CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.02.12 Conceptverslag FKD

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare vergaderingen van de raadscommissies van20.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

10 alinea's met “debat”: 19 23 24 25 29 146 151 152 158 169

Hij vraagt daarom om concretere acties, met duidelijke meetbare doelen, middelen en resultaten voor 2026, en wil weten wanneer het college de aanpak als succesvol beschouwt en welke extra maatregelen en middelen worden ingezet. Lid LUST (D66) benadrukt dat de gemeente goed handelt door nauw contact te onderhouden met vertegenwoordigers van de Pan-Aziatische gemeenschap en zich door hen te laten inspireren bij beleidsontwikkeling en activiteiten tegen deze vorm van racisme. Ze steunt de versterking van de inzet en vraagt aandacht voor verankering en structurele financiering van deze maatregelen. Lid KHAN (DENK) stelt at anti-Aziatisch racisme vaak onzichtbaar is voor slachtoffers en hardnekkige stereotypering in stand houdt, zoals het beeld van Aziatische Amsterdammers als stil, meegaand en onderdanig. Hij wijst erop dat positieve clichés de problematiek verhullen en het bespreekbaar maken bemoeilijken. Hij stelt dat discriminatie vaak versterkt wordt door verdeel-en-heerspolitiek, waarbij minderheden tegen elkaar worden uitgespeeld en Aziatische Amsterdammers als model minderheid worden neergezet om andere groepen te stigmatiseren. Hij benadrukt dat racisme alleen kan worden bestreden door solidariteit en dat zijn fractie in de verkiezingscampagne aandacht zal vragen voor deze vorm van uitsluiting.

Ook ondersteunt hij het verzoek van de inspreker voor structurele financiering en verankering van de aanpak tegen anti-Aziatisch racisme. Lid KABAMBA (Partij voor Morgen) bedankt de inspreker en anderen die over de jaren mails hebben gestuurd over anti-Aziatisch racisme. Ze benadrukt dat alle vormen van racisme moeten worden bestreden en dat de gemeente hierin een duidelijk standpunt moet innemen en acties moet ondernemen. Ze onderstreept dat het belangrijk is dat slachtoffers niet tegen elkaar worden opgezet en dat solidariteit met bondgenoten cruciaal is in de strijd tegen racisme, ongeacht politieke kleur. Ze vraagt aan wethouder Meliani om deze inzet voort te zetten en een document op te stellen zodat toekomstige wethouders dit werk op hetzelfde niveau kunnen voortzetten. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) vraagt in welk land de situatie beter is, aangezien er blijkbaar veel racisme is in Nederland. Lid KABAMBA (Partij voor Morgen) reageert dat dit niet de relevante vraag is, de kernvraag is volgens haar hoe racisme effectief kan worden bestreden.

17

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

Wethouder MELIANI geeft aan dat de gemeente al jaren samenwerkt met organisaties om het plan tegen anti-Aziatisch racisme vorm te geven. Ze bevestigt dat er een document wordt opgesteld zodat ook toekomstige colleges dit beleid kunnen voortzetten. De wethouder benoemt dat het probleem tijdens COVID-19 is verergerd en dat ondanks eerdere programma’s nog veel werk nodig is. Ze licht toe dat het meldpunt zichtbaarder is geworden (van 29 naar 317 meldingen) en dat er meer aandacht wordt besteed aan scholen en onderwijs via fysieke en onlinecampagnes. Ze benadrukt dat factsheets anti-Aziatisch racisme bij alle wethouders op de agenda zetten en dat signalen structureel opgevolgd worden, ook op andere beleidsterreinen zoals mentale gezondheid. Ze geeft aan dat meetbare doelen lastig te bepalen zijn bij thema’s als heling en herstel, maar dat programma’s worden geëvalueerd en lessen worden getrokken. Ze bevestigt dat er voor 2026 2 ton beschikbaar is gesteld en dat ze hoopt dat toekomstige colleges hier middelen voor blijven vrijmaken. Ze onderstreept het belang van structurele inzet, zichtbaarheid, representatie, ontmoeten en verbinden binnen de Aziatische gemeenschap. Lid KHAN (DENK) geeft aan dat de eerdere opmerkingen van lid Noordman het kernprobleem van anti-Aziatisch racisme illustreren: namelijk dat kritiek op discriminatie soms wordt opgevat als kritiek op Nederland zelf.

Hij benadrukt dat het juist een privilege is dat iedereen in dit land kritiek mag uiten op discriminatie en dat dit de kern van Artikel 1 van de Grondwet ondersteunt. Hij verwijst naar voorbeelden van racisme binnen politieke contexten en onderstreept dat het belangrijk is dat kritiek bespreekbaar blijft, omdat dit bijdraagt aan een betere bestrijding van anti-Aziatisch racisme. Wethouder MELIANI geeft aan dat zij veel van de punten van lid Khan onderschrijft en benadrukt dat er behoefte is aan plekken voor bijeenkomsten. Ze meldt dat er in de stad al diverse locaties beschikbaar zijn en dat de alliantie-regeling dit jaar speciale aandacht besteedt aan anti-Aziatisch racisme en Aziatische Amsterdammers. Ze licht toe dat de versterking van de inzet, zoals beschreven in de brief, middelen biedt voor ontmoeting, uitwisseling en heling. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt kan worden afgesloten en kondigt een korte schorsing aan voor een voorzitterswissel. Lucht- en Zeehaven (incl. Schiphol) 9. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de haalbaarheidsstudie naar verplaatsing van de zeecruise naar de Coenhaven en de voorkeur van het college voor volledige beëindiging (VN2026-001025) Lid VON GERHARDT (VVD) geeft aan dat het persbericht van het college over het voornemen om te stoppen met de PTA in Amsterdam onhandig, onnodig en onbesuisd is.

Hij merkt op dat het college eerst een voornemen communiceert alsof het een definitief besluit is, en pas daarna onderzoekt of het verstandig is. Dit schaadt volgens hem de relatie met het Rijk, de provincie en andere partners. Hij vraagt aan de wethouder hoe het college terugkijkt op de communicatie, hoe de banden met partners worden hersteld, en welke boodschap zij heeft voor de inwoners van Noord en woningzoekenden, aangezien de bereikbaarheid en woningbouw in het geding zijn. Hij merkt op dat het besluit politieke motieven lijkt te dienen in plaats van het belang van Amsterdam en vraagt hoe het besluit tot stand is gekomen, hoe het pessimisme van het college zich verhoudt tot optimistische cijfers in rapporten, en of private partijen bij de investeringskosten zijn betrokken. Hij benadrukt dat het politieke besluit een risico vormt voor de afspraken met het Rijk en de bereikbaarheid van Noord. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) geeft aan dat in de bijdrage van de VVD weinig

18

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

aandacht is voor de gezondheid van Amsterdammers, het klimaat, overtoerisme en leefbaarheid. Ze merkt op dat het vooral gaat over economische voordelen waar niet alle Amsterdammers profijt van hebben. Lid VON GERHARDT (VVD) reageert dat hij zich vooral richt op de 100.000 bewoners in Noord die wachten op de bruggen over het IJ en stelt dat GroenLinks blijkbaar geen prioriteit aan deze bewoners geeft. Hij vraagt hoe GroenLinks de bereikbaarheid voor deze bewoners denkt te waarborgen, bijvoorbeeld bij volle ponten in 2035. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) geeft aan dat zij het kwalijk vindt dat de VVD de twee kwesties tegenover elkaar zet. Ze benadrukt dat de VVD landelijk de mogelijkheid heeft om de Sprong over het IJ werkelijkheid te maken. Lid VON GERHARDT (VVD) stelt dat afspraken nagekomen moeten worden. Hij geeft aan dat er na een zorgvuldig besluit afspraken zijn gemaakt met het Rijk, waarin de verplaatsing van de PTA is opgenomen, en dat als GroenLinks of het college dit eenzijdig zou opzeggen, de bruggen over het IJ niet meer gerealiseerd worden. Hij benadrukt de gevolgen daarvan voor de leefbaarheid en de woningbouw in Noord. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks voorafgaand aan het zorgvuldige proces aanwezig is geweest.

Ze stelt dat politiek met voortschrijdend inzicht andere keuzes kan maken, mits deze zorgvuldig worden afgewogen en besproken, en hoopt dat de VVD hiertoe bereid is. Lid VON GERHARDT (VVD) reageert dat het grote nadeel is dat er geen bruggen over het IJ zullen komen als de huidige afspraken niet worden nagekomen, en wijst GroenLinks hierop als verantwoordelijkheid. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat als de twee bruggen over het IJ gerealiseerd moeten worden, de PTA verplaatst moet worden. Hij verwijst naar het uitgebreide rapport van Berenschot, waaruit blijkt dat de Coenhaven geen geschikt alternatief is. Hij stelt dat de VVD eerlijk moet erkennen dat de cruiseterminal de stad uit moet als de bruggen gebouwd worden. Lid VON GERHARDT (VVD) benadrukt dat de verplaatsing van de PTA een eerdere afspraak is en wijst D66 erop dat een motie van hen destijds een probleem heeft veroorzaakt voor woningbouw en bruggen in Noord. Hij stelt dat het college onzorgvuldig handelt door het advies van ambtenaren naast zich neer te leggen en een politiek besluit te volgen. Lid SCHMIT (D66) reageert dat als de VVD eerlijk is over de verplaatsing van de PTA, zij moeten erkennen dat de terminal weg moet.

Hij stelt dat het rapport van Berenschot zorgvuldig is opgesteld en dat het bestuur op basis daarvan een weloverwogen besluit neemt om de PTA te verplaatsen, zodat de twee bruggen over het IJ mogelijk worden. Lid VON GERHARDT (VVD) benadrukt dat de afspraak om de PTA te verplaatsen nog steeds geldt. Hij wijst D66 op de gevolgen van hun motie, die volgens hem zal leiden tot het niet kunnen realiseren van bruggen en woningbouw in Noord, en stelt dat D66 verantwoordelijk is voor deze gevolgen. Lid SCHMIT (D66) reageert dat de VVD zich niet als zorgvuldige bestuurders gedraagt. Hij benadrukt dat zorgvuldig bestuur inhoudt dat op basis van het Berenschot-rapport en een duidelijke besluitvorming de PTA uit de stad moet verhuizen, zodat bruggen kunnen worden gebouwd, duurzaamheid kan worden bevorderd en overtoerisme beter kan worden aangepakt. Lid VON GERHARDT (VVD) benadrukt dat het Berenschot-rapport duidelijk aantoont dat de verplaatsing van de PTA mogelijk is. Hij stelt dat zorgvuldig bestuur betekent dat afspraken worden nagekomen en wijst D66 aan als partij die eenzijdig onderdelen van de afspraak schendt.

19

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

Volgens hem kan alleen D66 zichzelf onzorgvuldig bestuur verwijten. Lid NAMANE (PvdA) betwijfelt dat het voornemen van het college daadwerkelijk zal leiden tot sancties van het Rijk, zoals het tegenhouden van bruggen of woningbouw, en noemt de aanname van VVD hieromtrent vreemd. Lid VON GERHARDT (VVD) verwijst naar verklaringen van de minister en ambtelijke afdelingen die zijn zorgen delen. Lid NAMANE (PvdA) wijst erop dat de uitspraken van lid Von Gerhardt gebaseerd zijn op speculaties en aannames. Ze noemt dit zorgwekkend voor de Amsterdammers die hopen dat de Sprong over het IJ gerealiseerd wordt. Lid VON GERHARDT (VVD) geeft aan dat de verplaatsing van de PTA onderdeel is van de gemaakte afspraken met het Rijk en dat dit volgens hem zorgvuldig bestuur is. Hij benadrukt dat het rapport van Berenschot duidelijk laat zien dat de verplaatsing haalbaar is. Lid SCHMIT (D66) stelt daartegenover dat het rapport van Berenschot, dat een jaarlang is opgesteld en diverse stakeholders heeft geraadpleegd, aantoont dat de PTA verplaatst moet worden om de bruggen te realiseren. Volgens hem zou de verplaatsing financieel niet haalbaar zijn. Lid VON GERHARDT (VVD) benadrukt dat het rapport van Berenschot duidelijk aangeeft dat de verplaatsing van de PTA financieel haalbaar is, mits bepaalde maatregelen worden genomen.

Hij stelt dat de interpretatie van lid Schmit in de collegebrief niet overeenkomt met het rapport en wijst erop dat een groot deel van de investeringskosten privé kan worden opgehaald. Lid SCHMIT (D66) noemt het VVD-voorstel financieel onverantwoord en vindt dat de investering te risicovol is. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat het stadsbestuur ideologisch verblind lijkt en dat het besluit om te stoppen met de PTA de Rijksoverheid, provincie en andere betrokkenen overvalt. Hij vraagt de wethouder waarom het college nu al een richting kiest en of dit op basis van een bewuste confrontatie is of door verrassing van de reacties, zoals bij eerdere kwesties. Daarnaast wil hij weten hoe het college mogelijke schending van afspraken over de cruise, de bruggen over het IJ en andere projecten rechtvaardigt, of er vooraf contact is geweest met het ministerie en de provincie, en of er gesprekken lopen over de consequenties. Ten slotte wijst hij op het Berenschot-rapport dat een haalbare businesscase toont en vraagt hij waarom niet gekeken wordt naar meer private investeringen. Hij vraagt hoe de wethouder kijkt naar het zero-emissie-initiatief van de rederijen en of de stad dit wil faciliteren. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) geeft aan verbaasd te zijn dat CDA en VVD zo hameren op een haalbare businesscase en externe financiering.

Zijn fractie wil juist volledig van de PTA af en ziet geen reden om gemeentelijk of particulier geld in de terminal te steken. Lid HAVELAAR (CDA) reageert dat zijn fractie er anders over denkt, maar stelt dat als commerciële partijen de verplaatsing van de terminal willen financieren, hij dat prima vindt. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) geeft aan dat volgens het dictum van de D66motie niet alleen een einde aan de PTA in Amsterdam moet komen, maar ook aan de zeecruise. Hij benadrukt dat als het financieel onmogelijk is de terminal te verplaatsen, er volledig gestopt moet worden met de terminal. Lid HAVELAAR (CDA) noemt het besluit extreem onverstandig en stelt dat het CDA de walstroominstallatie zo lang mogelijk wil gebruiken vanwege de duurzaamheidsvoordelen. Hij stelt ook voor dat bij nieuwe schepen één van de twee machinekamers elektrisch kan zijn, zodat

20

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

ze elektrisch van IJmuiden naar Amsterdam kunnen varen. Hij uit kritiek op D66, die volgens hem door hun standpunt ondernemers tegen zich in het harnas jaagt en innovatie in de sector belemmert. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat de positie van D66 duidelijk is: de gemeenteraad nam in 2023 de motie aan om de cruiseterminal uit de stad te halen. De redenen zijn luchtvervuiling, 1 dag zeecruise staat gelijk aan 10.000 vrachtwagens, het terugdringen van overtoerisme, het bevorderen van leefbaarheid in de binnenstad, en het mogelijk maken van de bouw van bruggen over het IJ. Lid VON GERHARDT (VVD) vraagt hoeveel toeristen dit concreet betreft en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Lid SCHMIT (D66) antwoordt dat het doel is om het aantal toeristen te beperken en gedrag te beïnvloeden. Hij benadrukt dat het behouden van de terminal niet bijdraagt aan een betere balans in de binnenstad. Lid VON GERHARDT (VVD) stelt dat het verplaatsen van de cruiseterminal naar Rotterdam de aantallen toeristen niet vermindert, omdat ze alsnog met bussen naar Amsterdam komen, wat juist meer overlast veroorzaakt. Hij vraagt zich ook af hoe het gedrag van deze toeristen wordt beïnvloed. Lid SCHMIT (D66) reageert dat de VVD een verkeerde aanname maakt: andere steden zullen niet automatisch alle zeecruises overnemen, waardoor er sowieso minder zeecruises naar Nederland komen.

Lid VON GERHARDT (VVD) betoogt dat dit een fout is, omdat Rotterdam juist bereid is de cruiseterminal over te nemen, waardoor de toeristen alsnog met dieselbussen naar Amsterdam komen. Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat de PTA uit de stad moet om de bruggen voor Noord te kunnen bouwen en een betere verbinding voor bewoners te realiseren, wat volgens hem de goede reden is om de zeecruises uit Amsterdam te verplaatsen. Hij herhaalt dat hij zorgvuldig bestuur vindt dat de gemeenteraad heeft uitgesproken dat de zeecruises de stad uitgaan, ondersteund door een jaarlang onderzoek van Berenschot en overleg met alle betrokken partijen. Hij benadrukt dat het college daarna duidelijkheid geeft en in gesprek gaat over de uitvoering van dit besluit. Lid VON GERHARDT (VVD) vraagt of D66 nog steeds achter het besluit staat als dit betekent dat het Rijk de medewerking aan de bruggen over het IJ zou stoppen. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat deze veronderstelling verkeerd is, de zeecruises moeten de stad uit om de bruggen mogelijk te maken. Hij benadrukt dat er middelen beschikbaar moeten komen om de bruggen te realiseren en zo een betere balans in de stad te creëren.

Lid VON GERHARDT (VVD) vraagt wat het standpunt van D66 is als het Rijk de medewerking aan de bruggen zou weigeren? Lid SCHMIT (D66) noemt dit een irrelevante als-danvraag en stelt dat het bestuur zich heeft uitgesproken over het vertrek van de cruises en vervolgens in gesprek gaat over de uitvoering. Lid HAVELAAR (CDA) vult aan dat 99 procent van de uitstoot van de schepen wordt verminderd door de walstroominstallatie en dat de 0,2 procent van de vaartbeweging op het IJ relatief klein is. Hij betwijfelt daarmee D66’s bewering dat het verplaatsen van de cruises de stad significant groener maakt.

21

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat de cruiseschepen enorm vervuilend zijn tijdens hun vaart van IJmuiden naar het Centraal Station en dat dit schadelijk is voor de kinderen en Amsterdammers. Hij stelt dat de walstroom alleen werkt wanneer de schepen aan de kade liggen en dat de uitstoot op het kanaal een groot probleem blijft. Lid HAVELAAR (CDA) reageert dat de uitstoot binnen de vastgestelde normen blijft, dat nieuwe schepen aan hoge duurzaamheidsnormen voldoen en dat het slechts om 0,2 procent van alle vaartbewegingen gaat. Hij vraagt of men zich niet ook op de andere 99,8 procent zou moeten richten. Lid SCHMIT (D66) stelt dat luchtvervuiling een prioriteit moet zijn en dat alle mogelijke maatregelen moeten worden genomen. Hij uit bezorgdheid dat lid Havelaar aangeeft dat het CDA tot 2050 de kans geeft om te verduurzamen, wat volgens hem betekent dat de komende 25 jaar luchtvervuiling in de stad wordt geaccepteerd. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat de cruiseterminal juist gebruikt kan worden om de internationale scheepvaart te verduurzamen, omdat daar de grootste prikkel voor de businesscase ligt. Hij merkt op dat het wegblijven van de 200.000 cruisepassagiers per jaar al merkbaar is voor kwaliteitsmusea zoals het Rijksmuseum, die hierdoor in bezoekersaantallen en problemen komen.

Lid SCHMIT (D66) reageert dat er afgesproken is te streven naar een betere balans in de bezoekers-economie, inclusief het aantal toeristen, en dat daartoe alle noodzakelijke maatregelen genomen moeten worden om deze balans in de stad te realiseren. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) vraagt of lid Schmit erkent dat de mensen van de cruisepassagiersschepen over het algemeen netjes zijn en dat zij niet de oorzaak zijn van overtoerisme in de stad. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat overtoerisme wordt veroorzaakt door zowel aantallen als gedrag. Zelfs als 25 tot 27 miljoen toeristen zich netjes gedragen, ontstaat er nog steeds veel druk op de openbare ruimte. Daarom wordt in het bezoekersbeleid gestuurd op zowel aantallen als gedrag, en is de verplaatsing van de PTA-terminal een maatregel om deze druk te verlagen. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt waarop lid Schmit zijn bewering baseert dat de uitstoot van de cruisepassagiersschepen gelijkstaat aan 10.000 vrachtwagens en of dit betekent dat omwonenden daardoor allemaal ziek zouden worden. Lid SCHMIT (D66) stelt dat dit gebaseerd is op feiten en verwijst naar het onderzoek. Hij benadrukt dat de uitstoot vanaf de schepen langs het kanaal significant is en dat hij wil voorkomen dat kinderen in de stad daar hinder van ondervinden.

Lid VAN BERKEL (JA21) zegt dat het onrealistisch is om met het blote oog de uitstoot te kunnen meten en noemt de vergelijking met 10.000 vrachtwagens onzin, waarbij hij vraagt om feitelijke onderbouwing in plaats van dergelijke beweringen. Lid SCHMIT (D66) adviseert om de rapporten over de vervuiling door de cruiseschepen opnieuw te bekijken en de feiten te respecteren. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt lid Schmit om met sterke argumenten te komen en te laten zien hoeveel mensen daadwerkelijk last hebben van de uitstoot van de cruiseschepen in Amsterdam, omdat hij vindt dat de beweringen niet onderbouwd zijn. Lid SCHMIT (D66) benadrukt het belang van zorgvuldig bestuur. Hij stelt dat de raad heeft besloten dat de cruiseterminal de stad uit moet, en dat de wethouder met Berenschot en

22

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

alle partners een jaar lang heeft gewerkt om dit besluit uit te werken. Hij vindt het positief dat de wethouder nu verder in gesprek gaat met stakeholders over de uitvoering en vraagt wanneer de wethouder de raad zal informeren over de volgende stappen, zodat duidelijk is wanneer de cruiseterminal de stad uit kan. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) benadrukt dat schone lucht en leefbare straten belangrijk zijn en verwijst naar meerdere onderzoeken die laten zien dat de luchtkwaliteit achteruitgaat, niet alleen door de cruiseschepen, maar ook doordat Amsterdam een turnaround-locatie is met extra vliegbewegingen van de schepen. Ze stelt dat deze factoren belangrijke argumenten zijn om te overwegen dat een cruiseterminal geen plek meer heeft in Amsterdam. Daarnaast merkt ze op dat de voordelen op het gebied van volksgezondheid, klimaat en leefbaarheid moeilijker meetbaar zijn, maar dat deze wel meegenomen moeten worden bij een gebalanceerd besluit. Ze vraagt de wethouder welke financiële voordelen hierover nu al bekend zijn. Lid VAN BERKEL (JA21) reageert dat het goed is dat lid Bentoumya meer inzicht wil in gezondheid en leefbaarheid, en vraagt of GroenLinks bereid is om te onderzoeken of het halveren van de cruiseterminal dit jaar daadwerkelijk leidt tot een halvering van de uitstoot en de bijbehorende overlast.

Lid BENTOUMYA (GroenLinks) geeft aan dat een halvering van de cruiseterminal een goed begin is, maar dat de uitstoot verschillende componenten omvat, zoals roet, zwavel, stikstof en fijnstof. Ze benadrukt dat zorgen over woningbouw en mobiliteit legitiem zijn, maar dat er weinig aandacht is voor de volksgezondheid van Amsterdammers die in Noord of rondom het IJ wonen. Lid VAN BERKEL (JA21) reageert dat dit wel aantoonbaar moet zijn. Hij merkt op dat hij bij D66 en GroenLinks telkens claims hoort over gezondheidsrisico’s door de cruiseschepen, maar dat deze niet worden onderbouwd. Volgens hem kan een halvering laten zien wat het effect is, maar hij uit twijfels over de daadwerkelijke impact die GroenLinks en D66 hieraan toekennen. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) somt enkele stoffen op die door de cruiseschepen worden uitgestoten en stelt dat zelfs de helft daarvan schadelijk is voor de volksgezondheid. Daarnaast wijst ze op doelstellingen op het gebied van milieu en overtoerisme, waar volgens haar door JA21 geen aandacht voor is. Ze pleit voor verder onderzoek naar de baten van het beëindigen van de cruiseterminal, zodat positieve en negatieve effecten goed tegen elkaar kunnen worden afgewogen. Lid VAN BERKEL (JA21) reageert dat het opmerkelijk is dat lid Bentoumya zich volledig op de cruiseschepen richt, terwijl in de stad ook andere bronnen van uitstoot zijn, zoals fabrieken.

Hij vraagt om concrete aantoning van de schadelijkheid van de schepen in vergelijking met deze andere bronnen, en wijst erop dat soortgelijke kritiek op fabrieken volgens hem niet wordt geuit. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) geeft aan dat ze ook graag aandacht zou besteden aan andere bronnen van uitstoot in de stad, maar dat de spreektijd dat helaas niet toelaat. Ze benadrukt dat het huidige debat over de cruiseterminal gaat en dat de brief van het college nog geen definitief besluit inhoudt, maar slechts een voorkeur uitspreekt waar de raad over kan spreken. Ze vraagt de wethouder om een toelichting op de te voorziene risico’s, bijvoorbeeld voor andere mobiliteitsmiddelen, en op hoe het verdere proces met de betrokken partijen eruitziet. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) merkt op dat er onduidelijkheid is over hoe de motie moet worden geïnterpreteerd. Hij vraagt of het coalitievoorstel inhoudt dat er echt volledig van de cruiseterminal wordt afgestapt, of dat er alles op alles wordt gezet om de terminal te verplaatsen. Hij geeft aan dat zijn fractie het standpunt van CDA en VVD in dat laatste geval grotendeels kan volgen, maar dat de Partij voor de Dieren geen middelen wil investeren in de terminal. Hij vraagt GroenLinks om hun positie hierover te verduidelijken.

23

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

Lid BENTOUMYA (GroenLinks) geeft aan dat de motie volgens haar helder is en dat wat er nu voorligt een verstandige aanpak is. Ze vindt het goed dat er een afweging wordt gemaakt op basis van het onderzoek en kan zich vinden in het voornemen, maar is vooral benieuwd naar de vervolgstappen en het proces. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) geeft aan dat het college altijd duidelijk is geweest over de PTA en de fietsbrug, de PTA gaat verdwijnen en de brug komt er. Hij uit zijn zorgen over berichten in de media die suggereren dat het ene ten koste gaat van het andere, en noemt dit een poging van lobbygroepen om te vertragen. Hij benadrukt dat de raad zich niet moet laten meeslepen in deze of-of-discussies en het college moet steunen om de cruiseterminal zo snel mogelijk te beëindigen. Daarnaast vraagt hij aan de wethouder of zij het beeld deelt dat er onvoldoende overleg is geweest met het Rijk en andere stakeholders, en of zij kan ontkrachten dat het verdwijnen van de cruiseterminal ten koste zou gaan van de fietsbrug. Lid VAN BERKEL (JA21) geeft aan dat de PTA ooit een financieel en toeristisch succes was, maar dat het huidige college ideologisch wensdenken laat prevaleren boven praktisch beleid. Hij wijst erop dat eerdere plannen al tot halvering van het aantal zeecruises leidden, maar dat de wethouder nu inzet op volledige beëindiging.

Hij betwijfelt de interpretatie van het Berenschotrapport door de wethouder, dat volgens hem concludeert dat verplaatsing naar de Coenhaven financieel haalbaar is. Hij uit zorgen over de mogelijke reacties van partners, zoals het Rijk en andere infrastructuurprojecten, en stelt dat het negeren van deze informatie de betrouwbaarheid van Amsterdam als partner ondermijnt. Daarnaast benadrukt hij dat het sluiten van de terminal de problematiek niet oplost, maar activiteiten naar andere locaties verplaatst, zonder wezenlijke klimaat- of leefbaarheidswinst voor Amsterdam. Hij noemt dit een voorbeeld van ideologisch gedram door het college. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) geeft aan dat het argument van verplaatsing van de cruises een zwak verdediging is. Hij stelt dat het debat beter over de waardering van de zeecruises zelf zou moeten gaan in plaats van over mogelijke verplaatsing en de gevolgen daarvan. Lid GARMY (Volt) geeft aan dat Volt het uitgangspunt van het weren van de zeecruises steunt vanwege lucht- en bodemvervuiling, maar dat de bereikbaarheid van Noord voor hen doorslaggevend is. Hij benadrukt dat als het weren van de cruises de bruggenbouw financieel of bestuurlijk in gevaar brengt, Volt de voorkeur geeft aan de bruggen.

Hij stelt twee vragen aan de wethouder: of het mogelijk is om zowel de cruises te weren als de bruggen te realiseren, en hoe de positie van het college geïnterpreteerd moet worden gezien de onzekerheden en het nader onderzoek. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) merkt op dat Volt bekendstaat om zorgvuldige afwegingen en idealistisch durf, en geeft aan dat dat laatste in het betoog van lid Garmy ontbreekt, en vraagt of hij daar nog op kan uitweiden. Lid GARMY (Volt) geeft aan dat Volt, als er een keuze gemaakt moet worden tussen het weren van de cruises of het realiseren van de bruggen, kiest voor de bruggen. Hij benadrukt dat dit ook een idealistisch standpunt is, omdat het de bereikbaarheid van de inwoners van Noord zwaarder laat wegen dan het weren van de cruises. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) uit haar teleurstelling dat ze in het betoog van lid Garmy geen idealisme hoort en vindt dat hij zich laat meeslepen in een discussie die niet voorligt. Volgens haar gaat de daadwerkelijke afweging over gezondheid, milieu, volksgezondheid en het tegengaan van overtoerisme, en over het proces dat daarbij gevolgd wordt. Ze geeft aan dat de wethouder hierover vragen moet beantwoorden, maar dat de afweging zoals door Volt herhaald niet het huidige debat weerspiegelt.

24

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) geeft aan dat het vreemd is dat Volt zich al vooraf vastlegt op een keuze voor de bruggen, terwijl de beantwoording van de wethouder nog niet volledig is. Hij benadrukt dat de raad beter achter het college kan gaan staan om koste wat kost een einde te maken aan de cruises, in plaats van al in een of-of-discussie mee te gaan. Lid GARMY (Volt) licht toe dat hij vooraf duidelijkheid wil scheppen over de positie van Volt en dat dit transparant is voor de Amsterdammers. Lid SCHMIT (D66) vindt de houding van Volt weinig ambitieus, omdat volgens hem de raad de kans heeft om zowel een duurzamere stad met minder luchtvervuiling te realiseren als de bruggen te bouwen. Hij vraagt zich af waarom Volt niet vol achter deze gecombineerde ambitie gaat staan. Lid GARMY (Volt) geeft aan dat Volt in een ideaal scenario volledig achter de bouw van de twee bruggen zou staan, maar dat er op dit moment nog grote onzekerheden zijn. Daarom maakt Volt nu duidelijk hoe zij momenteel zouden kiezen als een afweging tussen de twee nodig is. Lid NAMANE (PvdA) benadrukt dat het goed is dat het college een voorkeur uitspreekt, maar dat dit nog geen besluit inhoudt. Ze onderstreept dat de wens van een brede raadsmeerderheid de volledige beëindiging van de cruises betreft en dat minder cruises leidt tot minder toeristen en minder uitstoot.

Ze vindt de speculaties over mogelijke tegenreacties van Den Haag ongegrond en benadrukt dat afspraken met Amsterdammers over leefbaarheid en duurzaamheid belangrijker zijn. Ze is benieuwd naar de vervolgstappen van het college en hoopt hier verder over in gesprek te gaan. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) vraagt zich af hoe de PvdA aankijkt tegen voorstellen van de rechterzijde van de oppositie om geld of andere middelen te gebruiken voor de verplaatsing van de Coenhaven en benadrukt dat zijn fractie daar geen geld voor wil uittrekken omdat zij daar geen haalbare businesscase in zien. Lid NAMANE (PvdA) reageert dat ze het vreemd vindt om alles wat bedrijven willen zomaar toe te staan, zoals bij de Coenhaven, en geeft als voorbeeld helikoptertours boven de stad. Lid KABAMBA (Partij voor Morgen) vraagt de wethouders om een gezondheidsimpactanalyse voor omwonenden rond het IJ en het Noordzeekanaal, of dat zo’n analyse nog kan worden uitgevoerd. Ze benadrukt dat dit nodig is om te onderbouwen dat deze opstapplekken vanwege vervuiling niet meer zouden moeten bestaan. De VOORZITTER geeft aan dat dit het einde is van de eerste termijn en waarschuwt dat de wethouder mogelijk niet volledig op alle vragen kan antwoorden vanwege vertrouwelijke stukken. Ze vraagt of men besloten wil doorgaan. De raad stemt hier niet mee in.

Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het debat momenteel gaat over een voorgenomen, nog niet definitief genomen besluit van het college over de PTA. Ze legt uit dat dit dossier al tien jaar speelt. Het college heeft nu een voorkeursbesluit geformuleerd om duidelijkheid en transparantie te bieden richting de raad en gesprekspartners, en om te voldoen aan de motie van de raad. Dit is ook bedoeld als verwachtingsmanagement, de raad weet zo wat de voorkeur van het college is zonder dat er al een definitief besluit is genomen. Ze benadrukt dat de cruiseschepen zijn afgeschaald tot maximaal 100 per jaar, op basis van afgerond onderzoek dat met de raad is gedeeld. Dit voorgenomen besluit is bedoeld om uitvoering te geven aan de motie, maar laat tegelijkertijd ruimte voor overleg met stakeholders en het Rijk. Wethouder Van Buren stelt dat de bruggen over het IJ niet ter discussie staan, deze zijn essentieel voor de bereikbaarheid van Noord en er is hiervoor aanzienlijke financiële ruimte

25

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

gereserveerd. Het college is zich bewust van risico’s, neemt adviezen serieus en handelt zorgvuldig door nog geen definitief besluit te nemen. Ze benadrukt het belang van samenwerking met het Rijk voor woningbouw, mobiliteit en andere ambities, en geeft aan dat er vooraf contact is geweest met de minister. Ze nuanceert dat de minister niet boos was, maar verrast, en dat het college verdere gesprekken zal voeren over de financiële gevolgen van het voorgenomen besluit. Het voorgenomen besluit beoogt een zorgvuldige afweging tussen gezondheid, leefbaarheid, milieu en infrastructuur, terwijl het proces transparant en voorspelbaar wordt gehouden voor alle betrokken partijen. Lid VON GERHARDT (VVD) vraagt naar een brief uit 2024 van de gemeente waarin ambtenaren waarschuwen dat als de verplaatsing van de PTA naar de Coenhaven niet zorgvuldig gebeurt, de vergunbaarheid van de bruggen over het IJ onder druk kan komen te staan. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit theoretisch inderdaad onder druk kan komen te staan, maar benadrukt dat het college juist tijd heeft genomen om de feiten volledig in kaart te brengen voordat er een besluit wordt genomen. Ze benadrukt dat veel van de zorgen in de media als paniek worden gepresenteerd, terwijl zij zich richt op feiten en zorgvuldig overleg.

Ze verwijst naar ambtelijk overleg dat al heeft plaatsgevonden en naar toekomstige gesprekken met directeur-generaal van het Rijk om de situatie verder te bespreken. Volgens haar is er geen sprake van boosheid bij het Rijk, maar juist van open gesprekken om te bepalen wat de overheid nodig heeft. Ze benadrukt dat de bestuurlijke context voortdurend verandert door nieuwe ontwikkelingen, en dat het college daar rekening mee houdt bij de verdere afwegingen rond de verplaatsing van de PTA en de aanleg van de bruggen. Lid VON GERHARDT (VVD) geeft aan dat het vreemd is dat het college eerst publiekelijk aankondigt dat het de zeecruise wil stoppen via een persbericht, terwijl er nog geen overleg met het Rijk over de gevolgen van dit voornemen heeft plaatsgevonden. Hij benadrukt dat zorgvuldig bestuur volgens hem juist betekent dat eerst alle risico’s in kaart worden gebracht voordat er wordt gecommuniceerd. Wethouder VAN BUREN stelt dat dit niet klopt, omdat het college al eerder in gesprek is geweest met het Rijk over deze kwestie. Ze legt uit dat het college ook een verplichting heeft naar de inwoners om te zorgen voor leefbaarheid, minder drukte, duurzaamheid en betere luchtkwaliteit. Ze benadrukt dat de bestuurlijke realiteit samenwerking en voortdurende veranderingen vereist.

Ze verwijst naar eerdere investeringen waarbij strategische risico’s zijn genomen, en benadrukt dat ook het Rijk het college soms teleurstelt, zoals bij de eenzijdige stopzetting van financiering voor het doortrekken van de Noord-Zuidlijn. Volgens haar blijft het belangrijk om in gesprek te blijven met alle betrokken partijen. Lid GARMY (Volt) geeft aan dat hij probeert te begrijpen waarom de wethouder juist nu naar buiten treedt, terwijl er nog wordt aangegeven dat er meer feiten nodig zijn en dat er nog meer duidelijkheid moet komen. Wethouder VAN BUREN legt uit dat het huidige voorkeursbesluit vooral bedoeld is om in gesprek te gaan over de knelpunten met het Rijk en de impact op andere projecten. Ze benadrukt dat een nieuw college straks met een compleet beeld een definitief besluit kan nemen. Ze licht toe dat dit ook in lijn is met de motie van de raad en dat het zorgvuldig en transparant gebeurt. Over de financiële kant zegt de wethouder dat de directe inkomsten uit toerisme en de gevolgen voor duurzaamheid en luchtkwaliteit in beeld worden gebracht. Ze verwijst naar het Berenschot-onderzoek, dat laat zien dat herontwikkeling van de terminal mogelijk directe inkomstenverlies kan compenseren, afhankelijk van de haalbare programmering.

Ten aanzien van het Rijk benadrukt ze dat eerdere investeringen, zoals een nieuwe sluis, geen bestuurlijke afspraken bevatten over het faciliteren van de cruise op langere termijn. Ze wijst erop dat impliciete verwachtingen kunnen bestaan, maar dat het voorgenomen besluit niet betekent dat Amsterdam de haven minder belangrijk vindt.

26

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

Ze geeft aan dat ze hierover morgen nog gesprekken heeft en benadrukt dat het onderzoek en de besluitvorming zorgvuldig plaatsvinden, waarbij alle effecten en financiële voordelen in kaart worden gebracht. Lid VON GERHARDT (VVD) vraagt of de wethouder op dit moment alle feiten heeft. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat dit niet het geval is. Ze legt uit dat het college daarom een voorgenomen richting heeft gekozen, om transparantie te bieden en tegelijkertijd de benodigde feiten boven tafel te krijgen. Ze merkt op dat er in het debat veel aannames worden gemaakt. Daarnaast geeft ze aan dat ze zich continu in gesprek heeft gehouden met betrokken partijen en dat zij het belangrijk vindt de relaties goed te onderhouden. Ze benadrukt dat zij het stuk verkennend in college heeft besproken en dat relevante partijen daarover geïnformeerd zijn. Lid VON GERHARDT (VVD) geeft aan dat er twee weken na het persbericht al een overleg was met het Noordzeekanaalgebied, en suggereert dat dit eerst besproken had kunnen worden. Hij merkt op dat de wethouder toegeeft nog niet alle feiten te hebben, maar toch al een voorkeur of keuze heeft gemaakt. Wethouder VAN BUREN reageert dat het college een voorgenomen of focusbesluit heeft genomen. Ze legt uit dat dit gaat over investeringen van 85 miljoen voor de cruise, leefbaarheid en schone lucht in de stad.

Ze benadrukt dat het college transparant is over deze afwegingen, maar dat er voor een definitief besluit eerst alle feiten volledig in kaart moeten zijn. Het definitieve besluit is bedoeld voor een volgend college, zodat dit gebaseerd is op een compleet en feitelijk overzicht, in plaats van op aannames of geruchten. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt of, als uit blijkt dat de bruggen op het spel komen te staan, er nog steeds een afweging wordt gemaakt om de cruiseterminal te sluiten. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat de bruggen altijd voorrang hebben vanwege de bereikbaarheid van Noord en de woningbouw, en dat de cruiseterminal sowieso moet verdwijnen. Ze legt uit dat ze de risico’s en gevolgen van een volledige verwijdering van de terminal beter in kaart wil brengen voordat definitieve stappen worden genomen. Lid VAN BERKEL (JA21) merkt op dat onzekerheden en aannames ook gelden voor de voordelen die het college verwacht te behalen met het sluiten van de passagiersterminal. Hij vraagt hoe de wethouder gaat meten wat het sluiting van de terminal daadwerkelijk oplevert voor leefbaarheid, klimaat en luchtkwaliteit, omdat hierover nog geen concrete informatie is verstrekt. Wethouder VAN BUREN legt uit dat er al eerdere onderzoeken zijn uitgevoerd, onder andere in het kader van toeristenbelasting en de riviercruise, waarbij vooral naar aantallen toeristen is gekeken.

Ze benadrukt dat men inmiddels weet hoeveel toeristen er minder zullen zijn, hoeveel turnaround-bewegingen plaatsvinden en dat walstroom beschikbaar is. Daarnaast wordt meegenomen dat cruises relatief veel vervuiling per persoon veroorzaken vergeleken met andere vakanties. Ze geeft aan dat al deze gegevens in de afweging worden meegenomen. Over de brug geeft ze aan dat ze hierover voortdurend in gesprek blijft. Lid VAN BERKEL (JA21) merkt op dat de wethouder vooral over passagiersaantallen spreekt, terwijl volgens hem de grootste reden voor sluiting juist de luchtkwaliteit, het klimaat en de milieuwinst is. Hij vraagt of de wethouder bij een halvering van de cruises dit jaar kan toezeggen dat ze het effect op leefomgeving, luchtkwaliteit en klimaat daadwerkelijk gaat meten. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er geen nieuwe onderzoeken nodig zijn omdat men al weet wat de uitstoot is en dat er wereldwijd ook andere factoren meespelen, zoals de cruisevaart in het algemeen. Ze benadrukt dat Amsterdam als voorbeeld kan dienen door te laten zien dat men hier geen cruises meer wil ontvangen. Ze wijst erop dat vorig jaar slechts zestig aanlopen waren, waardoor de vermindering van de uitstoot al aanzienlijk is, wat positief nieuws is

27

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

voor de stad. Lid GARMY (Volt) merkt op dat de wethouder eerder zei dat de bruggen prioriteit hebben boven alles. Hij vraagt of dat betekent dat, als de cruises alsnog in de weg zouden komen voor de bruggen, het voorgenomen besluit dan wordt ingetrokken of dat dit bij een volgend college ligt. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het voorgenomen besluit een voorkeursbesluit betreft en nog geen definitief besluit is. Ze benadrukt dat dit besluit juist wordt genomen om transparantie te bieden richting betrokken partijen en dat het uitvoeren van de motie van de raad duidelijk maakt welke richting het college eventueel opgaat. De risico’s van deze aanpak zijn bekend, en het voorkeursbesluit hoeft niet te worden ingetrokken, het definitieve oordeel ligt bij het volgende college, dat op basis van alle feiten een afgewogen beslissing kan nemen. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt waarom de wethouder, ondanks de afstemming met het Rijk, de confrontatie zo heeft gezocht, waarom zij zich in dit dossier anders opstelt dan bij het erotisch centrum, en hoe zij aankijkt tegen het initiatief Sea Zero om de zeecruise in 2050 volledig emissievrij te maken. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze het initiatief Sea Zero alleen maar kan toejuichen, maar merkt op dat dit niet betekent dat er wereldwijd geen uitstoot meer zal zijn. Ze benadrukt dat dit initiatief het voorgenomen besluit niet in de weg staat.

Lid HAVELAAR (CDA) vraagt vervolgens waarom de wethouder er bewust voor heeft gekozen om de stakeholders zo in het hart te raken en de confrontatie te zoeken, terwijl zij wist hoe gevoelig het dossier ligt en welke reacties dit zou oproepen. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat het voorgenomen voorkeursbesluit transparant is gecommuniceerd en dat de stakeholders gedurende het jaar van onderzoek nauw zijn betrokken, onder andere via gesprekken en het Berenschot-onderzoek. Ze stelt dat het nooit de bedoeling is geweest om de stakeholders of relaties in het harnas te jagen. Lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat de minister boos zou zijn en stelt dat het college, door vooraf te weten dat dit soort reacties zouden komen, bewust met het persbericht de confrontatie heeft gezocht. Hij vraagt waarom het college dit zo heeft gedaan. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de minister niet boos is, maar juist graag met het college in gesprek wil. Ze benadrukt dat zij niet de confrontatie zoekt, maar juist het gesprek aangaat, omdat dat meer oplevert dan conflicten. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) vraagt naar de inzet van het college ten aanzien van de mogelijke businesscase voor de Coenhaven. Hij geeft aan dat zijn fractie deze route deze collegeperiode graag wil afsluiten en zich wil uitspreken tegen verdere investeringen in de zeeroutes, gezien de hoge kosten.

Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze het ingewikkeld vindt en nog tijd nodig heeft om de risico’s goed in kaart te brengen. Ze stelt dat het huidige college een duidelijke voorkeur heeft uitgesproken, maar dat de definitieve besluitvorming beter kan worden overgelaten aan een volgend college en een volgende coalitie. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat hij het voorstel graag eerst technisch naar de raad wil brengen, zodat de geheime stukken ongehinderd kunnen worden besproken voordat er verdere inhoudelijke behandeling plaatsvindt. De VOORZITTER licht toe dat eerst de geheimhouding moet worden opgeheven via een raadsbesluit, waarna een uitgebreide bespreking kan volgen. Ze stelt voor dit op de agenda van volgende week te plaatsen.

28

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

De voorzitter sluit vervolgens dit deel van de vergadering af en neemt afscheid van fractievertegenwoordiger Meerburg van de Partij voor de Dieren, die vanavond niet aanwezig is. Ze schorst de vergadering tot 20:00 uur. Coördinatie Bedrijfsvoering 7. Bespreken van het nieuwe cateringbeleid en de start van de aanbesteding gemeentelijke catering dienstverlening (VN2026-001437) De VOORZITTER heropent de vergadering voor het avonddeel. Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat ze teleurgesteld is over het nieuwe cateringbeleid en de aanbesteding die al in gang is gezet, waarmee er voor bijna 67 miljoen euro aan eten wordt uitgegeven zonder dat de raad nog invloed kan uitoefenen. Ze merkt op dat de PvdD constructief blijft en enkele punten wil meegeven om juridisch mogelijk mee te wegen in de gunning of afspraken met de winnende partij. Ze vraagt de wethouder hoe wordt gegarandeerd dat niet alleen het aanbod, maar ook de consumptie 50 procent plantaardig is, en of de wethouder bereid is te sturen op consumptie in plaats van alleen aanbod. Daarnaast wijst zij erop dat er geen rekening is gehouden met true pricing, waarmee CO₂-intensieve producten zoals vlees duurder gemaakt hadden kunnen worden en plantaardige opties goedkoper, om zo CO₂-uitstoot te reduceren en medewerkers te stimuleren gezonder te eten.

Verder vraagt ze waarom er niet gekozen is voor een percelenregeling zodat ook kleine lokale ondernemers konden meedoen, zoals bij de koffievoorziening, en geeft ze aan dat de standaard 50 procent plantaardig bij banketten niet altijd wordt nageleefd, zoals bij de kerstborrel rondom de raadsvergadering. Ze sluit af met de suggestie om het cateringaanbod volledig plantaardig te maken. Lid NAMANE (PvdA) geeft aan dat ze positief is over de ruimte die wordt geboden aan lokale en sociale ondernemers, en dat er pilots zijn uitgevoerd en gesprekken met deze doelgroep hebben plaatsgevonden. Ze vraagt de wethouder of de raad op de hoogte kan worden gehouden van de voortgang en of de lessen van een succesvol project kunnen worden meegenomen naar toekomstige aanbestedingen om lokale ondernemers meer kansen te geven. Lid SCHMIT (D66) sluit zich aan bij de waardering voor lokale ondernemers en duurzaamheid, en benadrukt het belang van vrije keuze voor medewerkers bij het eten. Hij noemt een gemiste kans op het gebied van true pricing en stelt voor om in de kantine te communiceren wat de werkelijke kostprijs van producten zou zijn. Daarnaast vraagt hij naar het exploitatie risico, dat volledig bij de gemeente ligt, waardoor de cateraar geen prikkel heeft om efficiënt te werken, en vraagt hij de wethouder om hierop te reageren.

Lid IJMKER (GroenLinks) merkt op dat aanbestedingen vaak het moment zijn waarop beleidskeuzes concreet worden, terwijl de raad meestal alleen kaders stelt. Ze vraagt zich af hoe de raad nog meer kan bijsturen en betrokken kan worden bij dergelijke processen, omdat sommige keuzes in de puntenverdeling voor haar niet helemaal duidelijk zijn. Positief benoemt ze het onderdeel over lokale en duurzame ondernemers en geeft aan dat dit goed is meegenomen in de aanbesteding. Haar kernvraag is hoe de raad actiever kan worden betrokken bij dit soort besluiten. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de aanbesteding gebaseerd is op eerder vastgesteld beleid, zoals het duurzaamheidskader, de voedselstrategie, het handelingskader voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, inclusie en diversiteit. De aanbesteding is daarom vooral ter informatie aan de raad gestuurd, en het college heeft ervoor gekozen deze aanbesteding integraal uit te voeren om samenhang, efficiënte organisatie en eenduidige besturing te waarborgen.

29

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

Over true pricing legt ze uit dat dit nog in ontwikkeling is en niet als verplicht normenkader is opgenomen, maar als ontwikkelrichting binnen de overeenkomst, met ruimte voor pilots en gefaseerde toepassing. Ook wordt gewerkt aan data gedreven monitoring van verkoopcijfers en productmix om inzicht te krijgen in de daadwerkelijke consumptie en eventueel bij te sturen. Wat plantaardige consumptie betreft, wordt er gestuurd op het aanbod (60/40 richting 70/30), gecombineerd met gedragsinterventies en behoud van keuzevrijheid voor gebruikers. Het huidige aanbod is 100 procent vegetarisch, met vlees en vis op aanvraag. De wethouder benadrukt dat zij hier scherp op blijft toezien en dit ook doorgeeft in de keten. De keuze voor een integraal perceel in plaats van meerdere kleine percelen is gemaakt om duurzaamheid, samenhang en efficiënt contractbeheer te borgen, terwijl samenwerking met lokale ondernemers via onderaanneming expliciet wordt gefaciliteerd en positief wordt beoordeeld in de gunningscriteria. Ten slotte bevestigt ze dat de raad en commissie op de hoogte worden gehouden van de voortgang en resultaten van de aanbesteding, en dat het exploitatie- en bedrijfsrisico voor de bedrijfsrestaurants bij de gemeente blijft, omdat externe cateraars dit niet volledig kunnen dragen.

De VOORZITTER geeft aan dat het agendapunt op de raadsvergadering van volgende week verder wordt behandeld. Lucht- en Zeehaven (incl. Schiphol) 8. Bespreken van de stand van zaken doelen en maatregelen Schiphol Position Paper (VN2026-001436) Lid BENTOUMYA (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks zich zorgen maakt over de impact van Schiphol op klimaat, gezondheid en leefomgeving. Ze verwijst naar de geplande opening van Lelystad Airport voor extra vluchten, wat GroenLinks onacceptabel vindt. Ze vraagt de wethouder hoe de gemeente als aandeelhouder kan optreden tegen het handelen van Schiphol, zoals het verkopen van aandelen aan particuliere beleggers en investeringen die niet bijdragen aan maatschappelijke doelen. Daarnaast vraagt ze hoe de gemeente handhaving kan organiseren tegen geluidsoverlast, hoe samenwerking met andere gemeenten kan plaatsvinden en hoe wordt geborgd dat investeringen van Schiphol gericht zijn op gezondheid en maatschappelijke doelstellingen. Ze benadrukt dat GroenLinks zich blijft inzetten tegen meer vluchten en voor een beter klimaat. Lid KROM (Partij voor de Dieren) meldt dat zij namens haar collega Meerburg spreekt en blij is dat het college zich actief bemoeit met Schiphol. Tegelijkertijd ziet ze dat er nog veel mogelijkheden zijn om gezondheid en veiligheid van medewerkers te beschermen.

Ze wijst erop dat Schiphol al jaren bekend is met blootstelling aan kankerverwekkende stoffen en dat het huidige onderzoek te laat komt. Ze vraagt hoe de wethouder hiernaar kijkt en hoe de gemeente als aandeelhouder kan afdwingen dat Schiphol maatregelen neemt, inclusief een tijdspad en transparantie richting de raad. Verder merkt ze op dat er signalen zijn dat de gemeente nog meer kan doen op het gebied van natuurvergunningen, krimp en nachtsluiting. Ze sluit af met de intentie om moties over dit onderwerp in te dienen en vraagt dat het onderwerp naar de raad wordt geagendeerd. Lid NAMANE (PvdA) is blij met de position paper van de wethouder, waarin veel doelen zijn neergelegd die de belangen van werknemers, omwonenden en het klimaat benadrukken. Ze merkt echter op dat bepaalde onderwerpen nog ontbreken, zoals arbeidsomstandigheden, lonen, vaste contracten en roosters voor praktijkgerichte medewerkers. Ze vraagt hoe het college deze punten gaat oppakken en benadrukt dat de raad geïnformeerd moet worden over de voortgang, zodat deze thema’s niet uit het oog verloren worden.

30

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het college zorgvuldig optreedt als aandeelhouder van Schiphol en tegelijkertijd als omwonende en betrokken partij. Over Lelystad Airport benadrukt ze dat het college zich duidelijk heeft uitgesproken tegen de opening, omdat dit leidt tot 10.000 extra vluchten. Hoewel de gemeente daar als aandeelhouder formeel geen beslissing over kan nemen, blijft ze zich publiekelijk uitspreken en zoekt ze samenwerking met andere gemeenten en organisaties om overlast te beperken. Wat betreft geluidsoverlast en de nachtsluiting van Schiphol meldt de wethouder dat er inmiddels een coalitie van 16 gemeenten is gevormd om naleving van de nachtrustregels af te dwingen. Ze vindt het huidige beleid een begin, maar wil dat de beperkingen van 23.00 uur tot 7.00 uur volledig worden gehandhaafd en dat overlast niet naar de randen van de nacht verschuift. Over de verkoop van aandelen aan particuliere beleggers legt ze uit dat de gemeente Amsterdam instemming moet verlenen bij een dergelijke verkoop, wat de positie van de stad versterkt. Nieuwe aandeelhouders moeten de uitgangspunten van een compacte luchthaven met minder overlast onderschrijven. Voor investeringen van Schiphol boven de 200 miljoen toetst het college deze op duurzaamheid, arbeidsomstandigheden en veiligheid, en let zij erop dat het niet wordt gebruikt voor uitbreiding van de luchthaven of extra vluchten.

Ten slotte benadrukt de wethouder dat de drie hoofddoelstellingen van de position paper, bescherming van omwonenden, herstel van balans met de omgeving (zoals krimp en nachtsluiting) en duurzame luchtvaart, prioriteit krijgen. Andere onderwerpen, zoals arbeidsvoorwaarden en werk- en leefomstandigheden, worden ook opgevolgd en blijven continu op de agenda van de aandeelhoudersoverleggen en de raad, inclusief onderzoeken en acties die door FNV en Kamer zijn gesteund. Lid KROM (Partij voor de Dieren) stelt dat de gemeente als medeaandeelhouder van Schiphol ook een verantwoordelijkheid heeft richting de werknemers, nu blijkt dat zij gezondheidsrisico’s lopen zoals meerdere onderzoeken en uitzendingen hebben aangetoond. Ze vraagt zich af of wethouder Van Buren niet meer mogelijkheden heeft om actief bij te sturen en maatregelen te nemen, omdat de huidige aanpak van ondersteuning van onderzoeken en in gesprek blijven volgens haar onvoldoende is om de gezondheidsschade voor de medewerkers te beperken. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat de gezondheid van Schipholmedewerkers voor het college zeer belangrijk is. Ze benadrukt dat zij continu de mogelijkheden onderzoekt om hierop te sturen en dat er bij iedere vergadering terugkoppeling wordt gevraagd over de voortgang, met speciale aandacht voor de platformmedewerkers.

Ze licht toe dat samenwerking met de FNV effectief blijkt, zoals blijkt uit een aangenomen motie in de Kamer, en dat dit het beste resultaat oplevert. Daarnaast gaat ze in op de til-hulpen sinds de zomer van 2025 is op elke werkplek in de bagagehal een talud beschikbaar. Ze geeft aan dat nog niet duidelijk is of deze daadwerkelijk door alle medewerkers gebruikt worden, maar dat er wel voortgang is en op dit punt gestuurd wordt. Ze bevestigt dat de raad hierover in een volgende brief geïnformeerd kan worden, zodat de vorderingen zichtbaar worden. Lid NAMANE (PvdA) geeft aan blij te zijn met de toezegging van de wethouder, maar vraagt of er breder kan worden gekeken naar de voortgang van de volledige position paper. Ze stelt voor om dit bijvoorbeeld visueel inzichtelijk te maken met kleurcodes, zodat de raad kan volgen wat goed gaat en waar nog aandacht nodig is. Wethouder VAN BUREN zegt toe dat zij deze suggestie meeneemt voor de eerstvolgende voortgangsrapportage. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt verder besproken wordt in de raadsvergadering van februari.

31

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

Deelnemingen 10. Bespreken van de Rijksinzet Haven Amsterdam (VN2026-001430) Lid BURGERS (VVD) geeft aan dat zijn fractie kennis heeft genomen van de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel over de aandelen van het Havenbedrijf Amsterdam. Hij merkt op dat de tijd nog niet rijp is voor een discussie over verkoop van aandelen en respecteert dat het college momenteel kiest voor 100 procent eigenaarschap om de Amsterdamse publieke belangen te borgen. Tegelijkertijd benadrukt hij dat de fractie de haven niet uit het oog verliest en vindt dat er ook oog moet zijn voor de nationale opgave op het gebied van energietransitie, infrastructuur en veiligheid. Om die reden presenteert hij een nieuw voorstel voor een quickscan Rijksinzet in de haven van Amsterdam. Deze scan moet helder maken wat de totale investeringsbehoefte is voor energietransitie en infrastructuur die de lokale draagkracht overstijgt, welke bedrijven in de haven van vitaal belang zijn voor de Nederlandse veiligheid en onafhankelijkheid, en op welke manier het rijk aanvullend regie en kapitaal kan inzetten bovenop de bestaande NOVEX-afspraken om deze nationale belangen te borgen. Hij benadrukt dat het doel van het voorstel niet is om een discussie over eigendom op te roepen, maar om gezamenlijk te bepalen wat nodig is om de Amsterdamse haven en daarmee de stad toekomstbestendig te houden.

Hij wijst erop dat het college openstaat voor scenario’s waarin grote Rijksinvesteringen noodzakelijk zijn en hoopt dat deze quickscan leidt tot een gezamenlijke koers waarbij de rekening voor nationale ambities niet volledig bij de Amsterdammer komt te liggen, maar waarbij het Rijk haar verantwoordelijkheid neemt. Wethouder SCHOLTES merkt op dat de term quickscan in eerste instantie bijna klinkt als een promotieonderzoek, maar stelt dat het om een praktisch onderzoek gaat. Ze kunnen bekijken wat al bekend is, wat al wordt gedaan, bijvoorbeeld binnen de NOVEX-strategie, en welke aanvullende informatie eventueel nuttig kan zijn, zonder dat het een uitgebreid promotieonderzoek wordt. Hij zegt toe dat dit uitvoerbaar is en binnen de kaders kan worden opgepakt. Lid BURGERS (VVD) benadrukt dat het goed is om het bij een quickscan te houden en niet te vervallen in een promotieonderzoek. De VOORZITTER concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en stelt vast dat dit onderwerp hiermee voldoende is besproken. Financiën 11. Bespreken van het raadsadres van Amsterdam Gastvrij inzake afdracht toeristenbelasting door boekingsplatforms (VN2026-001271) Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft namens lid Havelaar het verzoek door om het onderwerp te agenderen voor de raad. De VOORZITTER bevestigt dat het punt inderdaad alleen geagendeerd wordt voor de raad.

Normaal zou er een inhoudelijke behandeling aan vooraf moeten gaan, maar voor deze keer wordt hiervan afgeweken. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Financiën 12.

32

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 12 februari 2026

FKD

Vaststellen Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Amsterdam 2026 (VN2026-000990) De VOORZITTER geeft aan dat het agendapunt door lid Havelaar is geagendeerd, maar hij momenteel niet aanwezig is. Omdat niemand anders het punt heeft geagendeerd, wordt opgemerkt dat dit een raadsvoordracht betreft en dat het volgende week op de agenda van de raad zal terugkomen. ICT en Digitale Stad 13. Kennisnemen van de meerjarenstrategie Digitale Autonomie 2026-2030 (VN2026001286) Lid IJMKER (GroenLinks) waardeert de concrete uitwerking van de vorig jaar aangenomen motie en benadrukt dat het nu vooral gaat om het daadwerkelijk uitvoeren van het plan. Ze merkt op dat er in het Deloitte-rapport onzekerheden en aannames zitten over de geraamde kosten van 7 miljoen euro en dat ze mist wat het project concreet oplevert, bijvoorbeeld omdat Microsoft niet gratis is. Ze ziet kansen om via samenwerking met andere steden, zoals Lyon dat in 2027 afscheid neemt van Microsoft, kosten te besparen of meer rendement te behalen. Daarnaast gaat ze in op inkoop en aanbestedingen. Ze stelt dat lessen uit eerdere casussen, zoals Solvinity, geleerd moeten worden om scherper te sturen op eigenaarschap en publieke waarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16789512/2