2026.02.11 conceptverslag SED
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Raadscommissieverslag, 11 februari 2026
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Woensdag 11 februari 2026 van 13.30 tot 17.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 15 april 2026 TAR (Tijdelijke Algemene Raadscommissie) Plv. Voorzitter: de heer Runderkamp Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink, wethouder Mbarki Commissiegriffier: mevrouw Vos Verslaglegging: mevrouw Dogan (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Aboelkasem (DENK), Aslami (D66), Belkasmi (PvdA), Bentoumya (GroenLinks), Broersen (VOLT), Haijen (SP), Kabamba (Partij voor Morgen), Keesman (PvdA), Krom (Partij voor de Dieren), Noordman (Forum voor Democratie), Schmit (D66), Staartjes (VVD), Stevens (CDA) , Yemane (GroenLinks) en IJmker (GroenLinks) Overige aanwezigen: Mevrouw Tuzgöl – Broekhoven (Kinderombudsman), Adam, Naoufal, Charlotte, Franca en Mia (allen Kinderraad)
Algemeen deel 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER heet iedereen van harte welkom op deze openbare raadscommissievergadering SED. Er is een quorum. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat dit de laatste commissievergadering is en dat punten die voor de raad worden aangemeld direct in de daaropvolgende raadsvergadering worden geagendeerd. Daarnaast wijst hij op het geplande gesprek met De Kracht van Mokum later die avond, op initiatief van lid Yemane, naar aanleiding van een ontvangen brandbrief. Wethouder MBARKI doet drie mededelingen. Allereerst gaat hij in op een eerdere vraag van lid Krom over de mogelijke komst van Shein naar Amsterdam en de juridische mogelijkheden om dit tegen te houden. Hij licht toe dat op basis van de Franse wet geen onderscheid mag worden gemaakt tussen winkeliers die een fysieke winkel willen openen en dat in Nederland een vergelijkbare wettelijke basis ontbreekt. Tevens wijst hij op de Europese Dienstenrichtlijn, die het in principe verbiedt om ondernemers barrières op te leggen, tenzij er zwaarwegende ruimtelijke argumenten zijn. Gemeenten in Frankrijk
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
kunnen de vestiging van een fysieke winkel daarom niet verhinderen en dit geldt volgens hem ook voor Nederland. Lid KROM dankt de wethouder voor het uitzoekwerk, maar merkt op dat zijn eerdere vraag ook betrekking had op niet-juridische mogelijkheden, zoals het gesprek aangaan met vastgoedeigenaren om ongewenste vestiging te ontmoedigen. Wethouder MBARKI antwoordt dat dergelijke gesprekken reeds plaatsvinden in het kader van de aanpak van monocultuur, onder meer binnen de Aanpak Binnenstad, en dat dit onderwerp daarin kan worden meegenomen. Lid SCHMIT vraagt of er een verschil bestaat tussen deze benadering en de suggestie van wethouder Pels om via bestemmingsplannen te sturen. Wethouder MBARKI stelt dat ruimtelijke ordening, waaronder bestemmingsplannen, een mogelijke route is wanneer daar aanleiding toe bestaat, maar dat ook hier Europese regelgeving een rol speelt. Voorts gaat de wethouder in op een toezegging aan lid Aslami over de monitoring van borgstellingen in het kader van de eenderde-regeling voor buitensportverenigingen. Hij geeft aan dat de raad via de begroting en het jaarverslag wordt geïnformeerd over de hoofdsom en algemene risicokwalificatie van sportborgstellingen. Detailinformatie per vereniging wordt momenteel niet standaard verstrekt, maar kan op verzoek separaat worden aangeleverd.
Ten slotte meldt de wethouder dat op 20 februari een signaalbijeenkomst wordt georganiseerd voor ouders die zijn getroffen door het toeslagenschandaal, conform een aangenomen motie. De bijeenkomst wordt voorbereid met steungroep organisaties en geleid door een onafhankelijke voorzitter. Hij is zelf aanwezig om signalen op te halen die kunnen worden vertaald naar het ondersteuningsaanbod. Lid KROM vraagt of wethouder Groot Wassink kan aansluiten, gezien signalen over dakloze toeslagenouders. Wethouder MBARKI antwoordt dat indien mogelijk zijn collega zal aansluiten, maar dat signalen in ieder geval binnen het college worden gedeeld. Lid YEMANE benadrukt het belang van betrokkenheid van de steungroepen bij de totstandkoming van het programma. Wethouder MBARKI bevestigt dat de bijeenkomst samen met deze organisaties wordt voorbereid. Wethouder GROOT WASSINK doet eveneens mededelingen. Hij meldt dat het werkbezoek aan de Centrale Toegang, naar aanleiding van eerdere bespreking over dakloze gezinnen, na het zomerreces plaatsvindt zodat de nieuwe raad kan deelnemen. Daarnaast informeert hij de commissie over de voortgang rond boksschool MPPRO. Er is overleg geweest met de inspreker en betrokken partijen, waarbij is aangegeven dat een exploitant zal worden geselecteerd die onder voorwaarden kan onderverhuren.
Ook wordt gewerkt aan de beantwoording van het initiatiefvoorstel van lid Aslami over veilige opvang voor kwetsbare groepen. Hierover vindt overleg plaats met het COA, maar dit verloopt moeizaam vanwege beleidsmatige verschillen. Beantwoording wordt in mei verwacht. 1.c.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
Vaststellen agenda De VOORZITTER licht de voorgestelde vergaderorde toe. De BIZ-verordeningen worden zonder bespreking als hamerstuk aangemerkt. De behandeling van de raadsinformatiebrieven over sociale economie wordt verplaatst naar na agendapunt 10, zodat deze in aanwezigheid van beide betrokken wethouders kan plaatsvinden. Agendapunt 10 wordt op verzoek van lid Krom afgevoerd. De commissie stemt in met deze wijzigingen, waarna de agenda wordt vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare raadscommissievergadering SED van 14 januari 2026 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1.e. Actielijsten en langetermijnagenda, per portefeuille De VOORZITTER constateert dat er geen vragen of opmerkingen zijn over de termijnagenda’s. 1.f. TKN-lijst Op verzoek van het lid Yemane wordt TKN-4 geagendeerd; Op verzoek van het lid Krom wordt TKN-5 geagendeerd; Op verzoek van het lid IJmker wordt TKN-9 geagendeerd; Op verzoek van het lid Krom wordt TKN-12 geagendeerd; Op verzoek van het lid Krom wordt TKN-17 geagendeerd. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. Inhoudelijk deel 2.a. Opening inhoudelijk gedeelte
De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel. 2.b. Inspreekmoment publiek
Mevrouw LAAN spreekt namens ondernemers van NoordOogst in AmsterdamNoord. Zij schetst het gebied als een levend ecosysteem van sport, voedsel, educatie en ondernemerschap en spreekt haar zorg uit over de herontwikkeling, waarbij sport volgens haar een dominante claim legt op het terrein. Zij pleit voor samenwerking met de afdeling Sport en waarschuwt voor een herinrichting die vooral uit beton bestaat en onvoldoende
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
aansluit bij de behoeften van bewoners. Lid BROERSEN vraagt naar het contact met ambtenaren. Mevrouw LAAN geeft aan dat meerdere ondernemers in gesprek zijn met het stadsdeel en dat zij hopen op een toekomstbestendige samenwerking. --De heer RAHKA spreekt als tijdelijk bewoner van de winteropvang T6 en beschrijft tekortkomingen op het gebied van hygiëne, onderhoud en communicatie over verlenging van verblijf. Hij pleit voor structurele schoonmaak, betere voorzieningen en tijdige duidelijkheid over verlenging van opvang. Lid YEMANE bedankt hem voor zijn bijdrage. --De heer VAN RIESSEN spreekt als ervaringsdeskundige en betrokken bij het GPS-project van de Straatalliantie. Hij benoemt verbeteringen, maar constateert dat signalen over hygiëne en waardigheid bij T6 terugkeren. Hij stelt vier vragen over opvolging van signalen, verschillen tussen locaties, kosten per nacht en nodigt raadsleden uit om als mystery guest een nacht in de winteropvang door te brengen. Lid BROERSEN dankt hem voor de handreiking. --De heer VAN LEEUWEN spreekt over dubbelgebruik van ruimte via zijn initiatieven D/DOCK en Use/Space. Hij wijst op kansen in de kantorenstrategie voor multifunctioneel gebruik en pleit voor inzet van gemeentelijk vastgoed en versoepeling van vergunningstrajecten, onder meer voor gemengd wonen in leegstaande kantoren. Lid SCHMIT vraagt over barrières en maatschappelijk rendement.
De heer VAN LEEUWEN stelt dat vastgoedpartijen bereid zijn, maar dat vergunningverlening en doelgroepafbakening knelpunten vormen. --Mevrouw WESTENDORP van Oranje Energie pleit voor een vierjarige basisfinanciering voor energiegemeenschappen, naast projectfinanciering. Zij benadrukt de maatschappelijke opbrengst van energiecoöperaties en vraagt om een fondsstructuur waarin overheid, bedrijfsleven en bewoners gezamenlijk beslissen. --Mevrouw BLOEMEN namens MeentCoop spreekt haar waardering uit voor de raadsbrief sociale economie en pleit voor versterking van de gemeenschap economie via actieve inzet van publieke middelen, ondersteuning van coöperatieve structuren en democratische technologie.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
Lid IJMKER vraagt naar de gewenste rol van de gemeente. Zij antwoordt dat de gemeente actief vorm moet geven en tegelijk onafhankelijkheid van initiatieven moet bewaken. --Mevrouw VAN DE BURGT namens Stichting Omslag benadrukt dat sociale en solidaire economie regulier beleid moet worden en pleit voor duidelijke ambities, onder meer bij sociaal inkopen. Zij roept op tot het instellen van een aparte portefeuille voor sociale en solidaire economie. Lid SCHMIT vraagt naar de belangrijkste prioriteiten, waarop hij wijst op structurele inbedding en ambitieuze doelstellingen. De VOORZITTER bedankt de insprekers voor hun inbreng. 2.c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2.d. Rondvraag Lid STEVENS vraagt naar mogelijkheden tot nadeelcompensatie voor voetbalclub DWS na jaren van overlast bij verhuizing. Wethouder MBARKI geeft aan dat de gemeente reeds fors heeft geïnvesteerd in renovatie van het clubgebouw en coulant is omgegaan met huurachterstanden. Hij benadrukt dat hiermee in belangrijke mate tegemoet is gekomen aan de geleden nadelen. Lid YEMANE stelt vragen naar aanleiding van een technische sessie over onderwijs voor ongedocumenteerden, onder meer over VOG-vervanging, voorbereiding op mogelijke strafbaarstelling van illegaal verblijf en contractonderwijs.
Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat deze punten worden meegenomen in de voortgangsrapportage en dat de uitwerking mede afhankelijk is van landelijke wetgeving. Lid IJMKER uit bezorgdheid over de terugkeer van Shell in de Amsterdam Economic Board. Ze vraagt wie het besluit heeft genomen en hoe dit verenigbaar is met de doelstelling van een gezonde en groene metropool. Ze benadrukt dat bedrijven als Shell en Tata in gesprek voeren versus meebeslissen over de koers. Wethouder MBARKI legt uit dat de gemeente Amsterdam als partner deelneemt in de board, maar niet direct bepaalt wie lid wordt. De toetreding van bedrijven gebeurt op basis van een gedragscode en goedkeuring door bestaande boardleden. Shell en Tata zijn belangrijke spelers in de energietransitie en regionale economische context, waardoor hun aanwezigheid wordt gemotiveerd vanuit transitieperspectief en samenwerking.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
Lid KROM verduidelijkt dat de vraag niet alleen over gesprekken gaat, maar over daadwerkelijke deelname aan de besluitvorming in de board. Wethouder MBARKI reageert dat deelname aan de board gebeurt wanneer een partij wordt aangemeld en door andere leden wordt goedgekeurd, waarbij ook de regio Amsterdam een stem heeft. Het doel is om partijen met significante invloed op de energietransitie actief bij de gesprekken en besluitvorming te betrekken. Lid ABOELKASEM stelt vragen over een braderie op Plein ’40-’45 en de deelname van buitenlandse ondernemers. Wethouder MBARKI geeft aan dat een bezwaarprocedure loopt en dat een nieuwe vergunning pas wordt overwogen na afronding daarvan. Hij erkent het belang van bescherming van de lokale economie en wijst op de noodzaak van zorgvuldige afweging. Lid BELKASMI vraagt aandacht voor het verminderen van sportactiviteiten voor ouderen. Wethouder MBARKI stelt dat er geen sprake is van minder middelen in de sociale basis, maar dat lokale keuzes zijn gemaakt. Hij zegt toe het signaal mee te geven aan de stadsdelen. Lid STAARTJES vraagt naar maatregelen om AI-talent in Amsterdam te behouden. Wethouder MBARKI wijst op investeringen in ecosystemen zoals Norrsken, samenwerking met investeringsmaatschappijen en de noodzaak van landelijke ondersteuning.
Hij benadrukt dat Amsterdam over sterke uitgangsposities beschikt, maar dat internationale concurrentie toeneemt. De VOORZITTER sluit daarop de rondvraag en constateert dat de commissie aan het einde van dit onderdeel van de vergadering is gekomen. Bespreekpunten Sport en Bewegen 3. Bespreken van het advies kinderraad 2025-2026 omtrent het thema ‘Veilig en leuk buitenspelen’ (VN2026-001064) De VOORZITTER licht toe dat het advies van de Kinderraad over veilig en leuk buitenspelen wordt besproken. Namens de Kinderraad zijn Adam, Naoufal, Charlotte, Franka en Mia aanwezig. Ook de Kinderombudsman, mevrouw Tuzgöl – Broekhoven, is aanwezig. De VOORZITTER geeft eerst het woord aan de Kinderombudsman voor een toelichting, vervolgens aan de Kinderraad, waarna commissieleden vragen kunnen stellen en het debat wordt gevoerd. Mevrouw TUZGÖL-BROEKHOVEN spreekt haar waardering uit voor het advies en noemt het waardevol, zeker in een drukke stad als Amsterdam waar veilig en vrij buitenspelen niet vanzelfsprekend is. Zij prijst de directie Sport en Bos voor het actief
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
vragen om advies van de Kinderraad en ziet daarin een erkenning van kinderparticipatie. Het eerste advies, over samen en eerlijk buitenspelen, onderstreept volgens haar terecht dat onveiligheid en oneerlijk spel kinderen weerhoudt om mee te doen. Zij benadrukt het belang van erkenning van dit probleem en het gesprek met kinderen over wie een rol kan spelen in het waarborgen van veiligheid. Daarmee raakt zij ook aan het tweede advies over het structureel betrekken van kinderen bij het ontwerpen van speelplekken en bij afspraken over veilig samen spelen. Zij wijst op het Kinderrechtenverdrag en het recht van kinderen om gehoord te worden. Volgens haar moet participatie geen symbolische handeling zijn, maar een wezenlijk onderdeel van besluitvorming. Zij benadrukt het belang van terugkoppeling aan kinderen over wat met hun input gebeurt. Het derde advies, het positief promoten van buitenspelen, noemt zij noodzakelijk voor de sociale, emotionele en fysieke ontwikkeling van kinderen. Zij stelt dat kinderrechten het vertrekpunt moeten zijn van beleid en niet een bijzaak. Namens de Kinderraad lichten de leden hun werkwijze en adviezen toe. Zij geven aan dat zij vijf vergaderingen aan het onderwerp hebben besteed. De Kinderraad constateert dat buitenspelen niet voor ieder kind vanzelfsprekend of veilig is.
Speelplekken voelen soms onveilig door druk verkeer, hangjongeren, rokers of slechte verlichting. Ook vinden kinderen het lastig elkaar aan te spreken op gedrag. Daarnaast ervaren zij dat kinderen vaak niet op een duidelijke manier worden gevraagd mee te denken over speelplekken. De Kinderraad roept de gemeente op buitenspelen weer uitdagend, eerlijk en normaal te maken voor alle kinderen. Het eerste advies is om samen met kinderen duidelijke afspraken te maken over gedrag op speelplekken, zichtbaar te maken via borden en aandacht te besteden aan deze afspraken op scholen en via activiteiten in de stad. Ook pleit de Kinderraad voor meer begeleiding op speelplekken, zodat oneerlijk of onveilig spel kan worden bijgestuurd. Het tweede advies is om kinderen via bijvoorbeeld loting eerlijk te betrekken bij het ontwerp van speelplekken en hen zichtbaar erkenning te geven, bijvoorbeeld met een bord waarop staat dat de speeltuin samen met kinderen uit de buurt is ontworpen. Het derde advies is om buitenspelen positief te promoten via campagnes met vrolijke posters, filmpjes en bekende Amsterdammers, en om een jaarlijkse speeldag of speelroute in de stad te organiseren. De VOORZITTER spreekt een groot compliment uit aan de Kinderraad. Lid ASLAMI vraagt hoe de Kinderraad de reactie van de wethouder op hun advies beoordeelt.
De Kinderraad geeft aan dat het oorspronkelijke idee over straatcoaches is aangepast naar inzet van sport- en buurtcoaches, conform de reactie van de wethouder. Lid KABAMBA vraagt welke ideeën de Kinderraad heeft voor kinderen die geen speeltuin in de buurt hebben. Franca stelt voor om een veilige speelroute door de stad te creëren die parken en speeltuinen verbindt zonder gevaarlijk verkeer. Lid YEMANE spreekt haar waardering uit en vraagt welke influencers geschikt zijn voor een campagne. Adam noemt onder meer Roxy Dekker en Flemming als mogelijke voorbeelden. Lid BELKASMI vraagt nadere toelichting op het punt dat niet alle kinderen zich welkom voelen op speelplekken. De Kinderraad geeft aan dat aanwezigheid van dronken volwassenen of hangjongeren ervoor zorgt dat kinderen zich onveilig voelen. Lid NOORDMAN uit twijfel of het ophangen van borden voldoende bijdraagt aan
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
veiligheid en vraagt of de Kinderraad tevreden is met de reactie van de wethouder. Naoufal geeft aan dat borden soms helpen en dat de Kinderraad blij is met de reactie van de wethouder. Lid BROERSEN vraagt wat de Kinderraad zelf de leukste speeltoestellen vindt. Charlotte noemt voetbalveldjes en uitdagende klimrekken. Zij geeft aan dat speelplekken uitdagend moeten zijn en wijst erop dat op haar schoolplein niet meer gevoetbald mag worden na een incident. Lid STEVENS vraagt naar de netheid van speeltuinen. Mia en Franca geven aan dat meer prullenbakken en een schonere omgeving wenselijk zijn, maar dat alleen schoonmaken overlast niet volledig voorkomt. Lid ABOELKASEM vraagt naar inclusiviteit voor kinderen met een beperking. Naoufal, die zelf slechtziend is, geeft aan dat veel speelplekken niet toegankelijk zijn voor kinderen in een rolstoel en dat obstakels een probleem vormen. De VOORZITTER opent na afronding van de vragen het debat. Lid BELKASMI spreekt opnieuw waardering uit en vraagt naar de stand van zaken van eerdere initiatieven over gegamificeerde speelplekken, verlichte sportvelden en watertappunten, en hoe kinderen daarbij worden betrokken. Lid NOORDMAN stelt dat veiligheid eerst moet worden gewaarborgd voordat campagnes worden opgetuigd en uit kritiek op het niet inzetten van straatcoaches.
Er ontstaat discussie over de interpretatie van de adviezen en de rol van volwassenen in het debat. De VOORZITTER benadrukt dat het advies van de Kinderraad centraal staat. Lid ABOELKASEM vraagt of bij nieuwe speelplekken structureel aandacht wordt besteed aan toegankelijkheid en prikkelvriendelijkheid en of ouders en kinderen met ervaring daarmee worden betrokken. Lid KABAMBA vraagt welke aanbevelingen in 2026 worden uitgevoerd, hoe speelplekken in kwetsbare wijken worden beschermd en hoe terugkoppeling aan kinderen plaatsvindt. Lid ASLAMI vraagt of de Kinderraad zelf een rol kan krijgen in het promoten van buitenspelen. Lid BROERSEN vraagt aandacht voor betrokkenheid van kinderen bij de keuze van influencers en voor praktische oplossingen rond privacy bij het vermelden van namen op borden. Lid STAARTJES vraagt naar de inzet van de methodiek van vreedzame buurten bij het oplossen van conflicten op speelplekken. Wethouder MBARKI bedankt de Kinderraad en geeft aan dat hij met hen in contact wil blijven en toewerkt naar een agenda buitenspelen in de volgende periode. Hij verwijst naar de Speeltuin van de Toekomst in samenwerking met Jantje Beton en naar de inclusieve speeltuin Blijdorp in Amsteldorp als voorbeeld van hoe inclusiviteit kan
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
worden gerealiseerd. Hij geeft aan dat multifunctionele en inclusieve speelplekken onderdeel worden van de verdere uitwerking. Ten aanzien van promotie en influencers zegt hij dat dit in samenspraak met kinderen wordt vormgegeven. Over toegankelijkheid stelt hij dat voorbeelden laten zien dat inclusieve inrichting mogelijk is. Op de vraag van lid Noordman antwoordt hij dat veiligheid en stimulering van buitenspelen hand in hand gaan en dat veiligheid breed wordt opgevat, zowel ruimtelijk als sociaal. De VOORZITTER constateert dat het agendapunt voldoende is besproken en bedankt de Kinderraad voor hun bijdrage. Economische Zaken 4. Intrekken van vijf biz-verordeningen onder kennisneming van inwerkingtreding van vijftien, van de in totaal twintig biz-verordeningen (VN2025-017512) De VOORZITTER constateert dat agendapunt 4 is gehamerd. 5. Vaststellen van de Kantorenstrategie Amsterdam 2026 (VN2026-000302) Lid BROERSEN complimenteert de visie en vraagt waarom gemeentelijk vastgoed ’s avonds vaak leegstaat en niet multifunctioneel wordt ingezet. Zij benadrukt de urgentie van het benutten van leegstaande kantoren in het licht van groeiende dakloosheid en vraagt waarom pilots voor juridische versoepeling pas in 2027 of 2028 worden voorzien. Lid KROM uit ongeduld over de voortgang sinds een eerdere motie en vraagt waarom concrete voorstellen zo lang op zich laten wachten.
Zij wijst op leegstandscijfers in de Metropoolregio Amsterdam en pleit voor inzet op transformatie en beperking van verdere groei van kantoorruimte. Lid SCHMIT spreekt zijn steun uit voor duurzame kantoorontwikkeling rond OVknooppunten en vraagt hoe de sector wordt betrokken bij het behoud van ecosystemen, onder meer voor AI- en techbedrijven. Lid STEVENS vraagt naar de realiteitswaarde van de stelling dat ontwikkelaars nog steeds geïnteresseerd zijn in kantoren, naar de inzet van financiële prikkels bij leegstand en naar betrokkenheid van de markt bij herprogrammering. Hij vraagt tevens naar de positie van de Schinkel als kantoorlocatie in relatie tot OV-ontsluiting. Lid IJMKER spreekt steun uit voor de focus op kwaliteit boven kwantiteit en stelt dat financiële prikkels bij leegstand serieus overwogen moeten worden gezien de woningnood. Wethouder MBARKI erkent het ongeduld, maar wijst erop dat Amsterdam minder leegstand kent dan de regio en dat A-locaties rond OV-knooppunten in trek blijven. Hij benadrukt het belang van een complete stad met werkfuncties, wonen en voorzieningen. Transformatie van laaghangend fruit is volgens hem reeds gerealiseerd, terwijl resterende panden complexer zijn qua techniek en financiering. Juridische versoepeling vraagt zorgvuldigheid vanwege precedentwerking en participatieprocedures, maar hij zegt toe
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
versnelling te betrachten indien mogelijk. Financiële prikkels worden in eerste instantie samen met de markt verkend. Gemeentelijk vastgoed valt eveneens binnen het onderzoek naar multifunctioneel gebruik, waarbij praktische beperkingen zoals toegankelijkheid en veiligheid een rol spelen. De VOORZITTER concludeert dat het agendapunt voldoende is besproken en dat het kort in de raad zal worden behandeld. 6. Bespreken van de reactie op motie 275.24 van 26 juni 2024 van raadslid Schmit (D66) over Brede welvaart (VN2026-001004) Lid IJMKER geeft aan dat het punt tweemaal is doorgeschoven en vraagt wat concreet met de rapportage wordt gedaan. In de brief leest zij dat brede welvaart als uitgangspunt wordt genomen bij nieuw beleid, maar zij mist een nadere uitwerking van hoe dit gebeurt en welke rol de raad daarbij heeft. Daarnaast uit zij kritiek op de passage dat economische groei niet gepaard gaat met meer materiaalverbruik omdat groei vooral in sectoren met laag materiaalverbruik, zoals ICT, plaatsvindt. Zij stelt dat dit geen juiste voorstelling van zaken is, onder meer gezien de milieu-impact van de ICT-sector en de groei van AI, en vraagt om reflectie. Lid SCHMIT spreekt juist waardering uit voor de bredewelvaartsaanpak en noemt het niet alleen een meetinstrument maar ook een kompas.
Hij vraagt of ambtelijke stukken voor een volgende coalitie niet standaard vanuit een bredewelvaartsperspectief kunnen worden voorbereid, zodat een nieuwe coalitie hierover kan beschikken. Wethouder MBARKI geeft aan dat de aanpak zich nog in een ontwikkelingsfase bevindt en dat de rapportage pas acht maanden in gebruik is. Hij erkent dat de passage over materiaalgebruik niet volledig overtuigend is. Hij benadrukt dat zowel de rapportage als de bredewelvaartsscan instrumenten zijn om de gemeentelijke organisatie meer vanuit dit perspectief te laten werken. Tegelijkertijd stelt hij dat de organisatie nog niet zover is dat alle beleidsstukken vanuit dit perspectief worden aangeleverd. Hij begrijpt de wens van lid Schmit, maar acht het aan een volgende raad en coalitie om dit verder te verankeren. Het instrumentarium ligt inmiddels klaar om direct te gebruiken. Lid IJMKER merkt op dat zij onderscheid maakt tussen de jaarlijkse rapportage en de bredewelvaartsscan. Wethouder MBARKI benadrukt dat beide instrumenten hetzelfde doel dienen: het versterken van beleid vanuit een bredewelvaartsperspectief. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken. 7.
Bespreken van de raadsinformatiebrief Sociale Economie en de daarin benoemde vraagstukken (VN2026-001001) Lid IJMKER spreekt haar waardering uit voor de brief en ziet deze als een sluitstuk van vier jaar debat en als startpunt voor een sociale, democratische en duurzame economie. Zij stelt dat maatschappelijke meerwaarde centraal moet staan en noemt voorbeelden zoals voedselgemeenschappen, wooncoöperaties en alternatieve
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
bedrijfsmodellen. Zij mist in de brief een duidelijke koppeling met circulaire economie en vraagt of deze portefeuille betrokken is geweest bij de opstelling. Lid SCHMIT waardeert het overzicht en benadrukt dat ook grote impactondernemers en maatschappelijk verantwoord opererende bedrijven bijdragen aan een duurzame en sociale economie. Hij vraagt aandacht voor een gelijk speelveld tussen verschillende vormen van sociaal ondernemen, bijvoorbeeld tussen sociale ondernemers en organisaties als Pantar. Hij pleit voor erkenning van impactondernemers via een label, vraagt naar de start van het Social Impact Fonds en plaatst kanttekeningen bij een te eenzijdige nadruk op lokale circulatie en het verschuiven van macht van markt naar overheid. Lid KROM sluit zich aan bij de positieve waardering en vraagt specifiek aandacht voor voedselinitiatieven zoals NoordOogst, Het Groene Veld, De Ceuvel en De Moestuinschool, die onder druk staan door ruimtelijke ontwikkelingen. Zij vraagt wat nodig is om deze initiatieven te bestendigen. Daarnaast vraagt zij hoe plannen voor aanpassing van inkoop zich verhouden tot lopende aanbestedingen en waarom instrumenten zoals true pricing nog niet consequent worden toegepast. Ook vraagt zij hoe mkb’ers die bijdragen aan de waarden van de stad beter kunnen worden behouden.
Lid STAARTJES stelt dat de focus volgens hem te veel verschuift naar herverdeling van subsidiegelden en pleit voor vertrouwen in de reguliere economie. Hij vraagt in hoeverre de markt ruimte krijgt en waarschuwt voor te veel overheidssturing. Lid STEVENS ziet sociale economie als aanvulling op de markt en vraagt om meer inzicht in kosten en baten. Hij wijst op het aantal betrokken gemeentelijke onderdelen en vraagt naar concrete resultaten in verhouding tot de inzet. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat het debat raakt aan fundamentele vragen over de rol van markt en overheid. Hij stelt dat in het samenspel van markt, overheid en samenleving soms correctie op de markt nodig is wanneer maatschappelijke waarde onvoldoende wordt geborgd. Hij benadrukt dat het programma niet is gericht op afschaffing van het kapitalisme, maar op het versterken van maatschappelijke impact. De brief is volgens hem een startpunt voor een transitie waarin bestaande gemeentelijke inzet beter wordt verbonden. Hij erkent dat impactmeting en monitoring verdere ontwikkeling vragen en staat open voor verkenning van nieuwe meetmethoden. Ten aanzien van voedselinitiatieven zegt hij toe deze in de verdere doorontwikkeling te betrekken, binnen de grenzen van beschikbare middelen.
Wethouder MBARKI vult aan dat in het schema in de brief wordt benadrukt dat ook reguliere bedrijven impact willen maken en dat tegenstellingen niet tegenover elkaar moeten worden gezet. Het Social Impact Fonds is gestart, de directeur begint in oktober en een expertpanel uit Zuidoost, Noord en West denkt mee over eerste financieringscasussen. Daarnaast wordt gewerkt aan een Amsterdams zegel voor lokale ondernemingen, waarbij aansluiting wordt gezocht bij bestaande erkenningen. De VOORZITTER constateert dat het agendapunt voldoende is besproken en agendeert het voor korte behandeling in de raad. Onderwijs
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
8. Bespreken van de reactie op motie 025 d.d. 25-01-2025 van de leden Bouali en Bentoumya inzake Liefde voor Lezen (VN2026-001000) Lid BENTOUMYA noemt het initiatief belangrijk en waardevol voor mbostudenten, omdat lezen vaardigheden oplevert waar studenten hun leven lang baat bij hebben. Zij merkt op dat het project inmiddels bij tien opleidingen wordt uitgevoerd en vraagt of verdere uitbreiding mogelijk is, eventueel in samenwerking met de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Zij vraagt naar het ambitieniveau van de wethouder en wat binnen bestaande budgetten mogelijk is. Lid BELKASMI vraagt wat nodig is om het initiatief structureel te maken en of de wethouder bereid is zich daarvoor in te zetten. Wethouder MBARKI geeft aan dat het project is gestart met vijf pilots en inmiddels is uitgebreid naar tien opleidingen binnen bestaande middelen. Verdere uitbreiding vraagt om extra middelen. Voor structurele borging geldt volgens hem hetzelfde: dit vraagt om structurele financiering in een volgende bestuursperiode. Hij roept de raad op het onderwerp op de agenda te houden. De VOORZITTER constateert dat het agendapunt voldoende is besproken. Jongerenwerk 9. Bespreken van de raadsinformatiebrief Veerkrachtige Democratie (VN2026001003) De VOORZITTER licht toe dat agendapunt 9 op verzoek van lid Kabamba naar voren is gehaald.
Lid KABAMBA geeft aan dat het onderwerp verder reikt dan een jongerenstuk en raakt aan een existentiële vraag: doet mijn stem er nog toe? Zij wijst op polarisatie, wantrouwen en het afhaken van jongeren uit de democratie. Hoewel er 6 miljoen euro extra wordt geïnvesteerd in jongerenwerk, vraagt zij of dit ook bijdraagt aan herstel van vertrouwen. Volgens haar is een stad pas veilig als jongeren zich eigenaar voelen van hun toekomst. De kernvraag is hoe Youth Organizing niet slechts een project wordt, maar leidt tot daadwerkelijke invloed op beleid. Zij vraagt op welke beleidsdossiers jongeren in 2026 daadwerkelijk meebeslissen of richtinggevend zijn, hoe dat zichtbaar wordt in een terugkoppeling aan de raad, hoe het vertrouwen van jongeren in de democratie wordt gemeten en welke indicatoren daarvoor worden gebruikt. Tot slot vraagt zij hoe de aanpak structureel onderdeel wordt van gemeentelijke besluitvorming en niet beperkt blijft tot projecten tot 2028. Lid BELKASMI stelt dat een mate van tegenstelling bij een democratie hoort en niet per definitie problematisch is. Het wordt volgens hem zorgelijk wanneer verschillen zo extreem worden dat het gesprek verdwijnt en mensen zich terugtrekken in hun eigen bubbel. Hij benadrukt dat het gesprek voeren en actief zoeken naar verbinding essentieel is om extreme polarisatie tegen te gaan.
Hij spreekt steun uit voor de inzet op een veerkrachtige democratie en stelt daarnaast vragen over specialistisch jongerenwerk. Hij vraagt hoe overlap tussen verschillende aanpakken, zoals jeugdzorg, straathoekwerk en
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
eerdere trajecten zoals doorgroeiers, wordt voorkomen en of doelgroepen niet in elkaars vaarwater terechtkomen. Lid ABOELKASEM wijst op de constatering in de stukken dat te veel jongeren discriminatie ervaren en dat wantrouwen richting overheid en instituties groeit. Zij noemt dit een democratisch alarmsignaal, omdat legitimiteit verloren gaat wanneer jongeren het gevoel hebben dat regels niet gelijk gelden en hun stem niets verandert. Zij vraagt of het college de acties tot en met 2028, waaronder Youth Organizing en online weerbaarheid, evalueert met meetbare doelen en wanneer de eerste rapportages kunnen worden verwacht. Wethouder MBARKI onderschrijft dat jongeren zich veilig en vrij moeten voelen om hun mening te uiten en dat de democratie verschillende opvattingen moet kunnen dragen. Hij geeft aan dat uit gesprekken met jongeren blijkt dat dit gevoel van vanzelfsprekendheid is afgenomen. Dat vormt voor hem de aanleiding om samen met het jongerenwerk te bezien hoe de stem van Amsterdamse jongeren beter kan worden gefaciliteerd. Dit heeft geresulteerd in extra middelen en acties, waaronder Youth Organizing. Hij benadrukt dat jongeren zelf deze activiteiten uitvoeren en organiseren, zodat zij zelf bepalen welke thema’s zij belangrijk vinden en hoe zij het gesprek aangaan.
Ten aanzien van de meting geeft de wethouder aan dat activiteiten binnen Youth Organizing worden gevolgd via overzichten van ontplooide activiteiten. Daarnaast wordt het bredere doel, het vertrouwen in de democratie, gemeten via Onderzoek en Statistiek. Hij stelt dat inspanningen in het sociaal domein uiteindelijk bijdragen aan hogere doelen en dat vertrouwen in de democratie via bestaande meetinstrumenten wordt gemonitord. Over het specialistisch jongerenwerk geeft hij aan dat juist meer duidelijkheid nodig is over rollen en verantwoordelijkheden, omdat verwachtingen soms uiteenlopen. Het specialistisch jongerenwerk moet bijdragen aan scherpere afbakening richting partners in het veld en binnen de eigen organisaties, zodat minder overlap ontstaat tussen preventieve en meer curatieve trajecten. De VOORZITTER vraagt of het agendapunt voldoende is besproken. De commissie acht verdere behandeling in de raad niet nodig en constateert dat het onderwerp voldoende is besproken.
Sport en Bewegen 10. Bespreken van de reactie op motie Toekennen van een toegankelijk sporten keurmerk: voortgang, lopende en nieuwe initiatieven (VN2026-001002) Democratisering (inclusief Bestuurlijk stelsel) 11. Bespreken van de raadsinformatiebrief eerste evaluatie Participatieverordening en afdoen aantal toezeggingen (VN2026-001005) Lid KROM begint met het bedanken van de betrokken ambtenaren voor het vele werk dat is verzet en benadrukt dat het fijn was dat raadsleden bij de evaluatie werden betrokken. Zij merkt echter op dat het vertrouwen in de politiek afneemt en dat burgers het gevoel hebben dat er niet naar hen wordt geluisterd. In dat licht bespreekt zij drie punten.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
Ten eerste de participatieparagraaf, die bedoeld is om ambtenaren te laten nadenken over de gewenste vorm van participatie. Volgens haar blijkt uit de stukken dat deze paragraaf nog onvoldoende effect sorteert, ondanks zes jaar discussie en een Rekenkamerrapport. Hij vraagt zich af waarom dit zo is en welke stappen het college concreet neemt om dit te verbeteren. Ten tweede gaat zij in op de ondervertegenwoordiging van bepaalde groepen bij participatiebijeenkomsten, zoals mensen met een praktische opleiding en migratieachtergrond. Hoewel er nu inzicht is in deze ondervertegenwoordiging, ontbreekt volgens hem een duidelijke strategie om dit te verhelpen. Tot slot bespreekt ze de scores van bewoners over het participatieproces en de inhoud. Zij stelt dat deze scores laten zien dat de gemeente achterblijft en dat bewoners zich niet serieus genomen voelen. Krom vraagt hoe het college deze punten gaat aanpakken en hoe men omgaat met situaties waarin participatie beperkt invloed biedt. Lid KEESMAN merkt op dat het ter kennisname agenderen van het stuk bijzonder was, maar benadrukt dat de raad zo vroeg mogelijk bij participatie moet worden betrokken, zodat er nog iets kan worden aangepast. Hij geeft aan dat een handreiking voor de nieuwe gemeenteraad over de rol van de raad bij participatie een goed idee is.
Hij stelt ook kritische vragen over het voorgestelde instrument “procesinterventie” en het dynamische handboek Buurtplatformen, en benadrukt dat een beleidskader buurtplatformrecht nog steeds cruciaal is. Lid BROERSEN sluit zich aan bij lid Krom en benadrukt de noodzaak om ondervertegenwoordigde groepen beter te bereiken. Zij wijst erop dat projectteams soms prioriteit geven aan de luidste stemmen in plaats van de perspectieven van moeilijk bereikbare groepen, wat volgens haar een cultuurverandering binnen de ambtelijke organisatie vereist. Ze vraagt hoe het college deze bredere uitdagingen aanpakt en hoe buurtplatformen kunnen worden ingezet om deze doelgroepen te bereiken. Lid SCHMIT legt de nadruk op vertrouwen in participatie, dat volgens hem begint wanneer mensen die willen meedoen, ook daadwerkelijk kunnen participeren en hun inbreng wordt teruggekoppeld. Hij wijst op de ondervertegenwoordiging van jongeren, mensen met praktische opleidingen, mensen met een migratieachtergrond en internationals, en vraagt hoe het college hierop reflecteert en welke maatregelen nog nodig zijn. Hij benadrukt dat terugkoppeling en waardering van participatie integraal onderdeel moeten zijn van het monitoren van de participatie. Lid STAARTJES noemt de participatieverordening een belangrijke stap in structuur en transparantie.
Hij benadrukt echter dat tevredenheid geen garantie is, ook al laat de evaluatie neutrale cijfers zien. Hij gaat in op de zware belasting van ambtenaren en bewoners bij participatietrajecten, de rol van buurtrechten en het gebruik van instrumenten zoals biedingsrecht en right to challenge. Hij merkt op dat de “usual suspects” in participatie minder vertegenwoordigd zijn dan vaak wordt aangenomen, en corrigeert een leesfout in de bijbehorende tabel. Lid YEMANE sluit zich aan bij de eerdere sprekers en benadrukt het verband tussen participatie, het bereiken van ondervertegenwoordigde groepen en vertrouwen in de overheid. Wethouder GROOT WASSINK onderschrijft de zorgen en constateert dat de verordening standaardisatie en transparantie heeft gebracht, maar geen garantie biedt dat
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 11 februari 2026
alles automatisch goed verloopt. Hij benadrukt dat participatie geen doel op zich moet zijn en dat er inherent spanningen bestaan tussen verschillende participatie-instrumenten en bestuurslagen. Hij erkent dat ondervertegenwoordigde groepen, zoals internationals, beter bereikt moeten worden en ziet buurtplatformen als belangrijke schakels in dit proces. Hij gaat in op de participatieparagraaf en geeft aan dat de vorm van participatie in collegevoordrachten beperkt is en dat toekomstige evaluaties breder kijken naar participatie bij stadsdelen en stafstukken. Over procesinterventies stelt hij dat deze zinvol kunnen zijn om processen die dreigen te ontsporen bij te sturen, maar dat ze selectief moeten worden ingezet. Hij benadrukt het belang van navolgbaarheid en terugkoppeling voor vertrouwen in participatie. Over de rol van buurtplatformen stelt de wethouder dat het dynamische handboek hun praktische behoeften regelt, terwijl een beleidskader formele randvoorwaarden biedt. Hij erkent dat er verschillen bestaan tussen platformen in middelen en ruimte en dat de verordening een kader biedt dat kan worden aangepast door een nieuw college. De wethouder gaat vervolgens in op de opmerkingen over insprekers, waarbij hij stelt dat inspreken altijd een gefilterd geluid oplevert en niet de volledige breedte van de samenleving weerspiegelt.
Hij benadrukt dat participatie door inwoners en ambtenaren samen een continu proces is en dat het instrumentarium van de verordening helpt om participatie beter te structureren en navolgbaar te maken. Lid KEESMAN vraagt naar de mate waarin het dynamische handboek tegemoetkomt aan de diversiteit en behoeften van buurtplatformen. De wethouder licht toe dat het handboek praktische samenwerking en randvoorwaarden regelt, terwijl formele verordeningen en nieuwe collegebesluiten de beleidsregels en financiële middelen bepalen. Over het bereiken van ondervertegenwoordigde groepen benadrukt de wethouder dat dit een blijvend aandachtspunt is en dat informele netwerken, waaronder buurtplatformen, hierbij cruciaal zijn. Hij erkent dat er zowel aan ambtelijke als aan culturele zijde nog stappen gezet moeten worden om participatie inclusiever te maken. Sluiting De VOORZITTER bedankt de commissieleden, fractievertegenwoordigers en in het bijzonder de commissiegriffier voor hun inzet, betrokkenheid en professionaliteit. Lid Yemane sluit zich hierbij aan en prijst de voorzitter voor zijn humor en leiderschap tijdens de vergaderingen. De VOORZITTER bedankt iedereen voor zijn inbreng en sluit de vergadering.
15