerder dan dat komt men niet toe aan besluitvorming.
Het lid KHAN (DENK) vindt het nog steeds onduidelijk hoe de eerste twee argumenten van de referendumcommissie die verwijzen naar buitenlandbeleid en de bevoegdheden van de gemeente betrekking hebben op onderwerpen zoals transparantie over gemeentelijke contracten en het opzetten van een bewustwordingscampagne die duidelijk binnen de gemeentelijke bevoegdheden vallen.
23
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
De heer DE LANGE antwoordt dat de referendumcommissie uit de stukken heeft afgeleid dat in het raadsinitiatief en in het alternatieve burgervoorstel een verzoek wordt gedaan aan het college en dat in de reactie van het college wordt aangegeven dat er op dit terrein al veel wordt gedaan. Voor het overige is het nog aan de raad en het college samen om stappen te zetten die daadwerkelijk gevolgen voor de burger zullen hebben en die heeft de referendumcommissie tot nu toe niet in de stukken kunnen onderscheiden. Het lid DELSEN (SP) merkt op dat de heer De Lange eerder aangaf dat het college al veel doet. Dat lijkt te impliceren dat er wel wordt gekeken naar de inhoudelijke punten van het voorstel. De heer DE LANGE antwoordt dat de referendumcommissie geen oordeel heeft over de inhoudelijke punten en deze ook niet heeft geanalyseerd. Ze hebben wel kennisgenomen van de bestuurlijke reactie van het college op het raadsinitiatiefvoorstel. In die reactie geeft het college aan dat een aantal zaken al wordt uitgevoerd en dat bij andere de formulering luidde dat dit niet aan de gemeente is. Dit laatste leest hij als overeenkomend met een deel van de argumentatie die ze in hun eerste argument hebben opgenomen. Het lid DELSEN (SP) vraagt de heer De Lange hoe hij het genocideverdrag afweegt tegenover de nationale wetgeving die de gemeente specifieke bevoegdheden toekent.
Het internationale recht verplicht de gemeente stappen te nemen tegen genocide, zeker wanneer de nationale overheid dit nalaat. Hij vraagt of de gemeente niet de plicht heeft om actie te ondernemen en of er niet een kans bestaat dat dit voor de gemeente positief uitpakt als het voor de rechter komt. De heer DE LANGE antwoordt dat het niet de taak van de referendumcommissie is om op deze kwestie een antwoord te geven. Het lid DELSEN (SP) vraagt of de referendumcommissie vrij limitatief heeft gekeken naar het referendum en daarbij uitsluitend naar nationale wetgeving gekeken zonder in aanmerking te nemen dat internationaal recht in beginsel altijd zwaarder weegt dan nationale wetgeving. De heer DE LANGE antwoordt dat dit voor de door hen ontwikkelde argumentatie niet noodzakelijk is. De spanning en de risico's die ze signaleren zijn niet afhankelijk van de interpretatie van internationaal recht, maar van de interpretatie van de bevoegdheden die de regering en de EU hebben ten opzichte van wat gemeenten doen. Als die argumentatie tot de conclusie leidt dat men zich in een risicogebied begeeft door een document als dit als referendabel te beschouwen, dan hoeft niet ook nog naar andere argumenten te worden gekeken.
Het zou dus zeer wel kunnen dat het lid Delsen gelijk heeft en dat er argumenten zijn die ze eveneens hadden kunnen gebruiken maar voor een heldere argumentatie is dat niet noodzakelijk. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Dibi. Het lid DIBI (BIJ1) hoort tussen de regels door inhoudelijke punten naar voren komen, bijvoorbeeld over aanbestedingen en inkoopbeleid. De gemeente is reeds verplicht om bij lopende contracten via aanbestedingen streng te toetsen of bedrijven betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen. Deze verplichting wordt momenteel niet nagekomen en dat is mede de aanleiding voor het referendum. Hij vraagt waarom dit als een probleem wordt gepresenteerd. Daarnaast vraagt hij of de heer De Lange terugkijkend op de zaak rond ZuidAfrika werkelijk van mening is dat iemand vindt dat Amsterdam destijds te ver is gegaan buiten haar gemeentelijke grenzen aangezien Amsterdam toen een schakel was in een bredere beweging die het juiste probeerde te doen.
24
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
De heer DE LANGE antwoordt dat er in de jaren tachtig rond het thema ZuidAfrika een conflict is geweest tussen het gemeentebestuur van Amsterdam en de minister van Binnenlandse Zaken. Die geschiedenis leert dat er een risicogebied is waar de gemeente moet trachten weg te blijven. De mensenrechtentoets is een instrument dat is ingebouwd in het huidige beoordelingskader en dat acht hij volslagen legitiem. Het lid BAKKER (PvdD) stelt dat het dan ook legitiem is om de mensenrechtenclausule in het inkoopbeleid verder aan te scherpen. Ze stelt deze vraag omdat ze de argumentatielijn over het buitenlandbeleid beter wil begrijpen. De heer DE LANGE antwoordt dat het advies zich toespitst op het buitenlandbeleid maar dat de vernietigingsgrond die de regering mag hanteren is dat het in strijd is met het algemeen belang. Een gemeente moet proberen niet in de sfeer van risico's te belanden. Het verder aanscherpen van de mensenrechtentoets is een activiteit die de raad op zich kan nemen, maar steeds met het besef van de juridische kaders die daarvoor gelden. Er is een bandbreedte en die bandbreedte bepaalt de gemeente niet zelf en de referendumcommissie wijst op de risico's met betrekking tot die bandbreedte.
Het lid BAKKER (PvdD) vraagt waarom de referendumcommissie niet alleen de risico's en de bandbreedte heeft benadrukt, maar ook heeft geconcludeerd dat die risico's zo zwaarwegend zijn dat het wordt afgeraden om het referendum door te laten gaan. Als ze het goed beluistert, is er blijkbaar wel ruimte. De heer DE LANGE antwoordt dat er ruimte is voor sommige dingen, maar niet voor alles wat in die documenten de revue passeert. Een referendum suggereert dat de gemeenteraad zich met al die dingen mag bemoeien maar zo is het niet. De verordening is op dit punt heel expliciet, het moet vallen onder de bevoegdheid van de raad. Dat betekent dat eerst moet worden nagegaan of er een bevoegdheid van de raad is. De referendumcommissie interpreteert de stukken zo dat dit zeker niet op alle punten het geval is en voor al die punten geldt dus dat ze niet referendabel zijn. Als iets niet onder de bevoegdheid van de raad valt, dan kun je de burgers niet vragen wat zij vinden dat er moet worden gedaan. Als de raad denkt aan een uitbreiding van haar bevoegdheden dan kan dat wel aan de burgers worden gevraagd maar niet in de vorm van een referendum. De referendumverordening stelt daar een grens aan. Het moet al vallen onder de bevoegdheid van de raad voordat het aan de burgers kan worden voorgelegd.
Er zijn talloze andere instrumenten die de gemeentelijke overheid kan hanteren om aan de burgers te vragen welke richting er moet worden ingeslagen maar het referenduminstrument heeft een heel ander karakter. Het gaat over zaken waarover de raad een besluit mag nemen en waarvan sommige burgers vinden dat daar een breder oordeel over nodig is van alle kiesgerechtigden in Amsterdam. Het lid BAKKER (PvdD) vraagt welke specifieke punten volgens de referendumcommissie niet-referendabel zouden zijn vanwege de bevoegdheid van de gemeente. Het aanscherpen van mensenrechtencriteria valt binnen de gemeentelijke bevoegdheden en ze wil duidelijkheid over welke punten volgens de commissie wel buiten die bevoegdheden zouden vallen en waarom. De heer DE LANGE vat zijn antwoord samen in de woorden sancties en boycot. Het lid KHAN (DENK) vraagt waarom er licht zit tussen de beoordeling in de brief van de referendumcommissie en dit commissiedebat. De heer DE LANGE benadrukt dat het niet de bedoeling is dat er licht zit tussen wat hij zegt en wat er in de brief van de commissie staat. De commissie heeft geprobeerd een helder en duidelijk advies op te stellen met aandacht voor toegankelijk taalgebruik. Hij is bereid vragen te beantwoorden maar het is niet de bedoeling iets te zeggen dat afwijkt van de inhoud van de brief.
25
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen in tweede termijn. Het lid DELSEN (SP) betoogt dat het probleem met dit referendum volgens de heer De Lange en PRO zou liggen in de gemeentelijke bevoegdheden, vooral met betrekking tot de vraag of de gemeente wel de juiste competenties heeft. In deze discussie wordt niet gekeken naar de invloed van internationaal recht, zoals het genocideverdrag op basis waarvan de gemeente wel degelijk verplicht is zich in te zetten tegen genocide. Als het referendum doorgaat en de maatregelen worden doorgevoerd is er een grote kans dat de gemeente voor de rechter zou kunnen komen als de nationale overheid zou proberen deze maatregelen te vernietigen. Dit is een risico dat Amsterdam moet nemen vanwege de ernst van de situatie. Het internationaal recht verplicht Amsterdam maatregelen zoals BDS tegen Israël volledig in te zetten, zelfs als dit betekent dat ze in conflict komt met de nationale overheid. Het lid BENTOUMYA (PRO) vraagt of de SP het met PRO Amsterdam eens is dat de situatie zo urgent is dat er vandaag al stappen moeten worden gezet als het gaat om de bevoegdheden van de gemeente Amsterdam. Het lid DELSEN (SP) vindt dat de grootste partij van Amsterdam alle bevoegdheden moet inzetten om alles te doen tegen de genocide die in Gaza plaatsvindt.
Het lid BENTOUMYA (PRO) vraagt of de SP heeft gehoord dat de gemeente tot 17 maart 2027 in een patstelling komt te staan waarbij er geen initiatieven genomen kunnen worden op dit onderwerp. Het lid DELSEN (SP) antwoordt dat er momenteel voldoende ruimte is om alle beschikbare mogelijkheden in te zetten. Het is eigenlijk een schande dat het als een noodzaak wordt gevoeld om een referendum aan te vragen om dit college tot maatregelen te dwingen. Hij vindt dat die maatregelen zo snel mogelijk moeten worden genomen en hij is het volledig met het lid Bentoumya eens dat dit beter nu kan dan morgen. Het lid BENTOUMYA (PRO) herhaalt dat PRO Amsterdam het met de initiatiefnemers van het referendum eens is dat er actie moet komen. Alles wat binnen de bevoegdheden ligt van de gemeente Amsterdam moet worden gedaan en de acties moeten liever vandaag dan morgen worden genomen. Het is daarom belangrijk te horen wat de adviescommissie zegt, namelijk dat er in het jaar dat gewacht wordt op een referendum geen stappen kunnen worden gezet. Dit is geen mening, dit is iets wat ze net heeft gehoord. Het lid DELSEN (SP) antwoordt dat er tijdens een campagne vaak heel linkse dingen worden geroepen, maar dat de uitvoering daarvan op zich laat wachten.
Hij stelt voor dat er nu wordt begonnen met het invoeren van alle maatregelen zoals voorgesteld door de initiatiefnemers van het referendum en dat er geen lange verhalen worden gehouden over hoe belangrijk iets is als er vervolgens niets aan wordt gedaan. Het lid BENTOUMYA (PRO) herhaalt dat PRO Amsterdam aan de slag wil. Ze heeft de hand uitgestoken naar de gehele raad om nu samen te kijken wat er gedaan kan worden en ze hoopt dat de SP die hand aanpakt omdat er nu iets gedaan moet worden. Het lid DELSEN (SP) bedankt voor de hand en zijn steun is er, maar hij denkt dat het tijd is voor een gezamenlijke vuist. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Khan in tweede termijn. Het lid KHAN (DENK) concludeert dat niet het gehele burgervoorstel onder buitenlandbeleid valt, met name de punten over transparantie over gemeentelijke
26
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
contracten en een bewustwordingscampagne. Een versie daarvan komt ook terug in het initiatiefvoorstel van De Vonk en DENK en dat werpt een ander licht op de discussie en op de wijze waarop er verder in dit proces moet worden voortgegaan. Het lid DIBI (BIJ1) gelooft niet dat de raad met het inwilligen van het referendum een jaar lang niets zou mogen doen. Het is niet zo dat er niet meer gepraat kan worden over het inkoopbeleid als het referendum er komt. Er zijn al verplichtingen in het inkoopbeleid om nu actie te ondernemen. Het lijkt een gezochte uitweg omdat het ingewikkeld ligt en hij vraagt zich af wat de raad tegenhoudt om andere maatregelen te nemen die niet per se bij de tien punten horen. Het lid BENTOUMYA (PRO) wijst op het antwoord van de heer De Lange en op het referendum over de Hoofdgroenstructuur waarbij wel degelijk bleek dat het niet zuiver was om al acties te ondernemen. Daardoor bleef de ontwikkeling van beleid op dat onderwerp stilstaan. Ze vraagt of het lid Dibi het met haar eens is dat dit voorkomen moet worden. Het lid DIBI (BIJ1) vindt dit de omgekeerde wereld. Dit referendum is ontstaan omdat het stadsbestuur zijn verplichtingen niet nakomt en omdat er geen actie wordt ondernomen. Dat is de reden dat inwoners dit initiatief hebben genomen. Er staat de raad niets in de weg om nu al acties op te pakken die de druk op de staat Israël kunnen opvoeren.
De VOORZITTER geeft het woord aan de heer De Lange, voorzitter van de Initiatief- en referendumcommissie in tweede termijn. De heer DE LANGE geeft aan dat de opschorting van de besluitvorming voortkomt uit artikel 19, eerste lid, van de verordening die vorig jaar door de raad is vastgesteld. Vanuit zijn hoedanigheid als voorzitter van de referendumcommissie ziet hij niet hoe hij hieromheen zou kunnen redeneren. Het lid DELSEN (SP) vraagt wat de sanctie is op het niet opschorten en alles doen om die genocide te voorkomen en vervolgens het referendum toch nog te houden. De heer DE LANGE antwoordt dat de verordening niets zegt over sancties. Het staat de raad vrij de volgorde om te keren door eerst een debat te voeren over het initiatiefvoorstel van het lid Khan en daarbij de gedachten te betrekken die door de initiatiefnemers van het referendumverzoek zijn geformuleerd. Zolang dat niet in de vorm van een referendum wordt gegoten heeft de referendumcommissie daar geen oordeel over en geen bemoeienis mee. Mocht dat leiden tot de vraag of iets geheel of ten dele referendabel is, dan zal de referendumcommissie over die vraag opnieuw advies moeten uitbrengen. Het lid DIBI (BIJ1) vraagt wat er zou gebeuren als de raad de tien punten zelf overneemt voor een stemming en vervolgens onmiddellijk actie onderneemt.
Het gaat de fractie van PRO om het vertragen tot een jaar terwijl ze nu al dingen willen doen. Hij stelt voor om als raad die tien punten op te pakken en over te nemen zodat de Amsterdammer niet per se aan het woord hoeft te komen. Dan kan de raad regelen wat geregeld moet worden. De heer DE LANGE antwoordt dat de raad daartoe bevoegd is. Zolang het niet in de vorm van een referendum wordt gegoten staat de referendumcommissie daar buiten. Het is wel zo dat de vragen die in het advies staan tijdens het debat opnieuw zullen opduiken. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 7 mei 2026.
27
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie 37. Bespreken van de raadsinformatiebrief ter afdoening van motie 156.25 en twee toezeggingen over de kosten van en gemeentelijke stimuleringsmogelijkheden voor de isolatie van de Amsterdamse corporatiewoningen VN2026-004095 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 27 mei 2026 Openbare Ruimte en Groen 27. Bepreken van de raadsinformatiebrief Sociaal veilig en aantrekkelijke openbare ruimte VN2026-003215 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 27 mei 2026 Volkshuisvesting 30. Bespreken van de raadsinformatiebrief evaluatie opkoopbescherming VN2026001855 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 27 mei 2026 Opvang (MO/BW, Ongedocumenteerden en Vluchtelingen), Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 26. Bespreken van de raadsinformatiebrief Voortgang Programma Ondersteuning Mentale Gezondheid Nieuwkomers VN2026-003092 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 27 mei 2026 Raadsaangelegenheden 16. Ongegrond verklaren klacht inspreker VN2026-004489 Dit agendapunt wordt in beslotenheid besproken. Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 22.
Bespreken van het Initiatiefvoorstel Amsterdam samen tegen moslimdiscriminatie van de leden Bouhassani, Khan, Bakker, Garmy, Bentoumya, Ahmadi, Lust en de bestuurlijke reactie VN2026-002485 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 27 mei 2026 Economische Zaken, Ruimtelijke Ordening 8.
28
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Wijzigen van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam in verband met regels over slaapplaatsen in hotels VN2026-002869 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid De Kort. Het lid DE KORT (JA21) wijst op het toerisme dat in Amsterdam bruist als nooit tevoren met als gevolg een hoog voorzieningenpeil, een uitgebreid ov-netwerk, veel horeca en een sterke culturele sector. Maar er is ook een andere kant, Amsterdammers die door datzelfde toerisme de leefbaarheid in hun wijken onder druk zien staan. Om deze druk te verminderen, zette het college in 2024 in op een hotelbeddenstop. De gedachte was dat het maximeren van het aantal slaapplaatsen in Amsterdam de hoge toeristische druk zou verminderen. Sinds de inwerkingtreding van de maatregel is het aantal toeristen dat wel naar Amsterdam komt maar hier niet overnacht gestegen naar 61 procent, terwijl dat in 2024 nog 54 procent was. Hij vraagt of de wethouder het met JA21 eens is dat hier mogelijk een klassiek waterbedeffect zichtbaar is waarbij toeristen blijven komen maar buiten de stad overnachten waardoor ze minder tot niets bijdragen via de toeristenbelasting terwijl de druk op de openbare ruimte en voorzieningen in Amsterdam blijft. Hij is benieuwd hoe effectief de wethouder de maatregel van de beddenstop vindt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit.
Het lid SCHMIT (D66) geeft aan dat D66 de hotelbeddenstop een goede maatregel vindt voor een betere balans in de bezoekerseconomie in Amsterdam maar dat het inderdaad zo is dat er meer mensen overnachten in de buurtgemeenten. Daarom vraagt hij de wethouder om in het overleg in de Metropoolregio Amsterdam ook in gesprek te gaan met de buurtgemeenten over hoe ze samen kunnen optrekken in de aanpak van toerisme. Amsterdam deelt met de buurtgemeenten samen een economie van 200 miljard en het lijkt hem waardevol als ze ook in gesprek gaan over hoe ze gezamenlijk kunnen optrekken in de hotelbeddenstop. Het lid VEENHOFF (PRO) is verheugd dat het ingezette beleid in het omgevingsplan wordt bestendigd. Het is een grote frustratie voor veel Amsterdammers die last hebben van overlast en drukte dat er ondanks de hotelstop toch nog nieuwe hotels bijkomen. Ze moet steevast uitleggen dat dit komt doordat er nog plekken zijn waar de eigenaren rechten hebben op grond van het bestemmingsplan. Dit is ook frustrerend omdat het niet te betalen is om die rechten af te kopen. Ze leest nu dat niet alleen voor bestaande hotels het aantal bedden wordt bevroren, maar ook voor deze ongerealiseerde hotels waar nog wel rechten zijn en dat daar het aantal bedden op nul wordt gezet en gekoppeld wordt aan een vergunningsplicht.
Ze vraagt of het klopt dat de vergunning dan in principe wordt geweigerd tenzij de nieuw-voor-oud-regeling van toepassing is en of het klopt dat deze nieuwe toevoeging aan de beddenstopregeling betekent dat ze eindelijk van die nog niet gebruikte hotelrechten af zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Mbarki. Wethouder MBARKI legt uit dat deze regels een uitwerking zijn van de maatregelen die eerder zijn aangekondigd en die de afgelopen periode meerdere malen zijn geëffectueerd. Het is een afrondende actie rondom een van de maatregelen en vandaag wordt het gesprek geopend over het verder bestendigen hiervan. In de Aanpak Binnenstad en bij de bezoekerseconomie is eerder al de conclusie getrokken dat iedere maatregel op zichzelf niet het effect heeft dat men in totaliteit voor ogen heeft en dat geldt ook voor deze maatregel. Daarom is de vraag van het lid De Kort over de effectiviteit van deze maatregel ten opzichte van de verordening niet eenvoudig te beantwoorden. Amsterdam heeft op dit moment al ruim 90.000 hotelbedden en het probleem is dus niet dat er in Amsterdam niet meer overnacht wordt en dat men daarom de deur open zou moeten zetten voor nog meer overnachtingen. In de MRA is dit ook een thema maar de gemeenteraden in de regio gaan zelf over hun hotelbeleid. Zij vinden het interessant dat er in Amsterdam een hotelbeddenstop
29
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
is omdat dit een economie is die andere gemeenten soms ook proberen na te streven. In de MRA wordt hierover goed overleg gepleegd. Het lid SCHMIT (D66) vraagt of de wethouder in de MRA wil bespreken dat er behoefte is aan minder bedden. Wethouder MBARKI is bereid om dat te bespreken maar hij weet niet wat de regiogemeenten willen. Het lid KROM (PvdD) vraagt wat de insteek is van die gesprekken. Ze begrijpt dat de regiogemeenten andere belangen hebben maar Amsterdam ervaart nog steeds de overlast van het toegenomen aantal dagbezoekers. Ze is benieuwd wat precies de bijdrage van de wethouder zal zijn in de gesprekken binnen de MRA. Wethouder MBARKI legt uit dat het toegenomen aantal dagbezoekers niet alleen uit de MRA-regio komt. De vraag is wat Amsterdam kan doen om daar verandering in aan te brengen. Het eerste gesprek in de MRA zal zijn of men het met Amsterdam eens is dat er sprake is van overtoerisme en drukte. Daarover kan hij duidelijk zijn, er is geen overeenstemming. Er zijn regiogemeenten die vinden dat het wel wat meer mag. In die context zal hij bespreken dat Amsterdam daar anders in staat omdat hij met de verordening een andere opdracht heeft en ook maatregelen treft die raken aan wat Amsterdam belangrijk vindt. Er zijn dus soms tegengestelde belangen maar desalniettemin zal hij dit gesprek blijven voeren om het standpunt van Amsterdam kracht bij te zetten.
Het lid KROM (PvdD) denkt dat het goed zou zijn als de wethouder ook gaat nadenken over wat er gedaan moet worden. Want als dit inderdaad zo onoplosbaar is, zullen er meer acties ondernomen moeten worden ten aanzien van de dagbezoekers waarvan de aantallen blijven doorstijgen, zoals ook het onderzoek van de HvA laat zien. Ze stelt voor dat de wethouder dit meeneemt wanneer de Aanpak Binnenstad en de bezoekerseconomie worden besproken. Wethouder MBARKI antwoordt dat dit op 1 december is besproken. Dagbezoekers was toen een van de onderwerpen en er wordt nu onderzocht wat daar nog meer mee gedaan zou kunnen worden. Bij de hotels die mogelijk zijn op basis van vergunningen of bestemmingsplannen hebben ze te maken met overgangsrecht voor de vergunde hotelontwikkelingen. Wel is toegevoegd dat er een maximum aan zit, een plafond dat er daarvoor niet was. Dit is de stap die nu gezet wordt voor de hotels die er nog niet zijn en op die manier hebben ze weer een stok achter de deur. Het lid DE KORT (JA21) vraagt of de wethouder verwacht dat de hotelbeddenstop de oplossing is. Wethouder MBARKI antwoordt dat de hotelbeddenstop vanuit de verordening en de juridische weg een van de pijlers is die ze hebben in het tegengaan van het aantal overnachtingen. Dat is dus een van mogelijke oplossingen.
Als hij redeneert vanuit het perspectief van Amsterdammers die zeggen dat ze de bezoekerseconomie koesteren en waarderen voor wat die toevoegt aan de stad, dan mag het aantal wel achteruitgaan. Dat betekent onder andere dat begonnen moet worden met het tegengaan van nog meer vakantieverhuur en ook met een rem op het aantal hotelbedden. Het lid DE KORT (JA21) beaamt dat deze maatregel bijdraagt aan de doelstelling van 20 miljoen in de verordening Toerisme in Balans maar hij vindt dat die verordening een middel is om te komen tot een leefbare stad. Het zou kunnen dat deze maatregel helpt bij die 20 miljoen maar als mensen nog steeds vanuit een andere gemeente naar Amsterdam komen, is het eigenlijke probleem nog niet opgelost.
30
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
Wethouder MBARKI antwoordt dat de verordening oproept om iets te doen aan de overnachtingen, het overtoerisme en de overlast. Dagbezoekers zorgen wellicht ook voor overtoerisme maar dat is ook iets wat in de verordening terugkomt. Het is dus een samenhang van maatregelen en zolang de verordening er ligt zal het college maatregelen moeten blijven nemen om ervoor te zorgen dat de balans in de stad terugkeert. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een middellange bespreking in de gemeenteraad van 7 mei 2026. Economische Zaken, Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie 10. Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake afdoening toezegging Overzicht optreden duurzaamheid bedrijven VN2026-002552 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit. Het lid SCHMIT (D66) wijst op de stijgende energieprijzen waar mkb'ers in de stad enorm veel last van hebben. De afgelopen jaren waren er mooie maatregelen om het mkb te helpen, zoals isolatie-initiatieven en subsidieregelingen. Aangezien Amsterdam een bondgenoot wil zijn van de ondernemers vraagt hij of de wethouder bereid is om het mkb in Amsterdam nog eens te informeren over de bestaande regelingen en de mogelijkheden die mkb'ers hebben om hun bedrijven te isoleren. Het kabinet-Jetten heeft gisteren aangekondigd dat er meer geld komt voor de isolatie van bedrijven.
Hij is benieuwd of hierover al contact is geweest met het Rijk en of er al voorbereidingen getroffen zijn zodat de gemeente klaar is wanneer er meer geld beschikbaar komt om mkb'ers in Amsterdam te helpen in deze periode van stijgende energieprijzen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Mbarki. Wethouder MBARKI antwoordt dat hij uiteraard bereid is om het mkb nog een keer te informeren over het aanbod in de stad. Het plan van Jetten ligt pas vrijdag voor in de ministerraad. Hij stelt voor om af te wachten wat daadwerkelijk de kant van de gemeente op komt. Op basis daarvan zal hij kijken wat ze kunnen doen. Het besluit is nog niet genomen, maar het ziet er positief uit. De discussie wordt gesloten. Economische Zaken 35. Kennisnemen van de Monitor Bedrijfsruimte Amsterdam 2024 VN2026-002556 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom. Het lid KROM (PvdD) leest in de Monitor Bedrijfsruimte dat de leegstand van bedrijfsruimten extreem laag is en de prijzen blijven stijgen. Het gevolg is dat bedrijven de stad uit worden gedrukt omdat ze geen plek meer kunnen vinden.
Dit raakt de basis van de stad, want wat is Amsterdam zonder makers, vaklieden of kleine ondernemers? En wat betekent het voor inwoners als er geen fietsenmaker om de hoek is, geen kleermaker of geen meubelmaker zijn? Slechts 0,3 procent van de ambitie van het college is gerealiseerd, met name omdat bedrijfsruimten niet winstgevend genoeg zijn voor projectontwikkelaars. Het gevolg is dat er nog meer kantoorruimte wordt gebouwd terwijl er al een overschot aan kantoorruimte is. Er staat meer dan 500.000 vierkante meter leeg en er komt nog 1,7 miljoen vierkante meter bij. De problemen zijn groot en essentiële bedrijven vertrekken uit
31
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026
de stad. De wethouder komt ergens dit jaar wel met een plan maar een groot deel van de stad is al volgebouwd en de maakbedrijven verdwijnen nu. Ze vraagt waarom hier niet eerder een visie of plan voor op papier is gezet. Ze wil de monitor agenderen voor de raad en ze roept de wethouder op om als eerste te onderzoeken wat er in de pijplijn aan kantoorruimte nog omgezet kan worden naar bedrijfsruimte. Daarnaast wil ze de wethouder vragen om ook met woningcorporaties in overleg te treden omdat een onderzoek van Platform31 veel aanknopingspunten biedt om via de corporaties de positie van bedrijfsruimtes te versterken. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit. Het lid SCHMIT (D66) vindt het belangrijk dat de stad ruimte biedt aan verzorgende bedrijven zoals loodgieters, timmermannen en ambachten. Het wordt steeds moeilijker voor deze mkb'ers om een plek in de stad te houden. Mede op initiatief van D66 is een paar jaar geleden de werkcorporatie opgericht. Dit zijn bedrijfsverzamelgebouwen waar maakbedrijven bij elkaar zitten met een meer betaalbare huur. Hiervoor is een tender uitgeschreven en hij is benieuwd wanneer de eerste werkcorporatie wordt geopend. Hij vraagt de wethouder wat de stand van zaken is en wanneer de eerste maakbedrijven daar te zien zullen zijn.
Het lid KROM (PvdD) vraagt of het lid Schmit haar gevoel van urgentie deelt en of hij ook vindt dat er meer moet gebeuren dan alleen werkcorporaties. Het lid SCHMIT (D66) antwoordt dat het gaat om het uitbreiden van terreinen, verdichten en de hoogte in gaan en verduurzamen. Hiervan zijn al een aantal voorbeelden en er zijn gebieden waar dat nog geïntensiveerd kan worden. Het verdichten met een werkcorporatie is een oplossing voor de Amsterdamse maakbedrijven en hij hoopt dat ze dat op nog veel meer plekken kunnen doen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Mbarki. Wethouder MBARKI erkent dat dit probleem al eerder is geconstateerd en dat is de reden dat er in de Kantorenstrategie wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor herprogrammering op locaties met een kantooroverschot, waarbij bedrijfsruimte als alternatief wordt meegenomen. In de Aanpak Ruimte voor Bedrijven wordt de verkantorisering van bedrijfsruimte aangepakt en wordt de samenwerking met de woningbouwcorporaties onderzocht om te komen tot betaalbare bedrijfsruimte. Hier ligt een opgave voor de komende jaren omdat het niet alleen te maken heeft met de ruimte die de gemeente kan faciliteren. Als ze stadsverzorgende maakbedrijven in de stad willen houden is ook de prijs van die ruimte belangrijk en daar spelen de werkcorporaties een belangrijke rol.
De uitkomst van de tender voor de werkcorporatie wordt in juni bekend en deze werkplaats kan ook gelijk starten in een pand aan de Naaldwijkstraat in de Schinkelhaven. Het lid SCHMIT (D66) vindt dat goed nieuws en hij hoopt dat het college gaat kijken of er nog meer plekken zijn om dit soort werkcorporaties te creëren. Als er gemeentelijk vastgoed vrijkomt zou de werkcorporatie als een van de opties meegenomen moeten worden in de afweging bij de bestemming van dat gemeentelijk vastgoed. Wethouder MBARKI antwoordt dat het nieuwe college zich daartoe zal moeten verhouden omdat dit een van de grote opgaven in de stad is. Het lid KROM (PvdD) is benieuwd of de wethouder ook kijkt naar de 1,7 miljoen vierkante meter kantoorruimte die nog in de pijplijn zit. De werkcorporaties vindt ze een mooi initiatief maar ze lossen het probleem niet op en daarom verwacht ze meer van de wethouder dan alleen dat.