2026.02.05 Conceptverslag commissie MOW
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Groen
MOW
Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
CONCEPT Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Donderdag 5 februari 13.30 tot 17.00 uur Woensdag 15 april 2026 (TAR) Voorzitter: Kacha (afwezig), plv. voorzitters Moeskops, Van Munster Portefeuillehouders: wethouders Van der Horst, Scholtes Commissiegriffier: Brouwer, Van Klooster Verslaglegging: Dogan (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Alberts (SP), Bakker (PvdA), Havelaar (CDA), IJmker (GL), Van Jager (D66), Kabamba (Partij voor Morgen), Koyuncu (DENK), Moeskops (D66), Van Munster (GroenLinks), Noordman (Forum voor Democratie), Noordzij (PvdA), Veenhoff (GroenLinks), Veldhuyzen (De Vonk), Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden: Ahmadi (De Vonk), Asruf (PvdA), Aboelkasem (DENK), Ahmadi (De Vonk), Badal (CDA), Broersen (Volt), Garmy (Volt), Von Gerhardt (VVD), Haijen (SP), Hofland (D66), Hylkema (VVD), Ihammanen (DENK), Koppejan (CDA), Kreuger (JA21), Krom (PvdA), Molema (JA21), Namane (PvdA), Van Pijpen (GroenLinks), Staartjes (VVD), Stevens (CDA), Van Schijndel (Forum voor Democratie), Talisyurt (D66), De Vos (Partij voor de Dieren), Afwezige portefeuillehouders: Overige aanwezigen: Belkasmi (PvdA) Algemeen 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 13.30 uur en heet iedereen welkom. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER licht toe dat de vaste voorzitter verhinderd is.
Zij bedankt de eerdere voorzitters Kacha en Namane voor hun inzet in de afgelopen jaren. Daarnaast introduceert zij de heer Brouwer als nieuwe commissiegriffier. De leden Van Pijpen, Kreugen en Asruf hebben zich wegens ziekte afgemeld. De VOORZITTER geeft aan dat dit de laatste commissie MOW is. Bespreekpunten die nog naar de raad moeten, worden automatisch geagendeerd voor de raadsvergadering van 18 en 19 februari. Wethouder SCHOLTES doet een mededeling ter afdoening van een toezegging aan lid Havelaar over feestverlichting op vaartuigen. Hij geeft aan dat feestverlichting is toegestaan op pleziervaart en beroepsvaart, mits het zicht niet wordt belemmerd, geen verwarring ontstaat met navigatieverlichting en het navigatiebeeld niet wordt verstoord. Handhaving gebeurt situationeel, bij herhaling volgt een proces-verbaal. Wethouder VAN DER HORST komt terug op een toezegging aan lid Moeskops over de Arriva-nachttrein en een mogelijke tussenstop in Weesp. De wethouder geeft aan dat dit technisch mogelijk is, maar dat kosten, baten en onzekerheid over voortzetting na 2026 een knelpunt vormen. Daarnaast meldt de wethouder dat bewoners van de Brouwersgracht per mail zijn geïnformeerd over de gekozen methode voor kaderherstel.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER licht toe dat de volgorde van de agenda wordt aangepast, waarbij agendapunt 9 na punt 13 wordt behandeld. Voor agendapunt 6 (derde wijzigingsverordening parkeerverordening Amsterdam 2025) zijn geen aanmeldingen. De commissie stemt in met afdoening als hamerstuk. De agenda wordt conform vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare en besloten vergadering Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water d.d. 8 januari 2026 Het verslag wordt zonder wijzigingen vastgesteld. 1.e. Actielijsten en langetermijnagenda's, per portefeuille Er zijn geen vragen vanuit de commissie over de actielijsten of de langetermijnagenda's. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft het volgende verzoek ontvangen voor agendering in de volgende commissie. TKN-13 op verzoek van leden Van Munster (GroenLinks) en De Jager (D66). 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering. 2.b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mede dat zich vier insprekers hebben aangemeld. Onk MAAS spreekt in over drie aan elkaar gerelateerde problemen: zijn eigen fiets, de buurtfietsenstalling aan de Nieuwe Keizersgracht en het gemeentelijk beleid rond fietsenstallingen, met name buurtstallingen.
Hij geeft aan dat hij ongeveer zes maanden geleden een elektrische fiets heeft gekocht, die hij nu helaas moet verkopen omdat de veilige fietsenstalling waar hij zijn fiets kon stallen dreigt te verdwijnen. Volgens inspreker zijn er vele andere bewoners die met hetzelfde probleem kampen. Hij benadrukt dat dit een ernstig probleem is in een stad die bekend staat als fietsstad, met ongeveer vijftigduizend fietsdiefstallen per jaar. Hij legt uit dat de stalling oorspronkelijk 45 jaar geleden is gekraakt door buurtbewoners en vervolgens is geëxploiteerd door een beheerder die nu met pensioen wil. De nieuwe eigenaar, Lieven de Stad, wil de huur verhogen van duizend naar drieduizend euro, waardoor exploitatie als stalling niet langer
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
rendabel is. Inspreker ziet mogelijkheden voor een gemengde bestemming, maar de eigenaar wil niet overleggen en eist dat de ruimte per 1 februari leeg wordt opgeleverd. De inspreker meldt dat de stalling inmiddels deels wordt gebruikt door een fietsenmaker en dat de publiciteit is gezocht om aandacht te vragen voor de situatie. Hij geeft aan dat er veel sympathie is voor deze acties en dat de officier van justitie aanvankelijk een ontruiming had bevolen, maar dat dit uiteindelijk niet gebeurde wegens gebrek aan rechtsgrond. De inspreker vraagt zich af of er gemeentelijk beleid bestaat voor buurtfietsenstallingen, omdat hij hierover niets heeft kunnen vinden, en wijst erop dat in de afgelopen jaren al 25 van deze voorzieningen zijn verdwenen. Hij roept de commissie op om snel actie te ondernemen en nodigt de commissie uit voor een bezoek aan de stalling, komende zaterdag om 11 uur, onder het genot van een kop koffie. Lid VELDHUYZEN meldt dat hij de locatie al heeft bezocht en vraagt op welke manier de gemeente of het college kan bijdragen aan een veilige stalling voor bewoners. INSPREKER antwoordt dat het lastig is omdat de eigenaar hoge inkomsten wil behouden, ondanks jaren van verwaarlozing van de stalling. Mogelijk kan de gemeente iets doen met de grondprijs of erfpacht.
Daarnaast ziet inspreker een rol voor de overheid om druk uit te oefenen op de eigenaar om alsnog tot overleg en een gezamenlijke oplossing te komen, omdat de eigenaar tot nu toe weigert mee te werken. E.A. WILLEMS-LANTINGA, namens de bewonersgroep Eerste Rak Brouwersgracht, spreekt in over het raadsadres inzake het behoud van bomen aan de Brouwersgracht en Lelygracht. Inspreker benadrukt dat de bomen gezond zijn en dat de gemeente inspanningen levert voor aanplant, maar dat recent toch bomen zijn gekapt, waardoor bewoners direct hinder ervaren. Zo valt zonlicht pal op gevels waar eerder schaduw door bomen was. Inspreker roept op om de herplant van zo groot mogelijke bomen zo snel mogelijk te realiseren. Mocht dit niet volledig mogelijk zijn, dan vraagt inspreker aandacht voor aanvullende maatregelen zoals zonwering of subsidieregelingen. Inspreker geeft aan dat het probleem zich niet beperkt tot dit deel van de gracht en dat herplant en bescherming van bomen breder moeten worden bekeken. Frans ICKE spreekt in over TKN-punt 13, de raadsinformatiebrief over buitenreclame. Inspreker stelt dat de brief verder gaat dan louter ter kennisname en feitelijk een voorschot neemt op toekomstig beleid. Volgens inspreker wordt hiermee een toename van buitenreclame gerechtvaardigd en gepresenteerd als enige manier om excessen te voorkomen.
Er wordt een verdienmodel voorgesteld dat ten koste zou gaan van groenvoorzieningen. Inspreker noemt dit onjuist, omdat geld ook op andere manieren kan worden gegenereerd. Inspreker verwijst naar eerdere moties, zoals het uitfaseren van MUPI’s en stelt dat de brief beleidsmatige implicaties heeft voor de komende raad, zonder dat de huidige raad daarover kan beslissen. Inspreker verzoekt de commissie het stuk niet te accepteren, afkeuring uit te spreken of de wethouder te vragen de brief in te trekken. De VOORZITTER licht toe dat het om een TKN-punt gaat. Lid VELDHUYZEN vraagt wat volgens de inspreker het kernprobleem is en waarom de raad het stuk zou moeten verwerpen. Inspreker antwoordt dat het probleem is dat de brief beleidsmatige gevolgen heeft voor de volgende raad en afwijkt van het bestaande beleid door reclamemakers meer vrijheid te geven. Lid DE JAGER merkt op dat het stuk is geagendeerd voor bespreking door de volgende raad na de verkiezingen, waardoor zorgen van de inspreker formeel door die raad zullen worden behandeld. INSPREKER benadrukt dat de huidige raad nog actie kan ondernemen door
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
afstand te nemen van het stuk, afkeuring uit te spreken of de brief te laten intrekken. De VOORZITTER bevestigt dat het stuk na de verkiezingen zal worden besproken en vraagt of er nog vragen zijn vanuit de commissie. Dat is niet het geval. --Paul BUSKER, namens bewoners van de Weesperstraat en Valkenburgerstraat, spreekt in over de afdoening van toezeggingen rond verkeersmaatregelen in de Weesperstraat. Hij geeft aan dat de bewoners positief zijn over concrete maatregelen zoals een maximumsnelheid van 30 km/u en versmalling van de rijbaan, die bijdragen aan rust, veiligheid en leefbaarheid. Tegelijkertijd wijst hij erop dat omliggende gebieden, zoals het Meester Visserplein en de Valkenburgerstraat, buiten beschouwing blijven. Volgens inspreker blijft doorstroming te veel leidend ten opzichte van gezondheid en leefbaarheid. Hij benadrukt dat democratie grenzen stelt aan wat de meerderheid kan opleggen wanneer fundamentele rechten zoals gezondheid en veiligheid in het geding zijn. Inspreker vraagt de raad duidelijke kaders te stellen zodat gezondheid en leefbaarheid voorrang krijgen boven doorstroming. Inspreker sluit af met een oproep aan de raad om deze koers vast te leggen in toekomstig beleid en nodigt de raad uit actief betrokken te zijn bij de uitvoering van deze kaders. 2.c. Actualiteiten Geen. 2.d.
Rondvraag De VOORZITTER meldt dat er drie aanmeldingen voor de rondvraag zijn, namelijk van de leden Belkasmi, Veenhoff en Kabamba. Ook wijst de voorzitter op de aanwezigheid van de leden Veldhuyzen en Koyuncu. het lid BELKASMI spreekt namens lid Asruf over de afsluiting van de IJtunnel op 1 en 2 november en de daarmee gepaard gaande verkeershinder. Door werkzaamheden op de Johan Verhasseltweg en het gedeeltelijk afsluiten van de A10 Noord ontstonden lange files en frustraties bij bewoners, die zelfs op sociale media werden gedeeld. Het lid stelt dat er sprake was van een misverstand en dat de afstemming tussen werkzaamheden onvoldoende was, waardoor de bereikbaarheid van Noord ernstig werd belemmerd. Het lid benadrukt het belang van een integrale planning van wegwerkzaamheden, zodat grote afsluitingen zoals die van de IJtunnel goed kunnen worden voorbereid en verkeershinder wordt geminimaliseerd. Het lid vraagt specifiek hoe de wethouder ervoor zal zorgen dat alle afsluitingen goed in beeld zijn en misverstanden worden voorkomen. Daarnaast vraagt het Lido er wordt gekeken naar het verhogen van de pont- of busfrequentie en of daar kansen liggen. Wethouder VAN DER HORST erkent de terechte zorgen over de bereikbaarheid van Noord en geeft aan dat de afsluiting van de IJtunnel een significante impact zal hebben.
De gemeente monitort de werkzaamheden intensief, houdt rekening met andere gelijktijdige werkzaamheden en neemt indien nodig extra maatregelen, zoals aanpassingen in verkeerslichten en omleidingsroutes. Daarnaast zal de gemeente in gesprek gaan met bewoners, ondernemers en omgeving om te bespreken wat nog mogelijk is en waar de behoeftes liggen. De wethouder benadrukt dat het een langdurige afsluiting betreft en dat de gemeente zich bewust is van de consequenties. Het lid BELKASMI merkt op dat in het uitvoerings- en kredietbesluit staat dat de effecten op de bereikbaarheid groter zijn dan gedacht en dat een reductie van verkeer van 20% nodig kan zijn om problemen te beperken. Ook wijst het luidop aanvullende
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
werkzaamheden bij de Transformatorweg en suggereert een mogelijke verhoging van de busfrequentie in Noordwestelijke wijken, waaronder Molenwijk, Tuindorp, Oostzaan en Oostzaanerwerf. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat de gemeente al ruime ervaring heeft met grote regionale wegwerkzaamheden en een goede communicatiestructuur heeft ontwikkeld. De wethouder staat ervoor open om de suggesties, zoals verhoogde busfrequentie, te bekijken en in gesprek te blijven met bewoners en ondernemers om negatieve effecten zoveel mogelijk te beperken. Lid VEENHOFF vraagt naar een schriftelijk ingediende inspraak over de kap van twaalf grote elzen aan de Haarlemmer Trekvaart. Het lid merkt op dat de bomen zaailingen waren en daardoor niet beschermd zouden zijn volgens de gangbare praktijk. Ook was er hierdoor geen verplichting tot storting in het boomfonds. Het li vraagt de wethouder om hier een instructie voor te geven en tevens duidelijkheid te geven over bezwaarprocedures bij bomen in de openbare ruimte, die volgens eerdere afspraken wel een schorsende werking hebben. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat het om zaailingen gaat en dat de vergunning is verleend volgens de reguliere werkwijze. De wethouder erkent de vraag over het ontbreken van een storting in het fonds als terecht en zegt dit nader uit te zoeken.
De reden om de zaailingen niet terug te planten ligt in het behoud van biodiversiteit en waterkwaliteit. Over de schorsende werking geeft de wethouder aan dat bij iedere zaak wordt nagegaan of het bezwaar tijdig kan worden behandeld of dat voorlopige voorzieningen nodig zijn, maar dat dit niet standaard op de bekendmaking wordt vermeld. Lid VEENHOFF vraagt nogmaals of andere gronden dan het feit dat het zaailingen zijn, van invloed waren op de vergunningverlening. De wethouder zegt toe de vraag technisch uit te zoeken en bij een volgende gelegenheid nader toe te lichten . Lid KABAMBA stelt vragen over de ov-chipkaart. Sinds 2017 wordt de oude kaart vervangen door een nieuwe pas die 6 euro kost. Bij het NS-abonnement kunnen sommige reizigers een gratis vervangende kaart krijgen, maar bij GVB is dit niet duidelijk gecommuniceerd. Het lid vraagt of de wethouder in samenwerking met de wethouder Armoede kan zorgen dat iedereen onder de armoedenorm een gratis ov-pas krijgt, inclusief kinderen, en dat er een informatiecampagne komt. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat de kwestie bij de vervoerregio en het GVB ligt, maar zegt toe de zorg van de commissie te melden bij de wethouder Armoede. Lid KABAMBA vraagt vervolgens naar kortingsmogelijkheden voor bewoners van het centrum die op de 150%-armoedenorm zitten, zodat zij bezoekers kunnen ontvangen.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat dit strikt geregeld is door afspraken binnen de raad en dat zij dit niet zelfstandig kan wijzigen. De wethouder voegt hieraan toe dat het uitgevoerd kan worden als er een meerderheid van de raad is. Lid VELDHUYZEN vraagt naar de bezette fietsenstalling aan de Nieuwe Keizersgracht en hoe bewoners hun fietsen daar veilig kunnen stallen. Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat het stadsdeelbestuur en de betrokken partijen, waaronder Lieven de Key, in gesprek zijn om een oplossing te vinden. De wethouder benadrukt dat goed overleg met de bewoners gewenst is en dat ondersteuning vanuit het stadsdeel wordt geboden. Lid NOORDZIJ benadrukt dat dit probleem op meerdere locaties speelt en dat het belangrijk is dat de gemeente en stadsdeel structureel meekijken en bewoners
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
ondersteunen bij maatwerkoplossingen. Lid KOYUNCU vraagt naar de verantwoordelijkheid van de wethouder mobiliteit ten aanzien van arbeidsomstandigheden en operationele processen bij het GVB. Het lid merkt op dat recent signalen van GVB-medewerkers en reizigers zijn ontvangen en dat er een extern onderzoek loopt. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat zij samenwerkt met de wethouder deelnemingen en de vervoerregio. De wethouder houdt toezicht vanuit de portefeuille mobiliteit en het voorzitterschap van de vervoerregio en volgt de onderzoeken om de belangen van reizigers en medewerkers te waarborgen. Lid BAKKER wijst op de overschrijding van dioxine-uitstoot door het afvalenergiebedrijf AEB in 2024 en 2025, waarbij het jaargemiddelde 2,5 à 3 keer boven de norm lag. Het lid vraagt de wethouders luchtkwaliteit, gezondheid en deelnemingen om hier bovenop te zitten en aanhoudende extra emissiemetingen te waarborgen. Wethouder VAN DER HORST erkent het belang en verwijst naar wethouder Scholtes, die toezegt het proces vanuit drie rollen—gezondheid, omgevingsdienst en deelnemingen—goed te volgen en de emissiemetingen te controleren. Lid BAKKER benadrukt de wens dat de extra metingen structureel en langdurig plaatsvinden, zodat iedere overschrijding goed wordt gevolgd. Wethouder SCHOLTES bevestigt dit en geeft aan dat de meetfrequentie is aangepast.
De wethouder ziet toe op de naleving van de normen en de voortgang van het proces. Bespreekpunten Water (exclusief varen) 3. Besluit vast te stellen de Wijzigingsverordening Verordening Binnenhavengeld Pleziervaart 2026 ten aanzien van de Passantenhaven Weesp (VN2025-018721) De VOORZITTER opent de vergadering en meldt dat punt 3 op de agenda staat: een raadsvoordracht voor de komende raad van 18 en 19 februari over Weesp. Lid HAVELAAR complimenteert de wethouder voor zijn inzet en de gevonden oplossing voor Weesp. Het lid vraagt of de gemeente bereid is een eigen campagne van de VVV Weesp te ondersteunen, zodat de stad weer op de kaart wordt gezet als watersportstad. Ook hoort het lid graag of er een financiële bijdrage mogelijk is. Wethouder VAN DER HORST bedankt het lid Havelaar voor de inzet in Weesp en licht toe dat het voorstel in samenwerking met het dagelijks bestuur in Weesp en met breed draagvlak in de bestuurscommissie is geformuleerd. De wethouder bevestigt dat er een campagne wordt voorbereid in samenwerking met de watersportbranche en dat de gemeente bijdraagt aan deze campagne. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken en besluit dat het als hamerstuk wordt geagendeerd voor de komende raadsvergadering. Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 4.
Instemmen met het uitvoerings- en kredietbesluit voor het project HOV-bus Sloterdijk – Centraal Station inclusief herinrichting Piarcoplein en Transformatorweg
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
(VN2025-018725) De voorzitter opent het punt over het instemmen met het uitvoerings- en kredietbesluit voor het project HOV-bus Sloterdijk–Centraal Station, inclusief de herinrichting van het Piarcoplein en de Transformatorweg. Lid HAVELAAR stelt enkele vragen. Allereerst geeft Het lid aan dat Flixbus heeft laten weten niet blij te zijn dat er nog maar twee slecht ingerichte perrons voor internationaal openbaar vervoer overblijven. Volgens Flixbus zou dit gecompenseerd worden met een project in Duivenrecht, maar dat project is niet doorgegaan. Het lid vraagt of het besluit daarom wel verstandig is, met het oog op het stimuleren van internationale busreizen in plaats van vliegreizen. Daarnaast vraagt Het lid naar de verwijdering van 200 P+R-plekken. Het lid benadrukt dat parkeren in Amsterdam lastig is en dat men mensen graag met het openbaar vervoer wil laten komen. v vraagt zich af of het verstandig is om zoveel parkeerplaatsen te verwijderen. Verder gaat Het lid in op het architectonisch ontwerp en de stedenbouwkundige kwaliteit van het project. Het lid merkt op dat de CDA mogelijkheden ziet om het ontwerp te verbeteren, bijvoorbeeld door materiaalgebruik bij het hekwerk aan te passen zodat het er vriendelijker en mooier uitziet.
Het lid vraagt of het huidige ontwerp het definitieve ontwerp is, of dat er nog ruimte is voor verdere verfijning op architectonisch en stedenbouwkundig gebied. Lid NOORDZIJ sluit zich aan bij de vragen van Havelaar en benadrukt het belang van voldoende ruimte voor internationale bussen. Wethouder VAN DER HORST vertelt het ook belangrijk te vinden om ruimte te bieden aan internationale lijndiensten en dat het op deze drukke plek is gelukt om de benodigde halteplaatsen te realiseren. Het plein kent ook andere noodzakelijke functies, waaronder de P&R. De wethouder licht toe dat er een balans is gezocht tussen verschillende belangen: meer internationale lijndiensten mogelijk maken, terwijl tegelijkertijd andere functies behouden blijven. De wethouder geeft aan dat niet alles maximaal mogelijk is en dat er een realistische afweging is gemaakt. Ook het architectonisch ontwerp is beoordeeld, waarbij materialen en groen zijn toegepast om een mooi resultaat te bereiken. Lid HAVELAAR merkt op dat hij aanvankelijk dacht dat de compensatie van perronplekken in Duivenrecht zou plaatsvinden, maar dat dit niet het geval is. Het lid vraagt waar de compensatie dan wel plaatsvindt. Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat het in dit project gelukt is om vier plekken te behouden.
De wethouder benadrukt dat er altijd naar aanvullende mogelijkheden wordt gezocht, onder andere bij Duivenrecht en in de Smart Mobility Hub. Beide partijen vinden internationaal busverkeer belangrijk en er is volgens de wethouder recht gedaan aan het zo goed mogelijk realiseren van het ontwerp. Eventuele extra wensen hebben echter een prijs. De VOORZITTER constateert dat het punt voldoende is besproken en dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Het voorstel gaat door naar de raad voor een korte bespreking. 5. Beschikbaar stellen van het uitvoerings- en kredietbesluit 2026 voor het Programma Bruggen en Kademuren (VN2025-018433) De VOORZITTER opent het punt en meldt dat het gaat om een raadsvoordracht. Lid HAVELAAR uit zorgen over de bezetting van personeel om het werk uit te voeren. Het lid verwijst naar de najaarsnota en vraagt hoe de huidige situatie is. Het lid benadrukt extra bezorgd te zijn over de waarschuwing dat mogelijk extra
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
veiligheidsconstructies bij bruggen en kademuren moeten worden geplaatst als onderhoud niet tijdig kan plaatsvinden. Dit zou zowel veiligheidsrisico’s als extra kosten met zich meebrengen. Het lid vraagt de wethouder om toelichting over welke veiligheidsrisico’s, welke extra kosten en op welke termijn deze zich kunnen voordoen, omdat hierover niets in de raadsvoordracht staat. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat er momenteel geen directe veiligheidsrisico’s zijn als gevolg van capaciteitstekorten. De wethouder geeft aan dat de tekst in de voordracht mogelijk de indruk wekt dat dit wel het geval is, maar dat dit slechts tekstueel aan elkaar gekoppeld lijkt. De capaciteitstekorten zijn grotendeels opgelost en de planning is nu goed beheersbaar. De wethouder benadrukt dat veiligheidsmaatregelen nauwgezet worden gemonitord, zodat ingrepen tijdig kunnen plaatsvinden indien dat nodig is. Daarnaast benadrukt de wethouder dat het behouden en aantrekken van voldoende personeel, gezien de krapte in de bouwsector, een continu aandachtspunt blijft. Lid HAVELAAR vraagt vervolgens of de vacatures inmiddels allemaal zijn vervuld en of er op volle capaciteit gewerkt wordt, zodat toekomstige vertragingen door personeelstekorten worden voorkomen. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat de situatie in de eerste helft van het jaar krap was, maar dat nu vrijwel alle functies zijn vervuld.
Wel blijft het risico bestaan dat uitval van personeel tijdelijk tekorten kan veroorzaken, maar op dit moment is het werk goed bemenst. De VOORZITTER constateert dat het agendapunt in de commissie voldoende is besproken en dat er geen behoefte is aan verdere behandeling in de raad. Het punt kan als hamerstuk worden geagendeerd. 6. Vaststellen Derde wijzigingsverordening Parkeerverordening Amsterdam 2025 (VN2026-000051) De VOORZITTER meldt dat dit punt reeds is gehamerd bij het vaststellen van de agenda en dat verder overleg in de commissie niet nodig is. 7. Bespreken van de monitoringsresultaten verkeersfilters Sloterweg en instemmen met de raadsinformatiebrief waarin wordt aangegeven de huidige verkeersfilters te handhaven (VN2026-000546) De VOORZITTER verwelkomt stadsdeelbestuurder Türkkol bij de vergadering. v licht toe dat het punt gaat over de monitoringsresultaten van de verkeersfilters op de Sloterweg en over het instemmen met de raadsinformatiebrief waarin wordt aangegeven dat de huidige verkeersfilters gehandhaafd worden. Lid KOYUNCU merkt op dat het verkeer rond de Sloterweg vooral is verplaatst naar andere wegen, zoals de Plesmanlaan en de Johan Huizingalaan, waar langere wachtrijen en vastlopende kruispunten ontstaan. Volgens DENK lijkt dit slechts het probleem te verplaatsen en niet op te lossen.
Het lid stelt meerdere vragen aan de wethouder, namelijk waarom het college dit project als succes presenteert, hoe de verbeterde verkeersveiligheid wordt onderbouwd, waarom voor het behouden van de knip is gekozen en hoe wordt omgegaan met de hoge aantallen boetes. Lid HAVELAAR vraagt een aanvullende vraag over wijkverpleging in de thuiszorg, die zich ’s avonds vaak onveilig voelt en door de knip langere reistijden heeft. Het lid vraagt of deze groep kan meeliften op de uitzondering voor zogenaamde “witte beroepen”.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
Lid NOORDZIJ wijst op maatregelen die nog worden genomen om de doorstroom te verbeteren en uit zorgen over het aantal boetes, met name op de Laan van Vlaanderen. Het lid vraagt naar de plaatsing van de aangekondigde matrixborden en naar concrete maatregelen voor doorstroming, bijvoorbeeld op de Ookmeerweg. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat de plaatsing van de matrixborden deze week plaatsvindt en dat enkele borden reeds geplaatst zijn. De wethouder stelt dat de verkeersveiligheid op de Sloterweg is verbeterd en de leefbaarheid is toegenomen. Kleine knelpunten worden met aanvullende maatregelen opgelost. Over alternatieven voor de knips zegt de wethouder dat er uitgebreid is gekeken naar mogelijke opties, maar dat eenvoudige alternatieven niet haalbaar waren. Wat betreft ontheffingen geldt dat te veel uitzonderingen het effect van de maatregelen zouden verminderen, maar de wethouder zal nog in gesprek gaan over specifieke problemen. Bestuurder TÜRKKOL benadrukt dat de afsluitingen de leefbaarheid en veiligheid hebben verbeterd. Kinderen kunnen veiliger naar school en sport, het autoverkeer daalt, en er zijn geen structurele doorstromingsproblemen. De tijdelijke matrixborden dragen bij aan dit effect. De bestuurder verduidelijkt dat overtredingen niet per se van Amsterdammers komen, omdat landelijke ontheffingen meespelen.
Lid KOYUNCU merkt op dat de ervaringen van bewoners anders zijn dan de conclusie van het college: de wegen rondom de Sloterweg zijn drukker geworden. Het lid hoopt dat de effecten blijvend worden gemonitord en dat het nieuwe college na de verkiezingen passende maatregelen zal nemen. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat leefbaarheid en veiligheid vooropstaan. De drukte elders in Nieuw-West wordt erkend, maar deze wordt veroorzaakt door de groei van de stad en de woningbouw, niet door de afsluitingen zelf. Lid KOYUNCU vraagt naar de oorzaak van de toegenomen drukte en vergelijkt dit met eerdere maatregelen, zoals in de Weesperstraat. Het lid stelt dat het college de verantwoordelijkheid elders neerlegt, terwijl de effecten lokaal zichtbaar zijn. Bestuurder TÜRKKOL legt uit dat de toename van auto’s en verkeer een geleidelijk proces is en dat er geen direct causaal verband is met de verkeersmaatregelen op de Sloterweg. Er worden aanvullende maatregelen getroffen, zoals de dubbele rotonde, om problemen te mitigeren. Lid KOYUNCU vraagt of de cumulatie van eerdere maatregelen in Nieuw-West kan leiden tot een verkeersinfarct. Bestuurder TÜRKKOL geeft aan dat er geen cumulatieve effecten zijn, omdat er geen andere doorrijdverboden in Nieuw-West zijn die een dergelijke optelling veroorzaken. De VOORZITTER constateert dat het punt voor nu voldoende is besproken. 8.
Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afdoening van motie standpunt gemeenteraad Amsterdam over de betrokkenheid van het moederbedrijf van EBS bij activiteiten in bezet Palestijns gebied en Israël (VN2026-000545) De VOORZITTER opent het agendapunt en meldt dat het gaat om een bespreekpunt. Het onderwerp is geagendeerd op verzoek van lid Koyuncu. Lid KOYUNCU benadrukt dat de raad zich duidelijk heeft uitgesproken. Het is onwenselijk dat publiek geld terechtkomt bij bedrijven die via hun moederbedrijf betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen. In de stukken wordt vooral ingegaan op juridische
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
grenzen en wordt vervolgonderzoek pas op termijn, in 2028/2029, voorzien. Voor DENK duurt dit proces te lang. Het lid vraagt het college of er ruimte is om een eerder handelingsperspectief te verkennen, omdat Amsterdam een mensenrechtenstad is en dat bestuurlijke verantwoordelijkheid ook vraagt om nu concrete stappen te onderzoeken. Lid BAKKER sluit zich volledig aan bij de inbreng van lid Koyuncu. Het lid voegt daaraan toe dat de raad zich nu al zou moeten uitspreken dat bij toekomstige concessies geen samenwerking wordt aangegaan met bedrijven die direct of indirect bijdragen aan mensenrechtenschendingen. Volgens Het lid is dit een kwestie van ketenverantwoordelijkheid. Lid IJMKER geeft aan eerdere schriftelijke vragen te hebben gesteld over aanbestedingen in dit soort situaties. Het lid ondersteunt de eerdere opmerkingen en wijst op de mogelijkheid om artikel 2.87.1 lid c van de aanbestedingswet toe te passen. Volgens het lid is er al voldoende kennis aanwezig om nu actie te ondernemen, in plaats van te wachten tot 2027/2028. Lid KABAMBA benadrukt het belang van dit onderwerp en sluit zich aan bij de voorgangers. Het lid wijst op de kracht en moed die wordt getoond door het college bij dit soort kwesties en noemt dit een voorbeeld van een activistische en actiegerichte cultuur die hoog in het vaandel moet worden gehouden.
Lid VELDUYZEN sluit zich aan bij de bijdragen van DENK en de Partij voor de Dieren. Wethouder VAN DER HORST benadrukt dat dit een gevoelig onderwerp is. De wethouder legt uit dat EBS niet in Amsterdam rijdt, maar in Zaanstad en omgeving en dat het GVB hier geen rol in heeft. De wethouder geeft aan de motie te hebben omarmd en heeft actie ondernomen richting de regioraad, waar veel raadsleden bij aanwezig zullen zijn. Volgens De wethouder is het effectiever om de discussie over EBS in dat gremium te voeren, omdat daar de daadwerkelijke beslissingsbevoegdheid ligt. Lid KOYUNCU merkt op dat de gemeente als lid van de vervoerregio wel invloed heeft en dat de wethouder vanuit Amsterdam hier ook een punt kan maken. Wethouder VAN DER HORST meldt de zwaarte van het onderwerp volledig te erkennen, maar benadrukt dat een effectieve aanpak alleen kan plaatsvinden binnen het juiste gremium, namelijk de vervoerregio. Lid KOYUNCU verduidelijkt niet te doelen op een aandeelhoudersrol van Amsterdam, maar op het gewicht van Amsterdam in de vervoerregio en het recht om het onderwerp daar aan te kaarten. Het lid meldt dat DENK hiermee zijn spreektijd heeft benut. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken en niet geagendeerd wordt in de raad. 9.
Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afdoening van motie 372 van 10 oktober 2024 inzake terugdringen overlast luide voertuigen en de toezegging TA2025001282 update over handhavingsaanpak voorluide motoren en knalgeluid (VN2026000544) Dit agendapunt is geagendeerd door lid Asruf, maar het woord wordt gevoerd door het lid Noordzij. Lid NOORDZIJ stelt dat het punt kort besproken kan worden, maar dat hij enige frustratie te voelen over de voortgang, met name over de lobby binnen het G4-verband. Het lid merkt op dat er richting het Rijk veel barrières blijven bestaan en benadrukt dat met
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
het nieuwe kabinet het onderwerp hoog op de agenda gehouden moet worden. Het lid hoopt dat de wetgever hier daadwerkelijk mee aan de slag gaat. Lid MOESKOPS deelt het sentiment van lid Noordzij en benadrukt het gevoel van urgentie om stappen te zetten. Het lid heeft onderzocht of bij het betrappen van een luid motorvoertuig een boete kan worden opgelegd of een zogenaamde WOK-status (wachten op keuring). Het lid stelt dat het nu een bevoegdheid is van de agent en dat het op zich goed is dat dit zo flexibel wordt toegepast. Het lid merkt echter op dat het nuttig kan zijn als er een bestuurlijke afspraak komt tussen politie en RDW om een WOK tijdelijk standaard op te leggen bij overtredingen. v vraagt of de wethouder of de burgemeester in de Driehoek kan bespreken of een standaardperiode voor het opleggen van een WOK in Amsterdam mogelijk is. Lid WIJNANTS sluit zich aan bij de vraag van lid Moeskops en complimenteert het college met het stuk. Het lid benadrukt dat het onderwerp van gedeelde zorg is en dat het belangrijk is dat de gemeente hier actie op onderneemt. Wethouder VAN DER HORST erkent de frustraties en stelt ook graag meer actie te willen zien. Het lid wijst op de nieuwe minister van Infrastructuur en Waterstaat, wat nieuwe kansen biedt voor lobbyactiviteiten.
De wethouder vertelt de minister te kennen en eerdere samenwerking tussen Amsterdam en Rotterdam in soortgelijke kwesties als een succes te hebben ervaren. Over de WOK-status stelt de wethouder dat de politie de bevoegdheid heeft om direct een WOK op te leggen. De wethouder bevestigt dat dit al vaker gebeurt, maar nog niet standaard. De wethouder meldt hierover het gesprek met de burgemeester aan te gaan. Lid MOESKOPS benadrukt dat het belangrijk is dat, wanneer de standaard WOK tijdelijk wordt ingevoerd, dit wijd bekend wordt gemaakt. Het doel is dat eigenaren van motorfietsen hun knalpijp verwijderen en aan de wettelijke eisen voldoen. Alleen wanneer bekend is dat overtredingen direct worden aangepakt, kan een afschrikkend effect ontstaan. Wethouder VAN DER HORST zal dit punt meenemen in het gesprek met de burgemeester. De wethouder benadrukt dat de gemeente daarnaast blijft inzetten op alle andere beschikbare maatregelen, zoals geluidsmetingen en prikacties door de politie. Indien het standaard opleggen van een WOK kan worden gecombineerd met deze acties, is verdere vooruitgang te verwachten. De VOORZITTER meldt dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en vraagt of het agendapunt nog gepland moet worden in de raad, wat door niemand wordt opgepakt. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 10.
Bespreken van de raadsinformatiebrief herbestemmen parkeervakken in de periode 2026-2030 (VN2026-000549) Het agendapunt betreft de bespreking van de raadsinformatiebrief over het herbestemmen van parkeervakken in 2026. Het is geagendeerd op verzoek van de leden Wijnants en Noordzij. Lid WIJNANTS opent de discussie met vragen over de wachttijden voor parkeervergunningen. Het lid merkt op dat het huidige college streeft naar een maximale wachttijd van 24 maanden, terwijl eerdere colleges actief stuurden op het verlagen van de wachttijden. Het lid vraagt of er een duidelijke richttijd of streefnorm voor de wachttijd is, bijvoorbeeld 12 maanden per gebied, aangezien de huidige gemiddelde wachttijd veel mensen financieel zwaar kan belasten. Daarnaast vraagt het lid naar de criteria en kaders
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
voor het tijdelijk pauzeren van de halfjaarlijkse verlaging van parkeervergunningen met 1,1%, aangezien dit in de brief slechts summier wordt toegelicht. Lid NOORDZIJ benadrukt het positieve effect van het herbestemmen van parkeervakken, waardoor meer ruimte ontstaat voor bewoners en andere doeleinden. Het lid vraagt naar de herkomst van de doelstelling van 7.000 tot 10.000 herbestemde plekken en hoe hierin de parkeerdruk is meegenomen. Lid KOYUNCU sluit zich aan bij de VVD en vraagt om terugkoppeling over situaties waarin parkeerplaatsen in Nieuw-West en andere delen van de stad tegen de zin van bewoners worden opgeheven. Wethouder VAN DER HORST reageert dat er wel terugkoppeling heeft plaatsgevonden, maar dat verdere afstemming aan de achterkant kan gebeuren. De wethouder benadrukt dat het terugdringen van parkeerplekken succesvol verloopt, dat doelstellingen worden gehaald en dat hierdoor ruimte is gecreëerd. De nieuwe ambitie is gebaseerd op praktische ervaringen en inschattingen van wat haalbaar is zonder dat de parkeerdruk te hoog oploopt. Over de halfjaarlijkse verlaging van vergunningplafonds van 1,1% legt de wethouder uit dat dit leidt tot een afname van het aantal vergunninghouders per gebied en daarmee tot een daling van de parkeerdruk, waardoor vakken herbestemd kunnen worden.
Monitoring laat zien dat in de meeste gebieden de wachttijd niet substantieel is gestegen en meestal maximaal een half jaar bedraagt, met een officieel maximum van 24 maanden. Lid WIJNANTS vraagt naar de benchmark waarop de gestegen parkeerdruk is gebaseerd, met verwijzing naar de situatie rond 2020, toen wachttijden aanzienlijk korter waren. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat het exacte jaartal van de benchmark niet direct beschikbaar is, maar dat de berekeningen zijn gedaan over een langere periode. Historisch gezien waren wachttijden in sommige gebieden enkele jaren geleden nog langer, en in sommige gebieden nemen de wachttijden zelfs af. Lid WIJNANTS verzoekt om een overzicht van de gestegen wachttijden vanaf 2018. De wethouder waarschuwt dat een volledig overzicht veel ambtelijke capaciteit vraagt, maar biedt aan om voor drie representatieve gebieden (centrum, Zuid en Zuidoost) cijfers te leveren als een praktische oplossing. Dit wordt genoteerd als toezegging. Wethouder VAN DER HORST legt inzake tijdelijk parkeren uit dat bij een te hoge parkeerdruk moet worden ingegrepen, met als uiterste maximum een wachttijd van 24 maanden. In de praktijk wordt dit maximum echter niet bereikt. Monitoring zal blijven plaatsvinden om bij te sturen indien nodig. De VOORZITTER sluit het agendapunt af met de vraag of er behoefte is aan verdere bespreking in de raad.
Hierop wordt bevestigd dat dit niet nodig is, waarna de commissie doorgaat naar het volgende agendapunt. 11. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief en De Strategie Transitie Tankstations waarin de aanpak is opgenomen voor het omzetten van een deel van de 61 tankstations binnen de gemeentegrenzen naar (hybride) snellaadlocaties (VN2026-000547) Het agendapunt betreft de bespreking van de raadsinformatiebrief en de Strategie Transitie Tankstations. In deze strategie wordt de aanpak uiteengezet voor het omzetten van een deel van de 61 tankstations binnen de gemeentegrenzen naar hybride of volledig elektrische snellaadstations. Het agendapunt is geagendeerd op verzoek van het lid Wijnants.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
Lid WIJNANTS opent de discussie door het onderwerp te kwalificeren als interessant en noemt de strategie van het college in essentie verstandige keuzes. Het lid merkt op dat het onderwerp actueel is gezien de keuzes die consumenten maken bij het aanschaffen van een nieuwe auto: volledig elektrisch, hybride of fossiel. Het lid vraagt aandacht voor een aantal concrete punten. Ten eerste begrijpt het lid niet waarom voor de tien locaties die op korte termijn (tot 2030) vrijkomen, een verdeling van vijf hybride en vijf volledig elektrische locaties is gekozen. Volgens v zouden alle tien locaties hybride kunnen worden ingericht, omdat dit een praktische balans biedt. Volledig elektrische locaties zouden de beschikbaarheid van tanken in bepaalde wijken, zoals Buitenveldert, kunnen beperken. Het lid vraagt naar de ratio achter de verdeling en wijst op het belang van toegankelijkheid voor bewoners, inclusief praktische overwegingen zoals nabijheid en bereikbaarheid. Lid IJMKER benadrukt dat het positief is dat de gemeente al vroeg een strategie heeft ontwikkeld, waardoor men nu weet welke veranderingen er op de markt afkomen. Het lid complimenteert het college met de vooruitziende blik en de nuance in de strategie.
Tegelijkertijd wijst Het lid op de onzekerheid van de markt en geeft Het lid aan niet volledig in te kunnen schatten hoe de energietransitie zich zal ontwikkelen, waardoor voorzichtigheid geboden blijft. Het lid noemt juridische risico’s als aandachtspunt, aangezien gevestigde partijen en nieuwe toetreders mogelijk tegen de voorgestelde veranderingen bezwaar kunnen maken, wat kan leiden tot vertragingen door procedures. Het lid vraagt de wethouder om toelichting. Lid DE JAGER prijst de strategie en het vooruitzicht op een toekomstbestendig netwerk van tankstations. v is positief over de mix van hybride en volledig elektrische snellaadstations en wijst op de mogelijkheden van openbare tenders, waardoor nieuwe partijen toegang krijgen tot de markt. Dit wordt gezien als een balans tussen het behouden van bestaande partijen en het creëren van kansen voor nieuwe marktpartijen. Het lid verwijst naar een initiatiefvoorstel uit 2020 van D66 dat vergelijkbare doelen had, namelijk het stimuleren van nieuwe toetreders die zich volledig op snelladen richten. Het lid vraagt expliciet aandacht voor het MKB en voor het verlagen van instapdrempels bij tenders, zodat kleinere ondernemers niet buitenspel worden gezet. Lid WIJNANTS vraagt vervolgens naar de visie van D66 op het faciliteren van thuisladen, bijvoorbeeld voor bewoners zonder eigen oprit, bijvoorbeeld via kabelgoten.
Lid DE JAGER antwoordt dat deze strategie zich richt op bestaande tankstations en dat thuisladen daar niet onder valt. Het lid benadrukt echter dat D66 thuisladen wel ondersteunt, maar dat dit buiten de scope van de huidige strategie valt. Lid WIJNANTS benadrukt dat thuisladen relevant blijft in het bredere beleid rond elektrisch rijden, ook in relatie tot snellaadcapaciteit op openbare locaties. Lid DE JAGER bevestigt dat D66 positief staat tegenover thuisladen op diverse locaties, zoals supermarkten en andere publieke plekken. Lid WIJNANTS verwijst naar een gezamenlijk initiatief van D66 en VVD in Utrecht om thuisladen te vergemakkelijken en kondigt een motie aan. Lid BAKKER (Partij voor de Dieren) geeft aan blij te zijn met de strategie en de raadsinformatiebrief. Het lid benadrukt dat fossiele brandstoffen aflopende middelen zijn en prijst de aanpak dat 30 van de 61 tankstations getransformeerd kunnen worden naar snellaadstations. Het lid merkt op dat voor de overige locaties op termijn andere functies moeten worden gevonden en signaleert echter een gemis aan aandacht voor vergroening en pleit ervoor om te onderzoeken of deze locaties kunnen worden benut voor groene initiatieven, zoals pleinen of speeltuinen. Wethouder VAN DER HORST reageert dat de strategie zorgvuldig is opgesteld
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
en een balans zoekt tussen tanken en laden, en tussen fossiel en elektrisch. Voorlopig worden tien van de 61 locaties aangepakt, deels hybride en deels volledig elektrisch, waarbij de verdeling nog nader wordt bepaald. De wethouder legt uit dat de keuze voor de tien locaties samenhangt met huurcontracten die rond 2030 aflopen, en dat er via openbare tenders nieuwe toetreders een kans krijgen. Juridische risico’s, zoals civiele procedures door bestaande exploitanten, worden erkend, maar het proces wordt zorgvuldig gemonitord en bijgestuurd waar nodig. Voorts benadrukt de wethouder dat vergroening en toegankelijkheid voor MKB-ondernemers op de agenda staan en verder worden uitgewerkt. Monitoring vindt continu plaats om te beoordelen of aanpassingen in tempo of type laadstation nodig zijn. Lid WIJNANTS herhaalt dat de strategie in essentie verstandig is, maar vraagt of per locatie maatwerk wordt toegepast om te bepalen wat het beste past. Het lid stelt dat volledig snelladen op sommige locaties meer een politieke keuze is dan een praktische noodzaak voor extra laadcapaciteit, omdat bestaande tankstations ruim voldoende ruimte bieden voor hybride laden. Wethouder VAN DER HORST verwijst naar een initiatiefvoorstel uit 2020 dat door een meerderheid van de raad is aangenomen, waarmee de strategie formeel is bekrachtigd.
De VOORZITTER sluit het agendapunt af en meldt dat er geen tweede termijn nodig is. De VVD heeft aangegeven dit onderwerp kort in de raad te willen bespreken. Openbare Ruimte en Groen 12. Bespreken van het Plan Rigoureus Vergroenen en van de raadsinformatiebrief (VN2026-000548) De VOORZITTER meldt dat het bespreekpunt van vandaag het plan en de informatiebrief betreft, geagendeerd op verzoek van het lid Van Pijpen. Lid VEENHOFF stelt dat de eerste vraag is hoe het stuk gelezen moet worden, waar het voor dient en hoe het gebruikt wordt. Het lid merkt op dat er aandacht ontbreekt voor particulier groen. Hoewel dit kort wordt genoemd in het kader van regels, ontbreekt verdere uitwerking. Het lid verwijst naar het initiatiefvoorstel GroenLinks over regels voor particulier groen en benadrukt dat dit onvoldoende terugkomt in het hoofdstuk over het toelaten van boomkroonvolume van 19 naar 30 procent. Het lid wijst erop dat bijna zeventig procent van de bomen op particulier terrein staat en dat hierin verbetering mogelijk is. Daarnaast signaleert het lid dat het stuk niets zegt over de structuur binnen de gemeente, terwijl het coalitieakkoord aangeeft dat deze minder versnipperd georganiseerd moet worden.
Het lid merkt op dat financiële oplossingen voor vergroening aanwezig zijn, bijvoorbeeld door straten tegelijk te herinrichten, maar dat dit door versnippering binnen de directies moeilijk te realiseren is. Het lid concludeert dat het stuk vooral een doorkijkje biedt voor de volgende coalitieperiode, maar dat de genoemde onderdelen missen. Lid BAKKER stelt dat het plan aan het eind van deze bestuursperiode wordt gepresenteerd, terwijl er eerder al vele visies lagen zonder concrete uitvoering. Het lid merkt op dat het plan veel bestaande ambities bundelt, maar zonder financiering. Het lid sluit zich aan bij lid Veenhoff over het gebrek aan aandacht voor particulier groen en wijst op het ontbreken van ambities voor de Lutkemeerpolder, NoordOogst en de verbinding van het Oosterpark met Artis. Voorts pleit het lid voor een rigoureus groene stad en benadrukt dat de komende raad flink moet investeren om dit te realiseren. Lid HAVELAAR stelt dat er veel papier is geproduceerd en dat de raad regelmatig vraagt hoe stukken gelezen moeten worden. Het lid adviseert minder nadruk op analyses en documenten en meer focus op uitvoering, bijvoorbeeld door bestaande biodiversiteit te
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
verbeteren. Lid BAKKER wil juist dat er met de schop in de grond wordt begonnen en dat een completer plan er vier jaar geleden had moeten liggen. Lid HAVELAAR benadrukt dat het behoud van de Lutkemeerpolder belangrijk is, maar dat prioritering en financiële dekking in het stuk ontbreken. Lid BAKKER wijst erop dat concrete financieringsvoorstellen er voldoende zijn. Lid HAVELAAR rondt af door te stellen dat suggesties van GroenLinks en de Partij voor de Dieren voor uitvoering en financiering welkom zijn, maar dat het probleem telkens de middelen zijn en niet het papierwerk. Lid NOORDZIJ stelt dat het makkelijk is om voorstellen van sommige fracties af te doen als papierwerk, terwijl deze juist bijdragen aan effectievere uitvoering van vergroening in de stad. Lid HAVELAAR benadrukt dat onderhoud en renovatie van bestaande parken net zo belangrijk zijn en dat financiën vaak knellen, wat telkens het antwoord van het college is. Lid NOORDZIJ benadrukt dat voorstellen vanuit verschillende fracties wel bijdragen aan vergroening en dat het afdoen als alleen papierwerk onterecht is. Lid HAVELAAR pleit voor een meer praktische benadering, want vergaderen en documenten leiden niet direct tot vergroening. Wethouder VAN DER HORST stelt dat het stuk wel degelijk zin heeft, omdat het door de raad is gevraagd.
De wethouder benadrukt dat de stad de afgelopen jaren al aanzienlijk is vergroend, met pleinen, schoolpleinen, straten en bomen, en dat de biodiversiteit verbeterd is. Halverwege de periode zijn 220 projecten gerealiseerd en er zijn nog eens 220 in uitvoering. De wethouder wijst erop dat een stuk helpt om richting te geven voor toekomstige rigoureuze vergroening en praktische stappen inzichtelijk maakt. De wethouder gaat verder in op particulier groen en legt uit dat bomen op particulier terrein meetellen in de berekening van boomkroonbedekking en dat al het groen wordt meegenomen in de tweejaarlijkse groenmonitor. De wethouder meldt dat de gemeentelijke structuur jaarlijks wordt geëvalueerd en dat dit in de Groenbrief wordt gerapporteerd. Over het verbinden van het Oosterpark met Artis merkt de wethouder op dat er bestaande plannen zijn voor groenverbindingen en dat onderhoud van bestaand groen onderdeel van het plan is. Lid VEENHOFF stelt dat het idee van kubieke meters groen een interessante aanvulling is, omdat niet overal extra groen mogelijk is. Zij vraagt waar de voorspelde 2 procent groei tot 2040 vandaan komt en geeft aan dat het burgerberaad onvolledig wordt weergegeven, omdat niet alle adviezen zijn overgenomen of onderzocht.
Lid BAKKER vraagt of GroenLinks alleen ruimte ziet voor vergroening via daken en benadrukt dat er veel mogelijkheden zijn zoals het onttegelen van straten, opheffen van parkeerplekken en stoppen van bepaalde bouwprojecten. Lid VEENHOFF beaamt dit, maar merkt op dat het stuk geen concrete invulling geeft van wat en waar, zoals Lutkemeer of NoordOogst. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat het burgerberaad en het stuk elkaar kruisen en dat in een ander document alles duidelijk wordt vermeld. Over de 2 procent vergroening stelt de wethouder dat dit een inschatting is op basis van eerdere ontwikkelingen en de beschikbare ruimte in de stad. De wethouder licht toe dat veel projecten nog mogelijkheden bieden om groen toe te voegen, zoals wadi’s en extra
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
boomkronen, maar dat dit per project gebeurt en dat er middelen nodig zijn. Lid VEENHOFF vraagt nogmaals naar de herkomst van de 2 procent, waarop de wethouder antwoordt dat dit een inschatting is gebaseerd op eerdere gegevens en geplande ontwikkelingen. De VOORZITTER meldt dat hiermee het einde van de tweede termijn is bereikt en vraagt of iemand het stuk wil agenderen voor de raad, wat niet het geval is. Water (excl. Varen) 13. Bespreken van de raadsinformatiebrief over drinkwatertarieven 2026 (VN2026000543) De VOORZITTER meldt dat het laatste agendapunt dat zij voorzit, besproken zal worden na een korte schorsing en een voorzitterswissel. Het betreft het bespreken van de raadsinformatiebrief over de drinkwatertarieven 2026, geagendeerd op verzoek van lid Havelaar. Lid NOORDZIJ stelt wil het agendapunt laten passeren, evenals lid Havelaar. De VOORZITTER merkt op dat het agendapunt daarmee is afgedaan. Toegevoegde bespreekpunten Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 14. Veel parkeerboetes door scanauto’s in Amsterdam na bezwaar vernietigd (VN2026-001184) De VOORZITTER opent het agendapunt over parkeerboetes door scanauto’s in Amsterdam, die na bezwaar worden vernietigd. Het woord is aangevraagd door lid Koyuncu. Lid NOORDZIJ merkt op dat het gaat om parkeerboetes die na bezwaar worden vernietigd, vaak vanwege fouten in tijd- of locatiebepalingen bij de controle.
Het lid benadrukt dat dit zorgen baart, omdat het een procedure betreft die voor veel Amsterdammers onzekerheid oplevert en ingewikkeld is om te doorlopen. Het lid stelt enkele vragen aan de wethouder. Ten eerste wil het lid weten of er inmiddels verbetering is gekomen in de controle en of onrechtmatige parkeerboetes daadwerkelijk worden teruggedrongen en zo niet, welke vervolgstappen worden ondernomen. Ten tweede vraagt het lid hoe de menselijke maat wordt toegepast bij de behandeling van bezwaar, zodat ook in dit proces rekening wordt gehouden met individuele omstandigheden van burgers. Lid IJMKER voegt toe dat de berichtgeving over scanauto’s, bijvoorbeeld in de media, aanleiding geeft tot bezorgdheid. Het lid benadrukt dat digitalisering en het gebruik van automatische scans nuttig kunnen zijn, maar dat het belangrijk is dat burgers nog steeds hun recht kunnen uitoefenen. Het lid vraagt hoe burgers kunnen opkomen tegen een fout van een automatische scan of een algoritme, en of het proces voldoende toegankelijk is. Wethouder VAN DER HORST reageert dat elke onterechte naheffingsaanslag er een te veel is, maar dat de technologie achter het beeldherkenningsalgoritme zeer nauwkeurig werkt. Wanneer een voertuig wordt gescand zonder geregistreerd parkeerrecht, beoordeelt een medewerker handmatig de situatie van het voertuig, de
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
omgeving en het kenteken. Het aandeel onterechte parkeerbonnen door scantechniek is zeer klein. In 2025 zijn 63,3 miljoen voertuigscans uitgevoerd, waarvan circa 0,003 procent mogelijk tot een onterechte naheffing leidde, bijvoorbeeld door gps-fouten. Dit is ongeveer 2,5 procent van het aantal toegekende bezwaren op parkeerboetes. De wethouder legt uit dat het hoge aantal toegekende bezwaren vaak te maken heeft met fouten van de parkeerder zelf en niet met het automatisch scannen. Het is een manier om de menselijke maat toe te passen. Als mensen een fout maken of een vergissing begaan, wordt hun bezwaar vaak toegewezen. Dit geldt zowel voor menselijke fouten als voor technische fouten, maar het belangrijkste is dat burgers de mogelijkheid hebben bezwaar te maken. De gemeente streeft ernaar dat burgers die bezwaar indienen altijd door een medewerker worden gehoord, meestal telefonisch of via het loket. Lid NOORDZIJ vraagt naar de verdeling van de overige 18 procent van de bezwaren, die niet door een fout van de software of door een vergissing van de burger verklaard wordt. Het lid merkt op dat het belangrijk is dat burgers telefonisch gehoord kunnen worden en dat zij goed worden begeleid bij het indienen van een bezwaar.
Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat bij telefoongesprekken altijd wordt uitgelegd hoe het proces van bezwaar werkt en dat burgers altijd de mogelijkheid hebben om contact op te nemen via 14020. De wethouder benadrukt dat hoewel de meeste mensen digitaal goed uit de voeten kunnen, de gemeente bereikbaar blijft voor degenen die extra begeleiding nodig hebben. De wethouder legt uit dat fouten ook kunnen ontstaan door tijdelijke storingen bij parkeerautomaten, problemen met parkeerapps of menselijke fouten van parkeercontroleurs. In alle gevallen wordt actie ondernomen om herhaling te voorkomen. De wethouder benadrukt dat het proces goed is ingericht om coulant te zijn en dat burgers bezwaar moeten indienen om onterechte naheffingsaanslagen kwijtgescholden te krijgen. De VOORZITTER concludeert dat het agendapunt hiermee voldoende is besproken en vraagt of het nog behandeld moet worden in de raad, wat door niemand wordt opgepakt. Het agendapunt wordt daarmee afgedaan. 15. Bespreken van de afdoening toezegging over de maatregelen Weesperstraat (VN2026-001441) De VOORZITTER opent het agendapunt over de afdoening van toezeggingen betreffende de maatregelen in de Weesperstraat. Lid WIJNANTS opent met een terugblik op de vorige commissie MOW en noemt de Weesperstraat als het “grootste mislukte verkeersexperiment van het college”.
Het lid wijst op de grote overlast die het heeft veroorzaakt voor nood- en hulpdiensten, verloskundigen, zorgmedewerkers, ouderen en andere weggebruikers. Ondanks eerdere problemen ziet Het lid dat een nieuwe vorm van maatregel wordt gepland, van de “knip” naar tijdelijke versmallingen en watergevulde, verrijdbare barrières. Lid Wijnants benadrukt dat er wel iets moet gebeuren, maar vraagt zich af of dit niet opnieuw tot een verkeersinfarct kan leiden. Het lid vraagt de wethouder om toelichting op modelmatige analyses en of de resultaten van die analyses gedeeld kunnen worden met de raad. Het lid juicht enkele maatregelen toe als de terugkeer van de groene golf, het ontwerp voor nood- en hulpdiensten waarbij ambulances er tussendoor kunnen. Het lid en benadrukt het belang van input van de nood- en hulpdiensten bij het plan. Lid IJMKER voegt toe dat het verschil tussen een barrière en een knijp niet altijd duidelijk is en wijst op de voordelen van een knijp voor leefruimte, bredere stoepen, verbeterde blindfunctie en grotere fietspaden. Lid WIJNANTS bevestigt dat de risico’s voor verkeersinfarcten aanwezig zijn bij een vermindering van rijbanen. Het lid merkt ook op dat het standpunt van de VVD ten
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 5 februari 2026
MOW
opzichte van eerdere debatten lijkt te zijn veranderd en vraagt opnieuw om modelmatige onderbouwing voordat de Weesperstraat aan nieuwe experimenten wordt blootgesteld. Lid MOESKOPS reflecteert op de verschuiving in de discussie. Hoewel het lid Wijnants modelmatig wil werken, lijkt v terughoudend bij het opschuiven van barrières. Volgens het lid Moeskops biedt het voorstel nu een middenweg die door D66-positief kan worden beoordeeld. Niet volledig afsluiten, maar een leefbaardere straat realiseren met aandacht voor nood- en hulpdiensten. Lid IJMKER benadrukt dat de bewoners al twintig jaar wachten op een oplossing voor de Weesperstraat en ziet de pilot als een kans om concrete verbeteringen te realiseren. Lid Noordzij vraagt naar de definitieve plaatsing van onderdelen en de holistische effecten van de versmalling, met aandacht voor input van bewoners. Wethouder VAN DER HORST geeft aan tevreden te zijn met het huidige voorstel en legt uit dat het zorgvuldig is voorbereid in nauwe samenwerking met nood- en hulpdiensten. Er zijn uitgebreide testen uitgevoerd om verkeersverplaatsing en effecten op omliggende buurten te minimaliseren. De wethouder benadrukt dat het plan een balans biedt tussen leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid. Er komt extra groen (700 m²), ruimte voor ondernemers en voldoende doorgang voor nood- en hulpdiensten.
De praktische uitvoering wordt stapsgewijs getest en gemonitord, met oog voor eventuele kleine aanpassingen. De verwachting is dat de definitieve inrichting in 2027 kan worden afgerond. Lid WIJNANTS merkt op dat de aanwezigheid van verrijdbare barrières duidt op enige onzekerheid in het plan. Het lid vraagt naar een afwegings- of toetsingskader om in te grijpen indien verkeersopstoppingen optreden. Wethouder VAN DER HORST benadrukt dat uit tests blijkt dat er geen reden is om een verkeersinfarct te verwachten en dat het monitoren samen met de nood- en hulpdiensten plaatsvindt. Praktische aanpassingen kunnen in de eerste fase worden doorgevoerd, maar het plan is bedoeld als definitieve maatregel, geen tijdelijke pilot. De VOORZITTER noteert dat lid Wijnants dit punt graag in de raad wil bespreken voor middellange termijn en concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Sluiting Lid NOORDZIJ spreekt waardering uit voor de commissie en de Griffie, die orde en ondersteuning boden bij de diverse agendapunten. Leden Moeskops en Kabamba sluiten aan bij deze dankbetuigingen, waarbij zij ook het inhoudelijk team van de wethouders prijzen voor hun geduld en inzet tijdens technische en complexe onderwerpen. De VOORZITTER bedankt de wethouders en sluit de openbare vergadering om 21.00 uur. .